Dit verslag over mijn ervaringen met de Quest 119, van velomobiel.nl is mede geinspireerd door de leuke weblog van Kees Schouten die zijn ervaringen met Mango 34 vanaf september 2003 bij houdt. Of het mij ook lukt om zoveel en zo consequent te vertellen weet ik niet, wellicht blijft het alleen bij het eerste begin. We zullen zien.

Gebruik het menu hiernaast om naar andere delen te gaan.

Proloog

Sinds ik ging studeren in 1983 ben ik fietsforens. Dagelijks Purmerend <-> Amsterdam. Als student op een 'budget' racefiets, later (eind 1988) als AiO had ik eindelijk geld te besteden en kocht ik een topmodel (Batavus Pro) die ik nog steeds heb en die ondertussen meer dan 70.000 km heeft afgelegd.
Vanaf dat ik ging fietsforensen heb ik ontwikkelingen op fietsgebied nauwgezet gevolgd en bij de introductie viel ik al voor de hurricane, alleen kon ik me niet veroorloven die te kopen terwijl ik geen idee had hoe lang ik nog zou kunnen fietsforensen. Ondertussen van AiO post-doc geworden zag ik op de FietsRai (1997?) de hurricane in levende lijve en ik was compleet verliefd op de fiets. Als ik ooit nog een nieuwe fiets zou kopen, zou het die zijn.
Een klein jaar later hoor ik dat mijn tijdelijke contract een flink stuk verlengd wordt. Dat is voor mij reden om de knoop door te hakken en de hurricane wordt besteld, nog voor ik er een meter mee gereden heb! Voor de vorm nog een ochtendje bij Twigt de hurricane gehuurd en bevestigd in mijn keuze rijd ik liggend vanaf juni 1998. Meer daarover op mijn hurricane pagina. Vanaf het begin een overtuigd ligfietser verslind ik alles wat er op dit gebied te lezen valt en de ontwikkeling van Alleweder, limit en iets later de Quest en Mango volg ik dan ook op de voet. Ondertussen ben ik echter naar Engeland verhuisd voor een prachtige baan, woon in een prachtig huis, maar dagelijks fietsforensen is er niet meer bij, laat staan dat in het heuvelachtige gebied een Quest volledig tot zijn recht komt. Van dagelijks fietsforensen wordt het ongeveer wekelijks. In mijn achterhoofd blijft de Quest echter lonken. Als ik ooit weer in Nederland ga wonen en werken.....
In de kerstvakantie 2003/2004 mag ik een ochtend de Quest van Theo Mol lenen om het eens te ervaren. Hoewel Theo en ik ongeveer dezelfde lengte hebben, zijn zijn benen wat langer en mijn bovenlijf. Dat merk ik aan mijn schouders die regelmatig tegen de rand van het instapgat botsen. Een leuke proefrit die bevestigd dat ik tzt ook wel zo'n racemonster wil hebben.

In het voorjaar van 2004 blijkt de werksituatie te veranderen en ziet het er naar uit dat we weer naar Nederland zullen verhuizen. Zodra dat vaststaat bel ik Ymte op om te vragen hoe dat nou werkt, een Quest bestellen. Nou, je zegt gewoon dat je er een wilt en dan heb je hem besteld! Dus op de dag af 6 jaar nadat ik begonnen ben met ligfietsen, bestel ik mijn tweede ligfiets: de Quest. Het wordt Quest 119 en de verwachte levering is januari 2005. Dat komt goed uit, want we zijn van plan om in de kerstvakantie te verhuizen. In de tussenliggende maanden vult de orderportefeuille van Velomobiel.nl zich rap en loopt de levertijd op van ruim 6 maanden naar meer dan een jaar! Ik geloof dat ik net op tijd besteld heb.
Met de Quest in gedachten en Vlaardingen als werkplaats, gaan we zoeken naar een woonplaats en komen in Gouda uit. Op fietsbare afstand (voor mij dan) hoewel er geen voor de hand liggende route is. Maar daar komen we gaandeweg wel achter. In oktober begin ik vanuit een hotel alvast in Vlaardingen te werken en kan die kant van de omgeving met een leenfiets al een beetje ontdekken. Een kaart van de omgeving wordt ook gekocht en tal van mogelijke routes worden uitgestippeld. Met soms verrassende resultaten, want een fietspad dat op een heel gunstige plek ligt, blijkt duidelijk enkelspoors te zijn. Nog net gaanbaar voor een ATB, lastig voor hurricane of batavus, onmogelijk voor de Quest.

Verhuizing
Dan komt de decembermaand eraan. Een maand waarin van alles (verder) geregeld moet worden. Van sporten (lopen of fietsen) komt al een tijdje niet zoveel meer als ik gewend ben. Ik heb het gevoel dat mijn conditie wat achteruitgaat. Mijn gewicht gaat duidelijk vooruit (omhoog dus). Dat moet in januari wel weer rechtgezet worden. In de week voor kerst wordt alles in Engeland ingeladen en even later in Gouda weer uitgeladen. Grappend zeggen we dat we Engeland uitgaan, maar als dank wel 10 (un)boxing days hebben! Omdat we er toch nog eens uitmoeten en omdat ze bij Velomobiel.nl mij nog even willen opmeten voor de fiets gemaakt wordt, gaan we de dag na de beruchte Oliebollentocht 2004 naar Dronten toe. Paulus den Boer maakt op de mailinglijst al een opmerking dat hij mijn Quest al op zijn kant heeft zien liggen. Nog voor ik hem zelf heb gezien!
Maar goed, met z'n allen rijden we in anderhalf uur naar Dronten. Een half uur later zijn we al weer klaar. Stoel- en tandwielpositie zijn bepaald, alle opties besproken (claxon, knipperlichten) een datum voor aflevering afgesproken (8 januari) en we staan weer buiten. Nog even genieten van "Dronten Centrum" met een lunch in een eetgelegenheid en weer terug naar Gouda, verder dozen uitpakken.

Weer forensen
De kerstvakantie is voorbij en ik kan weer aan het werk. Nu voor het eerst vanuit Gouda. De eerste twee dagen met trein en benenwagen. Enkele reis is dan een uur en twintig minuten. Een stationsfiets zou er nog 10 minuten af kunnen halen, maar het blijft heel wat. Als straks alles goed loopt.....
Op woensdag ga ik met de hurricane op pad. Alvast verkennen en weer wat kilometers in de benen krijgen voor ik zaterdag vanuit Dronten de Quest naar huis rijdt. Van diverse ligfietsers uit de omgeving heb ik tips en suggesties voor de route gekregen. Dan blijkt hoe lastig het is dat er geen voor de hand liggende route is. De combinatie van in het donker rijden (met dynamoverlichting) over onbekend terrein, met een ingezakte conditie en veel zoeken zorgt voor bijna twee uur onderweg voor de kleine 40 kilometer. Overdag wat heen en weer gemailed en zo opheldering gekregen over wat rare stukken bij Nieuwerkerk aan de IJssel. Met een papiertje met instructies van Ge Boelders in de hand blijk ik nu wel de juiste route te vinden. Dat scheelt! Een stuk geasfalteerd, vrijliggend, doorlopend fietspad in plaats van een paar km klinkers met auto's zijstraten en bochtjes. Weliswaar rijd ik eerder op de terugweg helemaal rondom het Kleinpolderplein in plaats van recht er onderdoor, maar ik snoep toch al tien minuten van mijn reistijd af. Thuisgekomen zie ik dat ik over de 38.8 km tien minuten (!!) heb stilgestaan bij stoplichten. Voor een doorrijder als ik is dat wel heel frustrerend. Als je 30 rijdt kun je in die tijd 5 kilometer omrijden om zodoende een mooiere/snellere route te hebben. Nou ja, dat zullen we in de komende tijd wel uitzoeken. Eerst deze route wat optimaliseren, dan hebben we tenminste vergelijkingsmateriaal.
Op donderdag rijden we nogmaals per hurricane naar Vlaardingen. Er hoeft al heel wat minder gezocht te worden en er gaan alweer een paar minuten vanaf. Nu nog de verlichting uit en de conditie op peil en het gaat weer ergens op lijken. Alleen die enorme tijd die je bij stoplichten stilstaat is heel frustrerend.
Belangstelling
Ondertussen krijg ik een mailtje van Paulus dat hij het leuk zo vinden om als ik mijn Quest op ga halen een stukje met me mee te rijden. Paulus is lange tijd medemoderator van de mailinglijst geweest en ik heb het gevoel dat ik hem goed ken, hoewel al ons contact per email is geweest. Het lijkt me heel leuk om hem nu eindelijk in het echt te ontmoeten. En dan maakt hij het me ook nog eens makkelijk om door/uit Dronten te komen zonder al te veel zoeken. Hij legt meteen ook contact met de familie Van Schoot die ook bereid is om me een stukje te begeleiden, met name rondom Almere zou dat weer een heel stuk zoeken schelen. Het wordt een boeiend dagje zaterdag! Vrijdag maar even de benen rust geven, want die zijn niet meer gewend om 160 km of meer per week te fietsen.

Daar is de Quest

8 januari 2005

Na Paulus en Frans van Schoot blijkt ook Marcel Vriezekolk me vanaf Dronten naar Almere te willen begeleiden. Ondertussen heeft Frans Grotepass me aangeboden om me bij Muiderberg "op te pikken" en vandaar verder richting Gouda te begeleiden.
Op vrijdagavond echter meldt Paulus zich af. De weersverwachting staat hem niet aan. Hij is al eens omgewaaid en heeft geen zin die ervaring te herhalen. Hij zal wel naar Dronten komen, maar dan samen met de familie Van Norel in de auto. Ook Frans van Schoot aarzelt, maar Marcel werpt een laatste blik op de site van Meteo Consult die belooft dat de wind in de loop van de middag af zal gaan nemen. Geen paniek dus.

Ik sta 's morgens voor zessen op, zodat ik om kwart voor zeven de trein kan nemen. Ik vind dat het met de wind meevalt en de treinen zijn allemaal netjes op tijd. Overstappend in Utrecht heb ik tijd om een strippenkaart te kopen voor straks de bus vanuit Harderwijk naar Dronten. Ook deze trein en de bus rijden keurig op tijd en even na negen uur stap ik bij Velomobiel.nl binnen. Ymte neemt me mee naar mijn fiets: dat is 'm dan. Ik mag erin gaan zitten om te kijken of alles goed zit. De trappers staan duidelijk te ver weg. De Q119 wordt even op z'n kant gelegd en Ymte zet ze dichterbij. Ik moet maar even een rondje fietsen om te voelen hoe ze staan. Maar wel oppassen voor de wind, vooral als die met vlagen vanachter gebouwen kan komen. Aldus fiets ik mijn eerste meters in mijn eigen Quest! Ik doe rustig aan, vooral bij de bochten. Geen enkel probleem. De wind valt mee, alle windmolens draaien ook nog gewoon, een goed teken denk ik dan. De trappers staan perfect, maar de steunblokjes op schouderhoogte klemmen wat. Kennelijk heb ik korte beentjes en brede schouders (nee, ik lijk niet op Jerommeke). Maar ook dat is zo verholpen door iets smallere blokjes erin te zetten. Perfect! In principe klaar om weg te fietsen om 10 uur. Maar Paulus en co zijn nog niet te zien, terwijl ondertussen Frans van Schoot gebeld heeft om te zeggen dat hij toch niet komt. Even naar Paulus bellen leert dat ze er met een half uurtje zullen zijn. Die tijd raak ik nog wel kwijt, onder andere omdat Ymte me nog laat zien wat de bijzondere onderdelen (wielophanging, vering etc) van de Quest zijn. Dan raak ik nog even aan de praat met een andere nieuwe oude onbekende, Marcel van Eijk (aka Mars). Hij is met een zelfbouwprojectje bezig. Dan roept Allert dat het tijd is voor koffie en we gaan met z'n allen naar boven. Net als we zitten komen Paulus en Wilfred binnen. Even later volgen ook Marianne en Danielle en het wordt een drukte van belang en ik ontmoet ze eindelijk in levende lijve (grappig hoe goed je mensen ook via email al leert kennen). Ymte en Allert gaan weer aan het werk, onder andere met een aantal belgen die er al een hele rit (per auto) op hebben zitten. Ik ga me ondertussen omkleden en regel het laatste beetje betaling. Paulus regelt dat hij de probeermango mag lenen om me in ieder geval Dronten uit te begeleiden. Als we bijna zover zijn, komt plotseling Marcel Vriezekolk in zijn zebraquest opduiken. Ik had uit Frans' belletje begrepen dat de hele Almeerse ploeg er niet zou zijn, maar Marcel had nog een allerlaatste blik op Meteo Consult gegooid en besloten dat hij toch zijn karretje ging ophalen. Dat betekent toch gezelschap tot Almere, maar ook iets vertraging in het weggaan, want hij moet dat karretje even goed regelen. Ik bel Frans Grotepass dat we weggaan en Wilfred neemt nog wat foto's als we in formatie op pad gaan.
Op pad
Al na een halve km zet Marcel de stoet stil. Hij vindt dat mijn banden te zacht zijn en rap pompt hij met zijn grote pomp (toch ruimte zat in de Quest) de Primo Comets op tot 7 bar. En ik vond al dat het zo licht reed! Met een kabbelgangetje van net twintig slingeren we tegen de wind door Dronten. Op het eind draait Paulus om en Marcel en ik fietsen de polder in. Wat een wind! De stroomlijn bewijst zijn waarde, want om 25-28 recht tegen deze harde wind in te rijden kost niet al te veel moeite. De Quest stuurt strak en zeker en we sturen om de vele takken op het pad heen. Zo nu en dan zet ik even aan en in no-time zit ik boven de dertig. Wat een fiets! Met elke andere fiets had ik nu de 20 niet eens gehaald. Even hard aanzetten brengt zelfs het maximum van de dag op 37.2 km/h.
Kilometer na kilometer fietsen we over de Rietweg en de Vogelweg. Goed opletten op plaatsen waar de wind vlagerig kan zijn, maar alles gaat goed. 25 km recht tegen de wind verder, besluit Marcel om rechtsaf de Ooievaarsweg op te gaan. Dan komen we een paar km verder in de beschutting van bosjes en zal het nog wat makkelijker fietsen. Vlak daarvoor echter merk ik dat er meer en meer windmolens stil worden gezet. Ook Marcel valt dit op. Op de Ooievaarsweg trappen we nauwelijks. Op de zijwind zeil je vanzelf 22-25 km/h. Hier is het sturen opeens veel lastiger. We zwalken over de weg, die we gelukkig voor ons alleen hebben. We houden de linkerkant aan, zodat je veel ruimte hebt om klappen van de wind op te vangen. De snelheid ligt laag, alle inspanning in het sturen, niet in het fietsen. Dan zie ik opeens voor me Marcel met een rotgang rechts een grasveld op duiken en ik voel zelf ook een harde wind. Ik stuur direct mee, maar het is al te laat, ik rol om en eindig bijna op m'n kop in het gras. Langzaam probeert de wind de Quest helemaal rond te krijgen, maar dat lukt niet. Ik lig even te denken wat nu, want ik moet mijn voeten loshebben, maar de trappers zijn nog tamelijk stijf. Ook de kap moet ik losmaken, maar voorzichtig want ik wil niet dat de hele inhoud wegwaait. Voor ik met mijn overpeinzingen klaar ben zie ik twee gezichten. Willem van de boerderij waarvoor we nu liggen en Marcel. Ze houden de Quest vast zodat ik eruit kan kruipen, volledig ongeschonden (ik dan). Als ik uit mijn Quest kruip, zie ik een zebra als een blaadje in de wind en al Marcel's spullen erachter aan. De boerin is aan het hollen om zoveel mogelijk te vangen voor het in de sloot beland. De boer helpt me mijn Quest in de schuur/stal te zetten, zodat we rustig kunnen nadenken hoe nu verder. Even later staat ook Marcels Quest binnen en gaat de deur dicht. Tijd om de schade op te nemen.

Niet nieuw meer Marcels Quest lijkt er heelhuids afgekomen te zijn. Rollen over het gras met een lege Quest gaat kennelijk goed. Later blijkt er toch een minuscuul gaatje bovenop te zitten. Stickertje erop en klaar.
Mijn Quest is er ernstiger aan toe. De rechter wielkast heeft iets hards opgepikt en daarna als een schep een fikse kluit modder opgepikt. De wielkast is opengescheurd en de zijkant van de fiets heeft een winkelhaak van 20 x 50 cm of zo. We gaan naar binnen waar Bianca (de boerin) ons thee aanbiedt terwijl wij proberen een verstandig besluit te nemen. We bellen naar Dronten met het verzoek om mijn Quest voor reparatie op te komen halen. Dat moet een nieuw record zijn: voor reparatie anderhalf uur (en 27 km) na oplevering! Terwijl we wachten op de aankomst van Allert of Ymte kunnen we er nog een gezellig kletspraatje over ligfietsen en wind van maken. Bianca vertelde dat het haar ook was opgevallen dat de wind het laatste half uur weer fors was aangetrokken.
Allert komt niet veel later met zijn grote bus voorrijden. Dat wordt plakken en je zult het blijven zien, maar verder zal het niet zo'n probleem moeten zijn. Alleen heel erg balen natuurlijk. Allert biedt aan om Marcel naar huis te rijden en dat aanbod wordt aangenomen. Een half uur later zit ik bij Marcel, terwijl Allert weer naar Dronten gaat. Nu met wind in de rug, want zelfs met de bus kwam hij tegen de wind niet verder dan 70 soms 80 km/h. Marcel en ik besluiten om maar even bij de Van Schootjes langs te gaan, om even het verhaal te kunnen delen. Frans Grotepass had ik natuurlijk al lang opgebeld om te zeggen dat hij niet moest wachten op mij. Later op de middag belt hij me nog op om te vertellen dat hij weer veilig terug is gekomen. Erg attent!
Bij Marjolein en Frans staan koffie en gebak klaar. Hoe dan ook maken we er nog iets vrolijks van. Verhalen van botsingen, scheuren en ander ongemak gaan over en weer. Zoon Hans merkt nog fijntjes op: het is een gebruiksvoorwerp. En hij heeft natuurlijk heel erg gelijk. Pas als ik later op het station sta om de trein te nemen, begint de teleurstelling toe te slaan en voel ik me beroerd. Ook niet geholpen door eerst een half uur wachten tot ik uit Almere weg kan. Als ik zie dat ik in Utrecht drie kwartier (!!) op een aansluiting moet wachten besluit ik een station verder te gaan en me daar maar op te laten halen. Thuis word ik met veel medeleven opgevangen. We halen maar chinees, want niemand heeft nog zin om te koken.
Na een week plannen maken om de Quest op te halen, kon ik hem al weer terug laten gaan. Mag ik nu opnieuw plannen maken over hoe hij nu hier moet komen!

10 januari

Het nieuws van mijn avontuur is razendsnel rondgegaan. Op het ligfietsforum laat ik het zelf weten (eerst wat cryptisch) en ook bij Velomobiel.nl dragen ze hun steentje bij door mijn kilometerstand al te melden. Met 30 op de teller kan ik niet in Gouda geraakt zijn, dus.....
Van de andere lijstleden krijg ik een hoop steun en medeleven. Dat doet een mens goed! Ook wordt er wat heen en weer gediscussieerd over zijwindgevoeligheid. Marcel is zondag, samen met de Almereliggers nog langs de bewuste plek aan de Ooievaarsweg gereden om te kijken of er nog wat te leren viel. En inderdaad. Zoals hij schrijft:
Bij het bekijken van het punt waar we de berm in geblazen werden viel mij op dat mijn spoor zonder probleem overliep van asfalt naar berm. Jouw spoor liep daarintegen van het asfalt de berm in via een gat in de berm (bandenspoor).
Dat gat is volgens mij de oorzaak van de schade. :-(

Als daar aan denk, dan heb ik blijkbaar de windvlaag goed opgevangen met sturen, maar klapte ik in die kuil waardoor de Quest beschadigde en zakte ik scheef, waardoor de wind alsnog onder mijn Quest kon komen en me heeft omgegooid.
Op zich wel een geruststellende gedachte, want dat betekent dat ik gewoon dubbel pech had en niet dat er niet met zijwind te fietsen zou zijn zoals sommige somberaars zeggen.

Ondertussen ga ik dus nog even door met forensen per hurricane. Dat gaat een stuk beter met een goed gesmeerde ketting! Op de terugweg gaat het best snel (voor stadsverkeer) en bij nogal wat verkeerslichten kan ik (bijna) meteen doorrijden. Tot mijn verbazing heb ik alsnog 10 minuten stilgestaan bij andere lichten. Dit moet echt anders, zo haal je nooit voordeel uit een snelle fiets.
Om volgende week toch te kunnen Questen bel ik met velomobiel.nl. De fiets wordt deze week geplakt. Ik krijg er een rechter spiegel bij en op de terugweg van de wedstrijden in Breda, komen ze mijn fiets thuis afleveren. Dat is nog eens service! Dank jullie wel.

14 januari 2005

In de loop van de week heb ik mijn forensroute op twee punten aangepast. Bij Schiedam ga ik nu bovenlangs. Bij het Kleinpolderplein een beetje wroeten om het knooppunt voorbij te komen, maar van daaraf loopt het lekker en tamelijk direct door. Nog maar 2 verkeerslichten blijven over, terwijl de eerdere route aanzienlijk meer had, die bovendien ongunstiger afgesteld waren. De zuidelijke route had ook nog eens meer rare draaien en onoverzichtelijke zijstraten. De verandering is in dit geval een duidelijke verbetering. Het scheelt minuten wachttijd en ook nog eens minder optrekken en afremmen.
De tweede verbetering is op de grens Rotterdam/Capelle. Daar is een draak van een kruispunt (Hoofdweg/Capelse weg) waar je twee keer over moet. Beide keren kun je twee minuten stilstaan! Gelukkig gaat er iets ten zuiden van dat kruispunt een fietspad onder de weg door, vervolgens door de wijk, onder spoor en nog twee wegen door en kom ik goed uit. Enige nadeel is een haarspeldbocht op het ene einde en een paar honderd meter om. Maar dat stelt niets voor in vergelijking met dat ellendige stilstaan.
Niet verrassend weet ik de tijden ondertussen aardig te verbeteren. Voor 37.5 km heb ik nu dik vijf kwartier nodig, plus nog maar 5 minuten stilstaan. Mijn vorm begint terug te komen en de route wordt steeds beter.

15 januari 2005

Vandaag een klusdag. Mijn zwager Paul komt helpen in huis, dus tijd voor fietsen zal er niet zijn. Ik ben in spannende afwachting van de blauwe bus van Allert, waar mijn fiets in staat. Tot mijn grote schrik heeft Ymte me gisteren gemaild dat het repareren en thuisbezorgen als service gedaan wordt. Ze gaan wel heel erg ver in hun ijver om geen belasting te hoeven betalen ;-) Ik vind dat ik het toch niet helemaal ongemerkt mag laten passeren en sla in overleg met Clara en met Paulus was Goudse lekkernijen voor bij de koffie in. Dan zullen ze hun loon op mogen eten.
In de loop van de middag komt Allert aanrijden. De Quest komt uit de bus. De scheur is netjes geplakt, maar wel heel duidelijk zichtbaar (foto volgt). Gelukkig gaan we daar nog wat moois van maken, zodat later de sporen hooguit nog van binnen te zien zijn. Al snel gaan Allert en Guus van Schoot (die bij de races op de kartbaan zich afvroeg waarom iedereen met lange mouwen rijdt) weer verder. Ze hebben nog een afspraak in de buurt.
Ik ga verder met klussen, maar kan in de loop van de middag de verleiding niet weerstaan. Ik kruip in mijn karretje en rijdt een piepklein rondje door de buurt. Ik hoop dat ik niet teveel nekklachten van omgedraaide hoofden heb veroorzaakt!
Ook 's avonds, als ie mooi in de garage staat, kruip ik er nog even in, om me de bediening goed eigen te maken, houdt ik mezelf als slap excuus voor.
Morgen, of anders maandag, zal ik dan eindelijk kunnen gaan fietsen zoals het bedoelt is.

17 januari 2005

Vanmorgen dus op pad van Gouda naar Vlaardingen. Ik weet dat de route nog niet optimaal is en zeker (nog) niet Quest vriendelijk. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Arjen Haayman meldt op de mailinglijst ook zijn eerste forensrit per (tweedehands) Q-99. Ik had dezelfde ervaringen als Arjen noemt, het slingeren in je fiets terwijl je vorige fiets(en) als een streep je gedachten volgt. En het andere lichtbeeld. Nu heb ik de extra lichtset in mijn Quest zitten, dus met groot licht aan komt ie toch al een stuk voor me uit op de weg. In de meeste gevallen is echter het omgevingslicht voldoende om te rijden en dient het (groot)licht vooral om gezien te worden.

Op de rit zelf merk ik dat de route inderdaad niet Quest vriendelijk is. Op tal van plaatsen rare bochtjes, door- en oversteekjes. Op zich lukt het overal om de draaien te maken, maar de vaart gaat er wel steeds weer uit. Op de klinkerstukken heb ik het idee dat iemand een trilplaat heeft gemonteerd. Maar goed dat ik geen kunstgebit heb, dat zou finaal uit mijn mond geklapperd zijn. Op die stukken valt dus ook al niet goed snelheid te maken.

Op de paar stukken die wel "lang en recht" zijn, kan ik inderdaad even goed uithalen. Ook de tegenwind houdt me niet onder de 30 zonder dat ik me overdreven hoef uit te sloven. Daar staan dus al die rare bochtjes als vertrager tegenover. Komt nog bij dat je je in een Quest ontzettend breed voelt, misschien gaat dat nog weg, maar voorlopig vraagt het extra ruimte 'tussen de oren'. Op tal van fietspaden wordt je er ook door gehinderd. Inhalen kan niet zo makkelijk als twee mensen breeduit naast elkaar aan het slingeren zijn. Keer op keer in de remmen, bellen en toeteren (nog niet tegelijk) en verbaasde blikken rondom. Een jongetje dat manmoedig uit een tunneltje omhoog aan het fietsen is valt van verbazing bijna van zijn fiets als hij omdraait omdat hij de bel hoort. Zijn mond valt open, hij stapt van zijn fiets (hij stond al bijna stil en ik ook) en het enige dat hij kan zeggen is een langgerekt Eeeh????

Op een paar plaatsen maak ik dankbaar gebruik van het recht om niet op het fietspad te fietsen. Dat deed ik vorige week ook al, maar nu legaal :-). Het vele remmen, wachten en weer optrekken laat zijn sporen na. De gemiddelde snelheid komt nog niet boven de snelste ochtendtijd op de hurricane. De automatische tussentijden (GPS-watch) laten zien dat er nauwelijks een 2.5 km stuk met gemiddelde boven de 30 is gereden, terwijl mijn kruissnelheid er vaak ver boven lag. Zal ook iets te maken hebben met soms wegvallend signaal (de GPS 'mist' bijna 3 km). Maar het is wel illustratief voor het vele optrekken en afremmen.

De conclusie is duidelijk: de eerste 10 en laatste 8 km van de route zijn wel OK, maar die 20 daartussen moeten hoognodig verlegd worden.
De terugweg wordt een klein drama. Het eerste stuk gaat lekker, tot en met het Kleinpolderplein kan ik lekker doorrijden. Dit knooppunt wordt ook goed genomen, maar dan gaat het mis. Op zich ligt er vanaf hier tot het Kralingse bos een kilometerslang goed fietspad voor twee richtingen, aan de noordkant van de weg. Mooi wegdek, voor een groot deel lekker breed en een paar kruispunten worden omzeild door een tunneltje voor de fietsers. Er is echter 1 kruising bij die zeer vreemd is geconstrueerd. Komende vanuit zuid/oost 'mengt' het fietspad zich met de rechstafslaande strook voor auto's. Goed opletten en je 'weeft' tussen elkaar door. Van de andere kant ontbreekt allereerst een verkeerslicht om aan te geven of er nu wel of niet overgestoken kan worden. En het weven gaat dan tegen de autostroom in en is daarom niet echt handig.
Dat kruispunt wil ik met de Quest maar niet aan die kant nemen en daarom kies ik al kort na het KPP het fietspad aan de zuidkant. Wat een vergissing! Niet alleen is het als fietspad meestal veel smaller dan het pad aan de overkant, maar voor grote stukken is het een parallelweg. Ruim voorzien van onoverzichtelijke zijstraatjes, akelige verkeersdrempels en vreselijke klinkers. Om niet te spreken van de kruispunten die ik nu niet ondertunneld heb. Doorrijden is vrijwel onmogelijk, in beweging blijven nog net wel. Pas een heel eind en veel te veel tijd later is er een mogelijkheid om weer naar de 'goede' kant te gaan. Dan kan eindelijk weer wat vaart gemaakt worden, maar er is al verschrikkelijk veel tijd verloren voor een gewone werk-woon rit. Dan gaat het weer even goed. Het pad langs het Kralingse bos ligt er goed bij en ik ga vaart maken.
Je kunt het bedenken en zelfs uitrekenen, maar in de praktijk voelt het toch nog wat gek dat je snel op een redelijke snelheid bent, maar dan nog heel lang verder blijft versnellen. Als ik de binnenverlichting even aanzet zie ik 45, 46 op de teller! Dat gaat lekker! 2 km verder stop ik met trappen en rol nog een hele tijd door. 500 m verder moet ik gewoon nog mijn remmen gebruiken voor het stoplicht.

Een stukje verder valt me op dat ik helemaal niets van mijn licht merk. Tuurlijk, als ik binnendoor kijk, zie ik dat de lamp wel aan is, maar 'buiten' niet zo. Ik probeer even het binnenlicht en ook dat schijnt een heel stuk zwakker. Heb ik dan veel te veel mijn grootlicht aangehad en heb ik de accu leeggetrokken? Het lijkt erop en het gevolg is dat ik op bepaalde stukken weer heel wat rustiger aan moet doen, omdat ik gewoon niet genoeg zie voor een weg die ik nog niet heel goed ken.
Het eerste echt 'lange' rechte stuk is de parallelweg langs de snelweg. De straatverlichting zorgt ervoor dat ik ruimschoots voldoende zie om volle vaart te gaan. Later thuis zie ik dat de maximumsnelheid 47.0 is geweest. Dat is het betere werk!
Aan het eind van deze parallelweg moet ik rechtsaf, over het spoor en meteen weer links richting Gouda. Op zich weer een mooi lang recht stuk, maar nu zonder straatverlichting. En geen goede eigen verlichting in combinatie met (te) veel tegenlicht zorgt ervoor dat ik maar weer rustig aan doe. Mijn blanco fietsbril heb ik ondertussen al afgezet, want het beetje extra schitteren doet ook al geen goed.
Bij Gouda aangekomen draai ik rechtsaf om over de sluis te gaan, maar die blijkt open te staan. Ik had dus rechtdoor moeten gaan. Even straatje keren lukt net en zo kom ik toch Gouda binnen. Dan gaat mijn telefoon en Clara vraagt of ik er al bijna ben. Ik merk dat de telefoon in een plasje water staat. De hele binnenkant van de Quest druipt van het vocht: het moet wel condens als gevolg van zweten zijn. Mmm. Daar moeten we ook maar eens een oplossing voor bedenken.

18 januari 2005

Thuis in de avond de Quest maar uitgedweild en de natte spullen uitgehangen. Verbazingwekkend hoeveel vocht je met zweten weet te produceren. Het ademende zitje helpt wel iets, maar niet genoeg. Dat had ik ook niet verwacht. Mijn shirt is rondom helemaal nat, niet alleen op mijn rug.
De thermometer die ik in en onder de Quest heb gemonteerd geeft bijna permanent twee graden warmer in dan onder de Quest aan. Misschien koelt ie af omdat ie tegen de wielkast is geplakt? Straks maar eens geisoleerd ophangen, want het verschil is vast groter.
's Ochtends fiets ik weer richting Vlaardingen. Tot Capelle gaat het heel behoorlijk, maar dan merk je wat stadsverkeer met je doet. Bij het eerste stoplicht sta ik te wachten op groen, terwijl een oudere doch kwieke dame dat niet doet. Zij fietst door. 6 kilometer verder en verschillende keren elkaar inhalen, is ze nog steeds voor me. Daar lig je dan in je snelle Quest!
Nog net voor het Kralingse bos is het tijd voor de volgende primeur: een lekke band. Ik voel dat de Quest minder strak in het spoor blijft en concludeer dat ik een lek heb. Van binnen uit voel ik de twee voorbanden even, maar die zijn dik in orde. Dan toch eruit om de achterband te controleren. Ik heb nog even stille hoop dat het gezwabber inbeelding was of van de weg afkomstig. Maar nee, de achterband staat plat. 129 km tot de eerste lekke band....
Gelezen van tal van andere velomobielers heb ook ik een bi/bu-band klaarliggen. Ik til de Quest iets op en leg hem op mijn knie terwijl ik de band eraf haal. Enig gewroet verder ligt de andere band erom, wordt opgepompt en is weer rijklaar. Het de hele tijd steunen op mijn knie levert wel wat verkrampte benen op, zelfs met af en toe even gaan staan. Het klinkt bizar, maar ik ga eens ernstig nadenken over een Questkrik!
De rest van de rit gaat grotendeels zonder noemenswaardige belevenissen, tenzij je de man bedoelt die meent te moeten toeteren omdat ik op de weg en niet op het fietspad rijdt. Kent zijn regels niet. En dat terwijl hij een verder moet remmen voor andere, langzaam rijdende auto's. Ach ja....
Aangekomen kleed ik me om en ga naar mijn bureau, om twee uur later te bedenken dat er nog een lekke band in mijn fiets ligt. Dus maar even terug om de band op te halen. Dan ook maar meteen de accu en de lader meegenomen, zodat de band geplakt en de accu bijgeladen kan worden. Want een ezel....

Met de lessen van gisteren in gedachten EN een goed geladen accu gaat de terugweg een stuk beter. Maar het blijft behelpen met dat lange stuk middenin. Na 25 km is het gemiddelde nog maar 27.1 km/h... In het volgende stuk gaat het gemiddelde nog een stuk omhoog, naar bijna 29, maar het is natuurlijk beroerd. Tijd om een nieuwe route uit te proberen.

19 januari 2005

De hele avond heb ik zitten puzzelen op een nieuwe route. Meer kilometers, maar toch sneller. Dat is de bedoeling. Ik houd er wel al rekening mee dat een betere route zich pas uitbetaald als je hem kent, dus de eerste keer niet te hoge verwachtingen. Het eerste kritieke punt is de Rotte. Waar steek ik die over? Ge Boelders had me de Pekhuisbrug aanbevolen, maar op de kaart ziet de Rottebanbrug er als een gunstig alternatief uit. Ik had natuurlijk moeten begrijpen dat er een reden is dat Ge, die daar vlak bij woont, die brug niet heeft genoemd. Maar ik kies hem voor mijn route. Het andere punt is de Schie. Hoog oversteken en op het allerlaatste moment de bebouwde kom in, of toch eerst met de Schie mee en 'laag' oversteken? Omdat de tweede variant aansluit op de verbeterde oude route, kies ik hiervoor. In kriebels heb ik de routeaanwijzingen op papier gezet en onder mijn km-teller gemonteerd.
Op de lijst gaan nog wat semi-paniek berichten over het weer rond en 's nachts slaap ik slecht door de harde wind. Zal ik misschien toch maar de trein nemen? Een nieuwe route verkennen met slecht weer is niet zo'n heel goed plan. Ik besluit te wachten tot de ochtend wat ik doe.
Als ik mijn ontbijt naar binnen werk valt het me op dat het buiten weer tamelijk rustig is. Ik kies dus voor fietsen, eventueel gewoon de "oude" route, die voor de eerste 12 km zowiezo gelijk loopt met de nieuwe.
In Gouda besluit ik deze keer niet op het fietspad langs Uniqema te blijven, maar op de rijbaan mee te gaan. Het fietspad is van zeer beroerde kwaliteit en je stuitert alle kanten op. De draai naar het verplichte stukje parallelweg is dan ook beter te maken. De rijweg bevalt me prima en daar aangekomen besluit ik in een flits dat ik liever rechtdoor ga. Achter mij zie ik de lichten van een vrachtwagen, die ruim achter me blijft. Een paar draaien vermeden en klinkers overgeslagen, dat is handig, toch? Behalve dat ik nu in de file voor het stoplicht stilsta. Het lijkt echter erger dan het is want even later kan ik weer gang maken. Ik besluit om rechtdoor te gaan en met de klok mee om de sluis te rijden. Andersom is de "logische" route, maar dan ligt het fietspad in de bocht behoorlijk scheef en de verkeerde kant op ook nog. De sluis overgestoken zie ik weer zo'n raar bord en ik fiets vrolijk aan de verkeerde kant het fietspad op. Als ik geen tegenliggers ontmoet is dit heel handig, want dan worden er meteen weer drie lastige oversteken vermeden. Geen tegenliggers te zien, dus dat is wel prettig.
Eenmaal op het goede pad (het is ondertussen tweerichtingen fietspad) zet ik wat aan. Niet al te veel, want wie weet hoeveel ik om moet fietsen als ik mijn route kwijtraak!
Als ik na 12.5 km op het beslissingspunt aankom is het allang duidelijk: ik ga mijn nieuwe route proberen. Rechtsaf tunneltje onder de A20 door en rechtdoor. Voorzichtig en langzaam even, want dit is nieuw terrein voor mij. Al snel blijkt het redelijk vanzelfsprekend te zijn. Het wegdek ligt er prachtig bij, alleen de belijning ontbreekt rechts dus een flinke kans om van de weg te raken. Anderhalve km verder links/rechts de brug over, wordt ik vriendelijk doorgelaten door de in een rij wachtende auto's. Rechtsaf langs de vaart gaat ook prima en na een halve km kan ik linksaf de Middenweg op. 3 km lang vol gas over een prachtige weg! Aan het eind kom ik bij de Rotte en ga ik linksaf, richting Rottebanbrug. Het wegdek langs de Rotte is goed, maar het slingert nogal. Onbekend en in het donker houd ik me dus maar even gedeisd. Even verder zie ik waarom Ge me deze brug niet heeft aanbevolen.... Haaks op de weg, hoekig en met hekjes aan beide zijden. Dat betekent dus uitstappen en met de Quest aan de hand voorzichtig manouvrerend tussen de hekjes door, brug over en aan de andere kant weer tussen de hekjes door. Dat is dus een dikke streep door plan A.
Maar goed, we zijn onderweg en van dit soort ervaringen leer je. Ik draai de weg richting Bergschenhoek op en zie even later dat er een mooi fietspad naast loopt, aan de linkerkant. Ik ga er maar op fietsen en even later zie ik mooie verkeersdrempels op de hoofdrijbaan. Goede keuze denk ik nog even. Tot ze een paar rare slingers in het pad hebben aangelegd en je even later in een fuik terecht komt en via een veel te smalle, haakse bocht de weg op moet. Dat wordt dus in z'n Flinstone achteruit om voor de fuik de oversteek te maken. Het stukje bebouwde kom rijdt niet echt door, maar even later is de afslag richting parallelweg langs de N209. Over een km moet ik er onderdoor. Dat lukt goed, maar aan de andere kant zie ik het fietspad waarop ik rijd de verkeerde kant op gaan. Klopt dit wel? Een aanhoudende stroom tegemoetkomende fietsers weerhoudt me van omdraaien en even verder sla ik links af om op de weg te komen zodat ik toch weer de goede kant op kan. Ik stop en wroet in mijn Quest om de kaart te vinden. Gelukkig heb ik ook de plaatselijke plattegrond uitgeprint en zie ik dat ik toch goed zit. 100 meter verder lijkt het alsnog mis te gaan als ik een bord zie dat de Bergweg-Noord langdurig is afgesloten (ook voor fietsers). Weer stoppen, nog eens op de kaart kijken en gelukkig, dat is de weg die ik toch niet wilde nemen. Ik rijd langs de zuid-west rand van Bergschenhoek over op zich goed wegdek, maar wel weer een stel 'leuke' rotondes. Hier valt vast nog wat te optimaliseren!
Even verder steek ik de HSL in aanbouw over en bij de volgende rotonde geeft de richtingwijzer Rodenrijs linksaf aan. Ik aarzel. Voor mijn gevoel had ik nog verder moeten gaan. Maar ik volg het bord toch, wat betekent dat ik de rotonde 3/4 neem. Een volgende keer meteen links scheelt weer wat oversteken. Ik probeer te zien of dit pad/deze weg "landscheiding" heet, dan zit ik goed. Ik zie het niet maar fiets aarzelend toch maar door. Een stukje verder ga ik onder het spoor door en moet ik linksaf onder het spoor door. Ik zie weer zo'n bord met een rode rand, maar het alternatieve fietspad loopt met dergelijk rare bochten dat het per Quest niet te doen is. Een vriendelijke automobilist stopt langdurig om mij erdoor te laten en ik neem de draai maar kort, dat fietsje op dat bord lijkt nog steeds niet. Toch straks nog eens kijken op de kaart voor alternatieven.
Eenmaal onder het spoor door blijk ik meteen op de goede weg Rodenrijs weer uit te zitten. Op het eind rechts, links, de Hofweg op. Het klopt allemaal! Kennelijk ben ik toch niet zo heel slecht in het uitzetten van een route. De Hofweg is weer heerlijk doorrijden. Een auto type 'veel te groot' komt me achterop, maar blijft de hele tijd achter me rijden. Voor Nederlandse begrippen op ruime afstand, maar in vergelijking met Engeland voelt het wel heel dicht achterop. Ik besluit het toch maar positief op te pakken.
Aan het eind weer links, rechts, onder de A13 door. Aan de andere kant links, rechts, naar de Schie toe. Aldaar draai ik de weg op en negeer ik het fietspad. Ik hoor nog een langgerekt Wauw terwijl ik de bocht maak. Dergelijke geluiden heb ik al vaker gehoord vandaag.
Langs de Schie gaat het vlot door, tot ik de bebouwde kom van Overschie binnenkom. Dan worden het klinkertjes en smalle kronkelige straatjes. Volgens mijn briefje moet ik straks rechtsaf over een brug. Maar de enige brug die ik zie is rechtdoor. Ik ga aarzelend verder maar even later krijg ik het gevoel dat ik toch verkeerd zit. Ik stop weer en pak de kaart erbij. Het klopt toch en ik fiets weer door. Even later zie ik wel de bedoelde brug, maar er liggen grote betonblokken voor. Ik zie op de kaart dat rechtdoor over 500 meter op mijn bekende route aansluit en besluit deze keer niet te kijken hoe makkelijk of moeilijk het tussen de blokken door fietst. Ik ben genoeg aan het zoeken geweest voor 1 ochtend.
Eenmaal weer op de bekende route aangekomen kan ik weer vlot doorrijden en even later kom ik op bestemming aan. Gemiddelde hoger dan alle andere ochtendritten, maar nog niet veel. Begrijpelijk vanwege het zoeken en regelmatig aarzelend rijden, om niet te spreken van Flinstones en bruggen met hekjes.
De teller geeft 44.2 km aan. Ruim 6 km extra. Nu kijken wat de Rotte via de andere brug oplevert en waar eventueel nog in de route te verbeteren valt. Ik moet nog maar even bedenken of ik vanmiddag het mezelf makkelijk maak en via de bekende weg naar huis ga of via de nieuwe route.

Voor de middag heb ik door R'dam Noord-west (naast Kethel Noord) een mooiere doorstek bedacht. Ziet er op de kaart heel handig uit. Voor de rest wijzig ik mijn ochtendroute alleen om bij die andere brug, de Pekhuisbrug uit te komen.
Vanaf vertrek heb ik er lekker de gang in. Met nog veel wenden en keren leg ik de eerste 5 km in 10 minuten af. Zou ik dan eindelijk een Questwaardig gemiddelde rijden?
Net uit het Beatrixplantsoen onder het spoor door sla ik links af over het industrieterrein. Aan het eind even een rare slinger om de 's Gravelandseweg over te steken en door te gaan op de Polderdwarsweg. Dacht ik. Blijk ik wel het watertje over te kunnen, maar niet door te kunnen rijden. Op de kaart ziet het er mooi uit, maar in werkelijkheid staat er een groot hek. En ook zo een waarvan het niet lijkt dat het er pas staat. Dan moet ik dus maar links of rechts. Weg mooie doorsteek en weer terug naar het zoekende langzame tempo. Zo kom ik bij de Schie uit, die ik even volg om onder de Matlingeweg door te rijden. Linksom draaien en alsnog kom ik op het fietspad langs deze weg. Even volgen en ik zou aan de goede kant van de Delftse Schie uit moeten komen. Dat gaat allemaal best vlot, al ben ik nog niet zo gewend aan snel bochtenwerk met de Quest. Dat moet nog groeien in de komende tijd.
Alweer volgens de kaart kun je over de Schie met het pad afzakken om langszij de A13 uit te komen. Maar daar blijkt een haarspeldbocht bij te horen. Ik aarzel en rijdt nog even door. Ik sta al bijna op het vliegveld en besluit toch weer richting mijn oorspronkelijke route te willen. De weg langs het vliegveld wil ik later wel proberen, maar heeft weer verkeerslichten en daar wil ik juist vanaf. Maar ook hier een haarspeldbocht en nog wat rare bochten voor ik langs de A13 ben, wel al aan de goede kant. Even een dikke kilometer rechtuit en dan rechtsaf de Hofweg op. Heerlijk lang recht en goed wegdek. De snelheid gaat snel naar midden 40 en ik droom van een eerste rit met 30 gemiddeld. Dat zoeken en verkeerd rijden had namelijk ernstig het gemiddelde gedrukt.
Halverwege de Hofweg doe ik waardevolle ervaring op: een Quest is verrassend stabiel en je moet niet in het donker met 45 over een verder onbekende weg razen zonder heel goed te kijken! Er blijkt namelijk een opbreking geweest te zijn die "keurig" met klinkers is gerepareerd. Met een bloedgang hobbel ik hier overheen en bedenk dat het goed is dat er niet net een tegenligger was!
Nadat dit incident met een sisser afloopt ga ik weer verder, door Rodenrijs, richting Bergschenhoek. Over de HSL in aanleg, op naar de zuidoostkant. Aldaar wil ik nu de Leeuwenhoekseweg een stuk verder volgen dan waar ik er vanmiddag op kwam, om zo bij de andere Rotte brug te komen. Het tweede stuk is echter niet erg fijn omdat er verkeersdrempels liggen die met een Quest niet lekker zijn bij 30+. Elke keer dus weer de vaart eruit, helaas.
Een paar keer ga ik weer heel langzaam, om te zien of ik ondertussen bij de beoogde afslag ben. Zodoende sta ik stil onderaan een dijk die ik eerst omhoog moest. Niet echt handig dus. Maar ik sla het pad toch in, om een km verder te merken dat er weer 'handige' bochten zijn. Stapvoets en met de wielen schurend in de wielkasten kan ik de draai net maken. Verderop blijkt dat we echt met een toeristisch pad te maken hebben. Op zich is de kwaliteit goed, maar al die leuke bochtjes....
Een paar van deze slingers verder kom ik zonder veel moeite bij de brug uit. Deze blijkt ook al 'fijn' uitgerust te zijn met autoremmende maatregelen: een paar grote betonblokken waar je tussendoor moet. Opnieuw stapvoets, maar het kan zonder uit te hoeven stappen. Als ik later 100 keer hier langs geweest ben zal ik hem vast wat vlotter aansnijden.
Vanaf dit punt weer een kilometertje terug en ik sluit weer op de ochtendroute aan. Ik heb dan net een uur gefietst en het gemiddelde staat op 27.0. Het volgende stuk weg is 3 km als een streep met perfect asfalt. Jammer alleen van die erg brede vrachtwagen. We passeren elkaar stapvoets en daarna kan de vaart weer naar midden veertig. Aan het eind rechtsaf het dijkje op. Al 300 meter tevoren houd ik mijn voeten stil, maar ik moet nog steeds remmen voor de bocht. Het dijkje moet ik 500 meter volgen, maar een bus meent toch even in te moeten halen. Om daarna meteen stil te gaan staan wegens een bus van de andere kant. Had mij nou niet ingehaald....
Deze kleine hindernissen ten spijt geniet ik maximaal van de lange rechte stukken zonder verkeerslichten die mijn nieuwe route me oplevert. Bij Gouda aangekomen is het gemiddelde al opgelopen naar 29.2 en door Gouda heen weet ik hem zelfs naar 29.4 te krijgen! Inbegrepen het omrijden heb ik 44.6 km gereden. Als daar dus nog wat af gaat wegens routeoptimalisatie kunnen we eindelijk aan fatsoenlijke tijden gaan denken!

donderdag 20 januari 2005

Het weer is nog steeds zeer onrustig en ik bereid me er al op voor dat ik de hele weg harde wind zal hebben. Meestal recht tegen, maar op een aantal stukken ook dwars. Ik moet goed op zijwind, vooral vlagen tussen huizen door bedacht blijven, houd ik mezelf voor.
Op het eerste stuk begin ik te merken dat het echt handig is als je een route kent. Ik word al wat vlotter in kiezen waar ik op de weg en waar ik op het fietspad ga rijden. De variatie rondom de sluis beviel goed gisteren, maar vandaag is er toch een tegenzitter op het smalle pad waar ik eigenlijk de verkeerde kant op fiets. Ik probeer netjes langzaam en tegen het randje te rijden om zo min mogelijk overlast te geven. Even verderop heb ik weer alle ruimte en stamp ik flink door. Met 40+ km in het vooruitzicht moet je niet te langzaam gaan rijden, maar met die harde wind ook weer niet overdrijven met hoe hard je probeert te gaan. Op het rechte stuk richting Nieuwerkerk ben ik tevreden met 32, 33 km/h.
Op het dwarse stuk richting Zevenhuizen merk ik duidelijk hoe verraderlijk de wind is. Eerst fiets ik op een brede weg voor mij alleen, dus neem ik de ruimte en fiets stevig door. Het volgende stuk is echter vlak langs het water, drukker en smaller, dus doe ik maar voorzichtig. Gelukkig is dit niet zo'n lang stuk en even later draai ik mijn neus weer tegen de wind in: 3 km rechtuit naar de Rotte. Deze keer bij de Rotte rechtsaf, de Pekhuisbrug. De brug op moet ik even steken, eraf gaat met de voeten op de pedalen. Ik heb niet zo'n zin in het stuk toeristisch fietspad en de parallelweg met verkeersdrempels, dus ga op zoek naar een andere doorsteek die ik op de kaart had gevonden. Zou soepeler moeten lopen zonder om te zijn. Ik kom wel langs een afslag maar er staat niets bij aangegeven en hij lijkt wat vroeg in vergelijking met wat er op de (niet zo duidelijke) kaart te zien is. Ik riskeer het niet en rijdt door, om uiteindelijk bij die brug van gisterochtend aan te komen! Gelukkig ben ik nu wel al aan de goede kant van het water. Het komende stuk is dus al een beetje bekend en dat laat zich makkelijk vinden. Halverwege de weg richting Bergschenhoek herken ik nog net op tijd het bruggetje met ongelijke leggers waar ik gisteren nogal overheen stuiterde. Nu even de remmen ingeknepen, al was de snelheid dankzij de immer harde wind nog niet zo hoog.
Gaande langs de Leeuwenhoekse weg besluit ik om via de rotondes en niet via het fietsdoorsteekje naar de andere kant van de N209 te gaan. Ongewild kom ik op de hoofdrijbaan terecht en zoef ik zo alle lastige bochtjes voorbij. Dat is nog eens een prettige vergissing! Ik zit met veel minder hinder meteen aan de goede kant van de weg. Over de HSL naar links en bij de volgende afslag weer rechts, Rodenrijs door en weer op naar de Hofweg. Ik hoop daar wat beschutting te hebben van de kassen die aan weerszijden staan, maar de wind wervelt en gaat alle kanten op en ik voel me alsof ik in een achtbaan zit. Op het eind links/rechts/links de A13 onderdoor en weer naar de Doen-brug(?). Ik aarzel even maar stuur toch het fietspad met haarspeld op. Die bocht is wel lastig, maar ik zit dan wel meteen goed. Ik moet zelfs drie maal steken voor ik gedraaid ben, daar moet ook nog wat ervaring bijkomen lijkt me. Dan volg ik de weg verder met alle kleine verbeteringen van de laatste dagen in gedachten. Na 1 uur en 40 minuten staan er 45.9 km op de teller. Gezien het weer niet eens zo slecht.

Gedurende de dag lijkt het weer eerst beter, maar als ik me klaarmaak om naar huis te gaan, zie ik schuimkoppen op de Maas staan. Het regent een klein beetje als ik vertrek, maar daar blijft het helaas niet bij.
Met de route steeds beter in mijn hoofd raak ik deze keer geen tijd meer kwijt aan de weg vinden. Wel is het wat frustrerend om weer twee keer te moeten steken om langs de A13 te komen, maar dat moet dan maar. Op het stukje parallelweg is het ondertussen aan het stortregenen. Samen met windstoten die dwars op de weg staan, klinkers die het wegdek ongemakkelijk maken en tegenliggers waarvan niet duidelijk is waar ze heen gaan niet bepaald het meest plezierige fietsen. Over de Hofweg durf ik vanwege de wind, die nu ongeveer achter zit, maar verraderlijk is, niet voluit te gaan. Ook gaat er even iets niet goed met de versnellingen. Zowel het voor- als het achterblad lijkt niet van z'n plaats te willen. Hij zit voor op het midden, want naar boven kreeg ik hem opeens niet meer en naar beneden leverde het een raar bonkje op. Op miraculeuze wijze wil in ieder geval de achterderailleur weer schakelen. Ik zal er toch wat meer aan moeten wennen welke versnellingen ik met elkaar combineer. Op de hurricane was ik gewend om alle versnellingen met elkaar te combineren, maar ja, daar zit dan ook een lange ketting op en een naafversnelling.
Op het stukje langszij de HSL in aanleg kruip ik zo diep mogelijk in mijn karretje. De klep van mijn pet rust op het randje van het deksel en alleen een kiertje blijft over. Maar zelfs dan weet de regen nog in mijn ogen te slaan en me het zicht goeddeels te benemen. Daardoor sla ik 15 meter te vroeg naar rechts, een werkweg op ipv het fietspad. Ik realiseer het me net op tijd en Flinstone moeizaam achteruit om weer met de neus in de goede richting te komen. Het fietspad is net een rivier en met de wind in de rug durf ik nauwelijks bij te trappen. Toch blijft het gemiddelde redelijk hoog.
De rotondes nemen om de N209 te kruisen beviel erg goed en ik doe het nu weer. Het uitvoegen vanaf het fietspad op de hoofdrijbaan neemt een paar tellen en daarna kan ik soepel doorrijden. Dat is een blijvertje!
Gezien het omrijden vanmorgen kies ik toch maar weer voor verder doorrijden over de Leeuwenhoekse weg. Als je weet wat je te wachten staat is het vaak minder erg. Het stuk met de verkeersdrempels gaat niet echt snel, want 30 vind ik nog wel even heftig genoeg over deze drempels. Drie trappen daarna zit je op 35, om je dan weer naar 30 uit te laten rollen naar de volgende drempel. Ik vermoed dat onder andere omstandigheden ik nog wel eens ga kijken wat er nou eigenlijk echt kan.
Het 'toeristische' pad blijkt een stuk beter te nemen als je weet hoe het ligt, al zitten er nog aardig wat haakse bochten in. Het is verbazend hoeveel licht er nu op de weg is zonder straatverlichting. De lage wolken weerkaatsen de enorme lichtvervuiling die van de kassen vandaan komt. Op dit moment vind ik het even niet zo heel erg. Vlot kom ik bij de Pekhuisbrug die van deze kant af beter te nemen is dan van de andere kant. De brug af komen en even met 1 wiel de modderberm in gaat beter dan door de berm 'voordraaien'.
Het restant van de rit is vergelijkbaar: stortregens, onberekenbare wind en toch nog redelijk door kunnen rijden. Gouda kom ik binnen met een gemiddelde van boven de 30! Met een beetje geluk dus een eerste rit met 30+ op de teller. En dat onder deze omstandigheden. Thuis klok ik 43.55 km in 1h26:33. Ik zie dat ik maar 40 seconden heb stilgestaan over de hele rit. Wat een gigantisch verschil met de 10-15 minuten bij de andere route!
's Avonds zet ik de Quest op de werkbank zodat ik de trapas wat kan verzetten. Het is wat ongemakkelijk om bij te komen, maar hoeft natuurlijk ook niet zo vaak te gebeuren. Meteen stel ik de voorderailleur ook beter af. Daar kom je ook alleen bij door de voetengaten, dus ook hier goed dat je er (vast?) niet vaak bij hoeft te komen. Heel handig is dat je gewoon de tweede ketting van het tussenwiel kunt halen, waardoor je vrij rond kunt draaien. Ook boor ik een drainagegaatje in de bodem, onder de zitting. Ymte had desgevraagd laten weten dat dat geen enkel probleem zou zijn, zolang je uit de sproeilijn van de voorwielen blijft zitten. Ook is er een paketje gekomen met daarin een Big Apple, mijn fietspomp en een tweede buitenspiegel. Die moeten binnenkort ook maar gemonteerd worden.
Mijn benen voelen erg moe, het is te merken dat ik weer veel meer fiets dan ik in tijden gedaan heb. Als de wind dan ook nog eens weer verder toeneemt gun ik mezelf voor morgen een treinrit naar het werk.

Maandag 24 januari 2005

Drie dagen niet Questen. En het lijkt een verstandige beslissing. Waar het van gekomen is weet ik niet, maar mijn bovenbenen voelen vreselijk. Helemaal verstijfd en dat drie dagen lang. Zondagavond begint het een beetje bij te trekken, net op tijd om maandag er weer vrolijk tegenaan te gaan.
Ik heb vrijdagavond voor het laatst naar het weerbericht gekeken. Had ik zondagavond nog gekeken, dan had ik ongetwijfeld de Quest thuisgelaten en was ik per trein naar mijn werk gegaan. Maar nu had ik nog in mijn hoofd zitten dat het helder en koud zou zijn, met weinig wind. Koud maar droog en weinig wind, dat lijkt me ideaal en vrolijk bereid ik me voor op de eerste vorstrit. Wanneer ik mijn bolide buiten heb gezet, komt net een strooiwagen langs. Blijkbaar was het toch wel nodig om hier en daar nog wat te strooien, want de straat is niet overal schoon.
Meteen om de eerste bocht de eerste uitdaging: het dijkje op. Omdat er een mooie witte laag op de weg ligt, is vaart maken vooraf geen optie. Om het helemaal leuk te maken, staat een strooiwagentje bovenop de dijk te wachten tot ik langs kom. Het is wel gemakkelijk dat ik mijn kleine voorblad nu kan gebruiken, maar ik maak me meer bezorgd of ik wel genoeg grip houdt, of dat ik vlak voor ik boven ben stilval en langzaamaan achteruit ga glijden. Ik voel mijn achterwiel diverse keren slippen, maar kom toch rijdend boven. Had ik nou maar de Big Apple er al onder gelegd, zeg ik nog tegen mezelf.
Bovenop het dijkje rijd ik voorzichtig, want dit zijn weer nieuwe ervaringen. Ik doorloop zo wel een snelle leerschool, met tal van omstandigheden - niet de makkelijkste - in betrekkelijk korte tijd. Op zich valt er redelijk te rijden, maar de dikke blubber waar ik doorga neemt wel heel veel snelheid weg. Dat geeft wel tijd om om me heen te kijken. De volle maan belicht een wolkje op een wel heel sprookjesachtige manier. Op deze manier zag ik een nachthemel nog maar zelden. Geweldig gewoon!
Aan het eind van het dijkje moet ik me in de hoofdstroom van het verkeer mengen. Onder deze omstandigheden lijkt het me veruit het verstandigste om niet het fietspad op te gaan. Tweewielers hebben de volle breedte nodig, dus kunnen ze me missen als kiespijn.
Wat dat betreft is mijn keuze verstandig, al is het op sommige stukken langzaamaan en veel stilstaan tussen de auto's. Je kunt ook niet alles hebben. Over de sluis neem ik weer het fietspad links. Door iets langer op de hoofdrijbaan te blijven, voorkom ik dat ik een verboden voor fietsers bord over het hoofd zie. Ik ben nu 5 km onderweg maar lig al bijna 20 minuten in de Quest. Dit gaat lang duren!
Denk ik dat ik nu ik Gouda uit ben vaart kan maken, begint er een hevige sneeuwbui los te barsten. De wind neemt meteen ook sterk toe en de sneeuw slaat in mijn ogen. Ik kruip zo diep mogelijk in de Quest, zodat de klep van de pet op de rand van het deksel rust. Een piepklein kiertje om door te kijken, maar nog groot genoeg voor de sneeuw om tussendoor in mijn ogen te slaan en voor een groot deel het zicht te belemmeren. Niet verstandig om vaart te maken onder deze omstandigheden, dus rustig trappen. Ik had vandaag mijn hartslagband maar weer omgedaan, want ik vermoedde dat ik die spierpijn opgelopen had door te fanatiek te fietsen. Nu echter piept het alert de hele tijd dat mijn hartslag te laag is. Het is ook nooit goed!
Langzaamaan doorploegend vraag ik me af of het misschien zinnig is om om te keren en toch de trein te nemen. Ik besluit dat ik daar toch net te ver voor ben, dat ik dan het slechte van twee combineer. Maar de volgende keer zal ik toch wat beter op het weerbericht letten, beloof ik mezelf.
Even verder weer iets nieuws: een sneeuwveger komt het fietspad schoonvegen vanaf de andere kant. Klein probleempje echter, de sneeuwveger is precies even breed als het fietspad. En laat nou net waar we elkaar ontmoeten een betonnen randje tussen het pad en de berm zijn, dus daar kan ik niet heen. Ik begin al achteruit te flinstonen, maar dat gaat zo langzaam dat de veger doorheeft dat ik een probleempje heb en hij gaat zelf van het pad af, de parkeerplek op (vandaar die betonrand). Ik steek mijn hand op om te bedanken en maak weer een klein beetje vaart. Bij Moordrecht aangekomen zijn de mensen zo druk met kijken waar ze zelf in dit weer heengaan, dat ik een paar keer moet brullen voor ze doorhebben dat ze voor mij het pad geheel blokkeren. Als ik er dan doorgemanouvreerd ben kom ik weer parallel aan de A20 te rijden. Daar zie ik veel verkeer dat behoorlijk langzaam gaat. Misschien dat alternatief vervoer vandaag ook veel extra tijd gekost zou hebben.
Ondertussen heb ik besloten dat doorfietsen er vanochtend helemaal niet inzit. Dan zijn extra kilometers erger dan stoplichten en ik besluit dan maar om de stadsroute te nemen. Ik hoop op het bijkomende voordeel van schonere fietspaden door veelvuldig gebruik. Ondertussen is de sneeuwbui opgehouden en kan ik weer wat zien. Ook iets meer vaart maken en door de sneeuw ploegend kom ik zelfs bij de 30 in de buurt. Dan eindelijk houdt de hartslagmeter zijn mond dicht en rijdt ik kennelijk met de matige intensiteit die ik me ten doel gesteld had.
Het wordt ondertussen behaaglijk warm in de Quest. Ik heb de binnen/buiten thermometer nog beter zitten en je merkt duidelijk dat dit fietsen betrekkelijk weinig ventilatie binnendoor geeft. De buitentemperatuur blijft de hele rit hangen rond de 3 graden, terwijl de binnentemperatuur steeds verder oploopt. Na een half uur fietsen is het binnen bijna 9 graden, tegen de tijd dat ik op mijn werk ben aangekomen zie ik 15, 16, 17 graden!
Zoals verwacht heeft het wenden en keren onder deze omstandigheden niet zoveel invloed op de vorderingen. Het is beroerd en het blijft beroerd :-) Mijn snelheid is weer laag in de twintig door een paar bochten en mijn HRM begint weer te piepen wegens te lage hartslag. Even later een prachtig praktijkvoorbeeld van waarom je niet blij met klinkertjes bent: ik ga van asfalt naar klinkers, houdt dezelfde snelheid maar moet veel harder werken: het piepen stopt.
Bij het Kralingse bos, meestal een stukje om even lekker door te fietsen, barst de zoveelste sneeuwbui weer los. Diep weggedoken in mijn bakkie probeer ik door een kiertje te kijken om zodoende de sneeuw uit mijn ogen te houden. Het lukt een beetje, dus ook hier moet ik mijn snelheid matigen. Wat is het opeens een lang stuk! Verderop houdt het weer op met sneeuwen en valt er eindelijk wat meer door te fietsen. Hier en daar zie je mensen staan op een manier die erop lijkt te wijzen dat ze onderuit gegaan zijn. Dat is nou iets waar ik vandaag nog niet bang voor ben geweest. Wel merk ik nog een paar keer bij het wegrijden van een stoplicht dat mijn achterwiel doorslipt. Weer denk ik aan de Big Apple die ik thuis heb liggen. Maar aan het rijden lijk ik te voelen dat zich zo nu en dan heel wat sneeuw in de wielkasten ophoopt. Zou een BA daar dan niet extra last van gehad hebben? Ik weet het niet.
Nog een stukje dat lastig lijkt te zijn: het viaductje over de A4. Nog voor ik omhoog ga, zie ik een brommerrijder die heel erg langzaam naar beneden gaat. Kennelijk is het glad of is de berijder daar in ieder geval bang voor. De sneeuw belemmert zowiezo om met grote snelheid omhoog te gaan, maar verder valt het wel mee. Klein verzetje draaien en dan gaat het wel goed. Het bonken wanneer de ketting voor op het kleine blad ligt is weg, tenzij ik achter tever doorschakel. Ik denk dat ik toch maar een paar schakeltjes uit de ketting haal.
Als ik aankom zie ik dat ik een uur en 40 minuten gefiets ben en maar 5 minuten extra onderweg. Gezien de omstandigheden valt het me reuze mee. Terwijl ik dit zit in te tikken is het buiten ondertussen stralend zonnig weer geworden en ik denk bij mezelf: had dat niet even eerder kunnen zijn?

Voor de terugweg ziet het er een stuk beter uit, al is de wind noord-oost en dus de hele weg tegen. Niet al te hard en het blijft helder, dus kies ik voor de plattelandsroute. Ik wil de haarspeld met twee keer steken vermijden en kies daarom toch weer voor de route door Schiedam, inclusief twee en een half stoplicht. Bij de stoplichten verlies ik de nodige tijd, zoals verwacht, maar verderop ook nog aardig wat doordat het redelijk smal en toch druk is en er bovendien overal klinkertjes liggen.
Via deze route ga je eerst onder de A4 door en volg je die daarna aan de zuid/oost kant, tot je bij het Doenviaduct, hoekje vliegveld komt. Daar ga je ook onder de weg door, maar voor je daar bent heb je weer heel wat klinkers verwerkt. Misschien toch de andere route nemen, over het viaduct, 1 stoplicht daar en dan eronderdoor. Dat moeten we morgenmiddag maar eens uitproberen.
Nadat ik door het tunneltje ben gekomen pluk ik de vruchten van deze route. Aan deze kant is de weg beter dan aan de noord-west kant en bovendien hoef ik dan even verderop niet de rechts/links door het tunneltje te nemen. Wanneer ik bij de Hofweg aangekomen ben heb ik tenminste over dat laatste stuk een goed gevoel. Dat andere weet ik zo net nog niet.
Op de Hofweg krijgen we weer iets nieuws. Een grote trekker met een nog veel grotere aanhanger komt me tegemoet. Dat wordt wel erg krap. De trekker gaat stilstaan, zo van ga er maar zelf langs, dan maak ik niets stuk. Eerst gaat mijn rechterwiel even de berm in, maar als ik merk dat hij echt blijft wachten tot ik er voorbij ben, stuur ik weer de weg op en vlak langs de aanhanger ga ik langzaam verder. Daarna kan ik weer snelheid maken en ga vlot door, naar en voorbij Rodenrijs. Via de Bonfut sla ik weer af. Hier heb ik ook een alternatief bedacht, maar ik besluit dat nog even te laten wachten, dan kan ik 1 voor 1 de veranderingen beoordelen. Dus via het ondertussen bekende fietspad, over de HSL en langs Bergschenhoek. Weer vlot via de rotondes -wat heerlijk dat je hier de hoofdrijbaan mag gebruiken- onder de N209 door. Ik volg weer de Leeuwenhoekse weg, opnieuw om niet twee veranderingen in 1 te nemen. Bovendien ben ik er niet zeker van of ik de alternatieve route van deze kant goed zou vinden.
Net over de Pekhuisbrug wil ik weer aanzetten, maar ik schakel wat al te woest en mijn ketting gaat eraf. Heel vervelend, maar met het nodige gefriemel krijg ik hem er weer op. De versnelling staat nu natuurlijk helemaal verkeerd om op te trekken en ook het matje in mijn stoeltje ligt helemaal niet lekker. Ik ben daar ook nog niet onverdeeld gelukkig mee. Wel fijn dat ie droog blijft (het water stroomt er wel door) maar ik had hem wel wat vaster willen hebben dan met die twee stroken klittenband. Ik lig ook nog niet helemaal ontspannen in mijn Quest.
De ketting eraf was wel een dompertje, want ik was goed op weg om een nieuw snelheidsrecord neer te zetten, ondanks beheerst rijden, tegenwind en donkerte. Maar de volgende paar lange rechte stukken helpen weer goed mee.
Als ik na Moordrecht weer op het fietspad rijdt, heb ik opnieuw last van het vele tegenlicht daar. Heel vervelend want door de ligging zie je het fietspad dan beroerd en moet je dus je snelheid weer aanpassen. Niettemin staat mijn gemiddelde ruim boven de 30 als ik Gouda infiets. Ik begin beter en beter te weten waar het wel en niet handig is om op de weg te rijden en ga soepel verder. Echter op de Goejanverwelledijk gekomen, het laatste lange rechte stuk, schiet opnieuw de ketting eraf. Ik baal als een stekker, vooral als ik uit mijn fiets moet om het te kunnen herstellen. Ondersteboven in mijn fiets gedoken wurm ik de ketting op zijn plek. Een ding is duidelijk: vanavond nog gaan er een aantal schakels uit.

dinsdag 25 januari 2005

De schakeltjes zijn uit de ketting, hopelijk geen kettingen er meer af vandaag. Het is koud geweest vannacht en op tal van plaatsen ligt een dun laagje sneeuw, of een laagje blubber op de weg. Je merkt duidelijk dat dat van invloed is op de rolweerstand. Vooral wanneer je ophoudt te trappen vertraag je merkbaar, terwijl dat anders altijd heel langzaam ging.
Het betere weer -helder en weinig wind- zorgt ook voor veel minder verkeer op de weg en relatief vlot leg ik mijn route af. Bij de Pekhuisbrug ga ik nu de andere Bergschenhoekse variant nemen: onder de kassen door (op de kaart gezien dan). Dat scheelt een flink aantal bochtjes en de drempels die er liggen zijn op 60 km/h ontworpen en je glijdt er heerlijk overheen. Positieve aanpassing dus! Voor de rest niet veel bijzonders.
Bij het hoekje van Zestienhoven neem ik toch nog een keer de route via de twee verkeerslichten om de haarspeld-met-steken te omzeilen. Dat bevestigt mijn gevoel van gisteren dat al die klinkers en drukte op tamelijk smalle straten niet handig is. Zelfs al neem ik meer dan voorheen hier de rijbaan. Wat vooral een groot verschil is, is hoeveel rekening met je gehouden wordt. Op het tweede stuk, industrieterrein Spaanse Polder, zijn nogal wat zijstraten. Verkeer dat daaruit komt, staat vaak midden op het fietspad te wachten tot ze de weg op kunnen. Nu ik zelf op de weg rijd heb ik daar veel minder last van dan op het fietspad. Men kijkt kennelijk wel goed naar het verkeer op de hoofdrijbaan en vergeet voor het gemak fietsers op het fietspad.
In Vlaardingen als ik op de plaats van bestemming ben, stopt er achter mij een politievoertuig. Twee agenten stappen uit en willen graag de "staat van mijn voertuig" bekijken. Vriendelijk staan we elkaar te woord. De agent vraagt of dit nou het meest op een fiets lijkt en hoe ik het zelf noem. Een velomobiel dus. Volgende vraag is hoe dat nou zat met het fietspad, want ze zagen mij dus op de hoofdrijbaan rijden en dat was voor hen aanleiding voor dit praatje. Terwijl ik mijn jack aan doe om niet te snel af te koelen vertel ik over de regel van breder dan 75 cm. Ze maken duidelijk dat ze hier niet helemaal van op de hoogte zijn, maar gaan er vanuit dat ik me er kennelijk in verdiept heb. De ene gaat zelfs een stapje verder en vermoedt dat je met deze fiets niet eens het fietspad op mag. Ik vertel hem dat -voor zover ik weet- het wel mag, maar niet moet. Ze vragen nog waar ik vandaan kom, of ik over de Vulcaanweg ben gekomen. Nu was ik dat niet, maar ik weet ook dat je daar niet eens mag fietsen en dat zeg ik ook zo.
Ze noteren nog even mijn naam en telefoonnummer, terwijl ik vermoed dat ze ook velomobiel.nl even genoteerd hebben. Ze geloven me gewoon bij mijn naam en vragen verder niet om een ID of zo (had ik wel bij me overigens). Ze zullen het vanmiddag nakijken. Mochten ze dit nu lezen (als je zoekt op velomobiel + van malssen zou dat niet zo gek zijn) dan mijn complimenten voor de prettige manier van afhandelen!

Doordat ik vanmorgen een stuk vlotter was, kan ik wat eerder naar huis ook. Dat is weer nieuw: fietsen bij daglicht. Ik ben nog niet zo gelukkig dat ik de hele weg met daglicht rijd, maar een half uur langer scheelt heel wat. Vooral het snel aansnijden van bochten gaat beter, omdat je meer gevoel hebt wat kan en wat niet kan. Je ziet de weg en de omstandigheden nou eenmaal beter.
De route begint langzaamaan uit te kristalliseren en ik vertrek dan ook tamelijk vlot, ook geholpen door het goede licht. Ik ga dus weer over het Doenviaduct, want binnendoor was geen succes. In de aanloop naar het viaduct rijd ik langs de Matlingeweg vlot de rij vrijwel stilstaande auto's voorbij. Jammer alleen dat van en naar deze stroom, automobilisten zich concentreren hoe ze zich hier in of uit mengen en geen oog hebben voor fietsers. Echt gebruik maken van het mooie wegdek is er dus niet bij. Het Doen-stoplicht voorbij de haarspeld terug naar de A13-parallelweg en dan onder het viaduct door. Daar moet ik even wachten op een stroom auto's. Hoe zit dat eigenlijk? Kom ik niet gewoon van rechts? Afijn, erdoor en doorrijden maar. Het begint al te schemeren, maar het is nog niet helemaal donker als ik over de Hofweg ga. Ik probeer me in te houden maar de omstandigheden lonken ondanks de lichte tegenwind naar een gemiddelde ruim boven de 30. Halverwege Rodenrijs draai ik de Wilderskade op. In tegenstelling tot de vorige keren fiets ik die nu helemaal af. Dat scheelt weer twee haakse bochten en een halve draai.
In Bergschenhoek mik ik erop dat ik de afslag naar mijn nieuwste stukkie weg niet zal missen en draai de Hoeksekade op. Een km verder naar links, tussen de kassen door. Ik ben erg blij dat de aanwonenden kennelijk goed geijverd hebben voor een mooi stukje asfalt voor de deur. Hier kan ik me niet bedwingen en vlieg met dik 40 over de drempels. Heerlijk! Een stukje verder weer langzaam door het bruggetje maar zelfs dat laat het gemiddelde niet onder de 30 zakken. Ik merk goed het effect van 6 cm ketting er tussenuit, want het schakelen voelt beter aan zo.
Ondertussen is het weer helemaal donker geworden, maar dat mag de pret niet drukken. Bij Nieuwerkerk ga ik onder de A20 door richting Moordrecht. Ik voel de tegenwind wel en omdat ik mezelf weer in toom heb, blijft de snelheid bij de midden 30 steken. Vlot wil ik de draai over en na het spoor maken, maar voor mijn neus gaan de bomen dicht. Dit is een gevaarlijke overgang, de trein komt snel en gaat hard. Heel hard. Liggend in mijn Quest voel ik het dreunen van de treinwielen over de naadjes in de rails. Als het zo snel gaat, zijn de bomen ook weer snel open en kan ik weer op pad. Langs de provinciale weg is het fietspad weer akelig slecht te zien. Mijn blanco bril is al weer een tijdje af. Zou schoonmaken misschien helpen?
Twee km voor Gouda staat het op de weg zelf vol met langzaam rijdende auto's. Ha, zullen ze eens zien dat een fiets snel is! In Gouda wil ik een stukje alternatief voor de Rotterdamse weg nemen, maar ik sla te snel rechtsaf en kom naast het sportveld te staan. Grrr! Helemaal in de verkeerde versnelling en geen ruimte om fatsoenlijk te keren Flinstone ik wat heen en weer voordat de neus weer de goede kant op staat. Dan maar de gewone weg. Bij het stoplicht sta ik stil naast een brommertje. Ik heb echter geen zin in een wedstrijdje en trek extra rustig op. Nog steeds staat het overal voor auto's. Toch wel handig dat ik wel op het fietspad MAG rijden!
Nog 1 stoplicht, dat heel handig op tijd op groen springt. Een auto staat een beetje in de weg bij de opgang naar de Goejanverwelledijk maar ik weet er soepel en netjes omheen te rijden. Het is alweer een politieauto. Deze keer echter zonder staandehouding.
Nog even doorrijdend en met een gemiddelde van ruim 31 km/h ben ik vroeger dan ooit thuis. Het gaat de goede kant op.

Woensdag 26 januari 2006

Het heeft vannacht flink gevroren, maar het is ook erg helder. De wegen zijn lekker droog als ik wegfiets. Zo 's morgens lijkt Schielands Hoge Zeedijk een prima alternatief voor de Rotterdamseweg, waar je niet mag fietsen, in de file kunt staan en een stoplicht hebt. Er is wel wat industrieel verkeer, maar het voelt goed aan. Onderweg blijft het tempo lekker en het lijkt erop dat ik vlot in Vlaardingen zal zijn. Mijn fietsbril heb ik ondanks het soms wazige zicht toch maar op, want de lucht voelt erg koud aan de ogen. Misschien toch eens schoonmaken?
Na een tijdje trek ik het colletje dat ik vorige week gekocht heb, wat hoger, zodat mijn oren er ook in komen. Nu lijken ze er wel af te vriezen. De Schiebroekse weg bij Bergschenhoek beviel wel gisteren, dus die draai ik weer op. Alleen gaan er nu net voor mij twee zware vrachtwagens die weg op. Daar kan ik wel achter rijden, denk ik, maar even later staan ze stil. Als ik aanstalten maak om er langs te fietsen zie ik waarom: er komt nog zo'n bakbeest van de andere kant. Ik besluit dat die nog zover weg is dat ik voor hem die andere twee voorbij kan en weer aan de kant kan zijn. Dat pakt ook zo uit zonder krap te worden en daardoor houdt ik de vaart erin. Misschien vinden die andere chauffeurs dat helemaal niet leuk, maar op de rest van de weg en Wildersekade zie ik ze niet eens dichtbij komen in mijn spiegel.
In Vlaardingen neem ik voor de zekerheid het fietspad over het spoor, om eens goed te kijken hoe dat daar nu zit met de borden. In de gauwigheid zie ik echter geen bord verboden te fietsen, dus zou ik daar toch de hoofdrijbaan al voor de brug op kunnen? Morgen nog eens extra goed kijken.

Pech, pech, pech

In mijn lunchpauze loop ik even langs de kleedkamers om mijn spullen op te halen en kleren voor morgen klaar te leggen. Dat maakt vertrek aan het eind van de dag een stuk soepeler. Er zijn op dat moment ook twee hardlopers, net klaar van douchen en omkleden. We maken even een babbeltje met elkaar, over de marathon van Rotterdam en dat het dan wel handig is om ook wat km's gelopen te hebben. Ik vertel dat lopen er nog even bij inschiet, maar dat ik voldoende fiets.
Buitengekomen zegt een van de twee over een fiets die daar staat: wel een mooi fietsje! Waarop ik antwoord dat de wielen wel wat groter zijn dan die van mijn fiets. Hij raakt meer en meer geinteresseerd en vraagt verder. Ik vertel niet alles, maar nodig hem uit om even mee te lopen naar de fietsenstalling. Onderweg vertelt hij dat hij recent een tweedehands Batavus Relax gekocht heeft. Hij durft het nauwelijks hardop te zeggen, maar ik werp tegen dat het wel degelijk een mooi fietsje is. Hij blijkt door een andere collega geinspireerd te zijn, maar er nog niet toe gekomen om naar het werk te fietsen. Als hij dan mijn fiets ziet wordt hij helemaal enthousiast en vraagt honderduit.
Als het tijd is om naar huis te gaan is het nog even daglicht. Net als gisteren dus. Ik vertrek redelijk op tijd en rijdt richting Zestienhoven. Op een kruispunt een stukje daarvoor gaat er echter iets mis. Blijkbaar heb ik gisteren, toen ik mijn ketting inkortte, de ketting niet goed genoeg weer in elkaar gezet, want hij breekt open. Gelukkig heb ik net genoeg vaart om me wat verder door te laten rollen en uit de drukte te staan om te gaan repareren. Ik ben wel blij dat ik mijn ingeving om mijn kettingpons in de Quest te leggen opgevolgd heb!
Met wat gewurm krijg ik de afgebroken ketting van de trapperkant weer door de kettingbuis en pons ik hem onder het zitje weer in elkaar. Ik hang ondersteboven in mijn fiets om de ketting weer over de spanner en om het tandwiel te leggen. Wel ongemakkelijk zo en het schiet ook niet echt op. Als ik even rechtop ga staan om mijn rug te rechten, staat er een man geinteresseerd te kijken en begint een praatje. Als ik vertel dat het toch echt een fiets is reageert hij met dat het er niet echt op lijkt. Dat vond ik zelf nou ook al. Hij praat nog even verder met de geijkte opmerkingen over snel en comfortabel. Het is opvallend dat heel wat mensen nog nooit een velomobiel gezien hebben, maar dat ze toch al een imago van snel en comfortabel hebben. Hij wenst me succes en gaat op weg naar huis. Dat wil ik ook, maar dan moet eerst die ketting erom!
Het lijkt erop dat ik een kronkel in de ketting heb laten zitten bij het in elkaar ponsen en dat hij dus weer los moet. Grrrr!
Ik rijd de Quest naar een stukje gras en leg hem voorzichtig op zijn kant. Nu valt meteen op hoe smerig de onderkant ondertussen is geworden. Door de voetengaten is het heel wat makkelijker om bij de ketting te komen. Los ponsen, goed draaien en weer aan elkaar zetten. Het begint echter al tamelijk donker te worden, dus ik trek het binnenlichtje naar me toe om me bij te lichten, terwijl ik de ketting op zijn plek probeer te krijgen. Een paar keer gaat mijn claxon, dus ik denk nog dat door het bewegen het schakelaartje ingedrukt wordt. Als echter even later het licht helemaal uit gaat heb ik door dat er iets mis was! Balen, want nu ligt de ketting erop, maar heb ik geen licht. Het zekeringetje is gesprongen. Wat nu? Nog 38 km doorfietsen zonder licht is beslist geen optie. Zelf zou ik wel genoeg kunnen zien als ik rustig fiets, maar dan wordt je nog lang niet genoeg zelf gezien even los van dat het dan wel heel lang gaat duren. Een optie is om voorzichtig 6 km terug te fietsen, de fiets weer in de fietsenstalling te zetten en dan de trein te nemen. Ik besluit echter om nog een derde mogelijkheid te proberen en spreek een man aan die net in zijn auto wil stappen. Ik vraag vriendelijk of hij misschien een reservezekeringetje heeft. Hoeveel ampere maakt me op dat moment niet echt uit. Hij zoekt even in zijn auto maar vindt niets. Hij zal even terug gaan naar zijn werk en een collega vragen. Terwijl ik wacht bel ik Clara even op om haar op de hoogte te stellen. Het is niet nodig dat zij zich ongerust moet gaan maken. De man blijft echter een aardig tijdje weg en ik begin het koud te krijgen. Ik stap maar in en rijd heel langzaam een beetje heen en weer. Kan ik meteen voelen of de ketting goed ligt.
Dan komt hij weer terug, echter zonder zekeringetje. Ondertussen is bij een vrachtwagen die daar staat de chauffeur gekomen. Nog eens proberen en ik vraag haar of ze me kan helpen. Ze kijkt eerst in de cabine, maar gaat even later naar binnen, naar haar eigen wagen. Ze komt terug met twee zekeringetjes: 7.5 en 10 Ampere. Ik mag ze beide hebben. Ik bedank haar hartelijk, steek de zekering erin en bedank ook de man die voor me op zoek is geweest. Ondertussen had hij al verteld dat hij me al een aantal keren daar langs had zien scheuren. Dat is knap, want dit was pas de derde keer dat ik door dat straatje ging.
Nu kan ik dan eindelijk op weg naar huis en me warm trappen. Denk ik. Mijn pech voor de dag is echter nog niet op. Het valt me op dat de ketting zo ratelt, terwijl ik heel rustig fiets. Dan maar even voor schakelen, wellicht staat de derailleur niet goed. Gevolg is echter dat de ketting er weer afgaat. In de Quest gedoken krijg ik hem er niet om. Wat blijkt? Bij het eerder in elkaar zetten was ik vergeten de ketting door het kooitje van de derailleur te leiden. Dus kan de Quest weer op zijn kant, ik de ketting weer losmaken, doorleiden en weer vastmaken. Alles bij elkaar ben ik zeker drie kwartier aan het emmeren geweest. Maar nu is het dan toch eindelijk voor elkaar en kan ik gaan fietsen.
Het geluk keert zich nu een beetje ten goede, want het is ondertussen windstil geworden. Ook is het verkeer duidelijk over zijn hoogtepunt heen en dat rijdt een heel stuk prettiger en sneller. Voor de route geen nieuwe variaties, maar wel flink doorrijden. Ik houd me maar even niet al te veel in, het is al laat genoeg.
Bij Gouda aangekomen was ik eigenlijk van plan om de Rotterdamse weg te vermijden en over het dijkje te rijden. Maar voor me is de weg helemaal vrij en even verderop zie ik de auto's net optrekken bij het groene verkeerslicht. Ik zet vol aan en geholpen met het aflopen van de weg rijd ik met bijna 50 nog net door het oranje licht. Doorfietsend zie ik dat van deze kant af er geen "verboden voor fietsers" bord hangt en ik ga dan ook in volle vaart door. Tot bij Uniqema, waar de weg weer omhoog gaat, blijf ik dicht bij de 50 rijden. Dat is wel lekker na zo'n rit.
Als ik thuis aankom zie ik dat ik ondanks de vertraging en het langzaam rijden om warm te worden toch nog een hoogste gemiddelde heb gereden! En dat terwijl, volgens mijn hartslag, ik nog lang niet voluit gereden heb. Dat geeft dan weer goede hoop voor de toekomst.
De lessen die ik vandaag geleerd heb:
- neem een reservezekering (of twee) mee
- zorg dat het binnenlampje geheel geisoleerd is

Donderdag 27 januari 2005

Gisteravond heeft Clara me gevraagd om vandaag met de trein te gaan. En met de verse laag sneeuw die er vannacht gevallen is, valt het me niet moeilijk om daaraan gevolg te geven. Ik heb mijn portie voor deze week gehad. Morgen moet ik naar Zwijndrecht en wordt het autorijden. Maandag is de Quest weer aan de beurt.
In Rotterdam blijkt duidelijk dat niet alleen de fiets vertraging op kan lopen: als ik naar mijn aansluiting richting Vlaardingen loop zie ik op het perron nog net de achterlichten van de wegrijdende trein. Tja, dat heb je op de fiets dan weer niet.

Vrijdag 28 januari 2005

Een dagje zonder Quest merk je wel meteen. Mijn benen voelen een stuk vermoeider dan na een dag fietsen. Misschien dat mijn lichaam zich nu pas de tijd gunt om alle vermoeienissen weg te werken? Hoe dan ook, je wordt er wel wat duffer van.
Verder zou het vandaag bijna een fietsloze dag zijn geweest. Ik moet voor een seminar naar Zwijndrecht. Buiten dat ik geen idee heb of ik me daar fatsoenlijk om zou kunnen kleden, zou dat opnieuw 40 km over onbekend terrein zijn. Dat hoeft voor mij nu even niet. De trein is ook al een slecht alternatief op dit traject, want de treinreis zelf is al anderhalf uur, dan komt het voor- en natransport er nog bij en zit je zo aan de twee uur. Dan zou fietsen nog sneller zijn geweest, met omkleden en al erbij in. Vandaag wordt het dus dat andere vervoermiddel: de auto. Nog geen 40 minuten enkele reis. Dat is natuurlijk wel buiten de spits om, zowel heen als terug.
Thuisgekomen blijkt de verkoop van ons Engelse huis met succes afgerond te zijn. We hebben dus niet langer een tweede huis(je) in het buitenland. Ik moet nog even wat halen en spring dus maar in de Quest. Het is niet ver en het is rustig en droog weer, dus ga ik voor het eerst "open" rijden. Dat scheelt wel een heel stuk met hoe snel je erin en eruit bent. Voor kortere afstanden maakt dat meer verschil dan het eventuele snelheidsverschil dat het deksel zou maken. Zowiezo is het een stukkie van niks en nog door de bebouwde kom ook. Maar bij stoplichten op het knopje drukken gaat wel heel veel makkelijker zo!
Onderweg hoor ik weer van alles en nog wat geroepen. Tenminste, dat denk ik, want ik ben al te ver weg om nog iets te verstaan. Dat doet me er weer aan denken dat ik me wel moet blijven realiseren hoe ik en mijn gedrag in het verkeer over kunnen komen bij andere mensen. Ook als ik heel goed rekening houd met anderen en goed uitkijk, kunnen sommige mensen een ander idee krijgen als ze je pas op een laat moment zien en dan met hoge snelheid langs zien komen. Ik ben per slot van rekening nog niet overal een bekende verschijning.

Zondag 30 januari 2005

Tussen het klussen in huis door vind ik nog tijd om ook wat met mijn Quest bezig te zijn. Ik heb al even een tweede buitenspiegel klaarliggen, maar ben er nog niet aan toe gekomen om hem te monteren. Nu dan maar.
Om de spiegel te monteren, moet er een gat in de Quest geboord worden. Opnieuw merk ik dat de eerder opgelopen schade het mentaal makkelijker maakt om de boor in de Quest te zetten. Zo vlak bij de rand van het instapgat is de Quest echter aardig dikwandig en het duurt even voor ik erdoor ben (ik draai het boortje los door mijn vingers). Vervolgens is het echter een fluitje van een cent om het spiegeltje te monteren. Als ik toch bezig ben, ga ik met een ander ideetje verder. Ik heb namelijk gemerkt dat ik het erg op prijs stel om ook als het donker is, een indruk van actuele en gemiddelde snelheid te hebben. Daarvoor had ik ook al een computerverlichting op mijn hurricane gebouwd (zie ligfiets.net zelfbouwafdeling).
Bij de Quest is er standaard al de binnenverlichting. Een lampje aan een snoertje en een apart schakelaartje. Heel handig als je ook elders iets wilt bijlichten. Ik zit echter aan een binnenverlichting te denken die gekoppeld is aan de gewone verlichting: koplamp&achterlamp. Dan kun je ook bij schemer van binnenuit makkelijk zien of je nou wel of niet je lamp aan had gedaan. Op een andere manier zie je dat vaak niet zo makkelijk. Omdat ik nog wel wat ledjes in huis heb, ga ik drie ultrabright amber leds in serie met een klein weerstandje gebruiken. Dat zou als binnenverlichting ongeveer 1/10 van de 'gewone' binnenverlichting moeten vragen. Door de schakelaartjes los te wippen kom ik bij het binnenwerk. Met wat snoertjes vind ik uit op welke twee plaatsen ik de verlichting moet monteren om de leds aan te hebben tegelijk met het gewone licht. In een stukje plastic boor ik gaatjes voor de leds, soldeer ze vast en met een weerstandje aan een snoertje. Dat laat ik naar "binnen" gaan waar ook het snoer van de gewone binnenverlichting naar binnen gaat. Vastgemaakt en gecontroleerd: het werkt.
even rijden
Dan moet ik nog even rijden ook natuurlijk, ook om te kijken of de spiegels goed zitten. Paulus had me gevraagd om eens bij Double Performance in Gouda te kijken, ivm het bedrijfsoverzicht op ligfiets.net. Op de kaart zie ik een leuk fietspad onder twee spoorlijnen en een doorgaande weg, precies op de juiste plek uitkomen. Dat gaan we dus maar eens proberen. Het fietspad blijkt op zich mooi te zijn, maar wel erg smal. Gelukkig kom ik niemand tegen, want er had ook echt niemand langs gekund! Ik maak de draai om onder het spoor door te gaan. Het pad lijkt wel nog smaller te worden. In het tunneltje loopt een sloot naast het fietspad. Muurtje aan de ene kant, stalen hek aan de andere kant en krappe bochtjes. Gaat dat wel goed? Uiterst langzaam ga ik verder. Ja, het lukt. Dan weer een klein stukje voor het volgende tunneltje, onder het andere spoor door. Halverwege nog een akelig smal en ook nog eens hoog en hoekig bruggetje. Beslist niet met Questen in gedachte ontworpen. De hoek tussen bovenkant van de brug en het stukje naar beneden is zo groot, dat ik vrees met de bodem op de grond te komen. Ik haal mijn voeten los van de pedalen en houdt via de voetgaten de grond in de gaten. Het valt mee, de bodem blijft vrij. Het andere tunneltje is een duplicaat van het eerste en wordt weer tergend langzaam genomen. Leuk voor een keer dit pad, maar niet voor herhaling per Quest vatbaar.
Double performance kan ik niet vinden en ik fiets via een klein omweggetje weer naar huis. Het valt me op dat vooral grote honden erg schrikken van mijn witte bolide. Met de staart tussen de poten kruipen ze achter hun baasje (m/v) en blaffen dan nog wat. Een volwassen man moet heel erg lachen en wijst naar me. Het doet me erg denken aan de manier waarop normaal gesproken vijf jarige jongetjes hun verbazing uiten.
De binnenverlichting heb ik nog niet echt kunnen testen, daar was het niet donker genoeg voor. De rechter buitenspiegel voldoet prima.

Maandag 31 januari 2005

Zou ik deze week eindelijk eens zonder bijzondere avonturen kunnen forensen? Het begint in ieder geval goed, met tamelijk rustig weer. Licht windje tegen, maar dat doet niet zoveel. Het lusje om de Rotterdamseweg in westwaardse richting (die verboden voor fietsers is) te vermijden bevalt goed. Bij het terugkomen op de hoofdweg, op het fietspad ter linkerzijde, krijg ik ongedefinieerd commentaar van een jongedame die te fiets van de andere kant komt. Ze heeft geen last van me, maar meent toch een opmerking te maken. En dat terwijl ze zelf zonder licht in het donker rijdt. Gelukkig doet mijn licht het wel goed.
De binnenverlichting voldoet op zich goed, al had het iets feller gemogen. Ander weerstandje misschien? Of is drie in serie net iets te veel gevraagd? Het lijkt op het laatste als een uurtje later de binnenverlichting meeknippert met de richting aanwijzers. Dat duidt op een schommeling in de beschikbare spanning, op een dusdanige wijze dat de spanning over de voorschakelweerstand van de leds merkbaar beinvloed wordt. Straks eens een van de drie leds kortsluiten en het zou prima moeten gaan.
Onderweg begin ik steeds meer de vruchten te plukken van het kennen van de route. Ik verlies minder energie bij bochten en kom er sneller uit. Bij Bergschenhoek slinger ik weer soepel en netjes over de twee rotondes, handig het fietspad vermijdend. In mijn ooghoek zie ik een politiebusje staan. Zouden ze...
Voorbij de rotondes sla ik linksaf, parallel aan de N209. Even lekker vaart maken. Halverwege deze weg komt er een busje voorbij en jawel, achterop staat te lezen "politie" "stop". Dus toch. Ik geef richting aan naar rechts en breng mijn fiets tot stilstand. Twee alweer vriendelijke agenten komen naar mij toe. Ze suggereren zelf al dat ik vast vaak gecontroleerd wordt, wat ik beaam: de tweede keer in twee weken. Het gesprek is bijna een duplicaat van het vorige gesprek met de politie: wat is dit en moet je dan niet op het fietspad fietsen. Dit is een fiets, een velomobiel, een trapauto met mensaandrijving, noem het zoals je wilt. En nee, omdat hij breder is dan 75 cm mag je op de hoofdrijbaan als daar geen bord "verboden voor fietsers" staat. Ze vragen nog even hoe het met de veiligheid staat en ik wijs op mijn spiegels, de verlichting, de richtingaanwijzers en vertel ze over mijn rijstijl: rekening houden dat niemand je ziet en dat mensen je snelheid verkeerd inschatten. Preventief remmen en niet op het randje van de weg rijden als -door de modder- de rand van de weg niet goed te zien is. Ze vragen nog even wie de fiets ontworpen heeft en ik wijs het aan op mijn Quest. Geinteresseeerd willen ze nog weten of ik aan het recreeren ben of dat ik met woonwerkverkeer bezig ben. Als ik het laatste beaam verontschuldigen ze zich voor het oponthoud en wensen me een goede voortzetting van mijn reis toe. Als ik net weer op gang ben, bedenk ik me dat ik ze eigenlijk had moeten vragen of ze dit verhaal niet aan zoveel mogelijk collega's kunnen vertellen, zodat ze niet allemaal zelf me een keertje hoeven te stoppen om het te horen. Afijn, dat is iets voor de volgende keer.
Ondanks het oponthoud kom ik vlot aan op mijn werk. Net geen dertig gemiddeld, maar wel het hoogste gemiddelde tot nu toe.

Gedurende de dag wordt het steeds natter en ook de wind trekt aan. Omdat het morgen laat zal worden, ga ik vandaag een beetje eerder naar huis. Even wat extra daglicht pakken. Het lange rechte fietspad onder het Beatrixpark in Schiedam heeft halverwege een groot kruispunt. Zelden verkeer, maar deze keer fietsers van de ene kant en twee auto's van rechts. Zoals het hoort stop ik (weg vaart) wat kennelijk niet verwacht werd. De eerste auto rijdt aarzelend door en de tweede blijft wachten. Dat maak je wel eens anders mee! Rustig weer optrekkend vervolg ik mijn weg terwijl de regen blijft toenemen. Het water slaat van tijd tot tijd weer in mijn ogen ondanks de grote klep van de pet. Op weg richting fietspad staat het op de hoofdrijbaan behoorlijk vast. Het mooie wegdek van het fietspad maakt een flinke vaart mogelijk, wat lastig is bij de zijstraten. Je hebt er voorrang, maar weet iedereen dat? In twee gevallen blijven auto's keurig zo staan dat duidelijk is dat ze me aan zien komen en blijven wachten. In een geval waar een auto van de hoofdrijbaan af wil slaan druk ik met wat powerplay mijn weg door. De auto blijft op het laatste moment stilstaan. Hij wist natuurlijk niet dat ik mijn voeten al lang stil had en de vaart eruit liet lopen, vingers op de rem. Maar het powerplay slaagt en ik ga lekker door. Bij het vliegveld trek ik het deksel ruim tevoren los, zodat ik vlot op het knopje van het verkeerslicht kan drukken. Het licht springt meteen op groen. Dat gaat lekker.
De haarspeldbocht daar vlak achter weet ik ondertussen te nemen met net aan alle wielen op het asfalt. Een stukje verder race ik over de Hofweg. Met de wind in de rug schiet de snelheid naar midden 40. Vanwege de zijwind wel wat wiebelig en ik houd me dan ook wat in. Tjak, met bijna 40 over die steentjes. Ik voel me gelanceerd. Dit is vast niet goed voor de vering, volgende keer iets rustiger er overheen. Met behoorlijke snelheid neem ik de bochten om op de Rodenrijse weg te komen. Ook hier merk ik dat de weg kennen, samen met het daglicht dat er nog een beetje is, een hoop scheelt.
Een eindje verder kom ik weer aan bij de Pekhuisbrug. Die betonblokken blijven vervelend. Het oprijden lukt nog net, maar deze keer gaat het afrijden net niet. Ik stuur iets te recht aan en steek een keer achteruit voor ik verder draai, de weg weer op. Ik hoef nauwelijks aan te zetten om weer midden 30 te rijden. Op de bochtige, natte weg waar het ondertussen donker geworden is, hard zat. Even later de afslag naar links, de 3 km Middenweg op. Met het aanloopje naar beneden gaat de snelheid weer hard omhoog. Ver in de 40 zolang er geen tegenliggers zijn. Als die er wel zijn iets vaart minderen om goed te kunnen passeren en daarna weer versnellen. Mijn snelheid blijft behoorlijk hoog, maar ik heb ook wel wat breedte nodig. Een auto komt achterop. Jammer voor hem, maar met deze wind wil ik ruimte houden. Blijf er maar achter tot de weg breed is. De auto blijft achter me rijden, maar met elke tegenligger verliest ie weer een stuk terrein. Ik denk dat hij uiteindelijk nauwelijks tijd verloren heeft door achter mij te rijden.
Ook de rest van de rit verloopt snel, ondanks de stromende regen. Bij Gouda wordt ik nog wat vertraagd doordat ik besluit met de auto's mee te gaan, wat beloond wordt door een relatief vlotte doorloop bij de verkeerslichten. Met een gemiddelde van 32.5 (een record) sluit ik mijn eerste maand met de Quest af.
Mijn teller staat ondertussen op 727 km. Samen met de hurricane kilometers heb ik deze maand 1149 gefietst. Het is wel heel erg lang geleden dat ik in een maand zoveel gefietst heb! En dan te bedenken dat dit 'record' ongetwijfeld binnenkort gebroken gaat worden.

Februari 2005

Dinsdag 1 februari 2005

Een nieuwe maand, een nieuw deel van de weblog. Ik kreeg al reacties dat het zo'n grote lap tekst was geworden, dus maar eens een nieuw stuk maken. Overigens heb ik ook gisteravond nog een stuk bijgeschreven, dus je kunt nog even terug.
Omdat het vanavond laat zal zijn voor ik terug fiets, besluit ik om het vanmorgen maar rustig aan te doen. Vlak voor het opstaan wordt ik al wakker van wind die wel erg luid klinkt en ik kijk dan ook nog even voor vertrek naar het weerbericht. Dat valt echter mee en zal me niet weerhouden. De wind staat NW en dat betekent de meeste tijd tegen. Om me te helpen om het rustig aan te doen gesp ik de hartslagband weer om. Ik heb trouwens weer even de weblog van Mango-rijder Kees Schouten (zie links) bijgelezen en zie dat hij eigenlijk doorlopendmet een shirt met korte mouwen fietst. Omdat ik over te koud zeker niet te klagen heb, in tegendeel, ik zweet me een ongeluk, ga ik dat vandaag ook maar eens proberen.
In het begin is het even wat koel, maar geen moment voelt het koud aan. Ik fiets net lekker als het begint te regenen. De regenradar die ik net geraadpleegd had, liet kleine plukjes zien, dus ik verwacht dat het snel weer over is. Niet dus. Het zet door en wordt harder. De regen slaat weer onder mijn pet door en om zicht te blijven houden moet ik mijn fietsbril weer in de Quest leggen. Eigenlijk moet ik daar een mooi brillenvakje voor maken, want nu ligt ie op de bodem, de vochtigste plek in de fiets en is hij te beslagen om verderop weer te kunnen opzetten. Ondanks de regen en de wind blijft het tempo heel behoorlijk. Ik raadpleeg mijn hartslagmeter, maar zie toch wel tot mijn verbazing dat de hartslag binnen de perken blijft. De bochten gaan ook op steeds hogere snelheid, dat scheelt een hoop: sneller naar de bocht toe en eerder weer terug op snelheid uit de bocht. Ik begin al een klein beetje een ervaren Questpiloot te worden.
Opeens realiseer ik me dat ik me al een aantal dagen niet meer aan mijn zitting geergerd heb. Ben ik er gewoon gewend aan geraakt? Of lig ik meer ontspannen in mijn fiets? Ik weet het niet, maar vind het niet vervelend.
Even later rijdt ik langs de vaart richting Zevenhuizen, om af te slaan richting Middenweg. Een auto die daar vandaan komt hoort mij voorrang te geven, maar duwt zich voor mij langs. Niet netjes, maar verder niet zo'n probleem.
Het begint ondertussen te schemeren. De dagen worden al merkbaar langer. Dat, gecombineerd met 10 minuten later vertrekken, levert heel wat meer rijden bij daglicht op. Ik steek vrijwel nergens mijn grootlicht nog op.
Bij het vliegveld zie ik dat er een fietser net richting stoplicht gaat. Als ik het goed time, zorgt hij ervoor dat het verkeerslicht op groen staat als ik eraan kom. Daarvoor moet ik wel tamelijk snel de haarspeld nemen. Dat lukt boven verwachting goed. Ik zet nog even aan en zie het licht voor me op groen springen. De andere keren ging het razendsnel weer op oranje, maar vandaag blijft het net even langer groen. Lang genoeg om in een keer door te kunnen rijden.Het vervolg van de rit verloopt soepeltjes en ondanks het rustig aan doen en de wind uit de verkeerde hoek, ben ik in dezelfde tijd als gisteren op mijn werk. Even douchen en dan kunnen we er weer een dag tegenaan.

Het is al laat als alle besprekingen eindelijk klaar zijn en ik op weg kan naar mijn fiets. Terwijl ik me om sta te kleden wordt ik aangesproken. Een collega (die ik verder niet ken, maar als ie geen collega was zou ie niet in de fietsenstalling staan) zegt: "Ah, ben jij het van wie die mooie fiets is! Ik was al jaloers". Dan vraagt hij of het een Collano fiets is (of zo iets, ik weet het niet meer precies). Daar heb ik nog nooit van gehoord, van zo'n type fiets, maar hij vertelt dat Collano een ontwerper was die zoiets een jaar of tien geleden ook ontworpen had. Het zei mij in ieder geval nog steeds niets. Maar we spraken er nog even over door, ook hij was geinteresseerd. Ik was op dat moment echter vooral geinteresseerd om weg te gaan, het was al kwart voor zeven.
Als ik net weg aan het fietsen ben realiseer ik me dat ik mijn colletje niet om mijn nek heb. Het T-shirt bevalt goed, maar om mijn nek moet ik iets anders hebben. Ik grabbel om me heen en vind zowaar een sjaal. Dan wikkel ik die maar om mijn nek. Ondertussen pak ik mijn telefoon om naar huis te bellen. Even melden dat ik vertrokken ben, dan weten ze ongeveer wanneer ze me thuis moeten verwachten. Ik had beter even kunnen wachten, want ik rijd net over een klinkerweggetje. Dat maakt een hoop herrie en ik kan Clara nauwelijks verstaan. Maar de boodschap komt over en ik fiets verder. Het is eigenlijk allang etenstijd, dus ik grabbel opnieuw. Nu komt er een Snickers tevoorschijn die ik opeet. Zonder brandstof kom je tenslotte nergens.
Met al dat gebel en ge-eet ben ik al een stukje doorgefietst, maar eigenlijk in laag tempo. Ik vind het wel laat genoegen besluit dat vandaag de turbo wel even aan mag. Het tempo gaat flink omhoog en ik race langs het Beatrixpark. Aan het eind moet ik linksaf, het industrieterrein af. Scherpe bocht, dus terugschakelen. Maar ai, ik doe het verkeerd om en schakel eerst achter flink terug. Dat vindt de ketting niet leuk, ik heb blijkbaar vorige week iets te enthousiast ingekort. De boel zit een beetje vast. Ik hobbel nog wat door met de vaart die ik al had en probeer al hobbelend de boel weer gaande te krijgen, door de achterderailleur weer naar een grote versnelling en de voorderailleur naareen kleiner blad te schakelen. Maar omdat de boel al wat vast zit, wil het niet draaien en dus ook niet van blad verwisselen. Dan maar weer achter schakelen waar de ketting ligt, dan kunnen we in ieder geval achteruit trappen. Om het feest compleet te maken gaat nu ook de ketting van het voorblad af. Ik heb het nog net op tijd in de gaten en draaide trappers voorzichtig weer terug. Met 1 voet vast probeer ik met de andere voet de ketting op zijn plek te duwen. Heeeeel voorzichtig en ja, daar gaat ie weer. Als ik heel voorzichtig duw, draait de ketting op het voorblad. Nu voorzichtig schakelen naar het middenblad en er is weer ketting vrij om achter te schakelen. Dan kan ik eindelijk weer gang maken. Was ik net bezig een beetje gemiddelde neer te zetten, dit hielp natuurlijk niet. De ketting inkorten had ik nou juist gedaan omdat bij het kleine voorblad en een te klein achterkransje, er zoveel ketting over was dat de crank tegen de kettingspanner ging. Maar ik geloof dat de remedie erger is dan de kwaal. Dan moet dat stukje ketting er misschien maar terug in en zoeken we een andere oplossing. Moertje afvlakken misschien? Of zo nu en dan een 'bonk-bonk' voor lief nemen. Is minder erg dan dit in ieder geval.
De rest van de rit weet ik zorgvuldig te schakelen en zijn er geen problemen meer. Verder is het wel een groot voordeel dat om deze tijd de drukte een stuk minder is. Ik kan bijna overal goed doorrijden. Het verkeerslicht bij het vliegveld blijkt elke keer heel snel op groen te springen als je op de knop drukt, dat gaat dus ook prettig. We komen er wel!
Op de Hofweg weer hoge snelheden met de wind schuin in de rug. Wel even oppassen voor windvlagen en even vaart minderen voor de opbreking. Maar verder gaat het overal vlot door. Aan de andere kant van de Rotte ook lekker doorscheuren op de lange, rechte, Middenweg. Alleen jammer van die grote vrachtwagen net op het eind. Die is zo breed dat ik even op de kant stil sta tot hij voorbij is.
Vanaf Nieuwerkerk rijd ik weer op de parallelweg langs de A20. Voor me rijdt een auto wel heel merkwaardig. Voor elke verkeersdrempel wordt ernstig afgeremd en vervolgens heel langzaam opgetrokken. Het scheelt niet veel of ik moet de auto inhalen om door te kunnen rijden. Zover komt het echter niet.
Even later zie ik op de A20 een hele rij auto's met blauwe zwaailichten langskomen. Zo te zien ook nog een aantal motoragenten erbij. Dat zou wel eens een escorte kunnen zijn in verband met de zaak tegen de Hells Angels/Nomads. Die zaak wordt in Amsterdam gehouden, maar vandaag was er een speciaal getuigenverhoor op een geheime locatie, die achteraf Rotterdam blijkt te zijn. Van de inzittenden zag ik niets.
Bij Moordrecht mag ik weer even naar de langs razende trein kijken. Dat gaat tenminste snel. Vanmiddag in Vlaardingen stond ik met de stadsfiets drie minuten te wachten op een trein die eerst nog op het station moest aankomen, mensen in- en uitstappen en pas daarna de weg kruisen. Op zo'n manier lok je uit dat mensen toch oversteken.
Na Moordrecht gebeurt het een paar keer dat een auto op de hoofdweg me erg langzaam inhaalt. Zou ik een toeristische attractie zijn? Ik wacht echter niet op het antwoord, want doordat er veel minder tegenliggers zijn, kan ik eindelijk eens doorrijden op het fietspad. Helemaal na de bocht, wanneer de wind recht achter komt. Weer midden veertig richting Gouda. Niet lang daarna kom ik thuis. Ondanks het trage begin en het ge-emmer met de vaste ketting is mijn tijd weer een nieuw snelste tijd. Maar ja, mijn hartslag was deze keer ook een stuk hoger gemiddeld (158).

Woensdag 2 februari 2005

Zou ik vandaag moeten 'boeten' voor mijn inspanning van gisteren? Teruglezend in mijn HRM zie ik dat mijn gemiddelde 158 was, maar dat dat komt omdat ik het eerste kwartier rustig aan deed en daarna bijna een uur nog veel intensiever reed. We zullen zien.
Het weer is niet al te woest en de routine komt in het fietsen. Via het dijkje kom ik bij de Sluis, die aan de noordzijde open staat, dus de hele verkeersstroom wordt over de zuidzijde geleid. Dan maar niet meteen op de weg invoegen, maar iets langer het fietspad volgen. Even verderop kom ik bij de rotonde, waar ik op zich niets mee te maken heb, maar waar het fietspad een slinger omheen maakt. Ik ben al een aantal dagen mijn bochtensnelheid langzaam aan het opvoeren en neem nu deze slinger ook weer wat sneller. De slinger naar links gaat goed en ook de bocht weer naar rechts gaat goed. Dan in 1 ruk door weer naar links zodat ik weer rechtdoor ga. Met een behoorlijke gang ga ik soepel door de bocht. Opeens voel ik dat het rechterwiel zich heel even oplicht, om meteen weer neer te gaan. Heel zachtjes en soepel. Dus zo voelt het alsje met een Quest op twee wielen de bocht door gaat. Eigenlijk helemaal niet zo spectaculair als ik verwacht had. Trouwens, ik verbaas me er over dat het bij deze snelheid al gebeurde, of stuurde ik soms zo scherp? Ik zal het in de loop van de tijd wel merken, want het zal wel niet de laatste keer zijn.
Dat is eigenlijk het enige dat er over deze rit te vertellen is. De wind is sterk maar niet te, op de meeste plaatsen kan ik soepel doorrijden en zonder enig probleem, of 'boete' voor gisteravond, kom ikweer binnen de anderhalf uur aan op de plaats van bestemming. Grappig is dat ik juist nu, terwijl mijnHR-alert af stond, voor het eerst meer dan een uur in mijn 'doel-zone' van de hartslag zit. Ruim zelfs. Dusook gemeten heb ik rustig gereden. Des te meer reden om tevreden te zijn met toch een vlotte rit.

De meeting 's middags duurt net iets langer dan verwacht, dus vroeg thuis zal ik vandaag ook niet zijn. Er is nog aardig wat wind, maar verder lijkt het erop dat het een tamelijk anoniem ritje wordt. Dat blijkt toch niet zo te zijn.
Op de Hofweg krijg ik een automobilist achter me rijden die het niet aandurft om in te halen. De auto maakt de bedoeling prettig duidelijk door midden op de weg te blijven rijden, op nette afstand. Prima! Ik rijdt tamelijk vlot door, zonder te overdrijven. Ik heb me voorgenomen om het overall gemiddelde omhoog te werken door me erop te concentreren op elk stuk weg zo snel mogelijk op een kruissnelheid van minimaal 35 te gaan rijden. De gedachte is dat ik dan een extra inspanning doe om de 'tijd tussenkruissnelheid' zo kort mogelijk te houden, dat is immers het moment waarop je tijd verliest. Hoeveel harder dan 35 je dan rijdt op het grote gedeelte waar je wel doorrijdt is dan pas later interessant.
Nu rijdt ik op de Hofweg dan ook netjes boven de 35 de hele tijd. Omdat de wind van schuin achter komt en de weg op zich goed is (op al die gerepareerde opbrekingen na dan) ligt het er wel ruim boven. Aan het eind gebruik ik het hellinkje omhoog om de vaart net genoeg naar beneden te laten gaan om op drie wielen door de bocht te gaan.
Verrassing!
Meteen na de bocht wacht me een verrassing. Ik zie zo'n 150 meter voor me een ongewoon object over de weg schuiven. Zo iets met een vlakke bodem en drie wielen, dat niet al te veel lawaai maakt. Het is duidelijk een Alleweder die daar rijdt. Wel leuk dat ik relatief zo snel nadat ik ben gaan forensen al een medevelomobilist tegen kom. Ik hoop dat hij (of zij?) ook zometeen linksaf richting Rodenrijs gaat, anders kom ik te kort om iemand te herkennen. De Alleweder gaat inderdaad keurig de bocht om en ik zet even aan om het gat te dichten en een praatje te beginnen.
Hoewel ik hem nog nooit was tegengekomen ken ik deze Allewederrijder al best goed. Eindeloze emailconversaties en een enkel telefoongesprek. De foto in het ligfiets.net fotoboek lijkt goed en als ik langszij komkan ik ook meteen roepen: "goeiemiddag Bastiaan!"
Bastiaan (Welmers) is het inderdaad. Leuk dat zo een klein stukje met elkaar kunnen oprijden. Het valt me op hoe ver zijn hoofd uit zijn Alleweder steekt, een flink verschil met hoe ik in mijn Quest lig. Naast elkaar fietsen gaat echter niet zo goed op het tamelijk smalle weggetje en praten gaat ook al niet goed, het lawaai van twee fietsen plus het windgeraas helpt niet echt.
Halverwege 'centrum' Rodenrijs zijn werkzaamheden en maakt de weg een onoverzichtelijke slinger. Ik vraag Bastiaan om maar voor te gaan en hij scheurt soepel door de bocht. Ik volg even later en zet aan om weer langszij te komen. Hij houdt er een pittig tempo op na, rekenend dat de Quest volgens het boekje een stuk sneller is. Ik vraag waar hij naar toe gaat en verwacht iets te horen als "Utrecht"of "Zoetermeer" of wat voor plaats dan ook, maar Bastiaan vertelt dat hij zo naar links gaat. Dat blijkt een beetje verwarrend te zijn, want aan het eind van de weg kun je inderdaad echt links, maar het blijkt dat Bastiaan eigenlijk bedoelt eerst naar rechts buigen en dan naar links. Dat laatste is wat ik ook doe, maar ik denk dus dat hij echt links ga en zeg gedag: "tot de volgende keer" terwijl ik naar rechts buig om via de hoofdrijbaan onder het spoor door te gaan. Bastiaan lijkt enigszins in de war van mijn actie en hij stuurt het fietspad op, dat ik nu juist vermijd vanwege alle kronkels daarin.
Op het volgende stuk weg rijdt ik nog wat rustig, om te zijn of hij toch weer bij mij komt. Maar als daar mijn afslag is, heb ik hem nog niet gezien. Bastiaan, waar ben je gebleven?

De rest van de route wordt soepel afgelegd, tot ik in Gouda aankom. Ik neem gewoontegetrouw de Rotterdamseweg, maar er zijn een paar medeweggebruikers die daar kennelijk een probleem mee hebben. Een oversized blikop wielen meent dat door het opzetten van groot licht duidelijk te moeten maken. Even verder gaat ie gelukkig voorbij, nog wel even toeterend. Dat werkt kennelijk inspirerend, want ook de volgende paar automobilisten groeten me op deze wijze.
Ik trap nog even door en heb, ondanks het relatief rustig aan doen, alweer een nieuw hoogste gemiddelde snelheid. Ik had voor het eerst (op deze route) minder dan 1uur 20 fietstijd nodig, gemiddelde 33.0

Donderdag 3 februari 2005

Als de wekker gaat draai ik me nog heel even om. Ik voel wel in mijn benen dat ik mijn activiteit aardigheb opgeschroefd. Iets later dan gewoonlijk sta ik toch maar op. Gezien de drukte van het eerste deel van de week gun ik het me om rustig aan te doen.
touwtje
Ik heb gisteravond een heel dun koordje tussen de twee spiegels gehangen, waarin mijn stuur hangt. Deze tip, om het stuur los van je buik te houden zonder het actief omhoog te hoeven houden, had ik al bij verschillende velomobilisten gelezen en nu dus ook bij mijn eigen fiets ingebracht. Gewoon, een lus aan elke kant, over het spiegeltje geschoven, zodat het ook zo eraf gehaald is. Kijken hoe het bevalt.
Bij het fietsen kost het me in het begin wat moeite om het "kruissnelheid 35" principe weer in praktijk te brengen. Ook merk ik direct het nadeel van een kwartiertje later vertrekken, er zijn al aanzienlijk meer auto's op de weg. Het wordt nu twijfelachtig of het fietspad of juist de weg handiger is. Ik kiesdeze keer een mix. Verder is het heerlijk rustig weer. Niet veel wind en zelfs opklaringen!
Bij Rodenrijs aangekomen wil ik linksaf de doorgaande weg op. Dit is altijd een lastig punt: tamelijk smal met verkeer van twee kanten. Juist als ik aankom, komt er van rechts een grote trekker met een enorme giertank erachter. En dus ook een sleep auto's erachter. Dat wordt lastig, of juist niet? Omdat de stroom auto's hierdoor een stuk langzamer rijdt dan gewoonlijk, grijp ik een klein gaatje aan om meteen in te voegen. De trekker blijkt rond de 35 te rijden, dus dat is niet gek. Wel jammer dat het gevaarte geregeld in moet houden om tegemoet komend verkeer de kans te geven weg te duiken. Ik blijf erachter fietsen tot het eind van de Hofweg.
Het weer is mooi en het is ondertussen volop licht, dus ik besluit om een alternatief voor de laatste 11,5 km te nemen: rechtsaf, richting Kandelaar(s)brug over de Schie en dan helemaal buitenom Schiedam en Vlaardingen, om dan langs de Vliet Vlaardingen binnen te fietsen. Er zijn wat rare bochtjes voorik bij de brug ben, maar dat wist ik nog wel uit mijn proefritjes eind vorig jaar. De brug zelf valtme mee. Ik had verwacht dat de draaien lastig zouden zijn voor de Quest, maar een en ander is redelijkruim opgezet. Alleen even opletten hoe je tussen de paaltjes door gaat.
Op de andere oever is het op zich leuk fietsen, tot je de verkeersdrempels tegen komt. Wat een vreselijke gedrochten! Het lijkt wel of ze stoepranden dwars over de weg hebben neergelegd. De eerste ga ik met ca 30 km/h overheen en ik wordt hard tegen de rand van het instapgat gegooid. Auw! De volgende twee ga ik met 25 km/hover en dat is nog net te doen, al is het beslist niet fijn.
Wat ook niet fijn is, is al het sluipverkeer. Om de haverklap moet je weer rustig en geconcentreerd een tegenligger voorbij. Wat dan weer meevalt is dat een redelijk aantal automobilisten even goed aande kant stil gaat staan, dat maakt het wel iets gemakkelijker. Wat rijden zelf en omgeving is het overigenseen heel leuk weggetje.
Bij de spoorwegovergang zie ik dat ik pas 4 km van de Hofweg af ben. Dat betekent dat als ik van hier af de kortste weg neem, ik waarschijnlijk niet eens om rijd. Of het sneller is, is een ander verhaal. Maar goed, vandaag was de zin vooral in 'mooi' en sla ik dus niet af, maar steek het spoor over, om even later naar rechts te gaan. Weer even later naar links, het fietspad op. Leuk pad hoor, maar erg smal en met haakse bochten. Voor de snelheid niet het beste. Aan het eind van het fietspad staat weer zo'n 'leuk' autowerend paaltje. Ik moet met 1 wiel door de berm om er fatsoenlijk langs te kunnen. Hier moet ik kiezen:fietspad en straks de weg kruisen, of nu al de weg op en straks alleen afslaan. Ik kies voor het laatste,maar vanwege drempels en overig verkeer lijkt het dat de andere keus beter was geweest. Niettemin fiets ik vrolijk tussen de weilanden verder langs Schiedam en later langs Vlaardingen.
Op het eind kom ik dan bij de Vliet en moet ik naar links, het fietspad op. Hier is het druk met hondenuitlaters en fietsers. Ook zitten er een aantal bochten in. Al met al wel leuk om rustig te fietsen, maar doorfietsen....
Op het eind kom ik dan bij de molen van Vlaardingen uit. Nog een kort stukje langs en door het centrum,nog twee keer wachten bij verkeerslichten en dan ook nog eens bij het spoor en dan ben ik op bestemming.Alles bij elkaar is deze variant 3 km langer. Tot mijn verbazing is het gemiddelde toch nog 30.0 gebleven.
Misschien moet ik dat stuk werk-spoorovergang nog eens beter bekijken voor een echt alternatief.

's Middags zorg ik dat ik op tijd weg ben. Het weer is bijna ideaal: rustig, helder en droog. Het bevalt nog steeds goed om me te concentreren om vlot op kruissnelheid te komen en daar dan te blijven. Bij de terugrit lukt dit erg goed. Het valt me op hoeveel hoger die kruissnelheid ligt bij dit rustige weer, terwijl ik me niet bovenmatig inspan.
Door het op tijd weggaan, het langer worden van de dagen en het vlotte rijden, kom ik op allerlei plekken bij daglicht, waar ik tot nu toe alleen in het donker reed. Dan ziet de wereld er opeens heel anders uit. Op sommige plekken beter, op andere juist minder. Wat in ieder geval wel helpt, is dat het daglicht je veel beter door laat rijden. Zo versterkt het effect zich ook nog eens en gaat mijn gemiddelde gaandeweg naar ongekende hoogtes. Ik moet me nu niet concentreren om mijn kruissnelheid niet te laag te laten zijn, maar oppassen dat ik mezelf niet ga opjagen!
Met flinke vaart kom ik zo in Gouda aan. Ik verwacht op deze tijd veel autodrukte en bereid me al voor op een tochtje over de fietspaden. Maar als ik de sluis over kom is de weg vrijwel leeg en koers ik op het stoplicht aan.
Ha! Het springt op groen. Even extra aanzetten en mooi door oranje het kruispunt over. Het aanzetten, samen met de helling naar beneden brengt mijn snelheid op 53.0 km/h. Voor zover ik me herinner de hoogste snelheid per Quest tot nu toe. De mooie, lege weg staat toe om de snelheid een aardig eindje zo hoog te houden, tot de weg omhoog gaat. Dan doe iknog even met de verkeersstroom mee tot ik afbuig en weer de dijk op ga. Ook het laatste stuk blijft het tempo goed enin een absolute recordtijd ben ik thuis. Ik ben al veel eerder dan ik vermoed had in de midden dertig (34.2) terecht gekomen! Dan moet ik in het vervolg de lat voor kruissnelheid maar iets hoger leggen.
Het stuurtouwtje bevalt op zich goed. Maar omdat ik het stuur vrij in het touw heb liggen, slijt het al merkbaar. Dat zullen we dus op een iets andere, slijtbestendigere manier gaan doen.

Vrijdag 4 februari 2005

Vandaag zou/zal ik de eerste duizend Quest-km volmaken, want gisteravond stond de teller al op 995. Maar als ik 's morgens op sta is Clara thuis en besluit ik thuis te werken. Misschien dat ik zo nog even een reden vind om de stad in te fietsen, dan komen die laatste 5 er nog wel bij.

Zaterdag 5 februari 2005

Ik ben gisteren dus niet verder gekomen dan de achterband te vervangen. De primo Comet gaat eraf ten gunste van een BigApple. Al vele velomobilisten hebben die band gemonteerd, vooral als achterband, vanwege het extra comfort zonder snelheidin te hoeven leveren.
Mijn smoesje om even de Quest in te kruipen is het halen van geld en het opzoeken van Double Performance, om een briefjevan Paulus in de bus te doen. Het is lekker weer en ik prop het deksel achterin, dan kan ik tussendoor nog ergensboodschappen doen ook. Heerlijk zoef ik over de paden. Van het extra gewicht van de BA merk ik niets tijdens het versnellen.Maar wat ik gisteren wel merkte, is het verschil in optrekken tussen Quest en hurricane. Omdat ik mijn dochter fietsendop zou halen van school, nam ik de hurricane. Tjonge, ik heb de 'oude' en zware versie, maar vergeleken met een Quest spuitje overal weg! En wat was het weer even een genot om niet heen en weer gegooid te worden en je gewoon in een bocht te kunnen laten vallen. Mmmm.
Maar goed, dat was gisteren. Nu ging ik Gouda zelf in, op een tamelijk drukke tijd. Opmerkingen hoor je aan de lopende band, al is het merendeel niet tot mij gericht, maar meisjes die elkaar wijzen op mijn fiets. Mensen die met open mondje nakijken en stil gaan staan. Kijk maar goed allemaal, je zult het wel vaker zien. Is het niet mijn Quest, dan wel die van Hans Hoekman, een Gouwenaar met Q118, ook wit (blijkt fout op de lijst te staan, deze is geel).
Bij de geldautomaat schuif ik tussen de verbaasde mensen die op het voetgangerslicht staan te wachten door en stop pal voor de automaat. Even eruit, geld pinnen en er weer vandoor. Gouda heeft er weer een toeristenattractie bij.
Ik draai rond, ga onder het spoor door en heb dan een onmogelijke bocht naar links. Gelukkig staat het verkeerslicht op rood en kan ik op mijn gemak een paar keer steken om de neus de goede kant op te krijgen. 200 meter verder wordt het fietspadechter 1 richtingsverkeer en moet ik naar de andere kant. Halverwege is een brede vluchtheuvel en daar vandaan draai ik de weg op. Pas als ik daar al rijd zie ik dat er op zich een redelijk fietspad naast loopt. Maar de betonnen rand ertussen maakts witchen onmogelijk. Een paar kruispunten later zwaai ik van de weg af, het fietspad op.
Op de Antwerpseweg vind ik nu eindelijk Double Performance. Ze zitten in een gebouw met een BMW dealer. Ik parkeer de Quest tussen een stel sport BMW's en net als ik de handrem aantrek steekt opeens een grote hond zijn snuit over de rand. Ik benwaarschijnlijk net zo verrast als het beest, dat al snuffelend een indruk wil krijgen. Ik laat me echter niet verder afleidenen stap rustig uit. Even de brief pakken, naar binnen lopen en daar hangt inderdaad een postbus van Double performance.Als ze nou nog niet reageren, dan weet ik het niet meer.
Vervolgens stap ik weer in en rijdt weg. Het is echt Cabrioweer en ik doe het dan ook kalm aan, al staat de teller de meeste tijd toch boven de 30. Ik volg via het fietspad de Burg. Renesselaan (zo heet ie toch? Nog even opzoeken). Dat ze de weg voor de auto's laten slingeren als snelheidsbeperking is prima. Maar waarom ook het fietspad? Vreselijk. En de verkeerslichten staan ook nog eens ongunstig afgesteld. Als dit een doorgaande route moet voorstellen...
Op een gegeven moment kom ik bij een kruispunt met een benzinepomp aan de overkant. Als het licht op groen gaat en ik weer verder wil fietsen, zie ik dat er aan de overkant opeens geen fietspad meer is. Even gauw kijken, nee, geen verboden voor fietsersbord en dus de rijbaan op. Pas later zie ik dat de ontwerpers in hun oneindige wijsheid hadden besloten om het fietspad opeens voor twee richtingen aan de andere kant te laten lopen. Of is het nog anders? Hoe dan ook, ik rijd met het autoverkeer mee en sta bij het volgende verkeerslicht weer samen stil. Als dat op groen springt steek ik de Bodegraafsestraatweg over en ga weer verder over het fietspad. Over de brug bij het kruispunt kun je als fietser opeens niet meer verder, gelukkig loopt het hier naar licht omhoog, dus door mijn rem los te laten rol ik vanzelf iets naar achter, zodat ik ruimte heb om naar rechts te gaan, de woonwijk in. Volstrekt onverwacht kom ik daar een supermarkt tegen (Edah) en kan ik mijn boodschappen doen. Hier wil ik mijn Quest wel op slot zetten en ik heb daar iets heel handigs op bedacht, al zeg ik het zelf.
Ik heb twee van die kringel/kabelsloten. Eentje met geintegreerd slot, de ander met een oog aan elke kant. Dat stuk met een oog steek ik vlak voor mijn zitje onder de framebuis door en aan de andere kant haal ik de andere kant van de kabel door het oog. Zo zit de kabel goed om het frame. Het andere eind gooi ik door het voetengat. Van buiten vis ik het open zet het met slot twee vast aan een fietsenrek. Dan ga ik mijn boodschappen doen.
Als ik buiten kom met mijn spullen staan er twee kleine jongetjes schoorvoetend bij de Quest. Ik nodig ze uit om te kijken, maar ze hebben ook nog wat aanmoediging van hun moeder nodig. Als ik het deksel opendoe, zegt het ene jongetje "ooh, zo'n auto".
Waarop ik antwoord dat het toch echt een fiets is en ik wijs ze op de trappers. Ze moeten behoorlijk buigen om het te zien. Als ze dan ook nog zien dat ie lampen heeft, gewoon en groot en ook nog knipperlichten, een bel en een toeter, dan is het feest compleet. Nu moeten ze nog zien hoe hij het doet. Het ene jongetje biedt nog aan om te duwen, maar dat is niet nodig. Ik demonstreer nog even dat dit een echte Flinstone Auto is, met mijn voeten door de gaten. Diep gebogen en met ernstige gezichten wordt het voetenwerk gecontroleerd. Dan rijd ik naar huis. We moeten weg met de auto, voor een feestje.

Zondag 6 februari 2005

Ik ga vandaag een rondje fietsen samen met mijn dochter Diede (9). Buiten dat het gewoon lekker weer is om een stukje te fietsen, wil ze wel eens zien hoe dat nou gaat, papa in zijn Quest. Het zonnetje schijnt en het is rustig weer. Wel fris, hoewel ik daar nauwelijks wat van merk natuurlijk. Omdat we toch langzaam fietsen, pardon, omdat ik langzaam fiets terwijl Diede zich moet inspannen, heb ik het deksel maar van de Quest gelaten. We rijden lekker en genieten van het weer. Praten gaat wel, als je naast elkaar fietst, hoewel Diede meestal niet zo hard praat en soms iets drie keer moet zeggen voor ik het hoor.
Omdat het zondag is en mooi weer, zijn er overal mensen op de been: wandelend en fietsend. Ik veroorzaak weer heel wat open vallende monden en verdraaide nekken. Volgens Diede is er een busje vol mensen dat speciaal om naar mij te kijken stopt en keert!
We komen op de weg onderlangs de Reeuwijkse plassen te fietsen en ook hier krioelt het van de mensen. Langzaam schuif ik steeds weer wat mensen voorbij, die me verbaasd nakijken. Hoezo, nog nooit een fiets gezien?
Ging het de eerste helft van de rit lekker, blijkt dat we windje mee hadden. Nu hebben we die dus tegen. Voor mij natuurlijk geen punt, maar Diede begint al aardig te puffen en vraagt of ik haar wil duwen. Nou, dat moeten we dan maar eens proberen. Ik schuif iets hoger op mijn stoeltje, zodat ik met mijn arm uit de Quest kan. Het lukt inderdaad om Diede te duwen zonder haar fiets tegen de Quest aan te duwen. Dat gaat eigenlijk best goed, al voelt het niet helemaal gemakkelijk. Op het laatste stuk zet ik nog even flink aan en Diede vertelt later thuis dat ze heeft gevlogen.

Maandag 7 februari 2005

Het heeft vannacht aardig gevroren (-5) maar het is heerlijk helder en rustig weer. Zou het nog steeds genoeg zijn om met een t-shirtje te fietsen? Ik ga enthousiast op pad en heb al snel een aardig tempo. De lagere buitentemperatuur zorgt er in ieder geval voor dat ik niet meteen erg aan het zweten ben. Koud is het echter niet, eigenlijk precies goed. De rit gaat onder deze omstandigheden heel voorspoedig.
Bij Bergschenhoek kom ik het eerste echte klinkerstuk tegen in mijn route. Eens kijken wat het effect van de BA achter is. Nou, dat is een verschil zeg! Je voelt dat de voorwielen de trillingen van de klinkers oppikken, terwijl de BA er perfect overheen glijdt. Het comfort aan de goede kant dus en je kunt zo de snelheid een stuk hoger houden. Ook later in Schiedam en Vlaardingen, waar ik ook stukken met klinkers heb, voel ik duidelijk het verschil tussen de smalle harde Primo Comets en de bredere soepele BA achter. En weer is het grote verschil dat je lekker vaart kunt houden. Op het laatste stuk klinkers in Vlaardingen voelt het zelfs goed boven de 35 km/h, een snelheid waarbij de trillingen zo snel worden dat je ze ook voor niet meer voelt. Bevalt dus erg goed (en resulteert en passant in een nieuwe hoogste binnenkomende snelheid en kortste fietstijd).

's Middags op tijd op weg terug om maximaal voordeel van het daglicht te hebben. Het is nog steeds heerlijk rustig weer en dat maakt vlot rijden makkelijk. Als ik Rodenrijs nader, zie ik een stuk voor me een ligfietser stevig doorrijden. Ik zet nog even aan om het gat te dichten, maar dat is net het geval als hij via het tunneltje onder het spoor doorgaat en ik via de hoofdrijbaan, zodat ik ruim voor hem er weer uitkom. Geen praatje deze keer dus, alleen even de hand opsteken. Ik hoop dat hij hem gezien heeft.
Het gaat lekker vlot verder, tot ik even verder rechtsaf sla. Daar kom ik achter een dikke auto te zitten die langzaam doorrijdt. Het is een Belg die hier kennelijk iets zoekt, want hij blijft langzaam rijden. Maar gelukkig is hij me goed gezind, gezien zijn kenteken, dat met de letters LIG begint en dan drie cijfers. Inderdaad heeft hij even later de plaats van bestemming gevonden en gaat uit de weg. Nu kan ik weer stevig aanzetten en doorrijden.
Het gaat heerlijk zo en in no-time ben ik bij het bruggetje. Ook daar ben ik vlot over en ik wil lekker doorrijden als ik voor de tweede keer deze rit door een auto belemmerd wordt. Iemand dacht dat hij wel voor mij de weg op kon, rijdt vervolgens tamelijk langzaam en stopt ook nog een paar keer voor een tegenligger. Niet echt leuk, maar aan de andere kant, ik zorg ook wel eens voor oponthoud voor automobilisten en dan vind ik ook dat ze niet te veel moeten klagen, dus doe ik het ook maar niet.
Even verder draai ik de Middelweg op (en dus niet de Middenweg zoals ik eerder steeds schreef) en kan ik het weer niet laten. Deze weg is zo mooi recht en strak, met perfect wegdek. Hier moet je gewoon hard rijden. En dat gebeurt dan ook. Even lijkt het spannend te worden als ik een tegenligger heb juist waar de zijstrook van de weg, waarop je normaal even uit kunt wijken, weggebroken is, maar ook dat gaat prima.
Moordrecht voorbij kan ik eindelijk eens goed doorrijden op het fietspad langs de N456, want er is nog ruim voldoende daglicht om het fietspad te zien, ook als er tegenliggers zijn.
Bij het binnenkomen van Gouda vind ik dat er wel wat veel auto's op de weg zijn en het lijkt er ook op dat ik voor het stoplicht moet wachten, dus ik neem de omweg (wel 500 meter extra!) over de dijk. Als ik weer op de weg terugkom is er geen auto te zien en scheur ik de weg op, om een stuk verder toch het fietspad te nemen om de file te vermijden. Bij het enige stoplicht dat nog rest staan wat fietsers te wachten, maar het springt op groen als ik aankom. Iets afremmen, maar niet helemaal en ik kan weer door. Als ik even later thuiskom is het zelfs nog niet helemaal donker. Weer bijna even snel als donderdag.

Dinsdag 8 februari 2005

De derde keer Officieel heb ik mijn Quest nu 1 maand en begin ik vandaag aan de tweede maand. Met een week extra in Dronten heeft hij toch al 1110 km op de teller. Lang niet gek.
Het heeft vannacht matig gevroren (-6) en dat is te merken. Het is best fris. Ik trek mijn colletje lekker omhoog, over mijn oren heen. Dat bevalt goed en verder is het t-shirt nog steeds genoeg. Of het vanwege het weer is of ergens anders om, ik weet het niet, maar ik kan me niet zetten tot enige inspanning en fiets op mijn dooie akkertje. Voor mijn doen dan, want het gemiddelde ligt de hele tijd toch nog dicht bij de 30.
Als ik bij Bergschenhoek de parallelweg oprijd, rijdt er juist een low-racer voorbij. Ik zet mijn radiootje uit om als ik langszij kom een kort praatje te houden. Hij blijkt voor zijn doen iets aan de late kant te zijn, vandaar dat ik hem nog niet eerder tegengekomen ben, hoewel hij dagelijks tussen Bleiswijk en Schiedam forenst. Na het korte praatje naderen we de dubbele rotonde onder de N209 door en neem ik afscheid met de woorden: "Dan ga ik nu even van mijn recht om de hoofdrijbaan te nemen gebruik maken.".
Ik had natuurlijk beter moeten weten. Op zich ging de rotonde prima, zoals altijd, en even later rijdt ik verder parallel aan de N209. Maar ja, ik had er op kunnen wachten, er komt weer een busje met blauwe en rode strepen langszij met het verzoek om te stoppen. Deze agent komt meteen to-the-point en zegt dat ik de rotonde had moeten nemen. Hij zegt nog wat over snelheid en zo, dat het er wel heel snel uitzag en zo. Ik begin met dat te matigen, het is niet zo snel als het eruit ziet hoor. Pas dan wijs ik hem er voorzichtig op dat het wel mag, daar fietsen, omdat mijn fiets breder is dan 75 cm. Hij sputtert nog wat tegen en ik ga verder met dat naar mijn inzicht het op die plek wel eens gevaarlijker zou kunnen zijn om het fietspad te gebruiken, vanwege de manier waarop je dan het verkeer moet kruisen inplaats van dat je je invoegt. Dat argument lijkt wel opgepikt te worden. En met een 'we zoeken het nog even op' nemen we afscheid. Het was deze keer wel het snelste dat ik kon doorrijden, maar ik neem me voor om de volgende keer dat ik deze regel uit moet leggen, ik het stuk 'tenzij er een bord verboden te fietsen staat' weg te laten. Je weet nooit of je ze op een idee brengt.
Bij mijn werk moet ik een stukje voor de fietsenstalling altijd stoppen, want tussen de hekjes kom je alleen door als je de achterkant even optilt om de fiets te verzetten. Als ik gestopt ben, klaar om uit te stappen, steken twee honden hun snuit over de rand van de Quest, maar ze zijn ook zo weer weg. De twee dames die erbij horen vragen bezorgd of het nog wel gaat, nu ik daar zo stil sta. Jawel hoor, ik moet alleen nog even uitstappen!
Even later sta ik met mijn jack aan en mijn velomobiel.nl pet nog op in de lift. Daar staat ook een van de grote bazen met een metgezel. Deze dame herkend mij aan mijn pet als degene die in dat witte ding zat. Andere keren was het moeizaam om met deze baas een soepel gesprek te voeren (ik heb een paar keer bij hem in het vliegtuig of in een taxi gezeten), maar nu lijkt hij opeens veel enthousiaster en geinteresseerd. Hij wil weten hoeveel ik fiets, begint in mijlen maar vraagt uiteindelijk in km. 44. Impressive! En hoe hard fiets je dan? Nou ja, zo hard als je duwt natuurlijk. Vanmorgen deed ik het rustig aan en was het gemiddeld ongeveer dertig km/h. Ja, maar hoe hard kun je dan? Oh, zonder problemen 30 mijl per uur (dat zegt een Engelsman heel wat meer namelijk). Op een vlakke weg, daar heb ik geen heuvel voor nodig.
Dat ik zo nog indruk op de baas kan maken met mijn fiets. Daar had ik hem niet eens voor gekocht.

De middagrit lijkt niet veel bijzonders in zich te krijgen, maar dat klopt toch niet helemaal. In Rodenrijs rijd ik eerst Bastiaan achterop. Juist als ik hem bijhaal gaat hij aan de kant. Ik stop ook en vraag "pech?" en hij antwoordt "ja" Dus wil ik weten of ik hem kan helpen, maar hij blijkt te bedoelen 'pech voor het samen oprijden' want hij wil daar juist links afslaan. Na gegroet te hebben vervolgen we elk ons' weegs. Even verderop besluit ik om extra braaf te zijn en keurig via het fietspad onder het spoor door te rijden. Het nadeel daarvan blijkt overduidelijk: in plaats van op een overzichtelijke manier in te kunnen voegen, zoals via de hoofdrijbaan zou kunnen, moet ik nu dwars door het verkeer op een onoverzichtelijke manier invoegen. Ik denk dat ik de volgende keer toch weer de hoofdrijbaan neem, ook al loop ik het risico daarvoor staande gehouden te worden. Met de verkeersveiligheid in het achterhoofd is het wellicht goed te verdedigen.
Even verder sla ik, als gebruikelijk, weer rechtsaf, Bonfut/ Wildersekade. Achter mij aan komt een dikke volvo (is er wat met dat merk? Wim Schermer had er ook al een akkefietje mee laatst, zie zijn weblog). Je mag daar 30 km/h en het is er bovendien smal. Ik rijd 30 dus er is geen enkele reden om boos op mij te worden. Toch meent de volvorijder mij aan de kant te moeten toeteren en na mij voorbij gereden te zijn even sterk naar rechts te sturen. Duidelijk als intimidatie bedoelt, maar ik was er op bedacht en laat me dus niet van de wijs brengen.
De verdere rit verloopt tamelijk gewoon, al heb ik op de Middelweg het gevoel dat de Quest een beetje zwabbert. Ik zou toch geen lekke band hebben? Dat kan eigenlijk niet, want dan zou de snelheid ook flink af moeten nemen en die is nou juist erg hoog, ver in de veertig. Misschien ben ik gewoon nog niet genoeg een ervaren Quest-piloot om hem ook bij die snelheid strak op de weg te houden. Ietsepietsie rustiger dan maar.
In Gouda staat er veel verkeer op de hoofdrijbaan, dus ik ga maar weer eens via het fietspad. Dat gaat wel redelijk, al was ik wel een beetje verwend met de hoofdrijbaan. Ook verderop neem ik, vanwege de drukte, het fietspad. Als ik bij de brug over het water (N207?) kom blijkt hoe verkeerd mijn keuze voor het fietspad was. Vanwege een rijtje auto's had ik voor het fietspad gekozen, maar het verkeer voor de auto's, zowel rechtsaf als rechtdoor, gaat vier keer (!!!) op groen voordat eindelijk de fietsers ook eens door mogen rijden. Het is niet eerlijk!
Er is overdag op de lijst zoveel over staande houdingen en wel/niet op het fietspad gesproken, dat ik 's avonds aan tafel niet eens meer zeker weet of het nou deze morgen of gistermorgen was dat ik weer eens staande werd gehouden. Pas bij nalezen van mijn eigen weblog weet ik het weer zeker.

Woensdag 9 februari 2005

Als ik uit het raam kijk vermoed ik al dat het geen alledaags ritje zal worden. Nou zou zelfs een rit waarop niets gebeurt nog ongewoon zijn, maar goed. Het weer is aan het omslaan en het is mistig buiten. Als ik wegrijdt zie ik de fijne waterdruppeltjes in mijn koplamp oplichten. Ik rijd zelfs wat extra rustig om maar voldoende te kunnen zien. Aan het eind van de Goejanverwelledijk sta ik stil om de weg op te kunnen draaien als een roetser me tegemoet komt. Zoals gebruikelijk bij liggers onder elkaar wordt er over en weer gegroet. Ik kom toch aardig wat liggers tegen hier.
Op de dijk vlak voor de Sluis van Gouda is een tegemoetkomende vrachtwagen zich juist langs een andere, stilstaande, wagen aan het wurmen. Ik zet mijn Quest maar even ruim tevoren stil, want erlangs kan ik toch niet. Even later komt vrachtwagen twee er ook nog langs en als klap op de vuurpijl draait als ik 500 meter verder ben nog zo'n bakbeest het dijkje op. Deze keer hoef ik gelukkig niet stil te gaan staan.
Langs de N456 is het nog steeds behoorlijk mistig. Van tijd tot tijd is het fietspad slecht te zien vanwege de tegenliggers. Wat je in de auto onder zulke omstandigheden juist niet moet doen, blijkt in de Quest verbluffend goed te werken: groot licht aan. Dat verbetert de zichtbaarheid een flink stuk, zodat ik nog een beetje vaart kan houden.
Vlot bereik ik wat ik ondertussen een beetje als het 'keerpunt' in mijn route ervaar, de Pekhuisbrug over de Rotte. Echt vlot gaat het oversteken daar natuurlijk nog steeds niet, met die betonblokken aan weerszijden, maar heel langzaam aan begint de ervaring te helpen om het steeds toch iets soepeler te doen. Als ik vijf minuten later Bergschenhoek inrijdt, merk ik nog nauwelijks de klinkers op die daar in de straat liggen. De combinatie van de Big Apple achter en een flinke vaart maken het bijna glad aanvoelen. Het stuk rond de rotondes mag ik deze keer zonder oom Agent afleggen en ik vervolg mijn weg. Ook nu ga ik in Rodenrijs weer braaf via het fietspad onder het spoor door. Van deze kant af is dat niet zo'n punt, dus dat zal ik wel blijven doen.
Even later rijd ik op de Rodenrijse weg en bedenk ik me dat sinds ik dat stukje ketting er weer tussen heb gehad, ik geen schakelprobleempjes meer heb gehad. Fout natuurlijk, dat moet je ook niet denken! Prompt loopt de ketting bij een verkeerde schakelbeweging van het voorblad af. Ik probeer nog al rijdend met mijn voeten de boel weer in het gareel te krijgen (soms lukt dat) maar vandaag gaat dat niet. Ik stop en door ervaring wijs geworden leg ik de Quest op wat gras maar meteen op zijn kant. Via de voetengaten wordt de ketting weer vlot op zijn plek gelegd. Als ik naar de wielen kijk, zie ik dat de wieldoekjes op het rechter voorwiel precies bij de spaken op een paar plaatsen wat doorgesleten zijn. Moet ik maar eens aan Ymte vragen of dat gewoon is en/of dat daar een bekende oorzaak voor is.
Denk ik dat ik ondertussen alles wel gehad heb voor vanmorgen, kom ik onderlangs het Beatrixpark fietsend (in Schiedam) twee heel grote, loslopende honden tegen. Geen baasje in velden of wegen te zien. Omdat ik er geen prijs op stel over de dieren heen te fietsen, neem ik toch een beetje vaart weg. Maar de honden hebben mij ruim op tijd gezien. De ene staat wat rechts van de weg en neemt gauw de wijk naar rechts, de berm in. De andere, een herderachtig type, staat links en ziet mij recht op zich afkomen. Daar is hij niet helemaal blij mee en hij begint te rennen, voor mij uit, om even verder met een duik naar links te gaan. Dit was duidelijk geen aanvallende, maar vluchtende ren. Wat ik al eerder had gezien werd nu wel heel mooi geillustreerd: ook grote honden vinden een rijdende (vooral hard rijdende) Quest maar doodeng. Dat mag van mij zo blijven.

In de loop van de dag wordt het duidelijk dat het gedaan is met het frisse, rustige weer. De bewolking neemt meer en meer toe en ook de wind trekt wat aan. Als het tijd is om naar huis te gaan 'voelt' het even donker als gister toen ik thuis kwam! Van het begin af aan heb ik dan ook mijn licht aan. Gister had ik de lader thuis gelaten en dat was goed gegaan, maar ik geloof dat ik er vandaag ook goed aan gedaan heb wel de lader mee te nemen en overdag de accu bij te laden.
Ik ben niet de enige met licht aan en wordt van het begin af aan regelmatig bijna verblind door tegenliggers. Gelukkig zie ik die ene echte tegenligger wel en ik groet haar. Omdat ze net achter een busje reed, kan ik niet zo goed zien wat voor fiets het is.
In Rodenrijs neem ik toch weer de hoofdrijbaan. En wees nou eerlijk, als dat zoveel soepeler in het verkeer voegt, dan moet dat toch gewoon mogen?
Op de een of andere manier hebben mijn benen er zin in en regelmatig zet ik flink aan. De snelheden lopen dan ook aardig op en ik rijd vlot naar huis. In Gouda heb ik mijn lesje geleerd en blijf weer geheel op de weg fietsen. En met succes: overal staan de verkeerslichten op groen voor mij!
Op de tweede helft van de rit heb ik me iets meer kunnen inhouden, zodat ik "slechts" mijn record van vorige week evenaar.

Donderdag 10 februari 2005

woest Ik heb vannacht erg goed geslapen en sta verkwikt weer op. Als ik naar buiten kijk zie ik dat het regent. Met de wind lijkt het nog mee te vallen. Als ik klaar ben om te vertrekken heb ik er geen zin in dat mijn Quest al helemaal volregent voor ik erin zit, dus ik doe het deksel er alvast op, alleen aan de voorkant vast. Ik doe de garagedeur dicht en kijk of ik ook in kan stappen met het deksel half op de Quest. Nog net op tijd denk ik eraan dat ik ook mijn jack uit moet trekken, want dat is vreselijk om te doen als je er al in ligt.
Als ik begin in te stappen, realiseer ik me dat ik de Quest na het buitenzetten niet op de rem heb gezet. Logisch, want het deksel zat er al op. Terwijl ik nog bezig ben op de Quest te klimmen om me er later in te laten glijden, begint hij al langzaam de afrit af te rollen. Nou moet ik wel opschieten met erin komen, zodat ik bij de rem kan voor ik tegen de auto's die aan de overkant van de straat geparkeerd staan rijd! Het lukt allemaal en in feite gaat instappen met het deksel al half op de fiets best goed. Eenmaal gezeteld klik ik mijn voeten vast en begin te fietsen. Het zal wel niet snel gaan vandaag.
Dat zal later een behoorlijk understatement blijken te zijn, maar vooralsnog begin ik rustig te fietsen. De wind valt niet mee en ik houd het tempo onder de 30 om ruimte voor stuurcorrecties over te houden. De regen is van het kleine druppeltjessoort, die met de felle wind in je gezicht striemen. Dat is niet echt bevorderlijk voor hoe goed je ziet. Op de Goejanverwelledijk komt na een bocht de wind zo dat ik echt niets meer zie en in mijn remmen moet knijpen. Gelukkig helpt dat en kan ik verder fietsen.
Gouda door gaat nog heel redelijk, maar als ik langs de N456 kom te fietsen kan ik weer van tijd tot tijd bijna niets zien. Het wordt tijd om een keuze te maken: niets zien doordat de druppels in je ogen slaan of matig zien doordat druppels op je fietsbril het licht van teggenliggers zo mooi verstrooid. Ik grabbel naast me om toch mijn bril op te zetten, want matig zien is nog altijd beter dan niet zien. Met 1 hand sturend poets ik met mijn t-shirt de bril een beetje op en zet hem op mijn neus. Dat kan mooi net binnen de kap. Even later mag ik stoppen voor de spoorwegovergang bij Moordrecht en kan ik nog een keer extra poetsen. Ik krijg hier trouwens twee langsrazende treinen voor de prijs van 1 keer stilstaan.
De bril op de neus scheelt een heel stuk en ik kan weer doorfietsen. Ondanks de wind is de snelheid al weer boven de 30. Niet veel, maar toch.
Als ik Nieuwerkerk nader aarzel ik nog even: kies ik voor de open, langere route zoals ik die tegenwoordig altijd rijd, of ga ik voor de kortere route met al het oponthoud van door de stad rijden. Dat gedoe met verkeersdrempels en al die mensen die maar in de weg lopen, rijden en fietsen trekt me niet aan en ik sla rechtsaf, richting Zevenhuizen, de gewone route.
Wel besef ik dat ik op bepaalde stukken extra rustig zal moeten rijden. Het is geen pretje om met de wind haaks op je rijrichting bovenop een dijk te rijden met ongeveer 50 cm aflopende berm tussen de rand van de weg en het water van een brede vaart. Maar goed, liever een blooie Kees dan een dooie Kees en ik doe erg rustig aan langs het water. Ik houd ook flink afstand van de berm. Gelukkig is er niemand die daar moeilijk over doet.
Afslaand de Middelweg op zit de snelheid, nu weer recht tegen de wind, weer zo boven de 30. Wat een fantastische stroomlijn heeft die fiets toch. Dit is weer even redelijk doorfietsen, maar het plezier is van korte duur, want als ik bij de Rotte kom en de dijk op fiets, heb ik de wind weer puur dwars. Ik zeil over de weg. Letterlijk en figuurlijk. De stroomlijn stuwt de snelheid zonder trappen naar ca 30. Maar het prachtige strakke, gladde asfalt is bij regen meer een ijsbaan! Het voelt alsof de fiets helemaal geen grip heeft. Dat heeft ie natuurlijk wel, maar het voelt niet zo en dus doe ik alweer extra rustig aan.
Aan de andere kant van het bruggetje hoef ik voorlopig niet meer zo vlak naast het water te fietsen en durf ik hier en daar weer wat vaart te maken. Het blijft verrassend waar je wel en juist niet veel vaart hebt. Nu weer de Hoeksekade richting Bergschenhoek waar in no-time en met nauwelijks inzet de snelheid op 32, 33 zit. Bergschenhoek langs gaat prima in de beschutting van de hoger gelegen N209. Straks de rotonde en maar hopen dat niet juist met dit weer een overijverige agent uitleg over de 75+ regel wil hebben.
Alweer: fout, fout, fout!
Deze keer niet een agent, maar de omstandigheden, het effect is hetzelfde.
Op vrijwel dezelfde plek als waar ik al twee keer aan de plaatselijke Hermandad de 75+ regel heb uitgelegd, raak ik nu met mijn wiel naast de weg. Ook mijn achterwiel raakt ernaast en omdat het daar schuin afloopt kom ik in zijn geheel naast de weg te staan. Balen! Ik probeer al Flinstonend weer terug te komen op de weg, maar kom niet verder dan halverwege. De grip in de modder is domweg te weinig om weer terug omhoog op de weg te komen. Het is niet anders, maar ik zal moeten uitstappen om de Quest weer goed op de weg te zetten. Ik haal de kap los en trek daarbij per ongeluk het rechter midden klittenband van de kap los. Daar zal ik nog spijt van krijgen.
Met de klep in de ene hand en de Quest in de andere zet ik hem weer met zijn neus naar de goede kant en de wielen op de weg. Ondertussen sukkelt de fietser zonder licht die ik aan het begin van deze weg voorbij racete (relatief gesproken) me weer voorbij. Die zal wel wat gedacht hebben. Maar goed, de fiets staat weer goed, ik stap weer in en doe het deksel weer dicht, nu met 1 klittenband minder. Ik denk weer terug aan mijn plannen om voor deksel en pet een borgtouwtje te maken dat voorkomen moet dat met dit soort weer dingen wegwaaien. Nog steeds niet gedaan.
Extra ver van de berm blijvend maak ik weer vaart en even later schiet ik de donkere gedaante weer voorbij. Met een stroomlijn ga je echt wel veel sneller! Na de bocht richting Rodenrijs moet ik nog even wachten. Er staat een oplegger met een graafmachine de ene helft van de weg te blokkeren en een paar tegemoet komende auto's blokkeren de andere helft. Maar als ze voorbij zijn kan ik ook weer verder. In Rodenrijs zelf neem ik weer braaf het fietspad. Aan de andere kant van het spoor is het weer fietsen vlak langs het water. Rustig aan dan maar weer. Het wordt toch een lange rit, dus dat ene minuutje extra kan ook nog wel.
Ik heb inderdaad spijt van het lostrekken van dat klittenband, want regelmatig komt de wind onder de klep en vouwt hem omhoog, flink in het zicht. Dat is natuurlijk niet goed voor het overzicht, niet goed voor de stroomlijn en niet goed voor het drooghouden. Ach ja, dat laatste was ondertussen toch al verloren moeite. De regen sijpelt via mijn nek naar binnen en de kap is ook al zo verzadigd van water dat ik druppels aan alle kant voel vallen. Het drainagegaatje draait overuren.
Het rare geval doet zich voor dat ik nu juist in de bebouwde kom het gemiddelde weer een klein beetje kan bijspijkeren. De beschutting van de bebouwing maakt dat je je niet meer om windvlagen hoeft druk te maken. Langs het Beatrixpark kan ik zelfs nog even voluit gaan. Goed om de benen tenminste even te strekken.
Als ik de Sportlaan op de grens van Vlaardingen en Schiedam volg, kom ik via een viaduct over de A4. Normaal zet ik extra aan voor ik daar omhoog ga, om zo ver mogelijk te komen voor de snelheid inzakt. Vandaag lijkt me dat geen goed plan. Daar bovenop ben je uit de beschutting opeens volledig open en wat voor wind staat daar dan? De omgekeerde tactiek dus: in een heel lage versnelling en rustig de beentjes ronddraaiend naar boven. Weer beneden staat me nog een verrassing te wachten: de plaatselijke ganzenkolonie heeft besloten haar congres midden op het pad te houden. Mijn komst doet ze niet zoveel, tot ik met mijn grootlicht ga knipperen, dan gaan ze opeens allemaal naar het water, blazend en wel. Maar ze zijn uit de buurt en ik kan weer rustig doorfietsen.
Na een uur en drie kwartied ben ik op mijn werk. Nat, maar nog uitgerust (HR gemiddeld slechts 135). Was het wel verstandig om te gaan fietsen? Misschien had ik beter met de trein kunnen gaan en dan tussen de middag hardlopen. Nou ja, daar is het nu te laat voor. Maar zolang het nog zolang donker is 's morgens (en 's middags vroeg weer donker) moet ik misschien maar niet elke dag willen fietsen als het zulk weer is.

badkuip
Overdag krijg ik van iemand (via e-mail) de tip om iets minder uitgebreid te schrijven. Bijna had ik dus niets over de thuisreis geschreven. Maar ja, dan gebeurt er weer iets dat je wel moet vertellen en daar ga ik dan maar weer.
Het is de hele dag door blijven regenen, maar de wind neemt wel iets af (nog steeds stevig) en als ik naar huis wil gaan, is het op zich redelijk. Mijn rit begint al 'goed' met een tijd in de rij bij de stinkende auto's te wachten tot de trein van station Vlaardingen eindelijk eens langs komt. Maar daarna vlot doorrijden en zo naar huis. Dacht ik.
Eerst rijd ik langs de Schie en kom daar alweer een dame op een ligfiets tegen. Nu kan ik zien dat het een gele is, met vast bovenstuur? We groeten elkaar en rijden door. Even later draai ik onder de Matlingeweg door om even later op het mooie fietspad ernaast te rijden. Lekker al die stilstaande auto's voorbij. Maar oh ja, het had de hele dag geregend, weet je nog? Nou ik werd er aan herinnerd toen ik even later de Hongkongstraat kruiste. Ik zag wel dat er een plas lag, maar daar had ik er wel meer van gezien. Deze was anders. Over de volle breedte van het fietspad begon de plas al meters voor de kruising en ging door tot meters na de kruising. Met een behoorlijke vaart ging ik de plas in, om zeer sterk afgeremd te worden door het steeds diepere water. Ik schat dat op het diepste punt de plas meer dan 20 cm diep moet zijn geweest. Veel dieper dus dan de grondspeling van de Quest en via de voetgaten kwam er dan ook een enorme hoeveelheid water naar binnen, golfde compleet over de richel waar de voorwielen aanzitten heen en maakte van mijn fiets een echte badkuip. Meteen duwde ik mijn spullen zoveel mogelijk naar achteren, waar het iets hoger ligt.
Alle vaart weg, Quest vol water, versnelling in de verkeerde stand. Daar gaat je plan om vlot naar huis te fietsen! Ik heb net weer wat gang als ik bij het volgende kruispunt fiks moet remmen omdat een automobilist niet doorheeft dat het fietspad hier bij de voorrangsweg hoort. Heeft wel een voordeel: met een grote golf verlaat ca 20 liter water mijn Quest weer, zodat er nog 'maar' anderhalve cm water in mijn Quest staat. Ik heb wel een drainagegaatje in mijn Quest, maar dat is vooral om condens af te voeren. Voor deze hoeveelheden is het wel klein. Het duurt dan ook nog een flinke tijd voor de Quest alleen nog maar vochtig is.
Voor vanmiddag is de lol om hard te fietsen er een beetje af en betrekkelijk gezapig fiets ik verder naar huis. Douchen is vandaag niet nodig: ik heb mijn bad gehad.

Vrijdag 11 februari 2005

Het weer is -tijdelijk- een heel stuk rustiger. Het regent niet en er staat vrijwel geen wind. Zou het deze week dan eindelijk lukken om vijf dagen per fiets te forensen? Dat zou dan voor het eerst zijn in zeker 12, zo niet 15 jaar!
Met zulke omstandigheden besluit ik 'wraak' te nemen op gisteren en ik zet er meteen goed de sokken in. Bij Moordrecht staat het gemiddelde al boven de 33, wat voor een ochtendrit ongekend hoog is. Op de komende stukken gaat het gemiddelde nog verder omhoog, naar ruim 34. Het is niet te merken dat ik deze week al 360 km gefietst heb!
Zoals gebruikelijk verlies ik weer iets rondom de Pekhuisbrug, maar in Bergschenhoek is de 'schade' alweer hersteld. Maar het mag niet zo zijn: een vrachtwagen moet achteruit een bedrijfsterrein op en blokkeert de hele boel. Even wachten dus maar en dan in volle vaart weer verder. Met een beetje geluk heb ik binnen het uur het eind van de Hofweg bereikt. Dat lukt nipt niet (10 seconden) op bruto tijd. In schone rijtijd lukt het met gemak.
Langs de Matlingeweg kijk ik goed naar de plassen, maar de reuzeplas van gisteren is grotendeels weg. Wel wacht me een andere hindernis, want vlak bij het benzinestation zijn ze al tijden aan het werk (veel modder op het fietspad) maar nu blijkbaar klaar. Een graafmachine is bezig de stalen rijplaten weg te halen en blokkeert daarmee het hele fietspad. Maar even wachten tot ie aan de kant is, wat vrij vlot gebeurt.
Dan nog even aanzetten voor het laatste stuk en toch nog aankomen in een snelste ochtendtijd!

Ik ontvang een mailtje van Bastiaan, of ik zin heb om samen op te fietsen vanmiddag. We spreken af aan het eind van de Hofweg en zullen van daaraf naar Gouda fietsen. Voor mij een mooie reden om het niet te laat te maken. Een ander mailtje biedt tegenwicht aan de opmerking dat mijn weblog te lang zou zijn. Gewoon doorgaan zoals je gaat is de boodschap. Zowiezo is het leuk om reacties te krijgen en alle reacties hebben zo hun eigen gevolg.
Als ik mijn fiets klaarzet voor de thuisrit, mis ik mijn zonnebril! Ik heb wel mijn blanke bril bij me, maar het weer is zo mooi dat ik eigenlijk een echte zonnebril op had willen hebben. Nou ja, dan maar niet.
Ik besluit om voor de verandering mijn pet af te laten. Kan ik weer eens met coup windhoos thuiskomen. Maar het wil niet meteen lukken, want meteen mag ik in een lange rijd stinkauto's gaan wachten op de trein. Waar ken ik dat van?
Als de bomen dan toch omhoog gaan, schiet ik er vandoor om tenminste een stuk hard te kunnen fietsen. Bastiaan moet straks door tot in Utrecht en bovendien rijdt hij Alleweder en moet dus harder trappen voor dezelfde snelheid.
Met een flinke gang kom ik precies op de afgesproken tijd op de ontmoetingsplek. Bastiaan staat al klaar. We zouden eigenlijk zijn band nog wat oppompen, maar hij had hem zelf al van 2 naar 4 bar weten te krijgen en bovendien heeft hij een autoventiel en daar heb ik nou net geen nippeltje voor. Fietsen dan maar. Ik laat Bastiaan het tempo bepalen, ik houd de route in het oog. Ook Bastiaan gaat nou over de weg onder het spoor door.
Door het rustige, bijna zonnige weer is het heerlijk fietsen. Voor mij op mijn gemak, voor Bastiaan is het op een gegeven moment toch iets te veel en we doen (nog) iets rustiger aan. Op sommige stukken kunnen we naast elkaar rijden, het is wel grappig, samen zijn we net een autootje! Alleen jammer dat er zo nu en dan weer tegenliggers of achteropkomers zijn. Omdat het mij met de Quest wat makkelijker afgaat, ben ik degene die even vooruit schiet of zich af laat zakken.
Bij de Pekhuisbrug demonstreert Bastiaan waar het sterke punt van de Alleweder t.o.v. de Quest ligt: de wendbaarheid. Met speels gemak draait hij zo de brug op en af. Het helpt natuurlijk wel dat hij ook gewoon door de modder ragt bij het aanloopje. Misschien moet ik dat ook maar gaan doen? Tot nu toe heeft het idee dat ik wel de modder in, maar misschien niet zo makkelijk er weer uit fiets me weerhouden. Toch iets om in het achterhoofd te houden.
Zo nu en dan naast elkaar, maar meer nog achter elkaar - veel praten lukt toch niet met 35+ windgeraas - gaan we vlot richting Gouda. Bij Moordrecht staat de overweg natuurlijk weer dicht en het fietspad langs de N456 is echt te smal om comfortabel door te rijden. Maar dat mag de pret niet drukken en het blijft gezellig.
Terwijl we al een tijdje met licht aan rijden, komen we bij Gouda aan. Aan de noordkant van de sluis staat de brug open, dus al het verkeer wordt over de zuidbrug geleid. Dat is me een beetje te druk om over de weg te fietsen en we gaan dus maar over het fietspad. Bliksemsnel overleggen we even over het volgende stuk en we besluiten over de dijk te gaan, de Rotterdamseweg en het verkeerslicht vermijdend. Bij Uniqema komt er zo'n stroom auto's langs dat ik maar op het fietspad blijf. Was ik alleen geweest had ik wel ingevoegd (maar was ik ook meteen over de Rotterdamseweg gegaan) maar Bastiaan's snelheid is toch iets lager en je bent per slot met z'n tweetjes.
Hobbeldebobbel tot de draai naar de Nieuwe Veerstal, waar zowaar een stukje fietspad herbestraat is! Zo rijden we door naar het wacht-kruispunt. Maar niet vandaag. Anderen hebben voor ons het wachten gedaan en als wij aankomen kunnen we zo doorrijden. Dat is lekker.
Dan nog even doortrekken over de Goejanverwelledijk en dan is het tijd om afscheid te nemen. Bastiaan fietst nog even door en ik zet voldaan en niet eens zo moe, mijn fiets in de garage. Met een goed gevoel: voor het eerst in vele jaren een volle week gefietsforenst.
Ik zal er flink van moeten genieten, want wegens werkverplichtingen komt de Quest er maandag en dinsdag in ieder geval niet uit.

Woensdag 16 februari 2005

Ik ben benieuwd hoe het fietsen vandaag zal gaan. Maandag en dinsdag is er wegens een intensieve cursus buitenshuis niet gefietst. De dinsdag thuisreis werd dan ook niet per Quest uitgevoerd. Eigenlijk een uitstekende gelegenheid om de loopschoenen aan te doen. Ik nam de trein tot in Nieuwerkerk en ga van daaraf hardlopend naar huis, voor het eerst hardlopend dit jaar en meteen 15 km. De eerste dertien km gingen best goed, maar de laatste twee waren erg zwaar. Toch niet gek na twee maanden, maar wat doen de benen?
Ik heb de wekker weer tien minuten eerder gezet, om om zes uur op te staan. Dan kan ik nog wat eerder weg en dus ook eerder naar huis. Het is 's nachts koud geweest en er staat een lichte NO wind als ik vertrek, ongeveer een kwartier vroeger dan anders. Het valt me op dat het op straat net zo druk is als anders. Dat valt me een beetje tegen, want ik had verwacht dat het merkbaar rustiger zou zijn. Nou ja, ik fiets net zo lekker.
Het valt me erg mee hoe mijn benen voelen. Ik merk wel dat ik tot aan het randje heb gelopen gisteren, maar het zit niet in de weg. Wel doe ik vooral met optrekken wat rustiger, wat zich meteen in een iets lagere gemiddelde snelheid uit. Op de Middelweg aangekomen ga ik toch aan mijn verplichtingen voldoen. Dit is zo'n mooi stukje weg, daar mag je gewoon niet langzamer dan 40 rijden. Heerlijk zoef ik over de weg, alleen iets inhoudend voor de paar tegenliggers die er zijn. Met volle vaart nader ik de Rotte-dijk, maar vlak voor ik omhoog ga om naar rechts te draaien schiet het door me heen: het heeft vannacht gevroren en vorige week vond ik het hier al glad met alleen maar water op het wegdek. Hoe zou het nu zijn? Er zou wel ijs kunnen liggen. Ik heb geen zin om het vervolg te schrijven op Leo Jonkers verhaal te schrijven (onvrijwillige duik in de Reeuwijkse Plassen vanaf zijn fiets). Ik besluit dus om iets rustiger over de dijk te gaan.
Bij nadering van de Pekhuisbrug krijg ik opeens weer het beeld voor me van Bastiaan die ruim door de modder scheurt en fraai over de brug draait. Niet bang zijn en gewoon de modder insturen. Ik concentreer me zo goed op het fatsoenlijk de modder insturen en weer uitkomen, dat ik te laat de draai naar de brug inzet en alsnog bij de steen uitkom en even achteruit moet steken. Maar de fiets staat wel veel rechter voor de brug. Met een beetje oefenen moet dat binnenkort wel in 1 keer goed kunnen gaan!
Na de paar slingers achter de brug komt het volgende stukje verplicht 40+: het mooie stukje weg aan de ZO kant van kassengebied Bergschenhoek. Van vermoeide benen is weinig te merken en ook de rest van de rit gaat eigenlijk probleemloos, tot ik de Schie overben. Door het industriegebiedje zie ik een vrachtwagen naderen. De chauffeur ziet echter een collega in de andere richting en naast elkaar stoppen ze voor een praatje. Heel handig, zo de hele weg blokkerend. Gelukkig is het nog vroeg en zijn de parkeervakken leeg zodat ik toch nog redelijk door kan rijden, om even later het fietspad langs het Beatrixpark op te draaien. Helaas heeft iemand bedacht dat hij met zijn auto dit wel als sluiproute kan gebruiken en die rijdt daar dan met een slakkegangetje voor me uit. Grrrr!
Halverwege slaat de sluiper af en kan ik weer op gang komen, om even later te merken dat ik in het school- spitsuur terecht ben gekomen. Hordes scholieren op het fietspad. Gelukkig moeten ze snel een andere kant op en kan ik weer door.
Op de Sportlaan nader ik het viaduct over de A4. Al van ver af verhoog ik mijn snelheid, zodat ik met volle vaart het verhoginkje benader. Met nog 30+ op de teller en een grote smile op mijn gezicht kom ik boven. Even later ben ik op bestemming.

Bij vertrek 's middags denk ik nog dat dit de eerste rit zal zijn waarvan het enige vermeldingswaardige feit is, dat er niets te melden valt. Een probleemloze 15 km later denk ik dat nog steeds, tot ik op de Rodenrijse weg rijd, richting 'centrum'. Op dit smalle dijkje, waar 50 de maximumsnelheid is, staan ook nog eens veel auto's geparkeerd. Zeker voor automobilisten geen doorrijdparadijs. Terwijl ik daar fiets komt er een automobilist met haast achterop. Terwijl ik toch echt niet langzaam fiets meent hij toch met geluidssignalen duidelijk te moeten maken dat ik tussen de geparkeerde auto's moet duiken om hem langs te laten.
Zelf zie ik dat anders en rijd door tot ik ergens ruimte kan maken zonder in mijn remmen te moeten knijpen. De man kan er nu wel langs en wil zo graag weer netjes rechts rijden dat hij iets te vroeg naar rechts stuurt. Kwade geesten zouden dit als 'snijden' kunnen interpreteren, maar ik houd me voor dat ik hier niet als rij-instructeur fiets en ga er niet als een gek achteraan. Dat hoeft ook niet, want 600 meter verder staat hij stil, te wachten achter een andere auto, voor hij de weg onder het spoor door kan. Om de de-escalatie verder door te voeren ga ik zelfs over het fietspad verder. Je moet wat over hebben voor een goede sfeer in het verkeer.
Een kleine km voor de Pekhuisbrug komt er van links een racefietser op mijn route, een klein stukje voor me uit. Omdat dit een zeer bochtig stukje is, kan ik niet zomaar inhalen, daarvoor is hij te wendbaar door de bocht. Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig hoeveel het nou eigenlijk scheelt, die brug. Ik hoop er dus op dat deze bukker ook de brug over gaat en dan rechtsaf, zodat ik kan zien hoeveel ik op hem verlies voor ik weer op gang ben.
Met Bastiaan in zijn Alleweder in gedachten stuur ik ruimer in (deels door de modder) en ga achter de bukker aan vrij vlot over de brug. Helaas gaat hij de andere kant op, dus weet ik het nog niet. Nou ja, volgende keer beter.

Donderdag 17 februari 2005

's Nachts ben ik raar aan het dromen en opeens schiet ik wakker, ongeveer 20 minuten voor de wekker gaat. Ik ben klaarwakker en besluit dan maar wat vroeger op te staan, zodat ik ook vroeg weg ben en weer vroeg naar huis kan gaan.
Om half zeven fiets ik weg. Dat is nog een stuk vroeger dan gisteren, maar in het verkeer is dat nog steeds niet te merken. Tot mijn stomme verbazing moet ik zelfs meer wachten en in de rij staan met het verkeer dan een kwartier of een half uur later! Ook buiten Gouda, langs de N456 is er niet te merken dat het een stuk vroeger is. De tegenliggers verblinden weer lekker en ik doe even mijn bril af, zodat ik tenminste het fietspad goed in de gaten kan houden. Fijne sneeuwvlokjes voel ik in mijn gezicht en mijn ogen, maar niet zoveel of zo hard dat ik er last van heb. Een stukje verder denk ik dat ik mijn bril wel weer op kan zetten. Zo gezegd, zo gedaan en de bril gaat weer op mijn neus.
Fout!
Ik had de bril in de Quest gehouden en zodra ik hem op mijn neus zet is hij volledig beslagen en zie ik helemaal geen steek meer. Er zit maar 1 ding op: hard in mijn remmen knijpen en de bril weer afzetten. Daarna houd ik de bril een paar honderd meter boven de Quest, zodat hij goed kan uitwasemen. Als ik hem dan opnieuw opzet gaat het wel goed.
Voorbij Zestienhoven sjees ik het viaduct af, over het mooie fietspad langs de Matlingeweg. Helaas nadert een dikke vrachtwagen de kruising juist om de hoek. Op het fietspad heb je voorrang, maar weet die chauffeur dat ook? Voor de zekerheid knijp ik fors in mijn remmen. De chauffeur ziet me en stopt, hoewel ik nooit zal weten of hij me ook op tijd had gezien als ik niet in mijn remmen had geknepen. Maar met zulke wagens neem ik liever geen risico. Nadeel is wel dat ik nu erg weinig vaart heb en nog wel in een zware versnelling sta. Dan maar rustig aan optrekken. Even later ga ik van het fietspad af, om via de Schiekade onder de weg door te gaan. Er staan daar wat paaltjes waar ik normaal tussendoor ga, maar ik benader ze vandaag net iets anders en ik besluit buitenom te gaan. Alweer fout! Buitenom betekent van het pad af. En hier loopt de berm toch wel een heel stuk lager dan het fietspad. De Quest maakt wat rare slingerbewegingen en het kost even wat moeite om hem weer in het gareel en op het fietspad te krijgen. Het ging allemaal wel bij tamelijk lage snelheid, maar het is niet voor herhaling vatbaar.
Met weer een snelle klim over de A4 ben ik zelfs voor acht uur op mijn werk. Zo vroeg ben ik nog nooit geweest, maar goed, zo vroeg vertrok ik anders ook niet.

Ziek

Ik voel me een aantal dagen niet zo lekker. Ik heb vrijdag wel heen en weer gefietst, maar al vanaf vrijdagmiddag voel ik me niet al te best. Bijwerken en nieuwe avonturen volgen zodra ik me weer fitter voel. Ik hoop dat dit vrijdag (25/2) op zijn laatst zal zijn.
Zij die al zorgelijk gevraagd hebben hoe het er mee staat, bedankt.
Ik kuch, nies en hoest nog flink (griep) maar kom er wel weer bovenop. Onkruid vergaat nu eenmaal niet zo gauw.
Tot spoedig!

(Donderdagmiddag 17 februari)
Beestenbende
Er is vanavond ouderavond op de school van Jesse, dus ik moet zeker op tijd thuis zijn. Het beste recept is dan altijd om ook op tijd te vertrekken. Bovendien is het rustig weer en heb ik maar drie fietsdagen. Goede reden om flink door te trappen zou je zo zeggen.
Zo gezegd, zo gedaan en ik ga er stevig vandoor. Als ik de Hofweg opdraai lig ik op schema voor een nieuw record. Maar goed, dan ben ik pas op een kwart van de route en kan er nog van alles gebeuren.
In mijn spiegeltje zie ik een splinternieuwe auto keurig op 50 meter achter me blijven rijden. Kijk, zo kan het dus ook (zie gisteren). Zoals gezegd rijd ik flink door op deze lange rechte weg. Ruim voor me uit rijdt een grote vrachtwagen. Tot mijn 'schrik' zet hij opeens zijn alarmlichten aan en gaat stilstaan. Midden op de weg (andere plek is er niet) en ik kan er niet langs. Het blijkt een kadaver-ophaal-wagen te zijn. De klep bovenop gaat open, een grijper komt tevoorschijn en van de kant van de weg wordt het kadaver van een schaap opgepikt en in de wagen gedumpt. Dan gaat de klep weer dicht en de grijper naar beneden en komt de hele karavaan weer op gang. Op zich heeft het niet zo lang geduurt, maar je staat toch weer helemaal stil. Positief bekeken heb je weer even op adem kunnen komen (ja, ja...).
Er is nog een aardig stuk te gaan en ik zet weer stevig aan. Omdat ik vroeger dan anders ben vertrokken kan ik ervan uitgaan dat ik ruim voor donker thuis ben. Ik heb dan ook mijn goede fietsbril opgezet. Dat is er eentje met wat donkerder glazen, geheel krasvrij. Dit in tegenstelling tot mijn blanko bril, die eigenlijk onder de krassen zit. Het is eigenlijk te gek voor woorden dat ik wel goed investeer in mijn rijwiel, maar dan niet ook meteen een nieuwe, krasvrije, blanko bril erbij doe. Dat zou vooral in het donker met tegenlicht veel schelen. Voor nu echter is het lekker om mijn goede bril op te hebben, zowel vanwege de afwezigheid van krasjes, als de betere ventilatie-eigenschappen die deze bril heeft.
Bij Bergschenhoek kan ik zo de weg opdraaien bij de dubbele rotonde. Toch had ik wel 10 seconden eerder willen zijn, want bij de rotonde is net een speciaal transport aangekomen. Een busje met zwaailichten voorop en een enorme oplegger met tig rijen wielen erachter. Dat draait en gaat moeizaam om de dubbele rotonde heen en er zit voor mij niet anders op dan te volgen. Bij de tweede rotonde rijd ik zo voor een brommobiel langs, zo'n nepautootje dat officieel 45 km/h mag rijden. Bij de afslag de parallelweg op volgt het mobieltje mij, aan het stuurgedrag te beoordelen met de bedoeling om mij snel voorbij te rijden. Maar dat gaat dus niet op. Als hij niet harder mag dan 45, zal ik tenminste 45 voor hem uit rijden. Het wagentje blijft inderdaad volgen, maar zodra ik vaart minder om rechtsaf te slaan, scheurt hij me voorbij. Ik heb niet gezien of het een 'hij' was, maar aan het haantjesgedrag te zien....
Even later rijd ik op de Hoeksekade Bergschenhoek weer uit. Aan de rechterkant loopt een fietspad, dat ik dus niet gebruik. Even later blijkt maar weer eens hoe verstandig dat is, want ik zie een ruiter te paard over het fietspad gaan, in dezelfde richting als ik. De hele weg is vrij en ik ga dan ook uiterst links rijden om het paard niet te verschrikken. Als ik even later in mijn spiegels kijk heb ik wel de indruk dat dit goed gelukt is. Dat wil zeggen, er gebeurt eigenlijk niets.
Deze ontmoeting kost geen tijd en ik ben nog steeds in de buurt van het recordschema. Een vlotte passage van de Pekhuisbrug en het stukje Rottedijk, gevolgd door hard over de Middelweg gaan verstevigd de kansen. Maar als ik van Nieuwerkerk parallel aan de A20 rijdt, komen me wat al te veel auto's voorbij. Ook tegen het einde, waar de auto's moeten wachten tot ze in kunnen voegen en daarbij gewoonlijk de inrit voor het fietspad (daar wel) blokkeren. Dat gebeurt nu ook en moeizaam manouvreer ik me er tussendoor, om even later ook nog eens op de trein te mogen wachten.
Maar helaas is mijn beker nog niet leeg. Als ik net het fietspad langs de N456 op ben gegaan kom ik de tweede ruiter van deze middag tegen. Ze komt me tegemoet op het fietspad, een echte 'close encounter' dus. Met de ervaringen van de mailinglijst over hoe eng paarden velomobielen vinden in gedachte, nader ik langzaam en zet mijn Quest vervolgens stil aan de kant. De ruiter staat ook stil en zegt dat ik maar door moet gaan. Ze staat met het paard op de strook gras tussen fietspad en weg. Heel rustig trek ik op om voorbij te gaan, zoveel mogelijk rechts blijvend. Maar het paard vind het blijkbaar nog steeds doodeng en deinst achteruit. Nog net niet stijgerend, maar wel met de achterkant tegen een verkeersbord botsend. Het verkeer op de weg heeft ook in de gaten dat er iets bijzonders plaatsvind en automobilisten houden even in tot ik het paard voorbij ben. Dan mag ik eindelijk weer vaart maken (voor de zoveelste keer). Deze laatste paar akkefietjes hebben echter wel zoveel tijd gekost dat een 'beste tijd' er niet meer inzit. Toch blijkt bij thuiskomst dat het netto minder dan een minuut scheelt. Bruto (dus met stilstaan erbij) scheelt het wel iets meer. Maar goed, mijn doel was om op tijd thuis te zijn en dat is goed gelukt.

Vrijdag 18 februari

Vrachtwagens
Ook vandaag wordt ik wat te vroeg wakker, maar deze keer kost het weinig moeite om mijn ogen nog eens dicht te doen. Zelfs nadat de wekker gegaan is blijf ik liggen, tot hij voor de tweede keer gaat. Dan ga ik er toch maar uit. Zo ben ik weer bijna een half uur later dan gisteren onderweg, maar in het verkeer is er geen echt verschil merkbaar. Op de Schielands Hoge Zeedijk (nog in Gouda) komt een paar keer weer zo'n enorme vrachtwagen op mij af. Ik begin er al wat ervaring in te krijgen, maar vind het nog best eng om zo in het duistere gat naast de helle koplampen te duiken. Je moet volledig vertrouwen dat de weg er nog net zo ligt als gisteren, want zien doe je niets. Volle vaart is natuurlijk uitgesloten, maar je probeert wel om niet te veel af te remmen.
Later als ik in Bergschenhoek de Leeuwenhoekweg (parallel N209) opdraai, staat daar plotseling een hek en een bord "doorgaand verkeer gestremd". Nu ben ik niet zo gauw overtuigd van zo'n opmerking, laat staan dat ik 123 een alternatieve route in gedachten heb, dus ik rijd vrolijk om het hek-met-bord heen. Om even later vrachtwagens naast elkaar de volle weg te zien blokkeren. Had ik dan toch moeten omkeren?
Zo snel laten we ons natuurlijk niet uit het veld slaan, vooral als ik zie dat er fietsers van de andere kant komen (of waren dat mensen die het ook probeerden en nu terug komen). Er loopt een smal tegelpaadje net links van de weg. Daar stuur ik mijn Quest op en zo ga ik de eerste vrachtwagens voorbij, om daarachter de volgende set te zien staan. Er wordt hier aan de weg gewerkt: slechte plekken worden eruit gehaald en opnieuw geasfalteerd. Dat hoop ik tenminste, want als ze nu hier ook al van die vervelende verkeersdrempels neerlegen als op het andere stuk Leeuwenhoekseweg, dan kan ik mijn lol op.
Zigzaggend vind ik nog net mijn weg tussen de vrachtwagens door. Ik mag blij zijn dat ze stilstaan en goed kijken voor ze in beweging komen, want het zijn wel enorme bakbeesten. Met de nodige vertraging kom ik hier ook weer goed doorheen en ik vraag me af of ik vanmiddag een andere route moet nemen. Maar ik veronderstel dat ze dit niet op willen laten liggen voor het weekend, dus ik ga het vanmiddag toch maar weer proberen.

In de loop van de dag wordt het weer steeds mysterieuzer. Grijswitte nevels trekken voorbij en de wind trekt ook aan. Het beloofd spooky te worden.
Ik heb geen zin in rare avonturen en besluit om op tijd weg te gaan. Beginnend met mijn echte zonnebril op, moet ik een tijdje later toch teruggrijpen naar de blanko bril. Van mijn voornemen om hard naar huis te gaan komt niet zo veel terecht. De benen willen niet helemaal (mijn ziekworden kondigt zich aan realiseer ik me later) en de toenemende wind begint invloed op mijn koers te krijgen (of raken mijn hersens versnotterd?)
Over de sluis Gouda binnengaand heb ik weer vrij baan naar het kruispunt dat naar de Rotterdamseweg leidt. Het licht is groen en ik zet nog even extra aan, maar helaas springt het licht op oranje ruim voor ik er ben. Een fractie van een seconde overweeg ik hoe lang het duurt om van oranje op rood te gaan, maar ik knijp toch maar stevig in mijn remmen. Later blijkt dat nog verstandiger te zijn dan het op het eerste gezicht al lijkt.
Als het licht weer op groen gaat, trek ik redelijk rustig op. Ik blijf aan de kant rijden, zodat een paar auto's mij gemakkelijk in kunnen halen. Op het stukje weg langs Uniqema komt er een busje achter me rijden. Ik zie het donkere silhouet met de felle lampen eigenlijk iets te dicht achter me zitten. Jammer broer, maar hier kun je er niet voorbij en ik mag hier fietsen. Daar denkt 'broer' kennelijk anders over, want toetert even. Nou ja, ten eerste mag ik hier fietsen, ten tweede 'versta' ik 'toet-toet' niet en ten derde zit er nog altijd een betonnen richeltje tussen rijbaan en fietspad, dus er valt niet eens naar het fietspad op te schuiven. Een tweede 'toet' verandert daar helemaal niets aan.
Zo volgen we elkaar gewoon verder, tot ik even later bij het stoplicht stil sta. Het busje komt naast me staan en het raampje wordt opengedraaid. Het blijkt een politiebusje te zijn en de agent die uit het raam hangt is kort van stof. Hij wijst naar links en verteld me dat ik op het fietspad moet fietsen. Omdat er hier nog fietspad is en het hier een directe instructie van 'het bevoegd gezag' betreft, vertel ik hem dat ik het onmiddelijk zal doen. Ik zet dus gang en vervolg mijn weg over het fietspad. Pas even later realiseer ik me dat ze waarschijnlijk al vanaf de sluis redelijk dicht achter me reden en het vast niet bij "ga op het fietspad fietsen" gelaten zouden hebben als ik wel had geprobeerd het oranje daar op te rekken.

Zaterdag 19 februari 2005

Ik probeer nog wat looptraining in te voegen. Eerst op pad met Diede, die haar nieuwe skeelers gaat uitproberen. Kan ik dan met haar mee rennen. Nou ja, ze is nog zo weinig vertrouwd dat ze nauwelijks boven stevig doorwandeltempo uitkomt. 's Middags ga ik wat verder op stap met Jesse. Voor hem willen we een nette tweedehands fiets kopen voor school. Met mijn hardloopschoenen aan en hij op de fiets moeten we daarheen. Maar ik houd het nog geen drie km vol (verder ziek worden) en het laatste stukje doen we toch maar samen op 1 fiets. Ik doe twee pogingen om bij hem achterop te gaan zitten, maar beide keren lukt het hem niet de fiets op koers te houden (we raken bijna te water) en ga ik er maar weer gauw af. Dan maar andersom.
De fietsenmaker heeft wel wat inruilertjes staan, waaronder een Sparta voor onder de 100 euro. Deze fiets is voorzien van AXA HR verlichting en magura hydraulische velgremmen. Ook voor de rest ziet ie er prima uit en ik realiseer me dat ik hier een echt koopje heb. Het lijkt erop dat men in deze wat stoffige fietsenzaak, zich niet eens realiseert dat er hydraulische remmen opzitten of wat dat voor zou stellen. Afijn, de fiets wordt betaald en we doen verder ons rondje.
Fijne fiets erbij.

Zondag 20 februari 2005

Vannacht beroerd geslapen. Niezen, slap voelen, niet best.
Omdat het weer echter lekker is en ik toch wat frisse lucht wil, haal ik de Quest naar buiten voor een relaxed half uurtje cruisen door Gouda. Zelfs met slappe benen houd je er genoeg vaart in om vrij vlot ergens te zijn.
Door de binnenstad rijdend, merk ik dat Gouda een echte touristenstad is. Groepen worden door gidsen rondgeleid en de monumentale gebouwen zoals de St Janskerk (net gerestaureerd) en het stadhuis (pas nog "in het licht" gezet) worden bewonderd. Maar nu even niet. Als ik langskom is de aandacht even volledig weg en alle hoofden gaan mijn kant op. Zo te merken een extra attractie voor Gouda. Dan niet alleen mijn Quest natuurlijk, want ook Hans Hoekman rijdt sinds kort in en rond Gouda in een witte Quest. We zijn elkaar nog niet tegengekomen, maar hebben per mail wel al contact gehad.
Thuis ga ik nog even aan de slag met het stoeltje. Ik heb toch de indruk dat het Velomobiel-stoeltje en mijn rug niet helemaal bij elkaar passen. Net als Wim Schermer heb ik meer met de Challenge stoeltjes en de zelfde vorm Siepman/Zephyr stoeltjes. Omdat ik voor de Wielewaal zo'n stoeltje heb gebruikt, kan ik het even proberen, of dat makkelijk zelf in te bouwen moet zijn. Ik haal het stoeltje van die fiets en verwijder de koppelstukken. Dan haal ik het stoeltje uit de Quest. Mooie gelegenheid om alles eens goed te bekijken.
Omdat ik het stoeltje versmald en van onderen iets ingekort heb, is het zelfs zonder Wim's gatenboor slechts 450 gram zwaarder dan het velomobiel stoeltje. Ik leg het in de Quest en ga er daarna zelf op liggen. Zonder kussen, want dat glijdt maar weg. Ook zonder dat het vastligt, dus even fietsen zal ik zo maar niet doen. Het is niet makkelijk om het precies te weten, maar ik heb wel de indruk dat ik zo prettiger lig. Ik zal nog maar zo'n stoeltje bestellen en die monteren.

Maandag 21 februari 2005

Ziek
Ik ben nog beroerder dan gisteren, maar verwacht op mijn werk een sollicitant die vanuit Canada is overgevlogen. Het betreft een positie onder mijn directe leiding, dus ik sleep me -per trein- toch maar naar mijn werk. Al snotterend en proestend kom ik de dag door en zodra het mogelijk is keer ik weer naar huis terug. Mijn Quest heeft een extra rustdag.
Dinsdag van hetzelfde laken een pak: met de trein heen en weer om sollicitanten (deze keer uit Parijs en Rome) te spreken en geen inspanning die niet strikt noodzakelijk is. Dan is het klaar met sollicitanten en kan ik woensdag en donderdag uitzieken. Met een beetje geluk kom ik vrijdag weer op gang.

Vrijdag 25 februari 2005

We moeten het maar weer eens proberen. Het slappe is uit de spieren weg, ook de typische griep-spierpijn is verdwenen. De vastzittende hoest en volle neus zijn er nog wel, maar ik waag het erop.
Als ik 's morgens weg ga, vriest het vijf graden. Onder andere omstandigheden nog t-shirt weer, maar nu neem ik liever geen risico en heb ik mijn shirt met lange mouwen en col aan. Zelfs mijn handschoenen heb ik naast mijn stoeltje klaarliggen. Als ik op weg ben gegaan realiseer ik me dat het deze week schoolvakantie is. Dat wist ik natuurlijk wel, want ook mijn kinderen zijn de hele week vrij, maar het scheelt natuurlijk ook in het verkeer. Anders had ik daar een hele week van kunnen genieten, deze keer alleen vandaag.
Het is koud weer, maar ook tamelijk rustig. Ik doe kalm aan en toch ligt het gemiddelde al snel boven de 30. Ik ben, zoals gewoonlijk, ruim voor zeven uur vertrokken en ik verbaas me erover dat het vanaf vertrek al niet meer helemaal donker is. Dat is wel prettig, dat de dagen nu langer aan het worden zijn.
De kou op mijn gezicht is toch best pittig. Ik trek mijn colletje aan een kant over mijn oor, druk dan de zijkant van mijn hoofd tegen het schuimdeksel om terugglijden te voorkomen en trek dan het colletje ook over mijn andere oor. Dan achter nog even omhoog zitten en dan zit het stevig genoeg om te blijven zitten.
De rit lijkt probleemloos te gaan, tot na 15 km om onverklaarbare reden de ketting weer van het voorblad afgaat bij het schakelen. En dat terwijl ik rustig reed en heel rustig schakelde. Ik probeer al rijdende de boel weer goed te krijgen, dat lukt meestal wel, maar deze keer niet. De ketting is ondertussen van de spanner af en dat betekent stoppen. Ik stuur mijn fiets naar de linkerberm (rechts is de vaart) en stap uit. Jack aan, fiets meteen maar op z'n kant en dan de ketting er weer opleggen. Even later kan ik weer heeeeel rustig aan vertrekken, want ik sta natuurlijk in een veel te zware versnelling.
Bij de Pekhuisbrug hoop ik dat de vorst ervoor zorgt dat de modder mooi bevroren is, zodat ik mooi kan aansturen. Bevroren is de modder wel, maar eigenlijk ook wel een stukje lager dan het pad zelf. Van echt soepel aansturen is dus (nog) geen sprake.
Bij Bergschenhoek zie ik bij toeval dat de ketting op de zijkant van de bovenste roller van de kettingspanner ligt. Dat is niet zo mooi, want dan kan ie er zo naast schieten en heb ik geen kettingspanning meer. Met mijn voet probeer ik al rijdende dit weer te verhelpen. Dat gaat iets te goed en de ketting komt aan de andere kant naast het rollertje. Ik probeer nog de ketting weer terug te haken, maar helaas zonder resultaat. Dus weer stoppen. Gelukkig kan ik in de Quest blijven en door me helemaal naar voren te laten glijden kom ik net bij de ketting en leg ik hem er weer op. Rustig aan vervolg ik mijn route naar Vlaardingen.
In de afgelopen dagen ben ik in gedachten mijn route eens langsgegaan om te zien waar nog mogelijkheden zijn voor verbetering. Een van de opties op papier is om bij station Vlaardingen-Oost meteen naar de straat langs het spoor te gaan en dan helemaal rechtdoor te gaan, in plaats van eerst rechtdoor en halverwege een slinger om naast het spoor te komen. Zo bedacht, zo geprobeerd, zo afgewezen.
Eigenlijk al met de eerste draai heb ik het gezien. Dit is hier tamelijk smal, de klinkertjes liggen niet strak, er staan veel auto's geparkeerd en bovendien liggen er heel vervelende verkeersdrempels. Bij de eerste de beste kom ik met de hak van mijn schoen tegen de straat aan. Deze drempeltjes zijn met hooguit 25 km/h te nemen. Goed om een keer te proberen, nu weet ik tenminste zeker dat dit geen alternatief is.

Nu is het deze week nog vakantie, dus ik wil op tijd weg zijn. Ik heb echter nog wat Engelse collega's aan de telefoon gehad en het is toch weer later dat ik weg ga. Ik twijfel een beetje tussen gas geven en inhouden. Aan de ene kant is het de eerste fietsdag na ziekte. Ben ik wel helemaal hersteld? Aan de andere kant heb ik daardoor al die andere dagen niet gefietst en zou ik wat over moeten hebben. Een NO windje staat wat tegen. Ik weet het niet, ga gewoon vertrekken.
Meteen is het al raak: de spoorbomen zijn dicht en er staat weer een rij auto's voor. Deze keer schuif ik het hele rijtje voorbij, wacht vooraan en vertrek vlak voordat de bomen helemaal open zijn. Lekker voor de auto's uit zonder iemand te hinderen en ook zonder gehinderd te worden. Het gaat best vlot en op de gebruikelijke 'hinder-punten' gaat het opvallend soepel. Een kruising waar ik normaal gesproken tot stilstand kom, kan ik met nog 25 op de teller overzien dat ik door kan rijden. Dat scheelt.
Ook het fietspad langs de Matlingeweg kan ik ongestoord doorrijden. Het gaat dus heel lekker. Iedem dito bij Bergschenhoek: zo doorrijden en soepel langs de rotondes. Zelfs de Pekhuisbrug ga ik soepel overheen.
Even later de dijk af de Middelweg op is er dan toch hinder: er komt net een auto van de andere kant, met voorrang en moet ik inhouden inplaats van aanzetten. Nou ja, het is maar zo.
Ondertussen ben ik al een heel eind verder en het gemiddelde staat al behoorlijk hoog. Ik voel me goed en besluit om dan ook maar voluit door te gaan. Thuis blijk ik precies mijn record geevenaard te hebben. Niet gek!

Zaterdag 26 februari 2005

Ik wil een lange tochtstrip hebben voor onderaan de garagedeur. De enorme kier maakt de garage een stuk kouder dan nodig is. Mooi klusje om met de Quest op te knappen. De dichtsbijzijnde bouwmarkt is niet in Gouda zelf, maar in Haastrecht.
Ik heb mijn fiets buitengezet, garage dicht en stap in. Al na een paar meter zie ik van links, over de Voorwillenseweg een ligger aankomen, kennelijk ook richting Haastrecht. Ik ben voor hem het dijkje op, maar houd even in om een praatje te kunnen maken. De jongeman rijdt op een oranje Piraeus Marathon (is dat niet de Sparta versie van de Challenge Focus?) en komt naast me rijden.
"Dat is wel strak!" zegt hij, om te vervolgen met "hoe hard gaat dat nou?"
Nu ben ik dat soort vragen wel gewend van niet-liggers, maar hij kan natuurlijk netzogoed antwoord krijgen. Zo hard als je trapt dus. Om er meteen achteraan te zeggen dat bij mij de kruissnelheid tussen de 40 en 45 ligt. Zover komt hij niet, 35 bij stevig doortrappen. Om het hem te laten ervaren nodig ik hem uit om even mee op te trekken. Ik zet dus aan, maar als ik bij 45 in mijn spiegel kijk zie ik dat hij het al helemaal heeft opgegeven. Ik knijp dus maar even in mijn remmen om hem bij te laten komen. Gezellig fietsen we door tot in Haastrecht, waar hij rechts en ik links ga.
In de bouwmarkt heb ik zo mijn spullen bij elkaar. De 2.50 meter lange tochtstrip gaat van achter eerst de Quest in naar voren, door de voetengaten weer naar buiten, tot ik de andere kant naar beneden kan halen. Dan schuif ik hem helemaal naar achten en kan net het puntje weer binnenboord halen. Keurig geladen.
Ik stap in mijn Quest en ben klaar om te vertrekken, als een vader en moeder om de hoek komen. Vader draait zich om en verteld zijn zoontje (nog buiten beeld) dat er een raket staat. Als de jongen de hoek om komt, zeg ik bij wijze van grapje dat ik pas kan vertrekken na het aftellen. Moeder begint enthousiast af te tellen, terwijl de jongen achter de stapels stenen is verdwenen. Even later komt hij weer tevoorschijn, angstig kijkend en zijn handen stijf tegen zijn oortjes gedrukt! We moeten allemaal lachen en na het "een" vertrek ik. In stilte, tot verwondering van het jongetje.

Zondag 27 februari 2005

Dacht ik van mijn griep af te zijn, voel ik me vandaag weer als een dweil. Dan maar even goed uitzieken en morgen met de trein naar het werk. Dat betekent meteen ook dat er deze maand geen kilometer meer bij komt. De eindstand van februari is ondanks alle niet-fietsdagen een indrukwekkende 1113 km! Dat maakt het Quest-totaal 1840 km.

Maart 2005

Dinsdag 1 maart 2005

Om het zekere voor het onzekere te nemen, blijft ook vandaag de Quest nog in de garage en ga ik weer per trein naar mijn werk. Vond ik het gisteren ergens wel jammer, want had ik wel willen ervaren hoe het fietst met min negen, vandaag kriebelt het ook wat. Niet alleen het weer (dwarrelende sneeuw, leuk om de luchtstromen te bekijken) maar ook dat de trein zowel op Gouda Goverwelle voor mijn neus vertrekt als later op Rotterdam Centraal de trein naar Vlaardingen een paar tellen voor ik er ben weg gaat. Twee keer extra wachten op een koud, winderig perron. Reden te meer om morgen maar weer te gaan fietsen.
Om het nog een beetje goed te maken, ga ik dan tussen de middag maar een uurtje hardlopen. De tweede ren van het jaar, circa 10 km. Naar omstandigheden gaat het goed. Maar het is nog lang geen marathon.

Woensdag 2 maart 2005

Ik heb wel een mooie dag uitgezocht om de fiets weer te nemen: de weersverwachting van gisteravond meldt 10 cm sneeuw. Als ik opsta is daarvan nog helemaal niets te zien, maar als ik de Quest naar buiten rijdt om te vertrekken, is het juist begonnen te sneeuwen. Rustig aan is het devies, meer nog vanwege de recente griep dan vanwege het weer. Naast de sneeuw staat er ook nog een tamelijk harde zuidelijke wind. Wel opletten voor zijwinden dus.
Voor de verandering rijdt ik gewoon de straat uit, niet meteen de dijk op. Als ik via het kruispunt aan het andere eind van onze straat de dijk opga, is de helling wat vriendelijker. Je kunt namelijk nauwelijks vaart maken en moet op power omhoog. Vandaag heb ik daar even geen zin in, dus dan dit alternatief. Blijkt achteraf nog eens 200 meter te schelen ook.
Het verkeer heeft in Gouda nog niet zo'n hinder van de sneeuw en het gaat allemaal z'n gangetje. Ter hoogte van Uniqema rijdt ik zelfs helemaal alleen. Eigenlijk wel een mooi moment om toch alvast op het fietspad links te gaan rijden. Zo blijf ik eventuele latere auto's uit de weg en hoef ik ook niet bang te zijn dat ik als ik echt links de dijk op wil moet wachten op tegenliggers.
Over de sluis gaat het nog steeds prima. Langs de N456 doe ik het kalm aan: midden 30 is hard genoeg vandaag. Pas op de Middelweg richting de Rotte rijd ik door een beetje sneeuw. Maar ook hier nauwelijks het noemen waard. Langs de Rotte zelf doe ik wel wat voorzichtig in verband met de wind, maar het gaat allemaal nog heel erg soepel. Bij het naderen van het vliegveld zie je wat wel en niet hoofdroute is. Onder de weg door is sneeuwvrij en dan ook de parallelweg langs de A13. Maar linksaf richting het fietspad ligt er een mooi laagje sneeuw. Ook even later bij de Schiekade is het mooi wit. Daar voel ik ook voor het eerst de Quest glijden. Een paar keer kom ik op stukjes opgevroren nattigheid. De Quest drift een beetje, maar omdat ik er al op bedacht wacht schrik ik er niet van, laat staan dat ik er last van heb. Als ik even later op de Schie affiets, bedenk ik me dat het in die bocht wel glad zou kunnen zijn. Omdat ik geen zin heb om te testen hoe sterk het ijs in het haventje is, ga ik hier ook heel rustig de bocht om.
Later in het Beatrixpark zie ik gniffelend een brommer me stapvoets tegemoet rijden. Zijn helft van het fietspad ziet er niet uit, terwijl ik op een mooi schoon stuk rijdt. Als ik van zijn kant was gekomen had ik het wel geweten, had ik mooi het schone stuk genomen. Even later zie ik waar ik het aan te danken heb. Een borstelwagen veegt het pad mooi schoon en direct daarachter rijdt een strooiwagentje om te zorgen dat het mooi schoon blijft. Inderdaad ligt het pad voor dit edele tweetal er een stuk minder fraai bij. Maar dan ben ik al bijna op bestemming. Ik heb er deze morgen maar vijf minuten langer dan anders over gedaan, wat mij betreft volledig wegens extra kalm rijden en niet vanwege het weer. Maar gedurende de ochtend blijft het sneeuwen, dus het zal me benieuwen hoe het op de terugweg zal zijn.

Gedurende de dag blijft het gestaag sneeuwen. Via de mailinglist komen nogal wat verhalen binnen over avontuurlijke tochten. Rond vier uur besluit ik ook maar op tijd te vertrekken. Dat scheelt ten eerste een stuk sneeuw dat nog gaat vallen. Ten tweede heb ik dan een uur langer daglicht. Tenslotte scheelt het ook dat het nu net boven nul is, maar dat er straks bij het zakken van de temperatuur massaal ijs op de weg komt.
Ik vertrek dus op tijd en probeer rustig aan te fietsen, want wie weet hoe lang ik onderweg zal zijn. De eerste straatjes gaan heel behoorlijk. Een buschauffeur houdt zijn bus stil om mij voor te laten. Later krijg ik nog heel wat meer voorbeelden dat dit weer bij veel mensen extra coulant zijn.
Bij bochten ben ik extra allert op gladheid. Dat betekent ruim tevoren snelheid minderen en erg rustig door de bocht. Ook het viaduct langs het spoor wordt dus langzaam benaderd. Voorzichtig, om het achterwiel niet te laten spinnen, gaat het omhoog. Tegemoet komende brommers gaan ook heel langzaam, met twee voeten al bij de grond. Voor omvallen ben ik niet bang, op wegschuiven ben ik allert. Het stukje Sportlaan heeft maar een dun laagje sneeuw liggen en 35 km/h is geen probleem. Het wenden en keren richting Beatrixpark gaat echter op z'n egeltjes: heel voorzichtig. Daar kan echter weer even vaart gemaakt worden. De auto die het kruispunt van rechts nadert geeft ook alruim baan. Heel aardig!
De eerste echte last van de sneeuw heb ik pas langs de Schie. Een behoorlijke laag sneeuw op een dubieuze ondergrond. Inderdaad voel ik de Quest een paar keer wat schuiven, zonder vervelende consequenties overigens. Het fietspad langs de Matlingeweg ligt er zelfs mooi bij. Ik haal met gemak het verkeer op de hoofdrijbaan in. Dan over het Doenviaduct weer even voorzichtig de bochten door en maar weer verder. De eerste tien km in maar iets meer dan 20 minuten, helemaal niet gek.
Even later over de Hofweg is de rand van de weg veel minder duidelijk dan normaal. Ik houd dan ook wat afstand van de kant van de weg. Achteropkomend verkeer kan er dan ook niet zo makkelijk langs. Maar ja, dat kan door de sneeuwval zowiezo al niet zo goed. Het levert dan ook geen problemen op, juist nu lijken mensen wat meer geduld met elkaar te hebben.
Door Rodenrijs ga ik weer over de weg onder het spoor door. Vorige week zag ik iemand vlak daar voorbij al tussen de huizen doorgaan, richting het fietspad dat daarachter ligt. Dat wil ik eigenlijk ook wel eens proberen, want het stukje rechtdoor heb je nogal eens last van auto's die op elkaar staan te wachten. Dan sta je daar met je snelle fiets ook gewoon stil tussen. Vandaag lijkt het echter niet de juiste dag om deze routevariant te gaan proberen: er is daar niet geveegd of gestrooid, er ligt een dik pak sneeuw. Dan nog maar even rechtdoor, wat heel redelijk gaat.
Op tal van plekken wordt de laag drab op de weg wel wat dikker. Je merkt het dat je wat langzamer fietst, maar er is nog heel behoorlijk door te komen. Op de momenten dat ik er aan toekom om op mijn teller te kijken, staat er meestal toch nog 30+ te lezen.
Regelmatig moet ik een vers laagje sneeuw van mijn fietsbril vegen, maar voor de rest geen centje pijn. Ook niet op weg naar de Pekhuisbrug. Ik vrees nog even of ik daar wel overheen kom, maar dat blijkt geen enkel probleem. Op de Rottedijk doe ik voorzichtig aan: de weg blinkt al niet uit in grip en nu die drab er nog bij...
Op de Middelweg krijgen we een herhaling van de Hofweg: de zijkanten zijn slecht te zien en ik blijf meer van de kant af fietsen. Omdat deze weg toch iets breder is, wordt er - voorzichtig - toch nog wel eens ingehaald. Een eind verder als ik bij Moordrecht op het fietspad langs de N456 kom, is er een echte laag sneeuw. Met goed kijken zie je fietssporen, maar die zijn al bijna weggesneeuwd. Even later komt een fietser me tegemoet en de rest van het pad zie ik zijn zeer kronkelige spoor in de sneeuw. Als ik in mijn spiegeltjes kijk, zie ik iets heel anders: drie strakke lijnen van mijn drie wielen. Als een streep door de sneeuw.
In de bocht bij de rotonde is nu goed te zien waar de meeste fietsers vandaan komen, want vanaf dat punt zijn er veel meer sporen in de sneeuw te zien. Normaal maak ik op dat stukje wat extra vaart, om gemakkelijk de dijk op te komen. Dat lukt vandaag maar matig. Voorbij de volgende rotonde gaat het verder omhoog, richting de sluis. Nu is de vaart er helemaal uit door de steeds dikkere laag sneeuw.
Onder deze omstandigheden lijkt het me niet verstandig om me tussen het autoverkeer - dat mij niet verwacht - te mengen en over de sluis sla ik rechtsaf de dijk op. Dat fietst nog redelijk door en als ik even later de 'gewone' weg links van me zie, zie ik ook dat ik juist gekozen heb. Het verkeer rijdt er maar heel langzaam. Ik neem dan ook de oneffenheden van het fietspad voor lief en blijf van de weg af. Als ik later bij de afslag over de brug rechtdoor mag, krijg ik voor het eerst echt last van een spinnend achterwiel. Als het licht op groen springt, kom ik maar heel moeizaam op gang. Dan nog even de Goejanverwelledijk en dan meteen naar beneden, om benedenlangs naar huis te fietsen. Een uur en veertig minuten, ruim 26 gemiddeld. Dat is lang niet slecht!

Donderdag 3 maart 2005

Ik voel wel heel duidelijk dat de rit van gisteren in mijn benen zit. Omdat het half gesmolten sneeuwdek op tal van plaatsen bevroren is, zal het wel heel moeizaam fietsen zijn. Ik denk er dan ook verstandig aan te doen om met de trein te gaan. Die hoor ik van huisuit al langskomen, dus dat zit wel goed.
Dacht ik
Ik loop door de sneeuw richting het spoor. Daar aangekomen staan me wat al te veel mensen te wachten. Het blijkt dat tussen Gouda en Utrecht geen treinen rijden. Dat helpt mij dus ook niet. Als er eindelijk een trein komt, gaat hij 10 minuten later weer richting Rotterdam. Instappen dus. Bij Gouda zelf staat ie ook 10 minuten stil en als hij dan eindelijk onderweg is, staan we voor Nieuwerkerk nog eens 10 minuten stil. Nog heel wat keren staan we stil, ik mis de aansluiting (welke aansluiting?) op Rotterdam en heb al lang tegen mezelf gezegd dat ik de verkeerde keuze heb gemaakt.
Ik zal nooit weten hoe lang ik er met de fiets over gedaan zou hebben, maar de heenweg was bijna drie uur per trein. Op de terugreis lijkt het wat beter te gaan, maar in Rotterdam vertrekken treinen opeens niet. Als er eindelijk wel eentje gaat, zit ik er gelukkig in. Deze trein zal tot Gouda Goverwelle rijden, precies waar ik wezen wil. Maar als we tot Gouda gekomen zijn, krijgen we te horen dat het laatste stukje niet gereden zal worden. Ik bel dan ook maar naar huis om te laten weten dat ik wat verder moet lopen. Gelukkig biedt Clara heel lief aan om me op te halen, zodat de terugreis maar 2 uur duurt...

Vrijdag 4 maart 2005

Het heeft vannacht zeer streng gevroren. Op het nieuws werd verteld dat er op heel wat plaatsen niet gestrooid zal worden. Ook voor de treinen, vooral op 'mijn' stukkie worden minstens dezelfde problemen verwacht. Ik werk vandaag dan ook lekker thuis. Alleen voor een kleine boodschap fiets ik even naar de binnenstad, waar een groepje jongeren vol verbazing naar mij kijkt. Als ik uitstap, vraagt er een wat dat nou is. Als ik antwoord dat het een fiets is, kijkt hij ongelovig. "Ik dacht dat het een auto was". Van mij mag hij het een auto noemen. Nog heel wat verdraaide hoofden zijn mijn deel als ik weer naar huis fiets.

Zaterdag 5 maart 2005

Aan het eind van de dag moet ik nog even naar de bouwmarkt. Lekker even de benen strekken. Op de meeste plaatsen is de weg goed begaanbaar, maar op een paar plaatsen is het even ploegen met de Quest. Wel leuk om zo even te spelen, maar niet als je een hele tocht zo zou moeten rijden.
Na mijn boodschap fiets ik nog even verder langs de Gouwe. Even een nieuw stukje van de omgeving ontdekken. Klein stukje Waddinxveen in en dan weer terug. Helaas gaat ook op deze rit weer eens de ketting van het voorblad af. En meteen ook helemaal van de kettingspanner. Ik heb deze problemen hier in mijn verslag al eens vaker gehad. Een aantal questrijders hebben al tips gegeven om de oorzaak te vinden. Zij hebben er zelden of nooit last van. Maar het ligt ongetwijfeld aan mij en mijn stijl van schakelen, immers in mijn twee uur proefrit met de Quest van Theo Mol kreeg ik het ook al voor elkaar om de ketting eraf te krijgen.
Ik heb de derailleur, de kettingbuizen, hun positie en de spanning van de spanner bekeken, maar kan geen voor de hand liggende oorzaak vinden. Omdat het vaak gepaard gaat met van de spannerwieltjes aflopen, zal ik eens nadenken over een beugeltje dat de ketting tegenhoudt als ie van de rollers af wil gaan. Wie weet helpt dat nog.
's Avonds gaan we chinees eten. Even gebeld naar een restaurant in Haastrecht (is net zo ver als in Gouda zelf). En dan natuurlijk even ophalen in de Quest. De wind is ondertussen weer vreselijk koud geworden, maar het gaat met een t-shirtje aan nog steeds heel lekker. Kom je Haastrecht binnen, mag je als fietser wel linksaf tegen het 1-richtingsverkeer in. Handig, want dan ben je meteen bij het restaurant. Eenmaal uitgestapt pak ik even de achterkant op, draai de fiets om en hij staat klaar voor vertrek.
Even later kom ik met de tassen eten aan: stoeltje naar voren, eten neerzetten, kroepoek even apart wegzetten, instappen en wegwezen. Volgens mij krijg je het met een ander vervoermiddel niet voor elkaar om zo vlot en warm je eten van restaurant naar tafel te brengen!

Maandag 7 maart 2005

Na een veelbewogen week, met sneeuw, strenge vorst en terugkeer van een griepje, ben ik wel heel benieuwd hoe het deze ochtend zal gaan. Hoe gaan de benen zich voelen? Hoe is het weer? Waar ligt nog sneeuw en ijs?
Ik dacht op tijd opgestaan te zijn en goed voorbereid, maar toch is het al weer bijna zeven uur voor ik onderweg ben. De weg is overal nat en de thermometer is maar net boven de nul graden. Hoewel hij daar de hele nacht boven is gebleven, wil ik extra alert blijven op gladheid. Vooral in de bochten dus kalm aan.
Er staat een pittige noordwestelijke wind, maar verder gaat het prima. Eigenlijk overal zijn de wegen schoon. Ik vermoed de eerste mindere plek bij het tunneltje onder de A20, bij Nieuwerkerk. Maar ook daar ligt het er mooi bij. Door naar de Pekhuisbrug. Dit is minder befietst, dus hier dan? Nee hoor, ook hier is het wegdek nat maar schoon. Op de velden ligt nog veel sneeuw, maar de normale ondergrond komt ook al weer heel wat tevoorschijn. Bij het naderen van Bergschenhoek zet ik mijn tellertje op ODO. Ik nader de 2000 km en vind het wel leuk om het even 'live' te zien.
2000
Vlot Rodenrijs in, onder het spoor door en langs de vaart. En ja hoor, net op een 'moeilijk' punt, waar een graafmachine op de weg staat, maak ik de 2000 vol. Op naar de drie. Als ik even later de bocht om ga, staat daar net een man een hekje op de weg te plaatsen. Hij gaat daar baggeren of zo en zet het hekje neer om het verkeer erop te wijzen dat er vanalles op de weg staat. Hij ziet mij de bocht om komen en netjes om hem heen rijden, maar kennelijk is dat raar. Hij draait met mij mee en in mijn spiegels zie ik dat hij me na blijft kijken tot ik om de volgende bocht verdwenen ben. Ik vraag me af wat er te zien was...

Ondanks het weer staat het gemiddelde ruim boven de 30. Voor een ochtendrit en zeker onder deze omstandigheden niet gek. Ik ga nog lekker door en nader de Schiekade. Op mijn vorige rit was dit het beroerdste stukkie, dus ik ben op mijn hoede. Zodra ik het doorgaande fietspad afga, zie ik al een ijs- en sneeuwdek op het pad liggen. Een wandelaar komt me tegemoet en ziet mij heen en weer glibberend naderbij komen. Hij stapt gauw opzij. Heel verstandig natuurlijk, maar achteraf niet nodig. Ik glibber wel, maar blijf desondanks redelijk op koers. Enger vind ik het om met een dergelijke glibberende ondergrond tussen twee paaltjes door te gaan. Maar het gaat goed. Onder het viaductje door zie ik dat de toestand aan de andere kant veel slechter is. Een grote ijsbaan. Fietsers komen me lopend tegemoet, of als ze nog op hun fiets zitten met twee voeten uitgestoken voor extra balans. Ook ik glibber heen en weer, maar met drie wieltjes op de grond hoef ik voor omvallen niet bang te zijn. Het stuurt natuurlijk beroerd en gang maken zit er al helemaal niet in, maar het is voor een keer wel heel leuk om te ervaren. Zonder echte problemen kom ik dit stukje ook weer voorbij. Ik ben benieuwd hoeveel hiervan vanmiddag gesmolten zal zijn.
De rest van de rit gaat probleemloos en met een mooi gemiddelde ben ik op mijn werk.

Vanavond moet Jesse om zeven uur op boogschieten zijn en is er voor Diede en Hidde ouderavond op school. Alle reden dus om op tijd thuis te willen zijn. Door de drukte op het werk lukt het echter niet om echt op tijd weg te gaan, dus zal er even stevig doorgetrapt moeten worden. Het weer werkt niet echt mee, met zo nu en dan regen, behoorlijk wat wind uit de NNW hoek, dus ongeveer haaks op de gemiddelde route. Toch schiet het behoorlijk op. Zou ik hiervoor nu de rest van de week moeten boeten?
In Rodenrijs ga ik nu even het alternatieve fietspad proberen. Wel wat extra bochtjes in het begin, maar met meer overzicht dan als ik verderop de afslag neem. Het stukje fietspad kronkelt, maar het ligt wel lekker buiten de bebouwde kom. De extra bocht om weer aan te sluiten met de 'gewone' route is ook niet zo erg, want komende van de andere kant heb ik daar ook nog niet vreselijk veel vaart. Samengevat bevalt het eigenlijk wel.
Verder doorfietsend zit het soms mee, soms een beetje tegen, maar schiet ik goed op. In Gouda hoef ik bij het eerste kruispunt net niet helemaal te stoppen, maar volle vaart is het zeker ook niet. Voorbij Uniqema en langs de IJssel rijd ik met de auto's mee, tot er een stoplicht op rood staat. En dom, dom, dom, ik schiet het fietspad op om lekker door te kunnen rijden. En jawel hoor, mag ik bij het volgende licht wachten, waar ik anders door had kunnen rijden. Nou ja, het valt nog mee vandaag.
Mijn gemiddelde ligt in de buurt van een record en dat trekt altijd nog wel wat, dus ook het laatste stukje zet ik nog even stevig aan. En met succes, want ik snoep maar liefst zes (!!) seconden van mijn oude record af. Hier is duidelijk nog ruimte voor verbetering.
Als ik binnen kom, blijkt Jesse met gym zoveel in de ringen gehangen te hebben, dat zijn armen er zeer van doen. Geen boogschieten dus en ik kan op mijn gemak eten.

Dinsdag 8 maart 2005

Ik vrees dat ik zal moeten boeten voor mijn snelle rit terug van gisteren, maar het gaat eigenlijk best goed. Ik neem ondertussen standaard nu de weg benedenlangs voor het eerste stukje, dus meteen een verkeerslicht nemen. Maar daar staat tegenover dat het de dijk omhoog iets geleidelijker gaat. Onderweg gebeurt er eigenlijk niets bijzonders, tot op een plek waar dat al vaker gebeurde, de parallelweg langs Bergschenhoek, de ketting weer eens eraf vliegt bij het opschakelen naar het grote voorblad. Omdat de ketting ook van de spanner af is, valt er niet al rijdende de ketting er weer om te krijgen en ik mag dus weer stoppen. Dit begint zo langzamerhand vervelend te worden! Tijd om een goede oplossing te vinden, want ik wil net als al die andere Questrijders eenmaal per 10, 20 of 30 duizend km de ketting eraf, niet elke 100 km.

De hele dag is het druk, er moet van alles geregeld worden in verband met een samenwerking met de universiteit van Wageningen. Contracten, sollicitanten en allemaal binnen kort klaar. Het is dan ook eigenlijk al veel te laat voor ik naar mijn fiets toe ga. Dat wordt dus alweer racen. De wind staat nog steeds niet echt gunstig, maar het is droger dan gisteren. Dat rijdt ook iets lekkerder. Langs de Matlingeweg is er weer eens een automobilist die niet doorheeft dat het onhandig is om midden op het fietspad te gaan staan wachten tot je de weg op kunt. Daar kan ik dus met de vinger op de claxon (heel lang TOET!) in mijn rem knijpen en heel boos kijken. Jammer van de vaart, want die zat er goed in.
Niet getreurd en ijverig doorgefietst. Over de Hofweg gaat de snelheid een eind in de 40. De vervelende hobbel lijkt langzamerhand wat vlakker te worden. Zou het een verse opbreking geweest zijn die zich langzaamaan aan het zetten is? Ik ken deze weg nog maar pas, dus ik heb geen idee hoelang hij er al ligt. In ieder geval, het voelt nu met net onder de 40 nog acceptabel, waar eerst 36 te hard voelde. Het kan natuurlijk ook zijn dat ik zelf mijn grenzen verlegd heb.
In Rodenrijs bedenk ik dat het nieuwe paadje deel was van een record en wel goed beviel. Dat doen we dus weer vandaag. Het schiet lekker op zo, vooral als ik bij de Rotondes bij Bergschenhoek ook zo door kan rijden. Het gemiddelde loopt gestaag op en zit nu al op 34,0. De Pekhuisbrug doet het natuurlijk weer even iets zakken, maar daar kan op de Middelweg wat aan gedaan worden. De snelheid loopt flink op en komt zo nu en dan boven de 50, maar meest er iets onder. Beetje griezelig wel, want de wind is nog steeds behoorlijk hard en met boerderijen en kassen voel je de vlagen wel.
Met tegenliggende auto's is het extra spannend, hoe hard durf je langs elkaar te koersen, met in gedachten dat achter zo'n auto een zwiep van de wind kan komen. Ik zet hoog in, want de Quest ligt strak in de hand en het gaat prima. Tot er, tegen het eind van de weg een grote vrachtwagen tegemoet komt. Die mindert zelf ook vaart en ik dus ook. Het past net, maar ik sta wel bijna stil.
Wat later bij Moordrecht swing ik zo over het spoor en naar het fietspad. Lekker even het pad voor mij alleen. Het eerste stuk staat de wind nog schuin tegen, maar de 40 blijkt nog mogelijk. Na de bocht is de wind gunstiger en bovendien het wegdek beter. Nog een paar km er bij dus. Het gemiddelde begint nu in de buurt van de 35,0 te komen. Zou het soms het tweede record op rij worden?
Gouda binnenkomend moet ik bij de sluis even inhouden, omdat er een paar auto's staan te wachten voor ze in kunnen voegen. Maar daarna kan ik doorrijden en het verkeerslicht staat ook mooi groen. Er is even geen verkeer achter me en dat rijdt wel zo prettig. Ook het laatste stukje gaat lekker en met nog steeds 35,0 als gemiddelde kom ik thuis. Nog net meer dan vijf kwartier (en veertien seconden) maar wel een heel lekker gevoel.

Woensdag 9 maart 2005

Als ik nog in bed lig wordt ik wakker van het lawaai van heftige regenbuien buiten. Echte Maartse Buien. Ze zijn wel heftig, maar duren gelukkig niet al te lang. Als ik in de garage mijn Quest aan het inladen ben, ratelt het op het dak, maar als ik de deur open doe is het ergste er al weer af. Ik doe maar rustig aan, want met de vorige twee dagen in gedachten, moet ik mezelf niet nu opblazen.
De Julianasluis neem ik meestal aan de zuidkant, terwijl het doorgaand verkeer altijd om de noordkant gaat. Dat is voor mij dan wat rustiger. Behalve natuurlijk als aan die kant de brug open staat, zoals vanmorgen. Een grote vrachtwagen is omhoog aan het komen, maar gaat niet al te hard, dus ik kan er nog voorlangs. Even aanzetten en dan de bocht om naar links. Daar steek ik altijd halverwege de weg over, om op het fietspad ter linker zijde te komen. Alleen jammer dat er nu dus al dat omgeleide verkeer aankomt. Het is even vrij en ik maak dus alvast de switch. Ik rijd op zijn Engels even stijf links als er toch weer auto's aankomen. Nog op tijd kan ik van de weg af het fietspad op.
Bij de Pekhuisbrug probeer ik het van deze kant al niet meer om er in 1 beweging op te rijden. De modder rechts van het pad ligt zoveel lager dat het meer problemen dan gemak oplevert. En als je op tijd je voeten losklikt, is 1 keer steken eigenlijk ook zo gebeurd. Als ik aan de andere kant de brug afga, bedenk ik op het laatste moment dat ik maar eens rechtsaf sla. Ik heb vanmorgen nog even in de atlas zitten neuzen (schaal 1:25 000) en op papier moet het 100, 150 meter korter zijn om rechtsom te gaan. Maar wel weer meer bochtjes. Ach, wat doet het er toe, verandering van spijs doet eten dus ik ga maar eens de andere kant om. Het zijn inderdaad wat meer bochtjes, maar wel leuk dat het eens wat anders is.
Als ik verderop in Rodenrijs ben, kijk ik in gedachten nogmaals in de atlas. Als ik hier linksaf ga, richting vliegveld, zou dat niet een stuk korter zijn? Op papier wel, maar hoe zit het in werkelijkheid met de rotonde en kruisingen? Hoe is de kwaliteit van de weg?
Ik ben vandaag toch al aan het varieren, dus neem deze meteen mee. Dus wel weer over de weg onder het spoor door en dan met de weg mee naar links. Ik zie nog net op tijd dat er een breed -tweerichtingen- fietspad naast de weg ligt, dus maak de slinger om daarop te komen. Dat rijdt wel lekker, zonder geparkeerde auto's en verkeer dat zich langs je probeert te wurmen. Ik ga onder de N209 door en kom bij de rotonde uit. Als fietser moet je daar een paar rare slingers maken, maar ik zag geen mogelijkheid om vlak voor de rotonde op de gewone weg te komen, zonder door het gras te gaan. Het nemen van de rotonde gaat dus niet heel snel, maar het valt ook niet tegen. Ik volg de weg verder en kom langs de wielerbaan. Het 'Leontien van Moorsel-circuit' zo lees ik op een groot bord. Daar gaat het fietspad verder, maar wel met een bord verboden voor fietsers. Waar moeten die dan heen? Rechtdoor, besluit ik en ga verder. Dit pad loopt langs de startbaan van Zestienhoven en pal langs de drukke en lawaaiige N209. Het is tamelijk smal (want voor 1 richting) en ligt ook nog eens behoorlijk scheef. Niet wat je noemt het ideale fietspad.
Omdat je eigenlijk deze kant niet eens op mag fietsen op dit pad, houd ik mijn spiegels even niet in de gaten. Ik schrik dus een beetje als een brommertje voorbij komt zetten. Meer mensen dus die dat bord niet al te serieus nemen. Het brommertje is even voor mij bij het eerste verkeerslicht. Dat scheelt mij wachten, maar ik moet wel eerst stilstaan. Dan gaat het omhoog richting het verkeerslicht waar ik altijd al langs kom. De brommer is er ruim voor mij. Ik hoop nog even dat hij lang genoeg op groen moet wachten dat ik meteen door kan rijden, maar het mag niet zo zijn. Als ik er ben staat het weer netjes op rood. Opnieuw stilstaan en optrekken dus.
Even verder ga ik soepeltjes over het fietspad langs de Matlingeweg. Het klinkt misschien gek, maar pas gisteren, na 2100 km Questen, heb ik me bewust gerealiseerd waar eigenlijk mijn voorwielen zitten: op dezelfde plek als waar ze bij de hurricane zitten, ter hoogte van je knie. Dat heeft zo zijn invloed op hoe je bochten instuurt. Tot nu toe deed ik dat met het gevoel dat mijn voorwielen een stuk verder naar voren zitten. Het rare is dat nu dat muntje op zijn plek is gevallen, het sturen opeens veel trefzekerder aanvoelt. Zo leer je nog eens wat.
Nog wat verder langs het fietspad, moet een grote vrachtwagen de weg op. Het verkeer laat hem er niet snel tussen, maar hij heeft weinig andere keus dan het fietspad totaal te blokkeren. Ik ga dus maar even stilstaan tot ie voorbij is. Dan mag ik eindelijk het laatste stukje naar mijn werk fietsen, waar ik op mijn teller zie dat de twee routewijzigingen samen anderhalve km besparing opleveren. Dus ondanks het gematigde tempo bijna een ochtendrecord.

Omdat Jesse maandag niet is wezen boogschieten, staat dat vanavond op het programma. Omdat ik dan mee moet, moet ik op tijd thuis zijn. Helaas ben ik weer eens niet op tijd met vertrekken en moet ik stevig doortrappen. En dat na de pittige ritten van maandag en dinsdag nog wat voelbaar in de benen. Gelukkig is het weer wel iets rustiger en heb ik nu dus een nieuwe routevariant. Het verkeerslicht levert wat vertraging en het fietspad langs het vliegveld lijkt ervoor ontworpen om Questrijders maximaal heen en weer te schudden. Lekker fietsen is anders, maar je bent wel vrij van ander verkeer.
Het stukje achterom bij Rodenrijs heeft een vast plekje veroverd en ik slinger mij er overheen. De volgende stukken gaan ook lekker. Het weer is helder en onbewolkt. Een van de mooiste fietsdagen, als je het wel bekijkt. De vermoeidheid in de benen lijkt eerder te verdwijnen dan toe te nemen. Terwijl ik langs de Rotte fiets, vraag ik me af hoe het komt dat ik al zo'n tijd geen andere ligfietsers meer gezien heb. Zou het alleen aan het weer liggen? Of.....
En alsof het zo moet zijn, zodra ik van de Rottedijk afdraai naar de Middelweg, komt een ligger me tegemoet. We gaan beiden tamelijk snel en ik zie niet direct wat voor fiets hij op ligt. Het is in ieder geval een onderstuur, maar in een flits lijk ik te zien dat hij met zijn armen over elkaar rijdt. Dat zou een flevo racer moeten zijn?
Zelf race ik ook verder. Over de Middelweg met tegen de 50, maximaal genietend van de rugwind en het mooie wegdek. Met de anderhalve kilometer besparing langs het vliegveld, lonkt een nieuw record, wel een klein beetje vals spelend natuurlijk, maar een record is een record.
Gouda binnenkomend kan ik vliegend de Rotterdamse weg op. Totdat de weg weer omhoog gaat, blijft de snelheid ruim boven de 50! Nog even volhouden tot ik thuis ben en jawel, een verpulverd record. Bruto net binnen de vijf kwartier, netto zelfs ruim. En om het helemaal mooi te maken, is zelfs de gemiddelde snelheid een record.
Best wel tevreden kan ik mijn fiets in de garage zetten. Beide krijgen we een dagje rust, want morgen ben ik per ander vervoer naar Wageningen.

Vrijdag 11 maart 2005

Het gekke is dat juist gisteren, zonder te fietsen, ik me vermoeider voelde dan alle andere dagen. Ik ging ook erg vroeg naar bed. Voor vandaag is een hoop wind en regen voorspeld, maar als ik opsta is het buiten nog helemaal droog. Ik ga maar weer eens meteen de dijk op, want je moet niet steeds via dezelfde route blijven fietsen. De wind is pittig en staat recht tegen. Het valt niet mee om de kruissnelheid toch boven de 30 te houden, met al het gerace van eerder deze week nog in de benen. Goed trainen werkt met voldoende rust. Zou het me dan lukken om me, ondanks de tegenwind, een beetje in te houden? Ik heb in mijn achterhoofd het voornemen gepland om elke morgen een gemiddelde van minstens 30.0 neer te zetten, of anders ten minste binnen de anderhalf uur aan te komen. Dus toch wat aanzetten om door te fietsen rond de 33-36 km/h.
Het gaat nog niet eens zo slecht, tot ik over het fietspad richting Moordrecht, in de verte een oranje zwaailicht zie. Ik kan nog niet goed zien wat het is, maar vrees het ergste. En inderdaad, als ik wat verder kom, zie ik een dieplader pontificaal op het fietspad staan. Hij is nog breder dan het fietspad zelf, dus dat is effectief afgesloten. Links erlangs is onmogelijk, dan zou je door de sloot moeten. Rechts erlangs is ook niet echt te doen, er is een strookje gras en dan is er de weg, waar redelijk druk verkeer tegemoet komt. Maar ja, ik wil niet de hele ochtend daar staan, dus ik stuur toch maar het gras in, richting de weg. Het loopt ook een beetje op en mijn achterwiel slipt een paar keer. Dan ben ik er doorheen en op de weg. Koplamp aan, stijf tegen het randje en maar hopen dat het tegemoetkomend verkeer ook is opgevallen dat er iets groots met een zwaailicht staat. Er komen inderdaad wat auto's aan, maar ze rijden netjes om me heen. Dan ben ik er gelukkig voorbij en kan ik weer het fietspad op. De rest van de weg gaat het best goed en toch nog met precies 30.0 zet ik mijn fiets in de stalling.

Gedurende de dag denk ik nog dat met de wind van die ochtend opnieuw een record fietsen 's middags een eitje zal zijn. Maar als het zover is, is de wind niet meer die van de ochtend, maar hij is nog een flink eind aangetrokken. Wel leuk, harde wind mee, maar met de vlagerigheid erbij helemaal niet zo lekker fietsen. Bovendien is het gaan regenen. Op de stukken dat de wind echt recht achter is, gaat het met groot gemak op hoge snelheid. Maar als de wind net niet recht staat, voel je hem flink aan de Quest rukken. Op het hobbel-schommelstuk langs het vliegveld is het ronduit vreselijk. Ik trap nauwelijks mee en moet me goed concentreren om niet van het pad af te schommelen. Hetzelfde geldt voor de andere stukken. Soms met enorm gemak hoge snelheden rijden en andere momenten met zweet in de handen proberen de Quest op koers te houden. De ervaring van van de weg geblazen worden is zeker nog niet helemaal uit mijn systeem verdwenen. Duidelijke voorbeelden zijn de Rottedijk en de Middelweg. Bovenop de dijk houd je alleen een beetje gang, nou ja, beetje, toch 36, 37. Maar je bent vooral bezig om niet te water te raken. Even later over de Middelweg is het wel leuk om hard te gaan, maar alleen als je middenop de weg kunt rijden, want de vlagen wind geven behoorlijke zwiepers. Vooral met tegenliggers is het even spannend. Tegen het eind van de weg komt een auto achterop. Die zal achter me moeten blijven tot het eind, want inhalen duurt best lang met deze snelheden en windzwiepers kunnen dan heel akelig uitpakken. Nu mag een auto daar maar 60 rijden, dus bijna 50 is niet veel langzamer. De automobilist blijft ook netjes achter me rijden, dus geen problemen.
Als ik in de buurt van Gouda kom, lijkt het gemiddelde inderdaad opnieuw richting record te gaan. Maar net niet genoeg. Ik voel mijn benen ook wel heel erg en vind het wel welletjes. Even voor de sluis gooi ik de handdoek in de ring. Ik ga dan ook buitenom over de dijk in plaats van langs de Rotterdamseweg. En daarna blijf ik ook de hele tijd over het fietspad rijden. Nou was dat wel makkelijk, want op de weg zelf reed het ook niet echt door.
Op de mailinglijst hebben we het deze dagen nogal over de remweg. Die heb ik voor de Quest nog niet echt getest, hoewel mijn gevoel zegt dat hij langer is dan van de hurricane, dwz, dat die magura's nog wat meer remkracht hebben dan de quest-trommels. Bovenop de Goejanverwelledijk lijkt het me een mooi moment om dat eens uit te proberen. Ik pik een lantaarnpaal en op het moment dat ik erlangs ga, knijp ik vol in de remmen. Even later sta ik natuurlijk stil. Ik ga het niet opmeten, maar schat dat het toch niet meer dan 10 meter is, om van 36 naar stilstand te gaan. Eens een paar keer heel hard remmen schijnt ook voor de remwerking niet slecht te zijn, in tegendeel (zo lezen we op de lijst). Dus als ik weer op gang ben, knijp ik me nogmaals tot stilstand en als ik even later het dijkje afrol nog een derde keer.
Met een tijd die maandag of dinsdag een record zou zijn geweest, kom ik thuis. Puik fietsweekje dus!

Zaterdag 12 maart 2005

Even naar de stad op de hurricane. Wat een verschil zeg. Trekt veel feller op, is een stuk stiller, sjeest door de bochten en voelt beter aan mijn rug.
Tjonge wat een verschil zeg, de snelheid is met wind tegen nauwelijks boven de dertig te houden, laat staan dat de 40 te halen is.
Wat een verschil. Scheefliggend wegdek zoeft zo onder je wielen door.

Terug richting huis hoor ik opeens achter me roepen 'mag ik ook een keertje'. Ik roep terug, 'ander keertje'. En meteen hoor ik daar achteraan: 'OK, dat is afgesproken'.

Zondag 13 maart 2005

Jesse mag vanaf deze week naar een nieuwe leslokatie, helemaal aan de andere kant van Gouda. Hij gaat natuurlijk fietsen, dus samen gaan we de route twee keer verkennen. De eerste keer ik voorop, de tweede keer Jesse. Het zou heel flauw zijn om de Quest te nemen als hij rechtop moet fietsen, dus weer mag de Hurry op pad. Het is wel heel opvallend hoeveel minder reacties je krijgt op deze ligfiets.
De eerste keer terug gaan we door de Goudse Hout. Dat blijkt paardengebied te zijn. Eerst komen twee ruiters, waarvan de tweede een los paard meeneemt, ons tegemoet. Ruim voor ze bij ons zijn blijf ik maar stilstaan. Het is per slot maar een erg smal pad. De amazone verontschuldigt zich: Sorry, we zijn wat breed vandaag. Ik vertel dat ik juist stilhoud om de paarden niet te laten schrikken, maar ze verteld dat die er wel aan gewend zijn, maar bedankt toch. Even verder komen we twee ruiters achterop. Dan maar even heel langzaam fietsen en er voorbij als de weg verbreedt.
's Avonds moet ik nog heel even geld halen in de binnenstad, nu wel even per Quest. Het scheurt wel weer erg snel.
Ik zet mijn fiets vlak voor de automaat, spring eruit en ga pinnen. Er komt een man aanlopen met een hond. Een grote hond. Een stoere hond. Zo'n hond die indruk maakt op mensen. Maar ik sta tussen Quest en automaat. De hond vindt de quest echter doodeng! Die grote, stoere, bikkeltjes hond, kruipt achter zijn baas bij het zien van een lege, stilstaande quest. Zijn baasje moet er ook om lachen.
Als ik terug naar huis fiets, kom ik een oudere man op de fiets achterop. Hij neemt een flink deel van het pad, hij heeft zeker al een vrolijke avond achter de rug. Hij zwenkt nog net naar rechts als hij voor het verkeerslicht moet stoppen. Ik schuif de Quest er netjes naast, om straks meteen door te kunnen rijden. Hij draait zich om, kijkt even, zegt Leuk! en draait zijn hoofd weer terug. Hij moet even verwerken wat hij zojuist gezien heeft. Als dat proces voltooid is, draait hij zijn hoofd weer in mijn richting en vervolgt: een kano!. Maar ondertussen is het licht op groen. Dus terwijl ik wegrijd, antwoord ik hem nog even snel: Ja, een kano op wielen. Ik ben wel benieuwd hoelang het duurt voor bij hem het kwartje is gevallen.

Maandag 14 maart 2005

En ik had me nog zo voorgenomen om rustig te fietsen.
Om de een of andere reden lukte het me gisteravond maar niet om in slaap te komen. Ik had dus maar erg weinig geslapen toen de wekker me hardhandig weer wakker maakte. Eenmaal met de quest buiten, was het aangenaam weer (voor de tijd van het jaar). Redelijk helder en niet te veel wind (wel wat tegen). Meteen de dijk op en gang maken, wat je eigenlijk met koude spieren niet moet doen, maar het ging zo lekker. Gouda doorgecrossed en over de sluis staat het gemiddelde al ruim boven de 30. Dat is ongehoord voor een ochtendrit. Ik doe mijn best om mezelf in toom te houden, maar slaag daarin maar matig. Steeds weer toch even aanzetten om wat extra vaart te maken. De Middelweg richting de Rotte is ondertussen verplicht 40+ en dat gaat dan weer samen met wat extra intensiteit. Tot mijn stomme verbazing bereik ik de Pekhuisbrug met 35.1 op de teller. Het heeft er alle schijn van dat na een reeks middagrecords vorige week, deze week het ochtendrecord verpulverd gaat worden.
Ik draai even later de Hoeksekade op richting Bergschenhoek. Dit is een zeer onoverzichtelijke draai en ik moet dan ook weer vanuit vrijwel stilstand optrekken. Op het fietspad naast de weg knettert een brommertje irritant voorbij. Ik kan me niet inhouden en blijf versnellen tot ik de brommer weer heb ingehaald. Met 47 km/h race ik Bergschenhoek binnen. Dankzij de extra bochtjes die de brommerrijder moet nemen, is er een aardig afstandje gekomen.
In Rodenrijs keer ik opnieuw meteen richting vliegveld. Een flink scherper record lonkt genoeg om de kortere, maar hobbelige weg langs het fietspad te nemen. Vandaag nog flink wat meer fietsers. Eentje fietst voor me en ik vermoed al dat hij zonder te kijken links af gaat slaan. Het liefst ben ik hem voorbij voor hij afslaat, maar voor de zekerheid bel ik wel flink. Pas als hij al half afslaat ziet hij me en stuurt nog net op tijd terug. Ik denk dat hij vooral zichzelf daarmee een hoop ellende heeft bespaard, maar ik moet zelf ook maar eens nadenken over hoe dit soort situaties het beste te vermijden zijn.
Op het fietspad langs het vliegveld lijkt het wel brommertijd. De een na de ander komt tegemoet of achterop. Eentje die me inhaalt wacht netjes bij het eerste verkeerslicht, de andere twee crossen door rood. Maar dankzij deze ene springt het licht op groen voor ik er ben en ik kan meteen doorscheuren. Dat kan bij het volgende licht eventjes niet, maar lang wachten hoeft gelukkig ook weer niet.
Ook de rest van de rit is een strijd tussen een lonkend record en de wil om rustig aan te fietsen. Zo nu en dan inhouden en dan toch weer vol aanzetten. Ik lijk wel schizofreen! Maar, het leidt wel ergens toe, ik zet mijn beste ochtendtijd ongeveer zeven minuten scherper. Het lijkt wel een middagtijd.

Al voor ik naar huis kan gaan heb ik ruime belangstelling. Nog in de fietsenstalling komt een man even bij me staan om te vragen of mijn fiets commercieel verkrijgbaar is. Ik vertel dat dat inderdaad zo is, maar dat er een kleine lastigheid is, de wachttijd. Vandaag nog even gekeken: de wachtlijst is al vol tot het tweede exemplaar van augustus. Van augustus 2006 wel te verstaan, dus 17 maanden wachttijd. Verder nog de gebruikelijke vragen over hoe hard je nu kunt en zo. Dan vertrekt zijn buurman en hij zegt gedag om met zijn buurman mee te fietsen. Als ik later onderweg ben, zie ik hem na een paar km lopend met zijn fiets aan de hand. We groeten, maar ik ben wel benieuwd waarom hij daar loopt.
Als hij weg is, komt de volgende al. Een dame die haar motor gereed maakt om naar huis te gaan vertelt ook al dat ze de quest zo'n gaaf ding vindt. Maar ze heeft haar twijfels of je wel goed gezien wordt. Ik vergelijk het maar met een motor, die wordt ook te vaak over het hoofd gezien. Dat beaamt ze, maar ze blijkt specifiek te doelen op schuilgaan achter struiken en heggetjes. Inderdaad, daar kun je je mooi achter verstoppen. Maar daar ben je gelukkig zelf bij en kun je dus rekening mee houden.

Dan eindelijk op weg naar huis, maar ik mag beginnen met twee minuten (!!) te wachten bij dichte overwegbomen terwijl de trein vrolijk op het station blijft staan. Maar goed, daarna kan ik alsnog vertrekken. Als de bomen open gaan, komt vanaf de andere kant iemand op een knalgele, tamelijk lage ligfiets. Zoals gebruikelijk groeten we elkaar.
Het weer is best gunstig, maar het is pas maandag. Om nu al te gaan racen voor alweer een record, lijkt met wat al te gek. Ik probeer dus een iets rustiger doel te stellen: aankomst binnen 1 uur 20, liefst inclusief wachttijden. Zo nu en dan wel even aanzetten om op een fatsoenlijke kruissnelheid te komen, maar daarna proberen alleen maar die kruissnelheid vast te houden. Ondertussen wordt 'langs het vliegveld' gewoon. Tijd dus om elders weer wat variatie op te nemen. De keuze valt op het stukje tussen Rodenrijs en Bergschenhoek. Had ik al het achterom fietspad in de route opgenomen, nu ga ik bij de Wilderse kade rechtdoor, het fietspad volgend, om dan verderop het fietspad langs de Boterdorpseweg en over de HSL-in-aanleg te gaan, in plaats van er onderdoor. Bij deze fietspaden is het een pre om het fietspad te nemen, goed wegdek en ruim aangelegd, zonder drukte. Aan het eind van de Boterdorpseweg kan ik in mijn spiegels zien dat de hoofdrijbaan vrij is, dus kan ik in volle vaart de rotondes nemen. Het fiets lekker vlot door en in een mum van tijd ben ik bij de Pekhuisbrug. Ik snij hem heel mooi aan en heb zelfs nog een klein beetje vaart over als ik tussen de betonblokken heen stuur. Als ik bovenop ben, zie ik twee jongedames met hun fiets omhoog zwoegen van de andere kant. Even rechts houden dus, terwijl ik hier normaal links aanhoud omdat je dan beter tussen de blokken doorkomt.
Het stukje Rottedijk doe ik relatief kalm aan. Het slingert nogal en je kunt niet zover vooruit kijken. Het betekent meteen dat de benen zich weer even op kunnen laden, om dan voluit de Middelweg op te kunnen. Ideaal vandaag: de wind precies in dezelfde richting, maar niet zo hard dat je koers instabiel wordt. Dat met het dijkje naar beneden en geen ander verkeer in de buurt nodigt uit om eens de hoogst behaalde snelheid per quest wat scherper te stellen. Als ik me niet vergis was dat 53 of hooguit 54 km/h tot nu toe. Ik maak op het laatste stukje Rottedijk alvast wat vaart en heb de versnellingen al in de juiste stand staan. Dan de bocht in en meteen vol aanzetten en aan blijven zetten tot het echt niet meer harder gaat. 57.0 km/h! Dat begint ergens op te lijken! Ook de rest van de Middelweg fiets ik stevig door, maar de rest naar huis doe ik iets meer op mijn gemak. Wel ruim binnen de 1-20, opdracht geslaagd.
Na het eten moet ik nog even een laat boodschapje doen. Het is 's avonds wel rustig op de weg, dus ik neem lekker de hoofdrijbaan van de Goverwellesingel, de doorgaande weg door de wijk. Overdag is het daar best druk, dus dan doe ik het liever niet, maar 's avonds is het geen probleem. Op de weg terug sta ik, op die Singel, bij het stoplicht klaar om linksaf te gaan. Vanaf het fietspad aan de rechterkant, komt een jongetje met zijn moeder op de fiets oversteken. Eerst roept hij al "Vet!" en dan "wat is dat?" waarop ik hem vertel "een fiets". Enthousiast ligt hij zijn moeder in: het is een fiets!
Ondertussen is naast mij een auto komen staan met 'een meneer die weet hoe het hoort'.
Hij heeft het raampje al opengedraaid en als hij hoort dat ik tegen het jongetje zeg dat het een fiets is, vertelt hij mij dat ik ermee op het fietspad moet rijden. Ik antwoord beleefd dat dat met deze fiets echt niet hoeft. Jawel, zo reageert hij, ik denk dat je een bon krijgt. Het licht springt op groen en ik begin te vertrekken. Ik antwoord nog even 'nee hoor, ik krijg geen bon'. De andere inzittende begint zich er nu ook mee te bemoeien en verkondigt ongetwijfeld hele 'verstandige' dingen. Ik hoor die echter niet meer, daarvoor ben ik al te ver weg.
Met oom agent wil ik wel vriendelijk in discussie gaan, maar mensen die vanuit hun autoraampje menen te moeten vertellen wat ik wel en niet moet doen, daar heb ik geen zin in.

Dinsdag 15 maart 2005

Zonder hulp lijkt het dus niet te lukken om beheerst te rijden, dus zet ik van de hartslagmeter de alert functie maar weer aan. Piepen bij te hoge (of te lage) hartslag, vergeleken met het doel. En met weer dat eindelijk lentefris is, gaat dat heel goed. Een redelijk windje tegen, maar verder probleemloos fietsen. De Middelweg is ondertussen 'verplicht' minimaal 40 rijden, dus daar rijd ik een stuk intensiever dan volgens het target. Een lange intervaltraining zullen we maar zeggen. De rest van de route gaat weer rustig en ik kom toch in de een-na-snelste tijd binnen, terwijl ik bijna een uur binnen de targetzone heb gereden. Helpt dus wel, dat alert.

's Middags is het weer de bedoeling om beheerst te rijden. Maar zoals ondertussen gewoon, moet ik weer wachten bij de spooroverweg. Ik ga eerst de rij wachtende auto's voorbij, zodat ik als eerste weg kan. Dan wil ik ook wel meteen goed weg zijn en ik zet even stevig aan. Dat voelt eigenlijk best goed en in een mum van tijd ben ik bij het Beatrixpark, om tot mijn verbazing te zien dat ik gemiddeld al ruim boven de 35 zit! Dan door het park maar rustig. Hoewel, rustig, er komt een erg lawaaierige brommer achterop. Ik rijd al 40 en ben niet van plan om er een race van te maken. Maar dat geknetter in mijn oren is ook niets en bijna ongemerkt versnel ik nog flink door. Bij 47 km/h komt de brommer niet meer dichterbij en blijft een stukje achter me rijden. Gelukkig mag ik links af en ben ik de brommer even kwijt.
Als ik even later langs de Matlingeweg rijdt, komt dezelfde brommer weer langs. Een goed gekozen stoplicht wellicht? Of zou ik zelf ook die variant eens moeten proberen? Mmm. Iets om in gedachten te houden.
Over het Doenviaduct zie ik bij het stoplicht hoekje vliegveld twee racefietsers net vertrekken. Ik ben te ver om van hetzelfde groene licht te genieten, dus dat wordt een ruime voorsprong, zo lijkt het. Maar deze keer heb ik geluk: vlak voor ik er ben springt het weer op groen. De twee hebben ruim een halve minuut voorsprong. Mijn eerste kans voor een echte RIS-aanval (RIS: Racefietsers Inhaal Syndroom). Ik zet flink aan en loop best snel in. Het blijkt een koud kunstje om ze bij te halen. Voorbij echter niet. Hoewel ze ca 38 km/h rijden, letten ze niet goed op en fietsen naast elkaar, het hele fietspad blokkerend. Mijn herhaald bellen dringt niet door en ook de claxon schijnt geen effect te hebben. Gelukkig is net voor ik in mijn remmen moet knijpen, daar een parkeerplaats van de weg ernaast. Het asfalt van de parkeerplaats sluit netjes aan bij het fietspad en ik kan alsnog in volle vaart voorbij. Verbijsterde gezichten achter me latend.
Ik kijk even op mijn tellers: Snelheid 48.0, hartslag 190 (!!). Iets kalmer, maar nog steeds snel fiets ik door. Ik kom een volgende fietser, alleen, achterop. Ook deze schijnt geen geluidssignalen te horen. Afremmen tot onder de 40 en met 1 wiel door de berm (geen fijn gevoel) rijd ik door. Zo. Dat hebben we ook weer gehad. Kan ik nu weer terug naar rustig rijden.
Even later kom ik in Rodenrijs van het fietspad af. Ik wil meteen het spoorviaduct onderdoor, maar zie vlak daarvoor de Alleweder van Bastiaan bij het tankstation staan. Ik buig dus af en ga er even naast staan, kijken of er iets is of niet. Hij blijkt alleen last van honger te hebben en hier even wat te kopen. We groeten en ik ga er weer vandoor.
Lekker doorfietsend nader ik de Rotte. Maar doorfietsen is er even niet bij. Een ruiter nadert. En er zijn al genoeg verhalen bekend van paarden die panisch reageren op velomobielen, vooral bewegende. Ik zet de Quest dus maar even stil aan de kant. De amazone nodigt me uit om gewoon door te rijden. Ik waarschuw nog, maar dat is niet nodig zegt ze. En inderdaad, het paard heeft er geen enkele moeite mee dat ik langsrijd. Mooi zo.
De rest van de route gaat ook heerlijk. De wind is hard genoeg om zo nu en dan best hoge snelheden te halen, maar ook weer rustig genoeg om geen last van opzij te hebben. Al met al schiet het reuze op. In Gouda moet ik wel even stoppen bij het eerste verkeerslicht, maar daarna kan ik weer goed doorrijden. Het is tamelijk rustig, geen dringende auto's van achter en geen wachtende rijen voor me. Bij het stoplicht bij de brug Stolwijkersluis moet ik wel nog even wachten. Vanuit een auto die naar rechts afslaat hoor ik alweer een 'meneer die weet hoe het hoort' zeggen dat ik toch echt op het fietspad thuis hoor. Zucht. Ik zeg alleen maar 'nee hoor', maar betwijfel of dat zelfs maar gehoord wordt.
Nog even fiets ik stevig door voor het laatste stukje en even later ben ik thuis. Ondanks het inhouden, fietsers inhalen op smalle fietspaden, kletsen met Bastiaan en een paard onderweg, heb ik toch weer een volle minuut van mijn record afgehaald. Ik begin nu wel nieuwsgierig te worden hoeveel sneller het moet worden voor de verbeteringen in losse secondes geteld moeten worden!

Woensdag 16 maart 2005

Nog maar weer eens met de alert van de hartslagmeter aan op weg. Het begint meteen goed: de oversteek van de Goverwellesingel, vaak een punt waar flink geremd moet worden, kan in volle vaart genomen worden. Alle andere verkeerslichten in Gouda werken ook al mee. Volle vaart niet overal, maar nergens hoeft gestopt te worden. Ook de spoorweg bij Moordrecht kan zo overgestoken worden en de rare kronkel over de vaart voor Zevenhuizen gaat ook zonder al te veel vertraging. Dan de Middelweg, hier is te merken dat de wind toch aardig wat harder is dan gister. 40 km/h mag dan 'verplicht' zijn, dat is niet echt vol te houden en het blijft er net iets onder. Maar na deze interval vind ik het welletjes voor deze rit en de rest doe ik met iets meer rust. Deze keer na de Bergschenhoekse rotondes weer eens het fietspad langs de plaats, ipv de parallelweg langs de N209. Verandering van spijs en zo. Dat betekent ook dat ik bijna heel Rodenrijs achterlangs passeer en dat ik pas vlak voor het spoor bij de hoofdweg kom. Daar oversteken gaat eigenlijk makkelijker dan bij dat Bonfut waar ik anders altijd langs rijd. Een lekkere, vlotte heenweg.

Het lijkt wel lente opeens. De zon schijnt krachtig en de temperaturen lopen Flink op, hier en daar wordt al 20 graden gemeld. Toch staat er nog een best straffe wind als ik tegen vijf uur vertrek. Mijn kraagje laat ik natuurlijk af, maar de kap bjft erop.
Dat de wind stevig is merk ik bij het A4 viaduct langs het spoor. Bij het naar beneden gaan zit ik al bijna op 50. Dat is best hard voor de slinger onderaan, maar het gaat goed. De snelheid bijft erg hoog en hoewel ik ruim om een aantal mensen heen fiets, heb ik de indruk dat men nogal schrikt. Veel bellen, ruim vantevoren, helpt maar heel beperkt. Misschien moet ik op dit soort plekken maar wat extra gas terug nemen.
Langs de Matlingeweg is eigenlijk heel grappig: het autoverkeer schuivelt over de weg, terwijl ik in volle vaart door ga. Het fietspad langs het vliegveld blijft vreselijk van wegdek, vooral het stukje vlakbij het wielerparcours. Je wordt alle kanten uitgegooid in je quest. Eigenlijk kun je hier dus niet in volle vaart rijden, helaas.
Het lenteweer heeft duidelijk heel wat mensen naar buiten gelokt. In Rodenrijs gaan er vlak voor me twee wielrensters het pad op. Het is hier even wenden en keren, dus ik blijf er nog even achter, maar zodra het ongeveer recht is, kan ik aanzetten en in vliegende vaart er voorbij. Het is echt met volle teugen genieten van het fietsen al is het best warm, vooral aan mijn benen, ik wou dat ik een dunne korte broek aan had gehad!
Bij het binnenkomen van Gouda ga ik gewoontegetrouw tussen de auto's rijden. Het optrekken vanaf het verkeerslicht gaat verrassend rustig. Sterker nog, er wordt nauwelijks doorgereden! O ja, dat is waar ook, op deze tijd staat er altijd file. Ik kijk even goed en stuur dan mijn fiets het gras in, naar het vrije fietspad. Het is leuk dat je op de rijbaan mag, maar ook heel handig dat het niet moet.

Donderdag 17 maart 2005

Het rijden zonder kraagje ging lekker gisteren. En vannacht is het tamelijk warm gebleven, dus doe ik hem nu heen ook maar niet op. Het voelt wel erg fris aan de keel en nek, maar het zal best wennen.
Het heerlijke weer van gisteren is weer voorbij en ik voel ook de kilometers en snelheid van de rest van de week in mijn benen. Tel daarbij een harde wind tegen en het zal niet verbazen dat de snelheid niet zo hoog ligt.
Naast de Pekhuisbrug is een gemaal "De Kooi". Kennelijk moeten hier rondom werkzaamheden verricht gaan worden, want over het pad langs De Kooi komen een busje en een grote vrachtwagen me tegemoet. De chauffeurs schatten goed in dat het voor iedereen handiger is als zij even blijven waar ze nu staan, zodat ik er langs kan. Erg aardig. De chauffeur van een tweede busje is niet snugger genoeg om te bedenken dat de truck vast niet voor niets even stil staat. Hij begint zijn weg eromheen al te maken, maar moet ijllings in de achteruit als hij mij op zich af ziet komen....
Ik maak van de nood (moeie benen, harde wind) een deugd en concentreer me deze rit zowel op het 'in zone' blijven, dus vooral niet te intensief fietsen, als op het toeren maken. Fietsvermogen dat je levert is de combinatie van kracht en toerental. Kracht heb ik genoeg en train ik ook veel, waarschijnlijk zelfs te veel. Dus is de meeste winst te behalen in het (weer) opvoeren van het toerental. Ik weet uit ervaring dat als je een tijd niet op je cadans hebt gelet, het weer een tijdje wennen is voor je automatisch hoge toerentallen draait. Dus even doorzetten en dan wordt het weer gewoonte. Want het is een simpele rekensom: gemiddeld toerental van 90 naar 100 omhoog betekent 11% meer vermogen (bij gelijke kracht) en dat betekent ca 5 a 6% extra snelheid. Tel uit je winst!
Vanmorgen is de snelheid, begrijpelijk, dus niet zo hoog. Voor het eerst sinds een tijdje haal ik de 30 gemiddeld niet. Gelukkig nog wel het 'reserve'doel van anderhalf uur, daar blijf ik mooi binnen. Dan even douchen en aan het werk.

Overdag wordt het zonnig, maar gaat het ook nog harder waaien. Ik maak me er een klein beetje zorgen om, maar zoals later blijkt ten onrechte. Op de mailinglijst wordt er over anti-lekgel voor in je banden gesproken. Ik betoog er ijverig dat de vertraging die dat oplevert (door verhoogde rolweerstand) uiteindelijk veel meer tijd kost dan de lekke banden die je ermee zou voorkomen. Dat herinnert me er ook aan dat ik eigenlijk van plan was om afgelopen weekend eens alle banden goed langs te lopen en alle ingereden ongerechtigheden eruit te peuteren. Maar ik ben er niet aan toegekomen.
De harde wind is eigenlijk vooral lekker. Kan ik ontspannen en toch hard rijden. In Gouda ben ik weer laat genoeg om zonder file over de Rotterdamseweg te gaan. Ik sta weer eens vooraan het verkeerslicht, maar ondanks het kleine verzetje waarmee ik begin, lukt het niet goed om op snelheid te komen. Ook is de quest wat minder koersvast dan ik gewend ben. In combinatie met de gemiste bandenzuivering en discussie over anti-lek gel is de conclusie snel getrokken: lekke band. Al rijdende vermoed ik dat het rechts-voor is. Ik stuur de quest het hobbelige gras in en kan hem dan op zijn kant leggen. Inderdaad rechtsvoor helemaal leeg. Nou ja, even band eraf trekken. Ja, maar waar zijn de bandenlichters? Die blijken niet in mijn reparatiebusje te zitten. Ik denk een lelijk woord en grijp naar mijn gewone tasje om het dan maar met mijn zakmes te doen. Daar zie ik het reparatiesetje dat ik bij mijn Quest gekregen heb inzitten. En daar zitten natuurlijk wel lichters in.
Ik probeer te beginnen, maar moet alweer eerst de quest in, nu om de handrem los te zetten. Dat draait een stuk makkelijker. Terwijl ik bezig ben, komt een echtpaar fietsers langs het fietspad. Volledig bepakt, inclusief een eenwielig aanhangertje. Ze fietsen eerst voorbij, maar keren even terug om te informeren of ik wel alles voor de reparatie bij me heb. Ik stel ze gerust: drie binnen- en twee buitenbanden. De man merkt op dat dat klinkt alsof ik niet zoveel vertrouwen in mijn materiaal heb. Ik antwoord dat het meer laat zien hoeveel je ongestoord mee kunt nemen, het is immers pas de tweede lekke band in bijna 3000 km. Hij vraagt nog even hoe lang ik de quest al heb (hij herkende hem dus zelfs op zijn kant in het gras liggend) en daarna fietsen ze verder. Ze gaan op weg naar het centrum van Gouda, dus dat zal niet ver genoeg zijn voor mij om ze, als ik klaar ben, weer in te halen.
Maar dan gaat het snel: bandje ligt erom, met mijn kleine zefal dubbelslagpompje kom je nog best snel op een best hoge druk. Quest weer rechtop, spullen erin gooien (deksel laat ik achterin liggen) en op pad. Ik ben nu toch al op het fietspad, dus daar blijf ik maar. Ik kom de vriendelijke mensen nog net tegen als ze voorgesorteerd staan om het centrum in te draaien. Tingelingeling en opgestoken handen en door naar huis.
Het is wel lekker weer, maar zonder deksel wel een hoop extra wind op het afkoelende maar nog natte lijf. Afijn, het is maar voor even en dan ben ik thuis.

Vrijdag 18 maart 2005

Voor de tweede keer dit jaar een volle week fietsen! Gisteren op de terugweg was het me zeer goed bevallen dat ik mijn korte fietsbroek aan had. Dat moet ik nu maar weer doen, het is immers bijna 10 graden en dat was op de open fietsen (hurricane en batavus race) altijd de grens tussen kort en lang. En nu lig ik nog beschut ook, dus moet het zeker kunnen. Kort gebroekt en weer zonder kraagje zou oververhitting niet zo makkelijk moeten zijn en wellicht het zweten enigszins binnen de perken blijven.
Ik heb nog steeds mijn HRM alert aanstaan. En weer piept hij steeds. Vandaag echter niet omdat ik hem aan de bovenkant niet binnen de grens kan houden, maar juist omdat ik steeds te relaxed ga fietsen. Het is ook nooit goed.
Er staat nog steeds een stevige zuidwester, maar toch net even minder dan gisteren. Dus ondanks het rustige fietsen blijft de snelheid netjes boven de 30.
Onderweg heb ik wel weer regelmatig mijn licht aan: het is nevelig en grijs, dus extra zichtbaarheid is geen overbodige luxe. Maar tot mijn schrik lijkt het licht het niet goed te doen! Ik zie altijd dat mijn licht aan is, aan het extra binnenboordlichtje dat ik zelf gemaakt heb. En dat is uit of brand maar zeer zwak. De koplamp zal dan ook niet aan zijn. Het gekke is, dat als ik de standaard binnenlamp aan en uit doe, het daarna weer goed lijkt te zijn. Pas later merk ik dat het alleen een probleem van het binnenlampje is: de koplamp doet het gewoon zonder sputteren, met of zonder de binnenboordverlichting. Het zal komen door de manier waarop ik e.e.a. heb geinstalleerd. Om de installatie omkeerbaar te maken, heb ik niet gesoldeerd of zo, maar de draden aan elkaar geklemd door het binnenboordlampdraadje met het stekkertje van de standaardverlichting te klemmen aan de schakelaar. Dat werkte dus goed, maar waarschijnlijk is het toch een beetje losgetrild. Nog een klusje voor het weekend dus, naast het banden controleren.
Als ik dan toch bezig ben, kan ik meteen mijn pedalen eens goed nakijken. Links gaat prima, klikt goed in en uit en de voet voelt ook goed. Rechts echter klikt moeizaam in en uit en ook als de schoen ingeklikt is, is er niet de bewegingsvrijheid die er wel zou moeten zijn. Het kan aan het pedaal liggen, maar natuurlijk ook aan de schoen of het schoenplaatje. We zullen zien.
Het grappige van (bijna) elke dag rond dezelfde tijd rijden is dat je 'vaste' ontmoetingen begint te krijgen. Fietsers die je steeds op ongeveer dezelfde plek inhaalt, hondenuitlaters die ondertussen gewend zijn aan je. En dus ook dat kleine hondje. Schreef ik eerder al dat de grote honden vaak angstig op de quest reageren (voelt aan als een nog veel groter roofdier?) dit keffertje heeft lef. Hij ziet de quest kennelijk als een groot schaap en elke keer als we elkaar tegen komen begint hij als een gek te blaffen en trekt als een waanzinnige aan de lijn. De bazin weet het ondertussen vantevoren en houdt hem ruim optijd strak in de hand. Dat is wel fijn.
Wat ook fijn is, is dat er ook een hele hoop aardige automobilisten zijn: die inhouden om je even tussen of door te laten. Ik doe mijn best om elke keer even mijn hand naar buiten te steken als 'dankjewel'. Eigenlijk automatisch zeg ik het er ook meteen bij "Thank You!" want dit soort gedrag ken ik eigenlijk alleen uit Engeland!
Stop, politie
Typische staaltjes zag ik vanmorgen langs de Matlingeweg. De ene auto na de andere die van de hoofdweg een zijstraat in wil en daarmee het fietspad kruist, gaat netjes op tijd stilstaan om mij te hinderen. Een grote vrachtwagen zorgt ook dat hij meteen door kan en dus niet het pad blokkeert. En uitgerekend op de laatste afslag gaat het mis. Nu rijd ik eens op het fietspad en toch weet de politie mij te stoppen. Ze staan met hun busje pontificaal op het fietspad, de hele boel blokkerend terwijl ze makkelijk een meter verder hadden kunnen staan. Nou ja, er was nog net ruimte om eerst recht op ze af te fietsen en op het allerlaatste moment naar links te draaien (anders was ik niet goed uitgekomen) en dan er achterlangs te gaan.
Dat blijkt niet de laatste hindernis te zijn: Onder het A20 viaduct (hoek Beatrixpark) is een grote truck met oplegger aan het achteruit manouvreren. Hij blokkeert hiermee de hele boel. Ik stuur het iets hoger liggende stoepje op, maar het is wel duidelijk dat bij het achteruitrijden ook de stoep meegenomen gaat worden. Dan maar het gras in. Tussen de grote keien door aan het 'veldrijden' en voor de vrachtwagen uit weer op de weg. Wat een dertien in een dozijn ritje leek te worden kreeg nog een interessante draai zo.

Terug naar huis om een volle fietsforens week compleet te maken. Ik ga vanmiddag zonder kap naar huis fietsen. Zonder kap betekent meer koeling en iets meer luchtweerstand. Maar met wind in de rug is het eerste juist belangrijk en het tweede net iets minder. Het is wel veel sneller met in- en uitstappen en drukken op knopjes bij verkeerslichten.
Ik heb mijn fietsbroek al onder mijn gewone broek aan en doe even mijn sporthemd en de kleren die ververst moeten worden. Alleen vergeet ik om mijn fietsshirt, met mooi hoog sluitende kraag, mee te nemen, dus sta ik zonder als ik bij mijn fiets ben. Nou ja, niet getreurd, dan maar het poloshirt dat toch de was in moet en maar wel het kraagje om. Aldus ga ik op weg. Het fietst wel heel wat luchtiger zo. Ontspannen, maar door wind en betere conditie toch behoorlijk vlot fiets ik door. Op diverse plaatsen wordt ik weer royaal voorgelaten, waarvoor mijn hartelijke dank.
Als ik vanaf de Hoeksekade, tussen Bergschenhoek en Rotte, linksaf sla richting De Kooi, kies ik het fietspad dat parallel aan deze tamelijk nieuwe weg loopt. De weg zelf loopt erg goed: keurig asfalt, ruim en vrijwel geen verkeer. Maar wel net iets dichter bij de huizen en kassen, twee (soepele) verkeersdrempels en een hekje aan begin en eind. Het fietspad heeft, zo blijkt vandaag, ook een keurig wegdek, geen drempels en hekjes, maar wel aan de Bergenhoesche kant een onoverzichtelijke bocht. Aan de andere kant sluit het weer beter aan. Vanmorgen nam ik het voor de eerste keer en is die onoverzichtelijke bocht onhandig, maar in deze richting loopt het eigenlijk verrassend goed.
Tien minuutjes later draai ik de Middelweg op. Tegemoetkomend zie ik een fiets die ongetwijfeld een heel stuk zeldzamer is dan die van mij: een tandem-handbike. De twee berijders zijn fanatiek in de weer en hebben een behoorlijke gang. Ik steek mijn hand op ter groet, maar begrijpelijk steken zij er geen op.
Heerlijk fiets ik verder naar huis om aan te komen in vijf kwartier. Wat een paar weken geleden nog een record zou zijn geweest, is ondertussen een "gewone" tijd geworden. Tijd voor het weekend.

Zaterdag 19 maart 2005

We krijgen vanmiddag bezoek, maar er moeten nog een paar boodschappen gedaan worden, in vorm en gewicht eigenlijk ideaal om in een Quest mee te nemen. Ik rijd de straat uit, maar al twee bochten verder lijkt het erop dat ik wat al te vertrouwd begin te worden met deze fiets: een haakse bocht naar rehcts, zo scherp mogelijk genomen met meer dan 25 km/h. Het rechtervoorwiel gaat serieus omhoog, ik schrik ervan en laat mijn stuur los, laat de fiets het even zelf uitzoeken. Of het zo ontworpen is of niet, resultaat is wel dat de fiets zichzelf inderdaad direct corrigeert en weer op drie wielen verder rijdt. Weer iets geleerd.
Er is een heel dun, miezerig regentje, eigenlijk niet genoeg om nat van te worden. Ik hoef geen enorme afstanden af te leggen en fiets op mijn gemak. Bij het postkantoor verbaasde blikken, maar het blijft bij kijken op een afstandje. Als ik even later de binnenstad zelf in ga is dat wel anders. Ik zet mijn fiets neer op een redelijk beschut, maar wel druk plekje. Ik ben nog niet uitgestapt of wordt enthousiast aangesproken: hoe mijn quest me bevalt. Deze meneer overweegt ook de aanschaf van een Quest, om van Gouda naar Schiphol te forensen: 46 km enkele reis. Hij doet dit nu wel eens op de racefiets, want op zijn baron voelt hij zich niet vertrouwd genoeg. Verder sprekend over van alles en nog wat, blijkt dat hij de baron al drie jaar heeft, maar toch pas 1500 km op de teller hebben. Hij moet dus gewoon veel meer op zijn baron gaan rijden om het in zijn benen te krijgen en het goede vertrouwde gevoel te krijgen. Afijn, zelfs al besteld hij vandaag een quest, dan heeft hij nog anderhalf jaar om echte ligbenen te krijgen.
Terwijl we met elkaar staan te praten lopen de mensen af en aan om even te kijken. Ik haal wel drie keer weer de kap van de quest, zodat mensen ook van binnen even kunnen krijgen. Zelfs een oudere dame, de pensioenleeftijd al ver voorbij, is duidelijk geinteresseerd en wil zelfs weten of ze erin zou passen. Zo op het oog haalt ze de 1m60 niet en het zal dus moeilijk worden. Als dan de levertijd ook nog ter sprake komt, haakt ze definitief af; tegen die tijd zou ze wel eens niet fit genoeg meer kunnen zijn.
Een tiener met een brommer is ook bovengemiddeld geinteresseerd en blijft een tijd meepraten. Allemaal heel gezellig, maar zo kost een snelle fiets wel heel veel tijd!
Als ik dan toch klaar ben daar, fiets ik door naar de molen om broodmeel te halen. Ik fiets door een straat met moskee, waar kennelijk net de dienst is afgelopen. Ook de mannen met baarden die daaruit komen, voelen zich niet te goed om de quest na te kijken en te wijzen. Volledig geintegreerd zou ik zeggen.
Bij de molen koop ik zoveel dat ik het niet in 1 keer naar de quest kan brengen. De dame die mij helpt ziet me de eerste portie wegbrengen en kijkt me met grote ogen aan als ik weer terug kom. Dat is leuk! Ik leg heel kort uit dat het inderdaad leuk is, maar wel veel tijd kost om er mee de stad in te gaan. Vanwege alle praatjes die het uitlokt. Dit is nu afdoende en ik mag naar huis.
Langs de IJssel fietsend pleeg ik nog een mooi staaltje misleiding. Achteraf hoor ik dat net als ik daar fiets ons bezoek daar met de auto staat. Hun routeplanner had gezegd dat ze rechtsaf de brug over moeten, maar ze zien mij rechtdoor gaan: erachteraan! Maar als ze het kruispunt voorbij zijn, zien ze dat ik de dijk op ga, waar een bord verboden voor auto's, bestemmingsverkeer uitgezonderd, staat. Dit brengt hen in verwarring en ze volgen dus niet, maar keren even verder weer om, om via de oorspronkelijke route tien minuten na mij aan te komen.

Zondag 20 maart 2005

Eindelijk heb ik dan eens tijd om wat onderhoud te doen. Eerst hebben we boven wat kasten in elkaar gezet, dus al het inpakkarton ligt nu op het binnenplaatsje dat ook wel 'tuin' heet. Quest erheen en op zijn kant gelegd. De rechtervoorband is zo goed als glas/dingetjesvrij. Niet gek, want die is pas verwisseld. De linkervoorband bevat handenvol gruisjes, zandkorrels en glassplinters, de oogst van 2760 km. De meesten nog niet zo heel diep in het rubber, maar het is goed om al die rotzooi er eens uit te halen. De Big Apple achter heeft er pas 1700 km opzitten. Slijtage is nauwelijks waarneembaar en er zitten ook maar een stuk of vijf waarneembare splintertjes in. Klus zo geklaard.
Ik gooi meteen een poetsdoek over de bodem. Nou zie je die meestal niet, maar hij ziet er niet uit van de modder en andere plakkerigheid. Ik verwonder me weer over de vier gaatjes in de bodem tussen de voorwielen. Toch eens aan Ymte vragen waar dat precies voor is. Wat ik ook zie, is dat ik kennelijk wat al te erg mijn best doe om krappe bochten te draaien. Aan de voorkant van de wielkasten is van binnenuit een stevig slijtspoor te zien, van als ik mijn stuur stijf tegen de kast draai. Aan de rechterkant is dat het verste. Toch maar iets inhouden met bochten nemen.
Volgende punt op mijn lijstje is de rechter pedaal. Die klikt beroerd in en uit, dus zal er wel wat mee zijn. Dat klopt: er zitten stokjesachtige dingen in. Geen wonder dat de schoen niet wil inklikken. Even goed schoonmaken dan maar. Meteen stel ik beide pedalen een flink stuk slapper in. Op mijn andere fietsen staan de pedalen ook altijd erg 'slap' en dat bevalt prima. Eigenlijk nooit last van losschietende voeten.
Het heen en weer draaien van de trappers als de quest op zijn kant ligt, is niet helemaal slim. De ketting valt er af, maar wat vervelender is, hij lag achter al op het grootste kransje en is er daar nu ook naast gevallen. Het is een heel gepiel om dat weer goed te krijgen, maar het lukt allemaal wel.

Maandag 21 maart 2005

Lente!
Het is vandaag lente en dat zullen we weten ook. Het is heel helder. Zo helder, dat de temperatuur 's nachts dicht bij het nulpunt is gekomen. Ik loop dus nog even naar zolder om toch mijn lange fietsbroek nog even aan te doen. Daarna is het lekker rijden in echt lenteweer. Langs de Middelweg richting Rotte zie ik hele zwermen fazanten op het veld. Ik laat me wel erg afleiden, zodat ik zelfs auto's niet heel ver van tevoren zie. Gelukkig komt hun schaduw op deze tijd nog ver vooruit.
Langs dezelfde weg zie ik kraaien bij een dood beest zitten. Als ik erlangs rijd, kijk ik even en ben zeer verbaasd om wat ik zie: dat lijkt wel een das! Ik heb in Engeland heel wat dode dassen langs de weg gezien (en een enkele levende) dus weet ze redelijk te herkennen. Hier is wat verwarring, want ten eerste komen dassen in deze buurt eigenlijk niet voor, ten tweede was dit beest wel tamelijk klein voor een das. Aan de andere kant klopte de vorm en de tekening weer wel helemaal. Afijn, misschien ligt hij er morgenochtend nog en kan ik dan wat beter kijken.
In Rotterdam voer ik mijn plan uit om eens een keer niet langs de Schiekade te gaan, maar de Matlingeweg iets verder te volgen. Samengevat wel veel meer lekker wegdek, maar twee verkeerslichten erbij. En dan ook nog eens lang wachten per licht. De andere kant op zouden het er zelfs vier zijn (twee per kruising). En dat voor een schamele 100 meter korter, nee, dit is niet voor herhaling vatbaar.

Terug weer met de kap eraf, korte broek en shirt zonder kraag. Ondanks de tegenwind. Het rijdt lekker en niet direct merkbaar langzamer. Wel handig als je weer eens iemand wil bedanken die voor je stopt als het niet hoeft (lekker hand opsteken) of om naar je ogen te kijken voor iemand die veel te laat stopt (en je dus flink in de remmen moest) of je beide handen op te steken in een "wat nou" gebaar als iemand van links komt en je stevig snijdt (tussen vliegveld en wielerparcours). Jawel, de quest blijft onder dit soort omstandigheden best even netjes recht rijden met los stuur.
Zo heb ik al een handvol 'belevenissen' als ik door Rodenrijs scheur. Stukje fietspad achterlangs, maar ik bedenk dat ik wel weer eens via de Wilderse kade kan rijden. Maar vlak voor ik de bocht maak, meen ik op het fietspad rechtdoor een stel racefietsers te zien en ik ga dus toch maar rechtdoor. Fout, blijkt later.
Ten eerste bleek het maar 1 "snelle" fietser te zijn en zelfs die was niet zo snel dat er enige prestatie nodig is om deze voorbij te gaan. Verder best druk met mensen die van het weer genieten (en dus de volle breedte van het pad willen benutten). Maar goed, ik geniet ook van het mooie weer.
Dan dus tegen Bergschenhoek aan de draai naar rechts, over de HSL in aanbouw over het fietspad. Het gaat lekker en mijn voeten zitten lekker op de pedalen. Vanmorgen voelden ze wat al te los en tussen de middag heb ik ze toch weer een tikkie vaster gedraaid. Zo voelen ze perfect aan.
Wat ook perfect is, is het snelle antwoord van Ymte. De gaatjes in de bodem zijn bedoeld om water dat door de wielen in de middenbalk (tussen de voorwielen) geslagen wordt er weer uit te laten lopen. Als die dicht gestopt worden, kan het water alleen nog aan de binnenkant van de fiets eruit en dat is niet handig. Ook over het slijten van de wielkasten weet hij iets te melden: de stuuruitslag is bewust niet begrensd, om maximale stuuruitslag te houden. Maar je moet wel als je de wielen tegen de wielkast hoort iets inhouden als je niet per se zo scherp hoeft te sturen.
Maar goed, ik was dus net over de HSL heen en dender naar beneden. In de verte zie ik een ruiter aankomen. Een dame op een paard type "groot". Al heel ruim tevoren minder ik vaart, met de bedoeling om flink voor het paard stil te staan. Maar al op 30, 40 meter afstand ziet het paard iets 'engs' en steigert, draait zich om en gaat er vandoor. De amazone kan nog net blijven zitten en krijgt vlot haar paard weer onder controle. Ze stijgt af en komt een klein stukje naar me toe, om het paard op een dam aan de kant en kalm te krijgen. Maar het paard heeft er geen zin in en blijft bokken, steigeren en trekken. Ze moet flink boos op hem worden. Even lijkt het erop dat ik voorzichtig voorbij kan gaan, maar zodra ik in beweging kom, begint het weer opnieuw. Ze wordt boos op het paard en loopt ermee weg om een dam verder op te zoeken. Ik wacht dit niet meer af, zet de quest in beweging en ga de weg op, om over te steken naar het fietspad aan de andere kant. Over de weg zelf blijf ik te dicht bij het paard. Ik rijd even tegen het verkeer in en stuur de berm in richting fietspad. Ai, het is hier heel rul zand tussen het gras en het loopt akelig schuin af. Ik had natuurlijk recht de berm in moeten sturen, maar sta nu behoorlijk schuin. Ik besluit voorzichtig uit te stappen, geen zin in een roller. Dan duw ik mijn fiets het fietspad op en fiets verder. Ik zwaai nog even naar de ruiter, die terugzwaait. We snappen elkaar.
Bij de rotonde steek ik niet helemaal over, maar ga meteen de weg op, richting de dubbele rotonde. Vandaar af naar huis gaat het verder zonder noemenswaardige gebeurtenissen.

Dinsdag 22 maart 2005

Alweer een heerlijke lenteochtend, helder weer, oostelijk briesje, dus wind in de rug. Ik kan lekker doorfietsen tot ik over de Julianasluis ben. Even verder op het fietspad zie ik een dame die haar hond uitlaat. Een vaste ontmoeting die meestal geen problemen oplevert. Maar nu heeft de hond kennelijk iets gedropt op het fietspad, wat zij aan het opruimen is. De hond dartelt heen en weer. Ik bel wel een aantal keren, maar zij is druk bezig en de hond dartelt door. Dan maar in de ankers, altijd nog beter dan een botsing. Ik hoef net niet helemaal stil te gaan staan om veilig te passeren, maar de vaart die juist lekker hoog was is er wel uit.
Niet getreurd want met goede zin en heerlijk weer gaan we weer vlot verder. Op de Middelweg denk ik er nog net op tijd aan om te kijken wat voor beest daar nou dood lag te zijn. Op die plek ligt nu een dode haas naast de weg (niet meer erop). De snuit en het formaat klopt. Dan moet hij gister op een heel typische manier gelegen hebben dat hij de indruk van een das gewekt heeft. Afijn, raadsel opgelost.
Verder gebeurt er zo weinig dat ik heerlijk door kan fietsen. Zo hard zelfs dat ik weer een nieuw record kan noteren. Zowel bruto als netto kom ik boven de 33 gemiddeld uit.

In de loop van de dag verandert het weer drastisch. De lucht betrekt en regen dreigt. Dan draait ook de wind en een zeldzaamheid tekent zich af: twee maal wind mee vandaag! Maar voor het zover is begint het te regenen. Eerst zachtjes, later harder.
Ik vertrek tegelijk met mijn collega: hij rechtop, met een paraplu in zijn hand, ik per quest. Door het instappen heeft hij een kleine voorsprong en even later haal ik hem in, groetend. Maar zoals helaas maar al te gebruikelijk sta ik even later stil voor de spoorbomen. En ja, wat te verwachten valt, hoor ik even later naast me dat mijn fiets helemaal niet zo snel is. En gelijk heeft hij, als je stilstaat maakt je fiets niet uit.
Ondanks de regen kan er goed doorgefietst worden. Bij Rodenrijs neem ik toch maar weer eens de Wildersekade en bij Bergschenhoek kan ik vlot doorrijden. Het was al aan de late kant dat ik vertrok, dus ik zet stevig aan. Over de Rotte, weer even flink aanzetten en de hele Middelweg boven de 45. Gestaag loopt het gemiddelde op. Als ik in Gouda aankom, is de doorgaande brug open en al het verkeer wordt over de zuidbrug gestuurd. Lastig, want dat betekent een hoop verkeer waar ik anders vrij rijden heb. Gelukkig is een grote vrachtwagen vooraan in de rij. Die heeft tijd nodig voor de bocht en creeert daarme ruimte voor mij. Over de sluis zie ik net het licht op rood springen. Hopla, dan maar over de dijk verder. 400 meter op deze snelheid zou wel eens gelijk kunnen zijn aan de wachttijd bij het stoplicht. De vrachtwagen probeert me te volgen maar het bochtenwerk houdt hem nog meer op dan mij.
Tegen de tijd dat ik bij de Uniqema aankom, is het op de hoofdweg nog helemaal vrij. Goede routekeuze dus en ik schuif zo de weg op. Snelheid blijft hoog en de stoplichten staan allemaal goed, ik kan overal doorrijden. Dan nog even over de Goejanverwelledijk. 36.0 lees ik bij de AVG en ik doe mijn best om dit vast te houden. Thuis zie ik dat ik, ondanks de 400 meter extra, toch weer 3 (!!) seconden van mijn record heb gehaald. Netto dan, want het wachten bij het spoor (2 minuten) en bij het vliegveld (nog 2 minuten) laten bruto een iets langere tijd noteren. Niettemin, een super dag!

Woensdag 23 maart 2005

Heel leuk, dat harde rijden, maar rust moet je ook van tijd tot tijd hebben. Ik doe vanmorgen mijn hartslagmeter maar weer om en stel hem op 'laag' in. Om mezelf extra in toom te houden zet ik mijn teller op distance ipv op avg. Zo kan ik meteen eens kijken hoe lang de 'lange rechte stukken' zijn. Nou recht zijn er maar weinig, dus maak ik er 'doorgaande' stukken van. Stukken waar je niet door verkeer, bochten, wegdek, zijstraten, kruisingen en andere ongein beperkt wordt in je snelheid, enkel door je benen en het weer.
Oost van de Rotte (20 km aan de Goudse kant) heb ik 'wel' drie stukken van rond de 3 km. Daarnaast nog een paar stukjes van ca 1 km en de rest zijn nog kortere stukken. Van deze drie stukken is de Middelweg mijn favoriet: prachtig begin (dijk af aan beide kanten) en eind (dijk dus weer op) en een perfect wegdek. De andere twee stukken, voor en na de spoorovergang bij Moordrecht, zijn redelijk wat wegdek betreft.
Aan de andere kant van de Rotte is het nog een stuk slechter. Er is slechts 1 stuk dat op 3 km uitkomt, langs Zestienhoven. En dat is een stuk met klinkers, verkeersdrempels, voor het grootste gedeelte smal en met een abominabel slecht wegdek. Ook op deze helft van mijn route blijven de andere stukken steken op hooguit ruim 1 km.
Maar goed, ook deze ochtend, fietsend in standje 'rustig' draai ik de Middelweg op. Even daarvoor is een trekker met aanhanger daar ook op gedraaid, met een klein vrachtwagentje erachter. Het tempo van de trekker ligt op 35, 36, precies goed voor standje 'rustig'. Maar dan komen er tegenliggers en mindert de trekker vaart, waarna hij bij het optrekken net boven de 30 blijft steken. Het vrachtwagentje doet een paar halfslachtige pogingen om er voorbij te gaan, maar daar is hij net te breed voor. Ik sukkel er ook nog achteraan. Maar net over de helft wordt het gepiep van mijn HRM te erg. Zelfs voor standje rustig doe ik te rustig. Dan maar ervoorbij. Ik ga eerst naar links, zodat ik vrij zicht heb en zet dan heel even de turbo aan. In een mum van tijd is de HRM stil om even later omgekeerd te piepen: te hard. Dat klopt, want er staat 47 op de teller. Afijn, ik ben er voorbij en fiets lekker door, met de trekker en volger in mijn spiegeltje verdwijnend. Op mijn gemak, zo nu en dan even aanzettend om niet te rustig te rijden, ga ik door naar mijn werk. Bij Bergschenhoek kom ik de Baronrijder uit Bleiswijk, die ik in januari of begin februari al eens zag, weer achterop. Hoewel ik rustig rijdt, ga ik hem met een flink verschil voorbij. We groeten elkaar nog wel even, maar zonder staartpunt is ook een baron geen partij voor een quest. Met lichte wind tegen en inderdaad rustig gefietst, toch weer ruim boven de 30. Het gaat goed.

's Middags nog steeds lekker weer en de kap kan er weer af. Ik zit volgeladen. Een Engelse collega heeft flink wat thee meegenomen voor me. Bovendien moet ik morgen een presentatie geven waar ik nog wat aan wil werken. Omdat ik niet weet of Clara de PC wil gebruiken, neem ik voor de zekerheid een laptop mee. Die zit in een tamelijk dikke tas links achterin de Quest. Bij het wegfietsen gaat het wat stroef en ik hoor achter me ook aanloopgeluiden. Meteen over het spoor (de bomen waren open, dus dan wil je niet ervoor wachten) stop ik even om de boel anders in te pakken. Ik vermoed namelijk dat die laptoptas de kap van het achterwiel scheef duwt, waardoor van de binnenkant uit de band aanloopt. Als ik de spullen er even uitgehaald heb, voelt het zelfs warm van binnen, dus dat liep wel aan. Na herpakken is het een stuk beter, al loopt het nog iets aan bij bochten naar rechts.
Ook de terugweg doe ik, met redelijk succes, mijn best om kalm te rijden. Op de Middelweg kom ik alweer een "bijna bekende" tegen. Het is de flevoracer die ik enkele weken geleden hier ook al tegenkwam. Nu ben ik er meer op gespitst en kan inderdaad concluderen dat het wel heel erg op een flevo-racer lijkt. Hand opsteken en doorrijden maar weer.
Als ik de spoorweg bij Moordrecht nader, is er een rijtje auto's dat allemaal nog snel even mij voorbij wil. Met als gevolg dat ze met elkaar de afslag naar rechts, het fietspad op, blokkeren. De spoorbomen zijn dicht dus ze kunnen geen kant op. Ik wurm me er toch even tussendoor, fronsend de blokkeerders aankijken. En voor ik bij de bomen ben, zijn ze weer omhoog. Meteen oversteken naar links, waar pal aan het begin van het fietspad een vrouw over haar fiets gebogen staat. Ik knijp in mijn remmen en vraag of ze hulp nodig heeft. Inderdaad, de ketting ligt eraf en ze krijgt hem er niet meer om. Ik stap uit om even te kijken en vertel dat de ketting wel een drupje olie kan gebruiken. Dan vertelt ze dat ze eigenlijk alleen fietst omdat haar auto naar de garage moest. Afijn, het is een koud kunstje om de ketting er weer om te krijgen, als je weet hoe het moet. Dus in een mum van tijd kan ze blij weer verder. Ik ook.
Omdat ik op tijd weggegaan ben, staat de weg in Gouda weer vol. Ik rijd dus om over de dijk en genietend race ik langs de lange rij auto's, om vervolgens bij de Stolwijkersluis anderhalve minuut stil te staan voor mijn stoplicht eindelijk groen wordt. Maar goed, het was rustig aan vanmiddag.

Donderdag 24 maart 2005

De laatste fietsdag van de week, want ik volg de Engelse traditie (Goede Vrijdag is een vrije dag) ook hier en neem morgen een snipperdag. 's Morgens rijdt ik op mijn dooie akkertje zonder noemenswaardige gebeurtenissen in heerlijk weer naar mijn werk, alwaar het nog best druk is. 's Middags moet ik een presentatie geven en ik leg nog snel de laatste hand daaraan.
Met Bastiaan heb ik afgesproken zo mogelijk samen op te fietsen, als hij alvast richting Utrecht gaat vanwege het paastreffen. Maar er lijkt een kink in de kabel te komen. Mijn baas gaat voor een half jaar naar Amerika en wil graag nog wat dingetjes met me bespreken voor hij dinsdag vertrekt. Omdat ik morgen dus vrij neem, is het nu de laatste kans om dat te doen. Dat lukt niet meer voor de presentaties, maar gaat erna worden. Ik bel Bastiaan op, die klaar is om te vertrekken. Ik leg de situatie uit en wens hem goede reis. Heel verstandig, want het is al na zessen dat we eindelijk klaar zijn met bespreken en ik aan mijn Paasweekend kan beginnen. Ondertussen is het weer niet zo aardig meer, het heeft geregend en regent zo nu en dan weer verder. Ik kleed me snel om en ga naar mijn fiets. Niets te maken dat ik best wel vermoeide benen heb, het is me al veel te laat en ik wil thuis zijn. Dus toch maar weer hard doortrappen. In het begin met regen, maar even later droog, tot ik in de buurt van Gouda ben, dan begint het te regenen, heel grote, errug natte druppels. Maar goed, daar kunnen wij wel tegen, mijn fiets en ik. Het is wel merkbaar rustiger op de meeste plaatsen, zodat ik toch nog met een behoorlijke tijd thuis ben. Klaar om eten naar binnen te werken, te douchen en aan een lang, vrijwel fietsloos weekend te beginnen.
Tot dinsdag!

Dinsdag 29 maart 2005

Zomertijd We hebben een lekker lang weekend achter de rug, al is het een uurtje ingekort door het verzetten van de klok. Tijdens dit weekend heb ik het gaten boren in het Elfiets zitje afgemaakt en heb ik de contouren afgezaagd. Van ruim twee kg is het nu dik onder de 1 kg geworden, met maximale ventilatie. Nu nog een potje botenlak kopen, de boel stevig in de lak zetten en monteren
De zomertijd is weer ingegaan. Het valt mee om een uur eerder op te staan (voor het gevoel dan) maar het is wel heel duidelijk te merken bij het wegfietsen. Voor het eerst in tijden moet de lamp weer aan en moet ik mijn zonnebril nog maar even aflaten. Ik had natuurlijk even mijn blanko bril op kunnen zetten, maarja, die had ik dus even niet bij me.
Volgens het KNMI heb ik wind mee vanmorgen, maar ik merk er niets van. Jawel, ik kan heel aardig door fietsen, maar ik heb wel het gevoel dat ik daar ook stevig voor moet trappen. Wat ook niet helemaal lekker gaat, is het schakelen. Het lijkt wel of de achter derailleur er moeite mee heeft om naar de kleinste vier kransjes te schakelen. Dat betekent dat boven de 36, 37 het onprettig snel ronddraaien wordt. Het schakelen wordt wel iets makkelijker als ik de beschermkap die over de derailleur zit, met mijn vingers iets los trek. Maar om dat nu elke keer te doen als ik wil schakelen is ook niet helemaal ideaal. Straks maar eens kijken wat er aan te doen valt.
Over de rit zelf valt niet veel te vertellen, behalve dat ik nu in de praktijk eens geteld heb hoe vaak ik op een rit aan het optrekken ben. Soms is het twijfelachtig of je het echt optrekken moet noemen: als je met 28 uit de bocht komt, nadat en voordat je 38 reed, is het dan optrekken? Afijn, afhankelijk van hoe je telt kom je toch tussen de 45 en 55 maal optrekken. En dat op 1 rit, het is niet eerlijk!
Tussen de middag kijk ik nog even naar mijn banden. Rechtsvoor en achter zijn beide net even zachter dan ik eigenlijk wil. Dat zou kunnen verklaren waarom het rijden ook net iets zwaarder ging dan ik voor de omstandigheden had verwacht. Nou ja, hier komen we ook wel weer thuis mee en dan hebben we de grote pomp om de boel weer kneppelhard op te pompen.

Als het tijd is om naar huis te gaan, is het niet echt lekker buiten. Het is wel droog, het waait niet hard, maar toch... Ik doe de kap er maar weer op en wil vertrekken. Tsjang gaat het onder de "motorkap" en nog voor ik vertrokken ben sta ik stil. Het blijkt dat de kettingbuis die naar het voorblad gaat losgeschoten is en zich keurig tussen ketting en tandwiel heeft gewurmd. Het kost even moeite om de buis weer los te krijgen en dan moet ik zien hem weer vast te krijgen, anders herhaalt zich dit zo weer. Het blijkt dat ik, tegen mijn gewoonte in, geen tie-wraps bij me heb. Ik moet me dus behelpen met de tiewrap die losgeschoten was. Daar heb je natuurlijk nauwelijks houvast aan, maar met wat pielen lukt het toch om het boeltje weer vast te zetten en te vertrekken. Meteen maar het gas erop, om de verloren tijd in te halen. Het spul houdt wel 6 km, dan schiet - op de Schiekade - de buis weer los. Herhaling van zetten: weer pielen en de boel vastzetten. Het wordt een echte intervaltraining zo. Deze keer houdt het wat langer vast, tot voorbij de Middelweg, die ik ondanks lichte tegenwind overgevlogen ben. Maar precies omhoog gedraaid de dijk op, gaat het weer mis. Nu lukt het helemaal niet meer om de buis vast te zetten met het stukje tiewrap.
Wat nu?
Idee! Ik gebruik de veter van mijn schoen, die er toch naast staat. Lang genoeg om er goed omheen te gaan en ook nog stevig aan te trekken. Het plan lijkt goed. Eerst de Quest even op zijn kant om de ketting weer op het tandwiel te leggen, dan vastzetten met de veter en gaan maar weer. Fout! De buis schiet er nog sneller uit dan ik op gang kan komen. Dat blijkt eraan te liggen dat ik mijn koptelefoontje op de bodem had laten slingeren, die was op de ketting gekomen (door het op de kant leggen van de quest?) en meegenomen de buis in, klem en ram, het ding zit weer vast. De veter is zwart geworden, zit helemaal klem en mijn zakmes moet erbij komen om de boel los te krijgen. Ik denk enkele lelijke woorden voor ik het volgende geweldige idee heb.
Ik gebruik gewoon even een andere tiewrap! Er is er eentje die het snoertje van de accu (bij de zekering) en de schakelkabel naar achteren een beetje bij elkaar houdt. Deze is lang genoeg en ik schat in dat ze wel een stukje zonder kunnen. Ik snij hem door en kan daarmee de kettingbuis echt vast zetten. Dat blijkt te werken en ik kom er mee thuis. Voor het laatste stuk laat ik de kap er maar af.
Maar niet voor ik tussen Nieuwerkerk en Moordrecht weer een ruiter tegenkom. Een dame op een groot wit paard komt me tegemoet. De weg is tamelijk breed, de amazone alert en ik minder vaart. Het gaat bijna helemaal goed, het paard is argwanend en op het moment dat ik langs ga, stijgert het paard nog even, maar de ruiter heeft het paard goed onder controle en brengt het meteen weer tot rust. Het paard voorbij kan ik weer doorkachelen.
Vlak voor de Julianasluis fietst een echtpaar naast elkaar op het fietspad. Prima. Ze fietsen alleen wel erg langzaam en erg breed. En kennelijk letten ze niet heel erg goed op, want mijn bellen horen ze niet, zelfs als ik vlak achter ze, al even langzaam fiets. De toeter lijkt me wat grof en ik roep dan ook maar "PARDON". Dat helpt. Met verbazing kijken ze naar me en gaan dichter naast elkaar fietsen, zodat ik er langs kan.
Even later kan ik weer over de Rotterdamseweg Gouda in. De meeste mensen vinden het geen probleem als je ruim 40 daar fietst. Maar vandaag zijn er weer een paar die menen dat zij de regels beter kennen en toeteren en naar hun voorhoofd wijzen. Ik beschouw dit als een vorm van groeten (dan hoef je je er niet over op te winden) en zwaai vriendelijk lachend terug.
Het was gisteren in het nieuws, naar aanleiding van het Nationaal Rijexamen, dat 80% van de deelnemers voor het theorie-examen gezakt was. Met wat ik onderweg meemaak, verbaast dat me niets.

Woensdag 30 maart 2005

Het is nog steeds best vroeg opstaan, maar het gaat een stuk beter vandaag. Gisteren alle kettingsmeervegen van de quest gepoetst, de tiewrap van de kabel weer aangebracht en de kettingbuis tiewrap extra aangetrokken. En meteen even een stel losse tiewraps in mijn reparatietasje gestopt.
Het rijden gaat meteen ook een stuk lekkerder. Zou die kettingbuis op de een of andere manier stroef gezeten hebben gisterochtend? Hoe dan ook, ik fiets lekker richting Moordrecht. Daar moet ik, om het spoor over te kunnen, even een zijstraat oversteken. Het fietspad waarop ik rijd hoort bij de voorrangsweg, maar men wil dat wel eens vergeten. Ook vandaag dus weer: een dikke lease-bak staat precies dwars over de doorgang. Met een auto er vlak voor en eentje er vlak achter. Voor mij dus geen mogelijkheid om er voorbij te komen. Ik rijd door tot redelijk in de buurt en kijk wanhopig. De automobilist heeft het in de gaten, maar ziet dat hij niet voor of achteruit kan. Hij steekt met een machteloos gebaar zijn handen in de lucht. Ach ja, hij doet het vast niet expres. Maar ik sta dus pontificaal naast hem, met een dikke grijns op mijn gezicht. Ik hoop dat hij zijn lesje geleerd heeft.
Onderweg doen verscheidene eenden zelfmoordpogingen door pal voor me over te willen steken. Ze zullen zich wel afvragen waarom al die mensen opeens zoveel vroeger langskomen. Ik weet ze allemaal te missen.
Bij Bergschenhoek ga ik maar weer eens via het fietspad, na een weekje weer de gewone weg genomen te hebben. Zo rijd ik door richting vliegveld. Voor me uit rijdt iemand heel pittig door en het duurt even voor ik hem heb ingehaald. Op weg naar het stoplicht zie ik een brommer wachten. En vlak voor ik er ben springt het licht op groen. Heerlijk in volle vaart doorgaan. Bovenop het Doenviaduct staat ook al iemand bij het licht te wachten en de wachttijd is derhalve kort. De brommer ben ik ondertussen blijvend voorbij.
Zo kan het ook
Onderweg naar beneden krijg ik weer veel vaart, waarmee ik over het fietspad langs de Matlingeweg race. Een vrachtrijder is erg oplettend en ziet mij ruim op tijd aankomen. En blijft netjes aan de kant wachten tot ik voorbij ben, het fietspad vrijlatend. Ik kan dat erg waarderen en laat dat merken door mijn hand op te steken. Als ik vervolgens onder de weg door wil, naar de Schiekade, rijdt daar opeens een trekker met een aanhangertje. De combi gaat erg langzaam, om hobbels en bobbels te kunnen verwerken. Ik hobbel er maar wat achteraan tot ik er voorbij kan. Dan zet ik maar weer even aan om lekker vlot op mijn werk aan te komen.

Als ik terug wil fietsen, is de oostenwind stevig aangetrokken: dat wordt hard werken. Toch laat ik de kap van de fiets. Na het gebruikelijke wachten bij het spoor, kan ik op weg. Binnen de stad rijd je toch behoorlijk beschut en maakt de wind niet zoveel uit. Op de Matlingeweg rijd ik stevig door over het fietspad. Bij de eerste zijstraat laat een automobiliste duidelijk merken me gezien te hebben en te wachten. Ik steek mijn hand op en ze zwaait terug. Lekker zo!
Bij de volgende twee zijstraten gaat het iets minder netjes. Een auto die de drukke weg oversteekt kijkt goed naar de auto's, maar minder goed naar het verkeer op het fietspad, dat ook voorrang heeft. Door goed uitkijken, inschatten en doortrappen kom ik er goed voor langs. Hij zal wel geschrokken zijn een dat is maar goed ook, dan let hij de volgende keer beter op. Hetzelfde verhaal, maar dan van de andere kant bij de volgende zijstraat. Een brommer die me eerder voorbij komt, zorgt ervoor dat bij de laatste zijstraat men alert is. Een beetje optrekken wordt snel genoeg gestopt om voldoende ruimte over te laten om vol door te rijden.
Voorbij het vliegveld kom ik zoals elke keer, langs het wielerparcour. Maar vandaag is/was er iets te beleven en de straat langs het parcours staat vol met geparkeerde auto's. Er rijden ook heel wat wielrenners heen en weer en wat auto's manouvreren er tussendoor. Niet echt ideaal, in tegendeel, slechts langzaam aan kan ik er voorbij komen.
Richting Nieuwerkerk kom ik een sterke wielrenner achterop. De man rijdt pittig door, maar tegen de half afgeschutte wind in is 40 duidelijk teveel. In mijn spiegel lijkt het erop dat hij twee, drie trappen probeert aan te pikken, maar hij ziet snel het zinloze van zijn actie in.
Bij Gouda krijg ik mijn laatste verrassing. Net als ik de zuiderbrug van de sluis over wil gaan, gaan de bomen dicht. Ik draai dus maar rond om alsnog over de noorderbrug te gaan. Vervolgens kies ik de dijk, want ik ben tamelijk vroeg en dan staat de gewone weg vol met blik. Laatste stuk fietspad vandaag.

Donderdag 31 maart 2005

Gisteravond bezig geweest met documenten uitzoeken en het was ruim na twaalven dat ik in mijn bed lag. Maar goed slapen was er helaas niet bij. Er kwam een heleboel heftige regen voorbij, die zoveel lawaai maakte dat ik er wakker van werd en bleef. Pas tegen zessen was de regen over, net op tijd om op te staan en me voor vertrek klaar te maken.
Ik heb de indruk dat ik zonder hartslagmeter weer te hard van stapel loop, dus doe ik hem maar weer om. Toch rijd ik nauwelijk langzamer dan de andere ochtenden.
Ik vind dat ik al weer lang genoeg steeds dezelfde route rijd, dus is het tijd om weer eens wat te varieren. In Rodenrijs rechtdoor, maar dan aan de andere kant niet rechts, links, de Hofweg op, maar meteen links, richting vliegveld. Dan kom je dus uit op het fietspad aan de "goede" kant. Nou, dat is niet echt aan te bevelen. De draai naar het fietspad is niet lekker, maar dat zou met wennen niet zo'n punt zijn. Maar het pad zelf is beroerd. Het schommelt weliswaar minder dan zijn tegenhanger aan de andere kant, maar er zitten nogal wat richels in, die je vering flink laat knallen. Aan het eind moet je of onder de weg door, dus wat rare draaien maken, of via het stoplicht oversteken. Dat vereist een lastige draai en zelfs steken om bij het knopje te komen. Gelukkig zit er blijkbaar een detectielus, want voor ik op de knop kan drukken springt ie op groen. Ik fiets door, maar ga nog meer varieren: tegen het eind van de Matlingeweg ga ik altijd er af en er onderdoor, over rare draaien en beroerde hobbels. Maar een auto bij de laatste zijstraat gaat net oversteken. Ik kijk snel en besluit ook meteen de weg over te steken. Je snijdt een paar meter, maar vooral een hoop hobbels en bochten af. Dat is wel een mooie om in het oog te houden: is het toevallig vrij, dan steek je over, anders ga je alsnog onderdoor.
Op het laatste stukje klinkers voor de spoorovergang kom ik achter een Suziki Alto te zitten, die tamelijk langzaam rijdt. Ik wil er net voorbij gaan als de auto een slinger naar links maakt: er blijkt weer een zelfmoordeend op de weg te zitten. Als we die voorbij zijn, ga ik de auto alsnog voorbij, om even later voor de dichte spoorbomen te mogen wachten. Als ik gedouched en wel bij mijn bureau kom, blijkt dat het mijn collega was in die auto!

's Middags is het weer heerlijk weer en de kap gaat natuurlijk achterin. Op de Matlingeweg is een "dame" zo vriendelijk om juist op de laaste zijstraat het fietspad te blokkeren. Ik moet vol in de ankers en roep luid "HE". Ze draait het raampje open en begint (terwijl ze de telefoon waarmee ze zit te bellen in haar hand heeft). "Ik zag je toch niet!" Ik zeg nog dat ze niet zo hoeft te vloeken, waarna ze mij verwijt dat ik roep. Nou ja...
Dan is er een gaatje voor haar om naar voren te rijden wat ze dan ook doet. Twee mannen in een grote bestelbus die achter haar staat hebben het geheel lachend aanschouwd. Met een royaal armgebaar nodigen ze me uit om verder te fietsen. Met een glimlach fiets ik verder. Ik fiets lekker verder en op de Middelweg, met wind tegen, kijk ik nog even wat ik voor elkaar krijg. Ruim vijftig en dat houd ik nog even vol ook! Maar daarna doe ik het verder rustig aan.
De maand met veruit de meeste fietskilometers in 15 jaar zit erop: alleen al met de Quest heb ik deze maand 1541 km gereden, wat de totaalstand op 3382 brengt.
Morgen geen grappen, wel fietsen. Maandag volgt dan een update van het logboek.

April 2005

Vrijdag 1 april 2005

Oef, dat uitsloven van gistermiddag, tegen de wind in 50 te rijden, moet ik letterlijk bezuren. Ik kom mijn bed nauwelijks uit vanwege de knallende spierpijn in mijn bovenbenen. Zelfs het lopen gaat moeilijk. Als ik onderweg ga, doe ik het bijzonder rustig aan. Dat gaat verder zonder problemen.
Maar dan toont zich ook meteen hoeveel invloed "andere" zaken hebben. Toevallig kan ik vandaag bijna overal lekker doorrijden, waar ik anders moet stoppen voor verkeerslichten of kruispunten. Dus ondanks erg kalm rijden, ben ik maar een paar minuten langer onderweg dan anders.
Ook op mijn werk gaat lopen moeizaam, vooral als ik eerst even gezeten heb. Eenmaal in beweging lukt het wel. 's Middags is het heerlijk weer om naar huis te fietsen, opnieuw maar erg rustig aan.
Net voorbij de Pekhuisbrug (ik moet nou toch eens lokatiefoto's gaan opnemen) komt op de Rottedijk een paard met wagen(tje) me tegemoet. Ik heb ze eerder deze week ook al gezien, maar toen van een afstandje. Een paard dat met z'n ruiter op hol slaat is tot daar aan toe, maar als er nog een wagen aan vastzit, dat kan grote problemen geven. Ik zet mijn fiets dus maar even stil aan de kant. De menner waardeert dit en spoort zijn paard aan even wat vaart te maken. Met een groet gaan ze me vlot en kalm voorbij. De oogkleppen van het paard zullen wellicht ook geholpen hebben.

Maandag 4 april 2005

Deze week wordt wat anders fietsen. Donderdag een vrije dag, om Jesse's verjaardag te vieren, vrijdag met de trein naar Wageningen en dan zaterdagochtend heel vroeg naar Hoek van Holland, om mijn Engelse hardloopcollega's/vrienden weer eens te zien. Dat wordt dan om zes uur wegfietsen!
Een heel weekend hebben mijn benen me herinnerd aan mijn uitsloverij van donderdag. En ook nu voelen ze nog niet helemaal fris. Ik doe dan ook maar rustig aan. Na de Uniqema over de dijk en dan vlak voor de sluis weer de weg op. Er komt ook juist een motor aan, dus even goed uitkijken. Tot mijn spijt is de zuidersluis open en ga ik bovenlangs. Scheef wegdek en flink wat extra bochtjes, een rotonde extra, kortom, niet ideaal. Maar voor de rest is het lekker weer en kar ik relaxed naar mijn werk.
Voorbij Bergschenhoek zie ik een buk-forens voor me uit fietsen. Na enige tijd realiseer ik me dat hij nog steeds voor me uit fietst! Nu rijd ik wel rustig, maar dat betekent niet dat hij maar gewoon voor mag blijven. Het is een sterke fietser, want hij heeft goed de vaart erin, zonder snelle kledij of snelle fiets. Petje af! Maar ik zet wel even aan (die speelruimte heb je als je rustig rijdt) en met 40 kph fiets ik hem even later toch voorbij. Net op tijd om een Baron over te zien steken. Mag ik zelf even LISsen*)
Na even stevig aangezet te hebben, kom ik net voor de bocht bij de Baron. Hier is het wat wenden en keren en inhalen is zinloos. Bij de hoofdweg staat het vol stilstaande auto's; onder het spoorviaduct is een vrachtwagen aan het keren of zo en er kan even niemand langs. Dan ga ik vandaag maar weer eens over het fietspad. Aan de andere kant van het spoor kan ik dan eindelijk de Baron voorbij. Niet verrassend is het de ligger die ik al een paar keer bij Bergschenhoek had gezien. Na een korte groet gaat hij rechts en ik links. Nog een klein half uurtje en ik ben op de plaats van bestemming.
Op de mailinglijst lees ik dat Harry Lieben zijn Quest van stuggere veren heeft voorzien. Volgens eigen zeggen maakt hij zo van een lelijke eend een sportwagen. Meteen heb ik zelf ook maar aan Ymte en aan Harry nadere toelichting gegeven. Ymte mailt me de gegevens en kosten (had ik ook om gevraagd) en Harry vertelt me nog wat meer details over hoe het verschil in rijden zich duidelijk maakt. Ik denk dat ik ze er ook maar onder ga stoppen.

Het heerlijke weer van 's morgens maakt in de loop van de dag plaats voor steeds somberder weer. De bewolking en de wind nemen toe. De regenradar laat zien dat buien naderbij komen. Als ik vertrek doe ik dan toch maar de kap erop. Ik ga via een klein stukje fietspad richting de spoorovergang, waar ik zowaar kan doorfietsen! Het zeer relaxte fietsen van vanmorgen heeft me goed gedaan. Zonder me uit te sloven, weet ik toch behoorlijke gang te houden. Op het industriegebiedje kan ik zo oversteken, bij het vliegveld gaat het eerste licht meteen op groen als ik op de knop druk, het tweede licht al voor ik er ben!
Langs het vliegveld moet ik me inhouden. Met de wind is 45 makkelijk te doen, maar daar is het wegdek te slecht voor. Tot twee maal toe moet ik flink in de bel en de rem om mannen die hun regenpak staan aan te trekken veilig voorbij te gaan. De grote rotonde even verderop, de kruising in Rodenrijs, overal kan ik zo doorgaan.
Van tijd tot tijd spettert de regen op mijn hoofd en fiets. De pet gaat maar weer op. Probleemloos kom ik door Bergschenhoek, nergens door het verkeer gehinderd. Dankzij de wind en het soepele verloop, gaat mijn gemiddelde ras omhoog, zonder dat ik me enorm inspan. Als dit zo doorgaat, zou het wel eens.....
Pekhuisbrug over gaat steeds soepeler. Met een flinke zwaai erop, hup erover en aan de andere kant een mooie slinger tussen de blokken door de weg weer op. Naar beneden de Middelweg op, tijdje 50 rijden en de rest van de weg achterin de veertig. Helaas moet ik aan het eind toch even in de remmen. Ik had wel teruggeschakeld, maar net iets minder dan handig was, dus langzaam weer op gang komen, maar dan gaat het ook weer vlot verder, daar is Nieuwerkerk alweer en ook daar kan ik zo door. Dit schiet op! De Moordrechter spoorovergang: vrij baan. In Gouda de Julianasluis: doorrijden. Verkeerslicht Rotterdamseweg? Staat ruim op tijd op groen, zodat volop gebruik gemaakt kan worden van het beetje afdalen. Geen verkeer achter me, onbekommerd doorrijden. Langs de IJssel, op het Veerstal, staat dan toch een stroom auto's te wachten. Ik gok toch weer op het fietspad en vandaag kan het niet anders: net als ik stilsta, springt het licht op groen en kan ik weer verder. Mijn gemiddelde staat al sinds de sluis ruim boven de 36. Het laatste stuk hoef ik alleen nog maar wat gang te houden om mijn oude records te verpulveren. Nul seconden wachttijd, dus netto = bruto = 1 uur 10 en twaalf seconden! Anderhalve minuut eraf! Wat zou het geweest zijn als ik me wel uitgesloofd had? Waarschijnlijk had dan het verkeer overal tegengestaan....

*) LIS staat voor Ligfiets Inhaal Syndroom. Treedt op bij bukfietsers die graag een ligfietser inhalen. Hieraan gekoppeld is er RVS: Racefietsers Voorblijf Syndroom, om de LIS-ser te weerstaan. In dezelfde reeks hoort ook RIS: Racefietser Inhaal Syndroom, dat vanzelf spreekt. RIS-sen per Quest zou je zelfs flauw kunnen noemen. De racefietsers die zelfs maar een schijn van kans maken tegen een gemotiveerde Questrijder is op zijn minst wielerprof.

Dinsdag 5 april 2005

Het weer is nog even heel vriendelijk. Gisteren heeft de echte regen gewacht tot na mijn thuiskomst en vannacht is al het water gevallen, zodat het 's morgens weer droog is. Lekker weer dus om rustig te fietsen met een muziekje op. Van mijn Paascadeautje heb ik een nieuwe koptelefoon gekocht. Het is er eentje die twee losse "speakertjes" heeft, die elk aan 1 oor gehaakt worden. Geeft een excellent geluid, wat goed door het windgeraas hoorbaar is zonder al het verkeersgeluid uit te sluiten. Zit alleen wel een nadeeltje aan, die 'doppen' op mijn oren maken mijn hoofd vrijwel precies even breed als het gata in het deksel van de quest. Bij zelfs kleine bewegingen tikken ze dus steeds even aan. Vooral in het begin is dat irritant, maar het went snel en de goede kwaliteit geluid is waar het om ging.
Vandaag kom ik de Bleiswijkse Baronrijder weer net onder Bergschenhoek tegen. Gister had ik de indruk dat hij geen spiegeltje gemonteerd had zitten, maar vanmorgen duidelijk wel. Hij ziet me daarin aankomen en steekt zijn hand op als ik hem bijna ingehaald heb. Ook hij luistert vandaag naar de muziek.
De 'vliegveldverkeerslichten' zijn weer vriendelijk vanmorgen. Die op de hoek van het vliegveld laat me maar een paar tellen wachten, de andere, bij het viaduct, springt zelfs tijdig op groen zodat ik mooi door kan rijden. Dat genot is echter van korte duur, want als ik aan de andere kant van het viaduct even flink vaart wil maken, blijken werklieden hun auto en graafmachine 'netjes' op het fietspad gezet te hebben. Toegegeven, ik kan er nog langs, maar met moeite. Wat is het toch dat allerhande mensen laat denken dat fietspaden onbeperkt ook als parkeerterrein mogen worden gebruikt?
Na dit kleine oponthoud fiets ik weer lekker door. Net langs de Schiekade, onder de weg door, verschijnt er een brommer in mijn spiegelbeeld. Op zich zou die er zo langs moeten kunnen, maar ze blijft een tijd achter me rijden. Pas een eind verder, als het echt breed en recht is, gaat ze er voorbij.
Even later, voorbij het Beatrixpark, merk ik dat ik de scholierenspits te pakken heb. Hele drommen fietsen als een groot veelpotig dier als slingerend over de weg en het fietspad. Een brommerrijder laten ze er nog wel langs, dus ik moet ook kunnen. Ik bel stevig en ga er tussendoor, diverse gilletjes van jongedames zijn mijn deel. Moet ik misschien volgende keer toch de toeter gebruiken hier?
200 Meter verder, onder het viaduct door, doe ik twee jongens heel verbaasd kijken, als ze van mij voorrang krijgen. Ze komen van rechts, dus dat hoort toch zo? Zelf vind ik het ook prettig om voorrang te krijgen, vooral als ik het heb. Het minste wat ik dan zelf kan doen is om tenminste zelf voorrang te geven aan mensen die van rechts komen.
Voor de terugweg is het weer lekker weer, zodat ik weer cabriootje kan spelen.
Hoewel de spoorbomen open zijn, staat er een rij auto's die maar niet naar links kan doorrijden, wat nou ook niet echt helpt. Even later kan ik gelukkig wel weer doorrijden. Over de A4 heen kun je lekker vaart maken als je weer naar beneden gaat. Direct daarachter gaat het met mooi wegdek rechtdoor, zodat je die vaart ook nog een tijd kunt volhouden. Tegen de tijd dat ik onder de ringweg doorga (en waar de weg versmalt tot fietspad) haal ik een meneer op de fiets in. Op het oog fietst hij stevig en doelbewust door. Ik bel nog voor ik hem voorbij ga, maar dat blijkt niet tot hem door te dringen. Op het moment dat ik al half naast hem ben, blijkt hij opeens naar links af te slaan. Op dat moment doe ik drie dingen tegelijk (er zijn vrouwen die beweren dat mannen dat niet kunnen...) Ik wijk uit naar links om een botsing te voorkomen, ondertussen rem ik ook nog wat om als het dan toch botsen wordt de impact minimaal te houden en ondertussen geef ik een brul (stem aansturen gaat sneller dan bellen/toeteren). Het resultaat is dat een botsing inderdaad uitblijft. De man roept nog "Ik hoorde je niet" waarop ik antwoord dat hij ook had moeten kijken. De kleine vertraging die dit accefietje oplevert, zet een domino-effect in werking: anderhalve minuut later, halverwege het Beatrixpark, komt een fanatieke bukforens van rechts. Was ik twee seconden eerder geweest, had ik er veilig en prettig voorlangs kunnen gaan, nu moet ik in de ankers en daarna weer optrekken. Deze extra vertraging zorgt er weer voor dat even verderop ik twee dames die breeduit naast elkaar fietsen even niet in kan halen vanwege tegemoet komend verkeer en moet ik alweer in de ankers en daarna langzaam erachter blijven. Maar goed, niet opwinden en genieten van wat er komen gaat.
Langs het fietspad kom ik twee buk-racers achterop, die ook niet snel doorhebben dat er iemand is die nog een heel stuk sneller fietst en er graag langs wil. Maar na alle geluidssignale gebruikt te hebben, komt de boodschap toch over en kan ik verder. Met de wind in de rug moet ik me zelfs inhouden om niet zeeziek te worden van de hobbels en bobbels op dit stuk. Bij de rotonde die volgt blokkeert een lange stroom auto's de doorgang zo lang, dat ik "vrees" dat ze het geslagen gat weer dichtrijden. Maar voor het zover is kan ik weer verder.
Het lijkt erop dat mijn inspanning van vorige week, naast dagenlang spierpijn, ook wat positiefs voor de conditie gedaan heeft, want ik kan best hoge snelheden volhouden. Tot over de Rotte blijft het gemiddelde gestaag oplopen. De Middelweg is dan natuurlijk genieten met snelheden ver in de veertig, tot er een brede vrachtwagen aankomt. Even inhouden maar, want er is niet veel ruimte over. Blijkt dat ik toch nog 40 ga bij het passeren.
Ik span me wel duidelijk meer in dan gisteren, maar het voelt allemaal goed. Tot in Gouda loopt het gemiddelde op, ruim hoger dan gisteren. Zou ik dan twee dagen op rij weer een nieuw record neerzetten? Maar net over de sluis is het weer zo druk met auto's dat ik kies voor de dijk en meteen maar het fietspad op stuur. Dat doen ook twee tieners, al gaan ze tegen de rijrichting in. De jongen kijkt wel en ziet me aankomen, maar zijn vriendin lijkt oogkleppen op te hebben en stuurt haar fiets dwars over het pad. Het is maar goed dat mijn remmen goed werken.
Als ik een kilometer verder weer samenkom met de doorgaande weg, zie ik dat de auto waar ik eerst naast reed, nu ook net daar is aangekomen. Het omrijden heeft dus geen tijd gekost. De weg staat verder vol, dus hobbeldebobbel ik maar over het fietspad, langs het kruispunt, verder naar huis. Met het omrijden via de dijk in Gouda en al die rare hindernissen, ben ik toch maar 22 seconden langzamer dan gisteren. Maar de extra meters maken dat het wat gemiddelde betreft toch weer een record is!

Woensdag 6 april 2005

Viel er de laatste tijd niet zo echt veel te vertellen, vanmorgen is het kassa.
Het begint al in Gouda, waar een automobilist blijk geeft van erg slecht verkeersinzicht. Hij ziet wel dat er voor mij 50 meter lege ruimte is, maar niet dat daarvoor alles nog veel langzamer rijdt. Dus wat doet hij, vlak voor een verkeersheuvel gaat hij inhalen, waardoor hij op het laatste moment, mij snijdend, weer naar rechts moet en ik in mijn remmen moet om achter hem te blijven. Dankuwel...
De volgende 10 kilometer gaan wel weer heel soepel. Het verkeer vanuit Moordrecht is oplettend en laat netjes het fietspad vrij. Dankuwel...
Boem is ho!
Even verder bij Nieuwerkerk weer tussen de hekken door, onder de weg door en de parallelweg op, langs de N219. Daar heb ik alle ruimte, die er op de hoofdrijbaan kennelijk niet is, want er is een vrachtwagen-trekker de weg op gegaan zonder op te letten en een personenauto was daarmee in botsing gekomen (geringe schade op het oog, zeker geen persoonlijk letsel). Ik durf vanuit de Quest niet te zeggen of ze nu net wel of net niet tegen elkaar aan staan. De bestuurder is in ieder geval uitgestapt en lijkt boos te zijn. De rotonde is er vlak achter, dus dit ongeluk zet de boel wel vast. Gelukkig is de chauffeur van een busje oplettend genoeg (en aardig genoeg!) om mij te zien komen, te zien dat hij toch niet verder kan, extra gaatje te laten om mij door te laten. Ik bedank hem met een groet die nog beantwoord wordt ook.
Morgen en overmorgen wordt er niet (of nauwelijks) gefietst, dus ik hoef me niet in te houden. In volle vaart dus verder.
Omdat verandering van spijs doet eten, ga ik vanmorgen eens niet langs het vliegveld, maar over de Hofweg en ik wil alle stoplichten vermijden, dus neem ik de "oprit" naar het Doenviaduct, waar ik moet steken. Het stuk tussen Hofweg en Doenviaduct is allerbelabberdst. Klinkers waarvan de ondergrond zijn beste tijd al lang geleden heeft gehad.
Ik gok erop dat 3000 km meer ervaring vergeleken met de vorige keer dat ik hier langs ging, helpt om deze 'hindernis' iets soepeler te nemen. Daglicht helpt ook. Ik stuur de Quest omhoog, schakel terug naar de allerkleinste versnelling en klik mijn voet los vlak voor de bocht. De bocht zelf kan ik zover maken dat de fiets precies dwars op het fietspad staat. Achteruitrijdend en tegensturend kom ik al in de goede richting en het lukt zowaar om met maar 1 keer steken de draai te maken. Best goed eigenlijk.
Als ik afdaal naar de Matlingeweg kan ik vandaag weer wel vaart maken, maar het plezier is van korte duur. Een auto uit de zijstraat ziet mij (van rechts komend en op voorrangsfietspad) niet of in ieder geval veel te laat. Ik moet weer eens vol in de remmen, maar kan er gelukkig nog wel voorlangs met nog een klein beetje vaart over. Dankuwel....
Als ik dan weer gang aan het maken ben, zie ik verderop drie politiewagens met zwaailichten aan staan. Ook hier is een ongeluk gebeurt en een heel stuk weg is afgezet. De auto die er nog staat ziet er lelijk uit, fors in de kreukels. Het verkeer wordt dus omgeleid, maar blijkbaar ook afgeleid. Ze moeten daar allemaal afslaan. Als ik er aankom is er een om- en afgeleide automobilist, die dus niet niet uitkijkt en zijn auto pal voor mijn neus rost. Ik zag het gelukkig wel aankomen en kon in de ankers, maar toch. Zit ie me daarna schaapachtig aan te kijken. Dankuwel....
De rest van de rit gaat gelukkig zonder problemen, maar ik heb mijn portie wel weer gehad.
's Middags had ik eigenlijk voor zes uur thuis willen zijn, maar het zit niet mee: de lift naar beneden laat op zich wachten, de kleedkamers blijken op slot te zijn en ik moet dus extra heen en weer lopen. Veel te laat ben ik dan eindelijk op weg.
De wind is wel vrij hard, maar niet zo gunstig van richting. Het regent ook nog en tot overmaat van ramp doet ook de ketting iets wat ik al een hele tijd niet meer had meegemaakt: hij vliegt eraf. Het lijkt erop dat hij alleen van de spanner af is geschoten. Misschien moet ik toch maar werk maken van het idee dat ik al een tijd langer heb: een soort kapjes rond de wieltjes van de spanner maken, zodat de ketting er niet uit kan. Dat is eigenlijk ook altijd het geval als de kettingspanner deel uitmaakt van een derailleur.
De ketting schoot eraf als ik net naast het vliegveld ben en de regen van gewone regen overgaat in hozen. Heel snel spring ik uit de Quest, leg hem op z'n kant in het gras en peuter de ketting er weer om. Vieze vingers, vieze quest en een tijd als maandag en dinsdag zit er dan ook niet in en eigenlijk ben ik te laat thuis.
Morgen Jesse's verjaardag (vrije dag) en vrijdag met de trein naar Wageningen. De eerstvolgende rit is dan het retourtje Hoek van Holland op zaterdagochtend.

Zaterdag 9 april 2005

De afgelopen dagen weer heel wat verhalen over heftige wind, lege velomobielen die (bijna) omwaaien en een weerbericht dat voor storm waarschuwt. De vooruitzichten voor wat de langste dagafstand per quest tot nu toe moet worden, zijn niet bepaald gunstig. Ik slaap onrustig en wordt om half zes wakker, een paar minuten voor de wekker zou gaan. Uit het raam kijkend lijkt het mee te vallen met het weer.
Als ik vertrek is het donker, maar helder. Het is koud bovendien. Ik zet mijn pet op en kruip in de Quest. Mijn hardloopschoenen liggen naast me, om tussen heen- en terugrit, met mijn Engelse maatjes een half uurtje te kunnen rennen. Ik vertrek en rijdt door een heerlijk rustig Gouda. Verkeerslichten staan maar gedeeltelijk aan en vandaag mag ik de Rotterdamseweg meteen doorrijden. Als ik echter Gouda uit ben, voel ik prikken in mijn gezicht. Een kruising tussen motsneeuw en hagel komt naar beneden en doet zeer aan wangen en ogen. Hoewel het nog niet licht is, de schemering is pas net ingezet, doe ik toch mijn zonnebril op. Dan kan ik tenminste mijn ogen open houden. Dit soort buien krijg ik het komende half uur nog heel wat keren en hier en daar blijft de witte neerslag nog een tijdje liggen. Koud!!
Samen met de wind is het mijn enige ongemak. Voor de rest is het heerlijk rustig op de weg en kan ik onbekommerd doorrijden. Ik heb mijn hartslagmeter maar omgedaan, om te helpen mijn inspanning binnen de perken te houden. Dat betekent ook dat de snelheid niet zo ver boven de 30 ligt. Het zal erom spannen of ik om 8 uur in Hoek van Holland ben.
De inrichting van Zuid-Holland is zo dat om naar Hoek van Holland te gaan, ik eigenlijk naar mijn werk moet fietsen en dan 100 meter voor ik er ben, door rijd in plaats van linksaf te slaan. Het eerste gedeelte van de route is dus geen enkel probleem. In tegendeel, op dit rustige tijdstip is er ruimte om wat te experimenteren. Bij de Matlingeweg bijvoorbeeld, zie ik dat het bord "verboden voor fietsers" dat op de hoofdrijbaan staat, bij het benzinestation niet herhaald wordt. Van daaraf kan ik dus de weg op, als het verkeer het toelaat. Nu laat het verkeer, dat helemaal afwezig is, het inderdaad toe en in plaats van de slinger om het pompstation, slinger ik de weg op. Nu kan ik bij het volgende kruispunt al het fietspad op om even later af te buigen, maar ik neem de volgende "ingang". Dat had ik beter niet kunnen doen, want de wegaanleggers hebben in hun oneindige wijsheid besloten dat er een stoeprand moet liggen. Niet vlot erover heen dus, maar heeeel voorzichtig.
Even later het industriegebiedje in. Hier steek ik altijd de hoofdweg over, om over de klinkers door het industriegebied te gaan. Maar eigenlijk is het veel mooier om die hoofdweg te nemen, die er breed en strak bij ligt. Vandaag een ideale gelegenheid om dat eens uit te proberen. En passant knip ik er zo nog een stel bochten uit ook. Het fietst eigenlijk veel lekkerder zo, maar de vraag is natuurlijk wel hoe dat op een doordeweekse dag uitpakt.
In een 'gewone' ochtendtijd kom ik langs mijn werk. Niet afslaan, maar doorrijden. Van hieraf richting HvH zou als een streep moeten gaan. Ik fiets dan ook lekker door, al voel je de harde NW wind wel duidelijk tegenwerken. Mijn collega, die in HvH woont, ervaart deze route inderdaad als 1 rechte streep. Maar met een Quest ervaar je bochten, vooral (semi)haakse toch wel anders. En die zitten er toch wel een aantal in. Dat geeft verder niets, want ik geniet van de stilte en de rust. Door het tactisch planten van bomen krijgt dit stukje zelfs een licht idyllisch karakter!
Bij Maassluis was het plan om tijdig richting Nieuwe Waterweg af te buigen en zo het centrum te vermijden. Die afslag ontsnapt echter aan mijn aandacht en voor ik er erg in heb, kruis ik het spoor en ben ik toch in het centrum. Geen nood, ik trek vanonder mijn stoel de stadsplattegrond van Maassluis die ik vandeweek heb uitgeprint. Met een oog onder de kap op de kaart en het andere oog boven de kaart op de weg, stuur ik mezelf langs het station en over de brug. Dan weer naar links om het spoor over te gaan. Een trein doet dat ook en ik sta dan ook even te wachten. Direct over het spoor moet ik rechtsaf langs het spoor, maar het bord (verboden toegang en zo) zorgt eerst voor verwarring en pas na enige aarzeling stuur ik de Quest die kant op. Terecht, zo blijkt later. Het fietst behoorlijk door, met een piep-beetje beschutting van het gras, maar een behoorlijk grof asfalt dat meer hindert dan de wind.
Op een paar plaatsen gaat een weg de dijk over, waarbij het niet duidelijk is of het fietspad nu beneden blijft of mee omhoog gaat. Een keer gaat het mis en schiet ik omhoog, over de dijk, om daar dan te zien dat ik verkeerd zit. Ik moet een paar keer steken om terug te kunnen gaan en dan nog eens steken voor ik de draai weer de goede kant op kan maken. Ondertussen is wel duidelijk dat acht uur niet meer echt te halen valt, maar veel later hoeft het ook niet te worden.
Dan rijd ik langs de waterkering. Wel heel groot en zo, maar het valt me wat tegen hoeveel je er zo van ziet. Misschien straks op de terugweg. Bij HvH zelf aangekomen volg ik de bordjes Centrum, hoewel achteraf gezien ik het bordje "Harwich" beter had kunnen volgen. Niet dat dat veel uitmaakt, maar goed. Hoek van Holland ken ik wel een beetje, door de vele malen dat we hierlangs van en naar Engeland gevaren zijn. Ik pik dan ook zo de goede weg uit om bij het Natuurvriendenhuis August Ritsema te komen. Een stil straatje en al wat ik er zie, geen Engels busje. Ik sta net naast mijn fiets als mijn collega Harry aan komt rennen. De deur blijkt nog dicht te zijn en ik stel voor om Tony wakker te bellen, als Harry me vertelt dat ze er allemaal niet zijn. De snelle ferry van gisteravond is wegens de harde wind gecancelled en ze hebben de nachtboot moeten nemen. Die is nog niet aangekomen. Daar heb je dan zo hard voor gefietst.
Gelukkig laat de beheerder ons binnen en kunnen we een grote voorraad thee gaan zitten, waar we zelf alvast aan beginnen.

Het is wel jammer dat ze allemaal pas na negen uur binnen komen. Zelf wil ik om tien uur weer wegfietsen, zodat ik eind van de ochtend weer thuis ben, vanwege de visite die we 's middags krijgen. De Engelsen moeten eerst hun spullen opruimen. En als ze eerst nog een half uur gaan hardlopen, is het al tien uur. Ze gaan niet allemaal lopen, dus met de nietlopers blijf ik binnen, zodat we samen wat eten. Om tien uur zijn de anderen weer terug. Tussendoor laat ik natuurlijk mijn fiets nog uitgebreid zien, inclusief een kleine demonstratie. Dan stap ik weer in om naar huis te gaan. Het is zonnig ondertussen, dus de kap gaat achterin.
Na een korte stop bij de geldautomaat zet ik de terugweg in. De afslag om direct weer bij de Nieuwe Waterweg te komen is vakkundig verstopt en ik zie hem dan ook niet. Ik volg naief de bordjes "Maassluis" en verwacht spoedig het spoor te zien waarlangs ik binnenkwam. Niets daarvan. Ik volg allemaal prachtige weggetjes (soms de verkeerde kant op, zodat ik eerst verkeerd rijd) en hier en daar kan er even met de hulp van de wind heel hard gereden worden. Maar al wat ik zie, geen Nieuwe Waterweg. Wat ik ondertussen vrees blijkt waarheid te worden: ik kom gewoon vanaf de andere kant Maassluis binnen. Blij ben ik daar niet mee. Vanaf dat je de bebouwde kom binnenkomt ontbreken alle richtingaanwijzers. Je moet ook de volle bebouwde kom door en bovendien zijn er een aantal straten opgebroken. Wat extra rondjes, zoekend rondrijden en op gevoel links- of rechtsaf slaand, probeer ik de neus weer de goede kant op te krijgen. De zon die zo nu en dan schijnt helpt nog een beetje voor het routegevoel, maar niet overtuigend.
Tenslotte kom ik op een weg die wel een "doorgaande weg naar het centrum" zou kunnen zijn. Gretig het fietspad vermijdend ga ik dan maar vol die kant op. Bij het passeren van een rotonde komen twee fietsende agenten (op het fietspad) van de andere kant. Ze kijken op een manier van dat ze het niet vertrouwen van dat ik daar fiets, maar deze keer denk ik 'ha, al zouden jullie me willen staandehouden, dan nog lukt het je niet om me in te halen om dat te doen'. Dat beseffen ze kennelijk zelf ook (als ze dat plan al hadden) want ze proberen het in ieder geval niet.
Eindelijk kom ik dan toch het spoor tegen en kan ik mijn geplande route weer oppikken. Nu wel direct over de brug het spoor oversteken (even wachten op de trein), maar waar is nu dat fietspad naar het oosten? Ik zie alleen de weg doodlopen op de veerpont. Even extra goed kijken laat echter, zorgvuldig verborgen, de toegang tot het doorgaande fietspad zien. Dat ga ik dan maar op en ik vervolg mijn weg richting Vlaardingen. Daar aangekomen komt er weer een veel te grote 4x4 achter me rijden. Hij mag niet harder dan 50 en blijft dan ook netjes achter me rijden (ik rijd ook bijna 50 hier). Dan ben ik bij mijn werk. Het omrijden op de terugweg heeft flink wat tijd en zeker drie km omrijden gekost.
Weer op bekend terrein fiets ik door, maar krijg het toch wat koud met de poolwind van opzij en mondjesmaat de zon. Bovenop het A4-viaduct knijp ik even in mijn remmen en doe de kap erop. Dat is toch wel wat behaaglijker.
Ik probeer de industrievariant ook meteen van deze kant even uit en hoewel iets minder, lijkt het ook zo een voordeel te zijn.
Ondertussen merk ik dat de wind minder gunstig is dan het eerst leek. Minder vanzelf fietsen, harder werken dus. En dat met een betrekkelijk korte pauze tussen heen en terugrit....
Bij Rodenrijs ga ik weer eens eerst rechtdoor, om via Bonfut achterlangs te gaan. Ik krijg er meteen weer spijt van, want moet diverse keren (bijna) stilstaan omdat de auto voor me niet kan doorrijden. Bij het indraaien van Bonfut is het nogmaals krap, nu door een tegenligger. De bestuurder van deze dure auto is echter snel van begrip en rijdt iets achteruit, zodat er een plek voor mij is om erlangs te gaan. Hand in de lucht als dankjewel.
Ik ga via het fietspad, zodat ik even lekker hard kan het viaduct af. Dat lukt, maar niet veel verder zie ik dat ik weer een ruiter achterop kom. Ik heb hier slechte ervaringen met paarden en kijk wat er te doen valt. Aha, hier is een parkeerplaats van de weg, die aansluit bij het fietspad. Mooie gelegenheid om van rijbaan te verwisselen. Eigenlijk heel handig, want nu neem ik de rotonde soepel, zoals het autoverkeer, in plaats van hoekig via het fietspad. En omdat ik 200 meter verder toch de rijbaan op wil, is dit er eentje om -met een blik op het verkeer- in gedachten te houden.
Met wisselende inspanning fiets ik verder naar huis. Tegen de tijd dat ik Gouda nader, raakt mijn muntje langzaamaan op. En net als ik rechtsaf sla gaat de zuiderbrug open, dus kan ik terugdraaien de andere kant op. Ik voel dat ik geen macht in mijn benen heb om lekker over de Rotterdamse weg te rijden, dus ga ik maar meteen over de dijk richting Uniqema. Het muntje is nu helemaal op en dan blijkt weer eens wat een fantastische fiets dit is. Ook zonder muntje is er nog flinke vaart van rond de dertig te halen.
Uiteindelijk toch flink sneller dan heen en met 130 op de dagteller kom ik thuis.

Maandag 11 april 2005

Hoe wispelturig kan het weer zijn. Dit weekend nog sneeuw en hagel gezien, vanmorgen is het rustig, helder, prachtig lenteweer. Ik fiets dan ook genietend de eerste helft van mijn route. Op de Middelweg richting Rotte moet ik wel even scherp op het randje van de weg rijden als een dikke vrachtwagen van de andere kant komt, maar dat mag de pret niet drukken. Even daarvoor, langs de vaart tussen Nieuwerkerk en Zevenhuizen, was ik op weg om een fietser in te halen. Op dat moment haalt ook een auto mij in. Niet echt handig, maar alah. Wat nog minder handig is, is dat de jongen op de fiets zijn koers niet goed handhaaft. Hij komt naast de weg in de berm, schrikt en heeft de nodige moeite om overeind te blijven. Dit alles net als ik naast hem kom fietsen. Gelukkig was de auto net mij voorbij en kon ik dus voldoende uitwijken om erger te voorkomen. Zo zie je maar weer, een ongeluk zit in een klein hoekje.
Geluk trouwens ook. Want het echte lentegevoel is blijkbaar aangebroken en twee tieners staan verliefderig boven op de Pekhuisbrug van het zonnetje te genieten. Ze zien me wel en maken dan ook ruimte, maar de lente is op hun gezicht te zien. Heerlijk.
Even later is het iets minder heerlijk, zonder aanwijsbare reden besluit mijn ketting weer van de spanner af te gaan. Nu ja, niet getreurd, dit is een van de mooiste plekjes om stil te staan, als het dan toch moet. In het zonnetje, uit de wind, tussen groen, bomen, gras en water. Fiets op zijn kant, ketting er weer op en meteen even van de gelegenheid gebruik maken om de banden op ingereden ongerechtigheden te controleren. Een dikke glassplinter komt uit het rechterwiel, de andere twee zijn schoon, hoewel het opvalt hoeveel meer kerfjes er juist op het linker voorwiel zijn.
Na deze inspectiebeurt weer op gang en omdat het tempo er toch uit is, sla ik meteen rechtsaf richting Bergschenhoek. Even een 'oude' route opnieuw rijden, om weer even goed te bedenken waarom ik die meestal mijdt. Oja, een aantal (te) scherpe bochten. En een lastige oversteek. En vooral die @#*$&%@#$(&* verkeersdrempels waar je met 30 km/h het gevoel krijgt gelanceerd te worden. Maar voor de rest niet slecht.
Ik volg B'hoek om de bocht, neem dus het fietspad en peddel gezapig door, tot ik in mijn spiegel zowaar een LISser ontwaar! Waar komt die opeens vandaan? Kan dat allemaal zomaar? Nee dus. Dat kan helemaal niet. Ik schakel dus even over van gezapig naar full-speed. Op een riskante plek, want het is vlak voor het viaduct over de HSL. En daar is het questgewicht geen voordeel. Snelheid echter wel en binnen de korste keren verkleint de lisser tot een stipje. Ik kan weer terug naar standje gezapig.
In R'dam NW kom ik eerst een rode 20/26 onderstuur ligger tegen en probeer daarna hoe vandaag het stukje alternatief van zaterdag uitpakt. In eerste instantie heel goed. Het mooie asfalt voelt veel beter dan al die klinkertjes via het alternatief. Dan merk ik in mijn spiegel dat een busje schuin achter me komt rijden en daar even blijft hangen. Uit mijn ooghoek meen ik rood/blauw/witte strepen te herkennen en jawel, even later komt het busje naast me rijden en tante Agent vertelt me dat "we hier rechts gaan". Omdat je daar het fietspad op kunt, is niet duidelijk of ze me alleen het fietspad op stuurt, of dat ze ook met me wil praten. Ik stuur dus het fietspad op (sta ik tenminste met mijn neus in de goede richting) en kijk in mijn spiegel. Ze volgen en dus knijp ik maar in mijn remmen.
Als ze uitgestapt zijn, begint Oom A met dat het wel hard trappen is. Ik antwoord van inderdaad, als je tenminste op wilt schieten. Heel mooi, zo antwoordt hij, maar je mag hiermee niet op de openbare weg. Dat is nieuw voor mij en ik vraag dan ook verbaasd sinds wanneer dat zo is. Hij herstelt zich vlot met te zeggen dat ik natuurlijk wel op de openbare weg mag, maar dat ik dan -jawel, daar is ie weer- op het fietspad moet fietsen. Vriendelijk en geduldig leg ik hem dus maar even de regels uit. Ondertussen haal ik het gedrukte uittreksel van het voertuigreglement uit mijn tasje en geef het aan hem. Hij leest het door, verontschuldigt zich onder het mom van dertigduizend regels die hij helaas niet allemaal kent. Ik antwoord dat het niet zo erg is, zolang het niet elke dag is en dat ze zeker niet de eersten zijn. Hij ziet af van opmeten van mijn fiets en de twee wensen me een goede reis verder. Die is gelukkig niet zo lang meer, want het kost wel elke keer weer tijd.
's Middags wordt mijn vertrek nog even uitgesteld omdat een nieuwe, franse, collega nog wat komt babbelen over mijn Quest. Hij is zelf triatleet, heeft net de Marathon van Rotterdam onder de drie uur gelopen en fietst veel (tot 370 km op een dag). Toch is hij zeer verbaasd als hij de Quest ziet en hoort wat er mee mogelijk is. Ook hij wil wel eens een keertje plaatsnemen en proberen.
In een stralend weer en dus de kap achterin, scheur ik tenslotte weg. De spoorbomen staan open, maar er staat wel een rij auto's voor. Schiet het nog niet op.
Even verder ben ik bovenop het A4 viaduct. Normaal ga ik hier bloedhard naar beneden, om de volgende km midden tot hoog veertig te rijden. Vandaag echter niet. Ik zie een dikke rij auto's beneden staan en een busje dat aan het manouvreren is. In plaats van met 45, ga ik met 10 er langs. En dan dus opnieuw vaart maken. Jammer.
De nieuwe variant bevalt en gaat ook in het terugboekje prima. Zoef zoef, ondanks de hindernissen hoge snelheden. Op weg naar het vliegveld haal ik nog wat fietsers in en ik zie een stukje voor me een roetser (roeifietser) het fietspad op draaien. Zal ik die zelf zometeen inhalen? Maar nee, bij het stoplicht slaat de roetser rechtsaf en verdwijnt snel uit beeld.
Snel gaat het bij mij ook: langs het vliegveld, door Rodenrijs (even wachten voor kruisend verkeer) naar Bergschenhoek. Daar draai ik rond de rotondes, ga langzaam vanwege een grote truck die eerst ervoor zit. Richting tweede rotonde zit een patserbak achter me zich te ergeren dat ie niet kan racen. Halverwege de rotonde gaat hij rechtsaf, als ik rechtdoor gaat. Maar hij moet kennelijk nog wat frustratie kwijt door flink in mijn oor te toeteren. Flinke jongen.
Dit soort dwazen kan mijn humeur echter niet bederven, het weer is excellent, de quest rolt uit de kunst en de benen voelen goed.
Zoef zoef over de Rotte, over de dijk met weer flinke snelheid, en voluit over de Middelweg. Heerlijk, tot eerst een auto mij inhaalt, die even later aan de kant van de weg stil moet staan vanwege een tegemoetkomende vrachtwagen. Hierdoor moet ik zelf ook bijna helemaal stilstaan. Was dan ook even achter mij gebleven!
Maar goed, we blijven vrolijk en vlot rijden we de rijen auto's voorbij. Het gemiddelde blijft omhoog kruipen naar record hoogtes. In Gouda nog twee maal een stoplicht tegen en dan op de Goejanverwelledijk spelende kinderen. Hun veiligheid is belangrijker dan mijn record, dus maar even flink in de remmen om er goed langs te kunnen. Dan nog even aanzetten en er gaan maar liefst tien seconden van mijn oude record af. Alleen netto.
Als ik bezig ben de Quest binnen te zetten, loopt een jongeman kordaat naar me toe om te vertellen wat een prachtige ligfiets hij mijn quest vindt. Hij vertelt dat hij in Almere bij Andre Vrielink in de straat woont, de man die deze jongen als de uitvinder van de ligfietsen beschouwt. Dat is niet helemaal zo, maar hij heeft wel een belangrijke bijdrage in de verdere ontwikkelingen geleverd.

Dinsdag 12 april 2005

Alweer zo'n prachtige ochtend om te fietsen. En meteen nadat ik vertrek, zie ik in de verte een fel rood licht lonken. Een fietser? Of een brommer? Ik zet al snel aan en als ik langzaamaan het licht nader, blijkt het een sterke fietser te zijn. Ik trap even door en ga er dan voorbij. Aan het eind van de dijk kan ik meteen de weg op, het stoplicht staat groen en ik kan meteen door. Even verderop wel nog even twee keer wat inhouden voor de auto's die niet meteen doorrijden, maar al met al een heel vlotte start.
Als ik bij de sluis even omkijk of ik veilig de weg over kan, zie ik opnieuw een groot rood licht. Maar nu veel groter dan dat andere licht. Heel even zie ik het maar, tot even verder ik het licht weer zie in mijn beide spiegels. Het is een zeldzaam mooie, diep-rood gekleurde zon die aan het opkomen is. In combinatie met de lichte nevel over de velden een heel bijzondere ervaring.
Het weer is zo mooi en alles voelt zo goed, dat ik heel vlot richting werk ga. Nog even extra vaart zetten om snel het A4 viaduct over te gaan en net als ik boven ben zie ik twee jongens met een fiets in de hand lopen. Pas als ik ze al voorbij ben zie ik dat eentje een lekke band heeft en nog net hoor ik vaag iets roepen over "pompje". Het dringt pas tot me door als ik ze al weer voorbij ben dat ze dus naar mij riepen of ik misschien een pompje bij me heb. Ik voel me er een beetje lullig over dat ik niet meteen even ben gestopt om ze te helpen, of even later omgekeerd om het alsnog te doen. Jammer, een gemiste kans.
's Middags ben ik alweer laat weg. Donderdag heb ik een belangrijke kick-off meeting van een van mijn projecten. De voorbereidingen daarvoor nemen nogal wat tijd. Met nog steeds mooi weer ga ik rap op weg. Maar net als gisteren wordt ik bij het afkomen van het viaduct weer flink gehinderd door auto's. Opnieuw alle vaart weg en vanuit stilstand weer op gang moeten komen met de versnellingen in de verkeerde stand. Ik moet toch wat alerter worden op terugschakelen bij dat soort gelegenheden.
Als ik wat later langs de Schiekade rijdt, kom ik voorbij een fietspad, waar een autosluis in is aangebracht. In het midden een soort trottoirtje met een richel in het midden. Een auto meende toch daarlangs te moeten gaan en komt me dus tegemoet. Dat gaat niet vlot, want de rechterwielen staan op de weg en de linker over dat stoepje. En halverwege zakken ze dus in dat gat ervan. Ze zullen wel spijt hebben dat ze deze sluiproute genomen hebben. Als ik er vlot langs schiet, zie ik er vlakachter nog een auto komen. Ik schud mijn hoofd naar ze, maar vrees dat het niet helpt.
Het fietsen gaat net als 's morgens erg lekker. Pas als ik bij het vliegveld kom moet ik wachten. Voor me staan een brommer en een fietser. Schuin achter me een andere fietser en schuin voor me iemand op rolski's. Ik verwacht dat als het licht op groen springt, de rolski-er slim genoeg is om mij en die andere fietser even langs te laten, zodat hij daarna alle ruimte voor zichzelf heeft. Maar nee, hij gaat er meteen ook als een gek vandoor, zijn stokken wild links en rechts slingerend. Ik wil die niet tegen de Quest hebben, dus toeter toch maar een paar keertjes, zodat hij alsnog zijn stokken even bij zich houdt en wij er langs kunnen. De fietser achter me probeert nog even om mee te komen, maar geeft het snel op.
Ik heb ondertussen een manier gevonden om iets beter toch snel over dit slechte pad te kunnen fietsen. Het heeft iets Zen-igs in zich: niet je verzetten tegen het heen en weer schudden, maar je lijf losjes houden en de fiets heen en weer laten schudden. Dan krijg je zelf nog wel wat heen en weer schudden, maar het voelt veel beter. Kun je weer een beetje harder....
Hoewel de wind vrij zacht is, gaat het erg hard. Zou mijn conditie zich nog steeds verbeteren? Het lijkt erop, want als ik de Rotte oversteek is mijn gemiddelde gelijk aan dat van gisteren! Ook de andere Rottedijk en de Middelweg gaan weer erg hard. Opnieuw kom ik die vrachtwagen tegen, maar deze keer zonder een auto die ook in de weg zit. Ik verlies dus veel minder vaart.
Als ik voorbij Nieuwerkerk op de parallelweg rijdt, komen er heel wat auto's achterop. Allemaal sluipverkeer. Ze blijven op nette afstand als ze er niet langs kunnen, maar als er een gaatje is, scheuren de meesten met overdreven ijver mij voorbij. Het zijn er best veel en het verbaast me dan ook niet dat als ik bij de spoorovergang kom, er een lange rij auto's nog op de weg staat. Dat is niet aardig! Zij zijn sluipverkeer, terwijl ik er moet fietsen! Ik scheur dus even hard al die auto's die mij net inhaalden weer voorbij. Twee maal moet ik even stijf tegen de auto's ruimte maken voor tegemoetkomend verkeer en op het eind hebben ze het fietspad ook nog geblokkeerd, dus rijd ik maar voorlangs, even over de weg zelf. Dan over het spoor weer op het fietspad en heel veel vaart maken. Ik ruik een nieuw record!
Bij het naderen van de sluis zie ik dat net de zuiderbrug weer dicht gaat. Dat zorgt voor een rijtje auto's dat niet zomaar in kan voegen. Voor en na het stoplicht rijdt het dan ook niet allemaal vlot door en even later kies ik zelfs weer het fietspad. Het is vrij uitzonderlijk dat dat op dit tijdstip nog nodig is. Helaas kosten al deze maneouvres wel de nodige tijd.
Ik mag nog een keer wachten bij het stoplicht en kan dan nog een keer voluit over de Goejanverwelledijk, om 11 seconden langzamer dan gisteren thuis te komen. Heerlijke rit!

Woensdag 13 april 2005

Een dag die wat fietsen betreft maar beter gauw vergeten kan worden. Heen en terug grauw en nat. Wat een verschil met het begin van de week. En iets bijzonders was er nou ook niet te beleven.

Donderdag 14 april 2005

Vandaag gaat een lange dag worden. Voor mijn project is het vandaag 'kick-off' zodat we ons hele team aan elkaar smeden, de neuzen allemaal dezelfde kant op en de doelstellingen en werkwijze helder. En dat feest (van hard werken) sluiten we af met een dineetje 's avonds in Vlaardingen. Zelf heb ik de leiding van het geheel en ik moet nog wat laatste dingen regelen voor we van start kunnen, dus ik moet na gisteravond thuis nog gewerkt te hebben, 's ochtends ook op tijd weg.
Ik vertrek weer met nattig, grauw weer en al gauw zit ik op Schielands Hoge Zeedijk (geen zee te bekennen, maar het alternatief voor de Rotterdamse weg). Wat ik onbewust al een tijdje heb gevreesd, wordt vandaag werkelijkheid: een aanrijding. Nu niet schrikken, het is allemaal goed afgelopen.
Aan deze weg ligt, aan de zuid/IJsselkant flink wat industrie. Voor autoverkeer is het stukje aan de kant van de Julianasluizen 1-richtingsverkeer, in de tegenovergestelde richting als dat ik fiets. En vandaag is het dan zover, een automobilist die ik al van verre aan zie komen, houdt er absoluut geen rekening mee dat er iemand van de andere kant af kan komen. In volle vaart scheurt hij de scherpe bocht om, deze daarbij helemaal afsnijdend. Ongelukkigerwijs was ik daar op hetzelfde moment. Ik zag hem natuurlijk wel aankomen, maar had er niet helemaal op gerekend dat hij zo dwaas de bocht om zou gaan. Vol in mijn remmen, sturen (gaat nogal makkelijk als je net een bocht aan het nemen bent) en een harde brul, gevolgd door een luide BENG als mijn linker voorkant zijn (ik denk dat het een man achter het stuur was) bumper raakt. Dan sta ik stil en vermoedt een krater in mijn voorkant. In ongelooflijk korte tijd heb ik de kap los en sta ik naast mijn fiets, om die automobilist te bewegen even terug te komen om de schade af te handelen. Hij staat een meter of honderd verder stil en moet mij zien wenken. Dan rijdt hij even door en gaat een parkeerplaatsje op. Heel even heb ik nog de flauwe hoop dat dat is om te keren en terug te komen, al of niet lopend, maar hij lijkt hem alleen te smeren.
Ondertussen ben ik natuurlijk al om mijn fiets heengelopen en ben verschrikkelijk opgelucht als ik zie dat er enkel een veeg te zien is. Die luide BENG is vanwege de klankkastwerking van de Quest (een platte hand op de bovenkant heeft hetzelfde effect). Ik kan me zelfs voorstellen dat hij niets gehoord heeft. Maar gemerkt heeft hij het zeker wel, want hij heeft even staan wachten om te bedenken wat hij ging doen.
Aan de ene kant was ik heel kwaad dat zo iemand eerst niet goed kijkt en vervolgens te laf is om de gevolgen in ogenschouw te nemen. Ik ben ook kwaad op mezelf, dat ik niet preventief afgeremd had, zodat het niet precies in die bocht zo uit zou zijn gekomen.
Aan de andere kant ben ik opgelucht dat het zo met een sisser afgelopen is. En zin in een ruzie (goed gesprek kun je niet verwachten als iemand op de vlucht slaat) heb ik beslist ook niet. Geen tijd voor ook. Ik besluit dan maar het geval uit mijn hoofd te zetten, lekker verder te fietsen en hem in zijn sop gaar te laten koken.
Maar ik heb er wel een les van geleerd: snelheid is leuk, maar veiligheid is nog leuker. Dus bedankt voor deze schadevrije waarschuwing!

De rest van de rit rijdt ik nog steeds rustig verder. Geen adrenalineshot dus, dat valt reuze mee.
Mijn kick-off dag is vermoeiend, boeiend, plezierig en zeer nuttig. Rond zes uur breken we af en gaan heerlijk eten in 'l-escargot te Vlaardingen. Even na negenen (twee van ons hebben nog een lange treinreis voor de boeg) zijn we uitgegeten en nemen we afscheid van elkaar. Ik loop terug naar de fietsenstalling, om me om te kleden en naar huis te fietsen. Van regenachtig 's morgens is het zwoel, rustig en droog geworden. Voor het eerst sinds lange tijd weer een hele rit in het donker. En erg weinig verkeer op de weg, dat is ook wel eens lekker. Redelijk op het gemak fiets ik naar huis, waar ik onder de douche en meteen naar bed kan, om de volgende dag meteen weer te vertrekken. Gezellig he!

Vrijdag 15 april 2005

Vanmorgen maar een uurtje later vertrokken en tjonge, wat is het dan druk op de weg, je staat zelfs met je fiets in de file. Weet ik meteen weer waarom ik liever voor zeven uur vertrek! Het is de zesde dag fietsen van zeven dagen, die begon met een retourtje Hoek van Holland. Het moet in de tijd van onze fietsvakanties geweest zijn dat ik zoveel binnen 1 week gefietst heb. Nu voel ik het wel, samen met de vermoeienissen van het werk is er weinig fut meer over. Ik fiets dan ook op mijn dooie akkertje. Het weer is echter erg klef en het is dan ook niet verwonderlijk dat ik toch nog kletsnat op mijn werk aankom. Dat is toch wel duidelijk een verschil met de open fietsen.
's Middags ga ik ook niet te laat weg, het is mooi geweest voor deze week. In redelijk rustig weer een vlot ritje naar huis en het is weekend.

Zaterdag 16 april 2005

Ik hoef maar kort even in de binnenstad te zijn. Als ik even stil sta, buigt een jonge vrouw zich over mijn fiets en vraagt of ie speciaal voor wedstrijden is.
IK: "Nou nee, ik gebruik hem vooral voor het forensen."
ZIJ: "Oh, het is dus een gewone fiets"
Tja, dat is natuurlijk ook een benadering.

Zondag 17 april 2005

We hebben bezoek vandaag. En naast de gewone bezoekdingen wil Raaf mijn fiets wel even uitgebreid bekijken. En als ik aanbied hem even te proberen wordt er gretig op ingegaan. Ik stel voor dat hij even lopend de dijk op gaat, dan fiets ik de Quest er wel heen. Aldaar even demonstreren hoe instappen en zo gaat en dan bedenk ik me dat voor het keren het wel handig is als ik er ook bij ben. Er achteraan rennen zie ik niet zitten, dus ik ren alleen even terug naar huis, om de hurricane op te halen. Na de laatste instructies gaan we op pad. De dijkweg is breed en auto's zijn er niet toegelaten. Ideaal voor even uitproberen. Aan het eind keren. Ik instrueer te remen en scherp te ronden, gebruikmakend van de inrit die daar net is. Dat gaat prima.
Terugrijdend nodig ik Raaf uit om even gas te geven en in no-time rijdt hij 35. Gelukkig kan ik dat met de hurry nog wel bijhouden. We passeren het pad naar huis, waar de kinderen enthousiast naar ons zwaaien. Even toet-toet en we zoeven door. Dan naderen we alweer de afslag en geef ik rem-instructie, die goed wordt opgevolgd. Maar na goed uitkijken rijden we verder de dijk op. Goed, gaan we even naar Haastrecht. De dijk loopt lekker. Vanwege een tegenligger schiet ik even naar voren en Raaf volgt goed, hij rijdt ook 40. Dan bij Haastrecht de dijk af, richting IJssel en dan langs het smallere fietspad weer terug. Raaf vertrouwd zijn stuurmanskunst niet genoeg om op dit pad naast me te fietsen en blijft achter me. Wel gek om zo mijn eigen fiets in mijn spiegeltje te zien.
Als we even later weer thuis zijn is Raaf helemaal hyper van de Quest. Fantastisch! Juist omdat je je voeten niet ziet, heeft het een heel natuurlijk gevoel van fietsen. Je hebt helemaal niet het idee dat je aan het ligfietsen bent. En je gaat met gemak erg hard. Hij heeft er duidelijk van genoten en ik ook!

Maandag 18 april 2005

Een dag die bijna zonder bijzonderheden onder de wielen doorglijdt. Het weerbericht beloofd regen, maar de heenrit gaat nog mooi voor het slechte weer uit. Een lekker ritje dus. Langs het vliegveld haal ik na even bellen een fietser in, kort voor het stoplicht. Als ik daar sta te wachten, komt hij naast me staan. Na een korte stilte zegt hij dat hij eigenlijk goede morgen wilde zeggen, maar dat ik mijn komst wel had mogen aankondigen. Hij was best geschrokken toen ik onder hem doorreed. Ik verontschuldig me dat hij mijn bellen helaas niet gehoord heeft, maar dat ik wel het uiterste randje van het fietspad hield. Daarmee is het wel goed en als het licht op groen staat, zeggen we elkaar alsnog goedendag en rijden verder.
In de loop van de dag wordt het natter en natter, maar tegen het eind van de middag klaart het weer netjes op voor de terugweg. Die gaat soepeltjes onder de wielen door. Richting Bergschenhoek zie ik twee wielrenners een eind voor me uit. De afstand is groot genoeg om er een uitdaging aan te hebben om even te rissen. Ze fietsen hard door en al nader ik wel, ik haal ze niet in voor de rotondes. Daar gaan zij via het fietspad en moeten even wachten. Dan zie ik dat het twee wielrennende dames zijn. Maar wel van een klasse apart!
Op de rest van de rit is alleen de Eazyrider (Giant of Gazelle?) vlak voor Gouda de moeite van het vermelden waard.

Dinsdag 19 april 2005

Gisteren heb ik me 's morgens al flink bezweet, ondanks het vrij rustige rijden. Vandaar dat ik vanmorgen maar open op weg ga. Ik merk dat ik wel een beetje een watje aan het worden ben, want het voelt behoorlijk fris. Even lekker doorfietsen en de temperatuur is weer zoals hij zijn moet: behaaglijk.
Zo fiets ik met best aardig weer, in tegenstelling tot het weerbericht dat van regen spreekt. Even doortrekken over de Middelweg en dan hop de Rottedijk op. Het hoogteverschil in combinatie met de bocht maakt dat de meeste vaart er dan even uit is. Het wegdek is ook op de dijk mooi, dus dat wil wel goed fietsen, maar nu zie ik voor ik weer snelheid maak een ligfietser in mijn spiegeltje naderbij komen. Omdat fietsen natuurlijk ook heel sociaal is, wacht ik op deze man die op een (gif)groene Lyric rijdt. Van Rotterdam naar Zoetermeer. Hij rijdt hier wel vaker en zag vorige week nog een witte Questrijder die zijn pet verloor (of ik dat was, nee dus) en de rode Mango van Ge Boelders heeft hij ook al gezien. Al keuvelend fietsen we door tot de Pekhuisbrug, waar we afscheid nemen. Ik laat hem maar even voorgaan.
In de loop van de dag krijgt het weerbericht alsnog gelijk: het gaat regenen en niet zuinig ook. Door wat uitgelopen besprekingen en een kleedkamer die op slot is, ben ik eigenlijk te laat op weg. Ik wil dus wel flink doorfietsen, maar met dit weer gaat het niet echt makkelijk. Vooral bij de wat diepere plassen voel je de quest vertragen door het wegduwen van al dat water. Tel daarbij de enorme douches die door (vracht)auto's worden opgeworpen als zij door plassen rijden en het is duidelijk niet de plezierigste rit. Doorrijden gaat nog wel, maar niet bijzonder hard. Diep weggedoken onder mijn kap laat ik de raderen malen en zwem zowat naar huis.
Op de Middelweg kom ik nog even de tweede andere ligger van vandaag tegen, de Flevo-racer rijder die ik al een paar keer eerder ontmoette. Hand opsteken en verder zwemmen.
Bij Gouda zie ik dat de zuidbrug openstaat, op tijd deze keer om meteen voor de noordbrug te kiezen. Vlak voor de brug over de ringvaart zie ik dat de betonnen rand tussen fietspad en hoofdrijbaan daar ontbreekt. Een vluge blik in mijn spiegel en over mijn schouder vertelt me dat de weg heerlijk leeg is en ik schuif zo de weg op. Dat scheelt weer een paar rare manouvres. Dan over de brug en met de bocht mee naar beneden, waar het verkeerslicht uitnodigend op groen staat. Flink aanzetten en met vrij baan voor me kan ik doorgaan. Alsof er iets goedgemaakt moet worden kan ik overal doorrijden. Soms even de trappers stilhouden, maar nergens stilhouden. Zo kom ik uiteindelijk door- en doornat, maar toch nog vrij vlot thuis.
Voor de statistieken, vandaag heb ik de 4500 km Questen volgemaakt en daarmee vandaag ook vijfduizend ligkilometers in dit jaar. En om het feest helemaal compleet te maken wordt als het goed gaat, morgen de 30.000 ligfietskilometers overall volgemaakt!

Woensdag 20 april 2005

Het weerbericht heeft een weersverbetering beloofd, maar 's morgens is er nog weinig van te merken. Opnieuw triestig weer en de kap gaat er dan ook weer meteen op. Ik ben op tijd vertrokken en lekker vlot doorkruis ik Gouda. Maar bij het naderen van de sluis lijkt de geschiedenis van vorige week zich te herhalen. Een auto nadert vanaf de andere kant met te hoge snelheid en een onverantwoord stuurgedrag. Gezien het rijgedrag en het tijdstip is het vrijwel zeker dezelfde asociaal als vorige week. Deze keer weet ik de Quest zo ver voor hem door de bocht te krijgen dat hij me ziet voor hij daadwerkelijk de bocht in snijdt. Hopelijk heeft hij nu zijn les geleerd dat je echt moet kijken als je ergens rijdt.
Ik kachel verder zonder overdreven enthousiasme tot ik in Schiedam kom. Ik ben langs de Schiekade gekomen en draai halverwege het industriegebied tegenwoordig altijd over de hoofdrijbaan. Maar vandaag wordt ik er ook opgehouden, in plaats van dat ik anderen ophoudt (daar niet hoor, daar is een dubbele rijstrook). Voor me uit rijdt een karretje van de reinigingsdienst. Houdt zich netjes aan de 25, maar dat betekent dat ik dus even wachten moet voor ik er netjes voorbij kan.
Eerst lijkt het toeval te zijn, maar even later blijkt het een onderdeel van een heus complot. Want ik begeef me over de Sportlaan, richting A4 viaduct en wil net beginnen om vol vaart te maken, als daar weer zo'n karretje rijdt! De hele weg blokkerend, zodat ik er niet voorbij kan. Met een lichte grom blijf ik er dan maar achter hangen, met als gevolg dat ik de hele helling op moet kruipen. Dan nog is het complot niet voorbij, want op het volgende stukje fietspad komt een derde wagentje van de reinigingsdienst me tegemoet, opnieuw de weg blokkerend. Slechts met enige moeite kom ik er langs.
Gelukkig slagen de samenspanners er niet in om mijn humeur te bederven, want juist bovenop het viaduct komen drie tieners me tegemoet fietsen en ze roepen enthousiast "HOI" en steken de handen op. Dus ik ook "HOI" en een joviale groet. Dat doet een mens deugd.

Op de terugweg ziet het er nog steeds somber uit. Ik fiets dan ook met kap dicht en lig te mijmeren over mooie, zonnige dagen en heldere luchten. Kennelijk wordt er naar me geluisterd, want bij het naderen van de Rotte breekt het zwerk open en warme zonnestralen komen me tegemoet. Het wordt al snel veel te warm! Al rijdende krijg ik de kap echter niet van de Quest, dus bovenop de Pekhuisbrug trek ik even de rem aan om hem mooi op te bergen. Als ik weer naar beneden ga, komt er net een man aan fietsen, dus ik stop weer even, wat hem de bijdehandte opmerking ontlokt dat mijn fiets toch ook remmen heeft. Ik antwoord maar van 'gelukkig wel', want zo is het ook nog eens een keer.
Het is woensdag en dus ben ik iets vroeger naar huis. Ondanks mijn eerdere ervaringen laat ik me door het groene stoplicht en de vrij lijkende Rotterdamseweg verleiden om meteen door te fietsen. Ik had natuurlijk beter moeten weten, want precies om de bocht kan ik in de remmen knijpen want alles staat stil. Ik met een verkeerde versnelling geschakeld op de verkeerde plek. Dat gaat lekker zo. Maar ik waag het er toch op om de rij maar wat te passeren, ondertussen de versnelling goed zettend. Twee tegenliggers verder kan ik me door de rij weven om op het daar weer beschikbare fietspad te komen en naar huis te komen.
Vandaag dus de 30000 km ligfietsen volgemaakt!

Donderdag 21 april 2005

Vanmorgen is het eindelijk zover, het is een heldere ochtend. Zo helder, dat de temperatuur maar nipt boven het vriespunt ligt en ik toch de kap er weer op doe. Mijn benen voelen erg moe, al heb ik niet bijzonder hard gefietst tot dusverre. Ik besluit om vanmorgen me maar weer eens op toerental te concentreren. Afwisselend stukjes met hele hoge en juist weer hele lage toerentallen. Dat maakt de spieren lekker warm en het rijdt al weer een stuk beter.
Als fietsen niet genoeg lol geeft, moet je weer gaan varieren. In Rodenrijs dus weer eens rechtdoor, richting Hofweg. Een kilometertje extra, wat minder auto's op de weg naast je en bovendien een stoplicht minder. Verandering en spijs die eten doen en zo.
Verderop lijkt het even weer mis te gaan bij het A4 viaduct: een snorfietser, die met 35 ruim boven de voor hem toegestane snelheid rijdt, gaat toch duidelijk langzamer dan ik daar aan de helling wil beginnen. De timing wordt cruciaal. Kom ik er voorbij en kan ik dan voldoende snelheid maken om netjes voor te blijven en omhoog te gaan? Ik waag het er op en verbluffend makkelijk kom ik ruim boven de 40, schiet naar boven en vlot daarna weer naar beneden. Het laatste stukje doe ik weer rustig aan en vlak voor de spoorovergang zie ik twee treinen langskomen. Was ik een paar minuten sneller geweest, had ik dus een heel lange tijd voor die spoorbomen moeten wachten.
Rechts heeft voorrang
's Middags krijg ik alsnog mijn portie, ruim twee minuten stilstaan voor je oversteken kunt. Dan denk ik alsnog lekker door te kunnen fietsen, maar het volgende oponthoud heb ik al bij station Vlaardingen Oost. De rotonde die ik daar altijd oversteek staat vol. Er staan een politieauto, een ambulance en nogal wat andere voertuigen, mensen, fietsen. Tegen de gewoonte in ga ik dus maar even over het fietspad, dat is wel vrij. Bij het langsfietsen zie ik een agent gebogen staan over een man die op de grond zit met verband aan zijn hoofd. Wat er gebeurt is valt niet 123 te zien, dus ik ga snel verder. Weer vlot over het viaduct en dan rap naar beneden, snelheid even vasthouden, tot een tegenliggende auto komt net als ik achter een andere fiets zit. Dus inhouden, even wachten en weer vaart maken.
Net als ik vaart heb, vlak voor het andere viaduct, dat ik onderdoor rijd om in het Beatrixpark te komen, komt er een fietser van rechts. Daar heb ik het al eens eerder over gehad, dan dram ik niet mijn weg door, maar ga in de ankers, om opnieuw op te kunnen gaan trekken. Even later herhaling van zetten, want vlak voor ik om het jachthaventje van Schiedam heen fiets, komt er een stroom auto's uit alweer een zijstraat van rechts. Schiet lekker op zo, ik sta weer stil.
Dan lijkt het even beter te gaan. De Matlingeweg zelf staat vast, dus ik kan goed doorfietsen. Traditiegetrouw is het vooral de laatste zijstraat waar problemen te verwachten zijn. Aan de bewegingen te zien gaat die ene auto die er net aankomt straks keurig dwars op het fietspad stilstaan. Maar het is nog niet te laat, ik druk de toeter in en houd hem ingedrukt. Het open raampje van de auto helpt en net op tijd kijkt de bestuurder om, ziet mij en staat stil. Met een brede grijns vervolg ik mijn weg. Hij kwam ook van rechts, maar hier rijd ik op de voorrangsweg.
Dan kan ik weer even onbekommerd verder, tot vlak voor de Pekhuisbrug. Van de Hoeksekade links afslaand richting Rotte, kom ik een paard met begeleider te voet tegen. Gelukkig zijn ze nog net aan de (voor mij) goede kant van de splitsing fietspad links en rechts, dus kan ik het rechtse pad nemen, hen links latend. Maar aan de andere kant van dit weggetje, op een klein polderbruggetje vlak voor de Rotte, komen me nog twee paarden, ditmaal met ruiters erop me tegemoet. Ze sturen hun paarden goed de berm in en de dame op het ene paard nodigt me uit om maar verder te gaan. De man op het andere paard heeft het moeilijker, want zijn paard wordt wel zenuwachtig. Maar volgens mij ben ik haar al eens eerder daar tegengekomen en toen ging het ook goed.
Tien minuten later weer een bijzondere dierenontmoeting. Op de Middelweg zie ik eerst een fazant laag overvliegen. Het beest komt maar net voorlangs een auto. Ik kijk naar links en zie twee zwanen in volle vaart vlak boven het veld aanscheren. Ze liggen precies op ramkoers, richting mij! Zouden ze mij als een concurerende zwaan zien? Gelukkig, of ze willen mij ontwijken, of de dijk die iets verder naar rechts ligt, hoe dan ook, ze trekken iets op en kruisen vlak over mijn hoofd langs!
Later bij Gouda is het bijna half zeven. Eigenlijk veel te laat, maar de weg zou nu mooi vrij moeten zijn. Mooi niet dus, er staat al file voor het stoplicht! Dus maar braaf het fietspad nemen. Dat dacht dat oudere echtpaar dat netjes naast elkaar fietst ook. Ik kan er natuurlijk niet langs en beleefd bel ik een paar keer. Dat heeft weinig effect, dus toeter ik ook nog een keertje. Meneer kijkt niet om, maar laat zich een beetje zakken en gaat een beetje naar rechts. Een bukker zou er nu langs kunnen, maar ik nog steeds niet. Dus nog een beschaafd toetje en meneer gaat nog vijf centimeter naar rechts. Hij hoort dus wel, maar kiest er bewust voor niet te kijken. Met een minimum aan ruimte kan ik er nu wel langs. Waarschijnlijk heeft hij spijt dat ie niet wat meer aan de kant ging, maar daar kan ik niets aan doen.
Tot mijn verbazing staat de rest van de weg ook nog helemaal vol. Een grote toeristenbus doet zijn best om het toch al smalle fietspad nog smaller te maken, waardoor de brommerrijder achter mij er niet langs kan. Dat mag hij ook helemaal niet, want binnen de bebouwde kom mag hij maar 30 en ik rijd al 35. Dat maakt hem niet uit en verderop scheurt hij er alsnog langs. Hij doet maar.
Bij het stoplicht mag ik nog een keer uitgebreid uitrusten voor ik het laatste stukje naar huis kan doen.

Vrijdag 22 april 2005

Het voelt als een (te) lange week. Ik heb zelfs geen zin om de dijk direct op te fietsen en ga via het kruispunt, iets geleidelijker omhoog. Maar een eerste mazzeltje heb ik al als het verkeerslicht nog op knipperen blijkt te zijn. De eerste tegenvaller komt geen twee minuten later. Op een volstrekt onverwacht moment springt de ketting weer helemaal van de spanner en dus ook van het tandwiel af. Geen idee hoe het komt. Maar ik stap uit, kiep de Quest in het gras en leg de ketting er weer om. Als ik weer verder fiets, zie ik naast het voetengat een stukje touw liggen. Zou dat in de ketting gekomen zijn en het opwippen veroorzaakt hebben? Ik weet het niet, het lijkt me stug.
Dan fiets ik verder, afwissellend stukjes hoge toeren beetje hard en zeer lage toeren beetje langzaam. Daar voelen de benen beter bij. Het weer, dat erg fris begon, wordt steeds warmer. Bij Rodenrijs springt alweer de ketting eraf. Nu is de maat vol. Er komt een ketting-in-de-spanner-houder en wel zo snel mogelijk! De fiets gaat weer in het gras, ketting er weer op, kap achterin (wordt te warm ondertussen) en ik wil weer wegfietsen. Dat gaat heel moeilijk, want mijn achterwiel staat in het gras, net even lager dan het fietspad ter plekke. Met wat zwoegen kom ik alsnog weer op gang.
Had ik gisteren een complot van schoonmaakkarretjes, vandaag lijken ze hun tweede actie met grasmaaiers te ondernemen. Overal en nog ergens duiken ze opeens op. Maar ik weet ze allemaal te vermijden!

's Middags is het heerlijk weer voor de laatste rit van de week. Zonnetje schijnt en een briesje blaast tegen. Niet al te gek dus.
Na de verplichte wachtpartij bij de spoorbomen, ga ik op weg. Om de een of andere zotte reden heb ik het in mijn hoofd gehaald dat ik me heel erg mag uitsloven van mezelf. Ik ga er dus vol gas vandoor en zie wel waar het schip strand. Dat valt helemaal niet tegen eigenlijk en hele stukken rijd ik op voordewindse snelheden tegen de wind in. Bij Bergschenhoek sla ik iets eerder af naar rechts, een splinternieuw weggetje naar het sportpark in. 's Morgens had ik dat van de andere kant geprobeerd en het snijdt een stuk drukke straat met klinkers en wegversmallers en onoverzichtelijke bochten af, in ruil voor mildere bochten, strakkere klinkers, goed overzicht en geen versmallers. Een duidelijke verbetering dus. Ook op de terugweg bevalt deze variant prima! Die houden we erin.
Aan de andere kant van het sportpark even opletten, de weg op, kilometertje doortrekken, weg weer af richting Rotte. Bij het naderen van de twee polderbruggetjes zie ik een eind voor me uit een ligger in dezelfde richting scheuren. Ik verlies hem even uit het oog, maar als ik zelf langs de Rotte fiets, zie ik aan de andere kant net Bastiaan op zijn hurricane van de brug afkomen. Zijn alleweder is nog steeds niet heel dus. Hij had mij al verwacht te ontmoeten en is dus in het minst niet verbaasd om mij in zijn spiegel te zien opduiken. Ik blijf even naast hem fietsen, maar ik was de hele week al laat en wil dus vlot doorgaan. Hij op de hurry scheelt dan wel erg veel in snelheid. Hij snapt het best, we komen elkaar nog wel eens tegen en ik ga er weer als een speer vandoor. Tegen de tijd dat ik van de Rotte afdraai zie ik hem alleen nog als een klein stipje in mijn spiegel.
Waar het aan ligt weet ik niet, maar de hoge intensiteit van het fietsen voelt ook na 50 minuten nog erg goed. Ik ga dus nog even lekker door zo. Afwisseling in training zullen we maar zeggen. Ik kom dus relatief vroeg in Gouda aan en wil daarom niet de hoofdrijbaan nemen. Maar als ik het donkeroranje verkeerslicht passeer, komt er net een dame op de fiets van rechts. Als ik voor haar langs het fietspad op zou duiken zou ze zich een hoedje schrikken. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben en ik ga dan toch maar de weg zelf op. Het valt mee, het autoverkeer staat pas stil vanaf het punt dat ik er rechts langskan richting fietspad. Dan nog even de hindernis, het verkeerslicht bij de Stolwijkersluis. Voor me staat een Papa met een dochtertje achterop. Ze ziet mij en enthousiast wijst ze het haar vader. Die ook uitgebreid gaat kijken. Het is dat ik ze vertel dat het licht nu groen is, anders stonden we er nu nog.

Zaterdag 23 april 2005

Zoals aangekondigd, er moet een beugeltje komen. De Quest wordt voor de garage op z'n kant gelegd, zodat ik de boel goed kan bekijken. Ik maak meteen gebruik van de gelegenheid om alle banden even op ingereden ongerechtigheden te controleren. Het valt me opnieuw op dat juist het linker voorwiel het meeste op lijkt te pikken. Nota bene het enige wiel waar ik nog geen lekke band heb gehad (klop klop).
Ik veeg meteen de wielkasten eens uit. Wat een vracht zand komt daar uit. Dat neem je anders elke keer maar mee. Banden nog wat extra hard opgepompt, al had ik niet het idee dat ze zacht waren.
Uit een overgebleven douchecabinegeleidrail kan ik een mooi aluminium boogje zagen. Gaatje erin en het kan om het kettingwieltje heen. Het hele gevaarte weegt wel 6 gram! Zo op het oog kan de ketting er niet meer tussenuit, zonder grof geweld wel te verstaan. Ik vraag me alleen af of ik nu niet het risico loop dat de ketting tussen wieltje en begrenzer klem kan komen te zitten. Nou ja, dat merken we wel als het zover is.
's Middags hebben we weer bezoek, van mijn vriend Gertjan, met Manuela en de twee dochters. Met Gertjan herhaal ik het probeerrondje dat ik de vorige keer ook met Raaf heb gereden en ook Gertjan amuseert zich kostelijk. In Haastrecht staan we even stil, pal voor een terrasje. Meteen schieten mensen toe voor vragen, opmerkingen en interesse. Een paar jongedames lijken zo geinteresseerd dat ze bijna bij mij op de hurricane lijken te willen zitten om de Quest meer te kunnen bekijken. Nou ja, ligt aan het zonnetje zullen we maar zeggen...

Maandag 25 april 2005

Van het slechte weer dat ze eerst voor zaterdag, toen voor zondag en tenslotte voor maandag voorspelden, is nog steeds helemaal niets te merken en het ziet er gewoon heerlijk uit. Kijkend naar mijn woonwerk tijden, zie ik dat de verbeteringen er bijna uit zijn. Tijd om eens iets anders te proberen. Als ik naar de rittijden kijk, dan valt op dat ik gemiddeld 8 minuten meer gebruik voor de ochtendrit dan voor de middagrit. Een flinke winst valt dus te behalen door vooral 's morgens het tempo wat op te schroeven, zonder de benen te forceren natuurlijk. Ik ga daar meteen vandaag maar mee beginnen en zet lekker aan.
De goede zin en het lekkere weer resulteren inderdaad in een behoorlijke snelheid. Maar ik vermoed dat het oppompen van mijn voorbanden van hard naar kneppelhard ook wel een rol speelt. Hoe dan ook, ik schiet lekker op.
Wanneer ik de Middelweg richting Rotte opdraai, zie ik een racefietser pittig doorrijden. Ik nader betrekkelijk langzaam, maar zet een klein beetje aan om hem vlot voorbij te komen. Net als hem voorbij schuif, hoor ik een ietwat teleurgestelde stem roepen: "Dat is niet eerlijk!" Tja, daar kan ik ook niet veel aan doen en ik steek mijn hand op die manier op. Hij laat zich echter niet op zijn kop zitten en blijft stevig doorfietsen. Als ik later op de Rottedijk fiets en goed achterom kan kijken, zie ik dat hij niet eens zo erg ver is achtergeraakt. Petje af!
Als ik doorgefietst ben tot in Vlaardingen, race ik zoals gebruikelijk het A4 viaduct weer af. Dan blijkt dat de reinigingsdienst mij eindelijk weet te verslaan. Een vuilniswagen blokkeer effectief de weg door precies midden op het fietspad te staan, zonder ruimte ter linker of ter rechter zijde. Ik geef op en blijf er rustig even achter wachten. Dat wordt beloond als de wagen wat doorrijdt voor de volgende vuilnisbakken, de bijrijder laat de chauffeur net iets verder naar voren rijden, zodat ik er, met 1 wiel in de aarde tussen de struiken, netaan langs kan manouvreren. Klein extra oponthoud dus, maar niettemin vanmorgen een stuk minder tijd gebruikt dan gewoonlijk op de morgenrit.

's Middags blijkt dat ik mezelf niet heb opgeblazen. Door te wachten op een collega (die niet kwam) ben ik nogal laat weg. Maar het weer is nog steeds lekker: droog, zonnig en een lichte wind tegen. Iets rustiger op de weg en zin om vlot thuis te komen, zet ik meteen stevig aan. Volle vaart over de A4 heen en dan weer naar beneden. Maar onderaan is er iets bijzonders: een eend steekt over. Nu gebeurt dat wel vaker en het liefst laat ik ze dan goed schrikken, zodat ze leren uit de buurt te blijven. Maar vandaag niet. Nu loopt er een trits piepkleine zwarte kuikentjes achteraan. En die moet je natuurlijk niet al te erg bang maken. Ik knijp dus maar even flink in mijn remmen en ga er ruim omheen.
Red Bull, maar zonder vleugels
Verderop onder het ene viaduct door, slinger en dan rechtsaf richting andere tunneltje en dan mag ik weer stilstaan. Een mini-pickup truck met een reuzeblik Red Bull achterop, blokkeert vakkundig de doorgang. Ze wilden kennelijk rechtsaf daar, terwijl dat niet kan, voor auto's. Een beetje heen en weer manouvreren en veel gegiebel van de dames in de auto. Dan zijn ze uit de weg en kan er weer gefietst worden. Dat gaat nog steeds lekker vlot.
Op het fietspad langs de Matlingeweg kom ik achter een racefietser te zitten. Precies bij het tankstation kan ik hem voorbij. Ik hoor nog net "Wouw, dat is snel" en daar heeft hij helemaal gelijk in. In volle vaart (dankzij goed zicht en duidelijk gedrag van de automobilisten) hup het Doen viaduct over. Ook het klimmen gaat snel. Heel even stilstaan bij het ene stoplicht en door weer naar beneden. Daar sta ik stil en schuin achter me komt een vader met dochter achterop te staan. Ze praten over mij en hij vertelt haar dat het een ligfiets is. Ik draai me om en bevestig het, maar, bij mij kan niemand achterop en dat is ook wel jammer! Dan is het licht groen en kan er weer gas gegeven worden. Ondanks de lichte tegenwind gaat de snelheid weer snel omhoog. De benen voelen erg goed vandaag, of zouden het toch die harde banden zijn? Ik zoef verder langs de rotonde voorbij het wielerparcour, op naar Rodenrijs. Het brede fietspad daar is voor een racefietser voor me nauwelijks breed genoeg. Bij een zeer ruime bocht naar rechts wijkt hij uit tot over het midden. Ik bel en bel en bel en bel en vind dat hij mij maar gehoord moet hebben. Gelukkig is het fietspad erg breed dus is er toch nog ruimte voor mij om erlangs te gaan. Kennelijk heeft hij mijn bellen niet goed geinterpreteerd (of domweg niet gehoord) want als ik langszoef, hoor ik iets van "Sjemig" en het klinkt niet helemaal vriendelijk. Maar goed, als je zelf zo hard fietst, moet je juist extra ook zelf opletten. Misschien moet ik straks bij de kruising zo lang wachten dat hij weer langszij komt en hoor ik nog wat commentaar. Maar nee, het snelheidsverschil is toch zo groot (ik fiets 45) dat het korte wachten hem niet bij mij laat komen. Ook de volgende paar bochten, normaal in het voordeel van de racefietser, hem geen soelaas biedt. Nou ja, ik vind het wel best.
Ik moet echt naar de vlaggen kijken om te zien dat er echt wel wind is en dat die echt wel voor mij de verkeerde kant op gaat. Want aan mijn snelheid is het niet te merken, die blijft hoog liggen. Dus zo raas ik langs Bergschenhoek, over de Pekhuisbrug en langs de Rotte, over de Middelweg en door. Ik ruik een nieuw record!
Geinspireerd blijf ik flink aanzetten na elke bocht, de kruissnelheid op of ruim boven de 40 houdend. Op een aantal plekken gaat het erg soepel, maar op een aantal andere plaatsen toch minder perfect. Zo moet ik weer even stilstaan bij het spoor bij Moordrecht en meteen daarna op het brede fietspad fietst een echtpaar op leeftijd wel heel erg breeduit. Ik moet helemaal terug naar 15 km/h en veel geduld hebben voor ze door hebben dat ze de boel blokkeren. Dan kan ik er alsnog voorbij en ik kijk hoever ik kom voor er bruto 1 uur verstreken is. Verder dan ooit! Tot bij de rotonde bij de Karwei bouwmarkt. Normaal is het van daar af nog 10 tot 12 minuten, het is dus nog even spannend. Maar het geluk is met me. Ik kan zo doorrijden de Rotterdamseweg op, volle snelheid maken en lang boven de 50 houden, tot ik weer helemaal omhoog ga. Maar ook dan kan ik gewoon door blijven fietsen. De auto's voor me weten de meeste stoplichten op groen te krijgen. Alleen bij het Stolwijkersluislicht moet ik ook even stilstaan. Ik weet dat ik netto mijn record wel te pakken heb, maar het is nog even spannend voor de totaaltijd. Ook het laatste stukje zet ik dus nog even hard aan en met succes. Vandaag drie records verpulverd! Snelste rijtijd anderhalve minuut eraf, hoogste gemiddelde (37.2) en snelste brutotijd (ook onder de 1 uur tien).

's Avonds heb ik nog niet genoeg van mijn fiets. Het stuur-ophang-touwtje is al enige tijd geleden weer doorgesleten en ik rijd al weer een tijdje met een 'los' stuur. Dat gaat beter dan eerst, maar dat opgehangen beviel eigenlijk wel goed. Via onder andere de ligfietslijst kwam ik de tip tegen om een koord vanaf de trapas te laten gaan. Dan houd je het stuur ook omhoog, maar zit het niets anders in de weg. Allert zelf schijnt dat ook te hebben, maar dan wel een staaldraadje.
Eerst doe ik het met weer een koordje, maar door de extra lengte, de andere hoek en het feit dat het maar op 1 touwtje hangt, maakt dat er wel heel veel spanning en rek bij komt kijken. Dat gaat het nooit houden. Dan maar een derailleurkabeltje. Het balletje daarvan blijft vanzelf zitten bij de trapas, alleen de andere kant moet vastgemaakt worden. Nu blijkt er een extra boutje vlak bij de rem te zitten, als een soort stop voor de rem, dat de handle niet te ver weg gaat. Die doet verder niets, dus schroef ik hem een stukje los, sla de kabel er omheen, stel de lengte af en draai hem weer strak aan. Dat moet wel houden. Om voor later nog wat grip en speling te hebben, laat ik 20 cm extra zitten voor ik hem afknip. Dat extra stuk met een stukje tape vastgezet en klaar is Kees!

Dinsdag 26 april 2005

Het triestige weer dat al geruime tijd werd aangekondigd, is eindelijk aangekomen, hoewel het nog wel droog is. Bij vertrek lijkt het nog wel ergens op en net als gisteren zet ik er lekker de vaart in. Net over de sluis zie ik aan de overkant een brommertje rijden. Als ik even aanzet, dan moet ik voor hem aan de andere kant van de rotonde zijn, waar hij ook aan de linkerkant verder zal moeten gaan. We komen er tegelijk aan, maar omdat ik ongeveer rechtdoor ga, ben ik nipt voor. Daar gaat het even naar beneden en loop ik zelfs iets op hem uit. Het lijkt erop dat ik ga BVBSsen*). Met de snelheid ruim boven de veertig loop ik uit, als die iets zakt naar precies 40, blijft hij op gelijke afstand. Een andere brommer komt wel voorbij. Eigenlijk geen brommer, maar een snorfiets. Opgevoerd en zonder helm. Jawel, doe maar.
De eerste brommer blijft achter me rijden. Eigenlijk had ik hem wel graag even voor me gehad, zodat hij het verkeer vanuit Moordrecht attent kan maken op verkeer vanaf het fietspad. Maar hij blijft achter me en het verkeer ziet mij ook op tijd. Wel zo fijn. Dan mogen we samen even wachten op de trein, twee zelfs en dan gaan we weer verder. Ik verwacht dat hij me nu wel vlot voorbij zal gaan, maar hij blijft gewoon volgen. Mij best, ik ga er niet harder of langzamer om. Dit gaat zo door tot een stukje voorbij Nieuwerkerk, dan is hij kennelijk op zijn bestemming aangekomen en kan ik nog een kleine 30 kilometer verder fietsen.
Gaandeweg wordt het weer steeds triester, grijzer vooral. Op diverse plekken doe ik zelfs mijn licht maar weer even aan. Het zicht wordt minder en als ik net het vliegveld voorbij ben meen ik zelfs een paar spatten te voelen. Nog even wachten graag, ik ben er bijna.
In Schiedam ben ik net het Beatrixpark voorbij. Onder het eerste viaduct door op weg naar het tweede, komt er weer een kudde scholieren aan. Deze kijken normaal gesproken nergens naar, ook niet als ze naar links of rechts gaan. Ik heb geen zin er tussen te raken en ga dus voorlangs. Het voorste meisje heeft een ander meisje achterop en die ziet mij en slaakt een gilletje. Dat is het sein voor de rest van de meiden en een compleet gilconcert daalt op mij neer. Nou ja, hebben ze me in ieder geval in de gaten gehad.

In de loop van de dag blijft het weer veranderlijk. Tegen de tijd dat ik op pad ga ziet het er niet verkeerd uit en zonder kap vertrek ik. De combinatie van nu eindelijk gunstige wind en harde bandjes laat me met ongekend hoge snelheid de eerste tien kilometer afleggen. Ook het volgende stuk, tot de Pekhuisbrug, gaat als een speer. Ik lig op hetzelfde schema als gisteren, maar de lucht wordt steeds donkerder. Ik voel de eerste spetters al. Maar het zijn er nog niet veel en de meeste waaien gewoon over me heen. Maar nog weer vijf kilometer verder worden het van een paar spetters veel spetters en wil ik de kap wel dicht hebben. Niet eens zozeer voor mezelf, maar meer voor de spullen die ik bij me heb (ja ja...) Ik ga proberen om dit al rijdende voor elkaar te krijgen. De snelheid laat ik wat zakken tot in de twintig en ik grabbel links achter me om de kap te pakken te krijgen. Dan is het nog wel even lastig om de kap niet weg te laten waaien, wel nog wat te zien, het stuur nog in de juiste stand te houden en hem nog goed vast te zetten. Het lukt allemaal nog mooi. En net op tijd, want van veel spatten gaat het over in stortregenen. Ik laat het tempo wat zakken en fiets relatief gezapig verder naar huis. Ga ik nu ook nog even de achterband oppompen, wie weet hoeveel dat nog scheelt.

*)BVBS = Brommer Voor Blijf Syndroom

Woensdag 27 april 2005

Vlak voor ik 's morgens weg zal gaan denk ik nog dat de kap er af kan blijven. Als ik de Quest naar buiten heb gereden kijk ik rechts en knik instemmend. Dan kijk ik links en zie donkere luchten en meteen voel ik ook al wat spatten. jammer, maar de kap gaat er toch op. Even later gaat het van spatten over op regenen en weer even later begint het te hozen. Iets anders geeft me ook nog een hint naar waarom de ochtendritten gemiddeld langer duren: de overheersende westenwinden. Die heb je meestal 's morgens tegen en 's middags mee. Deze morgen in ieder geval tegen. Het weer noopt tot het voeren van verlichting en de wind tot matige snelheid. Een duidelijk verschil met de afgelopen twee dagen.
Na een klein uur in de regen fietsen lijkt het ergste leed geleden. Voldoende in ieder geval om mijn pet af te doen voor weer wat extra koeling. Als ik bijna op mijn bestemming ben mag ik nog even op de trein wachten. Mooie gelegenheid om de kap er al af te halen. dat scheelt bij het uitstappen.

In de loop van de dag trekt de wind verder aan en de wolken worden weggeblazen. Zoals elke woensdag ben ik relatief vroeg op pad. Dat betekent extra drukte en hier en daar hinder bij kruisingen en afslagen. Toch gaat het met de wind in de goede hoek nog best snel! Tussen de gebouwen door blijkt ook het nadeel, regelmatig een duw naar rechts of links, vaak onvoorspelbaar. Dus wel opletten.
Langs het vegveld gaat het opeens wel heel erg hard, ver in de veertig en dus fiks heen en weer schudden. Op het laatste, slechtste stuk komt er helaas net een tegenligger, terwijl het juist rechts op zijn slechtst is. Vaart minderen helpt maar gedeeltelijk en het is maar goed dat de Quest zo degelijk is.
Voort gaat het weer, met dank aan de automobilisten die me bij de rotondes voor laten gaan. Hup door Rodenrijs en hup langs Bergschenhoek. Langs een wei waar een boer het gisteren versgemaaide gras aan het opschudden is. Wat een heerlijk luchtje is dat toch. Dan de Rotte in recordtijd over en meteen weer aanzetten. Net als ik weer op snelheid ben krijg ik een eend in beeld, met een hele sliert kuikens er achteraan. En zoals het eenden betaamt gaat ook deze eend net als ze halverwege is omkeren, terug naar het water. En al die kuikentjes rennen in een sliert er achteraan. Gelukkig heb ik deze manoeuvre voorzien en weet ik ze netjes te ontwijken.
Dan maar even iets rustig aan tot ik de Middelweg op kan. Daar geniet ik volop van de gunstige wind en de hele weg blijft de snelheid in de buurt van de 50. Soms er iets boven, meestal er net onder. Aan het eind weer omhoog, rechtsaf langs de vaart, linksaf de brug over en dan wil ik rechts de parallelweg op, maar dat is even geblokkeerd door auto's die voor de rotonde wachten. Jammer, maar het is niet anders. Als vanzelf komt de vaart er weer in. Even verderop staat een auto geparkeerd. Een auto die tegemoetkomt laat duidelijk merken me gezien te hebben, door even met de lichten te knipperen. Ik concludeer hieruit dat ze strak haar koers zal houden. Ik doe dat ook en we kunnen elkaar dus makkelijk passeren. Dan onder de A20 door en weer vol gas richting Moordrecht. Daar mag ik weer even pauze houden bij de spoorbomen om twee treinen langs te zien komen. Er lijkt wel weer een nieuw record in het vat te zitten!
Op het laatste stukje voor de sluis rijd ik de auto's voorbij, die achter een sukkelend vrachtwagentje hangen. Hup rond de rotonde en dan zie ik dat de zuidbrug net open gaat. In mijn spiegel zie ik dat het vrachtwagentje net rond de rotonde komt, de weg is dus vrij en voor de brug kan ik erop schieten. Vanaf de zijstraat volgt mij dan een busje. Die blijft netjes achter me rijden, maar bij het naderen van het stoplicht onderaan de sluis toetert de chauffeur, kennelijk met de bedoeling me het fietspad op te sturen. Dat was ik om deze tijd toch al van plan, maar wellicht denkt ie nou dat het vanwege dat toeteren was. Mooi niet, want 300 meter verder staat hij stil en fiets ik door. Bij Uniqema wacht me een onaangename verrassing. Een of ander vrouwspersoon heeft bedacht dat ze haar auwtootje wel midden op het fietspad kan parkeren. En dan echt in het midden, zodat er aan beide kanten precies niet genoeg plek is om er langs te gaan. Het is even wrikken, maar dan kan ik toch even tussenvoegen tussen de auto's op de weg, die echter nauwelijks vooruitkomen. Ik zit dus even vast. Dan komt er iets beweging en ik kan me er tussendoor wurmen om weer echt verder te fietsen. Bij het volgende (en laatste) stoplicht mag ik weer uitgebreid wachten. Een fietser komt er naast staan. Als het licht dan eindelijk op groen springt, trekken we beiden snel op. De man op de fiets probeert met succes me bij te houden. Klasse zoals hij netjes vlak achter me blijft, ook als ik met volle kracht aan het versnellen ben. Pas als ik 40 op de teller zie (en dus ondertussen al harder ga) moet hij het opgeven. Goed gedaan hoor! Ik vraag me alleen af hoe lang hij het volgehouden had als ik niet doorversneld had. Hoe dan ook, ik zet nog even aan, want een nieuw record ligt nog steeds in het verschiet. Even nog een hindernis van een kudde jongelui die met brommers en fietsen de boel versperren, maar dan kan de eindsprint ingezet worden. Door alle hindernissen bruto net geen record, maar netto toch weer een paar tellen eraf. Voor de tweede maal ruim onder de 1 uur 10!

Donderdag 28 april 2005

Het is de laatste fietsdag voor deze week en dat is maar goed ook. Mijn benen voelen loodzwaar als ik 's morgens vertrek. Morgen ga ik naar Amsterdam toe en hoewel ik overwogen heb te gaan fietsen, neem ik toch de trein. Wat afstand betreft zou het nog niet zo'n probleem zijn, maar het is weer een volledig nieuwe route en dat neemt dan weer heel wat extra tijd, die ik niet zo ruim voorradig zal hebben.
Deze ochtend dus maar wat rustiger aan. Niet veel te melden, behalve dan dat de ketting weer een poging deed om te ontsnappen. Maar dit keer werd dat door het beugeltje voorkomen. Nog niet ideaal, want ik moest (al rijdende) nog wel even helpen om weer goed in het gareel te komen, maar hij ging er niet af. Blijft dus de vraag waarom ie dat steeds blijft proberen.

's Avonds heb ik een vergadering, dus ik wil niet te laat thuis zijn. Helaas regel ik 's middags allemaal dingen voor de volgende dag, zonder er even aan te denken dat ik er helemaal niet zal zijn. Dus op het laatst moet van alles anders geregeld worden en is het dus toch weer niet vroeg. En moet ik voor de derde keer volle bak rijden om de aankomst nog acceptabel te laten zijn. Gelukkig is het weer goed: lekker zonnetje en een fijne rugwind.
Om de een of andere reden ben ik juist het eerste stuk sneller dan anders. Dan nog is het tweede stuk sneller dan het eerste, maar het verschil is duidelijk kleiner geworden.
Net als ik op de Pekhuisbrug ben, rijdt een wielrenner voorlangs. Die is van plan om zo aan te haken, merk ik aan hoe hij aanzet. Van mij mag hij, als hij kan (gniffel). Rustig aan bouw ik mijn snelheid op en ik 'zie' hoop bij de bukker omdat ik niet zo snel voorbij ben. Maar als ik eenmaal op snelheid ben, dender ik er gewoontegetrouw voorbij. In mijn spiegel neem ik nog een poging tot aanhaken waar, maar dat is net waar de weg even recht tegen de wind in draait. Einde achtervolging dus.
De rest van de route gaat weer vlot. Vooral het laatste stuk voor Gouda lijk ik weer goede benen te hebben en de snelheid is hoog. Als ik dan ook nog van de sluis naar beneden vol vaart kan maken en het licht op groen staat, lijkt een derde record binnen een week reeel. Maar net als ik het kruispunt voorbij ben, zie ik dat de file die hier meestal rond zes uur staat, ook nu er nog staat, wat tamelijk ongebruikelijk is. Het fietspad ligt een halve meter lager, een zachte grond schuin grasstuk ertussen. Toch waag ik het erop en hobbel naar het fietspad, zodat ik door kan fietsen. Uiteindelijk kom ik 4 (!!) seconden langzamer dan gisteren thuis, dus netto geen record, maar omdat ik vrijwel nergens stil heb gestaan, bruto wel!
Het echte kenmerk van een record is dat alles mee moet zitten en dat je dan ver verwijderd bent van regelmatig voorkomende tijden. Nu heb ik deze week alleen al drie maal rond de 1:8:30 gereden, dus dat lijkt al bijna normaal te worden. Opnieuw vraag ik me af waar de werkelijke grenzen liggen.
Met morgen naar Amsterdam en zaterdag koninginnedag, is dit het slot van april als fietsmaand. Gisteren de 5000 questkilometers al volgemaakt, dat brengt het totaal op 5114 en het maandtotaal op 1732 km. Op zich ook weer een record.
Het verslag van mei zal ik weer in een nieuw deel onderbrengen.

Mei 2005

Zondag 1 mei 2005

Wat doet deze dag zijn naam eer aan: volop zon, het lijkt wel zomer! En wat een feest meteen. Hidde wordt vandaag 7 jaar en dat zullen we vieren. Vanmiddag veel bezoek en 's morgens dus nog even rust. Gelegenheid om een kort ommetje(20 km) op de hurricane te maken rond/tussen de Reeuwijkse plassen.
Als 's middags het bezoek er is komt de vraag voor een Quest ritje. Bij de vorige bezoeken was het weer er zacht gezegd niet naar. Dus het ondertussen vertrouwde recept: Ik met de Quest de dijk oprijden, zwager Paul met de hurricane binnendoor er ook heen. Dan op de dijk instructies geven en proberen maar. Het eerste stukje rustig aan, om gevoel voor de besturing te krijgen. Dan een hele draai en de andere kant weer op, iets meer vaart maken en dan over de dijk naar Haastrecht, om langs de IJssel weer terug te fietsen. Desgevraagd zegt Paul, die ooit ook wel eens een flinke rit in de (toen nog) Alleweder van Theo Mol maakte, dat de Quest tien keer beter is. Betere plek voor je knieen, veel directer, zuiverder stuur en veel stiller.
Alle andere visite bleef in de tuin, dus wij maar weer terug. Voor de zekerheid de Quest maar even bij de tuiningang gezet en niet meteen de garage in. Dat komt goed uit, want nu blijkt neef Bas ook te willen. Herhaling van zetten, alkomt Bas met zijn lange benen net tegen de bovenkant van de Quest aan. Paul staat erbij op de dijk om ook wat foto's te maken.
Als Bas en ik terug zijn, wil Paul wel wat foto's van de Quest maken met snelheidsstrepen op de foto, oftewel bewogen quest op scherpe achtergrond. Opdracht is dus om zo hard mogelijk langs te fietsen, wat ik mag doen.
De eerste keer kom ik langs met ca 45 km/h, maar dat blijkt niet snel genoeg te zijn, ik sta scherp op de foto. Dan nog eens en dan een stuk harder. Eerst weg fietsen en dan keren. Twee tieners samen op een scootertje komen net langsknorren. Ik vaart maken en dan is het lastig dat die twee daar voor me rijden. Dan er maar voorbij. Dat helpt bovendien de snelheid op te voeren tot 55 km/h deze keer. Maar dat blijkt weer te snel te zijn. Ruim 15 meter per seconde en de quest minder dan 3 meter lang, geeft je minder dan 2 tiende van een seconde om de fiets vast te leggen. Dat blijkt te kort te zijn. Nog een paar pogingen worden ondernomen, maar geen echt succes.
Als we weer terug zijn, blijkt nicht Marlise ook wel een proefrit te willen maken. Dus nog maar eens naar boven, dijk af, keren, naar Haastrecht. Ik rijd op de hurricane voor haar uit. En dat is maar goed ook, want er komt een grote kudde tieners ons tegemoet. Zes rijen dik. Bellen, bellen, bellen. Het helpt voor de eerste, tweede, derde en vierde rij om ze in te laten schuiven. Daarachter wordt echter nog minder opgelet en alleen een vol volume HE!! vanmij (dat is hard) heeft nog effect. Goed ook, want ze schrikken zich het apezuur en maken meteen ruim baan. Natuurlijk had ik wel al iets vaart geminderd, de vingers op de remmen, maar de blik op "Dondert niet waar je bent, ik rij rechtdoor". Marlise vond het wel een beetje eng, maar blijft goedvolgen.
Even later op het fietspad weer terug fietst ze voor me en krijgt er meer en meer zin in. Het schakelen ziet ze nog niet, maar ze trapt zo hard ze kan, ook ruim 35 km/h. Harder dan ze ooit had gedacht. Als we weer op vertrek punt zijn dan komen er nog wat fotosessies waarvoor ik heen en weer mag rijden. Binnenkort moet ik daar wel wat van kunnen laten zien.

Maandag 2 mei 2005

Voor vandaag is regen en buien voorspeld, maar nog niet meteen. Lekker fietsen in een redelijk tempo. Ik ben iets later dan anders van huis gegaan, maar het is Hemelvaartsweek, dus vakantie, dus is het rustiger op de weg. Dat schiet lekker op, tot ik bij Zestienhoven aankom. Dan zie ik ver voor me uit een groot gevaarte op het fietspad, met oranje zwaailichten aan alle kanten. Bij nadering blijkt het een enorme grasmaaier te zijn, die de bermen aan twee kanten tegelijk maait!
Als ik dichterbij kom, blijkt hij me al ruim op tijd gezien te hebben. De maaiers worden even stil gezet en hij manouvreert zich zo goed en zo kwaad als het gaat achteruit in de linkerberm. Daar blijft hij stil staan om me langs te laten. Ondanks deze actie moet ik toch echt door de berm om er voorbij te komen. Weet je nog dat ik wel eens klaagde over de kwaliteit van dit fietspad? Nou, het is heilig als je het vergelijkt met hoe de berm is. Maar goed, ik kan er vlot door en mijn rit afmaken.

In de loop van de dag trekken zware buien over. Als ik wegga spant het erom: met of zonder kap? Ik vertrek zonder. De lucht is zeer vochtig en het fietsen gaat alsof je je een weg door stroop aan het banen bent. De snelheid ligt dan ook een heel stuk lager dan ik de laatste tijd, zeker op het eerste stuk, gewend ben. Wat ook niet helpt is dat onderaan het A4 viaduct, dat ik normaal gesproken afraas, een vader met wat jongetjes loopt. Nu zijn jongetjes ten eerste onvoorspelbaar en ten tweede veel belangrijker dan wat seconden tijdwinst, dus ga ik maar in de remmen.
Ondertussen is het nog steeds stroperig weer. Alles plakt ook. Maar het is ook zeer geurig, kruidig, op die plekken waar recent gemaaid is. Dat geeft wel weer een heel aparte gewaarwording.
Op een gegeven moment wordt het van zo nu en dan spatten toch regenen. Ik had er een beetje op gerekend en de kap zo achterin geschoven dat ik hem zonder uit te stoppen kan pakken. Het opleggen zonder te stoppen kost nog wel enige moeite, maar het gaat wel. Ook de pet gaat op om de regen van mijn zonnebril weg te houden.
Als ik de Rotte nader komt de zon weer opzetten, maar het regent ook. Recht voor me uit is een wat vage regenboog te zien. Ik kijk al of ik de pot met goud aan het einde zie, maar dat lukt niet. De zon breekt verder door en nu wordt het toch echt te heet om de kap erop te houden. Dus weer, al fietsend, de kap afhalen en weer achterin schuiven. Wie weet wordtik er nog handig in!
Maar het blijkt te vroeg gejuigd. De Middelweg kan ik nog doorfietsen zo, maar aan het eind daarvan wordt het weer donker en nat. Gelukkig dat ik aan het eind toch altijd bijna tot stilstand moet komen om de dijk op te draaien, het overzicht is te slecht voor doorrijden. Dan stop ik maar meteen om de kap er weer op te doen.
Om de een of andere reden draait alles ondertussen wat soepeler. Had ik halverwege de indruk dat ik, bij wijze van uitzondering, vandaag 's morgens sneller zou zijn dan 's middags, na het kruisen van de A20 voer ik rustig aan de snelheid op, op de parallelweg. En hij blijft maar oplopen. Zo stoom (letterlijk!) ik op Moordrecht af, kruis het spoornet na de trein en kom op het fietspad. Daar ben ik weer even een toeristische attractie en een auto blijft half achter me rijden. Een klein beetje show-gedrag is me niet vreemd en ik blijf versnellen tot de 50. Nog even blijven ze kijken en dan rijden ze door, onder druk van de auto's achter hen. Dan laat ik de snelheid maar weer wat zakken, maar niet eens zoveel. Het draait immers fijn.
Van afstand zie ik de Zuidersluis openstaan. Het is zeker vaarseizoen dat de bruggen zo vaak open staan de laatste tijd. Hoe dan ook, de hoofdweg is gelukkig vrij en ik kan er zo opgaan, bocht om, naar beneden en volle vaart over het kruispunt. Niemand achter me, integendeel, de auto's voor me gaan geen spat harder dan ik! Gelukkig dat de vakantie- en de tijd van de dag het verkeer licht maken en ik kan vaart houden. Alle stoplichten staan groen en dat is mooi. Kom ik toch nog met een snellere tijd thuis.

Dinsdag 3 mei 2005

Het is mistig buiten als ik mijn fiets pak. Ik doe dan ook maar meteen mijn licht aan en houd het voor het overgrote deel van mijn rit ook aan. Mijn benen voelen niet goed, gelukkig is het wat fietsen betreft een kort weekje deze week. De kap blijft eraf, net als de zonnebril, want die beslaat om de haverklap. Wel mijn pet op, want anders verzamelen mijn wenkbrauwen doorlopend water. Dat doen mijn spiegeltjes trouwens ook. Drup drup drup komen de druppels er onderaan. Door de rijwind waaien ze vervolgens spet spet spet de Quest in. Helemaal niet lekker. Ik verdraai de spiegels zodat ze een tikkie meer naar buiten en een tikkie lager staan. Zo gaan de meeste druppels net aan de buitenkant van de Quest in plaats van de binnenkant.
In Schiedam zie ik vlak voor het A4 viaduct een ligger aankomen. Een jongedame op een onderstuurfiets, rode pet en brilspiegel. De liggroet en door maar weer.
Als ik de rotonde bij station Vlaardingen Oost passeer, zie ik dat daar asfalteermachines bezig zijn. Ze hebben de boel hier recentelijk behoorlijk onder handen genomen, maar er zat -zachtjes uitgedrukt- nog wat niveauverschil hier en daar. Dat wordt dus nu recht gezet blijkbaar. Maar het betekent wel even een obstakel voor nu. Geen probleem, dat hebben we wel over voor de goede zaak.
Als ik na het douchen weer naar buiten kom, blijkt het net begonnen zijn met regenen. Ben ik toch mooi net op tijd aangekomen!

In de loop van de dag trekken zware buien, soms met onweer, over. Maar 's middags wordt het stralend weer, behoorlijk briesje vanuit het westen, ideaal weer om naar huis te gaan.
Net op weg draait vlak voor me een grote vrachtwagen de weg op. Een Poolse. Ik wil links af, richting spoorovergang en dan geeft de chauffeur een dot gas. Vreselijk! Wat een enorme roetwolk produceert ie! Gelukkig komt er even geen tegenliggend verkeer aan en kan ik meteen naar uiterst links fietsen, tien meter spookrijden en dan linksaf. Het grootste deel van de wolk weet ik zo te ontwijken. Ik rijd meteen even het rijtje wachtende auto's voorbij en sluit aan bij twee andere fietsers die bij de gesloten overweg wachten. Een wat oudere meneer vraagt sinds wanneer ik mijn fiets heb, tussen het mooi, mooi, door. Hij heeft me namelijk nog niet eerder gezien. En dat terwijl hij, net als ik, daar dagelijks langs komt. Dan komen de gebruikelijke vragen over motortje of toch trappen. Het antwoord dat mijn benen het motortje zijn wekt eerst wat verwarring, maar als ik aanvul 'dus trappen inderdaad' is het toch duidelijk. Polyester zeker? Wijzend naar de kap. Inderdaad. En versnellingen? Die heb ik zeker wel nodig, anders kom je niet weg? Opnieuw inderdaad. Kleine versnellingen voor het wegkomen en heel grote versnellingen voor als ik op pad ben. Dan klagen we met z'n drietjes nog over de lange wachttijden hier, net lang genoeg tot de bomen weer open gaan. Even vol aanzetten en deze mensen weten het zeker: die fiets gaat hard.
Ik schiet inderdaad hard over de klinkertjes, een brommertje voorblijvend. Hij gaat echter wel 15 km/h harder dan hij mag....
Bij de rotonde zijn de asfalteringswerkzaamheden klaar. Fijn, maar ze hadden het losse zand nog even op mogen vegen. Afijn, er is meer regen voor de komende dagen voorspeld, dus dat spoelt wel weg.
Verder is het perfect fietsweer, alleen jammer dat op tal van kruisingen gestopt of ten minste vertraagd moet worden. Zo blijft het moeilijk om ideale condities in weer en verkeer samen te laten vallen. Maar goed zijn ze: langs het vliegveld ver in de veertig, andere rechte stukken ook dik in de veertig. Hoe dan ook, de Rotte wordt in recordsnelheid gepasseerd.
Het is even spannend bij het afrijden van de Rottedijk, want er komt net een auto vanaf de Middelweg, terwijl een andere auto, vanaf de andere kant van de dijk af deze weg op wil. Ze draaien een beetje om elkaar heen en ik grijp de kans en ga er voorlangs. Het duurt dan anderhalve kilometer voor die ene auto me heeft achterhaalt en passeert.
Vanmiddag zei ik nog tegen een collega dat drie maal in 1 week vrijwel dezelfde (record)tijd betekent dat het einde nog niet in zicht is. En nu lijk ik het al te bevestigen, het gaat van hard tot harder. Wow! Dit is fietsen!
In Gouda krijg ik nog een paar keer iets oponthoud: een wielrenner voor me uit op het tamelijk smalle fietspad. Hij fietst wel hard door (klasse!) maar wordt op zijn beurt door wat anderen gehinderd. En wat later, als ik weer op de hoofdrijbaan zit, houden de auto's me op. Maar ook dat kan niet voorkomen dat er weer ruim een halve minuut af gaat van het record.
Morgen alweer de laatste forensdag van deze week, dus weer hard?

Woendsdag 4 mei 2005

Om met de vraag van gisteren te beginnen, nee, hard was niet het plan vanmorgen. Slechts 1 ding telt, netjes aankomen in (iets) boven de 30 gemiddeld. Het lijkt een kleurloos ritje te worden, maar dat verandert drastisch als ik halverwege Bergschenhoek ben.
Bij Bergschenhoek ontmoette ik namelijk een zelfverklaard opsporingsambtenaar. Nu ben ik naar aanleiding van fietsen (Q) over de hoofdrijbaan aldaar reeds tweemaal door een be-edigd opsporingsambtenaar aangesproken, over waarom ik niet op het fietspad fietste. Dat heb ik beide keren netjes uitgelegd omdat het ook vriendelijk gevraagd werd. Men ging geheel akkoord met mijn verklaring (kan ook moeilijk anders met het verkeersreglement in de hand). Zo niet vandaag.
Ik ga bij Bergschenhoek altijd onder de N209 door. Aan weerszijden is een rotonde, met fietspad ernaast. Dat fietspad is echter, zachtjes uitgedrukt, erg onhandig voor een Quest rijder. De hoofdrijbaan is hier sneller,overzichtelijker en daardoor ook veiliger. Bij het opgaan van de rotonde liet ik eerst nog een fietster van rechts voor (ook al stonden voor haar haaietanden) en ik ging rustig de rotonde op. Vanaf de volgende aansluiting kwam een vrachtwagen van M.N.O. Vervat, Grond-Weg- en Waterwerken te Rotterdam de rotonde op. Deze vrachtwagen volgde mij bij het afslaan onder de N209 door. De chauffeur, de zelfbenoemde ambtenaar waar ik het eerder over had, meende duidelijk te moeten maken dat hij vond dat ik op het fietspad moest rijden. Dit deed hij door bij herhaling luid en langdurig de claxon te gebruiken. Hiermee de verkeersregels overtredend.
Nu zeg ik erbij dat hij wel enige afstand hield. Minder dan prettig, maar meer dan ik anders wel eens meemaak. Dit claxonneren werd nog veelvuldig herhaald op weg naar de tweede rotonde, rondom de tweede rotonde en bij het afrijden daarvan. Het begon een beetje vervelend te worden. Even later verlaat ik de hoofdrijbaan om het doorgaande fietspad ter linker zijde op te gaan. Dat fietspad gaat even verder rond een volgende rotonde. Daar zie ik de bewuste vrachtwagen van M.N.O. Vervat de rotonde driekwart nemen en jawel, de chauffeur meent zijn les nog even voort te moeten zetten, schuift zijn vrachtwagen van de rotonde dwars over het fietspad en gaat daar stilstaan.
Nu fiets ik al iets langer rond en zag dit aankomen, dus kon ik ruim op tijd stilstaan. De chauffeur draait zijn raampje open en begint met een enorme scheldpartij richting mij zijn hart te luchten. Kort samengevat kwamen er diverse enge ziektes, verscheidene godslasteringen en de nodige doodsbedreigingen naar voren. Bij herhaling zei hij "dat ik me maar dood moest laten rijden". Als je erg positief ingesteld bent kun je dit natuurlijk ook interpreteren als de uiting van zorg wat er wellicht met mij kan gebeuren als ik niet op het fietspad rijd.
Rustig blijvend heb ik hem gevraagd waarom hij zo boos was, nog steeds rustig hem ook verteld dat ik wel op de weg mag fietsen, dat nog nooit iemand zo erg zich te buiten is gegaan en vervolgens heb ik hem verzocht om het fietspad weer vrij te maken. Dit verzoek was voor hem aanleiding om zijn uitingen nog maar eens te herhalen, waarop ik me maar verder stil heb gehouden tot hij uitgeraasd was en uiteindelijk doorreed.
Eigenlijk heeft het allemaal niet zoveel tijd gekost, anderhalve minuut heb ik stilgestaan of zo, dus was het sneller dan met de echte politieagenten. Maar de nasmaak is heel wat viezer.
Gelukkig had ik nog 18 km voor de boeg om eens rustig te overdenken of en hoe ik hier een vervolg aan ga geven. Aangifte bij de politie wegens bedreiging? Klacht indienen bij het betreffende bedrijf?
Ik heb tot dat moment rustig gefietst en ook daarna rustig gefietst. Gelukkig kwam ik nog een heleboel vriendelijke mensen tegen onderweg.
Toch laat het akkefietje me niet helemaal los. Ik post mijn ervaring op de mailinglijst en daarop ontvang ik een hartverwarmend aantal steunbetuigingen en adviezen. Dat is zeer positief. Maar in de adviezen is men niet eenduidig over wat het beste vervolg is. Tegen het eind van de dag hak ik de knoop door en stuur een nette gedetailleerde klachtbrief naar het bedrijf, met het vriendelijke verzoek om een reactie. Per email verstuurt, zodat men zo snel mogelijk kan reageren. We zullen afwachten.

Instappend voor de terugweg blijkt het geval toch iets meer mentale energie gekost te hebben dan ik in de gaten had en het kost me veel moeite om op gang te komen. Aan de andere kant wel weer erg goed, want ik ga zeer rustig overal langs, doe nergens moeite om 'even snel....' te zijn.
Dat gaat zo'n 10, 12 km zo door en dan begint het ritme van de fiets me weer op te pikken en langzaam aan gaat het tempo toch weer wat omhoog. Nog steeds in standje 'rustig aan' maar niet langer 'traag'.
Tegen de tijd dat ik, nu van de andere kant, op het Plaats Delict kom, realiseer ik me dat ik ook een fototoestel bij me had en wellicht een foto had moeten maken. Aan de andere kant, misschien was die chauffeur er nogwel veel bozer om geworden.
Vlak voor ik wegging had ik mijn kan koffie nog even leeggedronken, ik vond het zonde om dat weg te gooien. Nu begint zich dat te wreken en een private aandrang wordt steeds heftiger. En hoe compleet een Quest ook is, een toilet is nog niet ingebouwd! Vlak voor de Pekhuisbrug is echter een klein bosje en ik parkeer even en loos overtollige ballast. Daarna fietst het weer een stuk prettiger.
De tweede helft van de rit komt er nog wat meer tempo bij en het humeur wordt ook weer beter. Zo helpt bijvoorbeeld dat busje, dat twee maal toetert om mijn aandacht te krijgen om vooral enthousiast te zwaaien. En ook later in Gouda, als op de Goejanverwelledijk een jogger (of sjokker) met een wilde bos zwart haar en een grote zwarte baard me enthousiast met een overwinningsvuist in de lucht begroet. Dan maakt hij nog een 'trappers ronddraaien' beweging en tenslotte zwaait hij nog. Dit alles in de paar seconden tussen dat hij me ziet en ik voorbij ga. Ik kan natuurlijk niet anders dan zijn enthousiaste begroeting te beantwoorden.
Een mooi slot van een bewogen dag.
Morgen hemelvaart, dus een lang weekend waarin waarschijnlijk vooral per hurricane gefietst zal worden. Dus ... tot maandag?

Vrijdag 6 mei 2005

In de mail vind ik een reactie van het bedrijf MNO Vervat. De chef (?) vraagt me hem op te bellen om wat meer over de chauffeur tehoren, zodat hij precies weet wie hij op het matje moet roepen. Want hij verzekerd me meermaals dat hij mijn klacht serieus neemt. Naar aanleiding van wat ik hem vertel denkt hij voldoende te weten en hij belooft me van verdere ontwikkelingen op de hoogte te houden. We wachten af.

update
Op 15 juli 2005 heb ik nog steeds niets gehoord. En in de rest van 2005 en 2006 ook niet.

Zondag 8 mei 2005

Vandaag ga ik een klein rondje Gouda fietsen, om alle fietsenzaken die ik in het telefoonboek heb gezien even aan een eerste inspectie te onderwerpen. Naast de Edah is een Profile fietsenzaak. Ik heb hem even bekeken en sta klaar om verder te fietsen, even de kaart bestuderend.
Twee jochies komen op me af en vragen of dit een fiets is?
Jazeker.
Gaat ie hard?
Als je hard trapt.
Heeft hij ook een stuur?
Gelukkig wel, anders kon ik alleen maar rechtuit.
Ze blijven nog wat glazig staan kijken. Ik heb ondertussen de volgende 'etappe' uitgedacht en rijdt weg. Een Wauw! Klinkt me na...
Bij winkelcentrum Bloemendaal heb ik het gauw gezien. Wat een treurig zooitje. Maar als ik er rond/langs rijd, maak ik een denkfoutje. Ik denk dat ik een stoep af kan rijden, vooruit. Beter niet dus. De neus bonkt hard tegen de grond. Ik schrik me rot en vrees dat er nu dan toch een scheur te betreuren zal zijn. Maar een inspectie een eind verderop (hier had ik er geen zin in gezien een aantal giebelende tieners) blijkt er helemaal niets van te merken te zijn. Tof karretje en beresterk dus toch maar!
De volgende fietsenzaak ligt in de binnenstad, aan de Nieuwe Haven. Als ik het centrumgebied binnen rijdt, heel rustig, kom ik ook voorbij een stelletje. Voorzover je dat van achteren kunt zien, midden twintig? Als ik voorbij rijdt begint zij half histerisch te lachen. Tjonge jonge, wat een klein kind.
Verder veel lachende gezichten, ook, of juist? van de Marokkanen groot en klein, jong en oud die ik tegenkom. Als ik bij een stoplicht sta te wachten loopt er net zo'n moeder met twee kleine kinderen langs. Zij lacht al wat en wijst me aan haar kinderen, die me met grote ogen aankijken. Dan beginnen ze te zwaaien en als ik terugzwaai worden ze helemaal enthousiast. Heerlijk toch? Integratie ten top ;-)

Maandag 9 mei 2005

Het is erg fris als ik vertrek. Het lange weekend heeft me goed gedaan en ik fiets lekker zonder veel bijzonderheden. Of het zou zijn dat er diverse vrachtwagenchauffeurs laten zien hoe het ook kan. Op de Middelweg blijft een zandtruck netjes en ruim achter me. Zo netjes, dat bij de eerste de beste passeerplek, ik richting aangeef naar rechts, iets vaart minder en ruimte maak, waardoor hij erop een nette manier voorbij kan.
Of die andere chauffeur, in Rotterdam NW. Hij heeft zijn truck met oplegger klaarstaan om te manouvreren, dus ik houdt in. Daar wil je namelijk niet tussen komen. De chauffeur ziet me en wenkt me maar door te fietsen. Hij wacht wel even.
Dit zijn toch fijne belevenissen!

Op de terugweg kom ik eerst een Rolls Royce tegen. Maar dan eentje zoals je die erg weinig ziet: de uitlaat hangt er onder te bengelen, afgebroken. En een van de remlichten doet het niet. Dat is niet het standaard beeld bij zo'n luxe wagen.
Even verderop bedenk ik me dat ik na die allereerste keer de Rottebanbrug niet meer heb geprobeerd. Maar hoe zat het ook al weer? Toen moest ik de Quest uit en was dat vervelend, in het donker, nog niet zo gewend, kap erop. Maar nu? Zou het in vol daglicht, zonnetje zelfs, en de kap achterin niet allemaal reuze meevallen? En was het niet een stuk korter? Tijd om het eens uit te proberen.
Het eerste voordeel is dat je de Hoeksekade rechtuit kan rijden, in plaats van een erg haakse bocht halverwege. Maar dat is een beperkt voordeel, want in het tweede deel liggen verkeersdrempels. Dan maar het fietspad op, maar daar rijden andere fietsers, schiet ook niet op. Weer de weg op om de bochten handig te kunnen nemen, loopt er een paard. Gelukkig net de andere kant uit. Dan nog een tweede paard, maar daar kan ik achterlangs. Dan even puzzelen hoe ik bij de brug kom. Niet echt handig, maar in principe eenmalig.
Bij de brug aangekomen valt het niet mee. Niet alleen echt uitstappen, maar de hele brug op en weer af de Quest aan de hand houden, heel erg hobbeldebobbel en weer instappen. Het stuk Rottedijk tot de Middelweg is minder leuk, minder overzichtelijk ook. Geen winnaar. En thuisgekomen blijkt het slechts 300 meter te schelen. Dat is deze moeite beslist niet waard, zelfs niet met de racefiets of de hurricane, waarmee je wel zo die brug over kunt (maar ook de Pekhuisbrug).

Dinsdag 10 mei 2005

Morgen heb ik een afspraak in Wageningen en ik loop al een tijdje met de gedachte te spelen om met de fiets te gaan. Een kleine 80 km enkele reis en voor de hele route heb ik tips verzameld. Maar zoals mijn benen deze morgen voelen zie ik er maar vanaf. Ik zal binnenkort het eerste stuk, naar Nieuwegein, wel eens voorproeven, zodat als ik een volgende keer die kant op ga, ik dat stuk route alvast ken. Goed, besluit genomen, morgen dus met de auto.
Terug naar vandaag, of eigenlijk gisteren. Mijn nieuwe stoeltje ligt al een hele tijd te wachten met 1 enkele laklaag. Er moeten nog minstens twee, liefst nog vier lagen op om hem grondig te beschermen tegen al het zweet dat er langs gaat stromen. Maar het schuren en opnieuw lakken is een behoorlijke klus, dus misschien is het een goed idee om eerst eens 1 dag ermee te fietsen. Misschien voelt het wel heel beroerd en dan is het natuurlijk zonde van al dat extra werk. Gisteravond heb ik dus het stoeltje verwisseld. Nog even op de weegschaal met beide stoeltjes en door versmallen, gaten boren en afronden samen is het verschil slechts 130 gram! Twee gaatjes onderin om het scharnier aan vast te maken en hij kan erin. Tot mijn verbazing past het nu opeens niet. Althans, de bovenkant raakt net de rand van het instapgat bij het instappen. Iets druk erop en hij kan eronder door. Eigenlijk heel handig, want een niets vermoedende nieuwsgierigaard zal nu niet zo snel door hebben dat je hem ook naar voren kunt klappen. En door zijn smallere vorm kan er ook met neergeklapte stoel nog redelijk makkelijk iets achterin gezet worden.
Het Rainbow matje leg ik los op de zitting. Dat moet voor een dag maar genoeg zijn. Het voelt inderdaad wel anders. Waar de verschillen precies in liggen is heel moeilijk aan te geven, maar het voelt beslist niet verkeerd. Ik heb de indruk dat ik een tikkie vlakker ligen dat mijn hoofd een ietsiepietsie verder naar achteren en ook iets lager ligt. Maar dat kan schijn zijn. Even goed opletten als ik weer op het andere stoeltje lig.
Op de stukjes dat ik erg hard rijd lijkt het zelfs alsof ik iets tocht langs mijn rug voel. Dat was ook de bedoeling als ik me niet vergis. Maar een ding is duidelijk na vandaag, het is de moeite waard om de rest van het schuren en lakken ook te doen. Dus morgen als ik weer thuis ben het 'gewone' zitje er weer in en dan kan er geschuurd en gelakt worden.
Heen was niet veel bijzonders, behalve dan dat het niet fantastisch ging en ik zelfs even moest opletten dat ik niet onder de dertig uit kwam. Des te betere beslissing om maar niet te fietsen morgen.
's Middags nog een klein noemenswaardig voorvalletje: via het nieuwe stukje langs de sportvelden van Bergschenhoek, komt eerst een auto voorbij rijden. Maar net voor de aansluiting met de Hoeksekade gaan ze stil staan. Dan ik er maar voorbij. Juistals ik langszij kom, toetert de bestuurder nadrukkelijk. Ik had ook wel bedacht dat ie vast niet voor niets stil staat en inderdaad, er is een eend met drie kuikens aan het oversteken. Maar zoals gewoonlijk zijn ze zeer onvoorspelbaar en zodra ze mij zien, draaien ze om en gaan ze weer terug. Moeten ze zelf weten.

Donderdag 12 mei 2005

Een dagje weinig fietsen zou voor frisse benen moeten zorgen, maar ik denk dat ik ergens maandagmiddag iets geforceerd heb, want ik heb al dagen lang een beetje een kramperig gevoel in mijn rechter kuit. Volle bak draaien zit er dus zeker niet in.
Ik heb gisteravond het stoeltje weer gewisseld en het is heel grappig, maar je kunt dus precies zien waar de meeste druk op het stoeltje komt. Daar zitten namelijk al merkbare slijtplekken. Wel iets om dus in het oog te houden, ook als er straks vier of vijf lagen lakop zitten. Nu dus weer het gewone stoeltje. Mijn hoofd zit wel degelijk op dezelfde plek, dus dat ik echt hoger of lager zou zitten is enkel schijn.
De aanloop Gouda uit gaat best soepel. Bij alle stoplichten kan ik helemaal of bijna helemaal meteen doorfietsen. Voorbij Uniqema over de dijk, merk ik dat ik net even later ben dan anders. Een hele stroom vrachtwagens komt van de bedrijven af. Maar ze rijden allemaal rustig en netjes. Eentje is bezig te manouvreren. En net als eerder deze week, wil ik inhouden om hem eerst zijn gang te laten gaan. Maar ook nu wenkt de chauffeur dat ik er maar langs moet gaan en hij zet zijn truck even wat dichter langs de kant. Zie je wel, dat is eigenlijk doodnormaal!
Deze week lijkt wel probeer week, want ook vandaag ga ik weer wat nieuws proberen. Een van de obstakels op mijn route is het spoor waar ik onderdoor ga in Rodenrijs. Eigenlijk heel jammer, want daarvoor en daarna rijd ik parallel aan de N209 en om het spoor te kruisen moet ik flink boven of onder langs. Enfin, het is niet anders, al is het bij Rodenrijs sinds deze week al een stuk prettiger. Tot nu toe had ik altijd de lastige keuze om of het onhandige fietspad (veel bochten, slechts zicht) te nemen, of om heel hard broem broem broem te roepen en over de weg onder het spoor door te gaan. Maar dit weekend hebben ze aan beide zijden de bordjes "verboden voor fietsers" vervangen door bordjes "verboden voor vrachtwagens"! Kijk, dat zijn nog eens mooie verhalen!
Maar ik was aan het vertellen dat het probeerweek is, deze week. Passeerde ik tot nu toe altijd in Rodenrijs het spoor (als ik niet dwars door Rotterdam ging), nu wilde ik het eens aan de andere kant van de N209 proberen. Daarmee voorkom je de haakse bochtjes in en rond Rodenrijs en bovendien zit je meteen aan de goede kant van de rotonde bij het vliegveld.
De nieuwe variant begint met rechtdoor blijven fietsen langs de N209, waar ik anders rechtsaf de Wildersekade op ga. Dat rechtdoorgaan gaat niet vanzelf. Er liggen betonblokken tamelijk dicht bij elkaar. Voorzichtig er tussendoor, maar meteen beloond met een prachtig stuk weg, tot vlak voor het spoor. Dan een soort U-bocht onder de weg door, de wijk Schiebroek in. Over de Adrianalaan, maar daar liggen klinkers en fikse drempels. Rechtsaf de Lindesingel op, meer van hetzelfde. Niet ideaal, maar dat andere stuk weg was weer wel fijn en we hebben het maar over een kleine kilometer. Dan onder het spoor door bij station Wilgenplas. Gaat makkelijk,maar dan over wat bouwplaten tussen de bouwwerkzaamheden door naar de Bovendijk. Rechtsaf en dan sluit het weer op de oude route aan. Het is vrijwel even lang (ongeveer 250 meter langer), heeft wat meer klinkers, maar minder ergerlijke bochten. En bovendien vanaf die Bovendijk ga je met volle vaart richting fietspad langs Zestienhoven. Dat is wel weer een plus. Eindresultaat? Onbeslist.

Terug ook nog even wat proberen, of we toch niet verder langs de Matlingeweg kunnen gaan en die rare onderdoorsteek langs de Schiekade kunnen omzeilen. Nu vanaf het Hazepad / Beatrixpad, de Fokkerstraat in, rechtdoor naar de Sandvikstraat. Zo omzeil je in iedergeval 1 van de stoplichten die deze variant heeft. Maar om dan even later op de De Brauwweg te komen, moet ik wachten achter een rijtje auto's dat ook probeert die, best drukke weg op te komen. En even later wil ik alvast aan de linkerkant komen, om bij het volgende kruispunt maar 1 stoplicht te hebben, in plaats van twee (om links af te gaan). Dat gaat ook allemaal niet handig en bij het oversteken is er voor mij eigenlijk geen licht, dus moet ik gokken of ik door kan rijden. Daarna echter gaat het heerlijk, want kan ik voluit de Matlingeweg affietsen. Maar de conclusie moet toch zijn dat dit hooguit een ochtendvariant is, omdat je dan aan de goede kant van de De Brauwweg bent en blijft. Nou ja, weer 250 meter bespaard...

Vrijdag 13 mei 2005

Gisteravond een leuke weersite ontdekt, voor mij dan. "Weer in Gouda" (nu uit de lucht) geeft mooie grafieken en actuele waardes over de weersgesteldheid van nu, de afgelopen 24 uur en de afgelopen week. Met veel detail. Kan ik nakijken of het gevoel dat 's morgens er geen wind was en dan 's middags de wind aangetrokken tegen is ook klopt. Voor gisteren in ieder geval wel.
Deze morgen echter waait het al zodra ik vertrek. En de wind komt uit een gunstige hoek, dus ik schiet lekker op. In geen tijd ben ik bij Nieuwerkerk onder de A20 door, richting Zevenhuizen. Maar op de parallelweg staan ze met een grote vrachtwagen en een graafmachine, wegens baggerwerkzaamheden. Een bord waarschuwt voor wachttijden die tot 30 minuten kunnen oplopen. Even goed opletten voor ik erlangs kom blijkt echter voldoende te zijn om er vlot langs te kunnen. Maar misschien voor de aardigheid vanmiddag de andersom variant ook even proberen.
Varianten proberen blijft een doorlopend thema deze week. Ik ben zo snel bij Bergschenhoek, dat er ruimte is voor experimenteren. Dus niet rechtsaf de Hoeksekade op richting Bergschenhoek, maar links en meteen weer rechts, om door het Bergse bos te gaan. Op de kaart een potentieel heel aardige route, die ook nog eens korter zou moeten zijn. Maar hoe zijn de paden?
Het valt zeker niet tegen. Flinke stukken liggen er gewoon prachtig bij. Wel wat bochtig hier en daar, maar op de een of andere manier liggen hier drie paden naast elkaar. Een heenpad en een terugpad en dan nog een weg of zo? Daar kunnen we nog wel wat proberen.
In het begin rijd ik wel pal voor een manege langs. Dat maakt wel al duidelijk dat dit geen middagvariant wordt, want dan kun je er vergif op innemen dat het elke middag raak is met paarden. En zelfs als ze aan me gewend zijn, zullen ze het niet leuk vinden als ik voluit langs kom. Maar zo 's morgens vroeg zitten er nog niet zoveel te paard.
Een paar heerlijke kilometers verder kom ik het bos weer uit, bij de doorgaande weg. Die moet ik een paar honderd meter volgen om dan rechtsaf een fietspad in te slaan. Ik zie weleen pad, maar dat is een stuk eerder dan volgens de kaart zou moeten. Ik laat het du srechts liggen. Foutje, blijkt later. Ik fiets door en bij de volgende kruising ga ik alsnog naar rechts om even verder de geplande route weer op te pikken. Wel even zoeken zo binnen de bebouwde kom, maar alles bij elkaar zeker een interessante variant. En zonder verkeerd rijden zou het inderdaad wel eens een halve of driekwart kilometer korter kunnen zijn. Niet veel, maar toch.
Wat later in Rotterdam NW probeer ik de variant van gisteren nog eens uit, nu als ochtendrit. Een goede keuze. Het verkeerslicht staat al op groen en door de Sandvikstraat kan ik zo doorrijden.

's Middags op weg naar huis staan de vlaggen strak, maar helaas de verkeerde kant op. Onderweg valt het mee, of is mijn kuit weer helemaal bij? In ieder geval weet ik aardig door te trappen.
De fietsersbond viert dit jaar haar dertigjarig jubileum en heeft als een van de activiteiten een meldpunt voor het slechtste fietspad. Ik heb het stukje Schiekade onder de Matlingeweg genomineerd. Meteen ook de klacht aan de gemeente doorgespeeld: kuilen en scheef liggende tegels. Als antwoord krijg ik te horen dat er niets met mijn klacht gedaan wordt, omdat de door mij gemelde schade niet is geconstateerd. Ik heb geantwoord dat als wegen voor auto's er zo bij zouden liggen er vele klachten zouden komen en dat ik binnenkort foto's neem om het te laten zien.
Met dit in gedachte fiets ik er overheen en moet mezelf wel gelijk geven: dit ligt er niet goed bij.
Verder fietsend zie ik veel vrolijke gezichten. Als mensen duidelijk maken me op tijd te zien en te wachten, "beloon" ik dat met een dikke glimlach, die vaak genoeg ook wordt beantwoord. Als al die mensen me zo duidelijk op tijd zien, dan kun je niet anders concluderen dan dat de 'klagers' over slechte zichtbaarheid eigenlijk bedoelen dat ze zelf niet kunnen of willen kijken.
Vlak voor Bergschenhoek zie ik aan de overkant van de weg een grijs bakkie staan. Het is de Alleweder van (en met) Bastiaan Welmers. Ik weet niet of hij pech heeft of om een andere reden even stil staat, maar hoe dan ook is het een goede reden vooreen praatje. Even naar links sturen en mooi zij aan zij (tegengesteld gericht) staan we naast elkaar. Dan praat het wel heel gezellig! Bastiaan heeft zojuist de Sportpark variant bij Bergschenhoek geprobeerd en heeft geconcludeerd dat het een mooi alternatief is, zolang je van het fietspad afblijft! Even later wensen we elkaar een fijn weekend en fietsen we weer door.
Het stukje voor Nieuwerkerk is deze keer aan de beurt voor een variatie. Direct na het oversteken van de vaart ga ik rechtsaf de dijk op, in plaats van 15 meter verder de parallelweg langs de N219. Het gaat me er vooral om, om te zien of er halverwege een brug is over de Ringvaart, tussen de Westringdijk en de Groeneweg. Dat zou interessante nieuwe mogelijkheden kunnen geven.
Het is wel leuk voor eens een keertje, dat stuk over de dijk en er is zelfs een bruggetje. Maar alleen voor voetgangers en mensen meteen tamelijk lichte fiets, want je moet wel een trappetje op. Geen Questie van dat ik daarover ga. Even later dan afslaand via de A Van Het Hartweg slingerend naar de A20 om er onderdoor te gaan. Met in Gouda nog het ommetje over de dijk dender ik naar huis. Vlak voor ik thuis ben zie ik Diede op de dijk staan. Even bellen, zwaaien en dan zijn we thuis. Klaar voor weer een lang weekend.

Zaterdag 14 mei 2005

Overdag zijn we toerist in eigen stad. We bezoeken in het kader van de Molendag graanmolen de Rode Leeuw, waar we altijd al het meel voor ons brood kopen. Nu kunnen we dus ook eens van binnen kijken. Vervolgens lekker lunchen in de stad om daarna nog eens bij watfietsenmakers te kijken.
Thuisgekomen denk ik dat het nog net op tijd is om even naar Stolwijk te fietsen. Daar zit een satelietspecialist en wij denken dat een moderne sateliet decoder vast een hoop meer te bieden heeft dan ons ruim vijf jaar oude exemplaar. Kan ik meteen weer wat nieuwe weggetjes in de omtrek ontdekken. Via binnenweggetjes kom ik inderdaad bij Stolwijk aan, maar daar blijkt de weg afgezet wegens de wielerronde van Stolwijk. Er wordt nog gevraagd of ik ook mee doe, maar ik zeg dat het eigenlijk niet eerlijk is, mijn stroomlijn geeft me te veel voordeel. Aan de andere kant, zo'n wielerronde is veel wenden en keren en weer optrekken en daar zouik wel eens in het nadeel kunnen zijn. Hoe dan ook, ik doe niet mee. Ik vraag wel even hoe ik dan op de Tentweg moet komen. Een mevrouw legt het vlot even uit en een jongetje biedt al aan om voor me uit te fietsen. Ik volg hem en hij keert zich even om, om te vragen of het wel goed gaat. Dat gaat het inderdaad. Dan komen we bij het park waar ik kennelijk doorheen moet. Ik groet het jongetje en spuit weg, hem met grote ogen van verbazing achterlatend.
Iets zoeken verder kom ik bij de betreffende winkel, maar helaas, 's zaterdags zijn ze tot vier uur open, niet tot vijf uur. Niet getreurd, ik fiets wel verder. Neem de binnendoor paadjes waar geen auto's kunnen of mogen. Tot vlakbij Schoonhoven, dan keer ik weer richting Vlist, nog even heen en weer naar Polsbroek om via Haastrecht weer naar huis te fietsen.
Heel leuke stukjes fietsen op plekken waar je helemaal niet het idee hebt om in de drukke randstad te zijn.

Pinkstermaandag 16 mei 2005

Even de benen strekken om meteen eens uit te vogelen hoe je vanuit mijn huis op het fietspad richting Zoetermeer, langs de A12 komt. Eerst op de kaart een route gepland en dan 'in het veld' uitproberen. Een deel van die route zou als een variant/alternatief voor mijn gewone woon-werk route kunnen gelden.
Van huis uit fiets ik de 'normale' route tot over de sluis. Dan volg ik even de N456, maar bij de rotonde in de knik van de weg, ga ik niet gewoon verder, maar steek over om aan de overkant verder te gaan. Daar ligt het fietspad een stuk verder van de weg. Dat zou's winters, met vervelende tegenliggers, wel eens prettig kunnen zijn. Nu volg ik het een kilometer, om dan rechtsaf te slaan. Eerst over het spoor Gouda-Rotterdam, dan onder de A20 door en daarna weer over het spoor, nu Gouda-Den Haag. Een heel rustig, smal weggetje, best leuk eigenlijk! Die ga ik morgenochtend ook eens nemen.
De uitgezette route blijkt goed te kloppen en zonder problemen kom ik onder de A12 door, op de plek waar ik wezen wilde. Nu nog even kijken of ook van de andere kant deze route goed te doen is. Na een korte aanval van RIS kom ik al bij de Gouwe. Rechtsaf, nu langs het Aquaduct over de a12, rechtsaf en linksom om boven te komen, de brug over de Gouwe. Daar mag ik even pauzeren, want de brug gaat open. Na deze onderbreking met een mooie boog terug naar de andere oever en door Gouda heen weer terug naar huis. Gaat eigenlijk best goed allemaal. Maar ja, het is nu een feestdag, hoe zal dat op een werkdag zijn?

Dinsdag 17 mei 2005

Heerlijk weer bij vertrek en alle reden om het alternatief dat ik gisteren voorgewerkt heb, eens verder uit te proberen. Zo gezegd, zo gedaan.
De N456 oversteken bij de rotonde blijkt weinig problemen te geven. Wel alle vaart eruit natuurlijk, maar geen last van het verkeer. Het asfalt aan de andere kant loopt wel heel mooi, mooier eigenlijk dan aan de 'normale' kant. Dan is het tijd om rechtsaf te slaan. Nadeel van deze variant is natuurlijk wel dat je drie keer, kortachter elkaar, het spoor oversteekt, met dus drie keer de kans te moeten wachten. Zo erg is het niet, maar twee keer wel vanmorgen. Maar goed, je staat tussen de weilanden, 'ver' van het autoverkeer vandaan en dan is het niet zokwaad.
Dan de Zuidelijke dwarsweg af richting Zevenhuizen. Rijdt goed door, maar eerst moet ik de N456 kruisen. Dat lijkt lastig, want er is een flinke stroom auto's van beide kanten zonder een middenopstelplek of zoiets. Maar na even wachten blijkt het toch niet zo slecht: aan beide kanten ligt een stevige drempel die de vaart er goed uithaalt bij het verkeer, waardoor een gaatje tussen de auto's gauw een gat blijkt te zijn. Zo lang duurt het dus niet voor ik verder kan. Dan nog een tweetal kruisingen waarbij het zicht naar rechts niet optimaal is en dus de vaart er wat uit moet, maar ook dat gaat verder prima. Er zijn hier wat meer kassen aan weerszijden, maar over het geheel is dit geen onaardig stuk. Goed genoeg voor tenminste zo nu en dan de broodnodige variatie te verzorgen. Via de rotonde de N219 kruisen en ik zit weer op de bekende weg.
Aan de andere kant van de Rotte wil ik weer het bos in. Ik weet nu hoe het ongeveer loopt, dus kan het vast wat vlotter. Jawel, als er geen mensen met honden breeduit over het pad zouden lopen. Nou ja, die mensen hebben ook recht op een plek, al zouden ze iets beter mogen opletten van mij.
Aan de andere kant van het bos kijken of ik nu niet de Wildersekade mis. Ik zie hem op tijd, steek half over en wacht met de Quest wel erg in het midden van de weg tot ik de andere helft ook kan oversteken. Dit lijkt erop dat het handigeris niet vanaf het fietspad over te steken, maar iets eerder gewoon de weg op te gaan en dan rechtsaf te slaan.
Op de Wildersekade fietst het lekker door. Een mevrouw ziet me al van ver rekomen, maar heeft ook alle tijd nodig om haar hond bij zich te krijgen en te houden. Het gaat prima. Even later zie ik voor me uit een hoop verkeer dwars op mijn rijrichting. Ik nader de N209, hoewel ik voor die tijd naar links had gewild. Ik zie echter geen mogelijkheid daartoe en kom pas bij de N209 in de gelegenheid om, na flink wachten bij het stoplicht, links af te kunnen slaan. Blijkbaar heeft het letten op die mevrouw me die afslag over het hoofd doen zien. Morgen nog eens beter kijken, want het bos blijft leuk.
Als ik in Vlaardingen ben, heb ik toch bijna de derde dichte spoorovergang. Gelukkig beginnen de bellen en lampen pas als ik al half op de overweg ben en kan ik nog net doorfietsen. Aangekomen blijk ik, ondanks het (400m) omrijden toch 400 m minder gefietst te hebben. De vraag is nu alleen, kwam dat door het bos of door dat andere stuk?

60!
Overdag komt het berichtje langs dat mijn oudcollega's morgen de tijdrit zullen fietsen. 10 Mijl over een prachtig, maar zwaar parcours (veel heuvels, wenden en keren). Ik zou wat graag meedoen, maar dat gaat niet. Ik zal een mooi stukje van 16 km uitzoeken dat ik morgenmiddag op de terugweg als "tijdrit" zal rijden en hen dan mijn tijd doorgeven. Weliswaar met de Quest ipv de bukracer en met wind en stoplichten als hindernissen in plaats van de heuvels, maar dat mag de pret niet drukken.
Wat wel jammer is, is dat de kleedkamer weer op slot zit. Weer een extra loopje naar de portier om de sleutel te halen. Jammer, ben ik weer later weg. Dan zie ik op weg naar het spoor de trein al langs rijden. Lastig, want dat betekent dat de stroom wachtende auto's me eerst in de weg zal staan. Deze keer ben ik dan ook blij dat er nog een trein aankomt, die net lang genoeg vertraging oplevert om mij even vooraan het rijtje te zetten!
Over het A4 viaduct ga ik weer vlot naar beneden. Op de niet al te brede Sportlaan komen twee auto's tegemoet. De eerste buigt af, een sportterrein op. In de andere zit een 'dame' te SUVven, waardoor ik fiks moet remmen in plaats van er soepel langs te gaan als ze een beetje opgelet had. Nou ja, het is niet anders.
Het stoplicht bij het vliegveld is op 130 meter na precies 10 km vanaf de start. Mooi punt om morgen mijn 'tijdrit' te beginnen. Vandaag sta ik er te wachten naast een brommer. Die laat ik dus maar voorgaan. Maar als ik op gang gekomen ben, merk ik dat de brommer niet ver voor ligt. Ik doe mijn uiterste best om een BIS-aanval af te slaan, maar als ik driekwart langs het vliegveld nog maar 10 meter achter hem ben wordt de drang onhoudbaar: aanzetten en erlangs. Tegen de tijd dat ik bij de rotonde ben, ligt hij 100 meter achter, maar het wachten daar laat hem weer langszij komen. Hij wil niet meteen weer voor rijden en volgt mij. Ik maak nauwelijks afstand op weg naar Rodenrijs. Daar gaat hij via het fietspad, ik via de weg en daarmee raak ik hem voorgoed kwijt.
Voor die aanval van BIS had ik nog mooi de gelegenheid om een lepelaar te bekijken die in de sloot tussen fietspad en vliegveld stond. De mooie vogel bewoog zijn bek zevend door het water op zoek naar voedsel. Aalscholvers zie ik wel regelmatig, maar dit is de eerste keer dit jaar dat ik een lepelaar zie. Leuk!
Vlot vervolg ik mijn weg, bij Bergschenhoek even opgehouden door een grote vrachtwagen die niet zo hard gaat. Hup de Rotte over en dan gaat de snelheid bijna moeiteloos weer omhoog. Als ik de polder induik vanaf de dijk, zet ik eens extra stevig aan. Het is tijd om weer eens een recordje neer te zetten. Een tijd of gemiddelde zit er niet in, dus moet het maar een maximum snelheid worden. Met 1 oog op de weg en het andere op mijn teller zie ik de snelheid oplopen. 55, 56, er kan nog een schepje bij, 57, 57.5 aha, evenaring van het record, er is nog ruimte in de benen, nog iets verder aanzetten, 58, 59, nieuw record is gezet, maar zou het lukken.... een extra inspanning er nog bovenop en jawel, 60 op de teller! Ik vier de benen iets, maar blijf nog flinke tijd ruim boven de 50 rijden.
Met een goed gevoel rijd ik verder naar huis.

Woensdag 18 mei 2005

Vandaag staat de 16 km tijdrit op het programma, dus 's morgens rustg aan. Dat zal niet zo moelijk zijn, er is helemaal geen wind, alle vlaggen hangen dood langs de masten.
Opnieuw de verse variant en opnieuw meteen wachten bij het spoor, deze keer voor een vrachttrein. Verder merk ik nu al wat ervaring op deze route en heel wat vlotter dan gisteren nader ik de Rotte. Bij het omhoog rijden de dijk op, zie ik van links een rode raket naderen. Dat kan niemand anders dan Ge Boelders zijn en ik groet dan ook direct met Goeiemorgen Ge! en hij antwoordt meteen met en jij bent Kees. Mooi bakkie die rode mango. We fietsen een stukkie samen op. Hij heeft de kap erop en er zit een hoop dauw op. Ik denk dat ie altijd buiten staat. Bij de Pekhuisbrug zet hij aan en scheurt rechtdoor als ik het water oversteek. Even later opnieuw het bos in, deze keer de weg voor het eerste stuk. Dan het fietspad op en halverwege er weer af, als er weer een weg naast ligt. Eerder dan verwacht ben ik het bos weer uit. Ik ga nog niet meteen de weg op, maar wel voor de afslag naar het fietspad. Dat is handiger wat betreft het verkeer, maar nu is de draai eigenlijk te kort en ik moet een keer steken. Dan even goed opletten om niet weer de afslag te missen. Dat scheelt niet alleen honderden meters, maar vooral een stoplicht. Bij deze oversteek heb ik voorrang. En wat nog beter is, ik krijg het ook nog!
Nog een laatste stukje en dan blijkt de route zo bijna een kilometer korter, maar vooral ook een stuk leuker!

's Middags de eerste tien kilometer rustig aan, net hard genoeg om op te warmen. Dan als bij het vliegveld het licht op groen springt, start ik mijn stopwatch en geef vol gas. Ik blijf hoge toeren draaien en veel doorschakelen, zodat ik in een mum van tijd op 50 zit en mijn hartslag dik boven de 180. Dat is wat al te gek, die vijftig, vanwege alle hobbels op dit stuk. Toch is het wel even aardig, want een fotograaf langs het fietspad, waarschijnlijk een vliegtuigspotter, heeft me in de gaten en gaat als de bliksem in positie zitten om een foto van mij te nemen terwijl ik aan kom stuiven. Ik hoop voor hem dat hij een snel toestel heeft, anders was ik hem voorbij voor hij 'klik' kon zeggen!
Bij de rotonde slechts een beetje oponthoud, met dank aan een stel vriendelijke automobilisten. Weer opnieuw vaart maken, richting Rodenrijs, waar het wat minder vlot gaat. Eerst wachten voor ik de weg op kan en even verder, als ik er weer af ga raak ik verstrikt achter wat slome fietsers. Ik weet me nog fatsoenlijk te gedragen en wacht op een nette gelegenheid om er langs te gaan, maar dan wel meteen met volle vaart. Zo snel ik naar Bergschenhoek, waar ik een korte verplichte pauze krijg: een rij auto's staat te wachten om de rotonde rond te gaan. Een vriendelijk stel in een cabriootje laat me voor, zodat ik niet nog langer hoef te wachten. Zij volgen me tot de andere kant van Bergschenhoek.
Deze tijdrit mag dan vlak zijn, in tegenstelling tot de Engelse, er zitten wel een hoop dode punten in. Het gewichtsverschil tussen Quest en batavus mag er juist vanwege het vele optrekken ook zijn, compenseert voor een flink deel het aerodynamische verschil.
Hoeksekade af, scherpe draai (alweer bijna stilstaand) dan weer even voluit, tot het draaien over het polderbruggetje, even later de Rottedijk op en dan de Pekhuisbrug. Dat is de laatste serieuze hindernis. Hoewel het volgende stukje Rottedijk te bochtig is om echt voluit te gaan, blijf ik hier aardig in de buurt van de 40. Als de bebouwing voorbij is kan daar nog wat bij, tot de bocht de Middelweg op. Dan is er nog 1 mijl te gaan: lang en rechtuit. Dit hele laatste stuk rijdt ik op volle kracht, wat onder de huidige omstandigheden 52 km/h betekent. Bij het volmaken van de 10 mijl staat de stopwatch op 25 minuten en 27 seconden. 37.7 km/h gemiddeld, bij een hartslag van 169 gemiddeld. Dat laatste laat goed zien dat er te veel rustmomenten zijn geweest. Op de Engelse tijdrit was de gemiddelde hartslag 5 tot 10 slagen hoger. Als ik mezelf snel wil rekenen, moet ik ruim drie minuten van de tijd aftrekken wegens wachten en niet voluit kunnen gaan. Dan zou ik op 44 km/h uitkomen. Dat klinkt wel snel....
De tijdrit begon ik met 30.0 als gemiddelde op de teller, nu is dat 34.6. Omdat ik het laatste stuk (nog eens 16 km) wat rustiger aandoe, is dat ook waarmee ik thuiskom.
Als ik mijn teller inspecteer, zie ik dat ik vandaag twee grenzen gepasseerd ben: de 1 euro per kilometergrens (zit nu op 0.995 ec/km) en vlak daarna de 6000 kilometergrens. Vanaf vandaag mag ik me een ervaren velomobilist noemen!

Woensdag 19 mei 2005

Den Haag
Voor mijn werk 'mag' ik vandaag de hele dag naar Den Haag, naar De Kookfabriek in de Televisiestraat. Het idee van de route is simpel: zoek de A12 op, volg die tot vlak voor Den Haag, steek dan de A12 over en even later de A4 en je zit aan de goede kant van Den Haag. Dan nog even rechtdoor, links en weer rechts en dan ben je er.
Ja ja...
Het begint met Gouda door te fietsen langs de bovenkant, Achterwillenseweg, Graaf Florisweg, richting Gouwe aquaduct. Dat gaat allemaal wel, maar erg vlot is het niet. Even later zit je dan langs de A12. Nou zou je verwachten dat je dan wel even goed kunt doorfietsen, maar helaas is dat niet waar. Om de haverklap weer een kruisende weg, waar de snelweg mooi overheen gaat, maar waar je als fietseruit de voorrang gaat en via rare kronkels mag oversteken.
Het wegdek is heel wisselend. Prachtige stukken afgewisseld met matige stukken, opgelapt met tegelwerk. Hier en daar is te ziendat het betegelen vers vernieuwd is, vast als reactie op de actie Slechtste Fietspad van de Fiestersbond. Helaas is hier en daar een stuk fietspad afgesloten, zodat je maar moet uitvogelen hoe je dan verder komt. Een graafmachine die even breed is als het fietspad helpt ook al niet. Uitstappen en de Quest door de berm slepen lijkt de enige oplossing. Zigzaggend om de A12 blijft mijn gemiddelde ruim onder de dertig, ondanks 40+ als ik een keertje wel door kan rijden. Maar het weer is goed, ik ben op tijd vertrokken, dus niet getreurd.
Als ik in de buurt van Den Haag kom, wil ik volgens plan onder de A12 door. Dat lukt wel, maar om het daarnaast liggende spoor te passeren is meer nodig. De weg is afgesloten en voor fietsers is een tijdelijk tunneltje aangelegd. Heel fijn, alleen het gaat met trappen en haakse bochten. Dat red ik dus niet. Dan maar omgekeerd en doorgereden om een volgende mogelijkheid te zoeken. Het blijkt eerst de A4 te worden en dan pas de A12. Met als gevolg dat ik op een compleet ander punt Den Haag binnen kom dan het plan was. Gelukkig had ik wel wat plattegronden electronisch in mijn agenda gestopt, zodat ik zo nu en dan eens kon kijken hoe ik verdermoest. Dat ging nog heel aardig, hoewel het steeds stoppen veel oponthoud geeft. Maar 800 meter (!!) voor bestemming raak ik hopeloosverdwaald. Pas na flink wat heen en weer crossen kom ik weer ergens waarvandaan ik mijn route kan bepalen. Dan is het nog een paar minuten en ik ben aangekomen. Het gemiddelde, dat bij het binnenkomen van Den Haag boven de 29 lag (toch al laag) is ondertussen naar 27.5 ingezakt.
Eerst zet ik mijn fiets aan een regenpijp vast, maar als ik gezien heb wat voor hal er is, vraag ik even of er bezwaar is tegen hetbinnenzetten van mijn fiets. Dat is er niet en zo staat hij heel veilig zolang wij daar de dag doorbrengen.

De dag is afgesloten met een -zelfgekookt- diner en het loopt tegen half acht als ik me klaarmaak om weer weg te gaan. Een flinkaantal collega's is al eerder weg, maar diverse mensen (uit binnen- en buitenland) zijn op weg naar buiten als ik daar bij mijnfiets bezig ben. Dat veroorzaakt flink wat vragen en vooral de Zweedse collega's zijn zeer geinteresseerd. Het kost zodoende wel flink wat tijd voor ik klaar zit om weg te gaan en zelfs dan moet ik nog heel wat vragen beantwoorden.
Mijn anekdote over het jongetje met zijn handen tegen zijn oren vanwege de startgeluiden van deze raket geven het sein voor collectiefaftellen. Met z'n vijftienen tellen ze af en dan mag ik vertrekken. Ik doe even alsof ik heel hard optrek en scheur de bocht om, om meteen daarna rustig aan te doen. Ik heb per slot van rekening een volle buik.
Ik ben vastbesloten om nu niet weer te verdwalen, maar na 500 meter blijk ik al weer in een andere straat te zijn dan het plan was.Dat komt mede door wegwerkzaamheden, hekken en omleidingen. Als ik dan ergens even sta om de kaart te bestuderen, komen tweeMarokkaanse tieners enthousiast vragen waar je zoiets koopt. Pas als ze bij me zijn realiseren ze zich dat het een fiets is. Maartof vinden ze hem wel. Ik maak op mijn beurt gebruik van hun stratenkennis om me weer op het goede spoor te krijgen. Dat lukt en tot ik Den Haag uit ben raak ik het spoor niet meer bijster. Wel blijk je als fietser weer flink van links naar rechts en terug gestuurd te worden, maar ik kom volgens plan bij Ypenburg.
Van daaraf moet ik natuurlijk die trap-fietsentunnel zien te ontwijken. Dat lukt, maar ik raak verstrikt in weer andere omleidingen.Het vervelende is dat de bordjes pas op het laatste moment zichtbaar zijn, zodat ik de omleiding al voorbij ben voor ik hem zie. Dan sta ik stil in de verkeerde versnelling, moet achteruit Flinstonen om weer op koers te komen en dan vanuit een veel te zware versnelling weer op gang komen.
Maar met wat zoeken kom ik via Nootdorp dan toch weer bij de A12, kom er onderdoor en kan die dan volgen door/langs Zoetermeer.Van die kant af zijn de omleidingen net even handiger, via Moerkapelle in plaats van zuidelijk van de A12. Dat gaat een stuk beter.
Door al het gezoek en heen en weer gerij is mijn gemiddelde weer erg laag: maar net 26. Vanaf dat ik weer bij de A12 ben kan ik aardig wat stukjes goed doorfietsen. De snelheid ligt dan steevast (ruim) boven de 40. Maar de omleidingen en kronkels zorgen er voordat het gemiddelde toch niet zo hard omhoog gaat. Gelukkig is er heel wat minder verkeer en de kruisingen gaan wat sneller (als je nieteen hele tijd voor het stoplicht hoeft te wachten.
Als ik Gouda nader denk ik dat het nog net moet kunnen, het gemiddelde naar 30 te tillen. En dan zie ik voor me uit op het fietspad twee ruiters aankomen. Ja zeg, die horen op deze tijd op stal te staan! Ik ga stilstaan en de voorste amazone nodigt me uit om doorte gaan. Haar paard is het daar niet mee eens, stijgert en slaat op de vlucht, de ander meenemend. Als de dames hun dieren weer ondercontrole hebben stijgen ze af en voeren, al pratend, hun paarden langs de Quest. De dieren nemen zoveel afstand als mogelijk is.Als ze voorbij zijn kan ik eindelijk weer verder.
Gouda door op deze tijd gaat best vlot en in een mum van tijd ben ik weer bij de Achterwillense weg. Daar kom ik alweer een ruiter achterop. Deze reageert op mijn bellen door gewoon iets aan de kant te gaan. Ik zeg dan maar dat ik denk dat het misschien handigis om even het zijpad in te gaan. Ze kijkt nu wel om en zegt dat ik maar gewoon door moet fietsen. Ze heeft een schrikbestendig paard.Als ik voorbij fiets blijkt ze niets teveel gezegd te hebben.
Vlak voor ik thuis ben begint het te spetteren. Ik ben net op tijd.

Vrijdag 20 mei

Ik voel in mijn knieen dat ik veel opgetrokken heb in te lage versnellingen gisteren. Vandaag maar rustig aan gedaan. Een brommerdie me onderweg voorbij komt gaat nog even van vroem vroem, om me uit te dagen voor een wedstrijdje, maar ik ga er niet op in. Daarzijn mijn knieen even niet aan toe. Gezien hoe langzaam de brommer van me weg rijdt, denk ik dat ik het wel had kunnen winnen.
Het weer is somber en nat, het miezert een beetje. Toch rijdt ik nog open, want het is best warm. Als ik de Rotte overgestoken benstop ik toch even om de kap erop te doen, want het houdt op met zachtjes regenen.
Dat oversteken ging trouwens ongelooflijk makkelijk! Iemand heeft de betonblokken een centimeter of vijf verschoven. Precies genoegom meteen de draai te kunnen maken en niet meer te hoeven steken. Ook aan de overkant is iets meer ruimte, goed voor een soepeledoorgang.
Het bos door begint al een beetje routine te worden. Volgende week maar eens kijken of ook het andere stukje bos (hoge bergse bos ipv het lage bergse bos) de moeite waard is om te rijden.

's Middags is het toch weer heel mooi weer geworden en met een lekkere rugwind rijd ik naar huis. Ik kan stevig doorrijden zonder alte veel inspanning. Omdat het gisteren best laat was, ben ik wat vroeger vandaag. Ik ga dan ook in Gouda direct na binnenkomst rechtsafde dijk op. Als ik bij de Stolwijkersluis ben staat het licht (natuurlijk) op rood en deze keer ga ik meteen maar de brug over,om via de rotonde onderlangs de IJssel te rijden. Vlak voor het stoplicht richting de brug weer terug de IJssel over, zie ik in mijnspiegels dat de hoofdweg vrij is. Hup de weg op en soepel met het verkeer mee linksaf. Nog even een laatste stukje en ik ben weerthuis. Ook deze maand ben ik de 1000 km al weer voorbij. Dat wordt nog eens wat.

Voor Jesse's fiets kocht ik vorig weekend voor EU 3.95 een heel simpel fietscomputertje. Ik denk dat ik er morgen nog eentje koop endie dan als toerenteller ga monteren in de Quest, want ik merk dat ik meer last heb het toerental hoog te houden dan op mijn anderefietsen. Dan kan een tellertje mooi helpen.

Zondag 22 mei

Het tellertje is gekocht en kan gemonteerd worden. Het opnemertje van de teller zit op de midden framebuis en het magneetje aan de linker crank. Het snoer is echter flink te kort, dus daar heb ik de schaar in gezet, 80 cm snoer ertussen gesoldeerd en nu is er ruimte genoeg om de kabel netjes weg te houden van bewegende delen als benen, voeten en knieen. Om de boel netjes te monteren, heb ik de Quest maar op zijn kant gelegd. Meteen een goede gelegenheid om de banden eens te inspecteren. De voorbanden hebben er ruim 6000 km opzitten en vooral links kun je dat ook wel zien. Ze zien er overigens nog prima uit en voorlopig ga ik ze nog niet vervangen.Wel even de rechterband iets opgepompt, want het lijkt wel of die een ietsiepietsie zachter is geworden. De Big Apple achter heefter ondertussen ruim 5000 km opzitten. Het is te zien dat hij gebruikt is, maar ook deze is nog lang niet aan vervanging toe.
Om het tellertje eerst even te testen, zet ik het op mijn stuur en maak een klein ommetje. De teller functioneert goed, maar op dezemanier gemonteerd komt mijn knie steeds tegen het snoertje. Dat is niet lekker en regelen we straks anders.
Aan het eind van het proefritje draai ik een bocht om voor het laatste rechte stuk. Een herdershond loopt er net los rond en denktdat hij mij wel even kan hebben. Ik heb wel zin in zo'n wedstrijdje en kijk hoever hij mee wil. Bij 45 stopt hij ermee. Ik weetnatuurlijk niet of hij niet harder kon, of dat hij vond dat hij nu toch maar naar z'n baasje moet.

Maandag 23 mei

Het toerentellertje zit nu op een stukje rondhout, geklemd aan de rechterkant op de flensrand (waar boven en onderrand van de Quest op elkaar zitten). Het is nog een beetje zoeken naar hoe ik het het beste kan zien, maar het werkt prima. Vooral psychologisch is het wel sterk, veel minder vaak kom ik in de verleiding om onder het mom van 'rustig aan' een zware versnelling langzaam rond te draaien. Omdat de teller de 'snelheid' met 1 cijfer achter de komma weergeeft, heb ik altijd het werkelijke toerental in beeld.Ik probeer op de wat langere termijn uit te komen op een doorsnee toerental van ca 100, maar om op te bouwen mik ik eerst op laag totmidden negentig, met 90 zelf als 'bodem'. Het kost zo nu en dan wat moeite, maar alles bij elkaar valt het niet tegen.Bijkomend voordeel is dat als je optrekt op toeren in plaats van op kracht, je heel snel optrekken kunt zonder je knieen te overbelasten. Eerst in z'n 2/1 (voor '2' achter '1'). Als ik dan kan vertrekken kan ik tien slagen maken, dan zit mijn toerental al boven de 110. 1 versnelling doorschakelen, nog vijf slagen, weer schakelen, weer vijf slagen en zo door tot ik ongeveer in 2/6 ziten de snelheid rond de 36-38 ligt. Dan gaat het niet meer zo hard en kan ik wat langer in een bepaalde versnelling blijven rijden.
Op deze manier ben ik nog verrassend hard aan het fietsen en kom vlug in de richting van Vlaardingen. Maar voor het zover is en iknet het pad langs het Beatrixpark opdraai, vliegt er vlak boven mijn hoofd een ooievaar langs. Leuk!

's Middags is de wind gunstig voor een vlotte rit. Het eerste stuk, tot het vliegveld, gaat heel aardig. Dan moet ik wachten bij het verkeerslicht. Een wielrenner staat daar ook te wachten, maar kennelijk met snode plannen. Als het licht op groen springt, rijd ik weg en hij volgt. Niet gewoon dat hij dezelfde kant op gaat, nee hij haakt aan. Dat mag. Dat is ook heel dapper van hem. Eens kijken hoe lang hij blijft volgen. Ik overdrijf niet met accellereren, dat heeft ook geen zin, want hij heeft 25 kg fiets minder om te versnellen. Daar win je het niet van. Maar als de snelheid oploopt, zou de aerodynamica de doorslag moeten geven.
35, 36 km/h en hij geeft geen krimp. In tegendeel, hij blijft netjes vlak achter de Quest meefietsen, wellicht heeft hij zelfs een spatje windvoordeel op die manier.
41, 42 en hij lijkt er plezier in te hebben, hij volgt in ieder geval nog netjes! Wat het ook wordt, hij heeft wel degelijk power in zijn benen.
46, 47 hij is vast van plan om me niet te laten gaan, al zou het kunnen zijn dat zijn blik iets grimmiger wordt. De snelheid loopt nog steeds op en ondertussen begin ik ook goed te voelen dat we bezig zijn. Als ik nu mijn hartslagmeter om had gehad, had ik vast gezien dat ik erg dicht bij de max zou zitten.
51, 52 begint hij nu terrein te verliezen of maakt hij een klein beetje ruimte uit veiligheidsoverwegingen? Ik stop nog niet met versnellen en ga door. Als bij mij de teller op 57 staat kijk ik nogmaals in de spiegel. Nu heeft hij toch echt moeten afhaken. Gelukkig maar, want veel harder zou mij ook niet gelukt zijn.
Eigenlijk is het gekkenwerk om op dit hobbelige pad zo hard te gaan, je stuitert alle kanten op. Nu hij heeft afgehaakt laat ik dan ook een klein beetje vaart eruit lopen en hoog in de veertig dender ik door. Tussen de bedrijven door lukt het me trouwens ook nog om te zien dat diezelfde lepelaar nu weer in de sloot staat, een klein stukje verder dan de vorige keer.
De rest van de rit rijd ik ook nog behoorlijk vlot door, met als 'hoogtepunt' natuurlijk de Middelweg. De eerste helft ruim boven de 50, de tweede helft er net onder.

Dinsdag 24 mei

Ik heb vannacht maar een paar uurtjes geslapen. Ik had nog wat klusjes van mijn werk die eigenlijk al voor het weekend af hadden moeten zijn: een referee rapport schrijven voor een publicatie en een strategisch document voorbereiden. Ik wil het maar afronden en ga door tot in de kleine uurtjes. Pas om half drie rol ik mijn bed in, terwijl de wekker weer gaat om kwart over zes. Een beetje moe sta ik op, ontbijt en doe mijn ochtenddingetjes om uiteindelijk om zeven uur weg te fietsen.
Het toerentellertje heb ik opnieuw vastgemaakt. Gistermiddag glipte hij herhaaldelijk van het randje af. De klemming was onvoldoende.Nu heb ik het tellertje opnieuw gemonteerd, met een klein stukje binnenband ertussen. Het lijkt erop dat het nu goed genoeg klemt en netjes op z'n plek blijft zitten.
Gezien de snelle thuisrit van gisteren, de korte nacht en de lichte wind tegen, verwacht ik geen snelle tijd. Maar het tegendeel blijkt waar. Op de een of andere manier loopt alles heel lekker en ga ik een stuk harder dan anders. Tot ik bij Moordrecht het spooroversteek. Vlak daarachter kruist het fietspad de parallelweg die ik op wil langs de A20. Een automobilist heeft echter zijn auto pontificaal er voor gezet. Hij ziet me echter wel en maakt uitgebreid verontschuldigende gebaren. Het is al goed hoor, als iedereen zo fair voor zijn kleine vergissinkjes uitkwam werd de wereld een stuk plezieriger!
Hoewel ik er helemaal niet op uit ben om een supertijd neer te zetten gaat het toch zeer gesmeerd. Zo gesmeerd zelfs dat ik de op eenna snelste ochtendtijd kan noteren!

Verdwenen?!
In de loop van de dag trekt de ZW wind nog een flink stuk aan. Onder deze omstandigheden moet het goed mogelijk zijn om het dagtotaal flink onder de twee en een half uur te houden. Misschien zit er zelfs een record in. Een rit gelijk aan gisteren is daarvoor al voldoende. Met goede zin loop ik dan ook naar de kleedkamer bij mijn werk, maar als ik daar binnenkom sta ik heel gek te kijken: al mijn fietskleren zijn verdwenen! Mijn handdoek hangt nog over de verwarming, maar mijn fietsbroek, -hemd, -shirt en vooral ook, mijn fietsschoenen zijn verdwenen! Hoe kan dat nou? Wie haalt zoiets nu zomaar weg?
Vertwijfeld loop ik weer naar buiten, om het in ieder geval direct bij de bewakingsdienst te melden. Ik loop nog een keer terug om heel secuur te kijken of ze niet ergens anders liggen en of niet misschien dan toch mijn schoenen ergens staan, maar nee, niets.
Bij de beveiliging aangekomen maak ik melding van de vermissing. Hij schrijft alle details op en zal er rapport van opmaken. Maar hoe moet ik nu naar huis fietsen? Ik besluit om maar weer even naar mijn werkplek te gaan. Daar heb ik van alles en nog wat, wie weet heb ik een korte broek en een t-shirtje liggen. Maar nee, het enige zijn mijn hardloopschoenen. Die doe ik dan maar aan omdat dat nog altijd beter zal zijn dan de gewone schoenen die ik aanheb. Ik bel nog even naar huis om te vertellen waarom ik een stukje later zal zijn en ga dan naar mijn fiets. Die staat er gelukkig nog.
Ik rijd hem de stalling uit en breng hem in startpositie. Omdat een gewone lange broek niet lekker fietst, zeker niet voor zo'n afstand, trek ik hem nadat ik ingestapt ben uit. In een Quest kun je zonder meer in je onderbroek gaan fietsen.
Met hardloopschoenen op SPD-pedalen, lekker fietsen is anders. Je moet de hele tijd je benen in positie houden, je voelt de druk van de pedalen op je voeten op een klein plekje, je kunt alleen maar duwen en niet trekken aan de pedalen, kortom, verre van ideaal. Vooral het optrekken gaat stukken moeizamer. Hoge toerentallen zijn ook een stuk lastiger en ik zie heel vaak zeventigers entachtigers als ik toch even op het tellertje kijk. Het zij zo.
In plaats van de superrit waar ik me op verheugd had, wordt het een relatief langzame rit, waar ik dik zeven minuten langer over doedan ik vooraf ingeschat had. Mijn voeten doen zeer en zo nu en dan haal ik ze van de trappers af om ze even te masseren terwijl deQuest lekker doorrolt. Als ik bijna thuis ben, bel ik even op om te vragen of ze de garage voor me open zetten, dan kan ik zo naarbinnen rijden. Misschien moet ik wel heel patserig zo'n automatische garagedeur installeren. Die kosten ook niet eens zoveel meertegenwoordig.
Vlak voordat ik thuis ben komt er nog een extra oponthoud: op de Goejanverwelledijk staat een grote truck met oplegger en daaropeen hij-installatie. De weg is effectief en volledig geblokkeerd. Omkeren trekt me niet en ik vraag eerst eens aan iemand of hijweet hoe lang het gaat duren. Ik moet de vraag in het Engels herhalen voor hij hem begrijpt, maar ook dan kan hij me geen antwoordgeven: hij weet het niet. Ondertussen sta ik er vlak bij en ik zie dat de installatie niet actief is. Ik waag het erop en fiets er onderdoor. Tot de helft lukt het, dan kan ik misschien via een oprit er verder omheen. De werklieden zien het en halen een paar oprij-ijzers, die de afsluiting van de weg vervolmaken, even fluks voor mij opzij. Dan stuur ik verder en ga mijn weg vervolgen. Een vrouw met een fototoestel zegt nog dat ze me bijna op de foto ging zitten. Ik haal mijn schouders op. Ik ging immers langzaam genoeg dat ze alle tijd had!

Woensdag 25 mei 2005

Ik baal stevig van mijn verdwenen kleding. Ik voel ook flink in mijn benen dat ik met loopschoenen heb gefietst: spierpijn aan de bovenkant van mijn dijen.
Gelukkig blijk ik mijn stokoude, in tamelijk slechte staat verkerende reseve fietsschoenen bij het opruimen voor de verhuizing gespaard te hebben. Bovendien weet ik ze nog zo te vinden ook! Hoewel oud, het zijn tenminste fietsschoenen en dat scheelt gewoon heel veel.
Met dank aan de toerenteller gaan hoge toeren al een stuk makkelijker en dat gaat gepaard met een pittige snelheid. Na aankomst ga ik meteen naar binnen, kleed me daar om en houd mijn spullen in mijn bureau.
In de loop van de dag ontvang ik nog mailtjes met medeleven, wel bedankt daarvoor! Een ander mailtje is van de bewakingsdienst. Ze willen nog wat aanvullende informatie over de verdwenen spullen.
Ik maak nog een A4-tje met een verzoek om mijn spullen terug te brengen en hang dat op als ik op weg ga naar een fietsenwinkel voor een paar nieuwe fietsschoenen. De Shimanoschoenen zijn allemaal wel erg smal, het alternatief is AGU of ergens anders heen. De AGU's zitten echter wel goed en zien er wel netjes uit ook. De 99 euro voor het paar is niet onbehoorlijk, in tegenstelling tot de 12.50 voor de SPD-plaatjes! Toch moeten die er ook maar meteen op.
Op de terugweg staat nu eens meteen de brug open. Dat betekent voorlangs over het spoor, maar ook de overweg is dicht. Die gaat gelukkig snel open en ik kan door. Het kostte wat moeite om mijn voeten vast te klikken: de plaatjes zitten verder van mijn tenen dan ik gewend ben. Het zit niet zo slecht dat ik ze meteen moet verstellen, maar vanavond ga ik er toch even mee aan de slag.
Al met al fietst het best lekker, op die ene automobilist na die vlak voor me langs het (voorrangs)fietspad kruist en de andere die als een blind EN doof paard zijn auto helemaal dwars voor mijn neus neerzet. Het is verbazingwekkend hoe hard je toch nog gaat terwijl je regelmatig een noodstop maakt...
Geen noodstop maar wel afremmen vlak voor de Rotte. Twee ruiters op het pad. Gelukkig zien ze me van verre aankomen en leiden ze hun paarden de berm in, zodat ik niet helemaal stil hoef te staan. Dat mag even later alsnog, vanwege sluipverkeer op de kruisende weg. Op de andere oever van de Rotte komt een auto van een erf af. Hij ziet me erg laat en weer sta ik dus bijna stil. Dat motiveert niet echt om zo snel mogelijk ruimte te maken. Hij zal dus achter me moeten blijven tot ik afbuig, de Middelweg op.
De beker van mijn ongemak is echter nog lang niet leeg. Even later al, als ik net vaart heb gemaakt op de parallelweg richting de A20, staat er op de hoofdweg file. Enkele automobilisten vinden het nodig om tussen de struiken door te "ontsnappen", daarbij mij natuurlijk hinderend.
Als ik daarna onder de A20 door ga en die andere parallelweg op wil, zie ik grote hekken geplaatst en een bord "doorgaand verkeergestremd". Onder het mom van 'dat zullen we nog wel eens even zien' fiets ik vrolijk verder. En jawel, even verderop staat nog een bord met "doorgaand verkeer gestremd" maar deze keer met het onderschrift 'fietsers en bromfietsers uitgezonderd'. YES, de hele weg voor mij alleen! En ik ga verder. Eerder deze week had ik gemerkt dat ze een eind uit de berm strepen getrokken hadden. Daarbij had ik al gedacht dat dat in donkere dagen wel fijn is. Nu blijken ze dat stuk met 'fietsstrook rood' op te vullen. Waar de werkzaamheden beginnen staat een werkauto midden op de weg, daarnaast is de weg vakkundig afgesloten met pionnetjes. Erlangs gaat dus nog even niet. Dat merkt ook de chauffeur van een veel te dikke jaguar. Hij mag er ook niet langs. Als ik voor hem stil sta, te wachten tot zo even een pionnetje voor me aan de kant wordt geschoven, begint hij tegen mij te mekkeren "of ik van plan ben te blijven wachten". Vriendelijk antwoord ik dat ik dat inderdaad doe, want fietsers en bromfietsers kunnen doorgaan. Dan moet ik volgens hem een half uur wachten en hij blijft mopperig. Wat blijkt, hij wil dat ik mijn quest wat naar voren rijdt, anders kan hij zijn dikke bak niet keren. Zit hij duidelijk in een te grote auto als hij dat niet kan. Maar ik ben de kwaadste niet en schuif een stukkie op.
Even later krijg ik instructies hoe ik erlangs kan. Ik moet het eerste stuk wel nog in het midden blijven rijden, want daar is de strook nog niet hard. Ik was toch al van plan om op het midden te blijven, dus dat zit wel goed.
Voor de zoveelste keer zet ik aan om vaart te maken. Ondanks alle ongemakken zit een 1:10 nog steeds in het vat. Met de snelle ochtendrit een dag-tijd-record?. Maar het mag niet zo zijn. Op volle vaart langs de N456 (45+) kom ik halverwege langs de rotonde en zie ik voor me uit op het fietspad.... alweer een paard (waar laten ze al die beesten?). De ruiter gebaart van verre al heftig dat ik wat vaart moet minderen. Dat was ik wel van plan en ik sta maar weer eens stil. Ze krijgt haar paard er niet langs zolang ze erop blijft zitten, dus moet afstijgen en het paard aan de teugel langsvoeren. Ik kom wat rechterop, zet mijn zonnebril af en zeg ook wat tegen het paard. Wie weet helpt dat voor de volgende keer. Ik word nog voor mijn geduld bedankt en kan opnieuw opgang komen. Nu begin ik wel te voelen hoeveel extra optrekken er deze middag in heeft gezeten en het muntje is een klein beetje op. Nog wel snel thuis, totaaltijd onder de twee-en-een-half uur (voor de derde keer pas), maar net niet snel genoeg voor een echt record. Morgen nog een kansje, want vrijdag tot en met maandag zijn we weg, dan wordt het dus pas dinsdag weer.

Donderdag 26 mei

Het belooft een zeer warme dag te worden, maar bij het vertrek is het nog een beetje koel. Gestoofd word ik dus nog niet. Ik heb mijn hartslagmeter maar weer eens omgedaan en zie dat mijn zeer vlotte rijden toch ook wel een klein beetje aan een tikkie meer inspanning ligt. Zou anders ook te gek zijn, niet?
Vandaag weer eens de poldervariant, drie maal over het spoor en jawel, weer 1 keer raak. Even verder over de Zuidelijke dwarsweg (zo heet ie toch?) en op een gegeven moment komt er een busje achter me rijden. Ik 'nodig uit' tot inhalen door even stijf tegen de kant te rijden, maar hij wil niet echt. Hij houdt heel mooi afstand en kennelijk heeft hij niet zoveel haast als een heleboelanderen. Pas bij de rotonde staan we stil, moeten best wel even wachten voor we verder kunnen. Dan samen de brug over, maardan eindelijk scheiden onze wegen. Ik steek nog mijn hand op om te bedanken voor het voortreffelijke verkeersgedrag, maar weet nietof hij het ook ziet.
Ik fiets ondertussen stevig door. De schoenplaatjes heb ik iets verschoven, zover als bij deze schoenen kan. Het lijkt er een beetjeop dat ik er aan zal moeten wennen dat de plaatjes iets meer midden onder mijn voet zitten. Het is vooral een gek gevoel, het fietsengaat prima. Inklikken nog niet, ik zit nog flink te pielen voor mijn voeten vast zitten. Uitklikken gaat daarentegen heel soepel. Misschien zelfs wel te soepel. Een paar keer schieten mijn voeten spontaan los. Maar het gaat steeds beter.
Tegen de tijd dat ik de Rotte overgestoken ben, zie ik alweer een hoog gemiddelde op de teller staan. Vandaag moet het er dan maar eens van komen, die nieuwe snelste ochtendtijd. Vooral na het bos, door het stukje bebouwde kom, jakker ik flink door. En met succes, want voor het eerst kom ik 's morgens met minder dan 1 uur en 1 kwartier rijden aan.

De middagrit wordt wel heel anders dan anders. Aan het eind van de middag heb ik een bespreking, op de fabriek aan de Nassaukade in Rotterdam. Daar wil ik dus heen fietsen om dan daarvandaan door te fietsen.
Het is inderdaad bloedheet geworden en met bloot bovenlijf stap ik in mijn fiets. Ik wil rustig aan fietsen om niet bezweet aan tekomen, maar het weer is zo dat je zelfs van denken aan bewegen al zweet, dus moet ik maar wat rijwind maken voor de koeling.
De route is nu voor het eerste deel weer zoals ik de eerste weken in januari heb gefietst en waar ik blij van was eraf te zijn. Die blijheid werd alleen maar bevestigd, door het vele wachten bij tal van stoplichten. De route zelf is tamelijk voor de handliggend. Tot het Marconiplein zoals ik al eerder fietste en dan iets naar rechts afbuigen en dan naar de Erasmusbrug. Wel grappig om die over te fietsen. Aan de overkant meteen naar links en dat zo ongeveer volhouden tot je bijna het water inrijdt. Op het fabrieksterrein is een groot nieuw gebouw neergezet, "De Brug". Het staat op poten over een aantal oude (historische?) gebouwen heen.Het terrein is met een slagboom afgesloten. Ik druk op de bel voor de intercom, maar het duurt even voor ze zien dat er echt iemandbij staat. Ik mag mijn fiets even wegzetten om dan binnen te registreren als bezoeker. Ik verwacht dat de slagboom voor me opengaat, maar dat gebeurt niet. Denken ze dat ik er wel onderdoor ga fietsen? Misschien wel. Ik probeer het tenminste. Dat gaat prima en ik zet mijn fiets naast de portiersloge. Binnen blijkt dat de ene bewaker eigenlijk dacht dat ik hem in de fietsenstalling ging zetten, maar de ander merkt wijs op dat dat natuurlijk niet past. Hij staat prima waar hij staat en ik ga naar mijn bespreking.
Na afloop gewone kleren weer uit, nu wel een fietsshirt aan (de zon is weg al is het nog erg warm). De boom gaat nu wel voor me open en ik zoek mijn weg door Rotterdam, richting Capelle, de 's Gravenweg is het plan. Deze weg is me ooit aanbevolen als mogelijkeforensroute en vandaag is dan de gelegenheid om dat eens te proberen.
Eerst ga ik de brug over en haal daarbij een ligger met aanhanger in. Daarna draai ik een rondje op het eiland, onbedoeld, maar kom dan toch weer op het vasteland. Dan mag ik nog over de Maasboulevard scheuren. Mooi strak asfalt, behoorlijk breed ook nog. Gaat heel hard, al moet je soms even inhouden bij het inhalen, als er ook tegenliggers zijn. De route laat zich makkelijk vinden,langs de Erasmus universiteit en dan links af. Je kunt daar hard naar beneden, maar pas op, ook op het fietspad hebben ze hier akelige drempels liggen. Even later kan ik rechtsaf de 's Gravenweg opdraaien.
WAT EEN RAMP. Vreselijke weg. Niet gebruiken. Vermijden!!!!!
Niet alleen is het wegdek zelf van een matige kwaliteit, opgelapt asfalt en asfalt dat opgelapt zou moeten worden, maar de weg is tamelijk smal, waardoor auto's 'vast' raken achter andere fietsers en je zelf dus ook niet kunt doorfietsen. Om de haverklap danook nog eens een verkeerslicht en als dat nog niet genoeg is om genoeglijk doorfietsen onmogelijk te maken, ligt er een paar dozijn verkeersdrempels op je te wachten. En waren dat dan nog drempels die je met 40, vooruit, met 30 km/h netjes kunt nemen, dan was het leed nog te overzien. Maar nee, ze zijn ooit aangelegd, nooit onderhouden en hebben nu effectieve gleuven tussen weg en drempel,waardoor 20 km/h over die drempels nauwelijks mogelijk is.
Het vervelende is dat er als je er eenmaal op zit, niet 123 een redelijk alternatief voor handen is zonder risico om verkeerd te rijden voor iemand die er niet bekend is. Dus de hele beker van 6 kilometer mag leeggedronken worden. Dan kom je op een rotonde om de N210/N219 over te steken en daar zit je in Nieuwerkerk-dorp (of zo). Daar gaat de weg onder dezelfde naam door, liggen er ook nogwel drempels, maar is het breed genoeg en zijn de drempels van een ander, net aan acceptabel ontwerp.
Als ik mezelf dan ook Nieuwerkerk heb doorgeworsteld is het leed geleden. Ik fiets richting IJssel en bovenop de dijk kan het gasdan eindelijk open. Heerlijk! Windje erbij, beetje van achter en racen maar. Achteropkomende auto's naderen maar langzaam en hebbendus alle tijd om me te zien. Dat gaat dus goed. Maar zoals kennelijk overal in deze regio, is ook hier het 'doorgaande' stuk nietlanger dan ca 3 km. Dan kom je bij Moordrecht en mag je het hele dorp door zigzaggen voor je aan de andere kant weer op de dijk komt.Dan nog 1 keer scheuren tot bij Gouda en dan zijn we op bekend terrein. De laatste 15 km hard rijden heeft het gemiddelde nog netweer teruggebracht aan de goede kant van de 30. Maar wel weer met ruim tien minuten wachttijd over de route.

Vrijdag 27 mei 2005

Kijken of zien?
We vertrekken vandaag voor een lang familieweekend. Geen woon-werk rit derhalve, maar in plaats daarvan 's morgens even met Jesse meerijden naar zijn les. Dat had ik hem beloofd en zijn lerares wil de Quest ook graag eens zien. We komen aan voor zij er is en ik zet de Quest mooi op een autoplekje neer. Daarna gaan we samen in het zonnetje op de stoep zitten. Even later komt ze aanfietsen. Met een mooie boog buigt ze vlak voor de Quest af om haar fiets in het rek te parkeren. Dan komt ze op ons af: "Zonder mooie fiets?"
Ik zeg nog dat ze er bijna tegenaan reed en wijs voor alle duidelijkheid in de juiste richting. Tot haar stomme verbazing staat hij daar toch echt. Onbewust heeft ze hem perfect waargenomen, anders was ze er wel tegenaan gereden, maar die waarneming is duidelijkniet tot haar bewustzijn doorgedrongen. Kijken, zien en waarnemen zijn duidelijk drie verschillende dingen.
Na de fiets iets verder bekeken te hebben, gaan zij aan het werk en ik fiets nog even langs de molen om nog broodmeel te kopen. Als ik binnen sta zegt de molenaar dat mijn fiets belangstelling trekt, op een manier alsof hij zelf ook wel eens wat meer zou willen zien, waartoe ik hem dan ook maar uitnodig. Nadat ik mijn spullen heb afgerekend loop ik ook naar mijn fiets, waar de molenaar en een vriend van hem de quest bewonderen. De andere man vertelt dat hij me laatst al op de foto nam, eind van de middag op de parallelweg langs de A20. Dat kan dus niet missen. Hij was bijrijder en ze reden even iets langzamer zodat hij mooi de foto kon nemen. Maar hij vond wel dat het erg hard ging. Tja, als je maar trapt he!

Dinsdag 31 mei 2005

De laatste fietsdag van de maand alweer.
Een lang weekend niet forensen, dat zou goed moeten zijn voor de benen. Maar korte nachtjes en fietsen op bukfietsen met heel andere ritmes dan gewoonlijk is dat dus duidelijk niet. Maar de gemiddelde conditie is goed genoeg om met een dertien in een dozijn rit nog best vlot naar mijn werk te rijden.
Overdag op het werk is het een lang en druk programma, waardoor ik eigenlijk veel te laat weer op weg terug ben. Mijn telefoon was ik vergeten dus even bellen dat het later wordt zit er ook al niet in. Dan maar zo hard mogelijk, om de 'schade' te beperken. Dankzij het wat latere tijdstip (gunstiger verkeer) en het mooie weer (zonnig, nauwelijks wind) lukt dat buiten gewoon goed. In een razend tempo raffel ik mijn route af, tot in Gouda. Dan nog even een interessant moment, als ik de Nieuwe Veerstal opdraai. Daar is een parkeerplaats aan het water met een nauwe, onoverzichtelijke in- en uitrit. En vandaag is dat twee automobilisten noodlottiggeworden. Als ik aan kom scheuren zijn ze net bezig een auto van de weg af die parkeerplaats op te duwen. De auto ziet er gehavend uit en op straat liggen een hoop scherven. De conclusie is makkelijk getrokken.
De razende rit is goed voor de tweede thuisrit onder de 1 uur 8 en samen met de vlotte ochtendrit een nipte verbetering van het dagrecord. Een mooie afsluiting van de maand en dit hoofdstuk van het logboek.
Morgen een nieuw deel.
Kilometerstand 6640 km, waarvan weer ruim anderhalf duizend in een maand.

Juni 2005

Woensdag 1 juni 2005

Na mijn dubbele record van gisteren, 4 seconden van de beste retourtijd en een kleine minuut van de snelste dagtijd, wil ik wel rustig beginnen. Zo is het weer ook: iets koel, weinig wind en een lichte nevel. Verder lijkt het wel alsof mijn fiets steeds soepeler loopt, of is het schijn? In ieder geval zoef ik moeiteloos langs het lange, wuivende gras. Ronduit puur genot is dit!
Geen verrassing dus ook dat ik soepeltjes de lange Middelweg overscheur. Hoewel, halverwege zijn asfalteringswerken geweest in verband met de aansluiting van een brug. De gevormde bult was goed te nemen, maar nu hebben ze die weggefreest en blijft er een venijnige richel over. Gisteren voelde dat niet fijn en nu knijp ik maar even fors in de remmen. Niettemin ben ik vlot aan de overkant van de Rotte. Zo vlot, dat er weer ruimte is voor een experiment. Had ik recent het Lage Bergse bos aan mijn route toegevoegd, vandaag ga ik eens kijken of het Hoge Bergse bos ook wat is. Vanaf de Pekhuisbrug iets langer de Rotte volgen en dan het veld in. Dit ziet er wel leuk uit, hoewel niet bijzonder vlot. Een paar keer rechts en links, de nodige bochten hoewel niet overdreven scherp. Dan een splitsing. Wat nu? Links, of rechts?
Links ziet er het leukste uit, dus dat neem ik. Nu kom ik zowaar een heuvel tegen! Vanuit de verte zag ik deze kunstmatige heuvel al wel liggen, nu ga ik er overheen. Het stelt natuurlijk niets voor in vergelijking met de heuvels die ik uit Engeland ken, maar toch, het is een heuvel. Lekker bebost en met bijbehorende afdaling en haarspeldbochten. Hoewel leuk en zeker voor herhaling vatbaar, ik zie wel dat deze weg een beetje de verkeerde kant uit buigt. Achteraf blijkt het zo'n 800 m extra ten opzichte van de standaardroute.
Ik kom zo van de andere kant op het pad door het andere bos. Soepel vervolg ik mijn weg tot ik vlak voor het vliegveld onder het spoor doorga. Daarachter blijkt het doorsteekje, waar je de HSL in aanleg kruist, opeens afgesloten. gelukkig is de omleiding goed aangegeven en niet al te lang.
Aan de andere van het Beatrixpark zie ik van verre een motoragent staan. Hij blijkt bij een team te horen dat brommers controleert. Gezien het vele schrijven dat ik in het voorbijgaan zie, is er een behoorlijke oogst.

Op de terugweg is het weer uitnodigend voor opnieuw een vlotte rit. Bij het kruisen van de A4 is er echter een kleine verstoring: nadat ik braaf op groen licht heb gewacht, trek ik vlot op. Maar gelukkig heb ik mijn ogen open, want een busje scheurt vlak voor me langs, zijn rode licht negerend. Aso!
Als ik even later bij het begin van het vliegveld sta, komt er een brommertje naast me staan. Een wedstrijdje dringt zich op. Bij het optrekken doet de brommer een halfslachtige poging om in te halen, maar ik blijf hem voor. Als we boven de 45 zitten staakt hij die poging en volgt alleen maar. Over de verkeerdrempels naast het wielercircuit wil hij nog een poging wagen, maar wordt deze keer door een tegenliggende vrachtwagen dwars gezeten. Bij de rotonde kan ik net wel en hij net niet door en daarmee heb ik hem definitief afgeschud. Gna gna gna!
Een kwartiertje later net over de Rotte nog een brommertje. De bochten in de weg houden me eerst nog op, maar als het terrein open is scheur ik er voorbij. Met een prachtvaart richting Middelweg die ik zo opga.
Maar wat is dat? Zag ik daar in de gauwigheid een bord dat de weg is afgesloten?
Ik ben al een eind op de weg en zie Nu dat het menens is. Op het opgefreesde is een asfalteermachine bezig en die blokkeert de boel vakkundig. Er zit niets anders op dan stoppen, keren en een alternatieve route zoeken. Juist voor dit stuk heb ik die eigenlijk nog niet.
Na omgekeerd te zijn zoek ik op het gevoel mijn weg. Eerst terug de dijk op, dan een stukje naar links en weer de dijk af. Strandweg, zie ik op een bordje staan. De weg kronkelt langs een meertje aan de linkerkant. Zal ik het fietspad nemen? Beter van niet. Het heeft scherpe bochten en doorfietsen zal er niet bij zijn.
Even later kom ik de bebouwde kom van Oud Verlaat binnen. Een bordje geeft aan "Nieuwerkerk a/d IJssel" links af. Dat volg ik dan maar. Ik kom in een nieuwbouwwijk terecht, waar duidelijk nog stevig wordt doorgebouwd. Op goed geluk volg ik nog steeds mijn weg. Rotonde hier, afslag daar en dan zie ik in de verte het ringvaartbruggetje waar ik anders altijd over kom. Die kant wil ik op. Dat lukt en even later zit ik alsnog op de gewone route. Door het omrijden en zoeken is een echt goede tijd wel te vergeten, maar ik moet toch nog haast maken. Om zeven uur moet ik met Jesse op de boogschietclub zijn. Er zit niets anders op dan volle bak doorrijden.
Met zware benen kom ik nog net op tijd thuis om een bord eten naar binnen te schuiven en meteen weer weg te gaan. Leuk is anders.

Donderdag 2 juni 2005

's Morgens valt het niet mee om op te staan en ik blijf dan ook een kwartiertje langer liggen. Het weer is vanmorgen totaal anders geworden. Het heeft net geregend en de hele boel ligt er vochtig bij. Er staat ook een stuk meer wind dan de laatste tijd en daarbovenop een stel zware benen, deze keer wordt het echt rustig aan fietsen.
Op de Middelweg blijken de asfalteringswerkzaamheden netjes afgewerkt, er hoeft niet meer geremd te worden. Toch is aan het eind de vaart er uit en langzaam kom ik bovenop de dijk terecht. Een paar honderd meter voor me zie ik een rode schim over de weg schuiven. Dat is waar ook, als ik een kwartiertje later vertrek, kom ik hier ongeveer gelijk met Ge Boelders aan. Dat motiveert een heel stuk en ik zet stevig aan om even aansluiting te vinden. De vier, vijf automobilisten die ik op dit stukje tegen kom zullen wel verbaasd zijn: niet een, maar twee van die rare gevallen tegen komen op zo'n dijkje is wel heel bijzonder.
In volle vaart nader ik Ge en ik haal hem nog net op tijd bij om even goeiedag te kunnen zeggen. We rijden een paar honderd meter samen en zijn dan al bij het bruggetje en we splitsen alweer.
Vandaag maar even de gewone weg, alleen door het Lage Bergse bos. Wel apart sfeertje zo met natte bomen en struiken. En lekker beschut ook nog eens. Ja, dit stukje is een genot om te rijden.
Aan de andere kant moet ik even langs de weg en dan haaks oversteken. Op papier ziet dat er heel lastig uit. Krap om te draaien en eigenlijk te weinig ruimte om halverwege te wachten tot er ook aan de overkant een gaatje in het verkeer is. Maar in de praktijk blijkt het reuze mee te vallen: het tegemoetkomend verkeer, dat ik eerst kruis, is zelden een lange rij en daar valt vlot een gaatje in te prikken. En de meeste keren dat in de andere stroom niet al meteen een groot gat is, gaat de eerste de beste chauffeur inhouden en wenkt me om door te gaan. Kijk, dat zijn nu dingen die erg goed zijn voor je humeur. Ik bedank dan ook elke keer weer hartelijk.
Richting Schiedam kom ik nog even mijn wandelmeneer tegen en we groeten elkaar joviaal. Toch wel grappig, dat je zo, zonder elkaars naam of bezigheden te kennen, een band kunt opbouwen louter op grond van elkaar regelmatig tegenkomen.

In de loop van de dag wordt het toch weer mooi weer. Met een stevig ZW-windje kan het behoorlijk vlot gaan en ik sta dan ook in geen tijd voor het vliegveldstoplicht. Een man op zijn randonneur komt naast me staan en vertelt meteen maar dat hij me niet bij gaat houden. Bij 28 houdt het op, zegt hij. Ja, daar begint het voor mij net!
Als ik dat even later in de praktijk breng vind ik ook nog tijd om in de sloot tussen fietspad en startbaan te kijken. Het is karperweer: op tal van plaatsen zie je de vissen half boven water komen. Grappig gezicht wel. Ook mijn lepelaar staat er weer. Ik had hem al een paar dagen gemist en nu staat ie een eindje verderop weer het water te zeven.
Ondanks al het rondkijken, zit de vaart er goed in. Niettemin komt er een brommer met flinke vaart achterop. Als hij even hard rijdt als ik op dat moment, gaat ie al harder dan hij mag, hij zal nu dus tegen de 60 rijden. Ik maak wat ruimte en hij komt langs, mij met een handgebaar bedankend. Zelf rijd ik ook pittig door en sneller dan ooit kom ik over de Rotte. Zou ik dan weer twee keer in 1 week een record neerzetten?
Maar nee, 'omstandigheden' gooien roet in het eten. Het begint met de afslag naar de Middelweg. Normaal met flinke vaart de bocht om en dan hard aanzetten om tot zeker over de helft boven de 50 te rijden. Vandaag niet, er komt een tegenliggende auto die niet afslaat en ik mag dus wachten tot ik de bocht kan nemen. Vanuit stilstand krijg je nog best wat vaart, maar het is niet ideaal.
Verder gaat het, nog steeds hard, tot ik onder de A20 doorkom. Tussen de hekken door de parallelweg op, maar opnieuw pech: een rijtje auto's komt van rechts en ik mag weer wachten. Dat niet alleen, de voorste auto is een kleine vrachtwagen en die heeft moeite om op gang te komen. Dus ik kan ook geen vaart maken, mag twee keer zelfs inhouden als er voor een drempel geremd wordt. Had me dan voorgelaten!
Halverwege kunnen ze iets meer vaart maken, maar bij Moordrecht staan ze allemaal in het rijtje voor de afslag. Natuurlijk wordt de entree van het fietspad vakkundig geblokkeerd. Weer oponthoud, voor ik me er moeizaam tussendoor gewurmd heb. Om dan aan de overkant hetzelfde nog eens mee te maken: ik sta al op het middenstuk, als een jongedame in haar auto hulpeloos naar me kijkt van 'sorry dat ik hier in de weg sta!' Ze probeert wat voor en achteruit te schuiven, maar vlot gaat het niet.
Op dat moment is de 'schade' al bijna niet meer in te halen. Ik doe nog even flink mijn best, race dwars door Gouda tot vlak voor huis. Daar moet ik de weg oversteken. Kan ik hier vaart houden? Dan lukt het misschien nog net. Maar nee, ook hier stilstaan voor kruisend verkeer. Nog 1 keer vol optrekken, dijk over gaan hup de bocht om. Stop de tijd..... 6 seconden te langzaam. Niet slecht gezien de hindernissen!

Vrijdag 3 juni 2005

Het gaat 's morgens weer een stuk beter dan gisteren, het weer is ook weer vriendelijk. Ik neem weer eens de variant richting Zevenhuizen en hoef maar 1 keer even voor het spoor te wachten. Wat meer scheelt, is dat alle kruisingen en de rotonde zonder enig oponthoud gepasseerd worden. Vlotjes glijdt de weg onder de wielen door en je zou haast denken dat er niets noemenswaardigs voor zou vallen. Nou is dat ook bijna zo. Ik neem wel even het andere pad door het Hoge Bergse Bos, maar daar ben je gauw over uitgepraat: het is vlakker en korter, maar heeft minder charme en meer bochten. Leuk voor zo nu en dan eens, maar meer ook niet. Toch goed dat ik het eens heb geprobeerd.
Hobbel
Is dat dan alles? Nee. Bij het Doenviaduct zijn wat mannen die daar kennelijk wat te werken hebben. Ze hebben heel 'slim' hun busje pontificaal op het fietspad gezet, met de neus naar mij toe. Er is wel 30 cm asfalt over aan de linker zijde. Met 1 wiel op het asfalt, eentje in het gras en de derde zoekt het maar uit, hobbel ik langs het busje. En net als de Quest zijn neus er voorbij steekt, wil een van de mannen kennelijk ook net die kant op. Hij zet zijn voet vooruit, zijn lijf volgt en dan pas ziet hij de quest. Met een "Oh" trekt hij zijn buik nog in, maar zijn voet staat nog precies waar mijn wiel gaat. Ik voel een lichte hobbel en denk bij mezelf: "misschien helpt dit je om de volgende keer na te denken waar je je busje zet!

's Middags ga ik tamelijk vroeg weg. Al een paar keer was het laat deze week, dus het is wel welletjes. De lucht is ernstig betrokken en bij het weerbericht hebben ze het al over heftige buien met zware windstoten. De eerste helft van mijn rit gaat nog tamelijk goed, maar vlak voor de Rotte begint het toch te regenen. Ik zie een heel dikke bui aankomen en stop dus maar even om de kap eroverheen te doen. Dat is geen moment te vroeg, want dikke, harde druppels komen met bakken naar beneden zetten. Mijn pet kan ik 123 niet vinden, dus mijn zonnebril moet de volle mep opvangen. Zonder gaat niet, want dan kun je je ogen niet open houden. Met gaat net, maar het zicht is matig.
Zo zwem ik de laatste 20 km naar huis, waar de Quest in het weekend mag uitdruipen, terwijl wij naar Cycle Vision gaan.

Maandag 6 juni 2005

Over de rit van vandaag valt niets te zeggen, maar 's avonds heb ik eindelijk mijn stoeltje vervangen. De laatste laklaag, met wat zand, bracht ik een paar dagen geleden al aan. Nu het oude zitje eruit en de Rainbow mat op het zitje. Door het zand in de laatste laklaag wil het al niet schuiven, maar ik zet het toch nog vast met zes kleine tiewraps. Morgen maar proberen.
Zaterdag zijn we naar Cycle Vision geweest, in Zandvoort. Doordat we veel te laat van huis vertrokken, heb ik lang niet alles gezien en gedaan wat ik in gedachten had. Eigenlijk baal ik daar behoorlijk van, dat doen we volgend jaar anders. De wedstrijden bekijk ik ook met enige weemoed. Pas bij het zien realiseer ik me hoeveel ik wedstrijden mis. In Engeland had ik elke drie, vier weken een wedstrijdje. De ene keereen fiets tijdrit, de andere keer een loop tijdrit. Tien tot twintig deelnemers maar, maar wel echte wedstrijden! Dat is dus al meer dan een half jaar geleden. Ik heb me nu dus voorgenomen om tenminste aan een wedstrijd van CV2006 mee te doen. Diede heeft meteen ook wel zin om aan de kinderrace mee te doen en misschien krijgen we Jesse nog zover dat hij op mijn hurricane aan de 1-uur race meedoet.

Dinsdag 7 juni 2005

Het is erg koel weer en dan is de extra ventilatie zelfs aan de koude kant! Maar verder voelt het wel goed. Na een kleine zeven duizend km was ik wel al behoorlijk aan het andere zitje gewend, dus nu moet ik opnieuw wennen. Het ligt wel goed, maar heeft iets wiebeligs.
Het fietsen zelf gaat heel behoorlijk, zonder noemenswaardige voorvallen, tot ik het bos uit kom. Ik draai het fietspad op, om na 450 meter rechtsaf de Wildersekade op te gaan. Het verkeer geeft, zoals gebruikelijk geen enkel probleem. Maar zodra ik aan de overkant ben mag ik alsnog vol in de remmen: ze hebben hier stiekem opeens een hek neergezet! Nu mag ik dus uitstappen om met de hand mijn quest hier doorheen te manouvreren. Bah! Zo wordt een leuk stukje route afgeknepen. Gelukkig zie ik een eindje verderop een ooievaar staan, daar klaart mijn humeur weer een stuk van op. Mijn collega's vertellen me dat er bij Blijdorp ooievaars zitten, dus zo heel gek is het ook niet.

's Middags zie ik er naast het vliegveld zelfs drie vliegen en bovendien staat mijn lepelaar ook weer op zijn plek. Wat kan fietsen toch prachtig zijn.
Mijn toerenteller gebruik ik nog steeds een hoop en langzaamaan gaat ook mijn gemiddelde toerental verder omhoog. Voor mijn knieen en voor mijn snelheid geen slechte zaak. Wat wel tegenzit is de aantrekkende noordelijke wind. Die koelt behoorlijk af en remt (iets) af bovendien.

Woensdag 8 juni 2005

Ik moet vandaag maar wat extra rustig aan doen. Om mezelf daarmee te helpen, doe ik mijn hartslagmeter maar weer om. Nu is de batterij metertjes wel bijna compleet: hartslag, snelheid, afstand, tijd, toerental. Alleen temperatuur, luchtdruk, helling en luchtvochtigheid moet ik nog wat voor verzinnen.
Deze morgen neem ik weer de driesporen variant (naar de drie spoorovergangen vlak achter elkaar, alternatief voor langs de N456 en de A20). Ik kan zowaar overal doorfietsen. Dat rijdt wel lekker.
Bij de route door het Bergse Bos lopen er twee fietspaden ongeveer naast elkaar. De rechter, die ik tot nu toe altijd nam, is een verplicht fietspad. De ander een vrijwillig. Vandaag neem ik die andere eens. Het is niet alleen een aardige variatie, het pad ligt ook net iets beslotener, wat het bosgevoel versterkt. Het lijkt een klein beetje dat de bochten iets scherper zijn (aan het eind zeker) maar dat kan ook aan de nieuwigheid liggen. Hoe dan ook, ik geniet er van.
Even later rijdt ik de afslag met de hekken voorbij, maar ik zie dat ze een van de twee alweer weggeklapt hebben. Had ik er dus wel zo door gekund!
Het alternatief is trouwens niet eens zo slecht, 400 meter extra en een rotonde. Volgende keren dus gewoon even naar het hek kijken voor ik de draai maak en gewoon op het laatste moment kiezen.
Klagen helpt.
Een kwartier later rijd ik langs de Schiekade, onder de Matlingeweg door. Een paar weken geleden had ik dit fietspad als slecht gemeld bij de fietsersbond en bij de gemeente. Nu staat er een vrachtwagen spullen te lossen en een paar stratenmakers zijn bezig de tegels goed te leggen. Geweldig! Met een brede grijns steek ik mijn duim op. Prima werk, mannen! Zo zie je maar dat alleen mopperen niet, maar fatsoenlijk melden wel helpt.

Als ik 's middags er weer langs kom, zie ik dat een van de grote kuilen al vlak gemaakt is (hopen dat het vlak blijft) en dat de tegels onder het viaduct goed liggen. Ze pakken trouwens de rest ook meteen aan: begroeing die over de bestrating was gegroeid is (deels) weggehaald. Naar hoe het er nu bijligt zijn ze er morgen wel mee klaar.

Donderdag en vrijdag 9 en 10 juni 2005

Weer twee dagen die dicht bij dertien in een dozijn horen, maar her en der wel wat grappige of opmerkelijke momenten hebben opgeleverd.
Het hekje aan de andere kant van het Bergse Bos blijkt steeds open te staan, dus die route is in ere hersteld.
Wat ook opvalt is dat in het volgende stukje Rotterdam, Schiebroek, ik wel heel erg zichtbaar blijk. Het zijn allemaal klinkerstraatjes daar en die fietsen het lekkerst als je met een flinke vaart er overheen gaat. Ik houd de gang er dan ook graag in, daar. Maar er zijn ook tal van zijstraatjes waar verkeer uit kan komen. Maar de Kastanjelaan, waar ik over rijd, heeft daar steeds voorrang. Om er nu voor te zorgen dat ik niet om de haverklap in de ankers hoef, rijd ik zoveel mogelijk links (het is eenrichtingsverkeer). Hierdoor ben ik vanuit de zijstraat sneller zichtbaar, maar ook is er extra ruimte voor dat andere verkeer om te stoppen als ze aankomen en is er ook voor mij nog eens extra ruimte om uit te wijken mocht het allemaal toch niet volgens plan gaan. En raad eens? Het werkt! Ik word elke keer goed gezien, auto's stoppen ruim op tijd (soms wat bruusk, maar goed) en ik kan vlot doorrijden!
De echte 'hinder' op dat stukje is als er een tram komt (die rijdt daar ook een stukje) en er een auto achter zit die er niet langs kan als de tram op een halte stilstaat. Als er niet zo'n auto staat, kan ik mooi langs de tram, wat weer verbaasde blikken van de in- en uitstappende passagiers oplevert.
Op de Schiekade zijn de stratenmakers nog een stuk verder opgeschoten, alle grote kuilen zijn weg, maar ze zijn kennelijk nog wat meer van plan, want het ligt er nog niet opgeruimd bij. Het is in ieder geval een heel stuk opgeknapt zo.
Het nieuwe zitje bevalt steeds beter. Het geeft inderdaad koeling vergeleken met het andere zitje. Maar -en voor mij is dat geen verrassing- die koeling is bij lange na niet voldoende om zweten op de rug te voorkomen. Maar ja, dat lukte zelfs op de racefiets niet of nauwelijks.
Vrijdagmiddag terug zie ik om de hoek van de Middelweg een groepje fietstoeristen stilstaan, waarbij er op een kaart getuurd wordt. Ik stuur de Quest naar de kant en vraag of er routeproblemen zijn. Het blijken Duitse toeristen te zijn die naar Gouda willen. Komt goed uit, die weg ken ik wel.... Zal ik ze aanbieden om me maar te volgen? Nee he!
Ik leg ze vriendelijk uit hoe ze verder kunnen en hoe ver het dan nog is. Op hun kaart zie ik hoe ze zaterdag willen fietsen: Haastrecht, Oudewater en verder. Maar hun route loopt langs de redelijk drukke N228 en ik adviseer ze dus maar om tot Oudewater op de andere oever te gaan fietsen. Ze bedanken me nog en vertellen nog gauw wat voor bijzonder voertuig ik eigenlijk heb. Met een laatste groet nemen we afscheid en zet ik de gang er weer in voor het laatste stukje.
Met de Quest zit ik nu ruim over de zeven duizend kilometer. In de lijst van de Quest/Mango rijders ben ik daarmee opgeklommen naar de bovenste helft, de top 100. Een flinke stijging weer op de lijst. Elke keer als ik mijn kilometerstand doorgaf ging ik zo'n 15 plaatsen omhoog en zakte dan weer een plaats of 5 - 8 tot ik weer een volgende stand inleverde. Die verschuivingen worden nu natuurlijk steeds kleiner, want alle 'weinig-rijders' (dat dat uberhaubt kan met een Quest is me een raadsel, maar goed) ben ik ondertussen wel voorbij in deze lijst. Nu sta ik tussen andere (behoorlijk) veel rijders. Dat wordt dus steeds langzamer omhoog, tot plaats.....? Wie weet waar, maar bovenaan kom ik zeker niet.

Zaterdag 11 juni 2005

Diede is ook (weer) gegrepen door het ligvirus en zeurt me (terecht) de kop gek dat ik de Wielewaal weer rijklaar moet maken. Die was vanwege de verhuizing deels gedemonteerd en moet nu dus weer even goed in elkaar gezet worden. Diede is er zeer content mee en maakt ijverig rondjes om aan haar stabiliteit te werken. Als die straks de slag weer goed te pakken heeft, gaat ze voor een top tien positie!
Hidde ziet het ook wel zitten en dus wordt de trapasbuis wat ingeschoven en met mijn hand aan het puntje van de zitting maakt hij ook een paar rondjes. Dat wordt straks uitgebreid rondjes met hem rennen tot hij ook zelf de slag te pakken heeft. Kunnen ze om de beurt erop fietsen.
Vandaag komt mijn vader ook eens kijken waar we ons nu gevestigd hebben. Een gezellig bezoek met onder andere een (gewoon) fietstochtje door Gouda binnenstad, waarbij we meteen voor Diede een nieuwe fiets kopen. Die hadden we al eerder uitgezocht, dus dat kon lekker snel.
Voor hij er was, is Jesse weer aan het oefenen geslagen op de hurricane. Hij heeft er veel lol in en ik vrees dat ik binnenkort moet vechten om zelf nog op de hurry te kunnen fietsen!
Voor het eten nog even de Quest demonstreren. Voor geen goud wil mijn vader zelfs maar plaatsnemen in "die raket" maar kijken als ik even over de dijk heen en weer scheur wil hij wel. En natuurlijk foto's maken.
Als ik ter demonstratie even met 50+ langskwam, vraagt hij even later of ik eigenlijk geen stofbril op moet hebben. Ik ben het van harte met hem eens: een goede bril is een veiligheidsvereiste van de eerste orde. Met ligfietsen zeker (maar volgens mij ook bij racefietsen) effectief een belangrijker veiligheidsmiddel dan een helm.

Zondag 12 juni 2005

Ik had de laatste tijd steeds meer de indruk dat de quest iets wiebelig in zijn stuurgedrag is. Het stuur moest ik steeds nadrukkelijker met twee handen controleren, met een hand bovenop de quest of naar beneden hangen was het niet meer lekker strak sturen. Tijd dus om de kruiskoppeling van de besturing eens aan te trekken. Omdat ik niet nieuwsgierig ben, maar wel alles wil weten, heb ik eerst de hele kruiskoppeling losgemaakt. De eigenlijke koppeling is een stuk kunststof met twee gaatjes erin. Eentje gaat vast aan de bodem kant, het andere gaatje wordt aan je stuurstang gemaakt. Het boutje zelf zorgt voor het wel of niet strak zitten, het moertje op het eind is eigenlijk alleen maar om te borgen.
Nadat ik de boel dus weer in elkaar heb gezet en wat strakker staat (niet helemaal strak, zo schrijft de gebruiksaanwijzing voor) moet het weer beter zijn. Straks proberen. Maar eerst gaan we een uurtje zwemmen in het buitenbad van Haastrecht. Daar merk ik wel dat ik driekwart jaar niet gezwommen heb. Na 40 baantjes (1 km) zijn mijn armen lam, terwijl ik normaal moeiteloos 100 a 130 baantjes trok. Nou ja, ik heb voorlopig geen triatlon op het programma staan.
Rang!
's Avonds gaan we chinees eten. Clara had het per telefoon besteld en ik zal het even ophalen. Ik stuur de Quest naar buiten en trek vlot de garagedeur achter me dicht. Iets te vlot. Ik hoor een knal en kijk verschrikt achterom. Een gat in mijn Quest? Ja en nee. Niet gewoon op de bovenkant, maar de garagedeur heeft het achterlicht vol geraakt en dat is er, met glasvezelwand en al afgeknald.
Barst! Het volgende gat in mijn Quest en op een lastig te repareren plek. Omdat het eten opgehaald moet worden, zet ik de boel met constructietape even voorlopig vast en vertrek. Aan de ene kant balend van dat achterlicht, moet ik aan de andere kant zeer tevreden constateren dat het aantrekken van de kruiskoppeling zeer positief heeft gewerkt. De quest is weer superstrak te houden met de lichte druk van 1 hand. De andere kan dus naar beneden bungelen of op het randje of waar dan ook. Met de andere hand is volledige controle een fluitje van een cent.
Als de kinderen naar bed zijn ga ik kijken hoe ik het achterlicht kan repareren. Echt mooi repareren zou waarschijnlijk zijn de boel rondom schuren en met polyester en glasmatjes weer in elkaar lijmen. Maar ten eerste heb ik daar geen ervaring mee, ten tweede heb ik dat materiaal ook niet. Ik maak twee componenten epoxylijm klaar, maar omdat glasvezellaagjes uit elkaar zijn gerukt, is het niet goed in elkaar te passen. Aan de onderkant lijkt het wel goed vast te zitten, maar opzij en boven niet helemaal. Met grote stukken constructietape werk ik de randen af om ze goed strak en waterdicht af te werken. Dat ziet er natuurlijk niet uit en daarom pak ik vervolgens een stanleymes en snijd de tape mooi ovaal rondom het achterlicht af. Volgens mij valt het nu alleen nog maar op als je er van dichtbij naar kijkt en weet dat het zo is. Kijk zelf.

Maandag 13 juni 2005

Als ik 's morgens mijn bordje pap aan het nuttigen bent gaat de regen buiten over in een wolkbreuk. Het water spoelt over de weg en ik bedenk dat ik maar rustig van mijn eten moet genieten, dan is het ergste vast wel weer voorbij tegen de tijd dat ik wegga. Een paar donderklappen komen er nog overheen om te benadrukken dat het niet alleen gemiezer is.
Maar even na zevenen, twintig minuten later dan gewoonlijk, ga ik toch maar op weg. Na voorzichtig de garagedeur achter me dicht gedaan te hebben kruip ik in de Quest en trek de kap over me heen. Even voelen waar mijn trappers zitten, click click en ik kan vertrekken. Meteen om de bocht, nog voor ik de dijk op ben, bedenk ik dat ik mijn zonnebril vergeten ben. Wel mijn pet op, maar mijn bril. Had ik die niet boven op mijn hoofd gezet? Ik voel eerst even voor ik de Quest draai om weer terug te gaan. Nee, hij zit niet bovenop mijn hoofd. Met weinig vaart ga ik de dijk op, klaar om te draaien en pas op dat moment realiseer ik me dat hij gewoon.... op mijn neus zit. Had ik de glazen kennelijk goed schoon gemaakt!
Met de regen op mijn pet en diep weggedoken in mijn fiets, ga ik op pad. Ik doe rustig aan, want anders maak je er een sauna van. Bovendien mag ik wat sparen deze week, voor de twee maal 80 km naar en van Wageningen op donderdag.
Her en der staan grote plassen op de weg, maar de ergste regen lijkt voorbij te zijn. Er is zelfs weer tekening in het wolkendek en dat is geen slecht teken!
Bij het naderen van het vliegveld zie ik een lage ligger voor me uit. Ik haal mijn oordoppen van mijn oren (was naar de radio aan het luisteren) om zo even een gesprekje te kunnen voeren. Maar voor ik hem ingehaald heb, is hij overgestoken en verdwenen. Dan niet.
Ik fiets door en kom over de gerepareerde Schiekade. Het ligt er behoorlijk bij, maar er zijn nog wat 'laatste restjes'. Zouden die nu nog gedaan worden, of was de ingeschatte tijd voorbij? Hoe dan ook, het is een forse verbetering.
Precies op die plek kom ik mijn wandelmeneer weer tegen. Eigenlijk laat en kennelijk heeft hij zich verslapen. Voor de verandering zit hij namelijk zelf ook op de fiets! Dat maakt verder niet uit, groeten kan nog steeds.
Even verder in Schiedam bij de Sportlaan kom ik nog een ligger tegen. Lage, rode ligger, eentje die ik wel vaker zie. Hand omhoog en doorfietsen.
Tussen station Vlaardingen Oost en Vlaardingen Centrum meent een busjesrijder nog even dat het nodig is om me vlak voor een bocht in te halen. Grrr! Dat betekent extra remmen voor mij en ik vind dat helemaal niet aardig. Even verderop staat ie stil voor de spoorbomen, dus grinnikend fiets ik hem voorbij om helemaal vooraan bij de bomen plaats te nemen. Net goed!

Het weer maakt in de loop van de dag een prachtige omslag door. Van koud en errug nat naar een stuk warmer en vooral heerlijk helder, blauw en zonnig. Windje in de rug, prima weertje om weer terug te rijden.
In het Beatrixpark kom ik de rode onderstuurligger weer tegen. Voorbij het Beatrixpark steek ik tegenwoordig de 's Gravelandseweg over vanuit de Fokkerstraat, 30 meter voor het verkeerslicht. Het wisselt heel erg hoe het hier met het verkeer is, maar vandaag is het haantjesdag. Mannetjes in hun auto die straks toch bij het licht stil moeten staan, drukken hun auto toch zover mogelijk door, om maar geen meter te missen. Het duurt dus even voor alles zo volgebouwd staat dat er geen beweging meer in zit en ik de quest er tussendoor kan wringen. Op andere dagen gaat dit veel beter, dan zien mensen dat ze toch niet doorkunnen en houden ze even in.
Vlot rijd ik verder, naar en voorbij het vliegveld. En tot mijn verbazing zie ik een stuk voor mij uit op dezelfde plek weer de lage ligger van vanmorgen! Ik zet opnieuw even aan en nader snel, maar niet snel genoeg. Bij de rotonde gaat hij (zij?) rechtsaf. Ik ga rechtdoor. Bij het kruisen van de weg houdt een automobilist keurig in. Een brommerrijdster vanaf de overkant vertrouwt het nog niet en blijft staan, maar ik grijp de kans en steek vlot over.
Met dit weer is het heerlijk fietsen en vlot gaat het richting Pekhuisbrug. Rotte oversteken en weer terug. Het blijkt een echte ligdag, want op de Rotte-oever komt een roetser (roeifietser) me tegemoet. De brede glimlach maakt vergissen onmogelijk, het is Danielle v.d. Waard. We groeten elkaar, maar ik vraag me wel af of ze mij ook heeft herkend. Nou, niet direct, zo lijkt uit een berichtje op de mailinglijst. Nadat ik er zelf nog een berichtje achteraan gooide, blijk ik me vergist te hebben, ze heeft me wel degelijk herkend.
Toch heerlijk zo'n tochtje!

Woensdag 15 juni 2005

Over gisteren valt niets te vertellen, slaan we dus maar over.
Vandaag doe ik extra mijn best om rustig aan te fietsen, immers morgen staat een retourtje Wagingen op het programma. Enkele reis wat anders een retourtje is. Er is nog een reden om het rustig aan te doen, want Diede en Clara waren gisteravond naar een concert van Nigel Kennedy, in Utrecht. Ik ben opgebleven tot ze thuis waren (1:15) en Clara voorlopig uitverteld was (2:00). Een bijzonder kort nachtje dus. Ik vertrek dan ook iets later dan anders.
Het begint overigens gezellig. Net Gouda uit, kom ik een mevrouw op een Challenge Focus tegen. Ze forenst ook, 3 a 4 keer per week, richting Capelle. We maken een babbeltje en zeggen dan gedag, want anders kom ik nooit aan!
Ik rijd weer de drie-sporenroute en het blijft een leuk alternatief. Vooral leuk, niet bijzonder snel of zo. En dat komt goed uit op een dag dat je rustig aan wilt doen. Daar komt even later toch nog verandering in, als ik tegen het eind van de Middelweg een ligger over de dijk zie schuiven. Een klein minuutje voorsprong heeft hij, maar ik kan de verleiding niet weerstaan om te kijken of ik hem in kan halen. Vol gas het laatste stukje Middelweg, hup omhoog en over het prachtige wegdek van de dijk die ligger achterna. Ik nader vlot, maar hij rijdt ook flink door, dus het is maar de vraag of het lukt. Ik zet nog even extra aan, maar tevergeefs. Bij de Pekhuisbrug is hij nog 20 meter voor me. Zonder me gezien te hebben rijdt hij daar rechtdoor, terwijl ik het bruggetje overga.
Dat bruggetje hebben ze trouwens geschilderd. En om er goed bij te komen hebben ze de betonblokken nog wat verder uit elkaar gelegd. Op die manier kom je steeds vlotter die brug over.

Donderdag 16 juni 2005

Vandaag is het dan eindelijk zo ver: retourtje Wageningen. Vanwege mijn werk ben ik regelmatig in Wageningen te vinden, we hebben een samenwerkingsproject lopen waarbij we regelmatig bij elkaar over de vloer komen. De vorige keren ben ik per trein of auto gegaan, vandaag dus per Quest.
Om een soepele rit te hebben, heb ik me tot in de puntjes voorbereid. Helaas was het dus weer na enen dat ik sliep (ruim zelfs).
Voor het stuk tot en met Nieuwegein heb ik routeinformatie van Bastiaan Welmers gekregen. Voor het stuk Nieuwegein naar Wageningen heeft Marcel van Eijk me tips gegeven. Ik heb van alles en nog wat bij me: kaarten op papier en elektronisch (plaatjes in mijn PDA, geen GPS) en in mijn hoofd.
Ik vertrek gereserveerd en met mijn hartslagmeter om. Alles om te voorkomen dat ik stuk ben voor ik terug ben. Haastrecht, Vlist, Polsbroek, de eerste 15 kilometer zijn nog bekend terrein. Door naar Benschop, dat ik ook ken, al heb ik er nog nooit gefietst. Tot nu toe gaat het erg makkelijk, mede dankzij een heerlijk rugwindje en plezierig weer.
Met een gemiddelde van bijna 33 kom ik IJsselstein binnen. De richtingwijzers, kaart en tips grijpen hier een beetje mis en het wordt wat zoeken om in de goede richting te komen. Ik sta een paar keer bij verkeerslichten stil en aarzel op plaatsen hoe verder te gaan. Op gevoel dan maar ongeveer de goede kant op.
Op een gegeven moment ben ik van IJsselstein in Nieuwegein aangekomen en op zoek naar de Beatrixsluis. Vandaar moet het zeer eenvoudig te vinden zijn. Ik haal een wielrenner in en vraag hem hoe ik die kant op moet. Tull en 'T Waal lijkt de goede richting. Hij rijdt een stukje met me op, al weet hij het ook niet zo zeker. Dat Tull en 'T Waal ken ik van op de kaart turen, dus als er een pijl naar links staat, zeg ik gedag en ga die kant op. Nog een keer of twee een onduidelijke kruising en dan krijg ik de sluis in het oog. Gelukkig, niet al te veel aan het dwalen geweest.
Eenmaal over de sluis even opletten hoe je echt op de dijk blijft en niet stiekem op andere 'doorgaande wegen' terecht komt. Het eerste stuk heeft klinkers en een paar haakse bochten, dan onder de A27 door en dan kan het feest beginnen. Marcel had het al gezegd: een echte Quest route. En gelijk heeft hij! Bochten zitten er genoeg in, maar geen hinderlijke kruisingen en al helemaal geen verkeerslichten en dat vele kilometers achter elkaar. En dan die lekkere rugwind er nog bij, het is een groot feest met snelheid diep in de veertig. Alleen mijn zorg over de terugweg (wind tegen en al veel kilometers gemaakt) houden me nog in toom.
Het genieten gaat door op volle snelheid tot ik Wijk bij Duurstede nader. Op de kaart (in mijn hoofd) staat me bij dat ik vlak voor WbD even van de echte dijk afmoet, dat die een extra lus maakt. Maar als de afslag daar is, ga ik automatisch rechtsaf, om op de dijk te blijven. Meteen denk ik HO! Even checken. Ik stop, pak de kaart en jawel, hier moest ik dus even de dijk af. Even keren, 200 meter terugfietsen en dan de weg weer op. Even wat bochtjes om op de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal te komen. Hier moest ik van Marcel weer de dijk op. Op de kaart was dat niet voor de hand liggend, maar in het veld blijkt het reuze mee te vallen. Ik volg mijn gevoel en dat gaat goed. Na weer een bocht even langs de oude vestingmuren en dan ben ik Wijk bij Duurstede alweer voorbij, op weg naar Amerongen.
Het volgende stuk route is alweer zo heerlijk rijden over de rivierdijk en veel te snel kom ik al bij Amerongen aan.
Opnieuw blijkt goede bewegwijzering voor fietsers een onmogelijkheid te zijn, dus weer intuitie volgen om verder te komen. Amerongen is een prachtig klein stadje, met kronkelige klinkerstraatjes waar je niet hard door kunt of wilt rijden. Hier ergens moet ik op de N225 terecht kunnen komen, die ik dan tot in Wageningen zou moeten kunnen volgen. Marcel had wel geadviseerd om de 'Autoweg' te nemen, zodat je Rhenen bebouwde kom en de Grebbeberg ontwijkt, maar een heldere doorgaande weg lijkt me op dit moment meer de moeite waard. Als ik dan ook de N225 gevonden heb, stuur ik doelbewust naar rechts.
Het is niet het allermooiste stukje van mijn route, maar ik kan vlot doorgaan. Eindelijk voel ik hier en daar wat heuvelachtigs. Is dit niet een stukje Utrechtse Heuvelrug?
Topsnelheid
Tegen de tijd dat ik Rhenen binnenkom, vraag ik me nog even af aan welke kant die Grebbeberg eigenlijk ligt, want ik ben al omhoog (vals plat) en de Grebbeberg is maar 45 meter of zo, dus veel hoogte blijft er niet over. Toch komt er, als ik het stadje uit ben, toch nog wat klimmen aan voor mij. Rustig terugschakelend kan ik verder omhoog gaan. Afhankelijk van het verkeer rijd ik op de weg zelf of op de (matige kwaliteit) fietsstrook. Maar als ik eenmaal boven ben, bij de ingang van de dierentuin, kies ik definitief voor de rijweg. Daar ligt goed asfalt en zometeen ga ik minstens zo snel als de auto's. Precies even snel, zo blijkt. Want ik concentreer me op veiligheid, dus afstandhouden en de fiets onder controle houden (makkie) en ondertussen rustig de benen ronddraaien. De afdaling gaat vlot. Erg vlot en het blijkt dat ik zomaar 69 op de teller heb staan. Meer zat er vandaag niet in, want de auto's voor me rijden niet harder. Onderaan de berg kies ik voor het fietspad, maar dat had ik beter niet kunnen doen, want even later is er een kruising en de auto's die voor me reden slaan daar beide af, zonder er erg in te hebben dat er over het fietspad iemand aan komt. Gelukkig was dit te voorzien, helaas moet ik dus wel fiks remmen. Afijn, dat weten we dan voor de volgende keer.
Ik volg de N225 nog even verder en dan kom ik, met meer dan 33 km/h als gemiddelde, Wageningen binnen rijden. Ik dacht dat ik het daar wel ongeveer wist te vinden, maar op een gegeven moment denk ik toch verkeerd gereden te zijn. Ik keer dus om en ga weer op gevoel naar de juiste weg op pad. Een paar minuten zoeken later ben ik bij Hotel De Wereld, maar mijn bestemming heb ik nog niet. Ik spreek een voorbijganger aan om te vragen naar de Generaal Foulkesweg. Want daaraan ligt mijn bestemming. De man weet slechts 1 weg te vinden in Wageningen en dat blijkt net deze weg te zijn. Bovendien begint ie meteen aan de andere kant van waar we staan, dus nu ben ik zo op bestemming, waar ik mijn fiets in een soort kelder kan parkeren. In de kleedruimte van de bedrijfsbrandweer kan er vervolgens even gedouched worden.
De teller geeft aan: 83.50 km / max 69.0 / tijd: 2:33. Niet slecht!

Na een boeiende dag in Wageningen is het weer tijd om op huis aan te gaan. De watervoorraad wordt weer op peil gebracht, de fiets gaat de kelder uit en de rit kan beginnen. Overdag hebben we nog even goed op de kaart gekeken, hoe ik nu het makkelijkste weer weg kan. Dat blijkt via de 'andere' kant van het terrein te zijn. Daar loopt de doorgaande weg langs.
Zogezegd, zogedaan. Maar op die weg aangekomen, blijkt even later het fietspad uit te buigen, terwijl er op de hoofdweg zo'n raar rond bord met rode rand en een fietser erop staat. Het wordt dus even klooien voor ik weer doorga. Op een gegeven moment kom ik op een busstation terecht en argeloos fiets ik vandaar de hoofdweg weer op. Ze hadden kennenlijk geen ronde borden meer over om er daar ook eentje neer te zetten.
Officieel heb ik tegenwind, maar desondanks zit de vaart er al behoorlijk in. Het fietspad langs de N225 loopt lekker door, de enige hindernis wordt gevormd door mensen die kersen willen kopen en denken dat hun auto wel even op het fietspad geparkeerd kan worden. Ik kom zelf ook in de verleiding om bij de een of andere kraam een paar kilo kersen in te slaan, maar er staat nog twee uur fietsen op het programma en ik heb mijn twijfels over hoe de kersen er dan uit zullen zien. Maar niet dus.
De Grebbeberg nader ik nu van de andere kant. En als je die zo makkelijk zo hard naar beneden kunt, gaat ie vast niet zo makkelijk omhoog. Ik schakel terug naar de allerkleinste versnelling en blijf gewoon mijn benen rondmalen. De hartslag gaat flink omhoog, ruim boven de doelwaarde, maar er blijft dan ook een fatsoenlijke 14 km/h op de teller staan. Niet gek voor zo'n zware bak op zo'n helling.
Eenmaal bij de dierentuin is het 'leed' geleden en kan er weer vlot doorgefietst worden. Licht aflopend betekent zonder enige moeite hoge snelheid. Zo hoog dat ie eigenlijk niet gepast is in de bebouwde kom. Ik knijp dan ook geregeld in mijn remmen.
Zoef gaat het door Rhenen, richting Amerongen. Dit niet zo interessante stuk heb ik het liefst zo snel mogelijk achter me liggen. Amerongen kom ik nu op het juiste plekje binnen, waardoor ik moeiteloos doorsteek naar de rivierdijk. Net als ik daar omhooggefietst ben, zie ik voor me een meisje dat probeert vaart te maken tegen de wind in. Ze staat op de pedalen en zwoegt tegen de wind in. Ik voel me bijna schuldig als ik met een forse vaart onder haar doorfiets.
De wind is tegen en dat is wel te merken. Niet al te erg, maar de snelheid op de dijk ligt toch zo'n 8 a 10 km/h lager dan op de heenweg op deze plek. Op deze tijd van de dag is het ook beduidend drukker. Sluipverkeer of gewoon forensverkeer, ik kan van de buitenkant het verschil natuurlijk niet zien, maar er rijden heel wat meer auto's en er zijn er best veel die flink hard rijden.
Als ik ongeveer halverwege ben, zie ik een stroom koeien vanaf de dijk naar een boerderij lopen. Die zijn overdag op de uiterwaarden aan het grazen geweest en nu weer over de dijk gehaald om op stal te gaan. Het grappige is dat ze vlak voor ik dat punt 's morgens passeerden ook net overgestoken waren. De boeren waren net klaar met de draden weer weg te bergen en keken toch wel verbaasd naar die bak op wieltjes die langs kwam stuiven. En nu dus weer vlak nadat ze overgestoken waren. De boer zal wel wat gedacht hebben, maar zei verder niets.
Lange stukken goed doorfietsen is goed voor je gemiddelde, stoppen niet. En mijn telefoon gaat, maar er gaat iets mis bij het opnemen. Ik weet wel dat het Clara is, die even wil weten hoe laat ze me ongeveer thuis kan verwachten, dus aan de kant van de weg stop ik even om op te bellen. Heb ik meteen geen last van de windruis.
Na deze korte stop kost het wel wat moeite om weer op gang te komen, de kilometers beginnen te tellen. Op dit moment ben ik al aan de langste rit in vele jaren bezig en er komen nog heel wat kilometertjes bij.
Bij het naderen van Nieuwegein begint het wat te regenen. Onder de snelweg parkeer ik even om de kap erop te doen. Ik maak meteen van de gelegenheid gebruik om ook een reep te eten. Daarna fiets ik weer door en ga over de sluis heen. Dan volg ik de weg en op natuurlijke wijze kom ik op de dijk terecht, die me soepeltjes om Nieuwegein leidt. Stukje verder de dijk en dan denk ik dat ik weer af moet buigen om op de weg naar Benschop te komen.
Ik ga iets te vroeg de dijk af en kom alsnog IJsselstein binnen. Op het oog lijkt het dat ik zo makkelijk op de route kom, maar dat blijkt niet helemaal te kloppen. Ik volg braaf de bordjes "Benschop" maar kom dan bij een spoorwegovergang die me heel onbekend voorkomt. Ik vermoed dat ik verkeerd zit en fiets weer terug, zonder een duidelijk alternatief te zien. Gelukkig zit er op het pleintje waar ik rondkijk een jongeman op een betonnen randje. Ik vraag hem de weg naar Benschop.
"Benschop? U moet naar Benschop?"
Inderdaad, ik moet naar Benschop.
"Oh, die kant op is Montfoort." Hij wijst in de richting van de spoorovergang, dus ik vertel dat ik niet naar Montfoort, maar naar Benschop wil.
"Oh, dus u wil naar, naar, waar naartoe ook al weer?"
Ik wil dus graag naar Benschop, niet naar Montfoort. Ik had ook beter moeten weten dan het aan hem te vragen, gezien het aantal blikjes bier, eigenlijk bierblikjes, want ze zijn leeg.
"Ja, je had het beter kunnen vragen als ik niet zo dronken was, dan wist ik het wel"
Dit gesprek gaat nog even zo door in kringetjes en op een moment dat ik het op goed fatsoen kan doen, fiets ik weer weg. Toch maar weer richting de spoorovergang.
Hoewel de weg me erg onbekend voorkomt, volg ik hem toch. Dan kom ik via twee rare kronkels op een weg die ik wel weer herken. Het klopte dus gewoon en ik had meteen door kunnen fietsen!
Afijn, nu nader ik Benschop met rasse wielen. Nog even een telefoontje aan Clara, want nu kan ik veel beter mijn aankomsttijd voorspellen, het is hiervandaan nog precies 20 kilometer. Ik voel me nog goed en stel mezelf voor dat er niet veel mis kan gaan als ik het laatste stuk dan toch nog volle bak rijdt. Vanaf dat moment kom ik in principe niet meer onder de 40 km/h.
Ook als ik een kwartiertje later in Vlist langs de Vlist kom te rijden niet. De bochtige weg is voor mij net zo snel te nemen als voor de auto die achter me rijdt. Dat ziet de chauffeur ook al snel in en hij geeft elke poging om me eventueel te passeren bij voorbaat op. In vliegende vaart nader ik Haastrecht en pas daar, als de weg recht en breder wordt, word ik ingehaald. Niet door die ene auto, want die sloeg vlak daarvoor af richting Stolwijk.
Dan nog even het laatste stukje over de dijk naar Gouda en ik ben weer thuis. Althans, dat dacht ik. Want het is avondvierdaagse en net als ik de dijk naar beneden rijdt, komt er een heel peloton rolstoelers met begeleiders aan. De bejaarde rolstoelers vinden het wel een fraai gezicht, die fiets van mij, maar ik kan mooi 50 meter van mijn huis nog eens een partijtje wachten tot ik er tussendoor kan.
Terwijl ik sta te wachten stelt een bijdehand jochie voor om mijn fiets voor die van hem te ruilen. Dat aanbod sla ik af, waarna hij voorstelt dat we er dan om zullen racen. Wie de race wint mag dan beide fietsen hebben. Ook dat aanbod sla ik af en dan is er eindelijk ruimte om ook de laatste 50 meter af te leggen.
De terugweg was door het omrijden bij IJsselstein een beetje langer, waardoor mijn dagtotaal op 170 kilometer komt. Maar het leuke is dat het wroeten in Nieuwegein op de heenweg zoveel tijd heeft gekost, dat ik op de terugweg, met wind tegen, hetzelfde gemiddelde van 32.7 heb kunnen neerzetten.
Prima ritje zo!

Vrijdag 17 juni 2005

De rit van gisteren ging wel erg goed, maar vandaag voel ik het toch wel in mijn benen. Lekker rustig aan dan maar. Halverwege bedenk ik me nog net op tijd dat ik een regel heb dat ik altijd minstens 30 gemiddeld moet rijden, dus toch een klein schepje erbij om dat te halen.
Overdag belt Bastiaan op. Hij moet iets ophalen in Maassluis en komt dan langs/door Vlaardingen. Of we samen kunnen rijden. Dat doen we dan ook.
We vertrekken tijdig en Bastiaan laat zich door Vlaardingen loodsen. Hij volgt de aanwijzingen vlot op, maar het verschil in fiets is groter dan je zou verwachten en regelmatig moet ik flink inhouden. Dat geeft niet, het was toch een hersteldagje.
Tussen Bergschenhoek en de Rotte maakt een wielrenner hiervan gebruik om ons bij te houden. Bastiaan had hem wel af willen schudden, maar wenste liever zijn reserves nog wat te bewaren. Een gezellig ritje terug naar Gouda levert de eerste bovengemiddelde dagtijd op sinds begin maart. Maar dat mag ook wel, na zo'n fietsfeest van donderdag!

Maandag 26 juni 2005

De afgelopen week ben ik de hele week in Scheveningen en Den Haag geweest voor een cursus van het werk. Fietsen zat er niet in en er is dus, mede dankzij het hotelvoedsel een kilootje aangekomen.
Voordeel is dan wel weer dat ik uitgerust zou moeten zijn. Nu valt dat een beetje tegen, want met het hete weer de afgelopen week viel er niet goed te slapen: in de hotelkamer was het te heet om te slapen als ik alles dicht hield, maar te lawaaiig om te slapen als ik de balkondeur open zette (en dan was het ook nog erg warm). Niettemin hebben mijn benen goed rust gehad en dat is te merken.
's Morgens ga ik met Jesse eerst nog langs de dokter en daarna fiets ik hem nog even naar ErTee. Van daaraf op weg naar mijn werk. Dat gaat met het mooie weer best goed, al is het al snel (on)behoorlijk warm. Onder het A12 viaduct trek ik mijn shirt uit en fiets verder met alleen een hemd aan. Vlot overal doorrijden en gecombineerd met een iets kortere route (gerekend vanaf RT) komt er een scherpe tijd te staan.

Laat binnenkomen nadat je een hele week weggeweest bent, maakt het niet makkelijk om op tijd weer richting huis te gaan. Het is dus al tamelijk laat als ik vertrek. Gelukkig betekent dat meteen dat het verkeer een stuk rustiger is. Nog steeds met frisse benen komt de gang er snel in. Omhoog het A4 viaduct op, komt een opgevoerd scootertje me voorbij. Maar naar beneden weet ik goed vaart te maken en even later ga ik met ruim 50 het scootertje weer voorbij. Ik word met verbazing nagekeken!
Ook de rest van de rit gaat onwaarschijnlijk soepel en snel. Zou het ermee te maken hebben dat ik van het weekend weer touwtjes van mijn spiegels naar mijn stuur heb gemaakt (nu binnendoor), zodat er nu ook weer extra zijdelingse stabiliteit is? Hoe dan ook, ik ga als een speer.
Door de grote vaart valt het nog erg mee hoe laat ik thuis ben. Samen met de erg snelle ochtendrit kan de dag bijgeschreven worden als dubbel dagrecord: hoogste daggemiddelde en kortste dag-fietstijd.

Dinsdag 28 juni 2005

Bij het opstaan voel ik wel dat mijn benen stevig bezig zijn geweest. Of zou het zijn dat ze moeten wennen aan die andere aanpassing die ik in het weekend deed?
Toen ik laatst samen met Jesse aan het fietsen was en hij op mijn hurricane fietste, zag ik dat zijn benen lang niet gestrekt zijn tijdens het fietsen. Eerst dacht ik dat zijn benen gewoon langer zijn dan die van mij, maar nadat ik er even op gelet had als ik zelf erop lag, merkte ik dat ook mijn benen lang niet gestrekt zijn in de verste positie. En eigenlijk ging vooral optrekken erg makkelijk met de hurry, dus misschien moet de trapas van de Quest ook iets korter staan (overigens mailde Bastiaan dat ie vond dat ik op ons gezamenlijke ritje elke keer zo bloedhard optrok, terwijl ik dacht dat ik het kalm aan deed...). Quest dus op z'n kant gelegd en de trapas een kleine cm opgegeschoven. Ook even de trapassensor verschuiven, want anders doet de toerenteller het niet. Terug naar vandaag. Op de eerste kilometer voel ik mijn benen van gisteren nog flink, maar al snel gaat het beter. Hoge toerentallen gaan soepel, optrekken gaat vlot en de snelheid is opnieuw hoog. De driesporenroute neem ik zonder ergens te hoeven wachten, wat wel lekker doorrijd. In no-time de Rotte over, bos door, Rotterdam door en langs het vliegveld. Zoef, het Doenviaduct af en de ruime bocht door. Helaas komt er een busje uit de zijstraat met flinke vaart aanrijden en mag ik in de ankers. Het busje stopt ook, maar daar kun je helaas niet zomaar op rekenen. Opnieuw aanzetten en doorrijden dus.
Over de Sportlaan valt me opnieuw op hoe makkelijk het loopt vandaag. Ik had wel mijn rechterband nog even iets harder opgepompt, maar zoveel zou dat toch niet moeten schelen. Afijn, met volle vaart het viaduct op en bovenaan staat er nog steeds 35 op de teller. Voor het laatste stukje mag het rustig aan, de voldoening is groot genoeg.
Op het allerlaatste moment komt er nog een verrassing. Het straatje naar de fietsenstalling is half afgesloten wegens een grote hijskraan. Ik nader nu iets anders de ingang en probeer of ik zo wel tussen de hekjes door kan fietsen. Heeeeel voorzichtig stuur ik er tussendoor en tot mijn grote voldoening lukt het inderdaad! Dit is iets dat we in de toekomst gaan proberen uit te buiten, zowel voor de heen- als de terugweg.

Een paar besprekingen die uitlopen en alweer sta je te laat bij je fiets en moet je denken aan 'hard-hard-hard'. Maar eerst is het de beurt aan de hekjesproef. Die hekjes staan zo'n dertig meter van de eigenlijke fietsenstalling. 's Morgens stop ik altijd naast die hekjes, stap uit en voer de Quest aan de hand naar de fietsenstalling. Er staat daar ook een noodaggregaat op het paadje en het is dus nogal smal. Vanmorgen daar door kunnen fietsen was dus eigenlijk al een kleine overwinning.
Nu dus ook testen voor de terugweg. Eerst aan het koordje trekken om de automatische deur te openen. Tijdens het wachten op het openschuiven kan ik al in mijn Quest gaan zitten (dat wordt mooi voor regendagen! Overdekt instappen!) en ik rijd zo naar buiten. Even voorzichtig langs het aggregaat, zorgvuldig sturen om de hekjes heen. Jawel! Het lukt! Die houden we erin.
Even oponthoud bij het spoor en dan kan de eigenlijke rit beginnen. Vlak voor station Vlaardingen Oost is een soort fietssluis, waardoor fietsers wel en auto's niet kunnen doorrijden. Een auto begint vlak voor ik daar ben te rijden. Ik vermoed dat hij of afslaat (geen probleem) of gaat keren daar. In het laatste geval kan hij beter goed uitkijken, want dan komt ie in mijn vaarwater. Helaas keert hij wel, maar kijkt ie niet. Ik ga vol in de toeter en hij staat bovenop zijn rem. Wellicht geschrokken en daarmee een voorzichtig lesje geleerd.
Bij de rotonde steek ik af over de stoep. Dat is eigenlijk twee hobbels, maar twee scherpe draaien eruit. Niet gek. Dan het viaduct op en in bloedgang er weer af. Ik verbaas me weer over hoe soepel de fiets loopt. Zomaar staat er 54 op de teller en dat houd ik vast tot ik weer moet wenden en keren.
Voort gaat het, in eerste instantie in grote vaart, maar later begint de aangetrokken NO-wind zijn tol te eisen. Een vlotte, maar niet supersnelle rit brengt me weer thuis en de kilometerstand over de 8000.

Woensdag 29 juni 2005

Na twee vermoeiende fietsdagen ook nog eens een slechte nacht, vooral door de omslag van het weer. Goed daarbij is wel dat de fikse regenbuien 's nachts zijn en in de ochtend de opklaringen al aantreden.
Vanmorgen begin ik met een kort ritje, naar de andere kant van Gouda, waar onze nieuwe tandarts zit. Om half negen kan ik op weg voor de eigenlijke rit. Het begint met richting centrum te fietse, op een tijd dat het stikt van de fietsers, maar dat levert geen problemen op. Vlak voor het station is een verkeersplein waarbij ik via het fietspad soepel naar rechts kan. Net voorbij de bocht staan twee dames te kletsen. Prima natuurlijk, maar dan zouden ze beter op de stoep kunnen gaan staan. Ik bel en de ene dame ziet me en trekt de andere wat naar zich toe, waardoor ik er goed langs kan. De ander had kennelijk niet zo goed in de gaten wat er gebeurde, want ze slaakt een gilletje als ik langs kom. Als ik in mijnn spiegeltje kijk zie ik haar met verbijstering mij nakijken, haar hart vasthoudend. Dat is eigenlijk best zielig.
Gedurende de rit houd ik steeds een hoog toerental aan, zonder al te hard te willen gaan. Dat deed ik gister en eergisteren al genoeg.
Als ik in Rotterdam NW over de vers gerepareerde Schiekade kom, zie ik waar ik al voor gevreesd had: de heftige regen heeft in de binnenbocht al zoveel zand weggespoeld, dat de eerste tegels al weer scheef liggen. Kwestie van in de gaten houden en indien nodig weer opbellen.
Vlak voor het werk zie ik een van onze secretaresses op het fietspad fietsen. Ik tingel even ter begroeting, wat voor haar verrassend is, want wie belt er nou vanaf de weg?

's Middags stap ik opnieuw al in de stalling in en rijd zo weg. Als ik de weg zelf op ga, voel ik de fiets bonkerig rijden. Dat is niet goed. Uitgestapt constateer ik een erg platte rechter voorband. Die moest ik van 't weekend al oppompen, zou dat het beginnende gaatje geweest zijn? Hoe dan ook, het is dus nu tijd om deze band te vervangen door de voormalige achterband, die al 1000 km gelopen heeft. De nu vervangen band is ruim 8000 km meegegaan. Helemaal niet slecht dus. Wel even er aan denken dat ik vanavond een nieuwe binnen- en buitenband bij me steek.
Van het band vervangen heb ik het best warm gekregen en het weer is toch weer broeierig. Ik trek mijn shirt uit en fiets in mijn hemd.
Hoewel het opnieuw best wel laat is, kan ik het niet opbrengen om echt hard te fietsen. Maar rustig doorpeddelend kom ik ook wel thuis.

Donderdag 30 juni 2005

Opnieuw is er 's nachts heftige regenval geweest en is het tegen de tijd dat ik ga vertrekken weer droog, zelfs de weg is droog. Het is een raar weekje en mijn benen zitten tegen de grens. Rustig aan dus maar. Helaas betekent rustig aan maar al te makkelijk lekker langzaam de benen ronddraaien bij een tamelijk zware versnelling, maar dat is dan maar zo.
Om het toch nog wat te geven, ga ik door het bos weer het andere fietspad op. Dan blijkt dat bij dit bewolkte weer dat pad wel erg donker is op plaatsen. Als dan even de zon doorbreekt, komt er een prachtig lichtspel tussen de struiken door. Heel bijzonder eigenlijk.
Zo langzamerhand zou je me wel bijna een Quest-fanaat kunnen noemen, hoewel ik de hurricane nog steeds een pracht fietsje vind. Ik volg de rijderslijst en de bestellijst bij velomobiel.nl op de voet. Het loopt ondertussen de spuigaten uit: nu bestellen betekent dat je je fiets in februari kunt verwachten, 2007 wel te verstaan! De wachtlijst is zo lang dat tweedehandsquesten voor de nieuwprijs doorverkocht kunnen worden. Wim Schermer maakt daar gebruik van om de nieuwste versie te kunnen rijden. Hij heeft nu sinds februari een Quest (en verkocht zijn Mango) en heeft een Quest in bestelling die in maart 2006 geleverd gaat worden. Die is aantrekkelijk omdat dat er eentje met een 26" achterwiel is. Wim hoorde dat Velomobiel.nl een stabilisatorstang (intern) aan het ontwikkelen is en dat die gereed is tegen de tijd dat Wim's volgende Quest wordt afgeleverd. Dus voor wie geen geduld heeft: er komen heel af en toe dus tweedehandjes beschikbaar!
Terug naar deze morgen. Ik sla de Schiekade even over en rijd iets langer rechtdoor, om dan bij het kruispunt rechtsaf te slaan. Helaas moet ik best lang wachten bij het verkeerslicht en even later, als ik toch door kan, blijkt de brug ook nog eens open te zijn. Leuk is dan wel weer dat ik netjes onder de slagboom kan doorfietsen om aan de andere kant te wachten. Als de brug dicht is, laat ik de rem los om weg te schieten zodra de brugwachter de bomen begint omhoog te doen. Ik kom al iets in beweging, maar knijp gauw de rem weer in, want de brug gaat weer omhoog. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar de brugwachter "wappert" met de brug voor hij hem definitief sluit. Dan kan ik alsnog doorfietsen.
Op de Sportlaan ben ik bezig om flink vaart te maken voor het A4 viaduct. Dat scheelt klimmen. Maar vandaag gaat het niet helemaal goed. Deze weg is redelijk breed, maar een tweetal fietsers krijgt het voor elkaar om de weg toch bijna helemaal te blokkeren. Met geluidssignalen probeer ik hen hierop attent te maken. Ik wil er voorbij schieten, maar er komt net van de andere kant ook iemand aan. Een extra trap om er sneller voorbij te gaan en dan een scherpe stuurbeweging en ik ben er voorbij. Achteraf ben ik kwaad op mezelf: dit was een onnodig risico en zeker niet goed voor de reputatie van ligfietsers. Mensen schrikken er toch al van en dan moet ik niet van dit soort kunsten uithalen.
Dat het ook anders kan blijkt even later, aan de andere kant. Een vuilniswagen is achteruit het fietspad op aan het rijden en blokkeert de doorgang. Ik wacht rustig tot de chauffeur mij ziet. Dan rijdt hij toch nog even naar voren, zodat ik er langs kan. Rustig en vriendelijk de hand omhoog en ik kan weer verder.

Eind van de middag wordt de lucht zeer donker en als ik richting fietsenstalling loop regent het stevig. Maar ik weet nu dat ik ook binnen kan instappen. Zou ik snel genoeg ook de kap erover heen kunnen doen voor de automatische deur weer dichtschuift? Het lukt. Met alleen een hemd aan ga ik op pad. De wind is gedraaid en voor de verandering eens mee.
De regen maakt het fietsen wel weer heel anders en het is warm onder de kap. Erg warm. De regen blijft uit de fiets, maar binnen de korste keren ben ik toch van top tot teen nat. Van het zweet. Het rijden gaat wel goed, maar op tal van plaatsen liggen grote plassen op de weg. Je voelt de Quest flink vertragen als je daarin komt en water opzij spuit. Zo goed en zo kwaad als het kan probeer ik ze te vermijden, maar soms is er geen ruimte en andere keren zie je ze niet eens.
De Middelweg is vandaag een echte racebaan: 3 km lang boven de 50, soms zelfs ruim. Aan het eind moet ik flink in de remmen, want het hellinkje omhoog remt veel te weinig af. Boven op de dijk kom ik langzaam weer op gang en een brommertje komt voorbij. Brug over en de parallelweg op en het brommertje gaat nog steeds voor me uit. Maar nu kom ik weer op stoom (letterlijk) en haal ik hem bij. Vlak voor ik hem voorbij wil gaan, komt er een auto van de andere kant. Toch even inhouden dus, maar daarna er voorbij. Blijft leuk, brommers inhalen.
Als ik langs de A20 rijd, zie ik lange rijen auto's stilstaan. Op de radio melden ze ook onwaarschijnlijk veel files. Niet verrassend rijden er ook tamelijk veel auto's op de parallelweg. En allemaal denken ze dat ze mij moeten inhalen.
Doe dat nou niet! Daar ga ik veel te hard voor en jullie moeten straks toch bij de afslag wachten.
Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Ik steek er meteen tien voorbij voor er een tegenligger komt en ik me even tussen de auto's voeg. Dan haal ik er weer tien in (dat zijn er dan meer dan dat mij ingehaald hebben) en zie de chauffeur van een busje uitgebreid naar me kijken. Hij ziet me dus goed en voor hem langs kan ik zo het fietspad opsteken. Bedankt!
Over het spoor is het altijd even uitkijken met verkeer dat naar Moordrecht wil. Maar de automobilist die daar komt heeft me ook al goed gezien en blijft netjes wachten tot ik voorlangs gegaan bent. Ze zijn er dus wel, fatsoenlijke autorijders.
De regen blijft fors naar beneden komen en ik heb mijn zonnebril af moeten zetten omdat ie blijft beslaan. Door Gouda maar even over de dijk, want ook hier staat het helemaal vast.
Thuisgekomen staan er plassen (zweet) in de Quest en ben ik totaal doorweekt. Maar niet koud en dat scheelt.

De maand is weer voorbij, de Quest heeft ondertussen 8206 km op de teller (Dat me op de rijderslijst van 96 (gezakt van 94) weer omhoog brengt naar plaats 89.
Deze maand 1565 km, ruim onder het maandrecord van april.

Juli 2005: heftig begin, pas op!

Vrijdag 1 juli 2005

Waarschuwing!!
Het verslag van deze dag (en de komende dagen) bevat zeer schokkende passages. Mensen met teveel inlevingsvermogen wordt aangeraden de weblog weer te volgen vanaf 1 augustus of zo.

Opnieuw is het devies bij vertrek: rustig ronddraaien, maar in tegenstelling tot gisteren, gaat het nu wel met redelijk hoge toerentallen. En na ongeveer drie kwartier is de meeste vermoeidheid wel uit de spieren gepompt en kan er nog een half uurtje stevig doorgefietst worden.
De middagrit beloofd een mooie te worden: prachtig weer, beetje wind uit gunstige richting en vooral: mijn benen voelen erg goed.
De rit verloopt zeer voorspoedig en heel bewust rijd ik de hele Middelweg boven de 50. Als ik bovenaan de dijk kom, ruik ik een nieuwe snelste tijd, maar het weer is te lekker om me daar op te concentreren: vooral lekker doorfietsen dus. En dat gaat zo door tot in Gouda.
Het was al iets na zessen, dus ik verwacht dat de Rotterdamseweg leeg is en ga in volle vaart met het verkeer mee. Maar oeps, het staat meteen al stil. Niet getreurd maar in de remmen geknepen, even door het gras gehobbeld en op het fietspad verder, het verkeer voorbij.
Bij Stolwijkersluis staat het verkeerslicht zoals gewoonlijk weer op rood. Deze keer maar weer eens de brug over en via de andere kant naar huis. Na de rotonde kijk ik even goed in mijn spiegels en ga de hoofdweg op: voor mij op het smalle fietspad gaat namelijk een brommertje en dat zit me anders in de weg. Het fietspad is te smal om veilig in te kunnen halen. Dat gaat heel goed. Een paar auto's halen in, maar als ik eenmaal op snelheid zit (55 precies) blijft een volgende auto op keurig nette afstand achter me volgen. Bij het verkeerslicht sorteer ik voor, voor linksaf en de auto komt naast me staan.
Enthousiast wordt me door de chauffeur toegeroepen: "Weet jij wel hoe hard je ging?"
Ik: 'jawel, 55'
Hij weer: "Ik reed achter je en mijn teller stond de hele tijd strak op 60!"
Leuk zulk enthousiasme. Helaas hield hier ongeveer het leuke op voor de komende tijd.
Bij het verkeerslicht steek ik de brug op en draai de dijk op. Nog even aanzetten en dan ben ik thuis.
Had ik gedacht
Ik draai de dijk naar beneden om zoals gewoonlijk onderaan met een ruime bocht naar links de Binnenpolderweg, waar ik woon, in te rijden. Al een paar honderd keer gedaan en goed bekend. Goed overzicht ook. Zo zie ik nu dat er van links een auto komt en van rechts een bestelbusje. Ik rijd op de voorrangsweg en ze stoppen alletwee ook netjes op tijd. Probleem is echter dat door die twee auto's ik nu mijn bocht niet kan nemen zoals ik hem altijd aansnijd, maar veel scherper moet sturen om de bocht te kunnen nemen. Ik voel de Quest een pootje lichten, laat het stuur iets vieren, zie nu een verkeerspaal recht voor me en stuur opnieuw.

Dan 1 seconde niets

Ik zit hevig bloedend op de grond met de Quest naast me. Uit de reconstructie die ik later gemaakt heb, realiseer ik me dat ik op het laatste moment alsnog op z'n kant ging, vlak voor of zelfs precies bij de paal, waarna ik met mijn gezicht vol tegen de paal aan gegaan ben en met Quest en al een halve draai gemaakt heb. De fiets stond namelijk in omgekeerde richting toen ik zat te bloeden.
Ik ben zelf uit de Quest gekropen en heb hem waarschijnlijk ook zelf overeind gezet. Een ander heeft het in ieder geval niet gedaan. Het bloed spuit uit mijn neus en ik voel in mijn mond en zie op straat mijn tanden los liggen. Er zijn meteen mensen bij en een ambulance wordt gebeld. Ik wijs de straat in en murmel 'nummer 20' terwijl ik met mijn tong mijn twee onder voortanden op hun plek terug probeer te duwen.
Mensen vragen me van alles, maar ik antwoord op veel dingen dat ik het even niet weet. Maar wel wat er gebeurt, ik ben - behalve die ene seconde - zeer goed bij bewustzijn geweest.
Het verder volgende verslag schrijf ik op als eerbetoon aan al die mensen die me verder geholpen hebben, maar ook als deel van het verwerkingsproces voor mezelf.
Clara is zeer snel ter plekke en ziet wat er aan de hand is, haalt spullen en is bij me. Een mevrouw met EHBO vangt me op en legt me rustig aan in een stabiele zijligging. Er is nog een tweede EHBO-er en hulp wordt nog door anderen aangeboden ook. Iemand zet even netjes de auto van de EHBO-mevrouw weg (die stond nog met motor aan op de weg).
Niet veel later komt de politie en de agent vraagt een en ander en ik vertel hem zo nauwkeurig mogelijk wat er gebeurt is, al zie ik ondertussen niet veel meer, want mijn ogen houd ik dicht. Zo'n klap is veel vermoeiender dan al die kilometers hard fietsen.
Ook de ambulance is er snel. Het ambulancepersoneel controleert ook een en ander en concludeert dat ik in ieder geval geestelijk er nog goed bij ben. Dan word ik ingeladen en naar het Goudse ziekenhuis vervoerd. Clara komt met eigen vervoer die kant op. Een buurman helpt om de fiets in de garage te zetten, de schade daaraan zullen we later bekijken. De buurvrouw van op de hoek, voor wiens raam het gebeurde, komt in huis om op de kinderen te passen. Ze eet met ze en zorgt dat ze in bed komen en blijft wachten tot Clara omstreeks middernacht thuis komt. Zover is het echter nog niet.
In het ziekenhuis word ik verder geholpen. Met een zuigapparaat wordt mijn mond en neus vrijgehouden, die lopen namelijk steeds weer vol met bloed. Meteen ook een infuus aangelegd om shock te voorkomen. Ik lig daar met alleen mijn fietsbroek en een dun shirt en mijn fietsschoenen. Die mogen nu wel uit. Naar de rontgenafdeling, waar ik van alle kanten bekeken word. Ik klim zelf van de brancard op de fototafel, maar blijf in zijpositie. Mijn mond en mijn hoofd durf ik nauwelijks te bewegen, maar alles onder mijn kin en boven mijn neus lijkt pico bello in orde te zijn.
Dan wordt er ook nog een CT scan gemaakt, zodat er een goed 3D overzicht is van alle scheuren en kraken in de botten. Brrr. Dat dat nodig is.
Hierna word ik weer naar de eerste hulpkamer teruggebracht.
Daar is ondertussen Dr. Van der Berg, de kaakspecialist aangekomen. Helder en overzichtelijk bespreekt hij met mij de schade. De opgeraapte tanden zullen waarschijnlijk alsnog als verloren beschouwd moeten worden. De bovenkaak is dusdanig aan gruzels, dat die niet veel houvast geeft en de tanden zouden dan aanleiding tot ontsteking kunnen geven. Hij stelt voor om dezelfde nacht nog te opereren en verdwijnt om met deze en gene te overleggen en te plannen.
Na enige tijd komt hij terug, met gemengd nieuws: er wordt niet meer geopereerd, want in Gouda is geen IC bed meer beschikbaar. Dat is er wel in Woerden. Er is een ambulance besteld en die zal me daarheen brengen. Morgenochtend zal ik daar dan meteen geopereerd worden.
Ondertussen lopen mijn neus en mond steeds weer vol en moet de verpleegster de boel steeds leegzuigen. Maar achterin mijn mond wil ze niet komen, om te voorkomen dat ik ga braken. Ik mag het wel zelf doen. En vanaf dat moment, tot dat ik op de OK lig, zal ik zelf mijn mond en neus van tijd tot tijd schoonhouden. Je moet per slot van rekening toch iets te doen hebben.
Dan is het middernacht. De ambulance staat klaar, Clara gaat naar huis. Het eind van een zeer bewogen dag, maar nog lang niet van deze gebeurtenis.

Zaterdag 2 juli 2005

Wat na middernacht kom ik in Woerden aan, waar vriendelijke verplegers (M/V) mij opvangen en in een bed leggen. Ik word aan alle kanten bekabeld, vooral omdat er het risico is dat ik door bloedverlies weg zou raken en/of dat mijn keel dicht zou lopen. Van buiten komt een vaal licht en ik doezel wat. Echt slapen is er niet bij als je elke 5 a 10 minuten je mond leeg moet maken.
Ik probeer zo min mogelijk op de klok te kijken, maar de minuten kruipen ontzettend langzaam voort. Ik probeer de secondenwijzer te zien om te weten of de klok niet per ongeluk stil staat, maar dat is niet het geval.
Van tijd tot tijd komt er iemand langs om temperatuur en bloeddruk op te nemen. De temperatuur is in eerste instantie heel licht opgelopen, maar keert binnen niet al te lange tijd weer naar normale waarden terug. De bloeddruk, die normaal altijd prima in orde is, is ietwat aan de hoge kant. Zal de schok wel zijn.
Na een tergend lange nacht is het bijna ochtend. De verpleegster vraagt of ze om zes uur al mijn wasspullen kan brengen, dat ik wat kan poedelen, of dat dat te vroeg is. Ik slaap toch niet, dus laat maar komen. Als het zover is, heeft ze tijd om me helemaal te wassen. Is meteen al het zweet van het fietsen eraf.
Omdat ik straks onder het mes moet, is eten taboe. Mijn neus zit vol met bloed en ik moet dus ademen door mijn mond die aan stukken is. Die voelt zeer droog en pijnlijk aan. Heel voorzichtig spuit ik van tijd tot tijd wat druppels water op mijn tong ter verlichting.
Met daglicht ziet het er allemaal iets beter uit, maar de tijd blijft afschuwelijk langzaam voortkruipen. Maar eindelijk is het dan toch 10 uur en een verpleger komt me de eerste pijnstillers voor de operatie brengen: twee stevige zetpillen.
Diverse mensen komen langs het bed, over gewicht, roken, medicijnen, allergie. De hele reutemeteut. De zorg is er op dit moment over hoeveel ruimte er in mijn mond is in verband met de narcose en lucht tijdens de operatie. De aneasthasist komt zelf ook even poolshoogte nemen en verdwijnt weer voor verder overleg, waar ook een KNO arts bij betrokken is. Op dat moment lijkt het erop dat ik om 11 uur geopereerd ga worden en ik vraag of ze Clara weer op de hoogte willen brengen. Die zal komen zodra ik na de operatie weer bijgekomen is.
Ondertussen heeft Clara hulp van haar broer, schoonzus en moeder gekregen. Zowel morele als fysieke steun is meer dan welkom op dit moment.
Dr vd Berg komt weer langs, opnieuw met minder goed nieuws. De aneasthasist heeft twijfels over de narcose. Gezien het trauma van de bovenkaak is er een behoorlijk risico op complicaties. En in het Woerdense ziekenhuis is dan niet voldoende expertise om in dat geval in te kunnen grijpen. Hij vindt het dus niet verantwoord om mij daar nu te opereren. Ik zal dus weer moeten verkassen. Dat blijkt overigens al geregeld te zijn: in het St Anthonieziekenhuis in Nieuwegein is die expertise er wel en er is nog plek ook. Weer zal ik per ambulance vervoerd worden.
Al die tijd steek ik van tijd tot tijd de zuiger in mond of neus om de luchtwegen vrij te houden (en wat te doen te hebben). Praten gaat ook nog een klein beetje, hoewel de woorden er moeilijk uitkomen en het veel energie kost.
In het begin van de middag word ik dan weer ingeladen voor het volgende transport. Vanaf de brancard zwaai ik gedag naar de receptiemensen en ben ik weer op pad. Als ik het St Anthonie word binnengereden wordt me nadrukkelijk verteld dat ik niet weer zal worden weggestuurd. Wel racen we door de gangen van de ene naar de andere afdeling, voor we op de juiste kamer zijn, klaar voor de OK.
De ambulance broeder maakt nog een kort praatje. Ligfietsen trekken hem ook wel. Maar mijn aanbod om die van mij eens te proberen slaat hij toch nog maar even af.
Dan komt weer het gebruikelijke riedeltje van kijken wie je bent en hoe zwaar je bent, medicijnen, roken, allergie. Het geeft wat afleiding tot ik onder het mes kan. Ondertussen houd ik nog steeds zelf mijn neus en mond schoon, wat tot vermaak en bewondering van het verplegend personeel leidt. Men houdt wel van zelfredzame patienten.

Om twee uur 's middags is het dan eindelijk zo ver: ik kan de OK op. Met bed en al word ik naar binnen gereden en voor me zie ik mezelf me aanstaren. Op de lichtbak staan de rontgenfoto's van mijn gezicht, waarop vooral heel duidelijk is te zien dat mijn onderkaak bij de kin finaal door midden is en de ene kant een stuk omlaag hangt. Gek eigenlijk, maar zonder al dat vlees er omheen is het helemaal niet eng of griezelig om daar naar te kijken. Dat doe ik dan ook zolang ik de kans krijg.
Dan mag ik van het bed op de operatietafel gaan liggen. Mijn trouwring moet af van mijn linkerhand (het infuus zit links) en wordt om mijn rechterpink gedaan, voor de zekerheid met tape vastgezet. Die mag ik niet verliezen!
Bloeddruk en temperatuur worden nog eens gemeten en ik mag mijn armen wijduit leggen op de armleggers. Dan komt de aneasthasist met een kap, waar extra zuurstof uit komt. Diep zuchten, zegt hij en diep zuchten doe ik. Na een half minuutje zegt hij dat ik zo in slaap zal vallen. Ik proef inderdaad een andere samenstelling van het gas in de kap en dan ben ik weg.

Door mijn oogleden zie ik licht en ik hoor stemmen. Ik blijf even luisteren, waar ben ik ook al weer? Ik voel me goed, maar mijn oogleden zijn heel zwaar. Ik til ze op, maar ze vallen meteen weer dicht. Even wachten dan maar. Dan nog een paar keer proberen en ik ben weer wakker. Beweeg ook mijn benen. Ik voel me even heel erg goed. Meteen komt een verpleger erbij om te controleren of het inderdaad allemaal goed gaat en om me weer welkom te heten. Het is zeven uur.

Niet veel later word ik een kamer opgereden. Het wordt gezellig, want ik kan niet praten (durf mijn mond echt niet open te doen) en de man in het andere bed is stekeblind. Ik lig dus te liggen.
Kort daarop komt Clara binnen lopen. Ze is samen met Paul komen rijden, want onder de huidige spanning vertrouwt ze zich niet helemaal in het verkeer. Heel verstandig van haar. Ik ben erg blij met haar bezoek en laat dat merken. Om te 'praten' heeft ze een boekje mee waarin ik schrijven kan. Dat gaat redelijk goed. Ze vertelt wat de dokter allemaal gedaan heeft (kin met twee titanium plaatjes vastgezet, bovenkaak met plaatjes aan jukbeenderen, tanden met ijzerdraad in het gelid gezet, puzzel van de bovenkaak zo goed mogelijk in elkaar gelegd) en hoe het thuis allemaal is vergaan.
Achteraf hoor ik dat ik Clara al in de gang tegen kwam en met haar sprak, maar dat is niet blijven hangen. Zij moest nog de verzekeringsgegevens doorgeven en kwam daardoor pas even later binnen.
Het was goed om Clara bij me te hebben en vanalles te horen, maar ook erg emotioneel. Op het eind van het bezoek was ik dan ook erg moe en wilde weer slapen. Met mijn kaken weer een klein beetje in het gareel (met mijn tong durf ik nauwelijks mijn mond te inspecteren) voel ik me iets vertrouwder om te gaan slapen. Tijdens de operatie hebben ze ook mijn neus goed leeggemaakt, zodat ik nu volledig door mijn neus kan ademhalen en mijn mond dicht kan houden. Via het infuus word ik van wat glucose en water voorzien, wat behoorlijk doorstroomt en regelmatig weer een gevulde fles oplevert. Dan is het tijd om echt te slapen.

Zondag 3 juli 2005

Slapen terwijl je kaken niet meer in stukken hangen en je door je neus kunt ademen gaat al een stuk beter dan de vorige nacht, maar een pretje is het nog steeds niet. Wat ook niet helpt is dat je een zondag voor de boeg hebt met, ja met wat eigenlijk? Voor er weer een nacht overheen gaat en je maandagochtend weer een afspraak bij de dokter hebt. Toch zijn de brokken slaap al weer een beetje langer, alleen dat liggen de hele tijd, je wordt er gek van: stijf aan alle kanten, spierpijn in je rug en nek en je durft je toch nauwelijks te bewegen. En dan te bedenken dat ik eigenlijk een woelwater ben.
De nachtverpleging is heel vriendelijk en maakt kleine praatjes als ze steeds even langskomen om temperatuur (in orde) en bloeddruk (aan de hoge kant en dat verrast mij zeer) op te meten.
Natuurlijk is er wel degelijk wat om naar uit te kijken: op zondag is er veel bezoektijd en in ieder geval Clara zal weer komen. De tijd kruipt voort tot ontbijttijd en er komt een kommetje appelmoes, een kommetje griesmeelpudding (dun vloeibaar) en een kopje thee bij mijn bed te staan. Het eerste eten sinds vrijdag lunchtijd! Het naar binnen slobberen is echter zeer vermoeiend en als ik halverwege ben moet ik eerst weer een half uur rusten voor ik de rest van mijn ontbijt naar binnen kan werken.

Als in de loop van de ochtend Clara binnenkomt, heeft ze Diede bij zich. Die wilde het zelf wel proberen. Maar als ze me ziet schrikt ze er zo van, dat ze meteen weer weg is en niet meer bij me in de buurt durft te komen. Ze voelt zich daar ellendig over, hoewel wij er alle begrip voor hebben.
Ik zal kijken of ik een dubbelfoto kan plaatsen: voor en na de klap. Dan kan iedereen zien wat een paal kan aanrichten (aan de buitenkant alleen al).
Met Clara op bezoek raakt mijn muntje dan toch eindelijk op en ik klap helemaal in elkaar. Al dat nachtelijke piekeren heeft zijn tol geeist: De rit en de klap heb ik van alle kanten gereconstrueerd, beargumenteerd en bekeken, inclusief in gedachten krachtenvelden zoals die bij impact gespeeld moeten hebben, hoe het voorkomen had kunnen worden, hoe het erger had kunnen zijn, hoe het nu verder moet, wat allemaal wel en niet gaat kunnen in de (nabije) toekomst.
Dat alles komt los en mijn ogen staan dof. Misschien nog wel de ergste beschadiging op dat moment.
Hoe dan ook, als ik weer een beetje bijkom, 'praten' we wat (via papier) als de zuster langskomt. Of ze nog iets kan doen. Ik vraag of ik alsjeblieft mijn bed uit mag, want ik verga van de spierpijn (andere pijn voel ik niet of nauwelijks, ik wil dan ook geen pijnstillers. Ik voel alleen spanning in mijn gezicht, erge spanning). Natuurlijk mag ik uit bed. De verpleegster helpt me om een T-shirt aan te trekken. Niet gemakkelijk, met een infuus aan je arm, maar het gaat wel. Clara heeft een stapeltje meegenomen, dus ik kan kiezen. Demonstratief neem ik het Fietserbond t-shirt. Je bent fietser of je bent het niet! Dan nog een rijpaal voor de zak en eindelijk kan ik even echt overeind. Heerlijk gewoon!
Als een oud mannetje schuivel ik over de gang heen en weer met Clara naast me. Dan gaan we even in de wachtruimte aan een tafeltje zitten, dat is toch weer even flink anders dan op een bed en doet rug en schouders ook nog goed.
Onverwacht komt de kaakchirurg ook even langs, met zijn zoontje van een jaar of vijf, zes bij zich. Hij wil zich even persoonlijk overtuigen van hoe het er ondertussen mee gaat. Hij legt nog een en ander uit, kijkt even goed in mijn mond en maant me vooral het rustig aan te doen. Me erop in te stellen dat ik gewicht zal verliezen, dat ik mijn conditie flink zal verliezen en dat ik wel mag bewegen (als ik weer thuis ben) maar vooral niet met 'behoud van conditie' in gedachten.
Omdat hij mijn mond openmaakt om er in te kijken, murmel ik vanaf dat moment ook weer zelf wat woordjes. Nauwelijks verstaanbaar en zeer vermoeiend, maar er komt weer geluid uit. Dan neemt Clara afscheid, we spreken af dat ze 's avonds weer komt.
Terug op mijn kamer maak ik, nu ik weer wat praten kan, kennis met mijn kamergenoot. Meneer Vonk is 93 jaar en heeft een veelbewogen leven achter de rug. Nu ligt hij in het ziekenhuis, te wachten op maag- en darm onderzoek. Hij neemt het leven zoals het komt, maar wekt zo nu en dan ook wel de indruk dat hij niet zo erg ver meer vooruit kijkt. Toch geen moment donkere tonen in zijn stem. Heel verfrissend!

Na een middagdut zit ik op bed naar de Tour de France te kijken. Het voordeel van mijn crash is natuurlijk wel dat ik nu de tour goed kan volgen.
Stipt op de afgesproken tijd van half vier komt mijn broer Pieter samen met mijn moeder binnenwandelen. Pieter heeft nog veel meer ervaring met ziekenhuisbedden na ongelukken (auto&motor). Hij vertelt nog dat van alle dingen die hij doet of deed, het breken van kaken niet hetgeen was dat hij me aan kon bevelen om na te doen. Ik had het dan ook niet gepland...
Het bezoek van mijn broer en moeder doet me goed. Weer een wandelingetje over de gang, bosje klavertjes vier gekregen en gepraat over een en ander. Heel bewust vraag ik ook over de dingen waar zij nu mee bezig zijn. Altijd alleen maar vertellen is ook niet alles. Een prettig uur later vertrekken ze weer. Kan ik nog net het slot van de touretappe van vandaag zien.
Net als de lunch is ook het avondmaal soep, kommetje griesmeel en potje appelmoes. Slurpend door een rietje kost het een hoop moeite om het allemaal naar binnen te werken. Als tussendoortje krijg ik pakjes powerdrink, astronautenvoer met extra veel calorieen, veel mineralen en vitamines. Alles om er voor te zorgen dat je niet al te veel afvalt. Want via een rietje krijg je echt niet voldoende binnen.
Na het eten komt Clara weer op bezoek, deze keer vergezeld door Inga, mijn schoonzus. We bepraten de gebeurtenissen van de dag tijdens een wandelingetje. Deze keer ook met een korte broek aan. Na enige tijd komen we weer bij bed aan. We blijven nog wat verder praten, maar het kost me meer en meer moeite om mijn gedachten erbij te houden. Het praten is erg moeizaam en het is tijd om te gaan slapen.
Om de nacht wat beter door te komen, vraag ik toch maar om een pijnstiller. Niet dat ik veel pijn heb, maar dat beetje ook nog weg, zou mijn slaap wel kunnen helpen.

Maandag 4 juli 2005

De nacht kom ik in redelijke blokken door, maar om een uur of vijf ben ik weer wakker en zie dat mijn infuuszak bijna leeg is. Ik wacht nog of de verpleegster langs komt voor het zover is, maar nee. Als ie echt leeg is druk ik maar op het belletje.
De verpleegster merkt op dat ik wel erg goed op let. Ach ja, ik heb toch niets anders te doen.
Nadat ze een nieuwe zak heeft aangehaakt, vraagt ze of ik nog wat nodig heb. Ik wil eigenlijk wel even wandelen, maar mijn t-shirt weer aan (ik lig bijna bloot onder het laken en heb het dan nog warm) is zo'n gedoe. Ze haalt voor mij een operatiepak, dat kun je mooi aan alle kanten dichtklikken. Ik stiefel een dik kwartier over de gangen heen en weer en kan daarna weer slapen. Zo gaat het redelijk snel richting half tien. Dan zou ik de dokter weer zien en wellicht laat hij me vandaag weer naar huis gaan!
Het ontbijt is heel verrassend (ahum) een bakje vla, bakje rijstepudding en een kopje thee. Ik slobber het op van een lepel. Beter dan door een rietje, maar nog steeds heel vermoeiend en na het eten zak ik weer weg. Dan komt de zuster om te vertellen dat ik me maar eens moet gaan wassen en klaarmaken voor de poli.
Rond half tien komt een vervoer-broeder me halen, met rolstoel nog wel. Ik neem plaats en met de infuuspaal tussen de benen scheuren we door het ziekenhuis. Dan moet de broeder in de rij voor de balie, om mijn papieren af te geven. Daarna zegt hij gedag.
Na een korte wachttijd word ik geroepen voor een rontgenfoto rondom mijn hoofd. Ik moet in een apparaat gaan staan en met mijn voortanden op het steuntje bijten.
Welke voortanden vraag ik?
Oh, ja, en dan plaatst ze een ander steuntje. Ik blijf netjes recht staan en dan wordt de foto genomen. Na nog een paar minuutjes wachten word ik bij de dokter geroepen. Die bekijkt de foto en mijn mond en is erg tevreden met hoe het tot nu toe gaat. Van hem mag ik naar huis, donderdag terugkomen en waarschijnlijk dan maandag of dinsdag weer. Wel even ook bij de KNO arts langs. Ik krijg nog een receptje voor pijnstillers (stevige!) en antibiotica mee en dan sta ik weer op de gang. De zuster neemt me mee naar de KNO balie. Daar is echter geen poli vandaag, dus moet ik een afspraak voor woensdag maken. Gelukkig staat dat vertrek naar huis niet in de weg.
Ik moet weer even wachten op een transportzuster, die me weer richting mijn kamer scheurt. Daar komt de dietiste langs die me uitgebreid vertelt hoe ik in de komende weken mijn gewicht op peil kan houden. Want het grootste risico is dat ik veel, te veel gewicht verlies door alleen maar vloeibaar te kunnen eten. Ze voorspelt dat ik aan het eind van de eerste week (dus vrijdag) 3 tot 5 kilo kwijt zal zijn, maar dat als ik genoeg op let, het daarbij zal blijven. Dat klinkt me wel goed in de oren. Die 3-5 wilde ik toch wel kwijt, maar inderdaad niet meer. Wel moet ik heel erg opletten dat ik dan niet straks wel op gewicht blijf, maar alle spieren voor vet inruil. Nou dat zal wel loslopen.
Voor mijn eten krijg ik fantomelt mee. Een Dextrine-maltose, suiker die nauwelijks zoet is. Een paar scheppen in van alles en nog wat erbij: allemaal extra energie. Ook moet ik voorlopig helemaal over op volle zuivel: volle melk, volle yoghurt, volle vla. En meer nog, ook een flink plak slagroom kopen. Niet om te kloppen, dat wordt alleen maar lucht, maar puur om extra vet binnen te krijgen.
Dan te bedenken dat ik in mijn werk nou juist druk bezig ben om producten beter te maken, met minder koolhydraten (suikers), met minder vet en vooral, met minder verzadigd vet (wat in volle zuivel en slagroom veel zit). Nou ja, het moet maar.
Ter aanvulling van mijn eten krijg ik ook astronautenvoer. Er is een firma die, vergoed door de ziektekostenverzekering, dergelijke pakjes astronautenvoer aan huis levert. Per dag moet ik 2 tot 4 van die pakjes wegwerken, als aanvulling op mijn gewone voeding.
Als het hele verhaal gedaan is, kan ik Clara bellen dat ze me op komt halen. Terwijl ik zit te wachten wordt me nog een lunch voorgeschoteld met alweer soep, griesmeel en appelmoes. Kan ik op mijn gemak nog even eten.
De verpleegster heeft me ondertussen losgekoppeld van het infuus. Tjonge, dat voelt als een eerste bevrijding! Ik pak al mijn spullen bij elkaar en om een uur of twee is Clara daar om mij op te halen. Ik zeg gedag en bedank de verplegers. Wens meneer Vonk sterkte voor de komende tijd en schuivel dan voorzichtig, als een oud mannetje, mee naar buiten. Heel voorzichtig stappen we in en heel voorzichtig rijden we naar huis.
Thuis zit Jesse gewoon binnen te spelen en zegt gedag en speelt door. Diede en Hidde vinden het te griezelig en blijven voorlopig boven. Zelf zucht ik neer op de bank. Dan kan Clara meteen weer op pad voor medicijnen en boodschappen.
Na enige tijd weet Hidde zich te vermannen en via eerst door een kiertje van de deur kijken, komt hij naar me toe. Hij vertelt Diede dat het niet zo erg is, maar als ik ook maar in haar buurt kom, barst ze in een heftige huilbui uit. Zij is van de kinderen ook de enige die mij bloedend op straat heeft zien zitten. Pas 's avonds bij het tandenpoetsen durft ze, heel even, naar me te kijken. Het zal nog twee dagen duren voor ze onbevangen weer naar me kijkt.
Meteen na het eten gaat Oma Tini, die zonder enige voorbereiding van zaterdag tot nu is blijven logeren als steun en toeverlaat, naar de trein, naar huis.
Zelf kan ik ook naar bed. Eindelijk in mijn fijne eigen bed!
Welterusten

Dinsdag 5 juli 2005

Midden in de nacht heb ik krampen in mijn kaken. Ik moet een uurtje rechtop en spendeer dat achter de computer. Tal van emails verstuur ik en ook heel wat heb ik al ontvangen. Tjonge wat een medeleven! Dat doet in ieder geval de spirit goed.
Als ik toch niet kan slapen, kan ik net zo goed een stuk verslag tikken in dit weblog. Dat helpt bij het verwerken van alles. Maar na een uurtje is het natuurlijk nog lang niet af. Ik sluit af en slaap zo goed en zo kwaad als het gaat weer tot de volgende ochtend.
Overdag wordt er gebeld door slachtofferhulp, maar die hebben we niet nodig. 's Middags komen twee agenten nog eens precies luisteren naar wat er gebeurt is. De ene agent was er vrijdag ook bij. Ze hebben toen zelfs overwogen of de Quest ter controle mee naar het bureau moest, maar daar vanaf gezien. Ze willen vooral heel goed vaststellen of er derden bij het ongeval betrokken waren die nu doorgereden zijn en zich hadden moeten melden. Wat mij betreft treft niemand blaam, maar ik ben niet overtuigd dat dat ook hun mening is. Afijn, op een plezierige manier hebben ze dit verder afgehandeld.
's Avonds ga ik onder begeleiding van mijn kinderen heel voorzichtig een wandelingetje door de buurt maken. Dat werkt louterend. Het gaat niet hard, zeker niet. Maar veel steunend op Jesse en de dartelende Diede en Hidde om me heen is het toch erg plezierig. Na een klein ommetje komen we langs de plek waar het gebeurd is. Diede zorgt dat ze daar zo snel mogelijk voorbij is, maar Jesse en ik staan uitgebreid stil om ter plekke te reconstrueren. De vele regen van de afgelopen dagen is niet in staat gebleken om de donkere bloedplekken weg te wassen. Een luguber gedenkteken op straat.
Ik inspecteer paal en grond nauwkeurig, in de hoop om extra aanwijzingen te vinden over hoe het nu precies is gegaan. Ik zie schuur- en slijpplekken op straat die door de body van de Quest gemaakt moeten zijn. Stoep en straat zijn overal op gelijke hoogte, dus er is geen extra richel of rand die een rol gespeeld kan hebben. Met wat ik zie moet ik concluderen dat ik vrijwel langs de paal aan het sturen was en hem direct met de fiets geraakt zou hebben als ik niet gekanteld was. Dat kantelen moet ongeveer bij het bereiken van de paal gebeurd zijn. Dat verklaard dan ook waarom er op de bovenkant van de Quest geen sleepsporen van de paal zijn en de scheuren in de bovenkant. Ik heb de paal in de val geraakt met de Quest en op het moment dat de zijkant op de grond kwam heeft de paal mijn hoofd geraakt. Au.
We schuivelen weer naar huis.
Weer een dag voorbij en het gaat weer een beetje beter.

Woensdag 6 juli 2005

Het slapen gaat elke nacht een beetje beter, maar toch heb ik ook nu weer een uur rechtop achter de computer gezeten. Gisteren heb ik een prachtig boeket bloemen van mijn Unilever collega's gekregen. Dat roert me tot tranen toe en nu, als ik dit opschrijf, opnieuw. Maandag waren er ook al bloemen, van Jesse's leerkrachten. Er zijn ook al heel wat kaarten gekregen. Het doet je echt wat te merken dat mensen met je meeleven. Heel erg goed!!!!
Vanmorgen naar de KNO arts. Die had ik eigenlijk moeten zien voor ik naar huis mocht, maar toen was er geen gelegenheid. Nu maar even opnieuw naar Nieuwegein. Eerst een gesprekje met de co-assistent en dan met de specialist zelf. Mijn neus is dus wel degelijk ook gebroken. Mijn rechter neusvleugel is compleet gevoelloos, maar voor de rest is er, KNO-gewijs, niets aan de hand. De neus zit keurig recht (volgens Clara rechter dan voor de klap) en daar doen we niets aan. Over twee weken terug komen.
Na de KNO-arts gaan we nog langs het Hofland ziekenhuis in Woerden, waar ik de eerste nacht doorbracht. Daar liggen nog een shirt en de beker melk+tanden. Die zal ondertussen wel heel erg zuur worden.
Samen met Clara ga ik naar de IC-afdeling, waar de broeder en zuster van de dagdienst me meteen herkennen. Het doet ze goed om te zien dat ik weer op mijn eigen benen sta en ik zie er volgens hen ook weer een heel stuk beter uit. Ik bedank hen nog nadrukkelijk voor de goede zorgen en met de beste wensen ga ik weer naar huis.
Thuisgekomen ben ik doodop, ga meteen in bed liggen en slaap.
's Avonds heb ik al weer wat praatjes en werk ik mijn weblog bij tot en met zondagochtend. Nadat ik dat online heb gezet, post ik een voorzichtig mailtje op de mailinglijst om de mensen erop attent te maken dat er wat met me aan de hand is. Het is dan elf uur 's avonds, maar binnen de kortste keren stromen berichten binnen. Hoewel dat niet mijn eerste opzet is, dat is anderen te laten delen in mijn ervaringen en er van te leren zonder zich zelf pijn te doen, helpt het natuurlijk enorm te merken dat mensen op tal van manieren meeleven. Mijn weblog, normaal gesproken goed voor 10 tot 20 bezoekers per dag, krijgt meer dan 200 bezoekers op de donderdag. Kennelijk wordt de waarschuwing wel opgepikt, maar schrikt niet af. Of zou het juist een soort ramptoerisme zijn?

Donderdag 7 juli 2005

In de nacht moet ik weer een uur rechtop. Mijn kaken kunnen er nog niet tegen om te veel uren achter elkaar op een kussen te liggen. Dat geeft gelegenheid om al een deel van de vele steunbeteugingen te lezen en een aantal ook weer te beantwoorden. Dan lijkt mijn hoofd weer goed in positie en kan ik weer een paar uur slapen.
Als het echt ochtend is, blijkt dat het gewichtsverlies tot stand lijkt te zijn gebracht. Ik ben een kleine vijf kilo kwijt, maar mijn gewicht schommelt al een paar dagen rond dezelfde waarde. Ik eet de hele dag door, althans, zo voelt het. Maar ik gloei ook enorm van binnen, zonder verhoging te hebben. Kennelijk werkt mijn lichaam dubbele uren om alle herstelwerkzaamheden uit te voeren. Ik heb het dan ook zelden koud, in tegendeel heel vaak erg warm.
Vanmorgen gaan we opnieuw naar Nieuwegein, nu om de kaakchirurg weer te zien. Die is erg tevreden over de ontwikkelingen zover. Zo tevreden zelfs, dat ik niet maandag, maar pas donderdag weer hoef terug te komen.
De berichten over de bomaanslagen in Londen maken dat ik mijn eigen ellende wel weer tot heel bescheiden proporties kan terug brengen.

Vrijdag 8 juli 2005

Vandaag mogen we allemaal uitslapen. Natuurlijk ben ik in de nacht weer een uur opgeweest, goed om wat email bij te werken en weer een stukje te schrijven voor de weblog. Ik kan elke dag weer een klein beetje meer, maar ben nog wel erg snel moe en vooral praten moet ik zeer beperken.
Na het avondeten ga ik met Jesse samen een nieuw avontuur tegemoet: op de fiets naar het winkelcentrum om wat dingetjes te kopen. Anderhalve km heen en anderhalve terug. Oertraag op een erg rechtop fiets. Maar het gaat. Bij elke zandkorrel voel ik mijn kaken op elkaar klapperen en dat voelt niet fijn, zachtjes uitgedrukt. Maar het gaat en dat is al heel wat!

Zaterdag 9 juli 2005

Hoera! Voor het eerst heb ik de hele nacht in bed door kunnen brengen. Niet perse steeds geslapen, maar ik kon bed houden. Dat is al weer heel wat. Overdag wel regelmatig rusten, maar mijn bed zoek ik pas na het avondeten op.
's Middags heb ik mijn actieradius al weer een klein beetje uitgebreid: ik ben naar de Molen gefietst voor wat dingen voor in het brood. Ik kan er zelf voorlopig nog niet in bijten, maar de rest lust het natuurlijk nog wel. Deze tocht fiets ik samen met Hidde. Die fietst nu precies even hard als ik met alle hobbels en bobbels (een zandkorrel valt daar al zowat onder!) aandurf. Een totaal van 8 km en ik ben compleet uitgeput.
's Avonds stuur ik een serie mailtjes naar de mailinglist, waarin ik inga op de diverse reacties. Ik hoop dat dat goed gaat, want de server van ligfiets.net ligt er al de hele dag uit.

Zondag 10 juli 2005

Het is feest vandaag: Clara is jarig.
We vieren het wat bescheiden, om begrijpelijke redenen. Om diezelfde begrijpelijke redenen zijn we uberhaubt nog thuis, anders waren we nu voor een lang weekend in Engeland geweest.
Het is prachtig zomerweer en ik moet er gewoon even uit. Na de lunch ga ik met Diede en Hidde een stukje fietsen. Ik moet toch ergens beginnen om mijn conditie weer op te bouwen. Deze keer houd ik het een uur uit, op een gezapig tempo.
Met het bezoek (expres heel weinig) moet ik me er op concentreren weinig te spreken (vermoeiend) en niet te veel te lachen. Bij lachen trekken namelijk je mondhoeken naar achter, dat zorgt ervoor dat je lippen zich spannen om de tanden. En als daar allemaal ijzerwerk zit, doet het zeer.

Met Willem loop ik nog even naar "de" plek, zodat we ter plekke, samen het ongeval nog eens precies nalopen.
Bij dat nalopen komen nog wel een paar interessante details naar voren. De weg waar ik vanaf kom, is ter plekke voorrangsweg. Maar eigenlijk is ie heel raar aangelegd. Omdat hij rechtdoor overgaat in een fietspad (met behoud van voorrang) versmald de asfaltstrook op de plek van het kruispunt. En die versmalling komt geheel vanaf de linkerkant, daar waar mijn bocht heen is. Bovendien staan de haaientanden ook nog eens stijf tegen het asfalt aan, dus niet parallel aan de rijrichting, maar schuin inlopend.
Dit verklaard waarom die ene auto die daar, op zich keurig, bij de haaientanden staat, de bocht zo erg verkleind, veel meer dan je van een normale kruising zou mogen verwachten. En dat op zijn beurt zou kunnen verklaren waarom ik niet voldoende bijgeremd heb toen ik zag dat mijn ideale lijn was afgesneden. Want hoewel ik het er niet expliciet bijgeschreven heb, heb ik dat natuurlijk wel degelijk een flink stuk gedaan. Anders was ik ruim voor de paal om gegaan en had ik alleen maar schade aan de Quest gehad, niet aan mezelf.

Van tijd tot tijd trek ik me maar even helemaal terug, ga lui op de bank liggen om naar de Tour te kijken. Desaltniettemin voel ik het 's avonds flink in mijn kaken en wangen. Om het een beetje te compenseren, blaas ik mijn wangen bol van tijd tot tijd en dat geeft een beetje opluchting.

Maandag 11 juli 2005

Heb ik zelf een lelijke klap gemaakt, lees ik op de ligfietslijst dat Hayco Moraal, terwijl hij op zijn Fujin aan het fietsen was, geschept is door een beschonken automobilist. Been en heup stuk. Hij kan praten, ik kan lopen. Allebei hadden we het liever niet meegemaakt.
Ik koop snel een kaart om aan hem op te sturen, van de ene brekebeen naar de andere. Van harte beterschap, Hayco!

Dinsdag 12 juli 2005

Diede en Hidde aan het logeren, Jesse naar ErTee. Wij hebben het rijk alleen! Wat een rust in huis, ongekend.
Mijn dagelijkse fietstochtje maak ik vandaag met Clara. De grens lijkt echter bereikt. Een uurtje gezapig fietsen gaat wat conditie betreft ondertussen goed, maar na een uur komt dat typische 'rechtopfiets' gevoel: zadelpijn.

Donderdag 14 juli 2005

De stappen vooruit worden steeds kleiner, maar worden niet minder gewaardeerd. Ondertussen neem ik geen pijnstillers meer in voor het slapen gaan. Dat is de 'normale' situatie, dus daar wil ik aan werken. Het slapen gaat nog steeds moeizaam en ook vannacht ben ik weer diverse keren wakker geweest en moet vroeg opstaan, maar na het ontbijt weer slapen.
Vandaag moet ik voor controle naar de kaakchirurg. Hij is eigenlijk best tevreden over wat hij ziet. Voorlopig doorgaan zo. Hij zet een paar extra elastieken in mijn mond om nog wat extra spanning op de bovenkaak te zetten. Zelf gaat hij nu op vakantie, dus hij brengt zijn collega mee om me alvast kennis te laten maken. Fijne overdracht.
Ik krijg nog twee exemplaren van de CT-scan mee naar huis. Delen van de 'overzichtsfoto' dus niet de hoogste resolutie, maar desalniettemin ben ik er erg blij mee. Kan ik mezelf van binnen gaan bekijken. Binnenkort ga ik proberen of ik die kan scannen en of ik het aandurf om die foto's dan ook online zet. Ene Bekende Nederlandse zette ook rontgenfoto's op het net, dus waarom ik niet?
Weer thuis kan ik meteen naar bed, het is toch best vermoeiend geweest. Na een dutje ga ik het toch eens heel voorzichtig proberen: mijn hurricane gaat van stal. Heeeeeel voorzichtig rijd ik een klein rondje van ongeveer twee kilometer. Het valt me alleszins mee! De vering voor en achter werken erg goed om alle hobbels en bobbels op te vangen. Maar meer dan dit rondje wil ik voorlopig nog niet wagen.
Aan het eind van de middag komt een collega even op bezoek. Heel leuk, maar ongewild praat je toch heel wat meer dan goed gaat en mijn kaken beginnen weer te protesteren. Morgen, als er een grote groep collega's komt, maar iets beter op letten.

Vrijdag 15 juli 2005

Een beetje uitslapen vandaag. Dat wil zeggen, wel weer om zeven uur opstaan om te eten (en mijn kaken te ontspannen) maar daarna nog een uurtje blijven liggen. Iedereen is weer thuis en dus wil iedereen ook 'achter de computer'. Mail en weblog bijhouden moet dus even wachten tot 's avonds.
Ymte komt zondag op de terugweg van Zeeland (met het hele gezin) langs en zal dan de Quest meenemen ter reparatie. Voor die tijd moet ik natuurlijk wel even heel goed zelf alles geinspecteerd hebben. Dus ga ik een klein stukje Quest rijden. Clara vindt het maar wat griezelig dat ik er weer in ga zitten en zelf ben ik ook heel benieuwd hoe ik het ga vinden.
Bij het instappen voel je dat er scheurtjes in de rand van het instapgat zitten, meer flexibiliteit dan ik gewend was. Bij het fietsen valt me vooral op dat ik nu dus geen spiegeltjes heb. Voor de rest loopt alles perfect en super licht. Ik ben er van overtuigd dat de sporing perfect in orde is.
Natuurlijk ga ik heel rustig fietsen, even naar Haastrecht toe. Even pinnen. Als ik weer buiten kom, loopt een moeder met drie kindertjes net richting mijn Quest (toeval) en ik hoor haar zeggen Die zie je tenminste Het jongste kind, een jochie van amper 5 jaar, pakt de Quest beet om erin te kijken, maar zijn moeder zegt meteen dat het niet mag. Nu sta ik er vlak achter en kan hem vertellen dat het toch wel mag. Hij kijkt erin en we maken een klein praatje over ligfietsen (erg gevaarlijk) en velomobielen (die zie je tenminste). De kinderen willen graag zien hoe hard ik kan fietsen, maar dat zit er even niet in. Het gewone wegrijden vinden ze al bijzonder genoeg.
Ik fiets even door naar de bouwmarkt, om polyesterplamuur te kopen. Ik had al even geprobeerd om de diepe scheuren gewoon wit te lakken, maar dan zie je de scheuren nog steeds door de schaduwwerking. De man van de bouwmarkt loopt even mee naar buiten om te kijken of wat hij heeft inderdaad het juiste is. Daarna afrekenen en weer terug naar huis.
Net als ik weer weg wil rijden, zie ik Erik Heek. Een jongen (man ondertussen) die stage liep in Amsterdam bij onze groep, toen ik AiO was. We hadden elkaar ruim tien jaar niet gezien toen hij mij in januari bij het lokale winkelcentrum herkende en een praatje maakte en nu dus weer. Wel gezellig eventjes.
Terwijl we staan te praten komt Bram met zijn ouders en broertje naar de bouwmarkt. Bram is een jochie van een jaar of acht en woont in de buurt. Hij is vrolijk en vriendelijk, maar heeft ze niet allemaal, wat hem heerlijk onbevangen maakt. Hij komt bij ons staan en vraagt of ik even gas wil geven. Dus ik Broem, broem roepen, maar dat was niet helemaal de bedoeling. Dan probeer ik hem uit te leggen dat mijn benen het motortje zijn. Hij snapt het nog niet helemaal en dan neemt zijn moeder hem mee naar binnen. Ik beloof dat ik wel eens een keertje bij hem langs zal fietsen.
Als ze even later terugkomen, vraagt hij of ik wil starten. Het is eigenlijk wel tijd dat ik op huis aan ga vanwege de visite, dus ik zeg OK. Zeg Erik gedag en Flinstone even achteruit om dan weg te fietsen. Bram is zeer verbaasd over hoe weinig geluid dit oplevert!

De collega's komen uiteindelijk met z'n vijfen en het is reuze gezellig. Iedereen wil de rontgenfoto's wel even zien. Gezellig, maar vermoeiend. Het is een keuze die je maakt.
Na het eten heb ik het gevoel dat ik nog teveel energie in mijn lijf heb. Tot Clara's schrik kondig ik aan om nog een rondje te fietsen in mijn Quest, hetzelfde rondje als eerder van de week met haar samen. Ik beloof voor de schemer thuis te zijn.
Ook bij dit rondje voel ik heel duidelijk dat de Quest fietsenderwijs ongeschonden is. Het plaklint dat de onder en bovenhelft scheiding afplakt en er half afgeschuurd is, wappert aan de zijkant. Het missen van de spiegels is wel vervelend. Verder valt op dat de Quest met deze matige snelheid toch heel erg comfortabel is. Alle oneffenheden worden keurig opgevangen, tenminste zolang ik mijn hoofd niet tegen de hoofdsteun leg. Dan voel ik heel veel door mijn hoofd dreunen. Na een moment proberen ben ik er voorlopig van genezen.
In Hekendorp moet ik een haarspeld draaien om de dijk van de Hollandse IJssel op te komen. Net als ik dat doe vraagt een fitte gepensioneerde mij hoe hard dat nu gaat. Dat neem ik letterlijk, kijk op mijn teller en zeg zes kilometer per uur ik knijp in mijn remmen (hij wil overduidelijk even een praatje maken) en vervolg en nu sta ik stil.
Hij vraagt even over hoe hard dat gewoonlijk gaat en ik verklaar dat, als ik weer fit ben, het op lange rechte stukken wel richting vijftig gaat. Dat gelooft hij grif: laatst ging hij "zo'n bakkie" inhalen bij Boskoop, maar bij 60 km/h was hij er nog niet mee klaar. Dan hebben we het nog even over de invloed van een biertje op je fietsprestaties. Dat had hij 1 keer gedaan, na een rondje Rottemeren dorst gekregen, biertje gedronken in een cafe en daarna niet meer vooruit te branden. Dat had hij dus meteen afgeleerd en wilde hij mij ook van harte afraden. Nu houd ik niet van bier, dus dat is makkelijk genoeg.
Dan zeg ik gedag en fiets weer naar huis. Best lekker, rondje van 12.75 km gereden.

Zondag 17 juli 2005

's Morgens neem ik de Quest nog 1 keer uit rijden om heel zeker te zijn dat echt alleen de body schade heeft. Kalm aan over de dijk naar Haastrecht en dan een stukje langs de Vlist, tot de afslag richting Stolwijk. Het is wel heel lastig fietsen, zo zonder spiegels. Op het smalle weggetje richting Stolwijk moet het dan maar even doorfietsen worden. Zonder spiegels heb ik geen zin in inhalende auto's. Maar ja, hoe zou dat gaan? Net twee weken na de klap?
Nou, dat gaat verbazingwekkend goed. Nu heb ik natuurlijk al alle rotzooi uit de Quest gehaald, dat scheelt een paar kilo en ook zelf ben ik heel wat kilootjes kwijtgeraakt. Maar dan nog, ben aan de antibiotica geweest, ben lang onder narcose geweest....
Met de nadruk op hoge toeren kost het toch niet al te veel moeite om boven de 40 te komen. Alleen op de rechte stukken en flink uit de kant blijven. De bochten neem ik zeer op het gemak. Niet eens omdat ik de bocht niet om durf, maar meer omdat mijn verstand zegt dat ik op dit moment niet het geringste risico moet lopen.
Dan Stolwijk even door. Klinkertjes, maar wat pakken die Quest-wielen dat toch prachtig op! Wel rustig fietsen, maar heel comfortabel, zolang ik met mijn hoofd bij de hoofdsteun wegblijf.
Op de smalle weggetjes richting de Vlist is het druk met zondagsrijders. Talloze 'echtparen (al-of-niet) op leeftijd' hebben deze zondagochtend ook uitgekozen om een stukje te fietsen. Heel goed, hoe meer er gefietst wordt, hoe beter. Maar als je dan toch met z'n tweetjes de hele breedte van de weg gebruikt, houd dan ook je oren een beetje open, want misschien wil er wel eens iemand langs?
Gelukkig zijn de meesten redelijk oplettend, al moet ik een paar keer echt tot stapvoets terug voor ik er voorbij kan.
Bij het plaatsje Vlist gekomen, wil ik het riviertje Vlist meteen oversteken om op de rustigere oost-oever verder te rijden. Het bruggetje heeft een hekwerkje, waar je mooi sturend doorheen kan. Aan de ene kant dan, want aan de andere kant moet ik toch uitstappen en twee keer tillen met de staart van de Quest om me er tussendoor te manouvreren.
Dan rijdt het lekker weer door richting Haastrecht. Niet te hard, net lekker. Daar weer de dijk op en nog even aanzetten en naar huis. Aan het eind van de dijk moet ik dus weer naar beneden, dezelfde bocht als waar het toen mis ging. Zonder enige angst of vrees ga ik de bocht om. Wel met een zeer lage snelheid, uit verstand, niet uit gevoel.
Een uurtje later komt Ymte, samen met Swannette en de twee kinderen, om de Quest op te halen. Gisteren heeft Ymte de wedstrijden in 's Heer Arendskerke gereden en met het hele gezin hebben ze daar gekampeerd. Gouda was dan mooi op de route terug. Gezamenlijk een boterhammetje gegeten en wat gekletst. Dan is het tijd om voorlopig afscheid van de Quest te nemen. Hij gaat mee in de bus, om netjes gerepareerd te worden. Ik zal er wel van horen, zo beloofd Ymte.
Dag lieve fiets, kom je snel weer terug?

Maandag 18 juli 2005

Het is vakantie en iedereen wil er even uit. Om in mijn eentje thuis te blijven zitten, is ook niets, dus ik ga maar mee naar het strand. Normaal gesproken betekent dat ook voor mij: uren zwemmen, scheppen, bezig zijn. Maar het is nog verre van normaal: ik blijf bij ons dagtentje in een stoeltje zitten, fles koffie aan de ene kant en boekjes aan de andere kant. Halverwege de middag een dutje en dan kom ik zowaar nog een half uurtje in de benen.
Er is duidelijk nog een hele weg te gaan.

Dinsdag 19 juli 2005

Ik ben druk bezig geweest om een select aantal foto's uit te zoeken en te bewerken. Voor wie een sterke maag heeft: foto's van hoe ik er uitzag voor de klap en hoe ik er kort na die tijd uitzag. VOlgens de kenners (mijn lieve huisgenoten) ben ik ten opzichte van die laatste foto's al een heel eind opgeknapt.
Ook foto's van de plaats des onheils, de schade aan de Quest en een afdruk van de CT-scan (zeg maar rontgenfoto, maar dan anders). Waarop een flink deel van de verwondingen goed te zien is.
Pas op! Deze foto's kunnen als schokkend ervaren worden.

Woensdag 20 juli 2005

Het leven gaat gewoon door en zo is er vandaag een feestje. Oma is jarig en we gaan er met z'n allen heen. Anderhalf uur in de auto heen, naar Doetinchem, waar we met wat familie verzamelen. Voor Vera en Arnold is het voor het eerst sinds de klap dat ze me zien, dus dat wordt een beetje bijpraten. Dan door naar het kasteeltje, waar Oma Tini nietsvermoedend vakantie viert. De verrassing is leuk en in het wat grotere gezelschap valt het me niet al te moeilijk om me gedeisd te houden. Normaal niets voor mij, maar nu toch maar beter van wel.
De dag wordt afgesloten met uit eten in een pannenkoekenrestaurant. De soep van het menu gaat nog goed, in de keuken wordt het volledig gepureerd. Voor de maaltijd zelf hebben we zelf wat meegenomen. Het personeel is heel meelevend, al ligt er toch nog een koekje bij de koffie achteraf. De serveerster kijkt heel schuldig als ik vraag of ze die ook even kan pureren.

Donderdag 21 juli 2005

Vandaag een mailtje van Ymte. De Quest is gerepareerd. Of ze hem ook helemaal glad moeten maken en of ze ook meteen voor plakfolie, voor het afwerken moeten zorgen. Ja, graag glad afwerken. Plakfolie zal ik eens goed over nadenken. Ik heb al wat plannen over hoe ik de cosmetische kant van de reparatie ga aanpakken en daar kan al- dan niet reflecterende folie wellicht een rol in spelen.
's Middags komt mijn vader op bezoek. Op de terugweg zal hij Jesse voor een logeerpartijtje meenemen en daarom is hij niet eerder gekomen. Nadat we hem van het station hebben opgehaald wordt het een boeiende middag. Daarna vertrekken ze samen weer naar Delfzijl. Zo heeft Jesse ook wat leuke dagen deze vakantie.

Vrijdag 22 juli 2005

Goed nieuws dag, zo lijkt het. Het begint met een mailtje van Ymte. De quest is klaar, de kosten vallen erg mee en wat nog mooier is, maandag moet hij toch naar Eindhoven en via Gouda om de Quest ook weer thuis te brengen is maar een beetje om. Geweldig!
's Middags weer naar Nieuwegein, voor controle bij de KNO arts. Hij kijkt nog even goed naar en in mijn neus en herhaalt nog eens wat hij al eerder zei: de neus is gebroken, maar wel precies op de goede plaats. De botricheltjes die ik nu op mijn neus en aan de zijkant van mijn neus, bij de ooghoek van mijn rechteroog, voel, zullen in de loop van een half jaar vanzelf weer verdwijnen.
Wat neus betreft is alles klaar. Ik mag weer alles doen met mijn neus, tenminste, dingen die ik voor de klap ook al deed. Ik hoef niet meer terug voor KNO-controle!

In de auto op de terugweg ben ik erg enthousiast over het goede nieuws van vandaag. Ik waag het zelfs om te opperen dat ik maar snel contact opneem met Frans Grotepass, om de stabilisatorstang erin te bouwen. Het is maar 35 km enkele reis. Maar Clara vindt het daarvoor nog veel te vroeg. Even geduld nog even.

Zaterdag 23 juli 2005

Kleine terugslag?
Gisteravond ben ik, voor het eerst sinds een tijdje, meteen na het eten in slaap gevallen. Heb een uurtje of wat geslapen voor ik weer naar beneden gekomen ben. Weer wat later weer gaan slapen, maar 's ochtends voel ik me niet helemaal fit. Ik zie nu ook donkere plekken rond mijn ogen, van te weinig slapen. Moet ik maar op gaan letten.
Ook merk ik dat mijn gewicht weer langzaam op aan het lopen is. Het is mooi dat ik niet te veel afval, maar die paar kilo die ik toch al kwijt was, hoef ik niet per se terug.
Of het aan het weer ligt, of aan iets anders weet ik niet. Maar al sinds zondag ben ik niet even stevig eruit geweest. Nu dan maar een rondje boodschappen doen. Dakdrager terugbrengen omdat hij niet op de Escort past, verf kopen om straks alle reparatieplekken zeer mooi te vermommen. Dan nog even door naar Karwei, waar schudzaklantaarns voor ons klaarliggen. Aardig stukje gefietst, ging wel aardig, maar de hele verdere middag lig ik op de bank. De tour heeft een best spannende tijdrit, maar zelfs dan kost het me moeite om de ogen open te houden. Pas tegen het einde lukt het en zie ik dat Jan Ullrich in de laatste 15 km toch mooi weer wat tijd teruggepakt heeft op Lance Armstrong. Klasse zoals die Jan blijft vechten en nooit verzaakt. Ik hoop dezelfde spirit in mijn genezing te blijven leggen.

Maandag 25 juli 2005

Het is vandaag een klein beetje feest, want mijn Quest komt weer thuis. Ymte moest toch richting Eindhoven en Gouda was dan niet zo ver uit de route. Hij wordt dus keurig thuisbezorgd.
Jesse is nog aan het logeren en Clara is met de kinderen naar het totaal vernieuwde spoorwegmuseum in Utrecht. Ik ben dus helemaal alleen thuis. Ik werk mijn mail bij en bestudeer een verslag dat een stagaire geschreven heeft, zodat ik toch nog bij mijn werk betrokken blijf. Dit alles met 1 oog op de klok, want wanneer zou hij komen....
Dan hoor ik een busje in de straat en mijn intuitie vertelt dat het hem is. En inderdaad, als ik de voordeur open doe, zie ik aan de overkant de blauwe velomobiel-bus staan, met daarachter al de quest. Ymte heeft hem er zo in z'n eentje uitgehaald, of wellicht met de hulp van zijn bijrijder, zoontje Pieter. De quest zetten we meteen maar even in de garage. Dan drinken we een kopje koffie en hebben een gezellig babbeltje. Dat kan net, want de rest van de dag hoef ik geen mond open te doen. Na het tweede kopje koffie zeggen we weer gedag en gaan vader en zoon Sijbrandij weer verder, op naar Eindhoven, of beter Geldrop, waar de Quest van Theo Geurts opgehaald wordt.
In de loop van de middag ga ik liefkozend met mijn vingers over de quest. Ze hebben hem keurig gerepareerd. Alle scheuren zijn geplakt, geplamuurd en gladgemaakt. En meteen is het achterlicht, dat ik een tijdje geleden met een te snel dichtdoen van de garagedeur eraf gerost had, ook weer vastgezet. Nu is het mijn beurt, om de cosmetische kant van het geheel aan te pakken. Reflecterend wit en zwart folie ligt in de quest, spuitbus met lak staat op de plank. Eerst de plek bovenop, achter het hoofd. De juiste vorm wordt uit een groot vel inpakpapier (handig dat we dankzij de verhuizing daar nog een heleboel van hebben) uitgeknipt. Vervolgens opgeplakt en de rest van de quest afgeplakt. Dan een primer erop gespoten, half uurtje wachten, de eerste laag verf, weer een half uurtje wachten en dan de tweede laag verf. Voor het mooie moet er nog een derde laagje overheen (drie dunne lagen voor het beste resultaat). Maar eerst ga ik even naar het station om de hele familie op te halen. Jesse is vanuit Groningen met de trein naar Utrecht gegaan, waar Clara hem opgepikt heeft.
Nog net voor het eten gaat ook de derde laag erop. Een paar uur later trek ik al het afplakpapier eraf en zie het mooie resultaat. Op die manier kunnen de andere plekken ook mooi aangepakt worden.

Dinsdag 26 juli 2005

Vannacht zeer slecht geslapen, het slechtste in bijna drie weken. Waar het aan ligt? Misschien aan te weinig echte beweging. Ik heb namelijk sinds Ymte op 17 juli de Quest ophaalde, niet meer een lekker stuk gefietst. Het weer was er niet naar, maar met de quest zou dat geen punt zijn geweest.
Als dat de oorzaak is, dan kan er nu natuurlijk wat aan gedaan worden. 's Middags haal ik de fiets tevoorschijn om een rustig rondje te rijden. Eerst de dijk op en naar Haastrecht toe. Daar wordt in het dorp een rotonde aangelegd op de doorlopende weg. Heel mooi, maar tijdelijk wel verkeersoverlast. Gelukkig hebben ze na twee maanden de fietsers over grind paadjes te sturen, nu eindelijk bedacht dat je daar ook wel een tijdelijk asfaltlaagje over kunt leggen. Dus dat rijdt weer beter door.
Door Haastrecht richting Stolwijk. Begint een bekend rondje te worden. Op een gegeven moment zie ik in mijn spiegels -wat ben ik blij dat ik die weer heb!- een auto achter me rijden. Maar ik rijd aardig door en er zijn tegenliggers, dus hij krijgt geen kans om me in te halen. Sterker nog, met een paar extra tegenliggers ben ik hem helemaal kwijt!
Omdat ik nog volop in het genezingsproces zit, is stevige inspanning uit den boze. Lichte of hooguit matige inspanning is wel toegestaan. En met die fijne fiets rijd je dan zo diep in de dertig, soms zelfs even over de veertig! Niet in Stolwijk zelf, want daar rijd je over de klinkerstraatjes en zo goed zijn mijn kaken nog niet dat ik in volle vaart daaroverheen kan denderen.
Uit Stolwijk linksaf, richting Vlist, maar voor het zover is, rechtsaf het fietspad door de velden richting Schoonhoven op. Een vrachtauto die bij een boerderij vandaan komt, vult het pad volledig. Maar al voor ik er ben, heeft hij zich in een inham gewurmd om me vrije doorgang te geven. Dank u wel!
Ik fiets verder dit mooie pad over, tot ik bij Schoonhoven weer op de gewone weg kom. Linksaf dan maar. Het slingert hier behoorlijk en is smal bovendien. Goed opletten dus. Dat gaat prima, tot ik opgehouden wordt door een toeristenauto die nog langzamer rijdt dan ik. Gelukkig duurt het maar even voor de afslag linksaf, langs het riviertje de Vlist is. Dit mooie weggetje is gesloten voor autoverkeer en dat is maar goed ook. Het zou veel te smal zijn anders. Het is wel heel idyllisch en met goed wegdek bovendien. De vele slingers houden het tempo binnen de perken en dat is maar goed ook, want anders zou ik nog in de verleiding komen om hard te gaan fietsen.
Het weer is heerlijk en de mensen zijn vriendelijk. Regelmatig wordt ik weer nagekeken. Zouden zij de toeristen zijn? De lokale mensen hebben al heel wat gelegenheid gehad om mij te zien.
Dan vlak voor Haastrecht weer de Vlist oversteken om de laatste paar km aan de westoever te fietsen. Zo kom ik weer Haastrecht binnen. Hup de IJssel weer over en via de dijk terug naar Gouda. Op de dijk rijdt alweer een stel toeristen in een auto. Verdorie, kunnen ze niet een beetje opschieten!
Thuis zet ik de quest in de voortuin, want ik zou met Jesse nog even naar de bouwmarkt. Jesse op zijn fiets en weer terug naar Haastrecht. Bij de bouwmarkt staat net de jongeman buiten die me kort geleden aan polyester plamuur hielp. Hij komt even kijken hoe de quest er nu bij staat en is niet ontevreden.
Na de boodschappen gaan Jesse en ik weer terug. Door Haastrecht over een dijkweggetje met heel rare verkeersdrempels. Als je goed stuurt, kun je er ook met de quest precies langs fietsen. Bij een van die drempels maak ik de fout om iets te ver mijn hoofd buiten de quest te steken om te kijken of het allemaal goed gaat. Juist dan gaat de fiets door een hobbel en de rand van de quest tikt tegen mijn kaak aan. AUW! Dat doet zeer!
Dan richting Hollandse IJssel, waar de brug open blijkt te staan. Ik rijd half onder de slagboom door, waarna iemand een grapje maakt dat ik er wel onderdoor zou kunnen. Dat is inderdaad zo, al houdt het niet over. Om de brugwachter niet te plagen blijf ik natuurlijk netjes aan de juiste kant van de slagboom. Als de brug weer dicht is, gaan we nog even de andere kant op langs de IJssel, richting Hekendorp. Jesse heeft ook wel zin in een rondje fietsen en dat doen we dus samen. Via Hekendorp de velden door en langs de Reeuwijkse plassen weer naar huis.
Wauw! Wat voelt het goed om weer eens een stuk gefietst te hebben!

's Avonds na het eten heb ik zelfs puf om de volgende stap in de fietsdecoratie te doen. Op de computer heb ik een deel van het ontwerp gemaakt, maar dat is heel lastig beoordelen. Bovendien dicteren de schades (nu: de reparaties) voor een belangrijk deel het ontwerp. Dus dan eerst maar daar waar schades weggewerkt moeten worden aan de slag.
Na zorgvuldig uittekenen op en groot vel papier, breng ik de vorm over op de quest met afplaktape. Om het hoekige van de rechte stukjes tape weg te werken, snijd ik vervolgens een vloeiende lijn en verwijder de ene helft van de tape. Dan maak ik de taperand dubbelbreed en tenslotte plak ik grote vellen papier om de quest voor de rest af te schermen. Bij dit deel wordt ook de scheur vooraan in het mangat meegenomen, wat tot gevolg heeft dat er een hoop gepriegeld moet worden om wel de rand te kunnen spuiten, maar niet de hele quest vol te pompen. Maar het gaat.
Als het bedtijd is, zitten alle lagen verf erop. Morgenochtend maar eens zien hoe het er gedroogd uitziet.

Donderdag 28 juli 2005

Langzaamaan begint de quest zijn definitieve uiterlijk te krijgen. Nu ik toch bezig ben, pak ik ook de schade van januari nog eens goed aan. Dat had ik met tape gecamoufleerd (goed gerepareerd, alleen cosmetisch was er nog wat te wensen over). Nu de tape eraf, wat plamuur erbij en schuren, schuren, schuren. Met het afwerken van de paalschade nemen we dit meteen ook mee.
Nieuwsgierig naar het resultaat? Ik ook!
Als ik klaar ben maak ik natuurlijk weer foto's zodat iedereen kan zien hoe het is geworden. Tot die tijd nog even geheimzinnig doen.

Niet zo geheimzinnig was mijn bezoek aan het ziekenhuis vandaag. Dokter Frenken verving dokter van den Bergh die op vakantie is. Na een inspectie van mijn mond, die kennelijk goed uitvalt, gaat er een flink aantal elastieken uit mijn mond. Wat voelt dat gek! Opeens moet je weer zelf je mond dichthouden in plaats van dat die zelfsluiters het doen. Na even proberen (mond open/mond dicht) blijken het er iets teveel te zijn die er uit zijn gehaald, dus met het nodige gepriegel worden er weer een paar teruggezet. Niettemin een hele verademing vergeleken met hiervoor. Joepie! Ik kan zelfs een beetje kauwen nu?
De hele terugweg verheug ik me erop dat ik nu een -bescheiden- stukje kaas kan gaan eten. Maar dat valt tegen. Het kauwen gaat op zo'n moeizame manier, dat er weinig lol aan te beleven is. Na het eerste hapje geef ik de rest van de kaas maar weer weg. Ik vraag me wel af of het nu komt omdat mijn kiezen (nog) niet goed (meer) op elkaar staan, of omdat de links-rechts beweging nog erg pijnlijk is of omdat er nog steeds elastieken zitten te trekken tijdens het kauwen.
Nou ja, het is al met al toch weer een stap vooruit, al moet ik nog even bij het vloeibare en gepureerde eten blijven.
Dat naar binnen werken gaat trouwens wel een heel stuk makkelijker nu. Gelukkig maar.

Vrijdag 29 juli 2005

Het is een gek gevoel, om zo een stuk minder spanning op mijn kaken te hebben. Het praat iets makkelijker en eet wat makkelijker. Wat het grootste voordeel is, is dat ik niet meer wakker word van de kramp in mijn kaken. Nu houden andere dingen me wakker, maar ik kan wel in bed blijven.
Ik kan nu ook een stuk beter in mijn mond kijken. Het is schrikken hoe mijn tanden eruit zien. In de afgelopen weken heb ik mijn gebid moeten onderhouden met een spoelvloeistof. Dat desinfecteert wel, maar maakt niet echt schoon. Mijn twee onder voortanden steken wat bleekjes af, want die kon ik al een week heeeeel voorzichtig met een zacht baby tandenborsteltje poetsen.
Vanaf nu kan ik ook een klein beetje de binnenkant poetsen. Dat voelt wel gek, maar ik doe mijn best om de boel weer zo schoon mogelijk te krijgen.

We gaan vandaag weg, naar een vakantiehuisje. Zelf heb ik nog wel andere dingen aan mijn hoofd, maar voor Clara en de kinderen is het wel belangrijk om er even helemaal tussenuit te zijn. Ik hobbel er wel achteraan.
Voor we weg kunnen moeten er nog wat boodschappen gedaan worden en ik ga per quest de binnenstad in. Van anderen hoor ik wel eens van mensen die aan en zelfs kinderen die in of op hun velomobiel gaan zitten, ongevraagd! Ik kijk daar wel een beetje van op, het is mijn fiets nog niet overkomen. Belangstelling genoeg, maar moeders waarschuwen hun kinderen juist dat ze er af moeten blijven. Als ik dat dan zo hoor is het juist wel leuk om ze te laten kijken en wat te vertellen.
Deze morgen, natuurlijk op de Goudse markt, weer wat belangstellenden. De geijkte vragen, of ik hem zelf heb gemaakt (nee dus) en of hij hard gaat.
Een meneer, die het helemaal prachtig vindt, verondersteld dat het een Frans fabrikaat is. Zou dat komen door het "velo" in de naam?

Zaterdag 30 juli 2005

Gisteravond heb ik na het eten een uurtje geslapen. Maar ik merk dat dat niet meer goed werkt, dan kom ik als het echt bedtijd is niet meer in slaap en ben ik de volgende morgen niet goed uitgerust. Vandaag dus maar een extra dutje voor het eten, kijken of dat beter gaat.
Overdag gaan we Zelhem in, vlak bij ons bungalowtje. Ik kan alweer bijna als een gewoon mens over straat. Bijna, want als we ergens gaan zitten om wat te drinken, kunnen de anderen er een taartje of een saucijzenbroodje bij nemen, terwijl ik me moet beperken tot alleen koffie. Zelfs de koekjes moet ik weggeven.

Zondag 31 juli 2005

Het slapen voor het eten werkt een stuk beter. En met de mindere spanning in mijn kaken gaat het slapen steeds beter. Op mijn rug ging al goed, op beide zijden (niet tegelijk) gaat ondertussen ook zonder al te veel problemen. Alleen op mijn buik gaat echt niet, dan komt er al na een paar minuten een gevoel alsof mijn kin gespleten wordt!

Deze maand zijn de kosten sneller omhoog gegaan dan de kilometers. Slechts 184 km erbij, wat het totaal op 8389 brengt.

Augustus 2005

Dinsdag 2 augustus 2005

Op het park kunnen fietsen gehuurd worden en dat doen we dan ook voor een middag. Met elkaar maken we een heerlijk ontspannen tochtje over weggetjes en paadjes door het mooie Achterhoekse land. We genieten van de rust en boeiende omgeving, niet eens zo ver van onze eigen woonplaats en toch zo anders. Hoe gevarieerd is Nederland toch eigenlijk!
Het is een heerlijk rustig tochtje, met diverse stukken die per Quest eigenlijk niet te berijden zouden zijn. Maar de hurricane mis ik wel (Jesse ook trouwens) want na een uurtje begint de zadelpijn al de kop op te steken. Gewoon negeren blijkt nog wel de beste remedie te zijn, maar het is goed dat we ergens stoppen om wat te nuttigen.
Ik trek de stoute schoenen aan en bestel ook voor mezelf een appelgebakje bij de koffie. Met een beetje geluk is de appel bijna tot moes gebakken en het deeg een beetje soppig, zodat ik het gemakkelijk met mijn tong tegen mijn verhemelte fijn kan malen.
Gedeeltelijk komt dit uit. Het deeg is inderdaad zacht en kruimig en zo moet ik het wel kunnen eten. Maar de stukjes appel zijn nog best stevig. Die moet ik het op het schoteltje "voorkauwen" want anders krijg ik het echt niet weg. Anders wil ik het zo juist in appelgebak, maar nu even niet. Wat ook niet echt wil zijn de gesnipperde nootjes die er frivool overheen gestrooid zijn. Dat is echt geen doen.

Woensdag 3 augustus 2005

Vanuit het park is het niet ver naar het Achterhoekse plaatsje Borculo, ook wel bekend als het Venetie van Noord Nederland. Leuk plaatsje, alleen zou het niet zo moeten regenen. Het stadje barst gelukkig van de musea en wij bezochten het kristalmuseum. Stevige toegang (maar ja, wij zijn dan ook Engeland gewend waar vrijwel alle musea gratis zijn) maar zeker de moeite waard. Wij en ook de kinderen genieten met volle teugen van deze dosis wetenschap en cultuur. Een prettige verrassing, net als een paar dagen geleden, toen we net over de grens in Duitsland het "wassersloschs Anhoven" bezochten. Daar waren vooral schilderijen (waaronder een echte Rembrandt) tapijten, meubels en boeken. De kinderen vonden dat ook geweldig!
Na het museumbezoek ga ik nog even op zoek naar een paar goedkope tennisrackets. Want op het park is een vrij te gebruiken tennisbaan, maar daar heb je wel spullen voor nodig. Voor het formidabele bedrag van 11 euro schaf ik me bij de Blokker twee rackets en drie ballen aan. Terug op het kamp kunnen we meteen de baan op. Vooral de kinderen spelen tennis (proberen de bal over het net te krijgen) en zelfs ik speel - heel voorzichtig- ook een beetje mee. Het valt niet eens tegen! Als ik er maar goed op let niet al te heftig heen en weer te springen, dan blijk ik al weer heel wat te kunnen hebben. Dat is een goed teken!

Donderdag 4 augustus 2005

klik op foto voor full size (489 kb) Waar het door komt weet ik niet, niet van het extra rusten, want dat heb ik niet gedaan.
Maar, 's avonds ga ik gewoon naar bed, slaap twee uurtjes en word weer wakker. Om niet meer in slaap te komen. Ik probeer van alles: lezen, mediteren, TV kijken, niets doen. Maar niets helpt en ik blijf maar wakker.
Om zes uur houd ik het niet meer uit en ik sta maar op. Ik kleed me aan en ga maar een wandeling maken. Dat is dan wel weer lekker: twee uurtjes door een doodstil bos lopen. Hoewel, doodstil.... het ochtendverkeer hoor je best ver en de vogels kunnen er ook wat van. Mezen in soorten en maten, roodborstjes in overvloed, een boomkruipertje op een dennenstam en heel zachtjes kloppend, een kleine bonte specht. Het kost nogal wat moeite om het beestje te zien te krijgen, maar het lukt. Een eindje verderop zie ik zelfs een groene specht. Deze vliegt, veel lawaai makend, weg voor ik ook maar in de buurt ben. Jammer, want ik had hem wel wat beter willen bekijken.
Zo vroeg in de morgen, met nevel in het bos, willen er nog wel eens fraaie plaatjes ontstaan. Ik heb een paar daarvan op de foto gezet, waarvan er eentje hier te zien is.

Vrijdag 5 augustus 2005

Het zit er alweer op en we gaan naar huis. De kinderen tennisen nog een uurtje voor we vertrekken en dan kunnen we met een probleemloze rit zo naar huis. Deze keer zit ik zelf achter het stuur. Ook dat blijkt ondertussen weer goed te kunnen. En jawel, ik had deze nacht wel heel goed geslapen.
Rond lunchtijd zijn we weer thuis. Om eten in huis te halen stap ik weer even in de Quest. Maar goed ook, want het miezert en regent de hele dag. 's Avonds werk ik mijn email weer bij en Paulus den Boer wijst me erop dat op een aantal plaatsen van mijn site(s) nog geen goede links naar mijn weblog staan. Daar mag ik dus vandaag aan gaan werken.
Een verzoek meteen ook aan iedereen die naar mijn quest pagina verwijst, kunnen jullie dat aanpassen en de link laten gaan naar http://quest.ligfries.com ?
Alvast bedankt!

Zondag 7 augustus 2005

Het rare, ernstig buiige weer nodigt niet echt uit om er opuit te gaan. Goed moment voor klusjes dus.
Eerst in huis een paar kasten in elkaar zetten die al veel te lang in een hoek in hun kartonnen doos hebben staan wachten. Maar daarna is er nog tijd over en ga ik weer verder met het Quest ontwerp. De grote lijnen heb ik al lang in mijn hoofd zitten en delen zijn zelfs al uitgevoerd. Maar het laatste stuk op met name de rechterzijde blijft lastig. De plekken van de reparaties dicteren namelijk waar in ieder geval gespoten moet worden. En om de rest er precies omheen goed te krijgen valt nog niet mee. Vele varianten gaan over het scherm, maar een echte 'dat is hem!' heb ik nog niet gezien. Misschien moet ik maar gewoon beginnen en zien hoe het er op de fiets zelf uitziet.
Na het eten nog wat kleine dingetjes verbouwen in de Quest.
De toerenteller zat nog wat profisorisch op een blokje rondhout, dat op zijn beurt geklemd is op de spant van de Quest. Niet echt stevig, vooral ook omdat het spanbandje van de teller niet lekker strak wil zitten. Uit een nieuw stukje rondhout nu een T-stukje gezaagd, waarbij de top rond is. Dan een aluminium strip erop geschroefd en een gaatje aan de andere kant, waarmee het geheel aan het boutje dat de bovenhelft van de Quest vasthoudt wordt bevestigd.
Ik ben nog bezig om -opnieuw- een thermometer te bevestigen. Ik heb voor maar liefst EU 2,50 bij de LIDL weer eenzelfde gekocht als die ik al eerder had, maar deze keer wil ik hem niet direct op de wielkast plakken, maar een beugeltje monteren waar dan de thermometer op geplaatst kan worden. Bij het direct plakken was de kijkhoek niet goed en met de 50 gram die het dingetje weegt (incl batterij) bleef het ook niet goed zitten, wat uiteindelijk de boel heeft stukgemaakt. Maar daar kom ik wel op terug als het klaar is.

klik voor vergrotingWeer verder aan het knutselen. Voor de thermometer maak ik uit een aluminium hoeklatje een steuntje, dat ik onder de toerenteller op de wielkast vastschroef. Daar heb ik meer vertrouwen in dan in lijm of klitteband. Het geheel weegt ca 60 gram. De externe sensor plak ik onder de quest, tussen de voetengaten.
Ik moet deze knutselwerkjes binnenkort maar eens in een aparte rubriek zetten.

Maandag 8 augustus 2005

Vandaag maar eens kijken hoe de tellers en meters zich in de praktijk houden. Dan kan ik meteen kijken hoe het ondertussen met mijn conditie is gesteld. Ik merk wel al dat ik een heel eind ben opgeknapt, maar ik heb geen goed idee hoe ver precies.
Ik had gevreesd dat een weekje weg, zonder controle met de weegschaal en met de herwonnen nst van drop en chocola eten (nee, niet tegelijk) ik weer een of twee kilo zou zijn aaekomen, maar dat blijkt reuze mee te vallen: geen grammetje erbij!
Die chocola en drop gaan trouwens nog niet makkelijk. Dropjes niet al te groot en kleine stukjes chocola kan ik door het gat van mijn missende boventanden mijn mond in schuiven. En dan maar sabbelen. Het is verbazingwekkend hoe lang je er dan mee doet. Ik heb het ook met jonge kaas geprobeerd, maar dat gaat niet zo goed.
In de middag dus maar eens een testritje maken. Mijn kaken zouden nu genoeg stevigheid moeten hebben om een flinke inspanning te verdragen, de vraag is meer hoe lang ik zo'n inspanning volhoud.
In eerste instantie heb ik een retourtje Schoonhoven in gedachte. Dat zou nog van pas kunnen komen als ik weer naar Wageningen ga. Eerst dus de dijk op en Haastrecht door. Er wordt nog steeds aan de nieuwe rotonde gewerkt, maar daar heb ik niet al te lang last van en al vlot fiets ik langs de Vlist. Het fietst lekker door, ook omdat er erg weinig verkeer is. Vrijwel onbelemmerd kan ik doortrappen en de snelheid gaat al weer aardig richting vertrouwde waarden. Dat is een goed begin, maar hoe gaat het verder?
In het plaatsje Vlist aangekomen steek ik het water over en ga aan de overkant verder. Het is daar smaller, maar in principe afgesloten voor auto's. Een heerlijk stukje om te fietsen. Aan het eind van dit stuk ben je al aan de rand van Schoonhoven. Volgens de kaart is het van hier naar de N210 (die naar Nieuwegein gast) of naar de pont over de Lek, gewoon door de bebouwde kom. Maar tot mijn aangename verbazing tref ik net aan de buitenkant een smal, maar mooi fietspad aan. Linksaf dus en kijken waar het me brengt. Het is een echt toeristisch paadje, leuk, maar smal en bochtig. Voor een toertocht ideaal en voor een bestemmingstocht leuk als tussendoortje. Het is ook niet al te lang voor er een kruising komt. Na enige aarzeng en eerst de neus de verkeerde, linkerkant op, ga ik rechts richting ringweg en even later weer links, richting veer en N210. Een paar honderd meter verder is de rotonde die de ringweg met de N210 verbindt. Er is makkelijk over te steken en ik draai de parallelweg op, richting Lopik.
Wouw! Wat een prachtbaan is dit. Eerst nog even de zijstraat richting industriegebied oversteken en dan ligt er een brede, rechte weg voor de wielen, met een perfect laagje asfalt, kilometers lang. Hier kan ik even voluit gaan. De thermometer laat mooi het verschil tussen binnen en buiten te zien. Buiten is het rond de 18 graden, binnen een dikke twee graden warmer en dat is zonder de kap er op.
Terwijl ik van de snelheid geniet, zie ik in de berm een 2-liter colafles liggen. Nu zijn de kinderen op het moment druk bezig met waterraketten, dus die fles kan goed gebruikt worden. Remmen inknijpen, keren, stukkie terug en weer keren. Als ik naast de fles sta, kan ik er net niet bij vanuit mijn fiets, maar als ik mijn bidon gebruik kan ik toch nog net blijven zitten. Ze hebben gelijk: van ligfietsen word je lui.
Na dit vissen zet ik weer aan om de wind in mijn haren te voelen. Ik moet wel even opletten waar ik eraf moet, want ik wil bij Jaarsveld de Lekdijk op, om er even later weer af te gaan en terug naar huis te gaan. Dat erop gaat wel goed en met een fraaie draai rijd ik bovenop. Mooi uitzicht, maar verrassend veel wind. Dat was ik nauwelijks nog gewend, maar geeft verder geen problemen. Lastiger is het om de afslag te vinden. volgens de kaart had die heel snel moeten komen, maar ik zie niets. Pas enkele kilometers verder kan ik er weer af. De teller staat net onder de 25 km, ik kan dan mooi zien of de andere kant om korter of langer is.
Onderaan de dijk kom ik in Uitweg. Je ook de mooiste plaatsnamen tegen op zo'n tochtje. De weg door Uitweg is best wel smal. Met de vele kronkels en ander verkeer is het wel extra opletten.
Weer terug bij de N210 kan ik zo de parallelweg op. Die volg ik tot de rotonde. Daar ga ik rechtdoor, richting Polsbroek. Op de kruising, waar je rechtsaf naar Benschop kunt, kan ik net met een auto mee door het Verkeerslicht. Dan is het lang rechtdoor. Her en der zijn mensen bezig feestborden weg te halen. Men heeft hier pas de zestigste verjaardag van de VVV gevierd.
Over de Vlist weer terug naar Haastrecht, de IJssel over en terug naar huis. De teller staat net onder de 50, wat kilometers betreft maakt de ene of de andere kant om niet uit, maar over Schoonhoven is een stuk leuker rijden.

Dinsdag 9 augustus 2005

Ik wil al een hele tijd een accu-indicator hebben. Zodat ik altijd zie dat ik de stekker van de accu aangesloten heb en dat er nog prik in zit. Ook wil ik meer binnenverlichting, ook zonder het aandoen van de voorlamp. Tenslotte wil ik al een tijdje een mini-voorlicht, dmv gewone witte LEDs. Genoeg licht om gezien te worden, voor omstandigheden dat je zelf nog geen licht nodig hebt om te zien. Die drie dingen maak ik in 1 keer.
Een draad vanaf de zekering, dus ook achter de stekker, gaat naar een blauwe knipperled, die in serie staat met een paar gewone diodes en een weerstandje. Als de accu in orde is, knippert deze mooi zichtbaar, terwijl het effectief maar een paar mA trekt. Bij een accu die 7 Ah capaciteit heeft, duurt het dan meer dan 2 maanden voor hij zelfstandig de accu leeg getrokken heeft. Helemaal leeg gaat natuurlijk niet, want als hij bijna leeg is, zakt de spanning iets en gaat er (nog) veel minder stroom door de indicator. Deze brandt dus altijd.
Direct 'achter' de indicator komt een schakelaartje, dat in de flensrand gemonteerd wordt. Een setje van 4 amber leds parallel geschakeld met elk een weerstandje zodat er 6 a 7 mA doorgaat, staat als groep in serie met 1 witte led, die dus 24~28 mA krijgt en dus voluit brandt. Twee van deze setjes leveren 8 binnenlampjes op die voldoende licht geven om alle tellers te beschijnen en twee witte leds die bij de koplampen gezet kunnen worden. Het geheel neemt ca 50 mA en kan dus op 1 volle accu 140 uur branden. Perfect dus voor het doel.

Donderdag 11 augustus 2005

We gaan nog een paar dagen de hort op, naar zuid-Limburg. Mijn schoonzus is op vakantie en wij mogen een paar dagen hun huis gebruiken. Op donderdag maken we een tochtje naar het drielanden punt en onderweg zien we iets, wat in een quest log niet misstaat.
Je hoort vaak genoeg dat je niet wordt gezien. Maar dat ligt -zeggen wij liggers dan altijd- aan het niet kijken. Een vlaggetje of groter maken werkt ook niet, zo zien wij bij het plaatsje Wittem. Een golf Cabrio is met een forse klap tegen een toeringcar aangeklapt. Kennelijk ook niet gezien. Hoe groot moet je voertuig worden om echt gezien te worden?

Zondag 14 augustus 2005

klik voor vergroting Weer terug uit Limburg moet het knutselwerk maar gemonteerd worden. Ik heb het eerst heb ik het geheel aan de keukentafel in elkaar gezet. Dan getest (ja het werkt in 1 keer!) vervolgens gewogen (weer 100 gram ballast in de Quest) en tenslotte in de fiets gemonteerd. Heel gedoe om al die draden en draadjes een beetje vast te plakken. Vooral om die leds bij de voorlampen te monteren, op een manier die ze nog ongeveer de goede kant uit laat wijzen is niet gemakkelijk. Maar het effect is wel heel mooi.

Maandag 15 augustus 2005

Vandaag weer naar de kaakchirurg. De laatste elastieken worden nu ook uit mijn mond gehaald. Nu kan mijn mond weer wat verder open en ik mag - voorzichtig! - weer beginnen met kauwen. Zacht voedsel om te beginnen.
Ik krijg wat elastieken mee om een week de boel in de gaten te houden. Als ik de indruk krijg dat de 'passing' minder wordt, kan ik er zelf weer elastieken op zetten.
Over een week moet ik weer terugkomen. Als alles dan fatsoenlijk op zijn plaats is gebleven, wordt de spalk (die boven van hoektand naar hoektand loopt) weggehaald. Daarna is de mondhygieniste aan de beurt, want de spoelvloeistof laat lelijke vlekken na en mijn tanden zien er dan ook niet uit. Als dat allemaal gebeurt is, kan er een plan voor de restauratie gemaakt gaan worden. Dat wordt wel iets van de lange adem, want eerst moeten de kaken helemaal gestabiliseerd zijn, iets waar ongeveer een half jaar voor staat.
Nu hoor ik dat met de boventanden ook iets kaakbot is verdwenen, dat is -zoals Inga al opmerkte- op de online rontgenfoto ook al te zien. Misschien moet er een stukje bot bijgeplaatst worden, dat dan uit mijn heup gehaald moet worden. Voor de tussentijd zal ik uit estethisch oogpunt misschien een plaatje moeten dragen.
Maar goed, we zien wel hoe dat uitpakt. We zijn weer een stap verder.
Ik ben nu zelfs zoveel verder, dat ik weer aan werken kan denken. Morgen maar eens proberen!

Dinsdag 16 augustus 2005

Weer terug naar het werk. Om te beginnen maar met de trein. Met dat vooruitzicht ben ik gisteren ook weer druk aan het schilderen geweest met de quest, maar de verf was op voor ik klaar was. Er hangen aan alle kanten lappen papier aan vast, dus zelfs al zou ik gewild hebben, met de quest was nog niet mogelijk.
Ik pak een rechtopfiets om naar het station te fietsen, om meteen weer onder mijn neus gewreven te krijgen waarom ik ook al weer liever met de fiets ga: ik sta koud op het perron en de trein rijdt weg. Te vroeg en zonder mij. Nu is het lekker weer, dus het wachten is niet al te onaangenaam, maar krantjes liggen er nog niet (vakantie is toch voorbij?) en andere leeswaar heb ik niet bij me.
Als ik in Rotterdam aangekomen ben, gebeurt hetzelfde. Juist als ik op het perron kom, gaat de trein weg. Al met al ben ik ruim anderhalf uur onderweg voor ik aankom. Mijn binnenkomst wekt bij velen verrassing! Jij hier? Nu al? En van alle kanten wordt ik met vragen bestookt. Ik realiseer me dat ik het praten binnen de perken moet houden als ik zonder ernstige kaakkrampen de dag door wil komen en ik houd beleefd een aantal gesprekken af. Daar is gelukkig alle begrip voor.
Ook de bedrijfsarts heeft goed begrip voor de situatie en samen maken we een terugkeerprogramma.
Al met al voelt het goed om er te zijn en vooral voel ik me ook erg 'welkom terug'.

's Avonds kan ik nog even verder met de quest, want Clara heeft een nieuwe bus verf gekocht. Ik maak dit deel van het verfen af en ben niet ontevreden. Helemaal af is het nog (net) niet, maar er komt schot in de zaak. Alle schadeplekken zijn in ieder geval nu behandeld.

Donderdag 18 augustus 2005

Opnieuw naar mijn werk en weer met de trein. Zou het nu beter gaan?
Ik ben even eerder op het perron, maar geen trein te zien. Wel een bericht te horen: de trein die ik wil nemen is gecancelled en ik kan dus weer op de volgende trein wachten. Die is gelukkig op tijd en snel. In Rotterdam is de overstaptijd zo krap dat de reisplanner hem niet eens noemt als optie. Maar bij het naderen van Rotterdam lijkt het toch goed te gaan. Maar dan, vlak voor het station, staat de trein een paar minuten stil voor er plek is om binnen te rijden. Weer mislukt denk ik nog. Maar op het andere perron aangekomen blijkt de trein er nog te staan, met mensen erin. De deuren willen alleen niet open, hoewel de trein ook niet weggaat. Vreemd. Nog wat langer wachten en dan gaan de deuren toch weer open. Een omroeper meldt dat er geen machinist is en dat er dus nog langer gewacht moet worden. Zit je in de trein die je wilt hebben, vertrekt ie niet! Waarom fietste ik ook al weer gewoonlijk?
Weer thuis bedenk ik me dat er veel te weinig gefietst wordt. Daar moet zo snel mogelijk verandering in komen, want anders gaat mijn conditie alsnog verloren.

Vrijdag 19 augustus 2005

Vandaag de koe maar bij de horens gevat en inderdaad even een stevig stukje fietsen om enig vormbehoud voor elkaar te krijgen. Eerst nog even de binnenstad in, om een nieuw mobieltje te kopen. Voor 40 euro weer kersvers onder de pannen, stukkie lichter, batterij die langer meegaat en nog 10 euro beltegoed. We kunnen er weer jaren tegenaan.
Over de grote markt van Gouda trek je heel wat aandacht, vooral van de drommen toeristen, die er zomaar een extra attractie bij krijgen. Er is altijd wat te beleven in deze kaasstad.
In de afgelopen weken zijn er op de Veerstal, de doorgaande weg langs de IJssel, wegwerkzaamheden uitgevoerd. Het wegdek ligt er nu keurig bij en het scheurt lekker. Bij Uniqema de dijk op en als vanzelf ga ik mijn woon-werk route inspecteren. Als ik van de dijk afkom, sla ik linksaf richting de sluis. In feite is het een beetje tegen het verkeer in om op het fietspad te rijden, maar ala. Er komt me een oudere damen op een scootmobieltje tegemoet. Volgens mij heb ik haar wel vaker ontmoet. Ik ga keurig op het uiterste randje rijden om haar alle ruimte te gunnen. Toch zit ze met haar hand te gebaren. Een soort babbelgebaar? Ik snap er niets van, doe ik iets verkeerd? Even later valt het muntje: inderdaad, ik had mijn knipperlicht aan laten staan. Bij deze alsnog bedankt, want het was gewoon vriendelijk.
Over de sluis op het fietspad richting A20. Hier komen me twee amazones tegemoet. Ik minder al wat vaart en -heel slim- de ene gaat links in het gras, de andere rechts. Even later hebben ze door dat dat toch niet helemaal slim is, ze gaan nu beide voor mij rechts in het gras. Ze hebben kennelijk steun aan elkaar (of de schildering is vertrouwenwekkend) want het passeren gaat verder prima.
Bij de rotonde steek ik over, om via de drie-sporen route te rijden. Dat gaat lekker. De twee wielrenners die ik achterop rijd, zijn te verbijsterd om ook maar te overwegen in het spoor te blijven.
Verderop pik ik de gewone route weer op, richting Middelweg en dan door naar de Rotte. Even kijken of er nog tempo gemaakt kan worden op een rechte weg. Kennelijk zit het met pure kracht wel goed, want de max levert drie vijfjes op, bij een maximale hartslag van 183. Maar het uithoudingsvermogen is een stuk minder bijgebleven, maar dat komt snel genoeg weer.
Het plan is om even langs de Rotte te fietsen, dan de Pekhuisbrug over te steken en met een klein rondje weer terug te komen, dan een korte pauze om wat te drinken en de telefoon die ik net gekocht heb even te bekijken. Maar vanuit de verte zie ik het bruggetje al openstaan en dat blijft zo ook als ik nader. Ik houd mijn pauze dan maar aan deze kant, maar de brug blijft open staan. Defect kennelijk, maar er staat geen telefoonnummer bij waar je dat kunt melden. Dat moet dus even wachten tot ik weer thuis ben. Nu wel opgezocht en voor iedereen te zien:
Recreatieschap Rottemeren
Schiedam
tel: 010 - 2981010
Als iemand nu nog zo vriendelijk is om dat op de brug te schrijven met een dikke stift, is de melding volgende keer snel gedaan.
Na een half uurtje op mijn luie gat in het gras, verhuis ik met mijn luie gat weer naar de fietsstoel. Ik weet niet wat luier is, maar wel dat er net een fanatieke racefietser de kant op gaat die ik ook wil. Even aanzetten en ik zit al achter hem, al kronkelt het te veel om in te halen. Hij is best snel met z'n 35+. Maar als ik even later even bel kijkt hij heel verbaasd rechts om, terwijl ik hem toch links wil inhalen. Als ik voorbij schuif merkt hij wel dat aanhaken zinloos is.
Via de gewone route weer terug richting Gouda. Alleen bij het spoor, bij Moordrecht even anders. Het fietspad loopt namelijk van Gouda tot daar door aan beide zijden. Hoe zit dat nou precies met de spoorzijde, dat stuk bij Moordrecht?
Vandaag is een goede gelegenheid om dat eens uit te proberen en vanaf de parallelweg ga ik niet het fietspad, maar de weg op, steek het spoor over en ga dan links het fietspad op. Deze draai alleen laat al zien waarom dat niet handig is, je moet helemaal door de verkeersstroom heen. Gelukkig is het nu rustig, maar voor normale woon-werk tijden is dit drie keer niks.
Het fietspad zelf is overigens mooi hoor: breed, goed aangelegd en fijne bomen voor een prettige sfeer.
Bij de sluis naar beneden, de Rotterdamseweg op, waar ik eerst bij het verkeerslicht even mag wachten. Jammer, want het stukje naar beneden helpt altijd om lekker op vaart te komen. Maar, de spieren zijn goed (en het gewicht minder!) dus ook vanuit stilstand krijg ik hem wel boven de 50. Kan ik lekker mee met het verkeer. Alleen als het bij de fabriek weer omhoog gaat, is het wel erg stevig aanzetten om zo min mogelijk vaart te verliezen. Tot mijn voldoening blijk ik mijn hartslag nog tot 193 te krijgen! Volgens het boekje ben ik dus pas 27 jaar....

Maandag 22 augustus 2005

Vandaag staat er weer een doktersbezoek in de planning. Als het goed gaat, mag het ijzerwerk uit mijn mond.
De dokter is heel tevreden over hoe de aansluiting van met name de hoektanden is. Maar als hij hoort dat ik de afgelopen week toch nog een paar keer de elastieken heb gebruikt, omdat ik het gevoel had ze nodig te hebben, stelt hij het verwijderen van de spalken nog even uit. Er werkt nog teveel. Dat is op zich heel goed, dus treuren we niet.
Hij stelt me ook gerust over het gevoel dat mijn bovenkaak te breed lijkt. Als de spalken eruit gaan, kan die bovenkaak zich beter richten op de onderkaak en gaat het wel weer passen. Even geduld nog.
Het verdere behandelplan moet dus ook nog even wachten. Dat kan pas opgesteld worden als de spalken eruit zijn.
Wat wel nu kan, is het bezoek aan de mondhygieniste. Ze poetst en polijst en peutert een half uur lang, waarna mijn gebit er weer een heel stuk beter uit ziet. Zoals Clara al zegt: nu zie je weer dat je nog wel tanden over hebt! Met al die aanslag leek het net of er niets meer over was....

Dinsdag 23 augustus 2005

Nu ik voorzichtig aan weer met mijn werk ben begonnen, begin ik natuurlijk ook al weer aan fietsforensen te denken. De trein kost me net zoveel tijd (eigenlijk meer, vanwege de kosten en het noodzakelijke sporten buiten je reistijd) en ik word er ontzettend duf van. Dat is nog los van mogelijke vertragingen...
Natuurlijk wil ik dat alleen in overleg met Clara doen en dus bespreken we dit eerst. Ze ziet het nog niet zitten en daar wil ik van harte rekening mee houden. Deze week zal ik in ieder geval dus nog per trein blijven gaan en alleen in 'vrije' ritjes aan mijn conditie werken. Het herstel van Clara's vertrouwen is nog een stuk belangrijker dan het idee meteen weer heen en weer te fietsen, hoewel ik reikhalzend naar dat moment uitkijk.

Donderdag 25 augustus 2005

Vandaag aan het thuiswerken. En tussen de bedrijven door een mailtje naar Frans Grotepass, om eens te kijken wanneer we kunnen afspreken om de stabilisatorstang onder de Quest te monteren. Na een paar mailtjes heen en weer spreken we af om zaterdagmorgen samen aan de slag te gaan. We nemen -per mail- ook nog even door wat er precies nodig is en wat er niet al voor handen is, zal ik bij de bouwmarkt halen.
Als ik mijn fiets alvast voor de garage gezet heb, komen er eerst twee buurvrouwen langs met heel grote honden. Die beginnen bang te blaffen en de dames hebben er wel schik om, dat die grote beesten zo bang zijn voor een fiets, die nota bene stil staat! Even later komt er een jochie van een jaar of tien langsfietsen. Hij stopt om mijn fiets aan te gapen. Als ik even later naar buiten komt, vraagt hij waar hij (wijzend naar de Quest) op loopt.
Ik begin met antwoorden: boterhammen met pindakaas, stukje kaas, koekjes, chocola, ....
Hij kijkt me ongelovig aan en gelooft er niets van. Voor de zekerheid vraagt hij nog: echt waar?
Waarop ik zeg: natuurlijk, het is gewoon een fiets hoor.
Dit is teveel voor de jongeman en hij roept zijn vrienden, die even verderop op hem wachten toe: het is een fiets!
Ik hoor zijn vriendje antwoorden: natuurlijk is dat een fiets. Wist je dat niet?
Dan stap ik in en fiets naar de bouwmarkt. Ik koop wat ik nodig heb en ga er weer vandoor. Meteen maar even een rondje rijden, wat kilometers weer in de benen krijgen. Misschien wel een goed idee om richting Woerden te rijden, dan heb ik een groot gedeelte van de route van zaterdag tenminste een keer verkend.
Vanuit Haastrecht fiets ik eerst naar Hekendorp, vervolgens weer terug richting Reeuwijkse plassen, waar ik aan de oostkant langs fiets. Als je dan doorfietst, kom je op een fietspad dat doorsteekt naar Driebruggen. Erg smalle weggetjes en fietspaden. Het fietst erg leuk, hoewel niet al te hard want je kunt nauwelijks om de bochten heen kijken.
Door Driebruggen heen is het niet helemaal duidelijk wat het handigste weggetje is richting Woerden, maar desondanks kom ik met vrij weinig moeite toch op de goede weg. Alweer een heel smal weggetje, dat een stuk parallel met de A12 loopt (op een afstandje). Voor zo'n smal weggetje komen er toch wel veel auto's langs. De tegenliggers gaan stuk voor stuk tijdig flink aan de kant, meestal stilstaan, anders langzaam rijden. Mooi zo. Minder 'mooi' is een auto die achterop komt. Hoewel vanwege de tegenliggers en de smalle weg het niet verantwoord is om met zo'n brede bak (zelfs een klein autootje is minstens twee maal zo breed als ik in mijn Quest) harder te rijden dan ik, moeten ze er hoognodig langs. Ze dringen en dringen en wringen zich er uiteindelijk langs. Vervelende mensen!
Een stukje verder kom ik met een bocht onder de A12 door. Aan de andere kant verder naar Woerden, ik ben feitelijk al aan de stadsrand. Dat rijdt allemaal best goed door.
Ik heb even op de kaart gekeken en zolang Breukelen niet op de bordjes staat, kan ik ook Kamerik aanhouden. Aldus ga ik met weinig moeite door het centrum van dit oude vestingstadje. Bij de wallen en grachten realiseer ik me dat ik me nooit van deze achtergrond van Woerden bewust ben geweest, hoewel ik er nota bene recent een nachtje verbleef (niet echt geslapen...).
Jammer van het centrum is dat je toch heel wat door het verkeer wordt opgehouden. Maar verder zonder problemen de stad door, uitkomend op de juiste plek aan de andere kant. Daar staat Breukelen al op het bordje, van hier af nog 14 km. Dat zal dus wel lukken zaterdag.
Voor terug wil ik om het centrum heen. Ik kijk op de kaart en zie dat vanaf de plek waar ik nu sta, ik over een lange, rechte weg bovenlangs kan, om dan meteen op een doorgaande weg naar beneden te komen. Die fiets ik dus maar in.
Nu blijkt echter hoe belangrijk timing is. Als ik linksaf sla om die doorgaande weg op te komen, blijk ik precies bij een grote middelbare school uit te komen. Op zich geen probleem, maar de jeugd is net losgelaten en in grote drommen op de fiets gestapt en breeduit de weg aan het bevolken. Natuurlijk wekt mijn verschijning weer de nodige lachlust op. Prima hoor!
Bij een van de stoplichten waar ik stil sta, hoor ik achter me een jongen tegen iemand anders zeggen dat "zoiets" toch wel een stuk zwaarder trapt dan een gewone fiets. Hij meent het nog ook! Maar als het stoplicht op groen gaat, ziet hij vast wel hoe hij er naast zit. Binnen 30 seconden ben ik de hele meute al ver voorbij en verdwijn snel uit het zicht.
Lang duurt dat genoegen niet, want bij een volgend kruispunt lijkt er geen rechtdoor voor fietsers te zijn, terwijl dat wel het plan was. Centrum wil ik niet in, dus rechtsaf de wijk in.
Op mijn gevoel ga ik de straatjes door, dan eens links, dan weer rechts. En net als ik denk dat ik hopeloos verdwaald ben, zie ik de weg die even later onder de A12 doorgaat. Zodoende ben ik weer terug op de route.
Van hieraf is er geen kunst aan. Wat navigeren betreft dan, want ook hier is de schooljeugd in grote drommen aanwezig op de smalle weggetjes. De combinatie van bel en toeter werkt echter perfect en zonder elkaar hinder te geven kan iedereen vlot zijn weg vervolgen. Pas als ik Driebruggen al ver voorbij ben en langs de plassen rijd, wordt het weer stil en eenzaam om me heen. Nog een paar kilometer doorfietsen en ik ben thuis van een heerlijk tochtje.

Vrijdag 26 augustus 2005

Omdat het ijzerwerk nog niet uit mijn mond is, ook vandaag nog niet met de fiets naar mijn werk. De trein lokt echter ook totaal niet en ik besluit om met de auto te gaan, met de smoes dat ik het toch minstens 1 keer gedaan moet hebben om met recht van spreken hem af te wijzen. Hij heeft met de Quest gemeen dat je in kunt stappen wanneer je maar wilt, in tegenstelling tot de trein, waarbij je gebonden bent aan de NS vertrektijden.
Het grote verschil met de Quest (en in mindere mate de trein) heb ik vandaag wel al beleefd: het is totaal onvoorspelbaar hoe lang je over een rit gaat doen.
Over de snelweg (mocht en kon ik hier maar langs fietsen zonder autoverkeer, dan was ik nog eens snel!) is het zo'n 35 km van huis naar werk. Het is nog een beetje vakantietijd dus als ik om kwart over acht vertrek, kom ik om negen uur aan. Dat is een stuk sneller dan per trein of fiets, maar wat een stank en stress onderweg!
Overdag denk ik nog dat het wellicht toch zinnig is om er zo nu en dan gebruik van te maken, want twee maal een half uur sneller dan met de fiets scheelt je wel een heel uur. Op sommige dagen zou dat de moeite kunnen zijn. Maar ja, dan blijkt dat ik nog niet de terugweg heb genomen....
Om voor de files uit te zijn, vertrek ik vlak na vieren. Dat kan nu nog, nu ik part-time werk in het kader van het revalideren. Onderweg kom ik echter om de haverklap in langzaamrijdend of -jawel- stilstaand verkeer terecht. Hoezo snelweg? Ik blijf zelf heel relaxed, maar tjonge jonge wat een opgefokte mensen kom je zo tegen. Idioten die zich overal tussendoor proberen te friemelen om maar een paar seconden sneller te zijn. Afstand houden is bijna onmogelijk, want als je dat doet maakt iemand er gebruik van om iemand anders rechts in te halen. Het zij zo, dan houd ik maar opnieuw in om weer afstand te hebben.
Tegen de tijd dat ik bij het tunneltje bent waar ik met de fiets onder de A20 door ga, bij Nieuwerkerk a/d IJssel, kijk ik op mijn horloge. Ik ben er minder dan tien minuten sneller dan als ik nu op de fiets op recordschema zou liggen. In het stuk tot Gouda zelf "win" ik zelfs nog een paar minuten, vooral tussen het verlaten van de snelweg en het binnenrijden van Gouda. Nu dus ongeveer tien minuten "voor" op een recordtijd. Maar dan kom je op de Rotterdamseweg stil te staan. Dat herinner ik me wel van het langsfietsen...
Heeeel langzaam schuivel ik naar voren. Over dat laatste stukje, dat me op een goede middag 7 minuten fietsen kost, doe ik meer dan 20 minuten. Uiteindelijk kom ik dus thuis in een tijd die voor de fiets niet eens in de top-10 terecht zou komen. En dan had ik niet eens het gevoel dat het echt slecht ging. Weet ik dus nogmaals bevestigd waarom ik ook al weer zo graag fiets.
Gelukkig kan dat morgen, naar Breukelen, op bezoek bij Frans Grotepass.

Zaterdag 27 augustus 2005

De stabilisatorstang, zo vriendelijk door Frans aangeboden direct na de crash, zullen we vandaag onder de Quest maken. Maar dan moet ik dus wel naar Breukelen. Het idee is vroeg te beginnen, zodat we niet te laat klaar zijn. Ik vertrek dan ook even na achten van huis. Het is nog lekker rustig op de weg. De smalle paadjes door het wetland tussen Reeuwijk en Woerden zijn heerlijk om te fietsen, al kronkelen ze nog zo erg.
Bij Woerden aangekomen wil ik het centrum vermijden. Het ging op zich niet gek, maar in gedachten is die andere route, langs die scholengemeenschap, toch handiger. Dat kan best zijn, als je hem weet te vinden. Maar zoals gewoonlijk is bewegwijzering binnen de bebouwde kom niet altijd even volledig, duidelijk of zelfs maar aanwezig. Het gevolg is dat ik niet op mijn beoogde plek uitkom en dan toch, vanaf de andere kant, het centrum binnen kom. Dwars door de winkelstraten, niet handig, maar wel een aardig stadscentrum.
Wat later kom ik toch op de juiste plek Woerden weer uit. Als ik me de kaart goed herinner moet het van hieraf makkelijk doorrijden zijn. Nou, dan ken je de heren (en dames) bewegwijzeraars nog niet. Kamerik wordt je ingestuurd, vervolgens staat er ergens een 'verboden in te rijden' zonder dat aangegeven wordt waar je wel in moet (achteraf (b)lijkt het dat je daar als fietser wel gewoon rechtdoor moet gaan). Maar goed, ik weet waar ik ongeveer naar toe wil en fiets mijn neus achterna. Met maar 1 keer echt de verkeerde kant op (en dus keren) kom ik Kamerik weer uit bij een bordje >Breukelen. Doorfietsen dus maar weer.
Even later gaat mijn telefoon. Ik grabbel naar het oortje, dat ik achter me in de Quest heb hangen, maar het duurt net te lang en de telefoon is alweer gestopt. Dat doe ik dus ook en ik bel terug. Het is Frans, die even wil weten hoe laat ik denk aan te komen, want dan kan hij zorgen dat de koffie klaar is. Afgaande op de borden (10 km) en dat er wellicht iets zoeken nodig is, schat ik in dat ik nog 20 minuten nodig heb en fiets weer door.
De rest van de route is inderdaad makkelijk te vinden. Langs het station, het Amsterdam-Rijn kanaal over en dan de rotonde rechts, even later weer rechts en dan links-rechts-rechts en ik rijd zo op nummer 9 aan, waar Frans me in de open garage al opwacht. Er wordt even ruimte gemaakt, zodat ik meteen naar binnen kan fietsen. Dan stap ik uit, we maken eindelijk echt kennis met elkaar en drinken een kop koffie.
Dan gaan we aan de slag en beginnen met beide Questen buiten op hun kant te leggen. Het wordt misschien nog puzzelen, want Frans' Quest is er een met een bult in de bodem en de voetengaten verder naar voren dan bij mijn Quest. Als we de stang op dezelfde manier monteren komt ie voor het voetengat en dat is niet handig. We overwegen hem achterstevoren te monteren (maakt voor de werking niet uit) maar uiteindelijke kiezen we ervoor om het aangrijppunt van de stang niet tussen de voorste twee kogelkopjes te laten zijn, maar net achter het middelste. Dan komt de stang een tikkie naar achteren (weg van de voetengaten) maar grijpt bovendien bij de veerpoot aan op een plek dichter bij de veer zelf.
Afijn, we zijn de hele dag bezig geweest (fotoos en uitgebreide werkbeschrijving komen in de spoedig te cre-eren knutselsectie) en aan het eind van de middag kan ik een proefrondje maken.
Onderwijl is het voor het eerst geweest dat ik de veerpoten heb losgehad. Ik was daar altijd wat benauwd voor, bang om de uitlijning te verpesten. Maar het is eigenlijk doodsimpel (het loshalen en weer terugplaatsen) en om de uitlijning te vernachelen moet je een stuk meer je best doen. Geen reden dus meer om niet regelmatig de kogelkopjes van nieuw vet te voorzien. Dat heb ik nu wel meteen even gedaan (konden ze gebruiken ook). Alleen het terugplaatsen van de sensor van het fietscomputertje is wat ge-etter.
Ook heeft Frans een mooi hogedrukpompje met metertje liggen. Ik doe het altijd op gevoel en had wel al gemerkt dat mijn banden aan de zachte kant waren. Maar toen ik bij het pompen merkte dat de voorbanden nog maar op 4 en de BA achter zelfs op 3.5 zat, moest ik wel even slikken. Nu zitten ze voor weer op ruim zeven en achter op zes bar.
Het eerste proefrondje (zit alles wel vast) door de wijk laat twee duidelijke verschillen merken, waarvan bij de ene (nog) niet duidelijk is of het aan de stang ligt (die naast het balanceren effectief ook de vering stugger maakt) of aan de kneppelharde banden, ik houd het op de banden. Alle steentjes in de straat zijn veel duidelijker te voelen. Maar de bochten, tjonge jonge dat verschil is wel heel duidelijk, zelfs bij zo'n enkel rondje. Het kantelen in de bochten is zo goed als verdwenen, als een blok ligt de Quest op de weg.
Na dit testrondje ruimen we de boel op en kleed ik me weer om in fietskleding om terug naar Gouda te fietsen.
Omdat het wat later is geworden dan we vooraf geschat hadden (onder andere door het vele praten ondertussen) wil ik nu even haast maken. Dan is het wel jammer dat de eerste helft over onbekende weg gaat en de tweede helft over een route die ik pas 1 keer eerder heb gereden.
Ik neem me voor om de stabilisering vooral als extra veiligheid te gebruiken en niet als een excuus om als een dolle stier om de bochten te scheuren. Ik zet dus vooral hard aan op de rechte stukken, die gelukkig tot Woerden ruim voor handen zijn. Als ik thuis mijn hartslagmeter nakijk, zie ik dat ik na het warmrijden in de eerste tien minuten 20 minuten lang met een gemiddelde hartslag van 175 rijd! Dat is wedstrijdintensiteit! Dat is natuurlijk wat te gortig, dus na die 20 minuten gaat het verder wat rustiger aan, maar nog steeds behoorlijk intensief.
Vlak voor Kamerik maakt het brede fietspad een mooie, ruime bocht naar rechts. Bovendien brede, lege grasbermen aan beide zijden. Als er dan toch even getest moet worden, is dit de ideale gelegenheid: voluit de ruimte om als er toch pootje gelicht gaat worden te corrigeren. Mocht dat toch niet goed gaan, is er zacht gras en veel ruimte (geen paaltjes!!!) omheen. Dus ik laat de snelheid wel iets zakken (ik houd een kruissnelheid van dik in de 40 weer vol dankzij de opgepompte banden). Met 36 km/h neem ik de bocht. En opnieuw blijft hij als een blok op de weg. Ik voel nauwelijks beweging in de Quest. Wat een verschil!
In Kamerik is de fietser weer het stiefkindje van het verkeer, want waar voor de auto's een gemakkelijke rondweg is neergelegd, waardoor er doorgereden kan worden, moet de fietser zich door woonwijken wurmen. Dat gaat beter dan 's morgens, maar is natuurlijk niet helemaal eerlijk, toch?
Vlot kom ik weer bij Woerden aan. Vanaf hier heb ik het allemaal al eens gereden en dat is altijd makkelijk. Vooral nu de horden schoolkinderen vrij zijn. In plaats daarvan sta ik bij het stoplicht achter twee snorfietsjes te wachten. Hoe hard mogen die ook al weer? O ja, 25 km/h. Nou, ze hebben voor zichzelf de cijfers zeker omgedraaid, want de ene houd ik niet eens bij en om de andere voorbij te komen moet ik even heel hard trappen en zie ik de teller op 46 staan als ik hem passeer. Gelukkig buigen ze bij het volgende stoplicht af, want nog zo'n sprint er meteen achteraan zie ik even niet zitten.
De rest van de rit gaat net als donderdag, alleen een stukkie sneller.
Natuurlijk moet ik de stabilisator ook uitgebreid ervaren op bekend terrein, mijn woon-werk verkeer, maar vooralsnog lijkt het erop dat het bochtenwerk dramatisch verbeterd is. Ik hoop dat Velomobiel.nl binnenkort ook de stugge veren weer op voorraad heeft, dan kan ik uitgebreid vergelijken: standaardvering met en zonder stabilisator, stugge vering met en zonder stabilisator (de stang is in een paar tellen losgekoppeld en weer vastgezet). Vier verschillende manieren van de fiets veren. Dat dan testen in bochten, in optrekken, op hoge snelheid en in de bochten.
Ik ben ondertussen medewerker van Ligfiets& geworden en (ook) daar zal ik uitgebreid verslag doen van de verschillende rij-ervaringen.
Kortom: Frans bedankt!

Zondag 28 augustus 2005

De stabilisator zit er nu op, mijn mond is binnenkort weer ijzervrij, de hoogste tijd dat ook het schilderwerk van de Quest wordt afgerond. Mooi weer vandaag, dus na een fijn zwembadbezoek kan de Quest mooi naar buiten gereden worden voor de laatste hand. Jesse komt me ijverig helpen en dat scheelt een stuk in al het afplakwerk. Ik had nu dus graag het nieuwe uiterlijk willen onthullen, met wat mooie fotoos, maar helaas, bij het spuiten van de laatste laag van het laatste onderdeel, is de spuitbus leeg! Vlak voor het end! Het is gewoon verschrikkelijk...
Alle andere delen zijn wel klaar, dus daar haal ik al het afplak vanaf. Van het laatste deel laat ik de tape zitten, haal ik alleen het papier weg. Zo kan er wel mee gefietst worden, zonder dat het een gepiel wordt om straks, als er weer een bus verf gekocht is, het laatste restje te spuiten. Er zitten nu dus twee spuitbussen verf op de fiets. Het verschil tussen een lege en een volle is 300 gram. Als de helft van dat gewicht de drijfgassen zijn, dan betekent het dat mijn fiets 1% zwaarder is geworden door het schilderen. Dat valt dus wel mee.

Maandag 29 augustus 2005

Vooruit dan maar, om goed te kunnen oordelen moet je het minstens twee maal geprobeerd hebben. Daarom ga ik vandaag nogmaals met de auto. Een beetje vroeger deze keer vertrek ik. Gouda kom ik een stuk vlotter door dan vrijdag en ook het eerste stuk snelweg gaat niet verkeerd. Maar daarna wordt het langzamer en langzamer, zodat ik uiteindelijk toch weer bijna een uur onderweg ben. En daarvoor heb je geen lichamelijke oefening, kun je niet een krantje lezen of een dutje doen en zie je alleen maar asfalt en auto's om je heen. Heel veel auto's.
De terugweg gaat wel een beetje beter dan vrijdag terug (nu binnen het uur) maar een feest zal het nooit worden. De tijdwinst is mininmaal, vooral als je meerekent dat je eigenlijk helemaal niets doet. Het is duidelijk: voor rare tijden (heeel vroeg of heeeeel laat) is het misschien wat, maar voor gewoon forensen dan nog liever de trein.
Dat hoeft gelukkig niet zo lang meer, want Clara gaf aan dat ik vanaf aanstaande maandag ook naar het werk op de fiets mag. Joepie!

Dinsdag 30 augustus 2005

Vandaag werk ik weer thuis. Ik weet flink wat te doen en kan dan 's middags er even op uit. In de stad even een laatste bus verf kopen (en meteen een hogedrukpomp). Dan fiets ik door naar de molen. Die is normaal dicht op dinsdag, maar ik heb geluk dat Willem, de molenaar net aan komt fietsen. Als ik precies weet wat ik hebben wil, wil hij me wel even helpen. Dat is fijn. Ik maak al mijn contante geld op aan meel en zaden, zodat ik ruim zes kilo extra balast bij me heb. Dat merk ik wel iets bij het optrekken, maar voor de rest valt het wel mee. Ik fiets meteen een rondje om een luchtje te scheppen. Mijn doel is een scoutingterrein bij de Lek, net onder Lopik. Daar hebben we over twee weken een familiereunie en zo kan ik even vaststellen hoe ver het precies van huis is.
Ik fiets langs de Vlist, een route die ik al aardig wat keren gefietst heb ondertussen. Het is een niet al te brede weg, die flink kronkelt. Bij een aantal van die bochten moest ik voorheen inhouden, soms zelfs iets remmen. Maar nu is dat niet meer nodig. Bij het fietsen heb ik een beetje moeite om de snelheid die ik bijvoorbeeld zaterdag had vol te houden. Zou vermoeidheid dan toch hebben toegeslagen?
Voorbij het plaatsje Vlist gaat het verder op de oost-oever. Extra smal en extra kronkelend. Ook vol met mensen die -meestal in paren en op leeftijd- van het mooie weer genieten. Dat betekent extra opletten, regelmatig wat rustiger fietsen en veel inhalen. Ook hier toont de stabilisatorstang zijn nut. Het lijkt erop dat bij de fiets de balans tussen rechtuitsnelheid en bochtsnelheid eindelijk in orde is. Zo voelt het in ieder geval wel: het sturen gaat op gevoel op dezelfde manier als op een tweewieler (de hurricane of de batavus racefiets). Alleen bij heel scherpe bochten, waar de draaicirkel de beperkende factor is, merk je nog duidelijk verschil. Voor de rest niet meer. Heerlijk!
Ondertussen ben ik bij Schoonhoven aangekomen, voor de tweede keer volg ik de route rondom. Smal en kronkelend, maar heerlijk vrijliggend.
Bij de N210 aangekomen kan ik weer doorgaan op de parallelweg. Maar opnieuw voelt het alsof ik met de rem aangetrokken fiets. Vermoeidheid? Of al dat meel? Of toch de wind? Hoe dan ook, ik kom maar net aan de 40.
Terwijl ik langs Lopik fiets, probeer ik te zien welk weggetje naar het scoutingterrein gaat. Op een gegeven moment denk ik het juiste weggetje gezien te hebben, maar als ik dat op fiets, kom ik uiteindelijk alleen op een grasveldje uit. Mis dus. Als ik verder langs de N210 ga, kom ik bij de bocht uit, waarvan ik weet dat dat te ver is. Omkeren dus en weer terug en nu nog beter opletten. Het weggetje naast dat welke ik eerder in ging blijkt het juiste te zijn. Ik fiets het helemaal af. Niet zo moeilijk, want maar 300 meter verder kom je dan op de Lekdijk. Terwijl ik die kant op fiets met een (voor mij) matig gangetje, ga ik een ouder echtpaar voorbij. Op de Lekdijk draai ik een rondje en als ik met mijn neus in 'terug'stand sta, is het tijd om even een pakje krachtvoer te drinken. Zo genietend van het leven komen de twee mensen omhoog. Lopend, want voor hen is de dijk te steil. De man komt even naar mij toe om te vertellen dat hij het een erg mooi voertuig vindt. De vrouw vraagt wat voor motortje erin zit. Ik antwoord dus maar weer dat er dezelfde twee motortjes inzitten als zij zelf heeft: een linker en een rechterbeen. Ze zijn ervan onder de indruk. Ik was met zo'n vaart stilletjes voorbij gegaan, dat ze vanzelfsprekend gedacht hadden dat er een stil motortje in zou zitten. Maar goed, de stroomlijn en een beetje leeftijdsverschil kan het toch wel verklaren. Ze blijven het een mooi ding vinden. We wensen elkaar een prettige verdere tocht en gaan elk een kant op.
Terug op de parallelweg probeer ik nog 1 keer om vaart te maken. Nu lukt het wel en dus zal het de wind wel geweest zijn. Even probeer ik of ik net zover kan sprinten als een week geleden, maar dat lukt net niet. De teller blijft op 57 steken. Toch niet gek.
De rest van de rit gaat zoals hierboven: lekker weer, lekker vlot en vooral genieten van de bochten, die nu zoveel natuurlijker aanvoelen.
Thuis plak ik nog gauw wat papier op de quest, zodat de laatste vlekken gespoten kunnen worden. Zo, is de Koewest eindelijk klaar!

Woensdag 31 augustus 2005

Vandaag dus weer met de trein, want na twee keer de auto is het wel duidelijk: fiets nummer 1, dan op ruime afstand de trein en pas op het eind de auto. Op de terugweg kom ik toevallig net op het station als de trein aankomt. Hij komt vanaf Hoek van Holland en zit behoorlijk vol. Er komt een niet goed uitziende vrouw door de trein. Ze heeft geen geld en wel honger, of we wat euro's voor eten hebben. Nu heb ik toevallig slechts een paar centen bij me, maar ook een appel. Als je honger hebt, wil je die vast wel. Ze neemt hem inderdaad aan. Ik hoop dat hij haar gesmaakt heeft.
Ik had hem bij me omdat ik vandaag wilde proberen of ik een appel in heel kleine stukjes gesneden weg kon werken, maar daar was ik niet aan toe gekomen.
Deze maand weer een beetje meer gefietst: 306 km, wat het totaal op 8696 brengt.

September 2005

Donderdag 1 september 2005

Vanmiddag naar de dokter. Zou het ijzer er vandaag dan eindelijk uit gaan?
De morgen breng ik grotendeels door met thuis werken. Maar als er een luchtje geschept moet worden, ga ik met de quest naar een mooie lokatie om foto's te schieten. De resultaten zijn te vinden via het fotootje hiernaast.

's Middags naar de dokter. De spalken zitten met ijzerdraad aan mijn tanden vast. Voor dat dat losgemaakt kan worden, worden er flinke spuiten plaatselijke verdoving in mijn kaken gezet. Dan mag ik eerst terug naar de wachtkamer om alles in te laten werken. Daarna spreek ik belabberd en kwijl alle kanten op, want al het gevoel uit mijn wangen is verdwenen. Uit mijn mond nog niet helemaal, want regelmatig prikt het ijzerdraad bij het uithalen heel venijnig in het tandvlees. De dokter zegt steeds "sorry". Voor mij is dat niet nodig. Ik weet dat het nodig is. Als alles eruit is worden de vervolgplannen gemaakt. Over een half jaar krijg ik een uitnodiging om ter controle terug te komen. Verder moet ik zelf met mijn tandarts contact opnemen over verdere restauratie, in samenspraak met kaakchirurgie in Gouda. We zullen zien.

Zondag 4 september 2005

Liever liggend
Als reactie op de foto's kreeg ik van Douwe Buwalda de uitnodiging om mijn fiets te komen laten zien bij de toertocht van Liever Liggend, de Goudse ligfietsclub. Meteen heb ik dat even op de kalender gezet: 12 uur, markt Gouda. 's Middags moeten we nog naar Nieuwkoop, dus de hele tocht meefietsen zal niet gaan, maar even showen en een stukkie meerijden moet kunnen.
Om half twaalf por ik Jesse op om met me mee te gaan: hij op de hurricane en ik op in de Koewest. Ik heb de fietsen al klaar gezet en zeg tegen Jesse dat hij alvast moet vertrekken. Vlak daarna trek ik de garagedeur dicht, stap in en ga hem achterna.
Kaboem, kaboem, kaboem, kaboem. Barst!
Lekke band. Gisteren had ik in Haastrecht eten gehaald en toen had ik ook al iets gehoord, meer een pfff, pfff, pfff, alsof er een plakkertje aan je band zit. Maar dat zal het lek geweest zijn. Nu is Jesse dus al op weg, heel veel speling voor 12 uur heb ik niet meer, dus even heel snel bandje verwisselen. Gelukkig is het de linker voorband, die was al ver versleten en was eigenlijk aan het wachten op een lek om vervangen te worden. Prima dus, maar wel op een ongelukkig moment (zoals eigenlijk wel vaak). Snel de band vervangen, even goed oppompen en vertrekken.
Eerder die dag had ik de achterband expres leeg laten lopen en daarna opnieuw opgepompt, nu naar 4 bar ipv de 6 die ik er bij Frans in had gestopt. Dat maakt wel een heel groot verschil in comfort, zonder dat je het erg merkt in de snelheid (misschien pomp ik hem binnenkort toch naar 5 op). Heel wat gerieflijker dus hup naar het centrum. Nu blijkt wel duidelijk dat het comfortverlies dat ik na het bezoek aan Frans Grotepass bemerkte, echt aan de harde banden te wijten is geweest.
Omdat Jesse al vooruit is en de marge kleiner wordt, geef ik even stevig gas richting centrum. Gelukkig is het niet al te gek druk op de Voorwillenseweg en kom ik goed vooruit. De stoplichten zitten ook al niet tegen, dus het gaat lekker. Bij de Singel aangekomen liggen er twee andere liggers bij het verkeerslicht te wachten en Jesse staat aan de overkant. Nog even twee straatjes door en we draaien naar De Waag. Daar wordt ik welkom geheten door de andere liggers.
Douwe begroet me met 'we kennen elkaar eigenlijk al heel lang en nu zien we elkaar pas voor het eerst'. En de Koewest valt niet tegen, sterker nog, volgens Douwe is ze in het echt nog mooier dan op de foto's.
Ik maak ook met de anderen tegen en zie dat ook Bastiaan van de partij is. Zijn alleweder en mijn quest zijn de driewielers. Verder veel hurricanes, een lynx, een flevo, een Hase Pino en een roets. Vijftien fietsen in totaal. We kletsen nog even en iemand zegt dat hij, op zoek naar hurricane informatie, ook bij mijn weblog uitkwam. Bij de waarschuwing voordat ik over mijn ongeval vertel (1 juli) dacht hij nog dat het wel mee zou vallen, maar al lezende had ook hij het er een paar keer moeilijk mee. Dat had ik vaker gehoord. Gelukkig kon hij nu in persoon zien dat ik er al weer vrijwel helemaal bovenop ben.
Dan wordt er vertrokken. Heel grappig om met zo'n groep liggers rond te rijden. We rijden in oostwaartse richting, wat betekent dat we een stuk meer tocht mee kunnen rijden dan ik eerst had bedacht, we komen zo namelijk weer dichter bij huis. Onder de Reeuwijkse plassen door, onder het spoor door en dan langs het spoor richting Oudewater. Een heel mooi weggetje dat ik nog niet kende. Verrassend boeiend en rustig. Op de teller zie ik dat de voorrijders er (voor een groep) behoorlijk tempo van ruim 25 km/h op na houden. Voor mij geen punt, maar ik weet dat Jesse zulke snelheden op de hurricane nog totaal niet gewend is. In mijn spiegeltje probeer ik hem een beetje in de gaten te houden, wat niet altijd even goed lukt. Maar ik vertrouw erop dat er iemand als 'achterrijder' wel een oogje in het zeil houdt.
Als we bij Oudewater aankomen, vind ik dat wel een mooi punt om af te zwaaien. Vooral voor Jesse zal het wel al pittig genoeg zijn. Ik zwaai en zeg gedag en stop bij de eerste afslag. Ik had Jesse al even niet gezien, maar tot mijn plezierige verrassing komt hij al heel snel, in goed gezelschap, aanfietsen. Een rood hoofd en stomend van inspanning, maar hij heeft het dan toch maar volgehouden om bij te blijven! Petje af!
De groep gaat verdern en wij buigen af. Maar voor we weer optrekken, vraagt Jesse of dit niet een mooi moment is om eens van fiets te verwisselen. Al heel lang wilde hij de Quest eens proberen, tot mijn ongeval, toen hoefde het even niet. Maar ondertussen zijn we al weer een stuk verder en wil hij het wel proberen. Prima! Ik dus op de hurricane en hij in de Quest. Grappig, dan kan ik zelf eens zien wat andere mensen zien!
Hij doet het heel aardig, al drift hij gaandeweg steeds meer naar het midden of zelfs de linkerkant van het pad en moet ik hem zo nu en dan weer even naar rechts roepen. We gaan richting de IJssel, die we op de Noordoever tot in Gouda willen volgen. Jesse fietst voor me en bij het naderen van een rotonde stuurt hij als een volleerd quest-piloot de fiets hup de hoofdrijbaan op om vandaar rechtsaf te gaan, lekker op de hoofdrijbaan fietsend. Maar ja, hoe nu verder? Ik vraag het aan een paar voorbijgangers.
Gewoon deze weg blijven volgen en op het eind rechtsaf, dan kom je er vanzelf. En inderdaad, de weg buigt in een halve cirkel en op het eind rechtsaf kom je op alweer een prachtig weggetje, deze keer onder de dijk. Rustig, mooi beboomd en zo fietsen we door. Een stukje rijd ik voor, een stukje rijdt Jesse voor. Tot hij op een gegeven moment zere voeten krijgt. Geen wonder, want met zijn gewone voeten zit hij op de SPD-pedaaltjes in de Quest, terwijl de hurricane dubbelzijdige pedalen heeft, met een 'gewone schoenenkant'. Even verderop komen we nog een roetser tegen. Hoi! en weer door.
Met nog een lekker stukje over de dijk komen we weer thuis. Voor Jesse de langste ligtocht ooit en dat met ruim 22 km/h gemiddeld. Goed gedaan jochie!

Maandag 5 september 2005

Weer naar het werk! Joepie!
Vandaag weer een flinke stap op weg naar normale toestand: in de fiets naar het werk. Nog geen vertrek op de normale tijd van kwart voor zeven, maar een dik uur later. Dat merk je wel in het verkeer: in Gouda een stuk drukker en in Rotterdam grote groepen scholieren. Het is wel een klein beetje spannend hoe de route erbij ligt. Er verandert wel eens wat, maar nu zijn er ruim twee maanden voorbij gegaan sinds de vorige keer, dus kan het wel meer dan 'wat' zijn, of juist helemaal niets.
Dat laatste zeker niet. Langs de weg tussen Gouda en Moordrecht zijn allerhande werkzaamheden in het weiland te zien. Het lijkt op het trekken van rioolbuizen of zoiets, maar dat is lastig te bekijken. Ik hoop dat het daarmee te maken heeft, maar daar waar de weg -en dus ook het fietspad- aansluiting heeft naar Moordrecht (linksaf) en afbuigt over het spoor (rechtsaf) heeft de een of andere heldere geest bedacht dat het handig is om precies op de hoek een enorme bult zand neer te leggen. Aan de vorm te zien moet ie er even blijven (mooi afgevlakte kanten en zo). Het is alleen heel jammer dat je vanaf de fiets (zelfs vanaf een gewone!) het verkeer vanuit Moordrecht niet kunt zien tot je op het kruispunt bent. En automobilisten kunnen je dus ook niet zien voor je voor hun neus staat. Nu keken al heel wat mensen toch niet, maar dit maakt het niet handiger. Deze keer schuif ik dus heel langzaam naar voren en inderdaad komt er eerst nog even gauw een auto voorbij, die eigenlijk had moeten stoppen, maar mij niet eens had kunnen zien zelfs al had ze het gewild. Een echt stop&go punt is het nu dus. Ik zal snel de gemeente eens aanschrijven dat dit natuurlijk een belachelijke situatie is.
Na deze 'hindernis' is het weer lekker doorfietsen over de parallelweg. Dan onder de A20 door en verder richting Zevenhuizen. Juist als ik de vaart over wil, richting Middelweg, kom ik een dame op een Challenge Focus tegen. Volgens mij dezelfde als met wie ik een paar maanden geleden 's ochtends ook al eens een praatje maakte. Nu beperk ik me tot een vriendelijke groet en fiets verder.
Bij de Pekhuisbrug zie ik dat de betonblokken die auto's moeten belemmeren de brug over te gaan helemaal opzij geschoven zijn. Voor mij wel handig, want de draai wordt zo steeds makkelijker te nemen. Nu maar duimen dat ze niet opeens bedenken waarvoor die blokken ook al weer zijn en dat ze ze dan weer heel nauw aansluiten.
Door het Bergsche Bos zijn een aantal stukken best wel donker. Ik doe mijn ledlampen aan en heb de illusie dat ze me nu nog sneller zien in mijn High Speed Koe HSK, of misschien moet ik zeggen Kwessie? Het blijft een leuk stukkie door dat bos, maar als ik er weer uit kom, rijdt er net een kolonne scholieren over het fietspad dat ik op wil. Zij hebben voorrang, maar ze gaan dezelfde kant op als dat ik wil en er is ruimte op de andere strook. Ik maak dus de draai en begin ze voorbij te gaan, tot er vanaf de andere kant alweer een ligger aankomt! Ik zoek en vind ruimte tussen twee fietsende scholieren en zo kan iedereen elkaar netjes passeren.
Als ik voorbij het station bij de wegwerkzaamheden kom die hier al geruime tijd uitgevoerd worden, zie ik dat het fietsbruggetje nog steeds afgesloten is en ik dus een stukje om moet rijden.
Verderop in Schiedam was ik even vergeten dat ik voor het A4 viaduct altijd extra vaart maak onderaan, om lekker snel boven te komen. Maar de slinger om op het stijgende pad te komen voelt wel heel strak aan met de stabilisator onder de Quest. Nog een laatste paar kilometers en de eerste woon-werk rit zit er weer op in een zeer acceptabele tijd.
In de loop van de dag zien we vanuit het lab grote rookpluimen uit Vlaardingen opstijgen. Zal wel een brandje zijn. Dat blijkt te kloppen, want als ik 's middags weer naar huis rijd, wordt ik vlak nadat ik het spoor ben overgestoken door een agent tegengehouden: de straat is afgesloten, ik moet hier maar linksaf en dan onder het poortje door. Dan rechtsaf en dan ben ik weer op de route.
Jaja, dat dankt je de koekoek!
Dat poortje onder de huizen wordt keurig afgegrendeld door hekjes waar het zelfs met een gewone fiets moeilijk doorkomen is, laat staan met de mijne. Bovendien zou je dan na de bocht nog een tweede hek tegenkomen. Mij niet gezien. Ik buig dus tussendoor af en via de stoep pik ik de juiste route wel weer op.
Het voelt heerlijk om zo weer naar huis te fietsen. Voorbij Moordrecht kom ik op het fietspad weer de dame op haar Focus tegen. Ik bel kort en steek mijn hand in het voorbijzoeven op. In mijn spiegeltje zie ik dat ze mijn groet beantwoord. Grappig dat je zo iemand dan meteen twee maal op dezelfde dag ziet!
In Gouda neem ik meteen de dijk, zo voorkomend dat ik tussen de spitsauto's kom. Ik had Clara immers toegezegd om extra voorzichtig te zijn en mijn route aan te passen.

Dinsdag 6 september 2005

Vanmorgen rijd ik al iets vroeger weg dan gisteren. Het is licht nevelig en ik heb het grootste gedeelte van de rit mijn LEDs aan. Het rijdt allemaal heerlijk soepel en vlot en vooral strak in de bochten. Ik merk dat ik de meeste bochten uit mijn woon-werk rit met vrijwel dezelfde snelheid neem als voor de stabilisator. Dat zit kennelijk heel diep in mijn 'systeem' verankerd. Toch is er ook een duidelijk verschil: ik heb zelden nog het gevoel dat ik in de buurt van 'het randje' zit met de bochten. En dat voelt toch wel een heel stuk vertrouwder.
In Vlaardingen hoop ik dat de afzetting weg is. De brand was gisteravond nog op het nieuws: een sexclub was grondig afgebrand en het pand was er zo slecht aan toe dat er nog niet binnen gekeken kon worden. Als ik langs kom, is de afzetting een stuk afgebroken en ik kan er langs, maar er staat wel nog steeds brandweer en politie. Trouwens, 's middags op de terugweg ook.
Het fiets-forensen bevalt me erg goed en ik voel dat ik er weer een hoop extra energie aan over houd. Joepie!

Donderdag 8 september 2005

Vanmorgen alweer een beetje vroeger op pad. Ik zet in mijn hoofd dat ik de drie-sporenroute maar weer eens neem, al is het om die rare bocht met de bult zand te ontwijken bij Moordrecht. Maar eh, hadden ze daar niet een hek neergezet omdat ze er aan het werk zouden gaan? Op het laatste moment besluit ik toch de gewone route te nemen. Een juist besluit, want een hele batterij gravers is aan de overkant van de weg bezig. Daar zou dus geen doorkomen aan geweest zijn.
Ik wil eens weten hoe mijn conditie echt is. Daarom doe ik mijn hartslagmeter maar weer om. Onderweg merk ik wel dat "rustig" niet echt "rustig" is. Het tempo is wel wat laag, midden dertig of zo, maar de hartslag is net wat hoger dan dat ik gewend ben voor zo'n snelheid. Aangekomen op mijn werk zie ik dat ik precies even snel heb gereden heb als op de ochtend van de crash. Maar mijn hartslag ligt vandaag wel ruim tien slagen hoger. En de weersomstandigheden zijn echt niet slechter.
Nou ja, dat komt wel weer.

Vrijdag 9 september 2005

Deze ochtend ongeveer een kopie van gisteren. Opnieuw even snel en opnieuw de hartslag ruim hoger dan tien weken geleden. Daarmee is duidelijk dat het resultaat van gisteren geen toeval is.
Bij het terugkomen in het fietsen heb ik me voorgenomen om me heel erg te concentreren op hoge toerentallen. Mijn toerentellertje geeft niet zo heel veel informatie, maar het geeft wel het actuele toerental aan en een 'rittotaal'. Als je dat combineert met de rittijd van de gewone fietscomputer, kun je een gemiddeld toerental uitrekenen. Als je dat doet, lijkt het wel erg laag, want deze week kom ik niet verder dan 77. Maar de rittijd gaat ook door als je je benen stil houdt om uit te rijden, een bocht te nemen of als je even niet in kunt halen. Dat haalt je gemiddelde wel behoorlijk naar beneden.
De 77 haal ik wanneer ik tijdens het fietsen probeer steeds boven de honderd te blijven. Ik heb ook een methode gevonden om mezelf nog verder te helpen. Ik houd vanaf deze week van elke dag het gemiddelde bij en maak daar een lijstje van. Ik ben dol op lijstjes en het is een extra stimulans om dat dan steeds verder omhoog te werken. Eens kijken of het deze maand nog eens boven de 80 krijg.

Maandag 12 september 2005

We zijn weer een jaartje ouder geworden dit jaar. Niet dat het veel verschil maakt, maar ik ben ondertussen dus ook geen veertig meer.
Vanmorgen weer even medisch: een bezoek aan de tandarts om een behandelplan op te stellen. Hij maakt nog een extra fotootje van de voorkant, vooral om te kijken hoe de wortel van mijn afgebroken tand er bij staat. Als die goed genoeg is, hoeft daar geen implantaat te komen.
Er lijkt ook enige verwarring te zijn: De afgebroken tand is te breed voor waar ie staat. Volgens de tandarts is het een van de voortanden, die op de een of andere manier op de plaats er naast terecht is gekomen.
De afgebroken kies is nog goed. Er is weliswaar een stuk afgebroken, maar de kies is nog wel "dicht". In principe kan de kies nog vele jaren zo mee en zou het plaatsen van een vulling eerder schadelijk zijn. De afgebroken voortand is een ander verhaal: daar ligt de wortel helemaal bloot. Als de tandarts bij het controleren even met het haakje er tegenaan komt schiet de pijn door mijn hoofd. Zodra het haakje weg is, is het over, maar er zal een wortelkanaalbehandeling plaats moeten vinden. Die staat voor komende maandag op het programma. Daarna kan er verder iets mee gedaan worden.
Voor het overige moeten er dus implantaten komen. De tandarts verwijst me daarvoor door naar Rotterdam, waar een echte specialist zit. Daar kan ik 12 oktober terecht.
Omdat dit alles heel wat tijd kost, ga ik met de auto naar het werk. Op deze tijd zijn er geen files en is het redelijk vlot doorkomen. Toch is het niet iets wat ik graag regelmatig doe.

Dinsdag 13 september 2005

De wekker gaat weer een stukje vroeger en ik zit al weer bijna op de gewone tijd. Het is nevelig buiten en ik heb de hele tijd mijn led-lichtjes aan. De thermometer laat zien dat er flinke temperatuurverschillen zitten tussen de nevelige plekken en daar waar het helder is. In de nevel zakt de temperatuur tot vlak boven de 10 graden. Ik moet er aan denken dat ik maar weer eens een jack in mijn fiets neem voor als ik er eens uit moet halverwege de rit. Het is overigens wel een heerlijk mooi rustig en schoon gezicht, zo'n landschap met een neveldekentje erover.
Onderweg overkomt me iets heel vreemds: honden zijn normaal erg bang voor de Quest, maar deze keer is er een grote bouvier die uitgelaten wordt, die zijn schrik afreageert door op te springen en heel hard te blaffen. Bang word ik er niet van, maar het blaffen was wel zo dicht bij mijn oren dat ze er zeer van deden!
Ik rijd natuurlijk nog niet zo lang met een koeieprint, maar de hoeveelheid reacties en vooral het volume ervan is drastisch toegenomen. Ik verwacht niet snel nog eens te horen "ik had je niet gezien".

Woensdag 14 september 2005

Vandaag mag ik weer een klein beetje later opstaan. Ik heb namelijk weer eens een afspraak: deze keer bij de tandtechnicus, voor een kleurbepaling. Die wordt dan weer gebruikt om het plaatje en later de kronen te kleuren, passend bij de al bestaande tanden.
Het nadeel van op deze tijd door Gouda te fietsen, is dat vele anderen het ook doen. En het zijn verbazingwekkend veel scholieren. Ongetwijfeld allemaal aardige en oplettende lieden, hoewel, oplettend... Het is maar goed dat ik van plan ben om extra rustig te fietsen om niet al bezweet te zijn als ik bij de tandtechnicus ben.
Ik weet dat het kruispunt Graaf Florisweg X Bodegraafsestraatweg afgesloten is. Ha, lekker rustig zonder auto's de Bodegraafsestraatweg op. Maar oeps. Er zijn niet alleen geen auto's, er is geen weg ook! Over de volle breedte is de weg een kleine meter afgegraven. Dan toch maar het klinkerpaadje op dat hier voor fietspad moet doorgaan.
Nog een paar bochten en ik ben er. Ik verwacht een bedrijfsverzamelgebouw waarin een van de vele kantoortjes die van de tandtechnicus is. Maar nee, Van Der Hoeve is een enorm bedrijf! Een groot pand en eigen, groot parkeerterrein. Voor Kwessie is een mooi plaatsje pal naast de voordeur te vinden, dan kan de portier mooi een oogje in het zeil houden. Ik mag meteen door naar de eerste verdieping, waar ik even later naar binnen geroepen wordt. Met hele sets kronen in alle mogelijke tandkleuren wordt een kleurbepaling gedaan. Het blijkt dat vooral de kleur van het snijvlak niet alledaags is. Ze heeft er in ieder geval heel wat werk aan om de juiste kleur vast te stellen: blauw-wit. De echte match zit niet bij de sets, dus de meest nabije wordt gekozen, met als aantekening dat er nog een tintje blauw in moet. Verder wordt de tand stukje voor stukje in kleur gematched, zodat het hele kleurverloop van wortel tot snijrand perfect overeenkomt. Om het af te maken wordt er nog een ehle serie foto's gemaakt ook.
Eindelijk mag ik weer naar buiten om naar mijn werk te fietsen. Ik zit nu weer aan de andere kant van Gouda, dus ga ik via het aquaduct op pad. Dat is een Goudse variant op de driesporenroute, al mis ik dan de eerste twee spoorovergangen. Op een gegeven moment komt er een vrachtwagen achter me rijden. De chauffeur heeft wel door dat deze weg te smal is om mij in te halen en hij blijft dan ook ruim achter mij. Als er dan ook nog tegenliggers komen, blijft hij wachten. Ik ga door en zie net nadat ik het spoor over ben de bomen dicht gaan.
Heerlijk rijdt ik zo door. Een mooi stukje platteland tussen alle drukke randstadbebouwing. Met bijbehorende geuren!
Een kruispunt verder komt een grote vrachtwagen vanaf tegenovergestelde richting en hij wil rechts. Eerst lijkt het erop dat hij ruim voor mij uit de bocht al gemaakt heeft, maar hij moet wachten voor een andere vrachtwagen. Tegen de tijd dat die voorbij is, ben ik al aardig dichtbij en omdat ik rechtdoor ga, heb ik voorrang. De chauffeur maakt direct duidelijk dat hij ook zeker van plan is die te geven. Keurig! En mijn hand gaat in een groet omhoog.
Er staat deze morgen eindelijk weer eens een redelijke wind. Al maanden lang heb ik het idee dat ik vrijwel alleen met windstil weer rijd. Maar nu staat er windkracht 5. Wel tegen en dat merk je in de snelheid. Aan de andere kant, de wind van opzij lijkt geen enkele invloed meer te hebben op mijn koers. Zou dat ook aan de stabilisator liggen? De echte test moet wat dat betreft natuurlijk komen als het stormachtig weer is. Maar ja, bestellingen worden op weergebied niet opgenomen...
Op de Middelweg is het wel even leuk: ik heb het 'veertig verplicht' al weer een beetje in ere hersteld. Maar nu moet dat met een niet optimale conditie gebeuren recht tegen de wind in. Het gaat goed, voor 1 kilometer (en de weg is 3 km lang). Dan houd ik het niet meer vol en moet ik terug naar lage dertig. Ook dit komt wel weer.

Op de terugweg is het windje mee. Dat betekent dat het nu wat makkelijker is om rustig aan te doen. Toch doen zich soms van die gelegenheden voor.... Bij het naderen van Bergschenhoek is er ook een mooi lang recht stuk. Ik krijg het op mijn heupen en zet vol aan. Een grote bak die achter me rijdt doet een halfslachtige poging om me in te halen. Maar als hij ziet dat hij op zijn teller de zestig nadert en er nog niet voorbij komt, laat ie zich weer zakken en blijft -netjes op afstand- achter me rijden. Bij mij staat dan ruim 50 op de teller.
De rest van de rit laat ik me niet meer opjutten en ik rijd soepeltjes verder naar huis.
Het opschrijven van mijn toerentellerstanden lijkt al meteen effect te hebben: gisteren ben ik al boven de 80 uitgekomen en vandaag was het zelfs bijna 82!

Donderdag 15 september 2005

Ik heb al een paar dagen het idee dat ik wat scheef op mijn stoeltje lig. Ik had ook al gemerkt dat alleen vastigheid bij het scharnierpunt het stoeltje best wel veel vrijheid geeft waar het precies ligt en de afdrukken van de gaten in de zitting op het schuim bevestigen dat het stoeltje (on)behoorlijk scheef ligt. Daar heb ik gisteravond wat aan gedaan: uit een stukje aluminium hoekprofiel van 11 cm heb ik een stuk gezaagd van ruim 40 mm breedte, zodat het precies over het frame kan vallen. Dat zet ik vast aan het stoeltje en daardoor is de positie gefixeerd. Bovenaan schommelt het nog wel een beetje, maar het is wel al een hele verbetering weer.
Het lukt vandaag ook om dicht bij zeven uur te vertrekken. In mijn benen voel ik wel dat ik weer veel meer fiets: ze voelen zwaar aan ondanks het behoudende fietsen. Vandaag mijn best doen om extra extra rustig te rijden. De Middelweg moet dan maar eens 'langzaam' genomen worden.
Het is verder weer nevelig en het is grappig om te zien hoe de temperatuur in de nevel consequent een paar graden lager is dan op de heldere plekken. Maar daar is de lucht ook volledig verzadigd van vocht en de spiegeltjes beslaan dan ook regelmatig. Ik heb thuis nog een bus 'anti-condens' staan. Die heb ik nog nooit gebruikt, maar misschien ga ik het toch maar eens op de spiegels uitproberen.
In Schiedam komt me weer een oude bekende tegen: een ligfietster op een mooie onderstuur fiets. Gisteren in Gouda ook al een ligger tegengekomen, het ligseizoen is duidelijk nog niet voorbij.

Ik heb ondertussen een mailtje gestuurd over de onoverzichtelijke situatie bij Moordrecht, waar de berg zond het zicht van en op de fietsers vanuit Gouda belemmerd. Maandag naar de afdelingen Moordrecht en Gouda van de fietsersbond en vandaag ook via de site van de gemeente Moordrecht iets ingevuld. Niet helemaal duidelijk of het formulier dat ik gebruikt heb het juiste is, maar we zullen zien of er een reactie komt.

De reactie komt razendsnel. Dezelfde dag nog krijg ik een bericht, waarin erkend wordt dat het inderdaad een gevaarlijke situatie is. Er moet snel iets gebeuren en hij maakt er werk van.
In de loop van de middag loopt mijn bespreking nogal uit en ik ben erg laat op weg naar huis. Omdat Diede naar een club moet 's avonds, ga ik maar zo snel mogelijk naar huis. Twee brommers helpen me erbij: de eerste kom ik achterop op weg naar het vliegveld, waar we samen bij het verkeerslicht staan. Bij het optrekken kom ik voor en blijf voor. Eerst volgt hij nog op korte afstand, maar langzaam aan loop ik uit. Pas bij Rodenrijs weet de brommer me weer voorbij te komen, omdat ik afrem om de weg op te gaan. Het volgende stuk gaat een klein beetje rustiger, maar niet al te veel, ik heb haast.
Bij Nieuwerkerk staat er onder het viaduct een brommertje dat net als ik er langs fiets optrekt. Ik ben er voor en opnieuw zet ik vol aan om er voor te blijven, wat lukt. Doordat het weer erg regenachtig is geworden, staan er record-files door het hele land en ook op deze route zijn er nog veel meer auto's dan gebruikelijk om deze tijd. Er staat dan ook een rijtje auto's de boel te blokkeren. Door het voorzichtig er langs rijden komt het brommertje weer langszij en bij de oversteek van de weg naar Moordrecht gaat ie er even voorbij. Maar hij trekt niet harder op dan ik, maar als hij naar rechts wil, kijkt hij wel erg laat en schrikt te zien dat ik er nog ben. Hij versnelt verder en ik ook. Dan kijkt hij nog eens om en besluit ik hem maar uit zijn lijden te verlossen. Ik zet zelf even extra aan en schiet er voorbij, om hem pas in Gouda weer terug te zien. Daar gaat hij linksom de sluis over en ik rechtsom. Als we elkaar aan de andere kant weer tegenkomen hoort hij te wachten, maar hij snijdt met zijn brommertje de weg voor me af. Dat zag ik gelukkig aankomen en ik hield even in.
De twee stukken brommerrace hebben wel bijgedragen aan een snelle thuisrit, maar mijn benen doen wel zeer!

Vrijdag 16 september 2005

Na de rit van gisteren valt het extra moeilijk om mijn bed uit te komen en ik vertrek dan ook rijkelijk laat. Vooraf vrees ik het ergste voor de rit en pomp ik eerst de achterband wat verder op. Die had ik op 4 bar gezet, maar was ondertussen naar 3.5 gezakt. Nu even verder oppompen naar vijf bar, dat scheelt een stuk. Wat ook scheelt is dat de wind in een gunstige hoek zit. Zo voel ik mijn benen niet al te erg terwijl ik toch lekker door kan fietsen. De terugweg gaat ook lekker en zo zit er al weer een tweede week fietsen op. Het gaat de goede kant op.

Zaterdag 17 september 2005

De laatste paar dagen kreeg ik onderweg een beetje last van een branderig gevoel in mijn voet, zo halverwege de weg terug. Dit weekend ben ik erachter gekomen wat er aan de hand is. Ik heb namelijk mijn oude fietsschoenen (de heel erg oude, de gewoon oude waren gepikt) meegenomen zodat Jesse die eens kan proberen. Als hij ze aan zijn voeten heeft en op de hurricane ligt, wil ik hem aan de hand van mijn nieuwe fietsschoenen laten zien hoe dat met die plaatjes zit. Dan blijkt onder de ene voet het plaatje wel heel erg scheef te zitten. Wat wil je! Er is een schroef kwijt. Gelukkig bewaar ik wel eens wat en heb ik nog wel een reserveschroefje, zodat de boel even later weer recht en vast zit. Meteen de andere schroeven ook nog wat aangedraaid.

Maandag 19 september 2005

Vanmorgen mag ik eerst naar de tandarts, voor een wortelkanaalbehandeling in de afgebroken voortand boven. Het is heerlijk weer en ik ga per hurricane heen en weer. Samen met een tochtje gisteren kom ik nog net aan 10% van mijn ligkilometers per hurricane.
Bij de tandarts kan ik zoals gebruikelijk op de afgesproken tijd meteen naar binnen. Fijn als het zo goed georganiseerd is. De assistente begint met naalden in mijn mond te prikken, verdoven noemt ze dat. Fijn voelt het niet en de gemorste druppels smaken vreselijk smerig. Gelukkig gaat dat met goed spoelen weer weg. Als even later de tandarts zelf komt gaat hij nog meer verdoving spuiten, maar door die eerste verdoving voel ik daar niets van. De hele boel is wel erg goed verdoofd, want ik voel helemaal niets, terwijl de man toch ijverig aan het werk is in mijn mond met allerhande apparatuur.
Heel smerig is het wegbranden van wat tandvlees. Dat voelt niet fijn, maar smaakt en ruikt echt heel erg: een mengeling van verbrand vlees en geschroeid haar. Als ik met mijn tong er bij kom proef je het ook nog. Jeg! Wat smerig!
Voor het overige doet hij het keurig netjes, ik heb nergens last van. Als hij me waarschuwt dat "het even zeer gaat doen" vraag ik me achteraf af wat hij bedoelde, want ik voel niets. Hij sluit het geheel met een noodvulling af en ik mag naar huis.
Omdat ik niet weet hoe het uitwerken van de verdoving uit gaat pakken, besluit ik eerst maar een paar uurtjes thuis te werken. Na de lunch -die ik met wat pakjes astronautenvoer gebruik- is de verdoving uitgewerkt, zonder dat ik ergens last van heb. Ik kan dus naar Vlaardingen toe.
Het is echt fantastisch fietsen: lekker temperatuurtje, maar bovenal is de lucht eindelijk eens droog! Je kunt je inspannen zonder direct een lokale regenbui te genereren. Het is ook nog eens rustig, zodat er flink kan worden doorgetrapt.
Ik besluit de driesporen route te proberen, kijken of alle werkzaamheden daar nu voorbij zijn. En inderdaad, ik kan er probleemloos langs. Eigenlijk is deze route veel leuker dan de andere kant om, ook al zitten er een paar extra bochten in. Op de smalle weggetjes kom ik een paar vrachtwagens tegen. De eerste chauffeur ziet me al aankomen en zet zijn truck op een passeerplek stil. Als dank groet ik hem met een handgebaar, dat vriendelijk wordt beantwoord. De volgende chauffeur gaat net niet zo ver en blijft rijden, maar gaat wel behoorlijk aan de kant.
Het gaat heerlijk zo en ik sjees in een vaart richting werk. Na de Rotte overgestoken te zijn besluit ik maar weer eens langs Bergschenhoek te rijden. Dat gaat allemaal heel mooi, alleen is het een beetje bespottelijk dat bij de rotonde naast Bergschenhoek het fietspad voorrang moet verlenen aan het afslaande verkeer. Let wel, het fietspad is een doorgaande weg en aan de afslag staan wel twee bedrijven! Het moet ook niet gekker worden.
Dat wordt het wel bij Zestienhoven. Vanmorgen is een klein passagiersvliegtuig van de baan geraakt en nu ligt al het vliegverkeer stil. Als ik in de buurt kom, blijken er tientallen nieuwsgierigen naar de werkzaamheden te kijken. Gelukkig hebben ze de boel niet helemaal geblokkeerd en kan ik nog een beetje doorfietsen. Zo kom ik in rap tempo bij mijn werk.

Na een lange vergadering mag ik weer naar huis fietsen. Nog steeds is het heerlijk fietsweer en ik zet de sokken er maar weer in. Als het een beetje meezit, wordt dit de eerste fietsdag onder de twee-en-half uur sinds mijn ongeval!
Bij Zestienhoven zit het in ieder geval mee: beide verkeerslichten springen meteen op groen, zodat ik niet helemaal hoef af te remmen. In Rodenrijs gok ik dat de doorgaande weg niet al te druk is, want dan houden de auto's me te veel op, maar dat ik door kan rijden. Dan heeft het als voordeel een hoop bochten minder dan het fietspad achterlangs. De gok pakt goed uit en ik kan inderdaad vol doorrijden. Na de afslag de Wildersekade op, zie ik een racefietser voor me. Even RISsen dus tegen een behoorlijke tegenstander, want ik heb niet eens zoveel verschil als ik met 45 hem voorbij rijd. Goed gedaan jochie!
Net als 's morgens zit het verkeer eigenlijk overal mee, tot vlak voor de Pekhuisbrug. Als ik vanaf Bergschenhoek achter de kassen langs rijd, kan ik kiezen tussen "de weg" en "het fietspad". Normaal neem ik 's morgens de weg en 's middags het fietspad, maar nu zie ik vlak voor ik erop stuur dat er een paard met ruiter loopt. Dan maar de andere kant, scheelt een hoop gedoe.
Even later staat er een echtpaar langs de kant van de weg te kijken. De man vindt het kennelijk erg leuk en staat met brede gebaren te wenken dat ik door moet fietsen. Dat was ik gelukkig van plan en met een zwaai race ik ze voorbij.
Vlot gaat het verder tot vlak voor de A20. Op de parallelweg komt vlak voor mijn neus een grote truck met oplegger een erf afrijden. De chauffeur heeft me niet gezien, of mijn snelheid verkeerd ingeschat, of het interesseert hem gewoon niet dat hij me hindert, dus hij rijdt zo de weg op, waardoor ik flink in moet houden. Nou ja, dan doe ik even rustig aan.
Als ik even later onder de A20 door ben en de parallelweg op ga, wacht me een nieuwe verrassing: ze hebben de hele weg weggehaald! Vlak voor het viaduct waar ik onderdoor moet, staan een paar grote hekken de weg af te sluiten. Een fietser voor me fietst er nog langs (er is eigenlijk geen alternatief) en ik volg. Dan over grof steenslag en vervolgens in rul zand. Erg rul zand. Zelfs de brede Big Apple heeft niet genoeg grip om me nog verder te laten rijden. Maar goed ook, want een meter verder ligt een geul van een halve meter diep en breed. De andere fietser is ook al afgestapt en biedt aan een handje te helpen, maar ik ben zelf ook al uitgestapt en sleur Kwessie over de geul. Handig dat zoiets vantevoren is afgesproken...
Aan de overkant praten we er nog even over. De man woont even verderop en vindt het ook maar niks dat dit zomaar gebeurt, zonder een alternatief te regelen. Morgenochtend, als ik zeer vroeg op pad moet (zes uur vertrek) zal ik dus maar meteen via de driesporenroute gaan. Nou ja, de rest van de weg zal wel lekker leeg zijn.
Niet dus. De een na de andere auto komt tegemoet racen. Kennelijk allemaal denkend dat het wel mee zal vallen met de afsluiting. Ik probeer nog een hint te geven door heftig nee te schudden, maar na tien auto's houd ik er mee op. Ze moeten het zelf maar weten.
Bij Moordrecht gaan de bomen net dicht, zodat ik op mijn gemak kan vaststellen dat er nog niets aan de berg zand is gedaan. Na de eerste ambtenaar, die me volledig gelijk gaf met betrekking tot het gevaar, kreeg ik van een tweede ambtenaar een reactie. In de zin van "de provincie is verantwoordelijk en we hebben deze klacht al eerder gehad. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben ingelicht.". Mooi staaltje afschuiverij zullen we maar zeggen! Gelukkig noemt hij wel nog welk ingenieursbureau verantwoordelijk is, dus die heb ik ook maar een mailtje gestuurd, met een CC naar de beide Moordrechtse ambtenaren. Eens kijken hoe lang het duurt voor daar reactie op is.
Na deze beschouwing zijn de bomen weer open en kan ik in vlot tempo mijn rit afmaken. Bij Gouda weer buitenom, want het verkeerslicht zal wel weer lang op rood blijven en in meters maakt het niet uit. Het smalle fietspad deert steeds minder, want dat ben ik meer en meer gewend. Dan zal ik er vast in de toekomst ook wel vaker over gaan.
Thuisgekomen blijk ik inderdaad binnen de twee en half uur gebleven te zijn. Joepie!

Dinsdag 20 september 2005

Vandaag is een groot deel van ons lab op pad voor een groot "event". Bijna 400 mensen zullen op de een of andere manier op pad zijn. Enig 'minpuntje' is dat het begint met een ontbijt in Vlaardingen, stipt om half acht! Als ik daar op tijd wil zijn en ook nog eens me kunnen omkleden en opfrissen, dan moet ik uiterlijk om zes uur vertrekken, liefst nog eerder! Uiteindelijk sta ik om vijf uur op en ben ik ruim voor zes uur onderweg.
Groot voordeel van zo vroeg vertrekken is dat er nog erg weinig verkeer is. Nadeel is wel dat er in het donker gefietst moet worden. Op zich geen punt, want het is vrijwel volle maan en ik heb goede verlichting op Kwessie zitten. Maar omdat het vannacht ook nog eens flink is afgekoeld, is het behoorlijk mistig. En koud genoeg om de kap erop te doen.
Omdat de weg bij Nieuwerkerk is afgesloten is de keus voor de drie sporenroute eenvoudig. Heel apart, zo met mist in het donker, maar echt doorrijden kan natuurlijk niet. Van tijd tot tijd komt er een auto van voren of van achter. Die van voren gaat goed omdat zowel de tegenligger als ikzelf vaart mindert en op het randje gaat rijden. Het achteropkomend verkeer blijft netjes op een afstand achter me rijden.
Ik wil niet riskeren dat de oversteken in Rotterdam Noord riskant zijn in de mist, dus ga ik weer via Bergschenhoek verder. Het gaat allemaal prima tot ik bij Zestienhoven kom. Het fietspad dat ik neem is eigenlijk tegen de rijrichting in. Dat is normaal nauwelijks een probleem, maar nu, met de mist en in het donker, is het wel degelijk een probleem: de koplampen van het tegemoetkomende verkeer verblinden nogal wat. Ik moet flink terug in tempo om nog veilig te kunnen rijden. Ik zal moeten kijken of het aan de combinatie mist/donker ligt, of aan het donker zelf. In dat geval zal ik voor de winterperiode een alternatieve route moeten nemen. Wellicht weer helemaal door Rodenrijs, of misschien onder het vliegveld door. We zullen zien.

Overdag ben ik naar de Calve-site in Delft geweest, kijken naar hoe sauzen, mayonaises en pindakaas gemaakt worden. Andere collega's zijn naar andere plekken geweest, maar aan het eind van de middag komen we allemaal weer samen in de Van Nelle Ontwerpfabriek in Schiedam. Voorheen een fabriek, tegenwoordig een industrieel monument met allerhande faciliteiten voor bijzondere evenementen.
In de bus richting Schiedam wordt ik tot mijn verrassing op mijn mobieltje gebeld. Bijna niemand heeft dat nummer. Het blijkt de kliniek voor paradontologie te zijn. Ik heb een 'intake' afspraak op 12 oktober, maar nu blijkt er morgen een gaatje te zijn. Dat scheelt wel fijn drie weken!
Omdat er vanavond ouderavond van Jesse's school is, kan ik helaas het diner en feest niet meemaken. Ik neem dus genoegen met twee broodjes Unox. Lekker, al is de worst wel erg groot voor het bijbehorende broodje.
Vanaf de Van Nelle weg moet ik eerst weer in Vlaardingen komen. Eerst bij de bushalte 10 minuten wachten tot de bus komt. Dan vertelt de buschauffeur dat hij helemaal niet bij een treinstation komt, maar dat ik even verderop op een andere lijn moet stappen. Mag ik weer 10 minuten wachten. In die tijd was ik er lopend al geweest. Maar goed, met de bus naar het station, dan met de trein naar Vlaardingen, dan lopend naar het lab om vervolgens me om te kleden en weer op weg naar huis te gaan. Het is al laat dus zet ik tegen heug en meug maar weer opnieuw stevig aan. Deze keer ook de terugweg via de driesporenroute vanwege de opgebroken weg bij Nieuwerkerk. Het zicht is met felle zon geen enkel probleem, maar er zijn wel opvallend veel vrachtwagens op deze tijd. Niettemin kom ik nog net op tijd om me thuis om te kleden en naar de ouderavond te gaan.

Woensdag 21 september 2005

Een lange dag gisteren en het opstaan kost wat meer moeite dan gewoonlijk. Er is nog meer mist dan gisteren, maar ik vertrek nu bij daglicht. Dat scheelt wel wat, maar niet erg veel. Ook nu is de mist op plaatsen zo dicht dat de snelheid aangepast moet worden.
Ik ben ruim een uur op mijn werk als ik weer weg kan, om naar Rotterdam te gaan naar de implantoloog. Carola de assistente neemt met mij alle details van het ongeval en de behandeling tot nu toe door, zodat ook hier een compleet dossier van mij opgebouwd kan worden. Als ze klaar is komt Dr Ham om verder te kijken. Bij paradontologie hoort veel aandacht aan de staat van het tandvlees en de tanden. Vandaag wordt mijn gebit dus tot in de puntjes bekeken op de staat van het tandvlees, plak, stevigheid enzovoorts. Plus een serie rontgenfoto's om ook 'van binnen' te kunnen kijken. Hieruit blijkt dat de stukjes waarmee brokken kaak flexibel aan het jukbeen zijn vastgezet inderdaad nog beweging hebben toegelaten. Een ervan staat helemaal dwars, waar ie eerst naar beneden stond. Tenslotte worden er nog afdrukken van mijn hele gebit gemaakt, zodat er goed gekeken kan worden. De dokter zal met zijn collega -restauratiespecialist- overleggen wat de beste oplossing zal zijn. Dat zijn niet automatisch implantaten. Over twee weken mag ik terugkomen om het verdere plan te bespreken.
's Middags fiets ik op mijn gemak naar huis. Ik heb genoeg hard gefietst de laatste tijd, nu even gelegenheid om het echt rustig aan te doen. Ik gok dat ze het wegdek bij Nieuwerkerk ondertussen weer in orde hebben, maar kom bedrogen uit. De grote gaten zijn dicht, maar je kunt er nog steeds niet zomaar langs. Vrijdag maar weer buitenom, morgen eerst naar de mondhygienist.

Donderdag 22 september 2005

Drie keer in de week de tandartsstoel is wel wat veel, maar voor vandaag stond al een hele tijd de mondhygienist op de agenda, dus ik ga maar weer naar Nieuwegein.
Een half uur lang lig ik met mijn mond open en wordt er met tal van instrumenten in mijn mond gewerkt. Een speciaal trilapparaat om veel tandsteen in korte tijd weg te werken, haakjes in verschillende maten en polijstborstels en nog wel meer. Na dit half uur is het meeste wat zich in de tijd van vastzittende kaken en ijzeren beugels in mijn mond had opgehoopt weer weg. Dat voelt een stuk beter!
Nu ik toch in de buurt ben, wil ik nog wat aan Dr vd Bergh vragen, maar die is druk bezig, dus zal hij me later vandaag opbellen. Ik vraag hem hoe het nu precies zit met die ene afgebroken tand en de ruimte die de verdwenen tanden hebben achtergelaten. Hij is er zeker van dat de tand zit waar hij zat. Die is niet van zijn plaats geweest. Maar de ruimte kan best "niet helemaal kloppen". Bij het weer in elkaar zetten van de bovenkaak heeft hij maar moeten gokken hoe de boog van mijn kaak was. Als die iets anders liep dan dat hij nu de ijzeren spalk heeft gebogen, dan is er dus iets meer of minder ruimte overblijft.
Thuis ben ik 's avonds uren bezig tot ik eindelijk een goed portret heb gevonden waar mijn gebit goed opstaat. Dat mail ik dan naar de implantoloog, als aanvullende informatie.
Zoekend tussen mijn spullen vind ik bovendien ook nog de gebitsafdruk die van mij is gemaakt toen ik een jaar of 10 was, dus voor de beugel en ook voor ik mijn voortanden brak na een val op de stoep bij het voetballen op het pleintje achter ons huis toen ik 12 was. Wie weet is dat ook nog handig, voor het bekijken van die kaakboog?

Vrijdag 23 september 2005

Na een moeizame ochtendrit, die voelt alsof de remmen aanlopen (wat niet zo is hoor) gaat het 's middags ook al niet helemaal goed. De deur van de kleedkamer is op slot, maar degene die hem het laatst heeft gehad, is vergeten om hem terug te brengen en is al naar huis. Gelukkig is er na een tijdje zoeken een andere sleutel gevonden, zodat ik toch nog naar huis kan. Nou moet ik toch weer hard fietsen, want we zouden vanavond ook nog naar de Ikea gaan om een comoputerkast te kopen. Dan moet ik niet heel laat thuis zijn.
Ik span me behoorlijk in, ga ook wel aardig hard, maar het houdt niet over. Als ik vlak voor Nieuwerkerk ben, besluit ik toch de driesporenroute te nemen, want ik vertrouw er niet op dat de weg onder het viaduct weer goed is. Vlak voor de rotonde ga ik een wielrenner voorbij, die van rechts kwam. Hij blijkt dezelfde kant op te gaan, maar verdwijnt vlot uit mijn spiegeltje. Helaas is het best druk op deze smalle weg en herhaaldelijk moet ik flink inhouden omdat auto's aan de kant van de weg gaan staan om tegenliggers er langs te laten. Als ik dan ook bij de kruising met de N456 en vlak daar voorbij bij het spoor stil sta, is hij mij weer voorbij gegaan.
Bij het optrekken bij het spoor, ligt mijn ketting niet goed en het kost grote moeite om weer op gang te komen. Pas vlak voor de afslag richting spoorovergang twee, heb ik hem weer bijgehaald. Voorbij de bocht kan ik hem dus voor de tweede keer inhalen. Als ik dat tweede spoor over ben is hij al uit mijn spiegeltje weg.
Maar helaas, de bomen van de volgende overweg zijn ook dicht. Deze keer voor een lange, zware goederentrein. Eerst komen drie locomotieven achter elkaar aan en daarachter 43 identieke wagons, ongetwijfeld zeer zwaar, want het geheel gaat erg traag. Logisch dus dat er heel wat tijd voorbij gaat en ik weer verder kan. De wielrenner heeft dus alle gelegenheid om me bij te halen en hij fietst alle auto's die er ook staan te wachten voorbij, zodat hij heel wat eerder weg is.
Als de bomen eindelijk weer open zijn heb ik hem snel weer ingehaald, maar dan komt daar de rotonde waar we over moeten steken. Hij is wendbaarder, dus laat ik hem maar eerst gaan. Aan de andere kant haal ik hem opnieuw in, voor de vierde en laatste keer van vandaag.

Zondag 25 september 2005

Ik nader de tienduizend km in de quest en vind het een mooi moment om eens een goede inspectie te doen. Vooral ook omdat de stabilisatorstang ook al weer zo'n twaalfhonderd km mee gaat. Zoiets toch wel experimenteels moet je goed in de gaten houden.
Bij de inspectie blijkt de rechter voorband best zacht te zijn (drie bar) zou dat de traagheid van vrijdag mee verklaren? Bovendien heeft ie al weer heel wat glassplintertjes opgepikt, terwijl hij er nog niet eens zo gek lang op zit. De linker voorband is OK (is ook nieuwer) en ook de BA achter, met bijna negen duizend km ziet er nog perfect uit. De beide voorbanden worden weer op zeven bar gebracht, de achterband is hard zat.
Bij inspectie van de stabilisatorstang ziet het er allemaal perfect uit. Ik heb nog geen tijd gehad om de beugels goed in de verf te zetten en er zit heel licht oppervlakteroest op. Omdat het weer ongetwijfeld niet zo mooi blijft als het nu is, smeer ik het maar even stevig in met grafietvet. Dat geeft tenminste enige bescherming de komende periode.

Maandag 26 september 2005

Voor de verandering ga ik maar weer eens naar de tandarts. Met de quest, zodat ik daarna meteen doorkan. Na de Quest op slot gezet te hebben kleed ik me binnen even om en mag bijna meteen doorlopen en in de tandartsstoel plaatsnemen. Net zoals vorige week in Rotterdam, worden er weer gebitsafdrukken gemaakt. Deze keer om het plaatje dat als tijdelijke oplossing in mijn mond gezet gaat worden goed passend te maken. Van mijn ondergebit kan het meteen al, maar voor boven zit de tandarts eerst het een en ander te doen met de afgebroken tand. Ik geloof dat hij gaatjes geboord heeft, waar dan pinnetjes in gaan die dan vervolgens een noodkroon zullen vasthouden. Door dat eerst te doen, wordt ook dat meteen in de afdruk meegenomen.
Wat de tandarts precies gaat doen hangt nog even af van wat de specialisten in Rotterdam bespreken. Aanstaande maandag gaan we daar dus verder over praten.
Vanaf de tandarts is het weer via het Gouwe aquaduct naar het werk. Het weer is heerlijk, mijn benen voelen fris en het gaat dan ook lekker vlot. Het is ook maar 39 km vanaf de tandarts, dus als ik helemaal die kant langs zou gaan, zal het niet eens veel schelen met mijn normale ochtendroute. Misschien moet ik dat maar eens gaan proberen, voor de broodnodige variatie?

Terug is het weer opnieuw lekker en de benen voelen nog steeds goed. Ik zet maar weer wat meer aan - het is per slot al weer de vierde week terug fietsend - en zet de beste tijd sinds mijn ongeval neer: nipt binnen de 1 uur 10.

Dinsdag 27 september 2005

Een dagje zonder veel opmerkelijke gebeurtenissen. Ligfietsers die ik tegenwoordig bijna dagelijks tegenkom zijn ook al niet meer bijzonder genoeg om steeds maar te melden (groeten wel elke keer). Alleen op de terugweg, op het eind, zijn er toch twee opmerkelijke voorvalletjes.
Het eerste is bij het naderen van de Julianasluis bij Gouda. Het fietspad is daar maar iets meer dan een meter breed, dus inhalen met de Quest gaat alleen als de ingehaalde weet dat ie ingehaald wordt. Nu fietst er voor me een meneer die zijn hond aan het uitlaten is. Ik bel een paar keer tijdens het naderen. Maar de hond kijkt het snelste om, schrikt zich een hoedje en zet het zo op een lopen dat ie de man zo van zijn fiets trekt! Natuurlijk had ik de vingers op de remmen en ik sta dan ook stil ruim achter de man die wijdbeens boven zijn gevallen fiets staat. Ik vraag of het gaat en hij verontschuldigt zich voor het hinderen. We pakken het gelukkig allebei zonder kort lontje op! Het kost wel enige moeite om de hond weer onder controle te krijgen, maar dan kan ik er alsnog voorbij.
Het andere voorval is vlak voor huis. Tegenwoordig draai ik meteen naar Stolwijkersluis als het stoplicht bij de brug niet bijna op groen springt (voorzover je dat kan beoordelen) ook nu ga ik via de rotonde naar het fietspad langs de doorgaande weg naar Haastrecht. Ook dit is een smal fietspad en nog tamelijk hobbelig ook. Je moet je aandacht er zeker bij houden. Daardoor zie ik pas op het laatste moment dat aan de andere kant een velomobilist me tegemoet komt. Nog net op tijd kan ik Bastiaan zien en begroeten. Hij ziet er erg fris uit voor iemand die al ca 220 km gefietst heeft (hij is naar het velomobieltreffen in Giessen geweest). Klasse!

Woensdag 28 september 2005

Vandaag een dag met een bijzonder tintje: ik ga de tienduizend km met de Quest volmaken! Aan het eind van de ochtendrit zal het zover zijn en aan het eind van de middagrit heb ik er ook zelf tienduizend mee gereden (het verschil zit hem in de ca 40 km die anderen in mijn Quest gereden hebben).
Morgen moet ik voor een bespreking naar Wageningen. Gezien het weerbericht en dat ik nog niet helemaal terug in topconditie ben (zit wel al weer in de buurt) moet ik misschien maar met de auto gaan. Aan de andere kant, 's middags moet Clara met Hidde naar het zwembad aan de andere kant van Gouda en daar wil ze ook wel de auto voor gebruiken. Dan zou ik dus toch met de fiets moeten (zielig he...). Het zal waarschijnlijk pas vanavond duidelijk worden wat het zal worden, dus voor alle zekerheid doe ik maar erg rustig aan 's ochtends.
Dat gaat meestal beter als ik de driesporenroute neem en dat doe ik dan ook. Nou, ik krijg meer rust dan me lief is: net na het oversteken van het derde spoor (de enige met de bomen dicht) kom ik achter een rijtje auto's die op hun beurt achter een graafmachine aanhobbelen. Dat gaat met een gangetje van ongeveer 20 km/h dus rustig zat. Bij de kruising met de N456 hoop ik dat de graafmachine afslaat, maar nee. Wel de auto's voor me, maar de graafmachine zelf gaat rechtdoor. Ik hobbel er dus weer achteraan, tot er een stel tegenliggers komt. De graafmachine gaat flink aan de kant, maar het is niet direct duidelijk of de chauffeur dan ook zijn staart voorbij wil laten gaan of niet. En zolang dat niet duidelijk is, ga ik niet proberen om erlangs te rijden, daarvoor zijn de wielen me veel te groot!
Als de tegenliggers zich langs de machine gewurmd hebben, blijft de machine nog even staan: er langs dus. Ik ga er voorbij en geef vol gas. Op de een of andere manier moet je altijd even 'inhalen' als je zo'n tijdje veel te langzaam hebt gefietst. Twee auto's die achter me rijden denken dat ze na de graafmachine ook mij voorbij moeten. Dom dom dom, maar vooral lastig voor mij. Want nu ze voor me rijden moeten ze diverse malen stoppen vanwege tegenliggers en omdat ik nu achter hen rijd, moet ik ook stoppen. Ach, het zij zo.
Eenmaal richting Middelweg zijn de probleempjes voorbij en kan er gewoon weer lekker doorgefietst worden. Aan de overkant van de Rotte, achter de tuindersbedrijven van Bergschenhoek, ben ik voor de lokale honden ondertussen een 'bekende verschijning' geworden. Bij de eerste tuinderij zitten twee grote, langharige honden (ik zou zeggen: witte labradors of iets dergelijks) achter een groot hek. Ze zien me al van verre komen en rennen dan naar het hek om dan in volle vaart langs het hek met me mee te rennen. Nu is het nog te vroeg (ik was vlak na zeven uur vertrokken) en houden ze zich stil. Als ik wat later langskom blaffen ze er ook nog bij. Maar bijhouden doen ze me niet.
Hoewel het weerbericht regen voorspelde, is het weer heerlijk. Alleen in het Bergsche bos liggen ondertussen heel veel blaadjes op het fietspad. Dat maakt de grip wat onzekerder en ik pas mijn snelheid er maar bij aan. Het hoeft niet eens veel langzamer om save te blijven.
Na het tunneltje bij het station in Rotterdam (hoe heet dat station ook al weer) wordt er nog steeds aan het fietsbruggetje over het spoor gewerkt. Tot dan moet er nog steeds een rare, onhandige U-bocht van een paar honderd meter extra gefietst worden. Maar deze week lijken ze flinke vorderingen te maken met het definitief in orde maken van de oversteek, dus dat gaat binnenkort weer een heel stuk soepeler zijn.
Ik had me nog voorgenomen om de overgang van 9999,9 km naar 10000 km te 'zien' op mijn teller, maar ik houd me geconcentreerd met het rijden bezig en denk pas weer aan deze mijlpaal als ik mijn fiets al in de stalling heb staan. Dan kijk ik natuurlijk nog wel eventjes: totaalstand 10004 km!

In de loop van de dag hoor ik dat een van de teams waarbinnen ik werk morgen een speciale Award zal krijgen. Het is de bedoeling dat alle teamleden bij de feestelijke uitreiking aanwezig zullen zijn. Dat betekent dat ik vanuit Wageningen om half drie weer in Vlaardingen moet zijn. Nu is mijn conditie al weer heel aardig, maar als ik eerst een fatsoenlijke bespreking in Wageningen moet hebben, dan naar Vlaardingen fietsen en daar om half drie aan komen en dan twee uurtjes later (of zo) weer naar Gouda moet fietsen..... nee, dat wordt te veel van het goede. Het zal dus definitief de auto worden morgen. En Clara zal met de fiets naar het zwembad moeten. Hopen dat het dan droog is.
Om 's avonds thuis nog wat te kunnen werken ga ik op tijd naar huis. Er staat ondertussen een straffe westenwind, dus het zal wel opschieten. Bovendien hoef ik me nu dus niet voor morgen in te houden. Ik ga kijken hoe ik met deze gunstige wind mijn 'tien mijl' af kan raffelen. Nou, dat gaat dus hard! Langs het vliegveld (het eerste stuk) constant 45-48. Dan bij de drempels even inhouden, want boven de 40 gaat Kwessie daar springen. De rotonde is vlot te nemen, Rodenrijs flitst voorbij en in no-time ben ik bij Bergschenhoek. Het verkeer rondom de rotonde is ook niet verkeerd en ik kan zo doorrijden. Dan is het maar een paar minuten doorfietsen voor ik bij de Pekhuisbrug ben. Dat is dan even een 'dood punt' en ook de eerste kilometer op de dijk is ingehouden rijden vanwege het beperkte zicht. Maar als dan de Middelweg in zicht komt kan de vaart er weer echt in komen en wanneer ik die weg opdraai zet ik aan voor een vlammende eindsprint. De laatste anderhalve kilometer in minder dan twee minuten, een max van 58 km/h en een nieuw record voor de tien mijl: 24 minuten en 47 seconden. Dat is meer dan 40 gemiddeld, inclusief bochten, draaien en oversteken!
De rest van de rit fiets ik wel nog stevig door, maar wel net even rustiger.

Donderdag 29 september 2005

Ik had me wel een beetje verheugd op toch een retourtje Wageningen fietsen, maar het werd dus de auto. Naar Wageningen en later van Wageningen naar Vlaardingen ging allemaal nog wel. Daar was niet tegenaan te fietsen geweest. Maar na de middag weer terug naar huis wordt weer eens onderstreept waarom de auto in deze regio helemaal niet handig is: de reistijd is volstrekt onvoorspelbaar. Files overal en nog ergens en ik doe er zelden zo lang over om terug naar huis te fietsen als nu met de auto: anderhalf uur.
Lang leve de fiets!

Vrijdag 30 september 2005

De laatste dag van de maand al weer. Het zal wel een apart ritje worden, want het weerbericht beloofd echt herfstweer: nattigheid en wind. Maar dat blijkt niet het enige te zijn: het wordt een echte hindernissentocht!
Alles bij elkaar is het een vermoeiende week geweest en ik ben dan ook niet echt vroeg weg. Maar als ik de garagedeur open heb en de Quest naar buiten wil rijden, voel ik dat het niet goed is: de achterband blijkt plat te staan! Goed dat ik nog binnen sta. Ik was al nieuwsgierig hoe lang de BA het nog uit zou houden, want die zit er al ruim 9000 km op en dat is best veel. Ook deze band was aan het wachten op een lek om vervangen te worden. In mijn statistiek moet ik daar maar eens onderscheid in maken: lekken 'onderweg' en lekken die 'nodig' zijn om de band te kunnen vervangen. Van de vijf lekke banden die ik tot nu toe gehad heb, waren drie nodig om er een nieuwe om te kunnen leggen. Maar twee gewone lekken dus. Niet gek! Maar nu dus comfortabel in de garage de nieuwe BA erom doen. Die is van het nieuwere type. Wat zwaarder en beter lekbestendig. Hoe zo beter? Die andere heeft 9000 km geen krimp gegeven! Anderen vermoeden dat de nieuwe band misschien zwaarder loopt, dat zullen we vandaag dan wel zien.
Een tien minuten later gaat de garagedeur voor de tweede keer open en rolt de fiets nu wel naar buiten, de eerste hindernis is genomen. Maar de volgende laat niet lang op zich wachten. Nog geen drie minuten later rijd ik over de dijk langs de IJssel. Maar ze willen kennelijk iets bouwen en er staat een graafmachine op de dijk. Wel helemaal aan de kant, maar er blijft maar een klein strookje over. Langzaam kan ik met een cm ruimte er langs. Vlak daarachter staat een grote vrachtwagen midden op de dijk. En maar een piepklein strookje asfalt is er nog vrij. En de dijk loopt meteen ernaast steil naar beneden af. Hoe nu verder? Uitstappen is geen optie, want om de Quest erlangs te lopen gaat niet, er is gewoon geen ruimte om erlangs te lopen. Dan toch maar fietsend proberen. Het rechterwiel gaat het gras in, een klein beetje scheef en heel dicht bij de vrachtwagen blijven rijden. Gelukkig, het gaat net.
Nou kan ik wel een paar minuten weer doorfietsen. Even verderop zit een vrachtwagen achter me. Hij houdt keurig afstand en trekt rustig op bij de verkeerslichten. Zo blijf ik hem voor tot ik bij de Uniqema afsla, de dijk op. Daar wacht me alweer de volgende hindernis: een grote trekker met maaimachine is de berm aan het afmaaien, terwijl een rijtje vrachtauto's vanaf de andere kant erlangs probeert te komen. Opnieuw even geduld hebben voor ik deze volgende hindernis voorbij ben.
Ik fiets weer verder en zie tot mijn verbazing bij de sluis dat de vrachtwagen van net ook nog niet verder is. Dat wordt een klein wedstrijdje: naar de rotonde bij de Karwei loopt ie iets uit, maar de rotonde kan ik een stuk sneller ronden. Dan gaat het fietspad naar beneden, een mooi zetje in de rug om flink vaart te maken: ruim 50 staat er op de teller. Het duurt dan ook wel even voor de vrachtwagen weer bij is (hij mag hier 80), maar dan is daar de volgende rotonde, de afslag richting Waddinxveen. Het fietspad heeft hier een zeer snelle, ruime bocht en ik kan een flinke voorsprong opbouwen. Maar weer een kilometer verder komt ie dan toch nog voorbij. Vlak voor de spoorwegovergang bij Moordrecht komt ie in een rij auto's terecht en haal ik hem nog bij. Dan gaat hij onder de A20 door en ik ga linksaf de parallelweg op. Uitslag onbeslist.
Een paar kilometer kan ik doorfietsen, maar als ik bij Nieuwerkerk onder de A20 doorga komt de volgende hindernis: een vrachtwagen staat breeduit geparkeerd. Op zich ruimte zat om erlangs te gaan, maar de laaddeuren aan de achterkant (hij staat met zijn neus naar mij toe) staan wijd uit, waardoor de wagen twee maal zo breed is. Een bestelbusje wil er voorbij en moet met twee wielen de stoep op en heeft zelfs dan moeite om er voorbij te komen. Dat wordt weer een eeuwigheid wachten. Of niet? Ik kijk eens goed naar de laaddeur en besluit er maar meteen onderdoor te fietsen. Een ligfiets is laag: je kunt dus onder een vrachtwagen doorfietsen, nou ja, in ieder geval de laaddeur!
Deze vrachtwagen blijkt gelukkig de laatste hindernis te zijn en ik kan lekker doorfietsen.
Als ik onder station Rotterdam nogwat doorgefietst ben loopt daar een werkopzichter. Ik stop even om te vragen of hij kan vertellen wanneer de brug weer te gebruiken zal zijn en die rare omweg eindelijk verleden tijd zal zijn. Maandag gaan ze asfalteren, dus vanaf dinsdag kan ik er weer langs. Joepie!

's Middags staat er een hoop meer wind en het wordt miezerig ook. Mooie kans om te kijken hoe de stabilisatorstang met windvlagen omgaat. Nou, misschien was de wind niet hard genoeg, maar de Quest ligt nog steeds als een blok op de weg! Heerlijk fietsen zo.
Vier weken weer forensen heeft het tempo weer aardig in de buurt gebracht van voor de klap. En de nieuwe BA ligt erg goed onder de fiets, zo te voelen minstens zo licht lopend en minstens even comfortabel. Wat mij betreft een blijvertje.!

Eind van de maand. Deze maand zijn er weer 1436 kilometers bijgekomen, wat het totaal op 10.132 km brengt.

Oktober 2005

Zaterdag 1 oktober 2005

Als je bekijks wilt hebben, dan moet je op een zonnige dag over de markt gaan fietsen! Ik wil de laptop van het werk tegelijk met onze gewone PC op het internet aansluiten, dus heb ik een router nodig. Die haal ik bij een PC-shop waar ik nog een tegoedbon van heb. Maar zoals gezegd, het is markt en het is zonnig. Druk en heel veel belangstelling voor de Quest. Ik rijd echter rustigjes tussen de mensen door en het komt niet tot praatjes.
Na de PC-shop ga ik naar de molen. Daar koop ik meel en diverse toebehoren. Als ik buiten kom met het eerste deel van de boodschappen, staat een klein meisje met bijna verliefde ogen de Quest over haar staart te aaien. Heel voorzichtig. Ik zeg dat het wel mag en dat ze niet zal gaan loeien. De vader moedigt haar aan dat het dus mag, maar dan komt de aap uit de mouw: ze wil eigenlijk wel erg graag er even in zitten! Ze zegt het zo lief, dat ik haar maar meteen oppak en op het stoeltje zet. Ze verdwijnt helemaal in de fiets en vindt het eigenlijk wel spannend. Maar omdat ze niets ziet, kruipt ze wat omhoog. Haar oogjes glimmen en ze geniet ervan. Maar een beetje eng is het ook en ze geeft aan dat ze er wel weer uit wil. Met een mooie zwier gaat ze er weer uit.
Dan haal ik de rest van de spullen en de volgende belangstellenden staan klaar. Het gewone riedeltje: mooi, hoe snel en of ik hem zelf gemaakt heb. Wat wel opvalt is dat sinds de Quest omgedoopt is in Kwessie, de mensen vooral zeggen dat ie zo opvalt. Het thema "over het hoofd gezien" bijna niet meer voorkomt. Kennelijk lijken de koeievlekken zo goed dat de fiets herkenning oplevert. Dan "zien" mensen hem kennelijk een stuk makkelijker dan als ze geen idee hebben wat ze zien. Dat die "koe" veel te snel gaat, de verkeerde vorm heeft en bovendien uit de wei ontsnapt is, doet er kennelijk niet zoveel toe.
Na de molen ga ik naar de scharrelslager, in de binnenstad. Ik zet mijn fiets voor de deur, maar moet eerst nog even aan diverse voorbijgangers uitleggen hoe en wat.
Binnen bij de slager waarschuw ik eerst even dat Kwessie niet geslacht mag worden. Ik word meteen gerust gesteld. Terwijl ik geholpen word komt een andere vrouw achter de toonbank. Ze vraagt of ik daarmee ook wel eens naar Vlaardingen ga. Natuurlijk, elke dag, hoezo? Het blijkt dat ze me regelmatig in Schiedam in het Beatrixpark ziet langsracen. Het gaat dan altijd wel heel erg hard, zegt ze, waarna ik voorzichtig zeg dat ik me daar altijd nogal inhoud vanwege de andere fietsers.....

Zondag 2 oktober 2005

Ik heb de zithoek eens opgemeten. Vanaf het laagste punt ga ik omhoog naar de waterpas, die 40 cm lang is. Die dan recht houden tot waar ie het stoeltje raakt en dan het hoogteverschil meten. Zoals het stoeltje nu in de Quest zit, kom ik op 29 graden. Als ik hetzelfde met mijn -verlaagde- hurricane doe, kom ik op 21 graden. Dat ligt nog lekkerder dan in de Quest, maar is niet te realiseren, dan kijk je alleen nog maar in de Quest. Maar een beetje lager zou dus wel moeten kunnen. Met een mesje en later met een ijzerzaagje haal ik ongeveer een halve centimeter weg van het steunschuim onder het stoeltje, van het bovenste stuk. Niet meer tegelijk, eerst even kijken hoe dit bevalt en pas daarna of er nog meer af kan.

Maandag 3 oktober 2005

Voor de verandering ga ik maar weer eens naar de tandarts. Hij heeft nog geen uitsluitsel van de implantoloog en dus is het niet duidelijk of het toch een kroon of een brug wordt op de afgebroken voortand. Vandaag beperken we ons dan ook tot het plaatsen van de opzet waar dan later de kroon op gezet kan worden.
Ik kan nu ook mijn eigen tanden eens goed bestuderen aan de hand van de gebitsafdrukken die een week eerder gemaakt zijn. Ik kan nu goed zien hoe het met die afgebroken kies achterin mijn mond zit. Zoals het van binnenuit voelde, had ik het idee dat er een heel vlakje aan de achterkant afgebroken was. Maar ik zie nu dat het een hoekje is. Dat stukje heb ik zelfs nog! Toen ik nog op straat zat te bloeden heb ik een aantal tanden en fragmenten opgeraapt en die zaten sinds die tijd in een beker melk. Nou ja, melk, dat was het natuurlijk al lang niet meer. Bij het openen van de beker is het meer een soort zurige kaas. Maar er komen een hele voortand en een groot stuk tand uit, samen dus met het hoekpuntje van mijn kies. Misschien moet ik dat ook maar even op de scanner leggen.
Na de tandarts fiets ik door naar mijn werk. Het is alweer heerlijk weer en het fietst fantastisch. Naar aanleiding van tips in mijn triatlon tijdschrift weer specifieke trainingselementen inbouwen in mijn ritten. Voor deze ochtend is dat 8 seconden sprintjes. Dat is -na 20 minuten warmrijden - elke twee minuten 8 seconden volle bak te rijden. Sprintjes dus eigenlijk. Dat past heel goed in de rit, je kunt het gebruiken om na een bocht of kruispunt weer heel vlot op snelheid te komen. Hiermee train je het ATP systeem. Door niet langer dan 8 seconden te sprinten melk je je benen niet uit, waardoor je het goed kunt volhouden.
Tussen de sprintjes door kun je heel rustig rijden, moet je zelfs rustig rijden en dat doe ik dan ook braaf. In het Bergsche Bos kom ik twee ruiters achterop, maar paarden schrikken een hoop minder als je ze van achteren nadert dan van voren. Het passeren gaat dan ook vlot. Als even verderop weer twee ruiters op het fietspad vertoeven, kies ik er voor om maar de weg op te gaan en ze op die manier vlot voorbij te gaan. Even later kom ik weer bij het station aan waar ze zouden gaan asfalteren. Wat de man er niet bij heeft gezegd, is dat ze het bestaande omleidingspad meteen ook zouden afgraven. Ik sta dan ook stil voor een kaal pad waar de markeringen voor het asfalteren al zijn aangebracht. Maar er wordt me verteld dat ik er wel gewoon overheen kan. Dat doe ik dan maar. Morgen kan ik weer gewoon rechtdoor!

's Middags vul ik mijn rit met een "gewone" intervaltraining: na het warmrijden stukken van ca 5 minuten voluit, afgewisseld met even lange rustige stukken. Het wordt natuurlijk niet precies 5 op, 5 af, maar ik pas het aan aan de wegomstandigheden. Zo doe ik het stuk rondom de Pekhuisbrug wat langer rustig, om vervolgens de hele Middelweg goed hard te kunnen gaan: de eerste helft ruim boven de 50, de tweede helft nog altijd flink in de 40. Dan weer even rust tot ik onder de A20 door ben, een laatste interval over de parallelweg en dan verder rustig aan. Zo rustig aan, dat ik in Gouda bij de Stolwijkerbrug weer eens kies voor rechtdoorgaan en prompt een ruime minuut stil sta. Ach ja, je kunt ook niet alles hebben.

Dinsdag 4 oktober 2005

Tussen de bedrijven door mag ik weer naar de implantoloog. De bedoeling was om het behandelplan door te spreken. Gelukkig heb ik er vandaag wel aan gedacht om mijn gebitje en de afgebroken tanden mee te nemen.
Dr Ham heeft de foto's die ik hem per email had opgestuurd bestudeerd en dat heeft resultaat gehad: volgens hem maakten de foto's meteen duidelijk wat er nu met dat gat in mijn gebit aan de hand is: mijn kaak is breder geworden, 6 mm maar liefst. Dat klopt precies met wat ik vanaf het begin heb gezegd: dat ik het gevoel had dat mijn bovenkaak breder was geworden, of mijn onderkaak smaller.
Ik ben nu helemaal in de war, want dat zou betekenen dat ik 'maar' 1 tand kwijt ben, de ene voortand en dat de andere voortand is afgebroken (stuk heb ik) en dat de kies beschadigd is waar inderdaad precies dat hoekje op past. Heb ik dus blijkbaar alle brokken bij elkaar gehouden.
Het lastige is nu dat het gat dus veel te groot is voor 1 tand en eigenlijk weer te klein voor 2. Om tot een goede behandeling te komen, wil hij graag overleggen met een orthodontist, zodat een beugelbehandeling de tanden en kiezen in een betere positie kan brengen, rechter zetten, naar binnen (boven) of naar buiten (onder) richten, zodat het beter op elkaar gaat aansluiten. In combinatie met die behandeling kan dan gekozen worden hoe het ontbreken van tanden opgelost gaat worden. Weer uitstel dus, maar opnieuw met een goede reden: een goed plan vooraf scheelt veel ellende achteraf.
Gevolg is wel dat ik nog langer met een gat rond loop. In overleg met de tandarts gaan we dan toch maar snel een plaatje plaatsen. De volgende drie tandartsbezoeken zijn dan al weer geboekt.

Tussendoor mail ik eens met Ge Boelders, hoe het er nu met hem voorstaat. Hij fietste met zijn rode Mango van Rotterdam naar zijn werkplaats Leiden heen en weer, maar zit sinds kort zonder werk. Hij is eigenlijk heel nieuwsgierig naar de stabilisatorstang en we spreken af dat hij langskomt om eens te kijken. Naast een heel gezellige avond waarbij we over van alles en nog wat kletsen, bekijken we de stabilisatorstang. Voor mij is verder wel heel interessant om zijn Mango eens wat beter te bekijken. Die is maar een maandje ouder dan mijn Quest, maar als je ze zo samen in de garage ziet staan, valt op dat er wel degelijk heel wat verschillen zijn. Het snuitje van de Mango is wat spitser, de wielkasten van binnen zijn verschillend, de lichtschakelaars zitten op een andere plaats en de achtervering zit heel anders aan het frame vast. Ook de constructie rondom de derailleur is verschillend. Gek eigenlijk, want we gaan er altijd zomaar vanuit dat het enige verschil de open wielkasten (en bredere wielbasis) en het verschillende staartje is. Maar de verschillen zijn toch heel wat uitgebreider dan dat.

Woensdag 5 oktober 2005

Ik fiets nu al een paar dagen met een iets verlaagd stoeltje. Dat voelt zeker niet verkeerd. Gelukkig maar, want terug opplakken zal niet gaan. Ik merk wel dat de kuiprand nu dichter bij mijn nek zit. Zeker nog niet te dicht, maar het is wel duidelijk dat er niet echt meer af kan. Maandagochtend heb ik zelfs met helm op gefietst - om te wennen voor eventuele wedstrijden - maar dat voelt niet lekker. De helm stoot steeds tegen de achterkant. Een ritje is wel genoeg, dus 's middags lag hij gewoon onderin de Quest.
Ik ben deze week ook weer begonnen met specifieke training. Gisteren was het de bedoeling om heen en terug rustig (herstel) te fietsen, maar dat blijkt maar weer eens moeilijk te zijn en vanmorgen doe ik dus ook maar een rustig ritje. 's Middags was dat ook de bedoeling, maar door een uitgelopen bespreking is het erg laat voor ik naar huis ga. Dan wordt het maar een intensieve duurtraining. En met succes, want ondanks de (lichte) tegenwind weet ik bijna 36 gemiddeld neer te zetten. Het resultaat van goede training of gewoon van de haast?

Donderdag 6 oktober 2005

Het wordt vandaag een heel lange dag, met 's middags een interne cursus gevolgd door een buffet. Om niet helemaal total loss te raken blijf ik iets langer liggen voor ik van huis vertrek. Omdat het om deze tijd een stuk drukker is, neem ik ook door Gouda het fietspad voor een groot gedeelte. Met de zware terugrit van gisteren nog in de benen heb ik mijn hartslagmeter op 'extra rustig' gezet, hopen dat het helpt.
Ik fiets lekker door tot ik bij het spoor bij Moordrecht ben. Als het goed is, is het deze week de laatste week dat die hinderlijke bulten zand er liggen. Volgende week gaan ze die weghalen en de weg ook afzetten, omdat ze ook daar een rotonde aan gaan leggen. Het zal me benieuwen wat voor ontwerp ze voor de fietsers hebben bedacht.
Als ik het spoor oversteek zie ik op de parallelweg veel te veel auto's staan. Daar is geen doorkomen aan. De auto's die eraf komen zetten de boel eerst al vast, maar het blijkt dat ook auto's de andere kant op stil staan (en in de weg). Als er een piepklein gaatje is, wurm ik me er door en fiets rechtdoor, draai dan over het gras in de 'juiste' richting en kijk wat er gaande is. Een auto staat met zijn neus in de sloot, aan de 'lage' kant, dus van de A20 afgewend. Hoe hij daar is gekomen, is me een raadsel. Wel zie ik een tienermeisje met behuild gezicht naast haar brommertje op een hekje zitten bellen. Er staat ook een politiewagen die de boel blokkeert (of regelt?).
Het ziet er naar uit dat er niet snel beweging in komt, maar dat blijkt mee te vallen. Een tegemoetkomende auto laat een gat vrij waardoor auto's in mijn richting kunnen gaan bewegen. Ik voeg meteen in en kan er voorbij. Een politieman die daar bij staat roept nog "levensgevaarlijk". Hij zal ongetwijfeld gedoeld hebben op de automobilist die zijn auto in de sloot heeft geparkeerd.
In Rotterdam schiet het nog niet op met het vernieuwde fietsbruggetje naast het station vlak bij het vliegveld. Het asfalt ligt er al sinds maandag, maar er staan nog steeds hekken de boel af te sluiten. We draaien er nog maar even omheen dan.

Na een zeer intensieve, maar ook vruchtbare dag werken, is het na zeven uur dat ik weer in de richting van de fietsenstalling loop. Ik heb Clara een belletje gegeven hoe laat ik thuis te verwachten ben en vertrek om weer extra rustig te fietsen. Het voordeel van deze tijd is natuurlijk dat er heel wat minder verkeer is. Maar jammer is dat mist en nevel al weer flink aanwezig zijn.
Het eerste stuk fiets ik met alleen de ledlampjes aan, pas als het echt te donker wordt doe ik het gewone licht erbij aan. Om gezien te worden zijn de LEDs zeker fel genoeg, helemaal als het echt donker wordt! Verderop is op een aantal plekken de mist van dien aard, dat ik meer zie met mijn gewone licht weer aan (en dus alleen de LEDs). Dat wordt dus een flink aantal keren schakelen: aan/uit/weer aan. Maar het rijdt verder prima.
Zo kom ik in weer een erg langzame tijd weer veilig thuis.

Vrijdag 7 oktober 2005

De eerste vijfdaagse fietsweek! Joepie! Maar wel weer met een heel rustig tempo beginnen. Voor de verandering probeer ik mijn toerenteller, kilometerteller en hartslagmeter helemaal te negeren en enkel op gevoel te fietsen. Achteraf kan ik dan kijken hoe dat uitgepakt heeft. 's Morgens helpt de mist om het tempo laag te houden en de benen enige rust te geven. Maar 's avonds zullen we naar een feest en ik MOET om vijf uur thuis zijn. Er zijn echter ook wat werkzaamheden die niet tot later kunnen wachten en het eind van het liedje is dat ik toch weer te laat wegben. Dan maar de beuk er in en volle bak rijden. Dat gaat verrassend goed en wanneer ik bij Bergschenhoek kom staat er een verbijsterende 35.5 op het gemiddelde. Zou ik dan aan het eind van de week, met moeie benen nog eens een supertijd neerzetten? Maar nee, zoals zo vaak werpt 'het verkeer' roet in het eten. Eerst bij de rotonde van Bergschenhoek, daar is nogal wat verkeer en dat houdt op. En als ik aan de overkant ben, kom ik achter een grote vrachtwagencombinatie te zitten, die de komende anderhalve kilometer voor mij blijft rijden, met hooguit 30 km/h. Daaaag mooi gemiddelde!
Maar eenmaal de Rotte weer overgestoken kan er weer gas op de plank. Tot in Gouda is een fiks tempo weer mogelijk. Als ik dan rechtsaf sla om zuidelijk de sluis over te steken, zie ik een paar tellen later dat ze daar juist de brug aan het ophijsen zijn. Met een mooie boog in dezelfde beweging weer terug en aan de andere kant er voorbij.
Dan opnieuw 'elke seconde telt' en voor het eerst weer rechtdoor, de Rotterdamseweg op. Het kruispunt staat op groen en in volle vaart kan er doorgefietst worden. De vraag is natuurlijk: blijft de weg vrij of staat het even verderop stil? Voorbij de bocht blijkt het laatste het geval te zijn. Even in de remmen knijpen, het gras in en alsnog het fietspad op en de rest allemaal voorbij. Nog even doorrijden en ik ben thuis. Niet om vijf uur, maar de 'schade' is beperkt genoeg om nog te kunnen douchen en omkleden voor we naar het feest vertrekken. Daar wordt ook veel gedanst en het valt me beslist niet tegen hoe goed dat nog gaat met de inspanningen van deze week. Ik zal morgen wel spierpijn en looien benen hebben...

Maandag 10 oktober 2005

Het is weer eens mistig en ik doe dan ook al in de garage mijn licht al aan. De accu heeft de hele nacht aan de lader gehangen en is op maximale spanning. Dat blijkt voor 1 van de voorledjes net iets teveel van het goede en die begeeft het. Geen licht meer, maar de eraan gekoppelde binnen- en achterverlichting doet het nog wel goed. 's Avonds vervang ik het kapotte ledje meteen en ik neem mij voor iets voorzichtiger aan te schakelen als de accu net van de lader afkomt.
Ik kom de laatste tijd zoveel liggers tegen, dat er geen bijhouden meer aan is om ze hier te noemen. Dat komt dus verder alleen nog maar als er wat bijzonders mee is. Veel van hen ben ik al een aantal keren vaker tegengekomen en de herkenning is meestal wederzijds.
Het is maandag, tandartsdag, maar voor de verandering eind van de middag in plaats van begin van de ochtend. Dat betekent op tijd vertrekken en voor de spits uit, met prachtig weer naar Gouda fietsen. Dat gaat zo vlot dat ik ruim kan uitdampen voor ik naar binnen ga. Natuurlijk wordt ik weer aangesproken over hoe dat fietst, hoe snel dat gaat enzovoorts. Ik heb gelukkig de tijd voor een praatje.

Dinsdag 11 oktober 2005

Donderdag is er redactievergadering van Ligfiets& het blad van de NVHPV. Die vergadering is in Rotterdam en dus is het een goede aanleiding om weer eens in mijn route te gaan varieren. Na de Middelweg kom ik bij de Rotte uit en deze keer linksaf in plaats van rechtsaf. Het eerste stuk, tot de Rottebanbrug, is niet echt interessant, maar daarna is het weer leuker dan ik vanaf de kaart had vermoed. Even lijkt er een grote kink in de kabel te komen, want de weg is afgezet: er wordt gewerkt. Gelukkig kan ik na uitstappen en door de modder lopen via de omlegging weer terug de dijk op. Goed dat ik het nu zie, in het donker is dat niet zo makkelijk. Daarna weer doorrijden, tot de Irenebrug. Donderdag ga ik dan verder door langs de Rotte, vandaag niet, ga ik de brug over om aansluiting te zoeken op de bekende route door Schiebroek.
Langs het eerste stuk Molenlaan neem ik het fietspad. Mmm, dat is waarschijnlijk eenmalig, want het zijn schots en scheef liggende tegels, terwijl de auto's op de hoofdrijbaan zeker niet hard rijden. Daar ga ik de volgende keer wel tussen rijden. Een stukje verder is een rotonde aangelegd en doodleuk het fietspad afgesloten. Het bord 'verboden te fietsen' staat deze keer echter bij het fietspad en niet bij de rijbaan, dus na een orientatierondje rondom de rotonde, rijd ik de weg weer op. Zo'n 600 verder kom ik weer op 'bekend terrein' en ga ik Schiebroek door.
Nadat ik onder het station ben doorgefietst (station Wilgenplas) zie ik dat er nog steeds hekken staan bij het bruggetje. Maar van werkzaamheden is niets meer te bemerken. Toch er maar overheen dan! Meteen na het hek voel ik een diepe richel onder de fiets. Ai, ging maar net goed. Maar 10 meter verder is er nog zo eentje, nee, nog breder en dieper. Dat wordt dus even uitstappen en er overheen tillen. Voorlopig maar niet proberen zolang het hek er staat dus.

Woensdag 12 oktober 2005

Na een extreem rustig dagje gisteren (langzaamste fietsretour sinds de heftige sneeuw in maart!) vanmorgen weer wat vlotter richting het werk gefietst. Het is eindelijk weer eens helder en meteen ook een stuk frisser. De kap gaat er weer op en ook mijn colletje heb ik weer opgeduikeld. Tot mijn verrassing zie ik een paar keer een wielrenner in mijn spiegeltje opduiken, net nadat in een zijweg passeer. En ze lijken allemaal een poging tot LISsen te willen ondernemen. Dat kan natuurlijk niet en een paar extra forse duwen op de pedalen schroeft het tempo weer voldoende op om ze af te schudden.
Overdag ben ik de hele dag druk bezig in het laboratorium. De experimenten duren langer dan gepland en het is al na zessen dat ik vertrek. Gelukkig is het nog steeds mooi weer en omdat de spits over het drukste punt heen is, kan ik lekker doorfietsen.
Bij het vliegveld sta ik even stil naast een racefietser. Ook hij vraagt natuurlijk 'hoe hard dat gaat' en ik kan me net inhouden om te zeggen dat ik helemaal niet hard ga, maar stil sta. Ik schat hem zo in en zeg dan maar: een derde harder dan jij, misschien wel de helft harder. Dat wil er nog niet helemaal in en ik wijs op het voor ons liggende fietspad. "Als ik eenmaal op gang ben, rijd ik daar 45" zeg ik. Dan kijkt hij me ongelovig aan. "Meestal niet harder vanwege de hobbels" ga ik verder, "maar als ik echt voluit ga, haal ik de 50 daar wel" doe ik er nog een schepje bovenop. Hij kijkt me aan met een gezicht van "je kunt me nog meer vertellen, maar dat geloof ik niet".
Het licht gaat op groen net nadat hij gevraagd heeft zelf-bouw/gekocht? En ik wijs op de lange wachtlijst. Dan groet ik hem en zet aan. In mijn spiegeltje zie ik dat hij van plan is om mijn woorden te controleren en dat hij dus ook vol aanzet. Nu moet ik mijn woorden waarmaken en doortrekken tot ik 45 rijd. Tot ongeveer 40 weet hij het nog bij te houden, maar als hij ziet dat ik dan nog steeds versnel, houdt hij het voor gezien en verdwijnt uit beeld.

Donderdag 13 oktober 2005

Vandaag een dag thuiswerken en pas 's avonds fietsen: naar de vergadering van de Ligfiets& redactie, bij Danielle vd Waard. We beginnen om zeven uur, dus om zes uur fiets ik thuis weg. Grappig om op deze tijd precies de andere kant op te fietsen dan dat ik hier normaal doe. Maar het gaat allemaal prima, tot ik op de parallelweg richting Nieuwerkerk rijd. Er staan hier aan beide zijden van de weg hoge populieren en ze hebben met elkaar afgesproken dat het NU herfst is. Massaal komen de bladeren naar beneden, als sneeuw in de winter. Naast een mooi gezicht, is het ook pijnlijk in je gezicht. Je zou het van een blaadje niet verwachten, maar als je met 40 km/h fietst en zo'n bladsteeltje in je gezicht krijgt, doet het gewoon zeer! Op de terugweg maar de andere kant langs.
De eerste 18 km doe ik zoals mijn woon-werk route: naar de Rotte toe. Maar dan -net als dinsdag- linksaf de Rotte volgen. Het is nog niet helemaal donker en ik kom heel wat trimmers en een stel fietsers tegen. De wegopbreking blijkt (provisorisch) weer dichtgemaakt te zijn. Wel even vaart minderen, maar niet eerst naar beneden.
In de buurt van de Irenebrug is het smal, met veel geparkeerde auto's. Daar is het zaak goed scherp te blijven op tegenliggers. Goed het licht aan houden en zo een beetje bluffen brengt me er tamelijk vlot doorheen. Bij de brug ga ik rechtdoor, verder langs de Rotte. Hier is de bestrating overwegend steentjes. Redelijk goed gelegd, maar merkbaar trager dan het mooie asfalt hiervoor. Hier kom ik steeds weer spookfietsers tegen. Het blijken roeicoaches te zijn die meefietsen met hun roeiers op de Rotte. Op tijd bellen en het gaat prima. Op een gegeven moment wordt de vaart geremd door zes achtereenvolgende verkeersdrempels. Sommige zijn nog te doen met 33 a 35, bij andere knal je omhoog zelfs bij 25-26 km/h. De stukjes er tussen zijn te lang om langzaam te blijven rijden, maar te kort om hard te gaan. Soort intervaltraining dus. Voorbij de drempels maken de Rotte en de weg een bocht naar links, onder de A20 door en een klein stukje terug. Hier liggen de klinkers heel slecht en rammelt het aan alle kanten. Gelukkig is het maar een kort stukje voor ik rechtsaf naar de Gordelweg kan. Het fietspad daar is van perfecte afwerking. Even doorrijden tot het kruispunt Bergweg. Dit herinner ik me van januari, toen ik hierlangs mijn weg naar Vlaardingen zocht. Dit was het belabberdste kruispunt van de buurt, maar kennelijk is het in de tussentijd aangepakt, want het ligt er nu veel mooier bij.
Linksaf de Bergweg in, nog even doorfietsen en ik ben op de plaats van bestemming. De Mango van Michiel Nieuwstraten staat al aan een boom en Kwessie past precies tussen die boom en de fietstrommel. Keurig!

Na een leuke, soms wat rommelige, vergadering is het tegen elf uur 's avonds als ik weer instap voor de terugrit. Heen ging gemiddeld 34 km/h, niet slecht met al die drempels en slecht liggende klinkers. En ik deed nog wel mijn best om redelijk rustig te rijden. Voor nu, wil ik toch dezelfde snelheid aanhouden, anders lig ik helemaal zo laat in mijn bed.
Om deze tijd zou je verwachten dat het erg rustig is, maar langs de Rotte kom ik nog best wat verkeer tegen. Eenmaal de Irenebrug en het stukje bebouwing daar direct achter voorbij wordt het wel rustig en stil. Heerlijk om zo in het donker, met de lamp priemend door het duister, me een weg te banen. De banden zingen over het asfalt, het is fietsen in zijn puurste vorm! Veel te snel eigenlijk ben ik alweer bij de Middelweg. Even doorfietsen en dan tussen de boerderijen door de driesporenroute langs. 1 keer moet ik herhaaldelijk seinen voor een tegenligger doorheeft dat ik er ook ben en hij zijn grootlicht dimt. Voor de rest is het opnieuw heerlijk fietsen. En deze weg is nog langer rechtdoor dan de andere variant, nu je ook bij de kruisingen goed door kunt rijden.
Half twaalf kom ik voldaan thuis. Nog even een half uurtje afkoelen en dan lekker slapen.

Vrijdag 14 oktober 2005

Ik voel dat ik nauwelijks rustig heb gefietst en ook nog eens weinig heb geslapen. Dat laatste haal ik vandaag een beetje in en ik blijf een uurtje langer in bed. De benen voel ik nog flink van gisteravond, maar ze voelen als het ware "warm" en het kost weinig moeite er meteen goed de sokken in te zetten. De zwakke noord-ooster helpt natuurlijk ook wel.
De losse blaadjes zijn kennelijk allemaal gevallen, want daar heb ik nu geen last van. Het gaat bijna als vanzelf en in bijna recordtijd ben ik op mijn werk. Ook 's middags gaat het vlot, zo kom ik zelfs op het eind van de week weer eens onder de twee-en-half uur fietsen op de dag! Niet gek.
Op het stukje voor Gouda rijden de auto's nipt harder dan ik. Een vrouw in de passagiersstoel buigt helemaal mee om me te blijven zien. Bij de sluis ga ik de ene en zij de andere kant langs. En aan de andere kant kan ze me nogmaals bewonderen. Dan buig ik af, de dijk op en ik vermijd zo de file waar zij in staan. Ondanks de 500 meter extra ga ik er dus weer vlot voorbij. Voorbij Uniqema mag ik eerst even uitrusten, een PTT-er fietst voor me en het is te smal om in te halen. Maar als we het smalste punt voorbij zijn, kan ik alsnog weer op gang komen. Bij Stolwijkersluis de brug over en dan even later weer de brug over, om daar net Diede en Clara te zien fietsen. Diede heeft haar viool op de rug en zwaait enthousiast. Ik zwaai natuurlijk terug, maar rijd wel meteen door. Volgende keer eigenlijk maar even inhouden.

Maandag 24 oktober 2005

Voor degenen die vonden dat het wel erg stil was hier, dat klopt. We zijn met z'n allen een week in Engeland op vakantie geweest. De eerste paar dagen terug naar Desborough, waar Hidde en Diede zelfs nog een dagje op hun oude school hebben doorgebracht. Daarna door naar het Peak district, voor een paar heerlijk ontspannen dagen, met veel wandelen in de prachtige Dales, waar rivieren zomaar in de grond verdwijnen, om een aantal kilometers verder weer op te duiken.
De werkweek ben ik natuurlijk weer met een tandartsbezoek begonnen. Ik laat meteen het stukje zien dat ik tijdens de vakantie uit mijn kaak gepeuterd heb. Dat was een scherp randje waarvan de implantoloog zei dat het een restje tand of een botsplinter zou zijn. Na bestuderen komen we tot de conclusie dat het laatste het geval is.
Dan is het tijd om het plaatje te passen. Een heel gek gezicht om zo weer tanden te zien zitten waar al die tijd een gat zat. De kleur is perfect passend met de rest van mijn tanden. Alleen zien ze er wel wat anders uit dan de tanden die er eerst zaten. Maar dat kan ook niet anders, als de kaak groter is geworden. En ach, het is een tijdelijke oplossing. Er worden wat notities gemaakt en dan ben ik weer klaar. Het plaatje kan nu definitief gemaakt worden en donderdag geplaatst worden!
Nu ik toch al aan de noordkant van Gouda ben, wil ik eens een route over Waddinxveen-Moerkapelle proberen. Via de Bloemendaalse weg verlaat ik Gouda. Even later draai ik de weg op richting Waddinxveen. Op de kaart is het een klein, eenzaam en verlaten weggetje. Maar in de praktijk is er van rust niets te merken: veel fietsers (scholieren) en veel autoverkeer. Bij het binnenrijden van Waddinxveen wordt ik flink gehinderd door een vrachtwagen die steeds voor tegenliggers stil moet gaan staan. Er voorbij lukt niet, dus ik sukkel er maar achteraan tot ik vlak bij het station ben. Hier wordt het even gokken: kan ik rechtdoor het spoor over? Met een andere fiets zou het gaan, maar de Quest krijg ik niet tussen de hekken door. Ik sla linksaf om bij de eerstvolgende gelegenheid (ongeveer 500 meter verder) onder het spoor door te gaan. Vandaar uit ga ik op mijn gevoel af richting Moerkapelle. Maar na flink wat dwalen en steeds dieper de woonwijken in te raken stop ik maar om het te vragen. Ik blijk inderdaad volstrekt de verkeerde kant op gereden te zijn. Maar de aanwijzingen die ik krijg zijn verrassend accuraat en ik vind de weg die ik hebben wilde, al sta ik aan het begin nog even stil om te controleren of het wel de goede is.
Naar Moerkapelle is het door de steeds natter wordende regen toch lekker doorrijden met een dijk en veel koeien aan de ene kant en velden en wat boerderijen en kassen aan de andere kant. Dan kom ik Moerkapelle binnen en het is een paar keer gokken wat het handigste is om door te gaan. Bij het verlaten van het dorp gaat het toch verkeerd en ik kom een aansluiting te vroeg bij de A12 aan. Dat betekent dat ik het fietspad langs deze snelweg moet volgen. Geen genot, want het wegdek is slecht, er zijn werkzaamheden en een heleboel ronkende, langzaamrijdende auto's op de baan ernaast. Tenslotte een onoverzichtelijk kruispunt om over te steken.
Onder de A12 door blijkt het doorgaande fietspad afgesloten te zijn. Aan de soort afsluiting te zien een langdurige kwestie. Weer een keer oversteken (natuurlijk met weer een verkeerslicht) en verder rijden. Na een paar honderd meter kan er weer de andere kant op overgestoken worden (nog een stoplicht) en kom ik op de parallelweg uit. Die rijdt op zich lekker door en de verkeersdrempels zijn goed op snelheid te nemen.
Bij een afslag doet zich de curieuze situatie voor dat er opeens een verplicht fietspad gevormd wordt, dat naar de oversteek leidt, waar voor een verkeerslicht gewacht moet worden. Wanneer je echter -zoals ik nu doe- gewoon de weg volgt, ga je met gemak er omheen en hoef je nergens voor te wachten. Rare jongens, die weginrichters!
Als vanzelf kom ik nu bij Bergschenhoek aan. Even stoppen om in mijn dampende Quest naar de kaart kijken. Gewoon de weg volgen naar het centrum en dan rechtsaf naar Berkel en Rodenrijs. Zo simpel als het gezegd is, blijkt het ook te fietsen! Bij het uitkomen van Bergschenhoek blijkt echter de weg naar het zuiden afgesloten te zijn. Nou, dat zullen we wel eens even zien! Ik fiets de weg toch op, om na 500 meter tot de conclusie te komen dat ze de doorgang wel heel efficient met twee grote containers hebben afgesloten. Er zit niets anders op dan om te keren en een route door de bebouwde kom te zoeken. Met wat gokken en gissen lijkt het allemaal wel te lukken en ik sta opeens bij de rotonde waar het fietspad langs de HSL begint. Dit is bekende grond! Van hieraf kan ik zo doorstomen (letterlijk) naar mijn werk. De teller geeft ruim 45 km aan, vanaf de tandarts, dus 51 vanaf huis. Daarin zit minstens drie km van echt omrijden (heen en weer terug). Maar met een andere route door Waddinxveen en vanuit Moerkapelle eerst rechtdoor moeten er nog 1 of 2 km afkunnen. Als dan ook tussen de A12 en Rodenrijs nog iets handiger gefietst wordt, zou deze route wel eens weinig langer kunnen zijn dan de 'normale' route.
Donderdag (als ik mijn plaatje definitief van de tandarts krijg) maar eens kijken hoe dat uitpakt zonder verkeerd rijden.

Dinsdag 25 oktober 2005

Was het gisteren al echt herfstweer, vandaag is het pas echt raak! Bij het buitenrijden van mijn fiets zie ik nog sterren, maar nog voor ik Gouda uit ben, stop ik om de kap er maar over te doen. De regen wordt harder en harder, net als de wind die straf tegen staat. De regen slaat nog heel wat tegen mijn bril en ik zou eigenlijk willen dat de kap wat boller staat. Dat zou kunnen door er baleinen onder te zetten, maar dan kun je hem niet meer makkelijk opgevouwen achterin steken. Alternatief is een touwtje onderdoor spannen en de onderkanten naar elkaar trekken, dan zou hij ook boller moeten gaan staan. Afijn, dat zullen we maar eens proberen.
Het wordt een natte, waaierige rit, waarbij opvalt dat de harde tegenwind zoveel extra ventilatie geeft, dat het in de Quest droger is dan bijvoorbeeld gisteren! Minder condensnat is ook niet gek.
In de loop van de dag wordt het weer er niet beter op. Weliswaar regent het niet de hele tijd, maar de wind is nu echt hard geworden en rukt en douwt aan de Quest. Op de lange rechte stukken gaat het wel heel hard als de wind van achteren komt, maar als ie dwars zit, laat ik de snelheid maar iets zakken om niet in de problemen te komen. Hier bewijst de stabilisator weer fantastische diensten: je voelt de wind wel beuken, maar hij geeft geen krimp en blijft fantastisch op koers! Frans, nog eens bedankt!
Als ik de Rottedijk verlaat en naar beneden de Middelweg op vlieg, valt de topsnelheid van 56 km/h me wat tegen, gezien de kracht en de richting van de wind. Ook de overall tijd is nou niet echt zo snel als wat je met dit weer zou bedenken. Morgenochtend de banden maar eens flink oppompen voor ik op weg ga.

Woensdag 26 oktober 2006

Voor vertrek de pomp maar even gepakt en dat was nodig ook! De BA achter zit net onder de 4 bar, terwijl ik hem tussen de 5 en 6 wil hebben. Even flink pompen -er gaat heel wat lucht in zo'n brede band- en hij voelt weer goed aan. Rechts voor voelt de band ook al best slap aan. Als ik begin met pompen slik ik, want er zat nog maar 3 bar in. Geen wonder dat ik op pure snelheid zoveel heb ingeleverd! Een klein minuutje later zit hij echter weer netjes op 7 bar. Goed rollend en niet helemaal kneppelhard zodat je van de weg af zou dribbelen. Op het gevoel is de band linksvoor wel nog goed op spanning, dus daar doe ik niets aan.
Bij het wegrijden voel ik het verschil wel heel duidelijk, zoveel vlotter als ie weer op tempo komt. Daar komt nog bij dat de wind een tikkie minder is geworden en dat het helder en droog is. Dat fietst heerlijk.
Bij Moordrecht hebben ze inderdaad de bult zand weggehaald en de weg afgesloten, zodat je er nu vlotter voorbij komt. Nu moeten alleen de automobilisten die van de parallelweg afkomen nog leren dat ze het kruisende fietspad vrijlaten.
Eenmaal op die weg aan het doorfietsen, zie ik een eind voor me een fel fietsachterlichtje, dat maar heel langzaam dichterbij komt. Ik heb er bijna de hele 3 km voor nodig om deze snelle rakker bij te halen. Geen verrassing dat het een ligfiets blijkt te zijn. De Flevo-biker beantwoordt mijn "goedemorgen" joviaal en ik kan nog net afstand nemen voor ik onder de A20 door duik.
Aan de andere kant blijken ze opeens de helft van de straat weggehaald te hebben. Aan de rotzooi die ze gemaakt hebben, zou je kunnen zien dat ze hier een apart fietspad aan willen gaan leggen. Dat is op die plek helemaal niet nodig, in tegendeel! Straks kun je hier niet eens meer vlot doorrijden omdat je vanuit het tunneltje niet goed het tegemoetkomende verkeer kunt zien!
Het lekkere weer verleidt tot flink doorfietsen en ik zet eindelijk weer eens een vlotte ochtendtijd neer.
's Middags staat er nog een aardige bries, maar het waait lang niet zo hard als gisteren. Toch gaat het best vlot en een sub-twee-en-half uur zou mogelijk kunnen zijn.
De harde banden bewijzen zich nog eens bij het verlaten van de Rotte: waar gisteren de wind veel harder was, ligt de top vandaag hoger: 57.5 km/h. En dat had nog harder gekund als ik dat nodig had gevonden.
Op zich schiet ik goed op, alleen merk ik dat de rem wat blijft hangen als ik flink heb geremd maar niet helemaal tot stilstand ben gekomen. Grrrr! Dat betekent een paar keer extra doorremmen en vanuit stilstand verder gaan. Ik had anderen hier al wel eens over gehoord, maar stiekem gehoopt dat het mij bespaard zou blijven. Ik zal eens kijken of ik terug kan vinden hoe je dit het makkelijkste op kunt lossen.
Dat extra remmen kost natuurlijk wel wat tijd, precies genoeg om het "doel" van onder 2h30 te blijven nipt gemist wordt.

Donderdag 27 oktober 2005

Een afspraak om kwart over acht bij de tandarts, betekent dat je midden in het scholierenspitsuur door Gouda aan het fietsen bent. Vreselijk! Rijen dik, traag, niet kijkend, maar vooruit, een beetje luisterend. Het schiet dus echt voor geen meter op en ik ben zelfs ietwat laat bij de tandarts. Ik kan bijna meteen doorlopen en dan komt voorlopig voor hem de laatste klus: plaatsen van het plaatje en een soort vulling/stift op de afgebroken tand.
Inklemmen, weer uithalen, iets bijwerken, weer passen weer bijwerken, kortom een heel gedoe. Maar dat helpt wel om ervoor te zorgen dat het goed zit en er goed uitziet. Voor de stift-vulling moeten een paar gemene prikken in het tandvlees gezet worden, maar zodra de naald weg is, is het ook weer over. Alles bij elkaar is hij drie kwartier bezig geweest en ik zie er anders, maar heel toonbaar uit. Voor ik wegga krijg ik nog even de rekening van wat er tot nu toe is gedaan. Een fors bedrag, maar als je bedenkt wat er allemaal voor gedaan is, valt het heel erg mee. De verzekering zal er blij mee zijn.
Dan weer in de fiets om te kijken of ik nu handiger door Waddinxveen en Moerkapelle kan komen. Ik heb gisteravond nog even de 'moeilijke' plekken bestudeerd. Dat gaat een stuk makkelijker als je er al eens aan het rondfietsen bent geweest.
Tot Waddinxveen gaat perfect. Ruimte en mooi wegdek. Bij Waddinxveen zelf is de eerste hindernis de N207. Ik moet twee rondes van het verkeerslicht afwachten voor ik kan oversteken. Dan rijd ik door naar de 'passage'. Maandag ging ik daar links omheen richting station, nu sla ik meteen rechtsaf. Scheelt je wachten om over te steken. Aan het eind moet ik links, maar helaas staan ook daar verkeerslichten. Als ik nog eens deze kant langs wil, moet ik eens kijken of die te vermijden zijn.
Na het kruispunt onder het spoor door en doorrijden tot je bij de Dorpsstraat bent. Die heeft heel akelige verkeersdrempels en is niet echt overzichtelijk. Maar het is maar een kort stukje en ik rijd ook niet verkeerd deze keer.
Bij Moerkapelle rijd ik ook iets langer rechtdoor, tot in het centrum. Dan rechtuit in de richting van Zoetermeer. Opeens staat er een bord verboden voor fietsers, zonder dat er een duidelijk alternatief is. Ik fiets maar even rechtdoor om dat alternatief te vinden. Bij een volgend kruising is het wel te zien dat zo'n honderd meter ten noorden van de weg een fietspad ligt. Over een houten bruggetje en weer terug naar de weg. Mooi wegdek, dat wel. Dit gaat lekker, tot ik de N209 tegen kom. Het duurt een eeuwigheid voor het licht op groen gaat en dan ben ik pas op de helft, want om links af te slaan mag ik nog eens voor het licht wachten. Een volgende keer tussen de auto's gaan staan is een stuk sneller. Of 100 meter eerder afslaan en wat verder de N209 oversteken.
Onder de A12 door is nog steeds het fietspad afgesloten. Maar de spoorbomen zijn ook dicht, dus alles staat stil en het moment is ideaal om tussen de auto's te voegen. Hier maar even de hoofdrijbaan volgen is echt veel handiger. Het weer is lekker en ik fiets met bijna 50 gewoon met het verkeer mee. Dit gaat zo 800 meter voor ik kan switchen naar de parallelweg. Belachelijk eigenlijk dat ze voor die 10 meter opbreking niet even een tijdelijk paadje hebben neergelegd.
Ik volg de parallelweg 1 km om dan rechtsaf te slaan de Groendalseweg op. Twee kilometer rechtuit als langs een lineaal, maar wel aan beide zijden allemaal kassen en andere bebouwing. De tegenhanger komt aan het eind: daar begint het fietspad "landscheiding" volledig vrijliggend richting Berkel en Rodenrijs. Zo zou de ideale fietssnelweg eruit moeten zien: mooi wegdek, breed genoeg, geen auto's in de buurt. Helaas zijn ook hier weer werkzaamheden om het genot te verstoren. Bij Berkel is het pad gewoon weg en moet je een zijpaadje op, de bebouwde kom in. Om het voor een Quest rijder helemaal 'leuk' te maken staat er een hekje op het eind. Slechts met heel veel moeite kan ik dat passeren. Een heel stuk bebouwde kom weer voor ik -net als maandag- toch nog bij de rotonde uitkom waar ik al heel wat keren eerder langs kwam.
In Vlaardingen komt eerst de trein gelijk met mij de A4 oversteken en even later staat ie stil bij station-Oost als ik langskom. Even later komt ie voorbij, zodat ik hoop dat de spoorweg net open is als ik daar aankom. Helaas, de bomen blijven dicht tot de trein de andere kant ook langs is geweest. Er staan zoveel auto's, dat ik maar via het fietspad ga. Dat levert even later een grappige situatie op. Net na het oversteken van de brug is een fietspad van rechts. Daar komen twee brommer-agenten vanaf en ze stoppen voor mij! Natuurlijk stop ik ook, want zij komen van rechts. De een rijdt door, maar de ander blijft staan en wenkt me maar verder te gaan. Ik zeg nog: ja, maar jij komt toch van rechts! Waarop hij antwoordt dat hij maar remde omdat ik met zo'n gang aankwam. Nou, dat viel wel mee (20 of zo) en dat zeg ik ook. Klopt eigenlijk wel, geeft hij toe en vertrekt, nog even roepend 'mooi dingetje!'
Aangekomen bij mijn werk staat er ruim 41 km op de teller. Met het stuk huis-tandarts er bij wordt dat 46.5, al een heel stuk beter dan maandag. Als alternatief is het matig geschikt zolang al die werkzaamheden (kruising N209/A12, twee maal bij Berkel&Rodenrijs) fatsoenlijk doorrijden onmogelijk maken. Hier en daar is er nog wel wat afstand af te knibbelen, zodat een werkzame route van 45 km haalbaar zal zijn. Niet voor vaak, maar wel voor af en toe.
Wanneer er naar Den Haag en omgeving gefietst moet worden is het stuk Waddinxveen-Moerkapelle wel al een heel duidelijke verbetering.

Overdag blijkt dat het plaatje in mijn mond toch wel heel gek aanvoelt. Met eten is het helemaal raar: aan je verhemelte voel je niet meer waar je eten blijft! Dat maakt kauwen en slikken zeer moeizaam en in de lunchpauze van een half uur slaag ik er slechts in om anderhalve boterham naar binnen te werken. De rest komt weer achter mijn bureau. 's Avonds doe ik het anders, dan haal ik het eruit voor het eten. Dat moet eerst maar langzaamaan wennen.
Overdag krijg ik van Peter de Rond al wat tips om mijn remmen weer goed te krijgen. Een tip voor korte termijn oplossing (die moet ik vanavond dus maar even toepassen) en een tip voor de langere termijn. Die zal ik uitvoeren als ik mijn testritten voor de stabilisatorstang ga uitvoeren, met steeds verschillende veren. Dan moeten de veerpoten toch steeds eruit.
Zo heb ik ondertussen al een paar "reguliere onderhoudspunten" verzameld:

  • Elk weekend banden op spanning brengen
  • Elke een a twee weken (tussen 500 en 800 km) banden op ongerechtigheden langslopen.
  • Elke maand de voorketting smeren
  • Elke tweede maand de achterketting ook smeren
  • Elk half jaar kogelkopjes invetten
  • Elke 10.000 km remmen preventief openmaken, schoonmaken en invetten Nog meer? Zou ik 123 niet weten.

    Vrijdag 28 oktober 2005

    Ik ben er uiteindelijk niet aan toegekomen om de remmen onder handen te nemen, dus rem nog meer dan anders heel bewust al ruim vantevoren heel rustig, zodat ze niet vast komen te zitten. Het is verder rustig, lekker weer en de banden zijn goed op spanning, dus ik kan vlot doorfietsen zonder me al te erg in te spannen.
    De werkzaamheden naast het tunneltje onder de A20 (ter hoogte van het Vandervalk restaurant) lijken bevroren te zijn: wel de last (opbreken, rotzooi) maar niet de lust (netjes afwerken). Dat zijn we ondertussen wel zo gewend geraakt, helaas.
    Een kilometer verderop is het nieuws veel beter! Als je vanaf de rotonde de N219 verlaat om via het bruggetje de Ringvaart over te steken, dan kun je meteen daarna rechtsaf, op het Zuideinde langs de vaart (en 800 meter verder duik je de Middelweg op om even lekker door te fietsen). Bij die brug waren ze al een aantal dagen met wegwerkzaamheden bezig, waardoor er diepe groeven in de weg zaten. Alleen stapvoets was daar overheen te komen. Gezien mijn ervaringen op andere plekken, had ik me er al op ingesteld dat dit weken zou duren. Maar nu kom ik dus voorzichtig aanrijden, zie ik dat het klaar is! En keurig afgewerkt ook nog. Pluimpje voor de mensen die het hier wel goed hebben gedaan!.

    Zaterdag 29 oktober 2005

    Vandeweek heb ik Kwessie eens gewogen, op de drie-stap manier: blokje zo hoog als de weegschaal onder elk wiel en dan steeds onder 1 wiel wegen en die drie getallen bij elkaar tellen. Kwam ik op 46 kilo uit! Nu moet ik er wel bij zeggen dat al mijn werkzooi er nog inlag (incl. kleding) en dat de fiets kletsnat was, maar toch. Tijd om eens af te vallen.
    Te beginnen de schoenen: lichte sportschoenen, toch bijna 700 gram. Mijn stalen thermosfles, bijna een kilo! Jack, ook al 650 gram, gewone kleren, anderhalve kilo. M'n tasje met portomonnee, zakmes, sleutels, PDA (+toetsenbord), reserve MP3-batterijtjes en allerhande rommeltjes komt ook al over de kilo. Reserve binnen+ buitenband, tasje met plakspullen, kettingpons, pompje, nog twee binnenbanden: weer anderhalve kilo. M'n kolletje weegt zelf bijna niets, maar zeiknat weer een paar honderd gram. Alles bij elkaar zo'n zeven kilo. Als alles eruit is weeg ik de quest opnieuw en is ie inderdaad onder de 40 kilo gekomen, maar nog veel te zwaar. De meetmethode is dan ook best gevoelig voor foutjes: de weegschaal is bij lage gewichten (10-20 kg) minder nauwkeurig dan bij hogere gewichten. Tijd voor methode 2: eerst ik er alleen op en daarna met de Quest in mijn handen van de grond. Dan houd ik 36.6 kg over. Nog een stuk meer dan op de site van velomobiel.nl, maar al heel wat toonbaarder dan 46!
    Wat kunnen we bedenken? Er zijn al wat gaten geplakt, waar het nodige polyester en glasvezel bij is gekomen. Zal wel een vier a vijf honderd gram zijn. Ook de verf is een boosdoener: Een lege spuitbus is 400 gram lichter dan een volle. En er zijn er drie op gegaan. De helft is dan drijfgas, komt er toch 600 gram bij aan verf. Dan is de standaard Quest niet met knipperlichten, tweede koplamp en claxon uitgerust. Nog eens ... 500 gram (incl bedradingen). Dan zijn de BA en de comets niet de lichtste banden en dit alles samen scheelt weer zo'n 1.8 kg, komen we op 34.8 kg. Dat begint erop te lijken. Als we nu de Quest nog wassen komt er nog wel wat af. Aan het poetsen dus.
    Eerst van binnen met een sopje goed schoonmaken. Niet alleen zand dat ingelopen wordt van onder de schoenen, maar ook het zweetcondens dat hier en daar wittige zoutvlekken heeft achtergelaten. Om alles goed weg te laten stromen (en later nieuw condens idem dito) boor ik nog twee kleine gaatjes in de bodem, ongeveer bij het scharnierpunt. De veerpoten haal ik ook uit de fiets, kan ik meteen de remmen goed onder handen nemen. Tjonge, wat een zand komt er uit: drie kwart kilo! Alles bij elkaar een geslaagde actie.
    Het uit elkaar halen van de remmen gaat ook gemakkelijk en na wat schoonborstelen zijn ze zo weer in elkaar gezet. Echt smeren van de armpjes blijkt (nog?) niet nodig te zijn: even flink extra bewegen (buiten bereik van de kabel) en ze gaan weer als een zonnetje.
    Nu ik toch de veerpoten eruit heb, wil ik meteen een ander stel veren erin zitten. Ik heb aan velomobiel.nl om de allerslapste veren gevraagd, om te kunnen testen in combinatie met de stabilisatorstang. Maar het lukt me niet om de zuiger uit de veerpoot te krijgen. Even bellen met velomobiel.nl levert wel een aantal tips op, maar ook daarmee lukt het niet. De laatste tip zal vervanging van de geleidebussen noodzakelijk maken, dus daar wacht ik even mee tot ik die binnen heb.

    Zondag 30 oktober 2005

    Even een kort rondje Schoonhoven om te kijken of alles weer goed in elkaar is gezet. Na twee kilometer even de remmen testen. Ze doen het prima, maar ik moet de handles wel erg ver intrekken. Wat opspannen dus. Verder heb ik bijna niets bij me: alleen mijn portemonnee en mijn telefoon. Zelfs de plak- en reparatiespullen zijn thuisgebleven.
    Ik hobbel door Haastrecht om langs de nieuwe rotonde naar de Vlist te gaan. Er rammelt iets en ik zie dat het het reflectieschermpje van de verlichting is. Dat moest van zijn plaats om de LEDs voorin weer iets te verstellen en was niet weer goed vastgezet. Maar er rijdt iemand achter me, dus ik zet eerste even flink aan. De snelheid ligt ondanks de lichte tegenwind boven de 40 km/h. Ten eerste is de Quest erg licht natuurlijk, maar bovendien is het wegdek hier prachtig lichtlopend. De auto kan me op momenten niet eens volgen, inhalen is helemaal uit den boze. Maar de behoefte daaraan is ook niet zo groot, want op hun teller ga ik minstens 50. En dat terwijl je hier 60 mag (maar niet altijd kunt). Ik zoef heerlijk langs het riviertje tot ik in het gelijknamige dorp kom. Daar mag je maar 30. Remmen vind ik overdreven, maar ik houd wel mijn benen stil. Pas bij het verlaten van het dorp zet ik weer aan. Nog even verder en dan via de brug naar de andere oever. Hier mogen geen auto's rijden. Het is ook smaller, maar vol fietsers en wandelaars. De meesten horen mijn gebel op tijd om ruimte te maken om elkaar goed te kunnen passeren. Een enkele keer verras ik mensen zoveel dat ik toch even vaart minder voor ik er voorbij ga. Bij Schoonhoven het smalle fietspaadje op om even later bij de N210 uit te komen. Hier wil ik weer keren, maar ik zie een tweede fietspaadje zodat ik een rondje kan maken. Helaas is het smal, hobbelig en met op verschillende plaatsen puin in plaats van asfalt. Goed om eens gezien te hebben, maar niet handig om te herhalen.
    Nog weer 100 meter op de terugweg stop ik even naast een pony-weide. De beestjes komen nieuwsgierig even buurten en zich over de kop laten aaien. Maar als ze merken dat ik niets lekkers bij me heb, gaan ze ook weer weg. Op mijn gemak zet ik het reflectieschermpje weer goed vast. Ik draai ook de remkabels nog wat strakker, want de handrem zit net niet strak genoeg zo. Dan vertrek ik voor de terugweg, nu met wind in de rug. Nu blijkt weer eens wat het grote voordeel is van de stabilisatorstang: kronkels kun je veel sneller nemen. Zonder zo'n stang ga je eerst scheef de ene kant op en als je dan bij de volgende bocht van de ene naar de andere kant overhelt, krijg je als het ware een zwiep mee. Dat maakt de "elandsproef" ook zo lastig. Nu blijft Kwessie echter vlak bij de ene zowel als de andere bocht en kun je veel meer vaart behouden. Zolang het overzichtelijk is, is 40 hier nog goed te doen.
    Als ik bij de brug de Vlist weer oversteek, kom ik op de bredere weg waar ik echt vol gas kan geven. Ik voel aan alles dat de Quest op zijn best is zo en wordt alleen nog geremd door de gewone lange broek die ik aanheb en die vooral om mijn bovenbenen klemt. Gelukkig kan die zo de was in en ik onder de douche.

    Deze maand 1416 km, wat de totaalstand op 11547 brengt.

    November 2005

    Woensdag 2 november 2005

    Een unieke week: ik heb helemaal geen afspraak met een tandarts! Met het plaatje is de gewone tandarts voorlopig klaar. De inplantoloog is bezig een afspraak met de orthodontist te regelen, maar voor mij is de agenda even leeg. Dat is wel een heel raar gevoel. Zo raar zelfs, dat ik gisteren volstrekt vergat mijn plaatje in te doen. Als ik al enige tijd op mijn werk ben, vraagt mijn collega of ik hem uit heb gedaan. Pas dan realiseer ik me dat ie nog vrolijk in zijn bekertje in de badkamer ligt. In de rest van de week denk ik er gelukkig wel aan, want het valt mensen veel meer op als dat gat er weer is, dan dat mensen zien dat er weer tanden zijn.
    Donderdag staat er weer een retourtje Wageningen op de kalender en de andere dagen doe ik het dan ook ietwat rustig aan, behalve dinsdag als een uitgelopen vergadering het vertrek laat maakt. Dan trap ik wat harder, zonder te overdrijven.
    Woensdagochtend wordt ik bij het uitkomen van het tunneltje onder de A20 bij Nieuwerkerk onaangenaam verrast. Ik meldde al eerder dat men daar aan een fietspad werkt. Nu hebben ze de "uitgang" afgesloten, terwijl het pad dat aangelegd wordt onbegaanbaar is. Dat betekent uitstappen en de Quest over een richel van betonblokken tillen. Handig is anders, maar met wat geluk is het maandag weer in orde.

    Donderdag 3 november 2005

    Vandaag dus een mooie test hoe mijn conditie er echt bij staat. In vergelijking met de vorige keer weet ik nu beter hoe ik moet rijden, dus op dat punt zou het makkelijker moeten gaan. Daar staat tegenover dat er een stevige zuiderwind staan. Gemiddeld van opzij, wat een stuk minder gunstig is dan de overwegend wind mee van juni.
    Ik begin rustig aan via Haastrecht langs de Vlist naar Schoonhoven. Weinig auto's en welke er langs willen doen dat op momenten dat het goed kan. Vlak voorbij het plaatsje Vlist oversteken en op het smallere paadje verder. Mijn lichten heb ik aan, vooral om gezien te worden, want met de klok weer een uurtje vroeger wordt het al vlot licht.
    Bij Schoonhoven het smalle fietspad op dat me naar de N210 brengt. Even de rotonde nemen en dan via de parallelweg doorrijden langs Lopik richting Nieuwegein. Heel soepel rijdt het door. Ik houd vooral mijn toerental goed in de gaten. Ik wil het zo rond de 100 houden. Dat lukt voorlopig heel aardig, terwijl ook mijn hartslag netjes in de target zone blijft. Zo houd ik het wel vol.
    Voorbij Lopik de afslag bij Jaarsveld, naar de Lekdijk. Als ik net het weggetje opgedraaid ben, komt een auto achterop. Hij gedraagt zich hoewel het hem duidelijk moeite kost om niet te dringen. Na het opdraaien van de dijk is er een gaatje om mij voorbij te gaan en dat doet hij met rokende banden. Beetje frustie?
    Ik ga verder over de Lekdijk. Vorige keer verloor ik heel wat tijd in IJselstein en Nieuwegein, maar door de Lekdijk te volgen wil ik dat voorkomen. Het eerste stuk gaat goed en met bijna een rechte lijn kom ik door Vreeswijk. Nu even naar links, dan de Beatrixsluizen over en weer naar de Lek.
    Dat had ik gedacht dus. De brug waar je als fietser overheen zou moeten, is hermetisch afgesloten. Aan weerszijden is een voetpaadje tussen hekken door, maar met 65 cm is dat duidelijk te smal voor mij. Ik rijd achteruit en ga over de hoofdrijbaan. Die is hier met vangrails van de parallelweg gescheiden. Even doorgaan voor ik erop kan. Brug over en even doorrijden voor ik via een kruispunt weer mijn gewenste route kan oppikken.
    Het fietst lekker door, maar lang niet zo snel als de vorige keer. Toch ligt mijn gemiddelde een stuk hoger, omdat ik verder zo vlot IJselstein en Nieuwegein heb kunnen passeren. Ook op de volgende plekken waar ik vorige keer twijfelde rijd ik nu vlot in de juiste richting: Wijk bij Duurstede, Amerongen.
    Bij Rhenen gaat het vlot omhoog. Deze kant van de Grebbeberg is heel geleidelijk. Tegen de tijd dat ik boven ben ga ik weer op de hoofdrijbaan. Bij het afdalen wil ik ruimte en goed wegdek hebben.
    Er rijden geen auto's in de buurt, maar er staat een hoop wind en de weg is nat op plaatsen. Daarom laat ik de snelheid niet te hoog oplopen. De max blijkt 68 te zijn, 1 km langzamer dan de vorige keer. Deze keer blijf ik ook onderaan op de hoofdweg rijden. Heerlijk, want de weg ligt er keurig bij en de snelheid blijft ruim boven de 50. Een auto achter me vind het prima en volgt op gepaste afstand. Een kilometer verder prijs ik mezelf extra gelukkig voor mijn keuze nog even van het fietspad af te blijven: er loopt iemand met een paard en dat had anders 'ankeren' betekend. Pas bij het binnenkomen van Wageningen is mijn snelheid genoeg gezakt om het fietspad weer zinvol te maken.
    Binnen Wageningen volg ik 'gewoon' de doorgaande weg. Bij een rotonde moet ik stilstaan omdat een vuilniswagen de oversteek voor fietsers blokkeert. Niet omdat hij niet verder kan, maar omdat hij zit te kletsen met zijn collega. Bellen of toeteren, het helpt allemaal niet en ik moet blijven wachten tot hij uitgekletst is en eindelijk ruimte maakt. Ik maak met een net gebaar duidelijk dat het niet netjes was. Dan fiets ik door en ga hem daarmee voldoende voorbij om bij het volgende kruispunt voorlangs te kunnen. Dat was kennelijk tegen het zere been, want er wordt ijverig getoeterd. Dat deert me verder niet, want ik ben al op de plaats van bestemming.
    Na het omkleden ga ik aan de slag. Even tussendoor een berichtje posten op de mailinglijst om advies te vragen voor alternatieven voor de afgesloten Beatrixsluis. Het advies is eigenlijk "hoofdweg weer gebruiken". Maar de andere kant op is vooral klimmen en in spitstijd weet ik niet hoe men zich daar opstelt. Ik kijk zelf nog even op plattegronden.nl of ik iets zie. Iets noordelijk van de sluis is ook een brug. Een schaal zie ik niet, maar ik schat het af aan de stukjes die ik wel ken dat het ongeveer 600 meter is. Op de kaart kun je alleen niet zien of je er met de Quest ook langs kunt. Hans Wessels komt ook regelmatig langs die route, wanneer hij per Quest van Twente naar Rotterdam gaat en hij wil wel graag weten hoe dit als alternatief is. Als ik niet te laat in de buurt ben, zal ik het proberen.
    Als ik in de middag weer terug ga, is de wind verder aangetrokken en iets westelijker geworden. Niet ideaal dus. Toch gaat het vooral in het begin vlot. Bij de Grebbeberg loopt de hartslag begrijpelijk flink op, maar door de snelheid naar 12 km/h te laten zakken houd ik het binnen de perken. Vanaf de top is het heel vlot afdalen. Ik ben nog voor de spits en de weg is niet al te druk. Alleen als het echt niet anders kan neem ik het fietspad, maar overwegend de hoofdweg, waar ik vlot met het verkeer mee kan.
    Net als de vorige keer rijd ik in Amerongen bijna de afslag die ik naar de Lekdijk wil hebben voorbij. Nog net op tijd zie ik het en knijp in mijn remmen om de bocht te maken. Vlot over de keitjes het dorpje door en de dijk weer op. Daar voel je per stuk of de wind echt tegen, schuin tegen of van opzij komt. De snelheden schommelen van net boven de dertig tot rond de veertig en weer terug. Verder valt er weinig te melden, behalve dan dat het gewoon weer genieten is van zo'n tochtje.
    Bij het naderen van Nieuwegein ga ik vlak voor de A27 naar rechts een smal fietspaadje op. Aan het eind linksaf onder de snelweg door. Even later kom ik weer bij de Beatrixsluis. Tegen beter weten in kijk ik toch eerst even of ze de weg niet toevallig hebben vrijgemaakt. Nee dus en ik keer om, om het kanaal iets verder te volgen, tot de alternatieve brug. Het pad rijd heerlijk en vlot. Dan wip ik over een bruggetje en ga vol in mijn remmen, want voor mijn neus ligt een enorme zandbak. Nee he, het zal toch niet. Gelukkig, het is inderdaad ook niet, want het pad zelf buigt naar links af en gaat keurig verder. Ik dus ook. Dan zie ik de brug liggen, maar ik zie ook dat ik al anderhalve km doorgereden ben. Die zeshonderd meter klopt dus van geen kanten. Als ik bij de brug kom, moet ik via een wenteltrapachtige weg rondjes draaien om boven te komen. Eenmaal het water voorbij rijd ik weer naar beneden, maar de weg waar ik op uitkom is nogal druk en het kost wel even tijd voor ik die kan oversteken. Ook nog wat extra stoplichten en in totaal ruim 5 km omrijden. Niet echt een geslaagd experiment dus. Tot overmaat van 'ramp' rijd ik in Vreeswijk net een keer teveel naar links en via een heel smal, stijl paadje kom ik boven op de dijk.... in het grind! Foutje, dus me maar achteruit laten zakken en op het smalle weggetje zien te draaien. Dit zijn geen goede dingen voor je gemiddelde. Dat lag in de buurt van de 34, maar is nu onder de 33 gezakt.
    Na deze miskleun gaat het verder goed en even later zit ik op de dijk waar ik wil zijn. Dan kan ik weer doorrijden tot ik achter een graafmachine kom die niet harder rijd dan 25 km/h. Gelukkig grijpt hij de eerste mogelijkheid om mij (en de auto achter me) voorbij te laten gaan aan en kan ik weer door. Nu is het nog 20 km en ik hoop net als de vorige keer nog een stevige eindsprint in te kunnen zetten. Langs de N210 gaat het inderdaad hard, tegen de 40 en dat terwijl de wind nog niet gunstig is. Dat wordt mooi als ik straks vanaf Schoonhoven de wind wel achter heb. Mooi niet dus, mijn muntje begint hard op te raken en ik heb de wind nodig om nog aan de goede kant van de 30 te blijven. Toch nog 32.6 gemiddeld als ik met iets meer dan 90 km op de teller thuis kom. Dagtotaal 176 km, wat voor de Quest een nieuw record is.

    Maandag 7 november 2005

    Deze week kan ik maar 1 keer fietsen, want morgen tot en met vrijdagavond zit ik in een hotel voor een cursus van mijn werk. Als ik dan maar 1 dag kan fietsen, dan maar stevig. Dus ik zet er meteen vanaf het vertrek flink de sokken in. Dat gaat lekker tot en met Gouda uit, over de sluis. Omdat ik een scherpe tijd wil neerzetten, ga ik maar de gewone route. Maar in de bocht van de N456, bij de rotonde, blijkt nu ook het fietspad afgezet te zijn. Voor het autoverkeer was de weg al langer afgesloten in zuidelijke richting, in verband met de rotonde die ze aan het aanleggen zijn bij Moordrecht. Nu kan ik zelf dus ook niet doorfietsen en wijk uit naar de driesporenroute. Het eerste spoor wip ik zo over, bij het tweede spoor springen de lampen op rood, net als ik al half op de overweg ben. Maar even zorgen dat ik snel van het spoor af ben, voor de trein me er af tikt!
    Als ik doorfiets, zie ik verbazingwekkend veel verkeer op de dwarsweg. Zou dat allemaal komen door die wegafsluiting? Het zal wel. Maar als ik naderbij kom, blijkt het de staart te zijn die hangt achter een grote trekker met giertank. Ook ik moet in de staart plaatsnemen en moet met een hobbelvaartje verder. Het derde spoor over en zo door naar de N209. De giertank steekt daar ook over, maar gelukkig, even later draait ie een erf op. Nu kan ik weer aanzetten. Dacht ik. Want er rijdt nu een vrachtwagen voor me uit. Op zich rijdt die wel door, maar om de haverklap zijn er tegenliggers waarvoor hij in de berm gaat stilstaan. Pas bij de rotonde gaan we verschillende kanten op en kan ik weer doorrijden. Alles bij elkaar neemt dit zoveel vaart weg, dat een leuke tijd er niet meer in zit.
    ’s Middags ga ik maar meteen die kant langs weer naar huis. Dat gaat vlot en bij de N456 aangekomen, steek ik meteen maar over om over het fietspad aan de juiste kant. Met een laatste ruk ben ik vlot weer thuis, om de volgende ochtend met de trein naar Scheveningen te vertrekken, voor een veeldaagse cursus.

    Zondag 13 november 2005

    Vrijdagavond ben ik met de trein weer thuis gekomen, voor een heel kort weekend. Zondagochtend moet ik al weer op weg naar de tweede helft van mijn cursus, die tot en met woensdag zal duren. Ik ga met de fiets en het weer is me uitermate goed gezind: zonnig en weinig wind.
    Voor de route ga ik heel anders dan de vorige keer dat ik richting Den Haag fietste. Langs de Reeuwijkse plassen, richting Bloemendaalse weg. Om kwart over elf op zo’n mooie dag, gaan er daar bosjes mensen op de fiets er op uit. De meesten met een heel gezapig zondagsgangetje en breeduit ook nog. Gelukkig is er ruimte en een bel of toeter om lekker door te kunnen gaan. Zo schiet het snel op richting Waddinxveen. Wat een verschil met de werkdagen dat ik daar langs kwam: vrijwel geen verkeer en het gaat vlot verder. Rondom “de passage” het winkelcentrum in hartje Waddinxveen gaat het nu eindelijk goed. Clara had me verteld hoe ik er linksom gewoon door moest draaien om dan meteen het spoor over te kunnen. Dat ik dat de vorige keer niet gezien heb!
    Dan fiets ik door naar een rotonde en buig af richting Dorpsstraat. Daar sla ik linksaf om bij de weg richting Moerkapelle te komen. Hier moet nog een iets betere weg te vinden zijn, waarbij de steentjes vermeden worden, maar het is al best goed.
    Op de weg naar Moerkapelle merk ik wel dat ik een “volle bak” heb, met onder andere werkschoenen, labjas en heel wat kleren en andere spullen. Ook heb ik –bewust- mijn banden niet verder opgepompt. Misschien, heel misschien is er toch ook wat tegenwind?
    Ik stop even om de kap weg te bergen. Bij het vertrek was de temperatuur nog onder de tien graden, maar het weer is gewoon te goed om opgesloten te zitten. Daarna weer verder en door Moerkapelle. Bij het uitrijden let ik nu extra op waar de fietsers weggestuurd worden. Nu ik erop bedacht ben, zie ik het bordje wel. En feitelijk is het niet eens zo beroerd waar je langs gestuurd wordt. Je hebt wel vier extra haakse bochten en dat is niet handig voor doorrijden, maar verder gaat het best.
    Even verder kom je bij de N209. De vorige keer stond ik hier veel te lang bij het stoplicht, terwijl volgens de kaart er ook een mogelijkheid is om onder die weg door te gaan. Nu ben ik de bocht al om voor ik die weg gezien heb. Maar hij moet er zijn, dus ik keer weer om. Tussen de huizen ligt een onooglijk straatje waar ook een bord “doodlopende weg” bij staat. Toch erin en langs een ladder waarop iemand een boom staat te snoeien. Hobbellend de bocht om en inderdaad, daar is een tunneltje onder de weg door. Verboden voor auto’s en motoren, maar voor fietsers dus een mooie mogelijkheid om de weg te kruisen. Geen hoge snelheid op dit stukje, maar je kunt wel meteen door. En daarmee is het een stuk sneller dan lang stilstaan bij het stoplicht.
    Even later buig ik weer af richting Zoetermeer. In de Quest heb ik een Garmin GPS III liggen. Die heb ik te leen van Wim Schermer, om eens te kijken wat ik nu met een GPS wil. Hij ligt in principe naast mijn stoeltje onderin de Quest, waar hij het meestal wel, maar zo nu en dan ook niet zo goed doet. Het kaartmateriaal is redelijk beperkt en niet heel erg nauwkeurig. Goed genoeg voor orientatie, maar volgens het pijltje rijd ik zuid van de A12, terwijl ik toch echt 200 a 300 meter ten noorden van die weg rijd.
    Bij het binnenkomen van Zoetermeer ga ik op het gevoel en de richtingwijzers door. Hier en daar een stoplicht en volgens mij niet helemaal de makkelijkste route. Maar zonder al te veel hindernissen kom ik weer bij de A12 te fietsen. Dan kan het gas weer even open.
    Als ik in de buurt van het Prins Clausplein kom, let ik extra op. Hier ging het de vorige keer hopeloos mis en dat kan ik me nu niet veroorloven. Maar ik heb me goed voorbereid en ga op de juiste plek onder de A4 door. Rechts, links en ik kom bij Voorburg uit. Meteen de brug over en dan kom ik in het oude dorpshart van Voorburg terecht. Hobbelende keitjes tot en met! Maar, en dat is plezierig, ik blijf wel op koers. Daarbij gebruik ik de GPS niet echt, maar vooral om achteraf wat dingen te kunnen terugvinden.
    Door Voorburg langs de Laan van Nieuw-Oostindie richting Scheveningen word ik ernstig door de verkeerslichten gehinderd. Eerst haal ik een man met een stick (hockey zowel als –ie) in. Bij het rode licht wacht ik, maar hij rijdt gewoon door. Als ik dan ook mag, haal ik hem 200 meter verder weer in, om hem bij het volgende rode licht weer voorbij te zien komen. Dit herhaalt zich een paar maal en is helemaal niet leuk.
    Op een gegeven moment kan er wel goed doorgefietst worden en neem ik meteen maar de rijbaan in plaats van het veel te smalle en slecht betegelde fietspad. Dat gaat 1 km goed en wat het verkeer betreft helemaal. Maar als ik weer bij een rood licht sta te wachten, komt een politiewagen naast me staan. De agente gebiedt me om op het fietspad te gaan fietsen. Ik probeer haar nog even op het verkeersreglement te wijzen, maar ze oordeelt dat het gevaarlijk is om op de rijbaan te rijden. Ik suggereer nog dat mijn snelheid echt veel dichter bij die van auto’s ligt en dat het fietspad dus eigenlijk gevaarlijker is. Maar ze blijft bij haar standpunt en dan geldt dat de aanwijzing van een politieagent boven de regel gaat en ga ik verder op het fietspad. Wel met volle snelheid natuurlijk. Ik zie dat de politieauto een meter of dertig voor me dezelfde snelheid aanhoudt. Ik ben benieuwd wat ze er van dachten. Dan stoppen ze op een parkeerplekje. Zouden ze nog verder willen babbelen? Dan hadden ze sneller moeten zijn, want ik ben er al langs voor ze met parkeren klaar zijn. Later hoor ik van andere collega’s op dezelfde cursus dat ze daar met een lasergun een beetje snelheid gaan controleren. Daarom wilden ze me natuurlijk niet op de weg hebben: ik houd de auto’s op en daarmee binnen de maximum snelheid!
    Ik parkeer mijn fiets voor de ingang van het hotel. Als ik bij de receptie kom, heeft de receptioniste de sleutel voor de parkeergarage al klaar. Even inparkeren, onder de douche en de eerste sessie van de cursus kan van start.

    Dinsdag 15 november 2005

    Aan de cursus doen 22 mensen mee, uit 16 verschillende landen. Er worden heel veel ervaringen uitgewisseld en uitgebreid over van alles en nog wat gesproken. Als vervoer ter sprake komt, kan ik natuurlijk mijn Kwessie niet verzwijgen. Ze staat rustig in een hoekje van de parkeergarage, maar de een na de ander wil wel even een kijkje nemen. Engeland, Duitsland, Nederland, Rusland, Pakistan, Sri Lanka, Zuid Afrika, Ivoorkust, Ghana en Israel komen allemaal aan de beurt. De meesten kijken hun ogen uit, moeten de Quest echt zien om te geloven dat zoiets bestaat. Er worden heel wat foto’s van gemaakt die dus over de hele wereld bekeken gaan worden: Kijk, daar in Nederland hebben ze toch zoiets moois!
    De man uit Ivoorkust vond het wel mooi om er ook eens in te gaan zitten. Zelfs dan kan hij zich maar nauwelijks voorstellen dat het “gewoon” een fiets is. Hij had namelijk eerder in de week gezegd dat hij die fietsen in Nederland zo gewoon vond…
    De dame uit Zuid Afrika wilde het ook wel even ervaren. Ze is een kop kleiner dan ik ben, dus dat was wel grappig: ze verdween helemaal onder de rand. Als ik de kap dan ook nog op de Quest leg, is ze helemaal verdwenen. Ik ben benieuwd wat voor reacties ze hier op gaan krijgen als ze dit thuis vertellen.

    Woensdag 16 november 2005

    Vandaag de laatste dag van de cursus. Het is een intensieve en vermoeiende week geweest. Niet alleen vanwege de intensiteit van de cursus zelf, maar er zijn ook nog heel wat “sociale activiteiten” geweest. We zijn met de hele groep wezen schaatsen in de Uithof (en zagen de nieuwe Indonesische schaatskampioen zijn eerste schaatsslagen maken). Klompen schilderen, wokken, quizzen en noem maar op.
    Voor iemand die er graag een actieve levensstijl op nahoudt, is al dat stilzitten gecombineerd met restauranteten voor ontbijt, lunch en diner natuurlijk niet ideaal. Gelukkig heeft het hotel ook een zwembad en kan ik de meeste ochtenden een half uurtje zwemmen voor het ontbijt. Op twee (late) avonden trek ik de stoute, pardon, hardloopschoenen aan en ga – voor het eerst sinds maart! – weer eens hardlopen. Een half uur. De eerste keer helemaal over het strand, een stuk heen en dan weer terug, de tweede keer een eind over het strand en door de duinen weer terug. In een stralende bijna volle maan en niemand onderweg is dat wel lekker.
    Maar zoals gezegd, de laatste dag. Dat betekent weer terugfietsen naar huis. De Quest is volgeladen, een zware bak. Bovendien zijn de rechtervoorband en de achterband aan de zachte kant. Maar ik heb alleen mijn handpompje bij me en vind het wel best. Ik hoef niet zo heel hard vandaag. Dat zal ook niet zomaar gaan, want hoewel er een stevige westelijke wind staat (met schuimkoppen op zee) regent of hagelt het regelmatig. Het verkeer is ook druk en de lampen gecombineerd met regen doen het zicht geen goed.
    Ik stap in mijn Quest en ga richting de uitgang. De deur van de parkeergarage opent zich automatisch en ik kan naar buiten. Via de stoep rijd ik even naar de voorkant van het hotel, om daar uit de wind eerst even naar Clara te bellen dat ik vertrek. Dan heeft ze een idee van wanneer ze me thuis kan verwachten. Als ik daar net aan kom rijden, komen een aantal cursisten net uit de deur, op weg naar hun taxi’s. Ik moet natuurlijk nog even wachten, zodat ze allemaal nog wat foto’s kunnen maken. Die komen dan tussen de margarine productiemachines, olieprocessing installaties, Delftse geveltjes en Madurodam in het fotoboek te zitten.
    Dan kan ik op huis aan. Gezien het weer en het feit dat de spits al is aangebroken, kies ik voor het hobbelige fietspad. Een paar keer moet ik flink afremmen omdat de een of andere (---) de weg op wil en dan maar het fietspad blokkeert. Wat verderop is iemand met een paard aan de hand de weg aan het oversteken. Ik bel ruim van tevoren (paard en begeleider zijn nog niet eens halverwege de zeer brede weg) maar ze lopen samen stug door. Zelf ben ik er ruim voorlangs, maar het paard schrikt wel en de begeleider heeft moeite het in bedwang te houden. Leren ze dan niet hoe dat moet? Nou ja, het ging allemaal nog wel weer goed, maar paarden zijn toch wel erg gevaarlijk.
    De stoplichten staan over het algemeen niet al te slecht, zodat ik niet al te erg wordt opgehouden. Op de GPS controleer ik van tijd tot tijd waar ik me bevind ten opzichte van de heenroute, die goed rechtstreeks was. Op een paar punten ga ik toch anders, mijn gevoel achterna. Dat blijkt ook niet verkeerd uit te pakken, op 1 keer na. Ik sta bij een stoplicht en als ik weg rijd, moet ik ook afslaan. Daarbij raak ik rechts een stoeprand tamelijk hard en met een bonk word ik opzij gezet. Aan de overkant van de weg stop ik even om vanuit de kuip te voelen of er schade of een lekke band is. Daar is gelukkig niets van te merken. De fiets is natuurlijk wel wat gewend en kan ook nog een stootje hebben.
    Zonder veel problemen kom ik zo in hartje Voorburg terecht. De fietsrichtingwijzers wijzen me de kerkstraat in. Maar dan kom je op een T-splitsing, waar dus niets staat aangegeven. Mijn gevoel wijst me de juiste kant op: naar links. Meteen daarna naar rechts en ik zie de brug over de …. (Vliet?). Er staat een flinke rij auto’s te wachten, maar daar kan ik nog mooi langs. Bovendien moeten fietsers zowiezo verder doorrijden, wat ik dan ook doe. Dan de weg oversteken, naar links en meteen weer naar rechts, het fietspad op richting Prins Clausplein. Aan de andere kant moet – volgens de kaart – het fietspad eigenlijk mooi strak langs de A12 doorlopen. Dat had ik heen gemist, maar nu zie ik het zo liggen. Wat er ook ligt, is een afscheidingsbord. Maar het ligt (in plaats van staat) en nog grotendeels in het gras ook. Dus die kant fiets ik op. Helaas: een kleine km verder blijkt dat het bord echt bedoeld was om het fietspad af te sluiten. Hier is het helemaal opgebroken en er zit niets anders op dan weer terug te gaan. Twee km extra op de teller.
    Van hieraf terug is makkelijker vinden dan de andere kant op. Ook bij Zoetermeer is het makkelijker om doorgaand te fietsen. Langs het station en doorrijden maar. Dan kom je bij een stuk waar het fietspad noord van de A12 is afgesloten en je met een kleine zijwaardse beweging op de juiste weg richting Moerkapelle komt. Dat gaat veel vlotter door, of beter gezegd langs, Zoetermeer.
    Na een stukje op de weg gereden te hebben, zie ik veel auto’s stilstaan, dus ga ik maar het fietspad op. Heerlijk om al die stilstaande auto’s voorbij te zoeven!
    Dan ben ik alweer bij de kruising en het afgelegen tunneltje onder de N209. Grappig hoeveel korter en sneller stukjes lijken als je ze voor de tweede rijdt.
    Het paadje afkomend, kom ik weer bij de doorgaande weg. Eerst denk ik de weg op te willen gaan en ik sta er al een stukje op als ik het fietspad aan de linkerkant zie. Daar moet ik wezen, dus ik draai weer terug. Dit alles is in de bocht van de weg, waar iedereen erg goed oplet, dus dat gaat gemakkelijk goed.
    In Moerkapelle zelf gaat het vlot door, al is het stukje met verkeersdrempels niet echt ideaal. Op de weg richting Waddinxveen rijd een auto eerst ruim achter me. Twee bochten verder wil hij inhalen, maar dan zitten we al te dicht bij de bocht en hij wacht dus nog even. Meteen na de bocht haalt hij toch in, om tweehonderd meter verder stil te gaan staan vanwege een tegenligger. En dan wel op zo’n manier dat ik er niet eerst nog even langs kan. Ik mag dus ook gaan stilstaan en denk even wat minder vriendelijke dingen. Waddinxveen door gaat steeds gemakkelijker. Eind van de weg rechts en meteen weer links, rotonde driekwart en dan recht op de spoorovergang aan. Rails over, rechts en even later links. En dan stil staan, wachten bij het stoplicht. Ondertussen is het donker geworden en de ene na de andere regenbui komt over. Sommige daarvan zijn bepaald heftig en ik moet mijn fietsbril afzetten om nog iets te kunnen zien langs al die autolichten.
    Ik steek de Gouwe over en ga op weg richting Gouda. Het eerste stuk gaat wel vlot, maar als ik afsla de Bloemendaalse weg op, zie ik overal auto’s stilstaan. Wat doen die daar eigenlijk? Dit is een smal weggetje, bedoeld om door fietsers en aanwonenden gebruikt te worden, maar ik kan me niet voorstellen dat al deze auto’s van aanwonenden zijn. Stilstaande auto’s heb ik niet zoveel moeite mee en ik rijd ze in plukken voorbij. Dan blijkt het probleem: van twee kanten auto’s op een smal stukje, alle twee door willen gaan en zich elk te goed voelen om een klein stukje achteruit te gaan. De boel zit “op slot”. Zelfs ik kan er niet langs. Een boze wachtende is al uitgestapt om de boel even de goede kant op te geleiden en zo kan 1 auto zich er langs wurmen. Maar de auto daarachter is natuurlijk al weer zoveel aan het dringen dat er nog steeds geen beweging in zit. Naast mij hebben nog wat fietsers zich in de regen verzameld. Ik moedig ze aan om het kleine gaatje dat er is toch maar te gebruiken en ze wringen zich erdoor. Dan ga ik zelf ook die kant op en duw me half het gat in, waarna ik iets achteruit ga. Dit brengt iemand op een idee en die gaat ook een klein stukje achteruit. Ik kan er nu langs, maar ik vermoed dat de meesten nog een lange tijd op het weggetje staan.
    De rest van de route gaat het rijden vlot, maar nat. Na anderhalf uur fietsen ben ik eindelijk weer thuis.

    Vrijdag 18 november 2005

    Ik had eerst gisteren naar Wageningen zullen fietsen, maar toen het erop aan kwam, was ik te moe om er aan te beginnen. Bovendien was het weer best slecht en had ik de rest van de familie wel erg weinig gezien. Uiteindelijk dan maar met auto gegaan.
    Vandaag dan wel weer gefietst. Hans Wessels gaat dit weekend over Haastrecht/Gouda naar Rotterdam fietsen en ik zal een paar punten van de route even nakijken, zoals de nieuw aan te leggen rotonde bij Moordrecht. Hoe is daar nu de toestand van het fietspad?
    Omdat ik uiteindelijk best weinig heb gefietst deze week, heb ik puf genoeg om vanaf het begin flink door te fietsen. Bovendien ben ik wat later vertrokken, dus is het al licht buiten. Best snel ben ik Gouda uit en ga richting Moordrecht. Bij de rotonde waar je af kunt slaan naar Waddinxveen, is de rijbaan voor auto's nog steeds afgesloten. Ook over het fietspad staat een groot hek. Dan maar aan de andere kant en de driesporenroute volgen. Helaas! Net een paar honderd meter dat andere fietspad op, blijken er kranen en vrachtwagens te staan. En mooi dat ze het fietspad volledig blokkeren. Zonder een uitwijkmogelijkheid te creeren. De fietser wordt weer als niet relevant terzijde geschoven.
    Ik maak me in het zonnetje niet al te druk en keer om, fiets terug naar de rotonde en wil liefst de afgesloten rijbaan gebruiken om deze hindernis te passeren. Maar het hek aan de ene kant en een vriendelijke automobilist die voor me stopt aan de andere kant, laten me weer op het fietspad terecht komen. Dan maar even verder de weg weer oversteken. Ik raak iets gedesorienteerd en sla prompt een pad te vroeg rechtsaf. Dat merk ik net te laat, dus mag ik weer steken om met de neus de juiste kant op te komen. Even verderop wel de juiste afslag. In de verte zie ik de rode knipperlichten van de spoorovergang. Had ik anders dus ook voor moeten wachten. Maar al met al heeft dit gedoe aardig de vaart eruit gehaald. Even stevig doorfietsen dan maar weer om de schade in te halen. Maar blijkbaar is het vandaag nationale blokkeer het fietspad dag, want nadat ik de Rotte ben overgestoken, is er alweer een graafmachine die de boel efficient blokkeert. Dan maar door het gras, wat niet al te makkelijk gaat. In het natte gras glipt mijn achterwiel steeds weg, waardoor ik nauwelijks aandrijving heb. Maar het lukt toch om er voorbij te komen. De lol is er wel een beetje af nu en ik fiets wat rustiger verder naar mijn werk, waar ik aankom vlak voordat een enorme regenbui losbarst.

    's Middags vertrek ik vroeg, zodat ik thuis ben voor Clara met Diede naar vioolles gaat. Tegen de gewoonte in ben ik echt vroeg weg. Misschien moet ik dan toch even proberen hoe het van deze kant af gaat via de 'normale' route. Kan ik meteen zien wat zij bij het tunneltje onder de A20, bij Nieuwerkerk hebben gedaan. Het blijkt af te zijn, maar als je van mijn kant aankomt, moet je een heel onhandige draai maken om het pad op te komen. Hoge betonblokken scheiden dit fietspad af van de weg naar wat bedrijven aan de andere kant. Pas als ik bij het tunneltje zelf ben, kan ik zien dat hier een doorgang in de betonblokken is. Volgende keer dus maar links van de betonblokken doorgaan, dan gaat het allergemakkelijkst.
    Bij de rotonde in aanbouw aangekomen volg ik eerst het fietspad om het spoor over te steken. Daar staat een groot bord dat (brom)fietsers moeten afstappen. Dat zullen we nog wel eens zien. Ik rijd door en zie dat inderdaad een groot deel wegdek is verwijderd. Door wat zand kom ik op de gewone weg op, die ik een paar honderd meter volg, tot ik via een parkeerhaventje het gewone fietspad op kan. Ruim voor vijf uur ben ik thuis.
    Voor 's avonds heb ik met Hans Wessels afgesproken dat ik hem vanaf Haastrecht wel even langs Gouda begeleid en hem de goede kant op wijs. Hij belt wanneer hij in IJsselstein is en nadat ik mijn thee heb opgedronken, stap ik in mijn Quest om hem tegemoet te rijden. Ik heb de fiets helemaal leeggehaald en dat scheelt nogal in het optrekken en doorrijden. Zonder al te veel moeite ligt het tempo rond de 40, over de uitgestorven dijk van de Hollandse IJssel, maar ook langs de Vlist gaat het zoevend snel. Het is ook bijna windstil en met een onbewolkte hemel betekent het snel zakkende temperaturen en mist en nevel aan de grond. Binnen de kortste keren is ook de binnenkant van de Quest door de condens nat geworden.
    Hans is een zeer snelle fietser, dus ik verwacht hem al vlot tegen te komen, maar ik ben het dorpje Vlist al voorbij en steek het riviertje over voor ik hem heb gezien. Zal ik hier even wachten, of rijd ik verder richting Polsbroek, waar hij vandaan zal komen? Ik besluit het laatste.
    Het fietspad is hier geen keuze, maar verplichting. Maar ik houd er rekening mee dat Hans dat vanaf de andere kant anders beoordeelt. Ik kan hem tenslotte elk moment tegenkomen. Met een oog op de weg en het andere op het fietspad rijd ik door en jawel, vlak voor ik aan het eind van het fietspad ben, zie ik Hans op de weg de andere kant opfietsen. Even flink de claxon gebruiken, dan hoort hij me vast wel, want als ik moet keren en hem daarna inhalen, dan kan dat nog een flinke klus worden! Maar geen nood, hij hoort me, kijkt mijn kant op, rinkelt zijn bel en knijpt in zijn rem. Even later is er een doorsteekje, waardoor ik heel makkelijk keer en de weg op ga. Even later ben ik bij hem en we groeten elkaar. Meteen maar weer door. Het is een stuk later dan Hans vooraf had ingeschat. Volgens eigen zeggen rijdt hij deze keer een PD (persoonlijk Dieptepunt, itt Persoonlijk Record). Zij aan zij rijden we tot aan de Vlist, steken over en gaan verder richting Haastrecht. De dijk is me te kronkelig om naast elkaar te rijden en ik laat Hans voorgaan. Per slot heeft hij er al een flinke rit opzitten. Niettemin houdt hij zijn snelheid netjes rond de 40. Terwijl we ons zo voortspoeden, komen we een strooiwagen tegen die preventief zout strooit. Heel fijn, maar voor ons betekent het een laag zout over ons heen! Gelukkig heb ik mijn fietsbril op.
    Tegen de tijd dat we in Haastrecht zijn, neem ik de kop weer over, om hem zo soepel mogelijk over en tussen de snelheidsbulten door te loodsen. De rotonde nemen we driekwart en we zitten op de doorgaande weg naar Gouda. Verderop wil ik het fietspad nemen, maar nog niet in Haastrecht zelf. Daar zijn teveel huizen en keistroken. Pas bij het benzinestation stuur ik de Quest het fietspad op. Eigenlijk had het nog even langer kunnen wachten, tot waar ook de brommers het fietspad opgestuurd worden, maar om deze tijd is het overal rustig. Bij de afslag richting Goverwelle mogen we even bij het verkeerslicht uitrusten (rood). Bij het vertrekken merk ik het beste dat Hans al heel wat kilometers in de benen heeft, want optrekken gaat heel wat rustiger bij hem. Maar eenmaal op gang volgt hij goed.
    Bij Stolwijkersluis gaan we op tijd de weg weer op, om die idiote rotonde goed te kunnen nemen. Naast elkaar bij het verkeerslicht, maar dan achter elkaar richting Julianasluis. Vooral na de Uniqema rechtdoor naar beneden gaat het heel vlot. Gelukkig staat het stoplicht aan de Rotterdamseweg op groen en stormen we direct door. Hier wijs ik Hans erop dat hij goed moet opletten en volgen, wat hij keurig doet: over de sluis, rechtsaf, dan links het fietspad op, rustig naar de Karweirotonde en dan volle vaart verder. Ik had al besloten om wel langs Nieuwerkerk te gaan, dus ik stuur strak langs het afsluithek. Dat gaat prima, behalve dan met die tegenliggers met hun veel te felle lampen. Dan is het fietspad of de belijning nauwelijks te zien en moet er wat ingehouden worden.
    Tegen de tijd dat we bij de nieuwe rotonde komen (er zijn er nogal wat vandaag) gaan we de weg op. Maar het stuk waar ze echt aan het werk zijn is erg smal en juist hier komen er wat tegenliggers. Hans gaat voor en glipt er langs, op de voet gevolgd door mij. Na het oversteken van het spoor wil hij al te enthousiast vaart maken en ik moet een paar keer hard 'links' roepen, om hem de parallelweg op te krijgen. Daar is het dan weer breed genoeg om naast elkaar te fietsen.
    Ik vraag (ivm dat PD-tje) maar eens hoe de benen voelen en die zijn nog uitstekend. Tijd dus om even diep in de veertig te gaan. Heerlijk op die stille, donkere weg.
    Bij het naderen van Nieuwerkerk houd ik mijn benen stil. Hans denkt er anders over en stuift me voorbij, maar als hij onder het viaduct door is gekomen, weet hij dat er een afslag moet zijn en hij remt om mij weer voorbij te laten.
    Ik stuur mijn Quest soepeltjes door de stalen hekken en kijk in mijn spiegels of Hans ook hier volgt. Maar dit was iets te snel en hij gaat buiten het hekje om. Dan wil hij uit het tunneltje me inhalen en ik kan hem nog net op tijd de goede kant opsturen, voor hij tegen de betonblokken opgaat.
    Nu zijn we ongeveer wel zover als ik hem ging begeleiden. Het stukje parallelweg rijden we nog in een rustig tempo naast elkaar, zodat ik hem wat aanwijzingen voor het laatste stuk kan geven. Over de brug groeten we elkaar en gaat Hans zijn laatste etappe in en keer ik weer om. Nog even lekker doorsjezen en ik ben weer thuis.
    Alles bij elkaar toch een dag met ruim 130 km ook op mijn teller. Het weer was zo vochtig, dat zelfs de binnenkanten van mijn lampglazen bewatert zijn. Ook geeft mijn 'buiten'thermometer een verdacht hoge temperatuur aan, hoger zelfs dan de binnenthermometer. Ik vermoed dat de plek waar hij zit (onder de quest, net tussen/achter de voetengaten) onder bepaalde omstandigheden een luchtstroom vanuit de Quest krijgt, waardoor relatief warme lucht langs de sensor gaat. Moet ik maar eens een nieuw plekje voor vinden.

    Maandag 21 november 2005

    Niet zoveel te melden vandaag, behalve dat langs de Schiedijk, als ik net onder de Matlingeweg door wil rijden 's morgens, ik voor me een klein trekkertje met een aanhanger vol met rekken zie rijden. Die heb ika al eens eerder gezien en ik weet dat die een heel eind dezelfde kant op gaat als ik, maar dan met een slakkegangetje. Er voorbij zal straks niet lukken, maar hier is nog een kansje. Ik bel uitgebreid en hij stopt en kijkt om. Hij laat ook een fietser van de andere kant langs en ik zie mijn kans schoon. Hup er voorbij en dankjewel.

    Dinsdag 22 november 2005

    Op het werk hebben we een symposium vandaag en morgen. Dat betekent op tijd aanwezig zijn en ik moet even goed opletten dat ik op tijd weg ben. Voordeel is wel dat ik geen eten en geen koffie hoef mee te nemen. Het scheelt voorbereiding en ook nog eens gewicht in het meenemen. 's Middags op de terugweg gaat het nog beter, want dan laat ik ook mijn computer op mijn werk. Scheelt ook morgen weer.

    Woensdag 23 november 2005

    Wanneer ik 's morgens vertrek is het heel rustig, maar ook heel vochtig weer. Al bij het eerste stoplicht, na vijf minuten, trekt de damp op mijn brilleglas. Op verschillende momenten moet ik mijn bril omhoog doen om nog wat te zien. Is het niet vanwege het beslaan, dan is het wel door de schittering van lampen van tegenliggers. Vooral op het stuk binnendoor van de driesporenroute is het lastig. De wegen hebben daar helemaal geen belijning en de overgang tussen weg en berm is moeilijk te zien. Maar voor ik daar ben, heb ik al weer wat hindernissen moeten nemen. Op de dijk tussen Uniqema en Julianasluis is een vrachtwagen een container aan het afladen. Dat moet kennelijk dwars gebeuren en hij blokkeert de hele weg. Even geduld dus. Voor het gevoel duurt het heel lang, maar er zit deze ochtend maar anderhalve minuut tussen rijtijd en reistijd, dus dat viel wel mee.
    Even verder, op het stuk N456 dat nog steeds in zuidelijke richting is afgesloten, staat er alweer een grote vrachtwagen op het fietspad, op dezelfde plek waar eerder de boel geblokkeerd werd. Gelukkig is er nog een smal strookje over en kan ik er - moeizaam - nog net langs.
    Als ik even later afsla om het spoor over te steken, komt er een auto mij achterop. Die heeft dus even pech, want dit weggetje is echt te smal om mij in te halen. Pas na de T-splitsing zou het eventueel kunnen, maar ook daar blijft hij achter me rijden. Pas na de oversteek van de N209 gaat hij voorbij. Maar niet voor lang, want even later sluit hij aan bij een rij auto's die staat te wachten op een vrachtauto die daar staat te lossen. Deze keer in mijn voordeel, want ik kan de auto's voorbij en ook de vrachtauto. De rest van de weg heb ik dus geen last van achterop komende auto's.
    Vanmorgen rijd ik maar weer eens wat rustiger en ik ga ook maar weer eens het bos in. De laatste keren ging ik ook 's morgens over Bergschenhoek, dat is iets minder leuk, maar rijdt op zich toch iets beter door. Vandaag, ook voor de variatie, dus maar weer eens door het bos. Het wordt zelfs al bijna licht en het is opvallend hoeveel verschil het maakt of er wel of geen kunstlicht is. Zonder is het echt veel mooier!
    Als ik bijna op mijn werk ben en door de Schiedamse straatjes rijd, bedenk ik me opeens wat fantastisch het eigenlijk is om zo je te kunnen verplaatsen. Een prachtfiets, heerlijk rijden op eigen kracht en comfortabel ondanks het vochtige weer met lage temperaturen. Ik krijg een brok in mijn keel als ik bedenk hoe mooi het leven toch kan zijn.

    's Middags is het weer nog steeds rustig, maar het is heel erg vochtig. Het regent niet, maar overal zijn de straten nat. Dat heeft een erg nadelig effect op wat je ziet met je lampen, maar zou je eigen zichtbaarheid niet moeten beinvloeden. Toch is het weer twee keer bijna raak: eerst op de Matlingeweg. Die is wat mij betreft berucht om de slecht kijkende automobilisten. Deze keer is het de chauffeur van een grote truck die rechtsaf slaat en dwars over het fietspad gaat waar ik net aan kwam. Ik zag het aankomen en stond ruim op tijd stil, maar leuk is anders. Een kwartiertje later in Rodenrijs is het nog erger. Het fietspad waar ik vanaf kom hoort bij de voorrangsweg. Op de kruising vlak bij de spoorovergang, tegenover het benzinestation, ga ik van het fietspad de weg op. Uit de zijstraat komen geregeld auto's en die letten niet altijd even goed op, dat weet ik. Ook nu komt er een auto, maar de dame achter het stuur stopt netjes vóór het fietspad, dus ik rijd door. Net als ik voor die auto ben, begint ze weer op te trekken! Ik heb gelukkig al vaart en ben er op tijd voor langs, maar een grote brul mag ze nog even hebben. Als ik boos omkijk zit ze een beetje beschaamd en vertwijfeld te kijken. Ze is zeker aan een nieuwe bril toe.
    Het vervelende van zo iets is dat de tekenen duidelijk zijn dat je door kunt rijden, maar ook daar kun je dus niet echt op vertrouwen. Wilfred van Norel had laatst ook al zo'n akkefietje, dus het schijnt er bij te horen. De rest van de route gaat gelukkig probleemloos en drijfnat maar tevreden kom ik weer thuis.

    Donderdag 24 november 2005

    Er zijn wat dingen die vanmorgen heel snel moeten worden opgestuurd, dus ik begin thuis met werken. Als een en ander is opgestuurd, leg ik eerst even Kwessie op haar kant om de trapas een kleine centimeter naar voren te schuiven. Aan de indrukken op de middenboom van het frame is te zien dat de trapas langzaamaan die afstand naar het stoeltje is gekropen. De beugels zaten kennelijk niet strak genoeg. Ook werkt mijn toerenteller niet meer goed. Iets teveel afstand tussen magneetje en opnemer? Nou ja, daar moet ik een andere keer maar naar kijken, want nu stap ik alsnog in om naar Vlaardingen te fietsen. De ochtendspits is voorbij, het is licht, dus rijden maar.
    Op weg naar de driesporenroute heb ik een variant bedacht: als ik nou iets langer op het gewone - half afgesloten - fietspad blijf en dan bij de eerste of tweede uitrit (afhankelijk van het tegenliggend verkeer) de hoofdrijbaan op ga, dan kan dat met behoud van snelheid, in plaats van twee haakse bochten extra bij de rotonde om over te steken. Bovendien kan ik de afslag met een ruimere bocht en dus ook meer behoud van snelheid maken. Een goed idee dat ook in de praktijk blijkt te werken.
    Al weer een heel eind verder zie ik een oranje zwaailicht voor me uit. Oppassen dus. Het blijkt een graafmachine te zijn die met een sukkelgangetje van nog geen 20 over de weg schommelt. Inhalen is er voorlopig niet bij: afwachten dus maar. Pas op het laatste stuk is de weg breed genoeg. De chauffeur had me al lang gezien en maakt ook zodra het mogelijk is, zoveel mogelijk ruimte. Erg vriendelijk.
    Een eind verder, vlak voor Bergschenhoek, komt er iets vergelijkbaars. Een grote vrachtwagen rijdt daar heel behoedzaam en gaat voor elke tegenligger bijna stil staan. Dat schiet natuurlijk niet op. Dan gaat hij ook nog eens langs de rondweg door de sportvelden, maar moet eerst wachten tot twee tegenliggers uit de buurt zijn. En ik kan even geen kant op. Pas als de vrachtwagen de bocht gaat maken, kan ik het fietspad opschieten en daarlangs hem inhalen. Normaal neem ik hier nooit het fietspad, maar nu is het wel erg handig.

    In de loop van de dag wordt het weer steeds grauwer, natter en wilder. De voorlopers van de storm van vrijdag dienen zich al aan. Ik blijf lang op het werk vanwege een bespreking die uiteindelijk niet eens doorgaat. Als ik dan op weg naar buiten gaat, kom ik een collega tegen die net als ik eerst in Colworth (UK) heeft gewerkt. Haar fiets is laatst gestolen (de tweede in korte tijd), maar ze snapt het niet helemaal als ik zeg dat ik in mijn fiets toch niet al te veel last van het weer zal hebben. Ze loopt met me mee door de fietsenstalling en is verbaasd dat dat mijn fiets is. Net zoeen heeft ze wel eens eerder gezien, ook met koeievlekken. Even later valt het muntje: ze heeft mij dus zo al eens eerder gezien!
    Het fietsen zelf gaat goed, maar niet vanzelf. De wind is op zich heel gunstig van richting, maar de vlagerigheid in combinatie met veel te veel nattigheid maakt dat je heel geconcentreerd moet blijven rijden. Door diep weggedoken in de Quest te zitten beperk ik de last van de nattigheid op mijn gezicht, maar dan beslaat mijn bril. Als ik verder overeind kom, gaat de wasem weg, maar wordt vervangen door vele regendruppels op het glas. In combinatie met veel te veel lichten overal en nog ergens, zie je dan nog steeds geen steek. Vooral mensen in donkere kleren zonder licht, tegen een donkere achtergrond, zijn zo goed als onzichtbaar. De bril kan dus niet opblijven en ik moet mezelf beschermen door nog dieper in de quest te gaan zitten. De klep van de velomobielpet sluit dan bijna helemaal aan bij het schuimdeksel. Een centimetertje, of misschien zelfs minder, blijft er nog over om door te kijken. Ik voel me als een middeleeuwse schutter die via de smalle gaten naar buiten moet kijken.
    Dat het weer de zichtbaarheid geen goed doet is duidelijk. Voor mij tenminste, want onderweg kom ik een aantal kamikazepiloten tegen. De ergste is een racefietser die zonder enig reflectiemateriaal, zonder enig licht, op een onverlicht fietspad in volle vaart aan komt suizen. Voor hem ben ik blij dat ik genoeg licht heb.
    Het rare met nat wegdek is dat je aan de ene kant bijna niet ziet dat je zelf licht aan hebt: de natte weg werkt veel te goed als spiegel waardoor al het licht wegspiegelt inplaats van verlicht. Dat licht blijft natuurlijk ergens en kaatst ook tegen kassen en wolken en andere dingen aan, waardoor de hoeveelheid achtergrondlicht op sommige plaatsen enorm hoog is.
    Thuis merk ik dat er een raar kraakje zit in mijn rechter voorwiel. Het lager zal toch geen last van het vocht hebben? Nou ja, morgen heb ik een vrije dag en hopenlijk kan ik er dan even naar kijken.

    Vrijdag 25 november 2005

    Beestachtig weer vandaag. Sneeuw en regen en veel, heel veel wind. Het is puur toeval dat ik vandaag vrij heb en dus niet met de fiets onderweg ben. Maar het komt wel verdraaid goed uit. In het verkeer worden alle file- en opstoppingsrecords verbroken en ook de treinenloop is weer ernstig ontregeld. Zoals iemand op de mailinglijst al zei: als het weer te slecht is om te fietsen, hoef je ook niet meer op ander vervoer te rekenen.
    Wel even van de gelegenheid gebruik gemaakt om het voelertje van de toerenteller iets te verschuiven, klein blokje hout eronder. Hopenlijk doet hij het nu weer probleemloos.

    Maandag 28 november 2005

    Met het weer van vrijdag en het weekend in gedachten, twijfel ik vooraf of ik vandaag wel met de fiets moet gaan, ik heb namelijk een afspraak in Wageningen. Maar Clara blijkt er al vanuit gegaan te zijn dat ik zal fietsen, dus ik kan haar niet teleurstellen en stipt om zeven uur rolt Kwessie naar buiten. Buiten, daar is het koud (net boven het friespunt) en buiten is het ook nog eens mistig.
    Naar aanleiding van het beslaan van mijn fietsbril kreeg ik de tip deze met anti-condens in te smeren. Nu was ik dat al een tijdje van plan en ik had ook al een Speedo-flesje van dat spul, dus ijverig en stipt volgens de gebruiksaanwijzing aangebracht, afgespoeld en laten drogen. Maar wat een ellende: mijn fietsbril is nog nooit zoveel beslagen als nu, zelfs als ik wel vaart heb is er bijna niet doorheen te kijken en als er tegenliggers zijn al helemaal niet. Ik probeer het nog weg te vegen, maar daar wordt het alleen maar erger door, dus de meeste tijd rijd ik maar zonder bril.
    Langs de Vlist richting Schoonhoven rijd ik wat langzamer dan anders. De thermometer geeft steeds net boven de +2 graden aan, maar je weet nooit waar een koude plek en dus gladheid kan zitten. Bovendien is die mist ook niet bevorderlijk voor het zicht. Pas nadat ik bij Schoonhoven langs de N210 kom te fietsen kan ik vaart maken op de lange, rechte weg. Het gemiddelde ligt op dat moment nog duidelijk onder de 30! Dat is wel al omgebogen als ik bij Jaarsveld de Lekdijk op draai. Maar ook daar moet ik ingehouden fietsen vanwege de mistige en donkere omstandigheden.
    Auto's komen me hier zo nu en dan achterop. Er zal wellicht een lokale bewoner tussen zitten, maar verder is het allemaal sluipverkeer. Daar heb ik dus helemaal geen medelijden mee als ze niet in volle vaart kunnen doorracen.
    Kennelijk hebben ze weinig vertrouwen in hun eigen stuurmanskunsten, want hoewel ik netjes rechts houd - zonder risico te lopen van de weg af te raken - wordt er heel lang geaarzeld voor ik ingehaald word. Bij goed zicht hebben ze daar nooit moeite mee, dus de weg is echt breed genoeg. Als ze niet ruim achter me blijven, is het schijnsel van de koplampen uitermate irritant. De weerkaatsing in de mist maakt dat ik nog minder kan zien dan zonder dit bijlichten. De toch al niet zo hoge vaart wordt dan dus nog een beetje minder. Uiteindelijk is er een chauffeur die dat door heeft en nadat deze besloten heeft voorlopig niet in te halen, doet hij zijn dimlicht uit en gaat met alleen stadslicht verder. Heerlijk! Nu kan ik in mijn spiegels de auto goed in de gaten houden en ondertussen zelf mijn vaart weer wat opvoeren naar ca 35 km/h. Pas een heel stuk verder, als we al vlak bij Nieuwegein zijn, gaan de dimlichten weer aan en wordt ik ingehaald. Hier geldt dan ook weer 'als er 1 schaap...' want na deze eerste auto, komen er nog een heel stel achteraan die me inhalen. Ik had een behoorlijke staart gekregen.
    Eenmaal Nieuwegein binnen is de mist een stuk minder. Dat is vaak binnen de bebouwde kom. Ik had wel al bekeken dat ik iets eerder even weg moest van de Lek, om goed bij de Beatrixsluis uit te komen. Maar als ik dat doe, blijft er wel heel lang water aan mijn rechterhand. Ik begin al bijna op mezelf te mopperen dat ik niet eens meer de moeite heb genomen om een kaart mee te nemen, maar als er uiteindelijk wel weer een brug naar rechts is, blijk ik precies goed te zitten. Even 1 stoplichtje om te wachten en dan in rechte lijn naar de sluis. Oversteken en aan de overkant snel links af, richting Tull en 't Waal. Meteen afslaan scheelt een heel stuk klinkers, dat ingeruild wordt voor mooi asfalt. Moet je wel net nadat je onder de A27 doorgekomen bent even over een heel smal fietspaadje, maar dat is de moeite zeker waard.
    Weer terug op de Lekdijk is het ondertussen al aardig wat lichter aan het worden. De volle lampen heb ik niet per se nodig en om de accu een beetje te sparen - je weet nooit hoe lang je er nog mee moet als het op de terugweg allemaal tegen valt - schakel ik regelmatig tussen alleen leds en de gewone verlichting. Meestal zet ik die laatste aan op het moment dat tegenliggers in de buurt komen. De leds blijven in ieder geval aan omdat daaraan ook mijn binnenverlichting gekoppeld is.
    De toerenteller doet het in ieder geval weer en ik zorg dat ik tussen de 90 en 100 blijf. Ik voel al wel dat ik weer een tijdje te zwaar aan het trappen geweest ben. Ik heb die teller dus echt nodig.
    Op dit stuk van de Lekdijk is een stuk minder sluipverkeer en dat rijdt heel wat prettiger. De snelheid ligt rond de 35 en het gemiddelde kruipt langzaamaan omhoog. Als ik geen pech onderweg heb, ben ik zelfs bij 30 gemiddeld op tijd, maar dan is er weinig speling voor een lek of andere tegenslag. Vandaar dat ik het tempo toch wel een klein beetje in de gaten houd.
    Het is nu de derde keer dat ik deze rit maak en het verschijnsel is bekend: hoe vaker je een route rijdt, hoe korter hij gevoelsmatig wordt. Ook nu vliegen de kilometers voorbij ook zonder dat het tempo hoger ligt dan bij de andere ritten. In tegendeel eigenlijk. Maar wat ook interessant is, is dat je toch nog een hoop 'nieuwe' dingen ziet. Plekken die je de eerste keren nog niet opvielen, omdat je je teveel met de route moest bezighouden. Maar ook andere aangezichten omdat het weer zo anders is, of in het latere deel, omdat er overal pakken sneeuw liggen.
    Bij Amerongen is het feest langs de Lek weer afgelopen. Maar nu weet ik wel goed hoe ik bij het uitkomen van dit plaatsje voor het eerste stuk wel goed op het fietspad kom. Het eerste stuk neem ik dat, maar na een paar km, als het weer verharde berm wordt in plaats van echt fietspad, claim ik mijn plek op de weg weer. En ook hier gaat het makkelijker naarmate je er bekender bent.
    Elst en Rhenen bebouwde kom is niet ideaal. Marcel van Eijk had me al eerder eens aangeraden om dit te vermijden door via de "autoweg" te gaan. Nu ik de rest van de route zoveel beter ken, is het misschien inderdaad een goed plan om dat voor de volgende keer (in december misschien?) te gaan proberen. Dan omzeil je ook de Grebbeberg. Richting het westen (terugweg) ben je dan een erg steil stukje kwijt en dat kan geen kwaad. Maar richting het oosten is dat misschien jammer, want dan is het een snelle afdaling die je flink vaart geeft voor de weg daarachter. Vandaag iets minder hard naar beneden (max 59) vanwege de zeer natte weg en de temperatuur niet ver van het vriespunt. Je kunt beter voorzichtig zijn. Maar het laatste stukje geeft je alsnog een flinke zwiep om met ruim 50 het laatste stuk naar Wageningen op te gaan. Maar heel langzaam zakt de snelheid tot onder de 50 en dan langzaamaan verder naar ruim 40. Dan vind ik het langzaam genoeg om het fietspad op te zoeken.
    In Wageningen volg ik toch nog even de hoofdweg, want daarvan weet ik vlot hoe die me op mijn bestemming brengt. Het eerste verkeerslicht wacht ik nog netjes, bij het tweede kruispunt sla ik af, richting centrum en dan langs Hotel De Wereld naar de laatste halve kilometer.
    Bij aankomst blijkt dit in tijd de langzaamste heenrit geweest te zijn, hoewel het slechts enkele minuten scheelt met de snelste. En dat is lang niet gek, gezien het ingehouden rijden van de eerste 35 km en de harde wind mee op de snelste rit.

    Na een vruchtbare bijeenkomst is het al weer einde middag als ik me weer omkleed om de thuisrit te beginnen. Ik heb twee pakjes krachtvoer bij me (nog van de drinkvoeding toen mijn kaken aan elkaar zaten). Ook een fles water en een blikje Red Bull zitten in de 'reservetank'. De stadsvariant via Hotel de Wereld beviel erg goed en nu voor terug doe ik hetzelfde. Hierdoor kun je een stuk hoofdweg waar zo'n gek rond bord met rode rand en een ouderwets fietsje bij staat, passeren. Waar ik de weg op kom hebben ze dat bord niet nog eens neergezet en ik ga dus met de hoofdweg mee. Tot een stuk buiten de bebouwde kom. Daar worden de brommers het fietspad op gestuurd en dat is wel een mooi moment voor mij ook.
    Bij de Grebbeberg aangekomen kies ik de uiterste rechterzijde. In een heel rustig tempo kruip ik omhoog, niemand in de weg rijdend. Toch is er een vrachtwagenchauffeur die denkt dat ie leuk is door vlak achter mij te toeteren. Wat ik even van hem dacht schrijf ik maar niet op...
    Toch is het eigenlijk een klimmetje van niets. Maar 40 meter de hoogte in en dan ben je er al. Vanaf de erebegraafplaats neem ik mijn plek op de weg weer. Dit is des te makkelijker omdat de sneeuw het "fietspad" wel heel onaantrekkelijk maakt. Met een flinke vaart door Rhenen, steeds de N225 blijven volgen.
    Ik heb bedacht dat het tijd wordt dat ik ook mijn lange-duur intensiteit maar weer wat moet bijspijkeren en ik zet mezelf het doel om zo lang mogelijk 40 of harder te blijven rijden. Tot en met Amerongen is dat geen enkel probleem. Over de keitjes daar gaat natuurlijk weer wat langzamer, maar weer terug op de dijk houd ik het nog een aardig tijdje vol. Na ongeveer anderhalf uur wordt het wat minder en zakt het langzaamaan naar hoog in de dertig, tot ik bij Nieuwegein in de buurt kom. Ook mijn gemiddelde laat dat zien: het staat op 35.5 wanneer ik de sluis nader. Maar ik voel ook dat mijn muntje wat op is. Dus bovenop stop ik even en ik slobber een pakje krachtvoer naar binnen. Dat helpt meteen en ik kan weer verder. Helaas moet ik nog steeds grotendeels zonder bril op rijden. Toen het nog licht was, kon ik genoeg zien als ik hem op had, maar nu het donker is, valt er niet mee te rijden. Die 'anti-condens' moet er weer zo snel mogelijk uit! Het is namelijk uitermate vervelend om zonder bril een flink tempo te rijden, vooral bij deze temperaturen. Ik krijg het gevoel alsof mijn rechteroog aan het bevriezen is. Als ik het oog bewust dicht doe, moet ik daarna echt trekken aan mijn ooglid om het weer open te krijgen. Om het nog iets te beschermen probeer ik toch zo nu en dan een stukje met bril op te rijden, afgewisseld met warm maken met mijn handen. Dat helpt dan weer voor een tijdje, waarna de procedure herhaald moet worden. Afijn, we komen er wel mee thuis, desnoods langzaam het laatste stuk.
    Wat niet langzaam gaat, is de afdaling van de hoge Beatrixsluis naar het eerste kruispunt. Daar steek ik over en ga meteen links de Nijverheidsweg op. Ik let deze keer beter op dan de vorige keer en ga in Vreeswijk rechtsaf de Oranjestraat in. Maar als ik even later het bruggetje ben overgestoken, maak ik de fout om niet rechtdoor de Koninginnelaan te nemen, maar meteen weer links langs het water te gaan, waardoor ik toch weer op de keitjes terecht kom. Maar via de Molenstraat kom ik toch weer langs de Lek en op de route, klaar voor het laatste stuk.
    Nieuwegein voorbij is mijn gemiddelde behoorlijk gezakt tot net boven de 34. Ik doe wel mijn best om dat vast te houden, maar dat lukt uiteindelijk niet. Eerst weer de Lek volgen tot bij Jaarsveld. En het tafereel van 's morgens herhaald zich weer: automobilisten durven niet echt in te halen en blijven achter me rijden. Omdat het nu niet mistig is, heb ik niet zoveel last van hun koplampen en kan rond de 35 door blijven rijden, zo nu en dan vaart minderend voor de bochten. Ik verzamel weer een hele staart die pas bevrijdt wordt als ik de dijk bij Jaarsveld verlaat. Zo kom ik weer langs de N210. Hans Wessels vond dat maar niks met die lichten van de tegenliggers en inderdaad is dat vooral met een nat wegdek, waar je eigen lampen zo lelijk van wegketsen, geen pretje. Hoewel de parallelweg behoorlijk breed is, komt het geregeld voor dat ik mijn snelheid halveer omdat ik anders niet meer kan zien waar ik me bevind. Dat is uiteindelijk de oorzaak dat ik de 34 niet kan vasthouden.
    Eenmaal bij Schoonhoven is dat leed geleden en het laatste stukje schuift zo onder de wielen door.
    Thuis blijk ik minder dan een minuut boven de twee-en-half uur uitgekomen te zijn. Volgende keer eronder?

    Dinsdag 29 november 2005

    Als ik 's morgens de fiets naar buiten rijd, spettert het een beetje. Ik stap in en ga op weg. Het spetteren houdt snel op. Helaas wordt het vervangen door regen. Heel veel regen! Nou ja, ik zit "droog" en warm, dus wie doet me wat? Het is alleen jammer dat mijn fietsbril nog steeds als een waanzinnige beslaat. Nog steeds niet genoeg schoon dus. Nog eens poetsen, want zonder bril slaat ondanks de pet en diep in de kuip weggetrokken zitten, de regen in mijn ogen. En dat is niet fijn.
    Ik ga weer langs de rotonde in aanleg. Even opletten hoe ver ze nu zijn. Het eerste wat opvalt, is dat het "afgesloten" hek bij de rotonde daarvoor weggehaald is. Helaas staan er wel tal van auto's op het fietspad, de werklieden weten kennelijk nog niet dat het weer fietsersterrein is.
    De rotonde begint zijn vorm te krijgen. Helaas betekent dit dat het fietspad flink is uitgebogen. De borden hangen er nog niet, maar ik vrees dat het ook betekent dat fietsers geen voorrang meer hebben. Je wordt ook aan alle kanten als tweederangs behandelt!
    Het doorfietsen gaat nog niet helemaal soepel, er staan nog wat hekken hier en daar in/op de weg. Maar met wat manouvreren ben ik er langs en kan verder. Bij het tunneltje onder de A20 bij het Vandervalk hotel, staat politie fietsverlichting te controleren. Er staan een aantal zondaars stilletjes hun bekeuring in ontvangst te nemen. Mij laten ze langszoeven, zoveel licht zie je ook niet vaak op een fiets.
    De rit na een vlot retourtje Wageningen. Dan is het geen verrassing dat het eens langzaam gaat, zeker gezien het weer. Maar goed, dat mag ook wel eens een keer.

    Woensdag 30 november

    Diede heeft voor school een spreekbeurt voorbereid. En die gaat over ligfietsen.
    Nu heeft ze me al vaak verboden om haar naar school te brengen, maar voor vandaag wil ze het juist wel graag. Dan gaat zij op de wielewaal. Onderweg komen we al klasgenoten tegen, die meteen onder de indruk zijn en mee willen fietsen. Een hele staart bewonderaars dus. Diede laat zich een beetje opjutten en laat zo nu en dan even zien dat ligfietsen snel zijn. Ik waarschuw haar voorzichtig te zijn vanwege ijs op de weg. Het gaat goed met haar, maar in mijn spiegeltje zie ik een ander kind onderuit gaan. Die staat gelukkig weer snel op en fietst verder.
    Bij school aangekomen is de belangstelling nog groter. Ik parkeer pal naast de deur en meteen staan er hele drommen kinderen omheen. Zolang ze er niet op gaan zitten, vind ik het best. Ik ga ondertussen met Diede de school in. Haar klas is op de tweede verdieping en de Wielewaal mag mee de klas in. De halve klas gaat meteen mee naar boven, waar de meester ze even snel weer naar buiten stuurt. Het is nog geen tijd!
    De wielewaal wordt even apart gezet tot het tijd is voor de spreekbeurt. 's Avonds hoor ik dat die uitstekend gegaan is. Ze had zich ook geweldig voorbereid.
    Als ik weer buiten kom, is er nog steeds zeer veel belangstelling, van kinderen zowel als ouders. Maar daar zit ik nu even niet op te wachten. Ik stap in en rijd een rondje over het schoolplein om er op de goede manier af te komen en zwaai nog maar even naar al die belangstellenden.
    Onderweg let ik vooral even extra op bij Zevenhuizen, de Middelweg. Gistermiddag zag ik een bordje dat deze weg 1 en 2 december afgesloten zou zijn. Dat was me vanaf deze kant nog niet opgevallen. Ook nu ik er op let zie ik nergens een aanduiding. Had ik me dan toch vergist?

    's Avonds terug kijk ik nog een keer en ja, daar staat toch een bordje met die tekst. Heel vreemd dat ze het maar van 1 kant aangeven. Het is immers een best lang eind als je vanaf de andere kant het pas op het laatst ziet.

    De maand zit er weer op en ondanks een lange cursus, toch weer 1351 km er bij. Dat brengt de totaalstand nu op 12900 km. Niet gek!

    December 2005

    Donderdag 1 december 2005

    Ook vandaag niet vroeg op pad. Clara gaat met Jesse naar de dokter en ik mag dus Hidde naar school brengen. Omdat ik daarna meteen door wil fietsen, mag Hidde kiezen: op schoot, of er naast meelopen. Hij kiest eerst het eerste, bedenkt zich en wil er toch naast lopen, maar als de Quest naar buiten gaat, heeft hij een nog mooier idee: hij wil er zelf in zitten en mij laten lopen. Vooruit dan maar. Hij moet wel een beetje uitrekken om te kunnen zien waar we heen sturen, maar het gaat prima, behalve de eerste meters: de afrit af en aan de overkant weer omhoog tikt de voorkant tegen de grond en de temperatuursensor hangt even los. Maar die is zo weer vastgeplakt.
    We lopen zo naar school en Hidde vindt het prachtig. Het is een dependance van de school van Diede, dus nu een hoop andere kinderen die hun ogen uitkijken. Ter plekke stapt Hidde uit en loopt onverstoord naar binnen.
    Zelf stap ik in en ga op weg. Het is koud. De thermometer geeft voor buiten de fiets net boven de twee graden aan, maar gaandeweg zakt die, tot in Vlaardingen net een halve graad boven nul. In de loop van de dag is de temperatuur zelfs nog drie graden lager geweest, zo zie ik op de "min" stand aan het eind van de middag.
    Maar voor het zo ver is, moet ik eerst in Vlaardingen zien te komen. De eerste hindernis is de Middelweg. Is ie nu wel of niet afgesloten? Er waren van deze kant af geen aankondigingen, maar nu staat er wel een hek en een bord "afgesloten". Wie weet kun je er met de fiets wel langs.
    Halverwege rijdt een grote trekker die de slootkanten leeghaalt. Auto's kunnen er inderdaad niet langs, maar om daar nu de weg voor af te sluiten...
    Even later merk ik dat het sloten schoonmaken een geval van "gebruik maken van de situatie" is. Want op het eind wordt er hard gewerkt om de aansluiting met de Rottedijk opnieuw te asfalteren. Er zaten een paar lelijke kuilen in, dus dat is niet verkeerd. Maar wat nu? Terug betekent heel wat kilometers om. Brutaal probeer ik hoever ik kom. En met de hulp van chauffeurs die wat ruimte maken, kan ik er nog langs. Maar of dat vanmiddag lukt?
    Het volgende stuk gaat lekker tot in Rodenrijs. Om het eens te proberen, ga ik nu eens niet over het fietspad naar de rotonde bij het vliegveld, maar over de hoofdweg. De oversteek naast de rotonde is een crime, dus wellicht is dit een mooi alternatief. Op deze tijd blijkt het een goede keuze te zijn, het rijdt vlot door, zonder last van of voor het overige verkeer. Ook de rotonde gaat nu als een zonnetje. Jammer alleen dat op de gewone tijd dit toch nog net geen alternatief is.
    Voorbij het vliegveld blijkt het weer een hindernissendag te zijn. Langs de Matlingeweg over het fietspad gaat eerst lekker, maar dan staat er een grote truck dwars over het pad. Voor zo' n wagen is het niet te doen om voor het fietspad te wachten. Maar het is verbijsterend hoe iedereen maar doorscheurt en niemand door heeft dat het misschien wel aardig is om even in te houden, zodat de truck de weg op kan. Pas na een paar minuten is er een gaatje en kan hij verder en ik dus ook. Dat stilzitten is niet echt fijn als het zo koud is, maar gelukkig kan ik me nu weer warm trappen.

    Op de terugweg wordt de "hindernisbaan" voortgezet. Al in Schiedam op de hoofdweg staat alles vast. Dat gebeurt anders eigenlijk nooit, geen idee wat er aan de hand is, maar ik kan er ook niet langs. Pas als iedereen wat verder is geschuifeld, kan ik de weg af en over de hobbelige parallelweg de rij voorbij. De aansluiting naar het volgende stuk is via een stukje fietspad van 10 meter. Wat echter niet te zien is, is dat er een enorme kuil zit tussen het fietspad en de weg. Opnieuw knalt de Quest met de neus hard tegen de straat. Ik vrees grote scheuren en stop even verder om de boel even te inspecteren. Tot mijn verbazing is de schade niet meer dan wat oppervlakkige krassen en een afgerukte temperatuursensor. Dat laatste merk ik doordat de buitentemperatuur opeens LL.L is...
    Eenmaal op de Rottedijk is het wel spannend: kan ik er langs of niet? Er staan hekken, maar daar kun je langs. Het wegdek is ruw en onafgemaakt, maar... ik fiets er een klein stukje langs, tot ik zie dat je er echt niet langs kunt. Dan maar omkeren en via Oud Verlaat mijn weg zoeken. Vorige keren was ik daar niet echt wild van en toen was het nog bij daglicht. Nu is het nog een stuk vervelender. Een deel van de weg is in een nieuwe wijk in aanbouw. Veel zand, slechte afbakening van de weg en beroerde verlichting. Bij een van de bochten raak ik zelfs met 1 wiel naast de weg. Dat valt vlot te corrigeren, maar leuk is anders. Al met al zit er niet meer in dan de langzaamste rit sinds de beruchte sneeuw begin maart.

    Vrijdag 2 december 2005

    Die afgesloten Middelweg is een crime. Ik kan kiezen om over Waddinxveen / Moerkapelle te rijden, maar de afsluitingen in dat stuk nodigen niet echt uit. En de stukjes over de weg die ik dan wil doen, kan ik aan het eind van deze veelfietsweek niet op het tempo doen dat daar eigenlijk nodig is. Dus ik kies er voor om toch door Rotterdam Noord te gaan. Op de kaart heb ik gekeken hoe ik die wijk in aanbouw kan omzeilen. Over het bruggetje linksaf, langs het water en dan een stuk verder rechtsaf de bestaande wijk in. Langs de bussluis en doorrijden maar. Op een gegeven moment zie ik rechts van me het metrostation in aanbouw, waarvan ik weet dat ik aan de overkant verder moet. Dus afslaan en onder de baan door, om daar te zien dat de boel afgesloten is. Hermetisch afgesloten. Dus omkeren en nog een stukje verder. Via een splinternieuwe rotonde kan ik alsnog naar rechts en ik volg vol enthousiasme deze nieuwe weg, om even later tegen hetzelfde water dood te lopen. Omkeren en terug dan maar. Kaart en werkelijkheid zijn kennelijk even niet on speaking terms.
    Een stuk terug ga ik op de gok opnieuw de wijk in en kom weer bij dat water uit. Een man die met zijn kind in de buggy aan het wandelen is spreek ik aan om te vragen hoe ik toch aan de overkant kom. "Gewoon hier oversteken" wijst hij naar een paadje dat tussen het gras verstopt is. Verbijsterd vraag ik of hij het wel zeker weet, want overal elders loopt het dood en hier zie ik het ook niet echt. Maar hij bevestigd met een lach op zijn gezicht dat het echt kan.
    Inderdaad kom ik zo aan de overkant, vlak bij waar ik gistermiddag even naast de weg terecht kwam. Dat hele alternatieve stuk was dus voor niets geweest.
    Ik volg de weg weer richting de Rotte en pak het brede asfaltfietspad langs het water wanneer ik daar de gelegenheid voor heb. Op een paar veel te haakse bochten na is het heel plezierig fietsen. Jammer dat het niet zo vanzelfsprekend is dat ie ook goed uitkomt. Maar dat heb ik dan nu vastgesteld.
    Aan het einde van het fietspad besluit ik linksaf richting Rotte te gaan en dus meer stadsverkeer en niet via de Pekhuisbrug. Via het Generaal Wilsonpaadje kom ik op de Rottedijk, precies bij de Rottebanbrug. Van deze kant af lijkt hij wel bijna zo op te fietsen te zijn, zou ik dat dan toch doen? Ik probeer het gewoon, maar het bruggetje is te steil om met de ijzige onderlaag omhoog te komen. Ik laat me dus maar weer terugzakken om dan gewoon de Rottedijk te volgen tot de gewone brug. Vandaar af de weg volgen. Stom genoeg neem ik het fietspad omdat ik me wat laat afschrikken door de auto's die er rijden. Het fietspad is van beroerde tegelkwaliteit en erg smal ook, zodat ik geruime tijd achter een 'hard' fietsende scholier blijf hangen. Maar goed, hij doet zijn best en rijdt wel 22 km/h! Bij de rotonde pak ik wel de rijbaan. Het fietspad is hier trouwens afgesloten, net als de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer. Dan kom ik weer uit waar ik ook via het Bergsche Bos terecht kom, alleen blijf ik nu wel op de weg zelf. Met het aflopen vanaf de verhoogde rotonde gaat de snelheid gauw naar 50+. Dus niemand in de weg.
    De rest van de route gaat dan alsvanouds, alleen heeft het zoeken en rondrijden heel wat tijd en een paar km extra gekost. Dit zou wel opnieuw een erg langzame dag kunnen worden.

    Het is een lange (fiets)week geworden als ik me voor de laatste rit in gang zet. Ik wil de schade van deze morgen wat beperken en zet er flink de sokken in. Dat gaat goed tot het bedrijventerrein 's Graveland Noord, op de grens van Schiedam en Rotterdam. Ik draai zoals altijd de Algerastraat in om dan even later een totale wegopbreking te zien die me effectief de weg versperd. Ik kan er voor kiezen om om te draaien en via wat andere straatjes om te rijden, of om uit te stappen, de stenen een beetje uit de weg te ruimen en er dan er langs te lopen. Ook lekker goed voor je gemiddelde...
    Daarna weer flink doortrappen voor een stuk probleemloos rijden. Pekhuisbrug over en richting de Middelweg. Zou ik er weer langs kunnen? Of moet ik weer door Oud Verlaat? De situatie is niet helemaal duidelijk. De hekken zijn er nog wel, maar sluiten niet af. Belijning ontbreekt en het is niet goed te zien of het wegdek nu goed is. Heel voorzichtig draai ik die kant op. Het gaat allemaal goed, al is het ontbreken van de lijnen onhandig. Ook kan ik door het voorzichtige inrijden geen vaart maken van het hellinkje naar beneden. Aan de andere kant, automobilisten zijn er deze keer niet te bekennen en dat is wel fijn.
    Het muntje is nu wel zo'n beetje op en rustig aan kachel ik verder naar huis.

    Maandag 5 december 2005

    We hebben een heerlijk weekend gehad.
    Maar vanmorgen weer met het fietsje op pad.
    Het gaat niet erg vlug
    Niet heen en niet terug
    De weg lijkt wel langer te zijn
    Of zijn mijn wielen te klein?
    Thuis blijkt er wat aan de hand
    Te weinig lucht in elke band
    Rechts zit maar vier bar van de zeven
    Dus daar pompen we dan maar even
    Links is de band echt boter zacht
    En dat met telkens zo'n hele vracht
    Ik moet er pompen vanaf een bar of drie
    Dat gaat toch nog vlot en zie
    Morgen kan ik vast weer snel
    Zo, dat zien we dan wel!

    Dinsdag 6 december 2005

    't Gaat weer super met opgepompte banden!

    Woensdag 7 december 2005

    Alweer naar Wageningen. Best hard doorgefietst heen, ondanks de regenbuien die ik van tijd tot tijd op mijn dak krijg. Half zeven van huis vertrokken betekent veel minder auto's op de Lekdijk tot Nieuwegein. Maar ook veel langer in het donker rijden. Ondanks het niet zo beste weer met bijna 34 gemiddeld aangekomen. Zeer licht windje mee.

    Terug heb ik het gevoel dat die wind van 's morgens mee, nu heel wat meer tegen staat. Het fietsen gaat moeizaam. Bij Nieuwegein is het muntje eigenlijk op, maar ik moet nog 30 km. Mijn gemiddelde zakt steeds verder richting 30 en ik ben niet meer vooruit te branden. Doodop kom ik thuis en zie tot mijn verrassing dat ik twee kilometer "extra" heb gefietst. Zou mijn linker voorband dan... Jawel, hij is boterzacht, er zit nog net 2.5 bar lucht in. Geen wonder dat het zo moeizaam ging. Had ik nu maar onderweg gepompt, dan was ik 15 a 20 minuten sneller thuis geweest (en minder vermoeid).

    Donderdag 8 december 2005

    In plaats van steeds oppompen, vervang ik de linker voorband maar even voor ik vertrek. Ik merk dat er ook een spaak gebroken is. Dat vermoedde ik al, want soms in scherpe bochten miste de km-teller een tikkie, waardoor de snelheid even onwaarschijnlijk laag was. Nou ja, dat zal ik binnenkort maar even verhelpen.
    Met weer goede druk in de banden is het stukken beter fietsen. Maar helaas zijn er dan weer allemaal lieden die iets weten te verzinnen om je goede gang teniet te doen.
    Net buiten Gouda, staat pontificaal op het fietspad een of ander 'werkautootje'. Precies naast een parkeerplaats. De vraag is natuurlijk waarom hij niet op het parkeerplaatsje stond en het fietspad vrij liet. Maar gelukkig kan ik voor het autootje die parkeerplaats op, om er voorbij te gaan. Maar dan weer terug. Er ligt een betonnen rand voor het grootste gedeelte. Langzaam sukkel ik over de parkeerplaats, op zoek naar de plek om weer terug te kunnen. Daar is de betonnenrand verdwenen en is er alleen een strookje gras tussen P en fietspad. Terugsturen maar, om te ontdekken dat er een verborgen rand of kuil zit. Ik ga heel woest heen en weer, maar gelukkig blijft de boel overeind. Anders had ik nu een Koe-est met schaafvlekken gehad. Het rechter voorwiel maakt wel een wat raar geluid, maar wat later merk ik er niets meer van. Wel binnenkort even controleren.
    Ik ben net weer goed en wel op gang, staat er een Rijkswaterstaatwagen midden op het fietspad. En hier geen uitwijkmogelijkheid. Die bak staat met volle lichten aan me een beetje te verblinden. Ik stop en toeter naar de mannen die verderop in het gras gaan. Eentje sjokt naar de wagen en rijdt hem wat aan de kant. De ander loopt richting fietspad. Ik zeg nog dat die lichten wel erg verblinden, zo midden op het fietspad. "ja, dat doen ze wel." Ik ga nog even door en zeg dat ze hun auto ook wel meteen aan de kant hadden kunnen zetten. "Inderdaad, dat had gekund."
    Ik heb verder maar niets gezegd, maar je kunt raden hoe ik over ze dacht. Slechts anderhalve kilometer verder merk ik dat er gelukkig ook mensen zijn die wel nadenken en kijken. Vanuit een weiland, waar grondwerkzaamheden worden verricht, komt een joekel van een trekker, met een enorme kiepkar aanrijden. Hij moet het fietspad over om op de weg te komen. Maar al van verre heeft hij mij in de gaten en blijft rustig en duidelijk wachten tot ik voorbij ben. Dankjewel denk ik, en steek mijn hand op. Een gebaar dat vriendelijk beantwoord wordt. Zo kan het dus ook!

    Maandag 12 december 2005

    Het is echt het donkerste stukje van het jaar geworden. Over drie weken zullen de dagen al weer langer gaan worden, dus de komende zes zijn de korste in een jaar tijd. Dat betekent vrijwel de hele heen- en terugweg in het donker rijden. Nadeel is dat je dingen zelf minder goed ziet, voordeel is dat je als verkeersdeelnemer allemaal tot een lichtpuntje wordt gereduceerd.
    Voordeel? Jawel, want dat haalt de vooroordelen eruit.
    Een mevrouw in een klein rood autootje heeft waarschijnlijk gisteravond naar "Alleen op de Wereld" gekeken. Niet gehinderd door enig vooruitzien of verkeersinzicht, gaat ze me op de A20-parallelweg inhalen vlak voordat er tegenliggers aankomen. Ze moet echter zelf vlak daarna linksaf en moet dus inhouden voor deze tegenliggers. Mag ik dus ook gaan stilstaan. Was het nou echt nodig om mij vlak daarvoor nog even snel in te halen?
    Van een iets minder botte 'alleen op de wereld' gedachte is de kudde scholieren die zich op de Pekhuisbrug verzameld. Kennelijk is dit de plek waar ze op elkaar wachten om gezamenlijk verder naar school te gaan. Precies midden, bovenop de brug heb je natuurlijk het beste zicht op wie er nog komen moet. Alleen jammer dat anderen er dan niet meer door kunnen. Gelukkig hebben ze het snel in de gaten en maken alsnog ruimte.
    In het puntje van Schiedam (of is dat nu weer net Rotterdam NW?) is het straatje nog steeds afgesloten. Het stuk eromheen is een heel slecht stukkie met kuilen en hobbels en beroerd liggende klinkers. Ik bedenk me vanmorgen dat we nog een alternatief hadden, tenminste, voor in de ochtend. Langs de Matlingeweg rechtdoor en dan bij het verkeerslicht rechtsaf. Dat kan lang wachten zijn, maar vandaag is het licht net op groen gegaan als ik eraan kom. Een goede keuze dus. De rest van de week zal ik hier ook 's morgens maar langs gaan.

    Dinsdag 13 december 2005

    Het is onze trouwdag vandaag! Maar iedereen heeft een volle agenda, dus het feest beperkt zich tot vanavond de wereldberoemde Kaarsjesavond in Gouda te bezoeken, net als onze koningin.
    Ik mag eerst nog een dagje werken en op weg daarheen, alweer op de A20 parallel, blijf ik halverwege steken achter een grote trekker die met ca 20 km/h doortuft. Auto's kunnen er niet voorbij, maar die haal ik 1 voor 1 in als er even geen tegenliggers zijn. Ook de trekker kan ik zo inhalen en daarna heb ik heerlijk vrij baan. Handig, als je zo smal bent!

    Donderdag 15 december 2005

    Dinsdagavond kaarsjesavond, gisteravond bestuursvergadering van de Vereniging van Huiseigenaren in ons buurtje, vanavond redactievergadering van Ligfiets& en morgenavond van het werk een (kerst)uitje. Vanavond is dat in Rotterdam, om zeven uur, dus heeft het geen zin om eerst naar huis te gaan. Iets later vertrekken kan wel, maar niet te veel, want ik heb afspraken staan deze ochtend.
    Remkabel los...
    Met het vele fietsen vorige en deze week, de drukke avonden en het extra werk aan de zolder in het weekend, zijn mijn benen best wel moe en wil ik rustig aan fietsen. Dat is maar goed ook, want mijn remmen hebben kuren. De linker voorrem blijft weer hangen van tijd tot tijd, maar als dat weer ophoudt, lijkt het alsof ik nog maar met halve kracht rem! Na 12 km begint er bovendien iets ernstig te ratelen vooronder en ik stop snel om de fiets op z'n kant in het gras te zetten. Waar ik al bang voor was blijkt waar te zijn: mijn remkabel is losgeschoten. Met het nodige gepiel krijg ik de boel weer in elkaar, maar daarna kan ik het stukje klitteband van het binnenlampje niet meer vinden. Dat lampje was heel handig om de boel in de wielkast bij te lichten, maar ergens is het klittebandje in het gras gewaaid en niet meer terug te vinden.
    Ik kijk nog in mijn tasje en mijn gereedschapsbundeltje naar een tie-wrappie om de remkabel te borgen, maar kan er geen vinden. Dan maar hopen dat hij blijft zitten tot ik vanavond weer thuis ben.
    Stilstaan bij volle snelheid Als ik weer op gang kom, blijkt dat ik waarschijnlijk de km-teller heb verschoven, want ook als ik weer terug op volle snelheid ben, geeft deze nog steeds nul km aan. Nu ben ik een echte getallen- en meet-freak, dus dit zint me niets. Maar met de tijd die het me gekost heeft om de remkabel weer te monteren, moet ik maar niet meteen weer stoppen om dit op te lossen.
    Een paar km verder blijkt hij het toch weer te doen. En dan weer niet, of half, of driekwart. Kortom, er komen weer cijfertjes te staan, maar regelmatig wordt het spaakmagneetje even niet gezien en schiet de virtuele snelheid weer omlaag. Niet alleen is dit niet leuk (ik verlies vandaag virtueel zo'n 15 km) maar ook nog eens lastig, omdat ik de snelheid altijd gebruik om in de gaten te houden of ik wel op tijd zal zijn.
    Maar mijn pech voor deze ochtend is nog niet op, nog lang niet.
    15 Km nadat ik mijn remkabel heb vastgemaakt, blijkt hij er al weer af te liggen. Meteen leg ik Kwessie weer op haar zij en begin ik weer te prutten om het weer goed te krijgen. Dan kan ik meteen ook even naar de km-teller kijken, die echter goed op z'n plek lijkt te zitten. Ik snap er even helemaal niets van.
    Met de rem weer gemonteerd vertrek ik weer voor wat ik hoop de laatste etappe. Maar nee, pas nadat ik een lekke band heb gekregen is mijn pech voor deze ochtend op. Rechts gaat de band plat en als ik hem heb vervangen, besluit ik dat deze waarschijnlijk niet weer teruggaat. Het loopvlak is nog niet op, maar zo bezaaid met gaatjes en scheurtjes, dat het vragen is om vlot weer lek te rijden om hem er weer op te doen. Als reserveband kan hij echter nog wel mee, nadat ik de twee gaatjes in de loop van de dag heb geplakt. Ik had overigens nog 2 minuten over voor mijn afspraak toen ik binnen was...
    In het begin van de avond ga ik nog even het remkabeltje borgen voor ik naar de Redactie fiets. Maar het tie-wrappie dat ik heb trek ik te snel te strak en dan past het al niet meer. Extra voorzichtig blijven dus.
    Omdat de vergadering in Rotterdam zelf is, een iets aangepaste route. Maar dan blijkt weer eens hoe slecht plattegronden kunnen zijn. Door een buurtje kom ik via een leuk fietspaadje langs water bij een bruggetje. Haaks op de weg en steil en smal ook nog! Ik moet twee keer steken voor ik er goed voor sta. Met de kleinste versnelling kom ik omhoog, maar bovenaan knijp ik hard in mijn rem, want aan de andere kant hebben ze 'leuk' weer van die dwarshekjes staan! Kan ik daar wel langs?
    Terwijl ik de kaart bestudeer komt een mevrouw lopend met haar fiets langs. Wat een ontzettend leuk ding! roept ze uit, waarna ze me hulp aanbiedt om verder te komen. Die neem ik wel aan, want wellicht moet er getild worden om die hekjes te passeren. Dat blijkt mee te vallen: als je dichterbij komt zie je dat ze toch iets verder van elkaar staan dan hoe het er van boven uitzag. Maar fietsend was het zeker niet gelukt.
    Onderaan moet ik nog steeds even uitdokteren hoe ik nu verder moet. Alweer hoor ik Wat een ontzettend leuk ding!. Deze keer is het een man die zijn hond aan het uitlaten is. Ik was vlak voor hem het fietspad langs het water opgedraaid en toen zag hij me al (gek he!). Hij vraagt of ik toerist hier ben, maar als ik uitleg waar ik wel naar op weg ben, legt hij me uit hoe ik moet fietsen. Wat ik op de kaart had bedacht blijkt of niet te bestaan of afgesloten te zijn. Maar met de tips die hij geeft ben ik toch nog (bijna) op tijd op de vergadering.
    Na de vergadering fiets ik een klein stukje gelijk op met Michiel Nieuwstraten in zijn Mango nr. 3. Hij weet hoe ik het eerste - en slechtste - stukje Rottedijk kan omzeilen om pas bij de Irenebrug de Rotte te volgen. Zigzaggend over tramrails en langs werkzaamheden zoeven we door nachtelijk Rotterdam. Lekker en het sluit goed aan, zodat ik vlot thuis kom.

    Vrijdag 16 december 2005

    Op weg naar Vlaardingen merk ik dat het remmen weer sponzig is en ik vermoed dat de remkabel opnieuw is losgeschoten. Ik heb geen zin om in het miezerige weer te gaan prutten en rij heel bewust en rustig verder. Juist in Vlaardingen als ik aangekomen ben, begint hij in de spaken te ratelen. In de lunchpauze pak ik het probleem nu beter aan: ik heb voor de zekerheid vier tie-wraps bij me. Dan blijkt 1 genoeg om het kabeltje nu wel goed vast te zetten. Nadien doet de teller het ook weer goed. Ik heb geen idee hoe die dingen met elkaar te maken hadden, maar ben gewoon blij dat het weer werkt.
    's Middags is er een kerstuitje van mijn werk. Eerst naar Nolet een van de twee overgebleven jeneverstokerijen in Schiedam. Voor een rondleiding en een halve liter originele Ketel 1 jenever. Ik drink het niet, maar het is een leuk aandenken.
    Daarna gaan we karten in Poeldijk. 10 minuten rondjes rijden met je voet op een gaspedaal. Dan lijkt racen op de hurricane op zo'n baan me interessanter. Ik ben veel te fietsbewust, dus niet vol gas en vol in de remmen en eindig redelijk achteraan in het klassement. Geen nood, wel lol.
    Via een stop op het werk gaan we bij een collega in Spijkenisse eten. Ik haal eerst mijn fiets op en mag dan mijn weg naar Spijkenisse zoeken. Tot in de Beneluxtunnel ken ik het wel, dus dat gaat prima. Deze tunnel ga je via een lift in. Daarvoor hoef ik mijn Quest niet eens uit: op knopje drukken: lift komt en gaat open. Even doorrijden (past netjes) en op knopje beneden drukken. Lift gaat naar beneden en daar kun je aan de andere kant er zo uit. Mooi wegdek, licht aflopend en gegarandeerd geen afslagen: even aanzetten en je zit op 62 km/h! Daarmee ben je zo ook weer aan de andere kant, waar je op dezelfde manier met de lift naar boven gaat.
    Bij het uitkomen van de lift staat een brommer een beetje in de weg. Ook is de uitdraaibocht een beetje krap. Maar met wat steken en goede zin kom ik er wel weg en draai het fietspad op, op weg naar Spijkenisse. Denk ik.
    Ik rijd een kilometertje door en kom op een onduidelijk kruispunt. Geen richtingaanwijzers. Wel een wandelaar, die echter niet goed weet welke kant Spijkenisse op is. Ik gok en rijd de ene kant op, waarna ik even later in bebouwing kom. Ik schat dat het Hoogvliet is, maar het blijkt Pernis-dorp te zijn. Met nog twee keer vragen kom ik uiteindelijk wel de goeie kant op. Dan volg ik een op zich prachtig en snel fietspad, maar omdat ik niet weet waar ik er eventueel af moet, kan ik bij elke afslag in de remmen om op de bordjes te kijken. Uiteindelijk kom ik alsnog in Hoogvliet en vandaar naar de brug richting Spijkenisse. Deze hefbrug staat echter open en ik kan geruime tijd van de langsvarende schepen genieten.
    Als ik weer door kan, is er een brommertje achter me, dat er niet meteen langs kan, omdat het te smal is. Maar het loopt hier ook af en in no-time loop ik flink weg. Helaas is onderaan een kruispunt waar ik af moet slaan. De brommer komt naast me staan en de twee mensen erop zijn vol bewondering voor dat snelle ding. Ze vragen wel drie keer of er echt geen motertje in zit!
    Vanaf dit punt is de Maasboulevard snel gevonden en Kwessie wordt op stal, pardon, in de garage gezet.
    Gedurende de avond kan ik verschillende keren naar beneden omdat sommige collegae of hun echtgenoten die bijzondere fiets nu wel eens in het echt willen zien! Dat kan natuurlijk.
    Na een gezellige avond is het tijd om weer op huis aan te gaan. Het weer nodigt niet echt uit: wel wind, maar ook buien, waarvan sommige met zeer heftige hagel! Als er net zo'n bui aankomt, ga ik nog eens op de kaart kijken hoe ik nu verkeerd gegaan ben (dat blijkt al direct bij het uitkomen van de tunnel geweest te zijn!) en hoe ik nu soepel terug kan komen.
    Onder een heldere hemel vertrek ik en vorder vlot: van Spijkenisse naar Hoogvliet, richting de McDonalds langs de A15. Dan vlak voor de A15 het fietspad rechtsaf. Dat blijkt verkeerd, het had een weggetje 20 meter daarvoor moeten zijn. Dat merk ik als het smalle fietspad onder dat weggetje doorgaat en het weggetje wel en ik niet aan de overkant van de A15 kom. Terug in de bebouwde kom draai ik eerst een blokje in de rondte, voor ik het viaduct zie waarmee ik alsnog over kan steken. Vanaf dat moment is het eenvoudig doorrijden naar de tunnel.
    Deze keer probeer ik eens hoe snel je kunt zijn als je echt je best doet in de tunnel: 69 km/h!
    Vanaf de andere kant is het nog een klein stukje voor ik mijn vertrouwde thuisroute oppik, op een ongewoon tijdstip. Wel lekker rustig!
    Ik merk weer dat buien en heftige wind vaak samengaan: fietsend langs Zestienhoven voel ik plotseling heftig rukken aan mijn fiets. Tegelijk wordt het wit buiten en komt er een stevige hagelbui langs. De remedie is het tempo wat laten zakken, net als mezelf.
    Verderop krijg ik nog een paar keer zo'n bui, waarvan de hagel nog kans ziet door het kleine kiertje tussen kap en pet tegen mijn gezicht aan te komen en dat doet zeer. Tussen Nieuwerkerk en Moordrecht is een bui zo heftig dat ik in mijn remmen knijp en stil ga staan tot het over is. Dan is mijn muntje ook wel een beetje op en rustig kachel ik het laatste stuk naar huis. De teller en de remmen hebben zich verder prima gedragen.

    Maandag 19 december 2005

    De kortste week van het jaar. Wat daglicht betreft dan. Op tijd weg lukt echter niet, want de magnetron begeeft het nog voor ik pap kan zeggen, ik bedoel, pap kan maken. Gelukkig hebben we er nog eentje, maar die moet ik dan wel eerst uit de schuur halen. Die dingen zijn best zwaar en voor hij goed en wel op z'n plek staat, is er al weer heel wat tijd voorbij. De ochtendrit kan dus voor een aardig deel bij daglicht.
    De avondrit begint stroef. Ik denk eerst nog dat mijn benen toch nog last hebben, maar als ik ook de eerste drie bochten door dweil in plaats van snijd, is het duidelijk: alweer een lekke band. Links voor deze keer. Fiets op z'n kant en band verwisselen en daarna met het handpompje op druk brengen (dat is dan ongeveer 4 bar, maar veel beter dan plat). Ik stap weer in en dat rijdt inderdaad een stuk beter. Een kwartiertje later bel ik Clara even op om te melden hoeveel te laat ik thuis zal zijn, zodat ze zich niet ongerust zal maken. Maar ik had beter nog even kunnen wachten, want 15 km verder is het al weer raak: opnieuw is mijn linker voorband lek! Ik denk dat dit komt omdat het de band is die eigenlijk rechts voor al afgeschreven was en waar een pas geplakte binnenband in zit. Ik heb echter geen binnenbanden meer over en zal dus moeten plakken. Dat lukt gelukkig nog (solutie wil soms heel slecht plakken als het rond of onder nul graden is). Nog later dan verwacht kom ik thuis.
    Met lekke banden rijden is heel vermoeiend, vooral omdat je het in de Quest niet eens meteen merkt, behalve dus doordat het zwaarder trapt. Ik ben best moe en vind het helemaal niet erg dat ik morgen met de trein moet, om 's middags naar Den Haag te gaan en vandaar weer naar huis.

    Woensdag 21 december 2005

    Een week geleden stond mijn totaal aantal lekke banden voor dit jaar nog op 5. Dat betekent 1 lekke band per 2800 km. Maar ik doe kennelijk iets fout, want vanmorgen opnieuw gaat mijn linker voorband plat, binnen vijf kilometer van huis. Ik denk wat lelijke dingen, vooral als ik merk dat ik mijn plakspullen thuis heb liggen. Ik heb toevallig wel de goeie pomp bij me, dus na het verwisselen van de reserveband kan hij weer goed op druk.
    In het begin is het windstil en kan ik heerlijk doorfietsen, maar gaandeweg neemt de wind toe en de snelheid af. Toch nog met een redelijke tijd heen.
    's Middags ga ik eindelijk weer eens op tijd op weg naar huis. De wind is nog verder aangetrokken en zit in de goede hoek: ZW. Zou ik dan eindelijk weer eens een echt snelle rit kunnen maken? Het lijkt erop, tot ik bij Bergschenhoek de rotonde wil nemen. Ik kom tussen de auto's die maar heel langzaam de laatste 50 meter naar de rotonde rijden. Daarna kan ik weer vlot verder en over de Middelweg rijd ik bijna de hele weg 50-plus, met een top van 61. Dat had ik net zo goed niet kunnen doen, want op het volgende stukje weg is een vrachtwagen moeizaam aan het achteruit rijden, daarmee alles en iedereen blokkerend. Opnieuw alleen maar heel langzaam erachteraan tuffen. Als hij even stopt, kan ik er voorbij om weer door te rijden.
    M'n gemiddelde is wat gezakt, maar ik ga het meteen weer omhoog jagen en ik zoef richting A20 en er onderdoor. Vervolgens de parallelweg richting Moordrecht ook in razende vaart. Even vertraging bij die nieuwe rotonde (wat een draak van een ding hebben ze daarvan gemaakt) en hop weer in gang op het fietspad, het laatste stukje richting Gouda.
    Ook dat gaat lekker, alleen duurt dat maar anderhalve kilometer en ik moet er nog ruim negen. Opnieuw voel ik de rolweerstand met sprongen toenemen en ik weet het wel: opnieuw een lekke band. Maar ja, ik heb geen plakspullen en geen reserveband meer. De laatste 8 km moet ik dus met 1 lekke voorband rijden. De snelheid ligt beduidend lager, dat is geen verrassing. En mijn humeur wordt er ook niet beter op. Het kan geen toeval zijn! Er is verraad in het spel....
    Moe en met een ingezakt gemiddelde kom ik thuis.
    Als ik met Jesse naar boogschieten ga, neem ik een hele zooi binnen- en buitenbanden mee, zodat ik weer een heel stel reserves heb. Met vijf goede banden kom ik weer thuis en inspecteer ik mijn linker voorwiel. Dat was het wiel met de gebroken spaak.
    Naast een gebroken spaak, zitten ook alle spaken behoorlijk los. Dat geeft ruimte voor beweging en het velglint blijkt op meerdere punten door te zijn. Het is al geen verrassing meer, want hoewel ze in verschillende buitenbanden hebben gezeten, hebben al die banden hun lek op precies dezelfde plek. Wat heb je aan een band met een goede anti-leklaag, als de lekken van binnenuit komen??
    Ik besteed er een half uurtje aan om alle spaken weer goed op spanning te brengen zonder een slalomwiel over te houden. Eerst elke spaak een halve slag aandraaien, dan elke spaak een kwartslag en dan nogmaals elke spaak een halve slag. Tussendoor steeds controleren of het wiel nog wel recht is (ja dus). Dan staan alle spaken weer strak en haal ik het velglint eraf. Tussen al mijn "zooi" heb ik nog een linnen velglint (20") liggen en dat gaat nu om het wiel. Dan weer een band eromheen en goed oppompen. En nu maar vingers gekruisd dat ik van de ellende af ben, want ik wil de 1400 km per lek weer terug naar boven de 2000!

    Donderdag 22 december 2005: laatste werkdag van het jaar en remmen?????

    Het zou een vlotte rit mogen worden, want na vandaag heb ik bijna een week fietsrust voor de oliebollentocht me een nieuw dagrecord per ligfiets gaat opleveren. Maar voor het zover is...
    Ik ben vlot weg en met een flinke gang ga ik op de Julianasluis aan. Over de dijk en dan licht aflopend voor de T-kruising waarbij ik linksaf de sluis over ga. Maar als ik mijn remmen licht aantrek om al iets vaart te minderen, merk ik dat ze helemaal niets doen! Ik knijp als een gek maar vertraag nauwelijks. In een fractie van een seconde heb ik mijn voeten losgeklikt en steek ze door de voetengaten om dan maar een voetenrem te gebruiken. Lelijke woorden schieten door mijn hoofd terwijl ik probeer zoveel mogelijk te remmen, koers te houden en toch niet mijn voeten onder mijn Quest te laten schieten, waardoor mijn achillespezen wel eens een forse tik zouden kunnen krijgen. Ik heb kennelijk nog snel genoeg gereageerd, want met half het fietspad opdraaien kom ik net voor de best wel drukke weg tot stilstand. Met bonzend hart stap ik uit, keer de Quest en loop een tiental meters terug, waar mijn fiets mooi in het gras kan liggen. Ik snap direct wat er aan de hand is: ook mijn rechterrem is nu losgeschoten. En dat was degene die me de meeste remkracht gaf. Naar nu blijkt remt mijn linkerwiel echt voor geen meter. Daar moet dus snel wat aan gedaan worden. Gelukkig heb ik nog een tie-wrappie bij me en kan ik de rem wel meteen borgen. Dan kan ik weer op weg, maar het lekkere gevoel van er een vlotte rit van maken is wel weg.
    's Middags gaat het gelukkig weer een stukje beter en ik kan mijn forensverkeer 2005 met een lekkere rit naar huis besluiten.

    Vrijdag 23 december 2005

    Dat akkefietje met mijn rem zint me niets en ik haal de linker voorpoot maar weer onder de Quest vandaan. Bij het openmaken van de rem blijkt dat deze vol drab en smurrie zit. Een vervelend maar uiterst noodzakelijk karweitje. Ik doe het allemaal zorgvuldig en het verschil is dramatisch! Er zit weer power in de rem.

    Dinsdag 27 december 2005

    Als ik toch bezig ben, kan ik netzogoed ook het andere wiel even doen. Daar blijkt de rem vrijwel schoon te zijn van binnen. Gek eigenlijk: de rechterband loopt veel meer sneetjes op, maar de linkerrem loopt vol met vocht. Nou ja, nu zijn ze beide weer in topconditie. Klaar voor de oliebollentocht van morgen (en de rit van en naar Wageningen er bij).

    Woensdag 28 december 2005: oliebollentocht

    Ik ben er helemaal klaar voor: mijn eerste 200-plusser per ligfiets. Het verzamelen in Wageningen is tussen 10 en 11, dus ik vertrek even na half acht, dan zou ik iets na tienen in Wageningen moeten kunnen zijn en toch nog drie kwartier speling hebben voor eventuele pech.
    Het is te merken dat het de week tussen Kerst en Oud-en-Nieuw is: veel minder verkeer en dus ook op de Lekdijk richting IJsselstein weinig hinder van auto's. De lucht is droog en koud, de hele rit komt de buitentemperatuur niet hoger dan min twee, meestal nog wat lager. De wind is niet hard, maar vanuit NO wel de hele rit tegen. Dat merk je wel. Gelukkig helpt de droge lucht om het zicht op en top te houden.
    Al snel merk ik dat de drie kwartier die ik later vertrokken ben vergeleken met andere tochtjes naar Wageningen, veel daglicht- fietsen oplevert. Al snel breekt de schemer door en wordt het lichter. Met een snelheid van midden 30 fiets ik over de Lekdijk, ondertussen genietend van de top-2000 die Radio-2 uitzend.
    Ik ga nu eens kijken hoeveel het nou echt scheelt, dat wegdek dat de gemeente Houten op de Lekdijk heeft gelegd. Het is een stuk van ca 16 kilometer en merkbaar trager. Terwijl mijn hartslag over de hele rit vrijwel constant is, ligt op dit stuk mijn snelheid meerdere kilometers per uur lager. Als je het uitrekent, merk je dat het ruwe wegdek meerdere minuten kost en dat is jammer, want eigenlijk helemaal niet nodig.
    Door Rhenen gaat lekker vlot, over de rijbaan. Bij een rotonde denkt een auto bij het afrijden ervan me gauw te kunnen passeren, maar hij bedenkt zich nog op tijd. Op dit stuk rijd je met je auto toch niet harder dan ik in mijn fiets, dus waarom zou je er voorbij moeten?
    Even later nog twee dubieuze momenten bij het afdalen van de Grebbeberg. Hoewel de weg mooi droog is vandaag, houd ik de snelheid binnen de perken. Een verstandig besluit, zo blijkt, want net op het steilste stukje, in de bocht, staat een auto stil om linksaf te slaan. Even later nog zoiets, maar dan vanaf de andere kant: een brommobiel komt van links de weg opdraaien, terwijl ik daar juist aankom. Gelukkig komen er geen tegenliggers aan en kan ik er daarom mooi omheen sturen. Anders had ik vol in de ankers gemogen. Het volgende stuk weg rijdt strak door en normaal zou die brommobiel snel uit mijn spiegel moeten verdwijnen. Maar nee, deze heeft kennelijk een ontheffing op de maximumsnelheid van 45 km/h en weet me ongeveer bij te houden. Even voor het binnenkomen van Wageningen ga ik het fietspad op. Juist dan zie ik voor me een Mango rijden, die het industrieterrein opgaat. Die bocht maak ik ook en binnen twee-en-half uur fietsen ben ik bij het verzamelpunt.
    De tocht zelf zal ik verslaan in het blad Ligfiets&
    Ik had bij Velomobiel.nl drie nieuwe binnen- en buitenbanden besteld, samen met wat spaken. Als die allemaal op mijn fiets liggen, heb ik opeens heel veel interesse van mensen die "wel graag bij mij in de buurt willen fietsen". Gelukkig heb ik ze nu nog niet nodig.
    Na een gezellige dag is het al weer donker voor ik de terugweg begin. Ondertussen heb ik al 145 km gefietst en ik ben benieuwd hoever ik kom. Dat is best een heel eind. Het fietsen gaat probleemloos, al is de wind gaan liggen, zodat ik hem niet mee heb zoals ik hem 's morgens tegen had. Bij Tull en 't Waal ga ik al de dijk af en dat gaat eigenlijk wel mooi, het laatste stukje asfalt voor de Beatrixsluis van Nieuwegein. Vlak daarvoor waait mijn pet af, wanneer ik wat onhandig met mijn drinkfles in de weer ben. Natuurlijk net als er een tegenligger aankomt (of gewoon een 'tegen' zoals in de tocht veel te horen was). Het keren haalt het ritme er net genoeg uit om het niet vlot meer terug te krijgen. Geen wonder, ik zit al richting de 200 km.
    Nieuwegein door wil ook niet echt vlotten, maar daarna op de dijk gaat het weer heel aardig, langs de N210 door het mooie wegdek zelfs weer heel vlot. Maar bij Schoonhoven gekomen is het muntje zo ongeveer op. Elke bocht duurt het langer voor ik weer op tempo ben en juist hier zijn er een heel stel achter elkaar. Langs de Vlist gaat het lampje verder uit. Steken in mijn rechterdij vertellen me dat de extra inspanningen tijdens de oliebollentocht (...) een fractie te veel zijn geweest. Gelukkig is het pas in de buurt van Haastrecht dat het tempo echt in zakt. Dat is natuurlijk de verdienste van de fiets, die bij matige inspanning nog een heel behoorlijk tempo toelaat. De laatste 6 km gaan op het tandvlees, maar toch nog binnen alleszins acceptabele tijd ben ik weer thuis. Een prachtig dagje met een dagtotaal van 226 km. Een nieuwe langste ligfietsafstand voor mij. En de op twee na langste fietsrit voor mij ooit, na Rondje IJsselmeer (1988, 335 km) en Purmerend - Maastricht (250 km, ook ruim 15 jaar geleden.
    Voor de oliebollentocht ga ik eerst een verslag schrijven voor ons blad Ligfiets&, waar ik ook de mooiste foto's voor uitzoek. Daarna komt het verslag van deze dag ook hier (en de rest van de foto's).
    De foto's die in ieder geval niet in Ligfiets& worden opgenomen, kun je via de knop fotoo's hiernaast vinden.

    Zaterdag 31 december 2005

    Er komen nog een paar boodschappenkilometertjes bij in deze laatste dagen. Dan sluit ik 2005 af met een totaalstand van 14510 km, waarvan 1608 in december.

    Januari 2006

    Zondag 1 januari 2006: Gelukkig nieuwjaar!

    En dat we maar veel fijne ritten en weinig lekke banden mogen hebben.

    Donderdag 5 januari 2006: bouwmarkt

    Deze kerstvakantie besteed ik grotendeels aan het klussen in huis: op zolder maken we twee kamers en een stook/washok. De muurtjes zijn met hulp van zwager Paul opgetrokken en vriend Wouter is uit Purmerend overgekomen om met de aanleg van de elektra te helpen. De balken voor het plafond liggen ook op hun plek en voor een groot deel zijn de schrootjes die het plafond gaan vormen ook al geplaatst. Maar als ik toe ben aan het laatste stuk merk ik dat ik toch tekort heb ingekocht. Ik schat dat ik nog drie pakken van 5 schroten van 2 meter nodig heb, samen met nog een paar bussen PUR en wat ijzerwerk.
    Nu heb ik al wat vaker dingen van ca 2 meter lengte met de Quest gehaald, dus ik denk dat dit ook wel kan. Eerst even langs de molen voor 5 kilo meel en wat pompoenpitten en dan door naar de Gamma. Daar blijken de pakken schroten niet 2 meter, maar 2 meter 10 te zijn. En als ik het eerste pak in de fiets probeer te stoppen, lukt dat met geen mogelijkheid. Immers, die andere dingen waren flexibel en die stak ik door het instapgat naar voren, door het voetengat weer naar buiten tot de achterkant er ook in was en trok dan het object weer terug. Daarvoor is enig buigen noodzakelijk. En als je eens geprobeerd hebt om een pak schroten te buigen, dan weet je dat dat niet gaat.
    Daar sta je dan, met drie pakken schroten, een prachtige fiets, maar ze willen niet samen op weg. Ik overweeg eerst om dan de pakken maar zo naast me te stoppen en aan alle kanten uit te laten steken, maar dat spreekt me niet erg aan. Dan maar rigoureus aanpakken: plastic eraf en van een pak 5 losse planken maken. Want die zijn wel flexibel. Alleen jammer dat met elke schroot die je in je fiets propt, er minder manouvreerruimte voor de volgende overblijft.
    Met de nodige moeite weet ik 8 schroten rechts en 7 schroten links te stoppen. Er blijft nog een miezerig plekje over om te gaan zitten, maar ik probeer het toch maar. Het plekje is te smal om goed te zitten, mijn heupen zijn te breed (!) en ik moet scheef gaan zitten om het te laten passen. Het fietst niet ideaal, maar dat geeft niet: ik heb ze mee!
    Thuis plop ik eerst zelf uit mijn fiets en haal dan de schrootjes los. Gelukkig gaat dat een heel stuk makkelijker.
    Mission completed.

    Zaterdag 7 januari 2006: retourtje Purmerend

    Al zolang ik in Gouda woon, nu ruim een jaar dus, wil ik al eens op en neer naar Purmerend fietsen. Daar hebben we familie, vrienden en kennissen genoeg om een reden te vinden, maar het kwam er nog niet eerder van. Vandaag wel dus. Schoonzus Inga viert haar verjaardag en dat is reden genoeg om naar Purmerend te komen. Clara neemt de kinderen en mijn kleren mee in de auto en ik vertrek per fiets. Dan kan ik eerst nog eens bij mijn oude fietsenmaker Piet de Jongh langs. Even mijn fiets showen, wat bijpraten en de hoognodige nieuwe fietskleren kopen.
    De route is heel simpel. Eerst naar Breukelen fietsen, dat stuk ken ik al van mijn bezoek aan Frans Grotepass (zie weblog augustus 2005). Daar linksaf, langs het Amsterdam-Rijn-kanaal tot in Amsterdam bij de Schellingwouderbrug. Vanaf dat punt zit ik op mijn oude forensroute Amsterdam-Purmerend en is het helemaal een eitje. Vooraf geschat ca 75-80 km.
    Het eerste stuk langs de Reeuwijkse plassen richting Woerden gaat lekker. Het is fris maar prachtig weer. Net voorbij Driebruggen op het smalle slingerweggetje richting Woerden kom ik opeens in een bocht een paard tegen. Ik ben al zo dichtbij en nog in volle vaart, dat langzaam passeren uitgesloten is. Dan maar stevig aanzetten en zorgen zo snel voorbij te zijn dat het paard er geen erg in heeft wat er eigenlijk langs kwam. Op het moment van passeren schrikt het paard wel wat, maar in mijn spiegel zie ik dat het toch prima gaat.
    In Woerden zelf heb ik even de indruk dat ik verkeerd rijd, maar met een extra rechts en links zit ik weer goed op de route. De GPS die ik van Wim Schermer te leen heb noteert trouw alle rare bochten die ik maak. Dat is handig voor de terugweg, want dat is elke keer een gepuzzel in Woerden.
    Die stad weer uit richting Kamerik gaat vlot en eigenlijk zo vanzelfsprekend dat ik me met terugwerkende kracht verbaas over het zoeken in augustus op dit stuk. Kamerik is maar klein en zo snel als ik erin ben, ben ik er ook weer uit. Op het prachtige fietspad langs de doorgaande weg wordt fietsen bijna vliegen. De snelheid zit zo vlot op 45 bij een beheerste hartslag van ca 150, dat ik spontaan ga twijfelen aan mijn kilometerteller. Maar de GPS is het ermee eens, dus het zal wel kloppen allemaal.
    Nog net binnen het uur ben ik al bij Breukelen en het kost geen enkele moeite om het kanaal en de weg erlangs te vinden. Het ligt er wel allemaal wat rommelig bij, maar met een mooi prachtig fietspad, afgescheiden van de benzinestokers door een betonnen rand. Na een paar kilometer is het even afgelopen, maar na een soort slinger gaat het weer verder. Niet echt handig aangelegd, maar vooruit, als je het kent zal het wel meevallen.
    Een volgende onderbreking is een soort bouwput, waar je goed moet uitkijken waar je precies rijdt. Daardoor zit ik even later op de rijbaan, terwijl het fietspad weer door die betonblokken is afgescheiden. Dat is jammer, want de rijbaan is zo smal dat inhalen praktisch onmogelijk is. Ik geef dus maar even stevig gas om snel een 'ingang' te vinden om weer ongestoort te kunnen fietsen. De 45 die ik hier rijd is voor het achteropkomend verkeer zo hard dat men op beschaafde afstand achter me blijft. Maar toch is het prettig om even later weer een eigen baan te hebben. Overigens opvallend hoe weinig andere fietsers ik hier tegen kom.
    Langs het kanaal kom ik nog een mooi stuk van een paar kilometer tegen dat alleen maar fietspad is. Maar ook stukken waar niet voor niets een waarschuwingsbord "slecht wegdek" bij staat. Ter hoogte van voormalig fort Nigtevecht is het even heel erg: twee giga dwarsrichels knallen onder de wielen door. Hier zou wel een extra waarschuwingsbord mogen staan!
    Gelukkig is het volgende stuk weg weer van prima kwaliteit, tot je bij Driemond komt. Daar moet je even van het kanaal weg, maar als je 100 meter verder weer bij het kanaal komt, kun je beter zorgen dat je valse tanden goed vast zitten, want er ligt daar een kleine kilometer vreselijk beroerde klinkertjes. Ik wist dat nog wel van 10 jaar geleden, maar had een piepklein beetje gehoopt dat het toch nog eens gefatsoeneerd was. Niet dus.
    Op dit laatste stuk tot in Amsterdam kom ik heel wat meer mensen tegen. Vooral hondenuitlaters, maar ook wel wat wandelaars, joggers en gewoon: fietsers.
    Vlak voor de Schellingwouderbrug is er een fietspad linksaf, door een parkje. Dat brengt je aan het begin van de brug. Vanaf dit moment is het 'a journey along memory lane'. Hoeveel honderden keren ben ik niet over deze brug gefietst? 3 a 4 studentenjaren, 4 a 5 AiO jaren en nog een paar postdoc-jaren. Het zal dus eerder duizenden dan honderden keren geweest zijn. Hoe dan ook, nu ga ik er eindelijk met Kwessie overheen. Omhoog gaat nieteens zo langzaam en naar beneden laat ik de fiets alleen maar uitrollen, want tussen de twee bruggen ligt nu een drukke weg + trambaan richting IJburg.
    Dan ook over de tweede brug en onderaan meteen de polder in, om via Ransdorp om Amsterdam Noord heen te rijden. Het is een paar km extra, maar veel en veel prettiger fietsen.
    Ook dit stuk weg kan ik dromen. Ik vergeet echter even dat ik nu een heel stuk sneller ben dan op de bukker of de hurricane waarmee ik hier voorheen fietste. Bij een steil bruggetje levert dat spektakel op: ik ga zo snel omhoog dat ik helemaal los kom en een stuk door de lucht vlieg! Wel een bijzondere ervaring, maar op de terugweg zorg ik dat ik hier iets langzamer ben!
    Even later ben ik Zunderdorp alweer voorbij, waar ik door een brommobiel wordt opgehouden. De bestuurder heeft de "2" nog niet gevonden en schuift met een matig gangetje over de weg. Hup er voorbij, de brug over en het laatste stuk naar Purmerend. Bij het Schouw even de weg oversteken en dan langs de Jaagweg tot in Purmerend. Dat Jaagweg neem ik tamelijk letterlijk en in bloedvaart leg ik de laatste kilometers af. In de binnenstad aangekomen geeft de teller ruim 79 km, bij gemiddeld 34.9 aan!
    Ik zet mijn fiets in de Peperstraat, voor de deur bij Piet de Jongh. Binnen heb ik een gezellig anderhalf uurtje met veel kletspraat en het uitzoeken van twee shirts met lange mouwen en eentje met korte mouwen, met dank aan de goede raad van Nel. Ook op deze rit bij temperaturen net onder het vriespunt was het met een lange fietsbroek en een shirt met korte mouwtjes meer dan warm genoeg.
    Vanuit de winkel is het leuk kijken naar het winkelend publiek dat veel belangstelling heeft voor mijn fiets. Het blijft gelukkig bij kijken, er is niemand die hem openmaakt of er op gaat zitten.
    Een vrouw in de winkel heeft het over een Orca. Niet eens vanwege het patroon, maar vanwege de vorm. Het kost haar moeite om er een koe in te zien. Geeft niets hoor!
    Dan komt een enthousiaste man binnenstappen die vraagt of die fiets ook te huur is. Helaas, dat is niet het geval.
    Wat blijkt, hij hoort bij het theater en binnenkort hebben ze iets speciaals, waarbij alles in zwart en wit is. En mijn fiets zou daar ontzettend mooi bij passen.
    Nu had ik eerst het idee dat hij hem wilde huren om erin te fietsen, maar dit klinkt op zich wel heel grappig. Dus vooruit, eens kijken wanneer dat dan zou moeten zijn? Op 4 maart. Helaas, dan hebben we een familieweekend en het moet dus overgaan.
    Dan is het tijd om naar het feestje te gaan. Lekker meteen op de Gedempte Where al op de rijbaan. Bij het postkantoor de brug over en langs de Hoornse laan verder. Ik ga lekker vlot, dus niemand heeft last van me.
    Op de kruising met de burg. Kooimanweg ligt nu een mooie rotonde, die ik vlot kan nemen om zo de Kooimanweg op te draaien. Terwijl ik over het gladde asfalt doorfiets, zie ik naast me dat er tegenwoordig aan beide zijden een fietspad van tegels is aangelegd. Ik blij dat ik daar niet fiets...
    Na een gezellig feestje maak ik me rond acht uur maar weer klaar voor de terugtocht. Ik ga meteen het ene nieuwe lange-mouwenshirt proberen. Ik wil zo snel mogelijk weer op de Jaagweg zijn en via de rijbaan over de Allendelaan en Churchillaan richting Wheermolen, de ene rotonde na de andere soepel nemend. Over het spoor zijn het weer allemaal verkeerslichten, maar ze staan gunstig en ik ben al snel bij het Waterlandziekenhuis. Nog een kruising verder schuif ik toch maar op het fietspad, want de Gorslaan is hier niet zo erg overzichtelijk.
    De terugweg gaat gemakkelijk tot in Amsterdam. Vanaf de Schellingwouderbrug wordt je nu via de rechter (NW) kant gestuurd. Maar in die straat liggen heel wat verkeersdrempels van de allerberoerdste soort. Je kunt er met nauwelijks 20 overheen. De volgende keer onderaan de brug meteen linksaf oversteken en weer via het parkje richting A-R kanaal.
    In het donker - en met de heenrit voelbaar in de benen - is het tempo iets lager dan heen, maar nog altijd kruisend midden 30. Alle hindernissen van heen worden makkelijk genomen en al vlot nader ik Breukelen. Mijn hartslag laat zien dat het muntje aan het opraken is: van rond de 145 zakt ie eerst naar rond de 135 om vervolgens naar 125 te zakken. Dan ben ik bij Breukelen en eenmaal onder de A2 door is het tijd voor een korte pauze. Ik haal een pakje drink-krachtvoer tevoorschijn en drink het gretig op. Daarna is het tempo weer terug op het oude peil.
    Zo ondertussen is het tijd om de GPS weer aan te zetten, om me soepel door Woerden te loodsen. Helaas blijkt hij juist daar een stukje gemist te hebben, dus ik rijd toch weer iets verkeerd. Gelukkig zie ik het snel genoeg en na een paar honderd meter die kant op kan ik keren en alsnog de goede weg nemen. Ik was al verder dan ik dacht.
    Het laatste stuk is gewoon erg leuk, ook in het donker. Heerlijk, zo je lichtbundel priemend door het duister, de bosjes, struiken en gras aan de kant van de weg beschijnend.
    Pas vlak bij Gouda ga ik langzamer fietsen om even uit te draaien. En als ik dan de straat inkom, zie ik dat ik Clara verslagen heb! Ik ben er nog eerder dan zij. Niet veel, want nog voor ik onder de douche sta hoor ik de sleutel al in het slot gestoken worden en is de rest van het spul ook thuis.

    Maandag 9 januari 2006: terug aan het werk

    Het is wel wennen, maar het is weer een werkdag. Ik ben van alles kwijt en ben een half uur 'te laat' weg vanwege al dat zoeken. Maar het fietsen gaat vlot en gemakkelijk. Wat een verschil met een jaar geleden, toen ik met veel minder conditie voor mezelf nog helemaal een route moest zien uit te vogelen. Het scheelt bijna een half uur enkele reis.

    Dinsdag 10 januari 2006: onbehoorlijk gedrag

    Nu ik er zo ongeveer een jaar fietsforensen op heb zitten, gaat het aantal bijzondere gebeurtenissen natuurlijk naar beneden. Daarbij komt dat ik het momenteel druk heb met vanalles en nog wat, zodat ik zelfs met mijn typesnelheid, niet aan grote verhalen toekom.
    Vandaag overkwam mij op de terugweg echter iets wat zeker het vermelden waard was, maar wat ik toch niet doe. Om het even kort te houden, ik werd staande gehouden om eens over mijn fiets te praten en dat gesprek verliep dusdanig dat er een klacht ingediend gaat worden. Totdat dit is afgehandeld, houd ik het even buiten de publiciteit.

    Update
    Uiteindelijk er niets mee gedaan. Dus ik ga het hier toch maar opschrijven:

    wordt zo snel mogelijk ingevuld

    Donderdag 12 januari 2006: glad!

    Het is rustig, maar vochtig weer en de lucht is afgekoeld onder de vorming van mist. Slecht zicht gecombineerd met aanvriezing is natuurlijk een recept voor ongelukken. Om die te voorkomen houd ik mijn tempo laag. Dat schiet niet op, maar ongelukken nog minder.
    Op diverse plekken merk ik dat bij gewoon accelereren mijn achterwiel al begint te spinnen. Het is dus echt heel slechte grip. Ik benader kruisingen en zijstraten/uitritten dan ook met de grootst mogelijke omzichtigheid en ga als een oud wijf door de bochten. In Rotterdam noord merk ik bij een bocht dat mijn achterkant wegglipt: nog gladder dan elders dus. Maar dankzij drie wielen en heel beheerst fietsen, gaat het verder prima.

    Vrijdag 13 januari 2006

    Mijn benen voelen als lood: veel gefietst en weinig geslapen. Veel tempo zit er vandaag dus ook niet in. In tegenstelling tot de rest van de week is het buiten nu wel helder en dat fietst dan wel weer lekker.
    's Middags ga ik bijtijds naar huis, zodat ik Diede naar vioolles kan brengen. Ik heb in onze personeelswinkel flink ingekocht, dus heb heel wat extra ballast bij me. Vlak voor het vliegveld, kom ik twee wielrenners achterop, vlak voor het viaduct. Ik bel nadrukkelijk, want ze fietsen vrij breed. Als ik ze voorbij ga, zet de ene aan om aan te pikken. Ai, met vermoeide benen en een vracht in de Quest en dan ook nog omhoog? Maar ik bedenk dat de eerste slag de beste is en zet vol aan. Zelfs helling op weet hij niet aan te pikken en verderop kan ik weer op adem komen.
    Vlak voor ik thuis ben heb ik nog een interessante ontmoeting. Op het laatste stukje dijk zie ik plotseling een wit licht knipperend met hoge snelheid op me afkomen. Het is Bastiaan Welmers in zijn "nieuwe" Quest (de oude van Allert Jacobs, Quest nr 1). We knijpen in onze remmen en hebben een gezellig kletspraatje. Bastiaan is op weg naar Brielle (dus nog wel even te gaan). We hebben het ook even over de huidige reorganisatie op ligfiets.net. Maar dat zien/horen jullie via ligfiets.net zelf wel.

    Zondag 15 januari 2006: Kwessie is jarig!

    Hoera, Kwessie is 1 jaar. Ik ging weliswaar op 8 januari haar ophalen, maar het werd met omwaaien erbij een weekje later dat ie hier in Gouda aangekomen is. Dus vandaag verjaardag.
    In een jaar is veel gebeurd, vooral positieve dingen, maar helaas ook een paar negatieve dingen. Toch zou ik geen moment ervan gemist willen hebben: samen vormen ze het plaatje.
    In een jaar tijd heeft Quessie 15140 km onder de wielen doorgekregen. En omdat ik niet van plan ben om nogmaals te crashen, zouden dat er in het tweede jaar wel eens ruim meer kunnen worden.

    Woensdag 18 januari 2006: Spelen met GPS

    Alweer een retourtje Wageningen. En alweer de volgende lekke band. Met de GPS een alternatieve route (met dank aan Marcel van Eijk) rond Rhenen gevolgd: een blijvertje.
    Drinksysteem moet je met een echte flexizak doen, niet met een stijve fles (maar het werkt beter dan een bidon).
    Ik hoop eraan toe te komen om allerhande plekken die ik regelmatig (ook in verband met routes) noem te melden op mijn site.
    Later uitgebreider verslag.

    Donderdag 19 januari 2006

    Alweer lek. Ik hoor al een tijd mijn linkerwiel weer 'rammelen' bij bochten naar rechts (wanneer er dus veel kracht op staat) en de spaken mogen wel aangetrokken worden. Ik hoop dat alles het goed houdt tot het weekend, dan kan ik er even goed mee aan de slag.
    Busje op fietspad, maar vriendelijk verzet

    Maandag 23 januari 2006

    Als ik in de vrieskou wegrijd vind ik mijn fiets wel erg rammelen. En als ik een paar honderd meter de dijk op ben valt het kwartje: heb ik de veerpoot wel met de moer vastgezet? Even voelen, nee dus. Eerst afslag weer de dijk af en terug naar huis, want een volle dagrit met een losse veerpoot is vragen om moeilijkheden. Gelukkig is mijn nalatigheid snel hersteld en kan ik opnieuw op weg.
    De heldere vrieslucht (onderweg rond de -3,-4) fietst lekker. En wat het helemaal leuk maakt is dat ik diverse keren door schoolkinderen wordt toegeroepen: lekker warm he!
    Bij verkeerslicht Spaanse Polder piepen mijn remmen als ik naast een fietser komt staan. Hij vraagt of het wel lekker zit. Natuurlijk zit dat lekker. En na wat standaardvraagjes vraagt hij of het veel sneller is dan een gewone fiets.
    Op dat moment springt het licht op groen. Ik roep dus Jazeker. Veel sneller en zet even hard aan om weg te sprinten. Aanschouwelijk maken noemen ze dat geloof ik.
    's Middags met helder weer merk je al duidelijk dat de dagen weer langer worden. Onderweg, bij Bergschenhoek (het is alweer donker) kom ik Bastiaan alweer tegen, zoevend in zijn Quest.

    Donderdag 26 januari 2006

    Het is droog en aan de frisse kant, maar het vriest net niet. Op het weerbericht hebben ze het er al regelmatig over dat dit zo'n bijzondere winter is, die lijkt op geen enkele andere winter voor zover er uitgebreide metingen zijn geweest. In Oost-Europa is het Siberisch koud, maar de kou komt maar langzaam deze kant op. En als het dan een keer lijkt alsof het echt op gang gaat komen, blijkt er weer eens iets net anders te gaan dan verwacht en blijft de echte kou uit.
    Ondertussen doe ik bij deze temperaturen alleen mijn lange fietsbroek aan met een shirt met lange mouwen ipv korte mouwen. En dat is meer dan warm genoeg.
    Wat me deze week opvalt, dus eigenlijk sinds ik mijn voorwiel flink de spaken aangespannen heb, is dat ie rustiger in de hand ligt. Tot vorige week was het altijd behelpen om met 1 hand te fietsen en de andere ontspannen te laten hangen of op het armsteuntje te leggen. Maar nu blijft de Quest een stuk beter te controleren met 1 hand. Het kan er natuurlijk ook aan liggen dat ik mijn fiets iets meer de vrije hand gun en heel licht slingeren als gevolg van de trapbeweging accepteer, maar ik geef het voordeel van de twijfel aan het strakkere spaakwerk.

    Vrijdag 27 januari 2006: de tandarts

    Vandaag niet met de fiets, want 's middags mag ik weer naar de implantoloog in Rotterdam Centrum. Ik heb geen idee hoe veilig mijn fiets daar zou staan, terwijl ik op zes hoog achterover in de felle lampen staar. Dus met 1500 km al op de jaarteller ga ik vandaag met de trein.
    Het is een hele happening bij de tandarts. De implantoloog Dr Ham, die ik de vorige keren ook al gesproken heb is er, maar ook zijn collega -restauratiespecialist Veldhuis - en orthodontist Sutedja. Deze heeft nog een jongere collega meegenomen.
    Met z'n allen staan ze uitgebreid mijn gebit te bekijken om tot de beste oplossing te komen. Ze pakken het heel serieus en prettig aan. Ik heb er een goed gevoel over dat er straks een prachtig plan uit gaat komen.

    Dinsdag 31 januari 2006

    Weer naar Wageningen. Heen wind tegen en dat voel je. In Nieuwegein weer eens rechtdoor voor de Beatrixsluis. Dat stoplicht is niet fijn, maar het scheelt een flink stuk klinkers en dat is dus wel fijn. Eventueel kun je het stoplicht omzeilen, door rechtsaf te slaan, 15 meter verder de weg over te steken en terug te rijden.
    In Amerongen heb ik geprobeerd om door "zandvoort" te gaan, maar dat blijkt dus echt dood te lopen. Deze variant werd door Hans Wessels gemeld op de snelfietsroutesite. Waarschijnlijk heeft hij op de kaart de straatnamen van zijn route opgezocht en zich daarin iets vergist. Geen punt, we zetten het wel recht.
    Nu voor de tweede keer heen over de autoweg gaat al bijna vanzelf. Hoewel, vanzelf, er zitten wel lekkere hellinkjes in. Ook in Wageningen gaat de nieuwe variant door het centrum wel goed. Ik varieer wat verder en zie zo een grote fietsenwinkel. Dat komt goed uit en op de terugweg ga ik daar even langs om voor Jesse's fiets nieuwe banden te kopen. Dan weer via de nieuwe route terug naar Amerongen. Bij het enige verkeerslicht, de oversteek van de N233, komt een politieauto naast me staan. En ze vertellen me dat ik op het fietspad mag fietsen. Dat is fijn. Maar ze bedoelen dus eigenlijk dat ik via het fietspad moet fietsen, want die provinciale weg is zo gevaarlijk (de auto's daarop, denk ik dan). Het is een beetje onzin en in andere bewoordingen probeer ik dat ook uit te leggen. Nu 10 meter fietspad, oversteken en dan 30 meter fietspad tot het daar weer met de gewone weg samenkomt. Maar ze staan erop en dan heb je te gehoorzamen. Sta je wel langer bij het stoplicht helaas.
    Omdat het de eerste rit van de week is - gisteren een dag vrij om erbij te kunnen zijn als Hidde voor zijn B-diploma afzwemt - kies ik ervoor om op de terugweg te streven naar redelijk intensief, met hartslag rond de 150 de hele rit. Dat gaat best goed. In Nieuwegein ook de strakke variant, maar helaas is een stukje van het fietspad niet afgescheiden. Dus eigenlijk moet je oversteken en vlak daarna weer oversteken. Ik moet de/een volgende keer maar eens uitvogelen hoe dit het beste kan. Gedurende geruime tijd schommelt het gemiddelde rond de 35, zelfs Nieuwegein remt het maar weinig. Die andere route is dus wel handig, ondanks het stoplicht. Eenmaal op de Lekdijk, is het nog licht genoeg, hoewel het al stevig schemert, om flink door te kunnen fietsen. Dat scheelt een hoop in het tempo dat je kunt blijven rijden. Tegelijk met het vallen van het duister, valt ook de temperatuur. Die schiet van netjes boven, naar net weer onder het vriespunt. Het is niet overal even duidelijk of er gestrooid is en/of dat het glad kan zijn. Daarom rijd ik de laatste tien kilometer behoudend. Daardoor is het uiteindelijke gemiddelde net onder de 35, maar toch voor het eerst een terugrit onder de 2 en half uur!

    Ik heb deze rit gemaakt met een 2-liter Aldi-cola fles op mijn drinksysteem. Flinke scheut sinaasappelsiroop, flinke kneep citroensap (als conserveermiddel) nog flink wat maltodextrine voor de koolhydraten en een schepje zout voor de balans. De fles is heel wat soepeler en het drinken gaat goed. Hoewel de fles nog niet leeg is als ik thuis kom, is wel duidelijk dat het drinken met dit systeem mee bijgedragen heeft aan de vlotte tijd.

    De maand zit erop en met 1680 km komt deze maand op de tweede plaats, 52 km achter april vorig jaar. De totaalstand is ondertussen op 16.192 km.

    Februari 2006

    Woensdag 1 februari 2006: mist en gladheid?

    Het is vandaag kil, grijs en mistig. Perfect weer om niet door te kunnen fietsen. Nergens is duidelijk of je veilig met snelheid de bocht door kunt. Elke bocht neem ik als een oud wijf. Daar komt bij dat de mist op de bril slaat en het rijden met tegenlicht ernstig belemmert. Die moet dus af. Op de thermometer zie ik dat de temperatuur buiten de hele dag onder het vriespunt is gebleven. Ook op de terugweg dwingen de weersomstandigheden tot zeer behoudend rijden. Ik kan de totaaltijd nog net onder de drie uur houden, maar het is de langzaamste dag sinds begin maart vorig jaar, toen de heftige sneeuwval de boel in de war stuurde.
    Op de brug over de vaart, een stukje voor het tunneltje onder de A20, zie ik mijn voorzichtigheid gerechtvaardigd. Zwaailichten laten al van ver zien dat er iets aan de hand is. Via het kronkeltje van het fietspad omzeil ik het, maar kan nog wel goed zien dat een stel auto's iets te dicht bij elkaar geweest zijn. Waarschijnlijk alleen blikschade, maar je weet maar nooit.

    Donderdag 2 februari 2006

    Vandaag is het weer duidelijker en kan er wat meer tempo gemaakt worden, zowel heen als terug. En dat fietst toch een heel stuk lekkerder. Toch blijft het oppassen, want op dezelfde plek als gisteren, zijn nu opnieuw sporen van een ongeluk te zien. Een gevaarlijk punt dus, want ook eerder heb ik hier wel ongelukken gezien. Ik blijf extra alert op deze plek.

    Vrijdag 3 februari 2006: orthodontist

    In de serie "Kees naar de tandarts" is het nu tijd voor de vierde reeks: Kees naar de orthodontist. Vorige week vrijdag heb ik al kennis gemaakt met dr. Sutedja, vandaag mag ik naar zijn praktijk om een verdere intake te hebben. Die praktijk is in Rotterdam Oost, vlak onder de Kralingse plas.
    Voor de gelegenheid ontwerp ik mbv de GPS een nieuwe route. De gewone route tot het Vandervalk hotel bij Nieuwerkerk, maar dan niet onder de A20 door, maar via het fietspad verder tot de Ringvaart. Daar linksaf en richting het station. Ik blijf op de linkeroever, maar vlak voor het station maakt het fietspad een slinger om over een brug verder te gaan. Als je hier even niet oplet, rijd je zo het talud af! Een gevaarlijke situatie. Direct voorbij het station is een bruggetje, maar de bocht ziet er haaks uit. Achteraf gezien had ik het toch moeten nemen, of beter nog, ruim voor het station de vaart overgestoken. Nu rijd ik door en kom met een klein ommetje toch aan de overkant. De GPS wijst me perfect de Beatrixlaan in. Die brengt me naar de Bermweg. Deze weg loopt tot in Capelle ongeveer parallel aan de Ringvaart en aan de andere kant van het water de 's-Gravenweg. Die laatste heb ik al eens gereden en dat vond ik doffe ellende. De Bermweg is dan een stuk beter rijden.
    Als ik het Schollebos voorbij ben, blijkt de GPS het contact even kwijt te zijn. Dat is op een beroerd moment, want juist hier moet je even heel nauwkeurig rijden om onder de N210 door te komen. Nu kom ik bovenop uit, ga eerst rechts, keer dan om en moet een stuk doorrijden om bij een verkeerslicht weer de andere kant op te komen. Flink wat extra rijden en vooral veel extra bochten.
    Weer terug op de Bermweg gaat het weer even goed, tot vlak voor de A16. Daar gok ik op rechtsaf en kom hopeloos vast te zitten. De weg onder de A16 is voor fietsers verboden en een alternatief lijkt niet voor handen. Pas als ik terugga naar de Bermweg en toch de andere kant opga, richting 's-Gravenweg, kom ik onder de A16 door. Een volgende keer zal dit wel sneller gaan. Eigenlijk zou ik daar even door moeten rijden helemaal naar de 's-Gravenweg, dan kom je aan de andere kant beter uit. Maar goed, met een bocht links en rechts zit ik op het laatste rechte stuk naar de Oudedijk, waar de praktijk zit.
    Dat is een oud herenhuis, met ruimte op het erf om Kwessie netjes aan een boom te zetten.
    Binnen wordt ik weer van binnen en buiten gefotografeerd en opgemeten. De assistentes en dr Sutedja zelf willen ook wel graag wat foto's van de Quest maken. Zo'n fiets hebben ze nog nooit gezien. Dat kan natuurlijk en uiteindelijk een uur later kan ik weer instappen om naar mijn werk te fietsen.
    Dat gaat verrassend gemakkelijk. Het hele stuk langs de Kralingse plas fietst lekker door en ook het verdere stuk tot het knooppunt Kleinpolderplein loopt prachtig door. Er zitten nog wel verkeerslichten een beetje in de weg, maar het is duidelijk dat in het afgelopen jaar grote stukken fietspad drastisch verbeterd zijn. Smalle tegelpaadjes vervangen door bredere asfaltbanen. Ook een viaduct vlak voor het Kleinpolderplein kun je nu doorrijden in plaats van twee maal de weg oversteken. Nog lang geen ideale route, maar een stuk beter dan het was.

    Zaterdag 4 februari 2006

    Even langs de laminaatwinkel om voor de zolder laminaat te bestellen. Deze winkel ligt aan mijn woon-werk route en de eigenaar van de zaak wil mijn fiets wel even van dichtbij bekijken. Hij ziet mij kennelijk wel vaker, want Ik zie ze wel vaker hier rijden, maar heb ze nog niet van dichtbij kunnen bekijken. Zowel doordeweeks als in het weekend kom ik er inderdaad nogal eens langs. Bastiaan kan hij daar ook wel eens zien, maar Hans Wessels rijdt daar altijd langs op een tijd dat deze winkel gesloten is.

    Zondag 5 februari 2006: naar nieuwsbericht

    Ik heb mijn fiets even kort onder handen genomen. De originele binnenverlichting (aan het snoertje) heb ik door een groepje LEDs vervangen. Daardoor wordt het licht mooier, terwijl het maar de helft stroom vraagt. Meteen even de koplampen iets bijgesteld, want ik kreeg de indruk dat ze eigenlijk net iets te hoog gericht staan. Morgenochtend eens kijken of het veel uitmaakt.
    's Avonds lees ik op teletekst een naar bericht, over een drietal mensen dat op een zebrapad is aangereden, waarna een van hen later overlijdt. Heel triest.
    De tweede helft van het bericht onderstreept waarom je als velomobilist juist van het fietspad af moet blijven en waar mogelijk gewoon de rijbaan moet volgen. Daarmee minimaliseer je het aantal keren dat je van een oversteekplaats gebruik van maakt.
    En dat is van heel grote invloed op de veiligheid, want, aldus het bericht:
    Steeds meer gemeenten en organisaties
    maken zich zorgen over het grote aantal
    ongelukken op zebrapaden.Er vallen elk
    jaar tientallen doden.

    Meer dan de helft van het aantal
    ernstige ongelukken met voetgangers en
    fietsers gebeurt op oversteekplaatsen
    zoals zebrapaden.

    Maandag 6 februari 2006

    Een zeer kort fietsweekje, want woensdag t/m vrijdag zit ik op een congres in Leeds. En nee, ik ga er niet fietsend heen, maar vliegend.
    Omdat het zo'n kort weekje is wat fietsen betreft, kan ik ook wel de sokken erin zetten. 's Morgens ben ik ook al op tijd weg, maar merk wel dat ik de lampen net iets te veel naar beneden heb bijgesteld. Ergens er tussenin moet het dus worden.
    Op de heenweg is er nog niet zo heel veel wind, maar het beetje dat er is, is tegen. Ook helpt het niet dat de lucht nogal vochtig is en de schittering van de koplampen van tegenliggers maakt het op diverse plekken lastig om echt door te fietsen. Toch houd ik het tempo lekker hoog, hartslag rond de 150 en de banden gisteravond nog even goed hard opgepompt. Dat gaat heel lekker en met 34 gemiddeld kom ik langs het vliegveld aan. Helaas kost het laatste stukje weer heel wat gemiddelde snelheid, vooral doordat 'men' voor het gemak maar steeds het fietspad langs de Matlingeweg blokkeert. Nou ja, dan maar wat extra intervaltraining.
    Het buurtje net aan de andere kant van de Schiekade is nog steeds opgebroken, dus ik ga elke keer 's morgens door de Spaanse polder. En eerlijk is eerlijk, het valt reuze mee hoe veel je gemiddeld voor die twee extra stoplichten staat te wachten. Ik denk zomaar dat ik deze variant nog veel ga nemen ook als de straten weer dichtliggen.
    's Middags van hetzelfde laken een pak: de opgebroken straten forceren een andere route met veel slecht liggende klinkers. Deze keer is er in datzelfde wijkje ook weer een auto-ongeluk geweest. De politie staat er nog bij met knipperende lichten.
    De klinkers drukken tijdelijk de snelheid (on)behoorlijk, maar vanaf het vliegveld kan de turbo aan en gaat de snelheid fors omhoog. Bij Rodenrijs na een paar lastige bochtjes, probeert een bukker me voor te blijven. Het is een echte bikkel, maar tegen een quest kan ie toch niet op. Niettemin ben ik al naar 48 versneld als ik hem voorbij ga. Maar dan ook met een behoorlijk vaartje.
    De wind is in de loop van de dag iets toegenomen en dat helpt natuurlijk ook een quest. Vanaf de Rottedijk kan ik drie kilometer lang een snelheid van boven de 50 vasthouden. Heerlijk. Nog een laatste stuk stevig doorrijden en de snelste tijd in maaaanden staat op de teller.

    Dinsdag 7 februari 2006

    Ook vandaag lukt het me om een vlotte heen- en terugreis voor elkaar te krijgen. Nu een aantal dagen niet fietsen, want de Quest krijg je niet zo makkelijk als handbagage het vliegtuig in.

    Woensdag 8 februari 2006: Engeland (Leeds)

    Met de ochtendvlucht laat ik druilerig Nederland achter me om naar Leeds te vliegen. Daar is het weer een stuk zonniger.
    Ik laat me per taxi naar mijn hotel brengen en betrek een ruime kamer. Er is nog even tijd voor ik het eerste programmaonderdeel heb van mijn congres, dus ik doe mijn hardloopspullen maar weer eens aan. Toen ik nog in Engeland woonde, liep ik regelmatig hard met een aantal collega's, maar dat is sinds de verhuizing naar Nederland verleden tijd. Vorig jaar heb ik in februari 1 keer en in november 2 keer hard gelopen, vandaag de eerste keer in 2006.
    Ik neem me voor ongeveer 4 mijl (6,5 km) te lopen op een redelijk tempo. Dat gaat eigenlijk best goed. Het weer zit dan ook wel mee en het lopen langs 1 van de oude kanalen is ook niet verkeerd. Ik heb mijn portie lichaamsbeweging weer gehad.

    Vrijdag 10 februari 2006: ziek?

    Het lijkt erop dat ik niet in februari moet hardlopen als ik niet in januari heb hardgelopen. Vorig jaar deed ik het en prompt werd ik ziek. En nu lijkt precies hetzelfde te gebeuren. De eerste tekenen zijn er als ik bij het ontbijt het gebakken spek, de eieren en worstjes laat liggen en genoegen neem met een bakje yoghurt.
    In de loop van de dag voel ik me steeds beroerder. Het lijkt erop dat twee dagen extra hard fietsen plus een dag flink hard lopen net iets teveel mijn systeem op de proef heeft gesteld en daardoor een virus de kans heeft gezien zich te nestelen. Ik voel me beroerd en kan me nog maar met moeite op de been houden om de thuisreis te maken. Dat lukt gelukkig nog wel.

    Zaterdag 18 februari 2006

    Nou, ik heb het geweten! Het weekend heb ik me met moeite op de been gehouden om ook mijn rol te vervullen bij de verjaardag van Diede afgelopen maandag. De maandag zelf ging nog wel, maar dinsdag al weer minder. Zoveel minder dat ik met de trein naar mijn werk ben gegaan. Daar bovenop had Clara het ook zwaar, dus heb ik er een korte dag van gemaakt. Woensdag met de auto (!!!) naar Wageningen en 's avonds Ede (bestuursvergadering NVHPV) en donderdag weer met de trein naar mijn werk. Maar zelfs dat was niet rustig genoeg en ik heb me moeten ziek melden om donderdag en vrijdag uit te zieken thuis.
    Ondertussen gaat het redelijk, maar nog niet helemaal goed. Net goed genoeg om mijn weblog even bij te werken...

    Maandag 20 februari 2006

    Ik had de laatste tijd regelmatig het idee dat mijn accu achteruit aan het gaan was. Ook als ie net helemaal volgeladen was, zag je aan de binnenverlichting het knipperen van de richtingaanwijzers, doordat de binnenverlichting dan steeds iets inzakt. Te weinig spanning blijkbaar. Ook had het kabeltje soms moeite om contact te maken. Nu had ik al een tweede verbindingskabeltje, omdat ik draadbreuk in het eerste kabeltje vermoedde. Dat vervangen kabeltje ging ik maar even opnieuw bedraden, nu met aanzienlijk dikker snoer. Na het gepeuter en gesoldeer zet ik het kabeltje op de accu en nu zie ik dat er gewoon roest op de connectors zit. Zowel aan de fietskant als aan de accukant. Dat scheelt natuurlijk ook een hoop. Even de boel schoon boenen en er tussen zetten en het gaat weer perfect!
    Dan de eerste rit na ziek geweest te zijn. Ik neem me voor om lage inspanning en hoge toeren te rijden. Een stevige Noord-ooster helpt om toch veel vaart te houden. De hoge toeren lukken wel, maar lage inspanning niet. Dat komt doordat je met ziekzijn een hoop conditie verliest en dan relatief snel op hoge hartslag zit.
    Het gaat lekker vlot, ook geholpen door het duidelijk vroegere licht worden. In de richting van Bergschenhoek kom ik achter een trekker met aanhanger te zitten. Hij rijd ruim dertig.
    Op het stukje rond de sportvelden scheur ik er voorbij, maar de trekkerchauffeur wil er een wedstrijdje van maken en geeft veel gas. Ik moet vol aan de bak om netjes voor te blijven. Opeens kan de trekker wel boven de 40 rijden. Ook het optrekken na de bochten doet hij met overdreven veel versnelling. Maar goed, het lukt me om er voor te blijven. Voorbij de twee rotondes heb ik hem afgeschud en kan ik weer wat rustiger aan doen.
    Rodenrijs voorbij en op het fietspad haal ik een snorfietser in. Deze rijdt wel rond de 35, ruim boven de toegestane snelheid, maar niet snel genoeg om me voor te blijven. Hoewel...
    Ik rijd vlot door langs het vliegveld, maar moet lang wachten bij het stoplicht. Als ik ook bij het volgende stoplicht stilsta, komt de snorfietser voorbij. Toch pak ik hem snel terug, helling op nog wel. Lekker vlot door langs de Matlingeweg, maar bij het volgende stoplicht weer lang wachten en weer komt de snorfiets - het rode licht negerend - me voorbij. Hij kan echter de tweede helft van de weg niet meteen doorrijden en ik kan er als het licht op groen springt toch weer voorbij, tot, jawel, het volgende stoplicht me weer stil laat staan. Ook hier gaat de snorfietser door rood verder, maar even later kan ik de achtervolging inzetten. Nog voor het Beatrixpark heb ik hem weer te pakken en nu definitief. Er komen geen verkeerslichten meer en mijn vaart is echt een stuk hoger.
    Even later dender ik Vlaardingen door, het spoor over en rechts-links-rechts naar de fietsenstalling. Een uurtje later spreekt een collega me aan dat hij de lichtjes (de twee witte LEDs) zo mooi en vooral ook zo duidelijk zichtbaar vond. Dat hoor je natuurlijk graag.

    De terugweg gaat heel wat langzamer. De harde wind tegen en ingehouden fietsen laten me maar net boven de 30 rijden. Wel lekker vrijwel de hele weg met ruim voldoende daglicht. Pas bij het binnenrijden van Gouda is het de moeite waard om de grote lampen aan te zetten. Alleen op het laatste stukje, voorbij de Stolwijkersluisbrug laat ik me verleiden om twee brommers te achtervolgen. Ondanks de wind tegen haal ik ze in, met ruim 45 op de teller. Nog even in het rood en dan is het etenstijd.

    Vrijdag 24 februari 2006

    Ik fiets wel een hoop, maar het is op het moment aan alle kanten zo druk dat zelfs ik nauwelijks de tijd vind om mijn weblog bij te houden.
    Dinsdagochtend alweer een lekke band. Het is jammer dat ze zo snel komen tegenwoordig, zo komt er nooit een mooi hoog aantal kilometers per lekke band meer uit. Maar daarna geen problemen meer gehad.
    De hele week is er al oostelijke wind: 's morgens lekker mee en 's middags tegen de wind in beuken om toch nog redelijk snel thuis te zijn.
    Vandaag moet ik dat ook doen, want ik moet zometeen met Diede naar vioolles. Helaas blijken ze het bruggetje richting Schiekade nu ook al afgesloten te hebben, dus moet ik nog omrijden ook. Nu ben ik eigenlijk helemaal laat, dus zit er niets anders op dan volle bak te rijden. En dat terwijl ik weet dat mijn ene band weer zacht aan het worden is. Toch lukt het allemaal nog goed, ook omdat ik vergeten was dat deze week de vioolles een half uurtje later begint.
    Aan het begin van de week had ik het niet verwacht, terugkomend van ziek zijn, maar uiteindelijk heb ik zonder veel moeite heel pittig kunnen rijden de hele week. En dat geeft wel een heel goed gevoel.

    Maandag 27 februari 2006: boem!

    De wind zit nu in de andere hoek en ik heb hem 's morgens tegen. Maar omdat de banden goed opgepompt zijn, kan ik toch behoorlijk doorrijden, zonder mezelf over de kop te rijden, meteen in het begin van de week.
    Bij Bergschenhoek doe ik weer eens wat aan variatie. In plaats van de "rondweg" langs de sportvelden te nemen, ga ik weer rechtdoor, door de bebouwde kom. Dat is wel iets meer klinkertjes, maar een stel bochten minder. En voorheen was het autoverkeer daar heel hinderlijk, maar dat is nu, vanwege die rondweg, afgesloten hier en dus is het per saldo een handiger variant geworden!
    Verderop bij Rodenrijs gaat het mis. Ik ben net onder het spoor door en bij de kruising tegenover het benzinestation wil ik weer het fietspad op. Helaas staat een tweetal auto's heel onhandig het fietspad te blokkeren, met een piepklein gaatje er tussen. Ik kom een beetje schuin aanrijden, met weinig vaart, maar zie net te laat dat van de andere kant een brommerrijder ook door het gaatje wil. Elk remmen we, maar samen remmen we precies te weinig en de brommer tikt precies tussen de koplampen op Kwessie. Hij kijkt en zegt dat het wel meevalt, maar dat wil ik dan zelf ook wel zien. De schade valt inderdaad mee: voornamelijk wat verf weg, maar ook een paar kleine barstjes tussen de lampen. Omdat ikzelf niet helemaal netjes aan kwam rijden, de schuld eigenlijk bij de blokkerende auto's ligt en de schade heel beperkt is, zeg ik dat het wel goed is zo. Dat plamuren we wel weer dicht. Maar een volgende keer ga ik wel buitenom denk ik.
    's Middags heb ik even een afspraak met Bram van Uden. Hij heeft nu een mango, maar denkt dat die over een jaar of vijf misschien wel aan vervanging toe is. En dan wil hij misschien wel een Quest, maar de vraag is of die wel in zijn schuur te krijgen is. Vandaar de vraag of ik langs wil komen, om te passen.
    Natuurlijk wil ik dat wel en we spreken af bij Rodenrijs. Daar wacht hij me op en dan spoeden we ons richting zijn huis. Bij de rotonde vlak bij het HSL-viaduct krijgen we weer van alle kanten voorrang en kunnen nog netjes voor een ambulance die met gillende sirene aan komt scheuren oversteken. Dan kriskras door de woonwijk naar Bram's huis, alwaar het passen kan beginnen. Het schuurtje is niet groot, maar de Quest is er zo ingezet. Geen enkel probleem.
    Na een kopje thee en een kletspraatje weer tijd om naar huis te gaan. Bram brengt me even naar de Pekhuisbrug en van daaraf kan het gas echt open. Niet dat Bram zacht reed, in tegendeel! Ik was onder de indruk van de snelheid die hij uit zijn Mango weet te persen.
    Ondertussen begint het te regenen, maar dat is eigenlijk des te mooier in zo'n fiets!

    Dinsdag 28 februari 2006: sneeuw

    Als ik 's morgens Kwessie uit de stal haal, dwarrelen witte vlokken door de donkere ochtendlucht naar beneden: natte sneeuw.
    Ik lig dan wel warm en tamelijk droog in mijn fiets, maar die akelige vlokken belemmeren alras het zicht, door zich ijzerheinig op mijn brilleglazen vast te plakken. Een paar keer helpt afwrijven nog wel, maar de luchtvochtigheid wordt zo hoog en de glazen zo koud, dat de bril ook van binnen beslaat. Dan maar afzetten. Maar nee, dat gaat ook niet goed, want dan prikken de sneeuwvlokken in mijn ogen als ik een beetje vaart maak, ondanks dat de kier tussen petklep en Questdeksel maar een paar mm groot is. Even stoppen dan maar, om de bril weer schoon te poetsen en weer op te zetten. Dat gaat alleen met mijn shirt, want mijn speciale zeempje heb ik op de keukentafel laten liggen.
    Afijn, onderweg stop ik nog een paar keer om de zichtbaarheid te herstellen en hardrijden zit er zeker niet in vanmorgen.
    Hard remmen trouwens ook niet. Opnieuw is de stelmoer van mijn rechtervoorrem weer een heel eind verlopen. Ik schat dat ik hem 6 tot 10 volledige draaien aan kan draaien zonder dat de rem in rust aanloopt. Daar moet ik toch echt wat aan doen, aan dat verlopen, want het scheelt gauw 30 tot 50% remvermogen zo.

    's Middags schijnt de zon als ik vertrek. Maar onderweg komen toch nog een paar winterse buien langs. Eentje is echt heftig met hagel. Maar diep weggedoken onder mijn dekje kan ik toch goed doorfietsen. Met de wind schuin achter slaat de hagel namelijk niet meteen in mijn gezicht.
    Het is niet de meest geweldige fietsdag geweest, die deze maand afsluit.
    Februari levert een maandtotaal van 1079 km op, wat de totaalstand op 17271 km brengt. En daarmee zijn de kosten per km onder de 40 cent gekomen.

    Maart 2006

    Woensdag 1 maart 2006: veel sneeuw

    Dacht ik gisteren al aardig wat sneeuw overlast gehad te hebben, blijkt nu dat het niets voorgesteld heeft.
    Uit het raam zie ik al een gesloten wit dek over de wereld liggen. Zelfs de straat is geheel wit. Als de garagedeur open gaat, zie ik dat er nog een hoop sneeuw aan het bijkomen is, in fors tempo. Ik schuif de Quest naar buiten en stap zo snel mogelijk in. Bij het optrekken voel ik mijn achterwiel al spinnen. En bij het opgaan van de dijk moet ik heel goed opletten om wel enige vaart te houden en niet weg te schieten. Dat lukt, maar met moeite.
    Op de dijk ligt een stevige laag sneeuw. Dan is het niet fijn om drie sporen te moeten trekken. Als een ploeg gaat de Quest over de weg: hard werken en weinig vaart. Als ik bij de Stolwijkersluisbrug kom, gaat het iets beter. Hier is al veel verkeer geweest en de meeste drab is van de weg af. De auto's rijden ook langzamer dan normaal, dus valt er goed tussen mee te rijden. Het fietspad zou hier echt een drama zijn geweest.
    Het stukje tot Uniqema gaat dan wel aardig, maar daar de ringdijk op is weer ploegen door de sneeuw. En glibberen ook. Voorbij de Julianasluis wel het fietspad op, maar dat schiet dus echt niet op. Een dikke laag natte, kleffe, plakkerige sneeuw maakt dat ik met hard werken nog geen 20 km/h haal. De enige troost is dat de auto's op de weg naast me nog een stuk langzamer rijden.
    Zo worstel ik me richting Moordrecht, met in mijn gedachte al een reistijd van twee uur of meer. Maar gelukkig blijkt de parallelweg langs de A20 een stuk schoner te zijn en kan ik wel wat vaart maken. Pas dan merk ik dat ik niet alleen last heb van de sneeuw, maar ook nog eens van harde tegenwind. Die combinatie maakt dat bij de heftige winterse buien die zo nu en dan naar beneden komen het zicht ernstig belemmerd wordt. Ik veeg driftig met mijn verse zeemdoekje (niet vergeten vandaag!) en kan zo door blijven fietsen.
    De omstandigheden zijn zeer wisselend. Stukken met schone weg waar de 30(+) weer haalbaar is, stukken waar kennelijk wel geveegd is, maar ondertussen weer een nieuw laagje sneeuw ligt (24-26 km/h) en stukken waar alle sneeuw nog ligt (20(-) km/h).
    Automobilisten rijden heel voorzichtig en zijn ook extra vriendelijk in de zin van voorlaten en zo. Dat is wel een mooie bijkomstigheid van de rit.
    Met een bang voorgevoel nader ik het fietspad langs Zestienhoven. Het ligt beroerd scheef en als het wegdek glad is, weet ik niet hoe ik me erover voort kan bewegen. Het blijkt mee te vallen. Echt doorfietsen is niet mogelijk door de laag sneeuw die er ligt, maar glad is het niet en ik kan gewoon doorfietsen.
    Vlaardingen binnenkomend blijkt het een chaos te zijn. Aan alle kanten zie ik rijen auto's de wegen volzetten, zonder dat er enige beweging in lijkt te zitten. Ik kan er gelukkig nog wel langs en na veruit de langste rit naar Vlaardingen zet ik mijn fiets in de stalling. Netto heb ik 8 minuten meer tijd nodig gehad dan de vorige langste rit. Maar omdat ik bijna nergens stil heb gestaan, is de bruto rijtijd gelijk aan het oude "record". Nog wel ruim binnen de twee uur binnen, maar ik vraag me af hoe het vanmiddag moet gaan.

    's Middags ga ik op tijd weg, want je weet maar nooit hoe het zich ontwikkeld op zo'n dag. Het valt allemaal mee, op een paar stevige sneeuwbuien na dan. Maar toch kan ook de wind in de rug niet voorkomen dat ik vandaag ruim meer dan drie uur voor mijn woonwerk-fietsen nodig heb gehad.

    Donderdag 2 maart: Dag stabstang!

    Nog voor ik de deur uitga, hoor ik auto's knerpend over de weg gaan: ijzige sneeuw dus! Ik besluit om de andere kant om naar de dijk te gaan. Dat is wel met een stoplicht, maar minder steil omhoog.
    Eenmaal omhoog maak ik met lage snelheid de bocht naar rechts, de dijk op. Ik hoor een raar geluid. Het klinkt echt niet goed, dus in de remmen geknepen en eens kijken wat er aan de hand is. De stabilisatorstang is dus afgebroken aan de rechterkant, in de buurt van de las (niet de las zelf!). Het armpje dat via het veerrubber aan de veerpoot zit is klemgeslagen tussen veerpoot en onderkant body. Met enig wringen haal ik hem weer los, waarna ik het kogelkopje heb losgemaakt en het restant binnen boord heb gelegd. De rest van de rit dus stabstangloos gereden.
    Nou moest ik vanwege de dubieuze staat van het wegdek toch wel rustiger fietsen, dus heel veel verschil heeft het niet gemaakt, hoewel het wel duidelijk merkbaar is. De stabilisatorstang heeft het bijna 9000 km uitgehouden.
    Gezien de staat van ontwikkeling (Frans Grotepass in zijn vrije tijd aan het uitproberen en ik na hem de eerste testrijder) helemaal niet slecht. Maar er is dus nog wel duidelijk ruimte voor verdere verbetering.
    Voor mij staat het nut van de stabilisatorstang buiten discussie. Het is alleen de vraag hoe je dat moet realiseren en uitvoeren. In de komende tijd ga ik het alternatief - stuggere vering - uitproberen.

    Maandag 6 maart 2006: nieuwe vering

    Het afgelopen weekend zijn we met de familie in een vakantiehuis geweest. Net na lunchtijd komen we weer thuis. Ik ga meteen aan de slag om het laminaat in Jesse's zolderkamer af te maken. Als dat gedaan is, is Kwessie aan de beurt. Nu de stabilisatorstang er onderuit is, is het de hoogste tijd om die stugge veren maar eens te monteren.
    Ik begin met het makkelijke wiel: rechts, want daar zit geen km-teller aan vast.
    Eerst de hele voorpoot eruit gehaald. En nu ik weet hoe de glijbussen erin zitten en ik nieuwe klaar heb liggen, is het betrekkelijk eenvoudig om ze eruit te halen. Ik hoef niet bang te zijn ze te beschadigen, dus hup de waterpomptang er omheen en heen en weer draaien. De druk van de veren helpt ze dan het eerste stuk naar buiten. Dan kun je ze nog beter vastpakken en even later is ie eruit. Dan komt ook de blauwe veer er uit.
    De standaard veer is een blauwe veer van 89 mm en een rode veer van ca 25 mm. De rode is stugger dan de blauwe. De stugge combinatie die erin gaat, heeft een kortere blauwe en een langere blauwe veer, waardoor het geheel een stuk stugger is.
    Maar goed, ik heb de blauwe veer eruit, maar verder lijkt er helemaal niets in de veerpoot te zitten. Ik snap er helemaal niets van, want de lengte klopt nu ook niet. Na wat prutsen besluit ik beter slim te zijn en de telefoon te pakken en Velomobiel.nl te bellen. Ymte legt me uit dat wat ik als bodem zie, eigenlijk het kunststof koppelstukje is. Dat is nodig om de veren goed recht op elkaar aan te laten sluiten. Vanzelf komt het er echter niet uit en het afwatergaatje zit verkeerd om het met een spaak het eruit te duwen. Nu heb ik geen gewone perslucht, maar wel een fietspomp. Maar 1 slag pompen is niet genoeg en om meer druk op te bouwen heb je een ventiel nodig. Dus een ventieltje gepakt, afwatergaatje ietsiepietsie uitgeboord en een stukje binnenband als verzegeling genomen. Het ventiel in het gaatje gedaan en aandrukken en dan een paar slagen pompen en ook de rest komt uit de veerpoot.
    Monteren gaat dan andersom: bodemstukje erin, rode veer, koppelstuk en blauwe veer en dan het zuigergedeelte monteren. Met een nieuw glijbusje. Dat kon toch al geen kwaad, want de andere had al wat speling. Niet al te veel, maar toch.
    Meteen alles even schoongemaakt, de koppelstukken voor de stabilisatorstang verwijdert en de band gecontroleerd. Die ziet er wel slecht uit en ik vervang hem maar meteen.
    Verder zie ik tot mijn schrik dat er een stukje bodem losgekomen is achter de linker wielkast. Een paar weken geleden heb ik een bocht naar links net iets te krap genomen en maakte een tik tegen een trottoirband. Ik dacht alleen een kras opgelopen te hebben, maar zie nu dat er wat meer los is. Een plakje van de buitenste laag, een scheurtje in de wielkast en de "voet" van de wielkast zit een beetje los van de bodem. Maar even geen zware dingen in die hoek leggen en binnenkort eens informeren hoe ik dit het beste kan repareren, in ogenschouw genomen dat er ook zand en vuil tussen is gekomen.
    Na deze droeve inspectie de boel weer gemonteerden klaar is kees.

    Dinsdag 7 maart 2006, laatste controle kaakchirurg

    Ik heb vanmiddag een afspraak bij dokter Van den Bergh, om te kijken of alles echt goed is vastgegroeid. Om echter op tijd daar te zijn en toch 's ochtends te kunnen werken, pak ik het gemotoriseerde blik voor mijn transport. 's Morgens is dat nauwelijks sneller dan met de fiets: veel tijd breng je bijna slapend door in filestand op de ringweg van Rotterdam. Maar net na lunchtijd is het wel heel vlot en kan ik in 1 keer doorrijden naar Nieuwegein.
    Er wordt weer een rontgenfoto genomen, dat spreekt vanzelf. Als ik de dokter spreekt is hij erg enthousiast. Hij had niet durven hopen dat het allemaal zo goed weer zou genezen, gezien de bak losse onderdelen waarmee hij heeft moeten puzzelen. Als hij hoort wie er allemaal bij het verdere restaureren betrokken zijn, is hij zo mogelijk nog enthousiaster. Hij is er van overtuigd dat ze ook voor zichzelf de lat erg hoog leggen en er moeite voor doen om het allerbeste resultaat te boeken. Zijn inschatting is dat het nog wel anderhalf jaar nodig heeft. Hij nodigt me uit om als alles klaar is, nog eens langs te komen, want hij is wel nieuwsgierig naar hoe het er dan uit zal zien.
    's Avonds zet ik de quest al even helemaal klaar. Maar als ik de wielen even laat draaien, komt er een ratelend geluid van het rechterwiel: ik heb de remkabel aan de verkeerde kant van de veerpoot laten gaan en dus komt deze steeds tegen de spaken. Wiel er weer uit, kabel aan de andere kant en wiel er weer in. Klaar om morgen extra vroeg naar Wageningen te gaan.

    Woensdag 8 maart 2006

    Ik heb het plan om kwart over zes al te vertrekken naar Wageningen. De wekker dus extra vroeg gezet. Vlot ga ik alle ochtenddingen langs, deze keer inclusief het bereiden van een tweeliterfles fietsvocht: bodem sinassiroop, tien gram Lo-salt (1/3 keukenzout, 2/3 kaliumzout) 50 gram maltosedextrine (suiker die veel minder zoet is, maar wel de calorieen heeft) en dan aanvullen tot twee liter met water.
    Ik ben maar 6 minuten achter op mijn schema als ik de fiets naar buiten rol en de garagedeur achter me in het slot trek.
    Foutje! Want ik merk dat ik mijn pet EN mijn sleutels binnen heb laten liggen. Heel kort druk ik twee keer op de bel en ik roep zachtjes bij het opgenstaande raam. Clara komt gelukkig snel om de deur voor me open te doen.
    Een paar minuutjes extra vertraging dus, maar dan ben ik op weg. Mijn benen voelen traag aan, maar ik zet door. Ze worden vanzelf wel warm.
    Als ik in Haastrecht de dijk af richting rotonde rijd, hoor ik meer rammel dan me lief is. Ik zal toch niet....
    Ik voel op de rechter wielkast en, dus toch! Vergeten de borgmoer op de veerpoot te plaatsen. Voor een kort ritje zou ik het er wel op wagen, maar met nog 165 km voor de boeg, lijkt het me verstandiger om een rondje rotonde te doen en weer naar huis te gaan, moertje pakken en plaatsen en met nog een hoop extra vertraging voor de derde keer te vertrekken.
    Het fietsen gaat alsof mijn remmen constant zijn aangetrokken. Nu heb ik bij het opnieuw monteren van mijn rechter voorwiel ook de remkabel een stuk aangetrokken, maar ik had toch genoeg speling? Het linker voorwiel lijkt echter weer wat vocht te hebben en dat wil ook wel eens tot aangetrokken remgevoel leiden.
    Maar eenmaal Schoonhoven voorbij blijkt de ware reden: in plaats van de verwachtte ZW wind (schuin achter) staat er een ZO wind (schuin tegen). En de wind is niet zacht.
    Ploeterend leg ik de 85 km naar Wageningen af, waar ik een zeer nuttige dag doorbreng, voor ik eind van de middag de thuisreis aanvaard. Helaas is de wind ondertussen een stuk minder geworden en ook nog eens de verkeerde kant op gedraaid. Dat wordt dus weer zwoegen. Ook heb ik nog steeds gevoel dat de remmen aanlopen, maar als ik mijn benen stilhoud, dan loopt de snelheid maar heel langzaam terug. Misschien is het gewoon tijd om de ketting weer eens te smeren. Ik kan me al niet eens herinneren wanneer ik dat voor het laatst heb gedaan....
    Door de gestaag neerdalende regen leg ik mijn weg naar huis weer af. Net als de vorige keer weet ik ongeveer anderhalf uur wedstrijd-intensiteit vol te houden. Maar het scheelt natuurlijk dat het 's morgens ook al zwoegen was, anders was het vast vlotter gegaan.
    Eenmaal thuis uitgestapt merk ik dat het gevoel van hangende remmen toch niet helemaal ongegrond is, want bij het achteruit de garage in slepen van mijn fiets voel ik ook buitengewoon veel weerstand. Even flink aan de remhandel rammelen helpt wel, maar het is wel duidelijk dat die rem binnenkort weer eens onder handen genomen moet worden.

    De oplettende lezer heeft door dat ik ondertussen rechts een stuggere veer heb gemonteerd en links nog de standaard heb zitten. In het gewone fietsen is dat nauwelijks te merken, maar het gevoel bij een bocht linksom of rechtsom is wel heel duidelijk verschillend. Morgen bij de gewone woon-werk rit maar kijken of ik dat wat nauwkeuriger in beeld kan brengen.

    Donderdag 9 maart 2006: haperend motortje

    Als ik opsta voel ik dat mijn benen gisteren hard hebben gewerkt. Ook onderweg blijkt het, er zit helemaal geen kracht in mijn benen. In slakkentempo sukkel ik zo naar mijn werk. Van even lekker uitproberen hoe het nu gaat met het ene of juist het andere wiel kan nu natuurlijk geen sprake zijn. Jammer, misschien morgen dan.

    In de loop van de dag blijkt dat aanstaande maandag de verhuizing van mijn werkplek (een verdieping naar beneden en dan naar het eind van de gang) in de planning staat. En omdat ik morgen vanwege tandartsbezoek er niet zal zijn, zal ik vandaag nog mijn spullen allemaal in moeten pakken. Dat lukt allemaal wel, maar ik ben natuurlijk niet vroeg weg.
    Om toch nog op een klein beetje acceptabele tijd thuis te zijn, probeer ik ondanks de moeie beentjes een flinke vaart erin te zetten.
    De wind in de rug helpt wel natuurlijk, maar moeie benen zijn niet zomaar hersteld. Iets langer dan een uur houd ik toch nog een 160(+) hartslag in stand. Alleen het laatste stukje lukt het niet meer, maar alles bij elkaar toch nog een fatsoenlijke tijd voor de thuisreis.

    Vrijdag 10 maart 2006: orthodontist

    Zoals gezegd vandaag weer naar de orthodontist. Nu is het tijd om het definitieve plan in te zetten.
    Omdat mijn benen nog als lood voelen en het bovendien pijpenstelen rekent, maak ik me schuldig aan benzinestoken. Maar het betekent wel dat ik meer tijd voor andere dingen over ga houden.
    Ik heb naar de orthodontist het model van mijn gebit toen ik 11 was meegenomen. Daar blijkt dat het "kleine" gebit eigenlijk alleen maar gezichtsbedrog is, omdat de achterste kiezen er niet zijn. In vergelijking met toen is mijn kaak niet gegroeid! En wat nog belangrijker is: we kunnen nu precies meten of en zo ja hoeveel mijn kaken nu eigenlijk echt breder zijn geworden. En wie schetst onze verbazing? Ze zijn precies even breed! Dokter van den Bergh heeft een nog betere klus afgeleverd dan ik al wist. Alleen bij de voortanden is de "boog" iets te groot geworden.
    Het plan is nu om met beugels het gat tussen de voortanden kleiner te maken. En met het verschuiven van de tanden vooraan, is het de bedoeling dat het lichaam zelf zorgt dat het bot mee ontwikkeld. Dat zou dan de botaanvullende operatie overbodig maken.
    Maar dokter Sutedja is ook van plan om er een zeer goed resultaat uit te halen. Hij heeft op de rontgenfoto's gezien dat de getransplanteerde kies, die dus al bijna 30 jaar rechtsboven zit, niet veel meer waard is. Die kan wellicht beter weggehaald worden. Dan is er meer ruimte om alles op de juiste plaats te zetten. Ene hoektand een paar mm de ene kant op, de ander een paar mm de andere op. En dan maar zien hoe het uitpakt.
    Voorlopig heb ik voor vier woensdagen op rij afspraken staan om de beugel te plaatsen. En tussendoor moet ik weer een nieuwe tandenspecialist raadplegen: een kaakchirurg van het Erasmus moet een botanker plaatsen: een schroef in mijn kaak aan de achter/boven/buitenkant (wel in mijn mond) en daar kan dan de spanning op gezet worden om de andere tanden en kiezen op de juiste plek te krijgen.

    Zaterdag 11 maart 2006: Ledendag NVHPV

    Dit weekend is de ledendag van de NVHPV, ook wel bekend als 'ligfietsvereniging'.
    Vanwege mijn uitgebreide taken bij ligfiets.net is het logisch dat ik er ook heen ga. Het staat namelijk op de agenda, net als de PR van de vereniging. Bovendien ben ik adspirant bestuurslid.
    De lokatie is Braamt, bij Doetinchem. Op zich zou het met een goed lopende fiets wel te doen zijn: zaterdag heen en zondag weer terug. Maar er is een verenigingscomputer die er ook heen moet en die in Waddinxveen moet worden opgepikt. Vandaar dat ik toch met de auto ben.
    Het is verder een gezellige en nuttige dag met zo'n 16 leden, waar je meer over kunt lezen op ligfiets.net.

    Zondag 12 maart 2006: algemene ledenvergadering

    Volgend op de ledendag is er de jaarlijkse ALV. Nog zo'n 20 leden voegen zich bij het gezelschap dat er al is.
    Eerst zijn er enige lezingen, die het ontwerpen (van bv fietsen) vanuit drie totaal verschillende hoeken laat zien: leuk. Na de lunch is er dan de vergadering, waarin mijn adspirant bestuurdersschap omgezet wordt in lid van het bestuur. Een vruchtbare vergadering, die duidelijk mogelijkheden biedt om de vereniging verder te brengen.
    Op de terugweg kan ik mijn schaamte over benzinestoken verdringen door Chris Toen een lift tot bij de A50 te geven en Eric van Galen helemaal tot in Schoonhoven mee te nemen. Een geslaagd, maar vermoeiend weekend zit er weer op.

    Maandag 13 maart 2006: Zwaar

    Als ik wakker word zie ik dat het fantastisch weer is maar het loopt vreselijk stroef. Vorige week kon ik het nog aan sneeuw en zo wijten, maar nu? Ik denk dat ik vanavond aan het klussen moet. De snelheid blijft ver achter de normale snelheden bij dit soort weer, er is echt iets aan de hand.
    Deze dag verhuis ik intern. Als ik eindelijk bij mijn bureau aankom, zie ik dat het mijn bureau niet meer is. Althans, alle ingepakte dozen zijn weg, dus die zijn naar mijn nieuwe werkplek gebracht. Een stukje verder op de gang en een verdieping lager kan ik dus weer gaan uitpakken. En bij het uitpakken kom je soms weer heel leuke zaken tegen, waarvan je vergeten was dat je ze had. Zoals de wetenschappelijke verklaring waarom slimme mensen minder salaris krijgen dan domme mensen.

    Waarom krijgen knappe mensen minder salaris?

    De Ierse natuurkundige Dr. N.O'Money heeft dat beschreven:
    The basic rules are simple:
    1) Time = Money
    and
    2) Knowledge = Power

    We also now that:
    3) Power = Work / Time

    Since Power equals Knowledge (rule 2) and Time equals Money (rule 1) we can substitute these in 3):
    4) Knowledge = Work/ Money

    Rearrangement gives the final formula:
    5) Money = Work / Knowledge.

    What does this mean? It means that the more you know, the less money you will receive!

    En zoals dat gaat op een nieuwe plek, je moet weer even het ritme oppikken. Het resultaat is dat ik best laat weer naar mijn fiets toe ga. En ik moet dus heel hard werken om ondanks wind tegen en stroeve wielen en hangende remmen nog enigszins op tijd thuis te komen.
    Net voor de Matlingeweg krijg ik belangstelling van de wetshandhavers. Ik word gevolgd over het dijkje richting Schiekade. Ze volgen me, maar hebben (nog?) geen reden om me even te laten stoppen. Het gaat ze echt om mij te volgen, want als ik linksaf draai richting het fietstunneltje volgen ze nog steeds.Maar ja, dan is er een stukje met een anti-auto hindernis (hoge stoep in het midden van de weg, met een kuil halverwege, zodat het echt niet fijn is om er met de auto overheen te gaan). Ik zie ze in mijn spiegel aarzelend stoppen voor die hindernis. Maar zelfs als ze me daarover nog gevolgd zijn, heeft dat ze zover opgehouden, dat ik ze vakkundig heb afgeschud :-)
    De rest van de weg werk ik hard om thuis te komen, elk remmoment ontwijkend, om de rem maar niet te laten hangen.
    's Avonds ga ik dus aan de slag. Eerst het rechterwiel er uithalen. De moertjes die bovenop de wielkast de veerpoot borgen gooi ik in mijn fietsschoen. Dan is het onmogelijk om ze te vergeten te plaatsen voor ik weer ga fietsen.
    Dan druppel ik wat olie op het remasje en haal het een flink aantal keren heen en weer, tot ik voel dat het weer soepel heen en weer gaat en de olie zich goed overal tussen heeft gewrongen.
    Dan is het andere wiel aan de beurt. Ik denk er nu eindelijk eerst aan om mijn km-tellertje van het metalen houdertje los te halen en de kabel alvast door te trekken, zodat ik niet meteen de snelheidsopnemer hoef te verwijderen, of anders tenminste dat kan doen buiten de wielkast. Vervolgens haal ik de veerpoot los. Ik zie dat het zwarte dopje, waarachter de borgmoer zit, weg is. Misschien bij een volgende bestelling bij velomobiel.nl even vragen of ze er eentje bij doen. Dan meteen nog eens vijf reservespaken vragen, want ik constateer weer twee gebroken spaken, die ik dus ook maar meteen vervang.
    Dan is het tijd om de rem open te halen. Je weet niet wat je ziet: wat een bagger (foto plaats ik zo snel mogelijk). Geen wonder dat het wiel stroef loopt met zoveel troep in de rem. Dus hup, alles schoongepoetst, meteen ook het asje aan deze kant gesmeerd en het stopbusje van de remkabel wat opgeschoven, zodat er weer wat te regelen valt met de afstelling op het stuur. Ik constateer dat de remkabel wel zijn beste tijd heeft gehad. In de komende maanden moet ik de kabels allemaal maar eens vervangen.
    Als alles weer schoongepoetst is en in elkaar gezet, zet ik de Quest weer rechtop en breng meteen de banden weer goed op spanning. Het laatste klusje is het smeren van de ketting, want die begon steeds meer te piepen. Logisch, want ik heb het smeren al veel te vaak overgeslagen. Nu dus niet en er gaat over een stukje van de ketting wat olie. Dat smeert zich dan morgen bij het fietsen wel verder uit.

    Dinsdag 14 maart 2006: als een zonnetje (met losse wielen)

    Bij het wegrijden merk ik het meteen: het loopt weer als een zonnetje! Heerlijk. Een extra duwtje op de pedalen merk je weer direct in wat extra snelheid, of even stilhouden van je benen laat je maar heeeel langzaam langzamer gaan.
    Helaas, de pret is van korte duur. Op de Veerstal, nog geen 4 km van huis, moet ik bij het verkeerslicht even extra aanzetten om goed met de vaart van het verkeer mee te gaan. Maar ik voel helemaal niets en er gebeurt ook niets. Alle kenmerken van 'iets mis met de ketting'. Is hij van het tandwiel afgelopen, of...
    Het beetje vaart dat ik nog had gebruik ik om van de weg af te sturen naar een plekje waar ik even goed kan kijken wat er aan de hand is. De ketting blijkt inderdaad gebroken te zijn. Barst!
    Gelukkig heb ik mijn kettingpons bij me. Na het nodige gewroet, om de breuk op een monteerbaar plekje te krijgen, pons ik de ketting in elkaar. Ondertussen krijg ik het wat koud, want mijn jack was ik gister op de terugweg vergeten uit mijn kast te halen. Op mijn vorige plek hadden we daar een kapstok voor...
    Ongeveer 20 minuten en een paar vreselijk vieze handen verder, kan ik weer op weg. De ketting ratelt nogal, maar dat probeer ik met even heen en weer schakelen te verhelpen. Maar er gebeurt niets... ik ben vergeten om de ketting door het kooitje van de derailleur te doen. Ik kan nu kiezen: of de hele verdere weg op het kleinste voorblad blijven rijden, of meteen opnieuw stoppen, ketting openen en door het kooitje doen en weer vastponsen. Ik kies voor de laatste optie. Nu kun je echter kiezen waar je de ketting openbreekt, dus gaat het redelijk snel en weer wat minuutjes later maak ik me opnieuw klaar om te vertrekken. Ik krijg een beetje vaart en dan voelt alles heel gek en krijg ik de trappers weer niet rond. Opnieuw is de ketting gebroken, hoogstwaarschijnlijk heb ik de tweede keer de ketting niet goed in elkaar geponst. Met enige lelijke woorden aan mezelf gericht stap ik voor de derde keer uit om de ketting te repareren. Dat kost iets meer moeite, omdat de afgebroken schakel zich in de kettingbuis heeft vastgezet. Maar als ik die er eindelijk uit heb, kan ik opnieuw een schakel verwijderen en de boel weer repareren. Een vriendelijke man komt ondertussen even kijken of ik soms motorpech heb. Wel aandrijfpech, geen motorpech.
    Alles bij elkaar heeft de ketting me 40 minuten oponthoud bezorgd. Om mijn begintijd op het werk niet al te laat te laten zijn, ga ik toch maar wat steviger doorfietsen dan ik oorspronkelijk van plan was. Dat gaat goed tot net voorbij de Rotte. Dan sta ik opeens stil. Althans, dat wil mijn teller mij doen geloven. Want hoewel alle wielen soepeltjes draaien, staat de teller op nul. Heb ik dan toch iets stukgemaakt of niet goed vastgezet?
    Afijn, ik heb genoeg vertraging gehad en wil nu gewoon opschieten. Hier kijk ik vanavond wel naar.
    Een paar km verder merk ik opeens dat de teller het weer wel doet. En dan weer even niet en weer wel. Rare toestand.
    Op de terugweg doet de km-teller het eerst weer wel. Maar bij een scherpe bocht over klinkers naar links, voel ik mijn fiets hele rare bewegingen maken. Zou mijn wiel niet goed vastzitten? Voorzichtig rijd ik een stukje verder, tot een plekje waar ik de fiets in het gras kan leggen. Gisteravond merkte ik dat ik nadat ik mijn wiel op z'n plek had gezet, dat ik het eigenlijke ringetje nog los had liggen, terwijl er wel een ringetje opzat. Dat leek me er niet toe doen, maar nu twijfel ik toch.
    Met de fiets op de kant voel ik of ik het wiel zijdelings kan bewegen. Tot mijn spijt lukt dat. Maar niet een klein beetje, nee, ik kan het wiel zo helemaal van de as afschuiven! Nou ja, bijna helemaal dan, want de wielkast houdt het wiel nog binnenboord.
    Ik heb geen goed ringetje bij me, dus kies ik ervoor om voorzichtig naar huis te fietsen. Ik weet nu wel dat mijn km-teller me vertelt of het wiel goed zit (= wel snelheid op de teller) of een stuk(je) is opgeschoven (0 op de teller). Vooral bij bochten naar links wil het wiel wegschuiven, terwijl het bij bochten naar rechts weer goed wordt geschoven. Helaas is slingeren op een recht stuk weg niet voldoende om het wiel echt op te schuiven.
    Door heel beheerst, voorzichtig en oplettend te rijden, kom ik veilig thuis. 's Avonds meteen even het euvel verholpen, want zo wil ik natuurlijk niet verder fietsen.

    Woensdag 15 maart 2006

    Vorige week sneeuwritten, stroeve wielen en hangende remmen, in het weekend NVHPV-weekend en weinig slaap en ook maandag weer met stroeve wielen. Tel daarbij een frisse (N)Oosten wind en je ziet dat de omstandigheden werkelijk ideaal zijn voor een rit naar Wageningen (ahum). Gelukkig lopen de wielen nu goed (en vast!).
    Maar het gaat lekker en vanaf Schoonhoven lebber ik geregeld even aan mijn drinkfles. Ik heb 2 liter drinken mee: 200 gram sinasappelsiroop, 12 gram zout en de rest water. Smaakt goed maar niet te zoet, met wat mineralen en wat koolhydraten. Ik weet het zo uit te kienen om pas 10 km voor aankomst op de terugweg de fles leeg te hebben.
    In Nieuwegein, vlak voor de Beatrixsluis, rijdt over de hoofdweg een echt oude (pre-WOII) Rolls Royce voorbij. De hoofdweg maakt een extra lus als ik over de Beatrixsluis ga en zodoende zit de Rolls even later weer achter me. Maar dan ga ik de dijk af, om door Tull en 't Waal te gaan, de Rolls blijft op de dijk.
    Kennelijk is mijn variant sneller, want een stuk verderop, komt hij alsnog weer achterop. Een tijdje volgt hij mij om er dan op een breder stuk weer voorbij te gaan. Daarna zie ik hem niet meer terug.
    Na Amerongen en Elst ga ik nu weer de Autoweg op. Maar onderaan de heuvel kies ik nu niet voor de weg, maar voor het vrijliggende (echt vrij, weg van de weg) fietspaadje. Het is nauwelijks breder dan mijn fiets en daardoor voel je je extra veel "in" het bos. Het gaat niet hard, want steil omhoog. Maar in deze richting is het wel leuk fietsen zo.
    Als ik even later bij de WUR aankom, zie ik dat ik op de hele route maar 10 seconden heb stilgestaan. En dat op bijna 85 km!

    Op de terugweg neem ik me voor om de inspanning rond de 150 hartslagen per minuut te houden. Dat zou ongeveer moeten zijn wat ik nu gedurende een paar uur zou kunnen volhouden. Natuurlijk heb ik dezelfde ochtend ook al gefietst, dus het is even afwachten hoe het gaat.
    Nou, dat gaat vooral lekker. Het gemiddelde ligt voor de eerste klim heel ruim boven de dertig en komt er zelfs bij het eind van de klim niet onder. De afdaling gaat met max 64, omdat het wegdek slecht is en er onderaan een bijna haakse bocht is.
    Aan het eind van de Autoweg wil ik liefst met behoud van vaart de weg richting Elst inslaan, maar helaas komt er verkeer vanuit Rhenen en moet ik helemaal stilstaan om ze langs te laten gaan. Daarna kan ik tot Schoonhoven heerlijk doorfietsen. Alleen de laatste 10 km gaan een beetje moeizamer, maar dat is niet zo gek als je ziet hoe de rest ging.

    Donderdag 16 maart 2006: waar zijn mijn muntjes?

    Met de afgelopen twee weken in gedachten is het weinig verwonderlijk dat het deze morgen niet zo makkelijk gaat. Natuurlijk heb ik met mezelf een herstelritje afgesproken, maar je wilt natuurlijk ook niet uren onderweg zijn. Achteraf heb ik het nog niet zo slecht gedaan: mijn gemiddelde hartslag is lager dan wat ik tot nu toe een keer genoteerd heb. Keerzijde is wel dat de gemiddelde snelheid ook niet boven de 30 uitgekomen is. En dat met een aardige NO wind in de rug!

    's Middags heb ik nog geen nieuwe muntjes, maar wel wind tegen. Dan blijkt dat middagritten toch vaak net even beter uitkomen, waarschijnlijk omdat je al de hele dag actief bent. Ondanks de tegenwind ben ik net iets sneller dan 's morgens.
    Morgen zal het wel niet veel beter gaan, maar met een weekend uitrusten gaat het maandag weer als een speer (ahum).

    Vrijdag 17 maart 2006

    Ik sleep mezelf naar het eind van de week. Al vanaf het familieweekend twee weken geleden heb ik het gevoel dat ik achter mezelf aanhol. Te veel doen en (veel) te weinig slapen. En slepende wielen, hangende remmen en pakken sneeuw om doorheen te fietsen helpen dan natuurlijk ook al niet.
    Deze week begon met een slepende wielendag op maandag en in vier dagen zijn er al weer 425 km onder de wielen doorgegaan. Nog een retourtje vandaag en dan hoop ik dit weekend eindelijk eens uit te rusten, al staat er nog genoeg op het programma.
    's Morgens weet ik rustig en toch doorrijden goed te combineren, het gaat beter dan gisteren.
    Onderweg valt er weinig te beleven, tot ik het vliegveld voorbij ben. Het fietspad langs de Matlingeweg is ondertussen berucht om de auto's die vanuit zijstraten komend, het fietspad blokkeren. Maar juist vanmorgen staat de ene na de andere auto ruim op tijd stil en ook de auto's die vanaf de Matlingeweg afslaan stoppen ruim op tijd, zodat ik lekker de gang kan vast houden. En bij het oprijden van de brug over de Schiekade, bedenk ik dat het er eindelijk op gaat lijken.
    Dat had ik natuurlijk niet moeten zeggen, want prompt bij de volgende weg is het weer raak. Een heel grote trekker met zandbak erachter denkt maar gewoon door te kunnen rijden. Ik moet wel remmen en uitwijken, maar weet hem op het laatste moment tot stoppen te bewegen. Hij kijkt wat verstoort en ik kijk boos terug en wijs op de haaietanden die hij pontificaal heeft genegeerd. Door zijn eigen stommiteit duurt het nu dus net even langer voor hij door kan rijden dan als hij gewoon netjes had gestopt.

    's Middags waait de wind nog steeds strak uit de NO-hoek. En dan met moeie benen snel genoeg naar huis rijden om met Diede naar vioolles te gaan valt niet mee. Toch zal ik eraan moeten geloven. En tegen de verwachting in weet ik een stevig tempo vol te houden. Het lijkt erop dat ik op tijd thuis zal zijn.
    Van de Julianasluis af, kies ik het fietspad langs de Rotterdamseweg, want op de weg zelf zal het wel vol staan met auto's en langs de dijk is om en heeft extra bochten.
    Dat blijkt een goede keuze en ik ga die rijen auto's voorbij richting Stolwijkersluis. Een moment aarzel ik bij het verkeerslicht: zal ik wachten tot het licht op groen springt, of toch maar buitenom gaan? Ik kies voor het laatste. En dat is opnieuw een goede keus. Zodra ik de brug over ben, zie ik in mijn spiegel dat er even geen auto's aankomen. Dat betekent dat ik hier soepel de weg op kan, zodat ik deze rotonde op de weg kan nemen in plaats van het fietspad rondom, waarbij je minstens twee maal stilstaat.
    Ik kom in volle vaart rond de rotonde en ga de weg naar Haastrecht op. In eerste instantie ben ik van plan om meteen het fietspad op te gaan, maar daar wordt net door anderen gefietst, dus zou ik eerst in de remmen moeten gaan. En per slot van rekening mag ik ook gewoon de weg volgen. Dat doe ik dan ook.
    Op 500 meter voor het stoplicht bij de brug over de IJssel komen er auto's achter me die niet inhalen, tot we met z'n allen stilstaan bij het verkeerslicht. Dan gaan ze er alsnog voorbij.
    Dan over het stukje Goejanverwelledijk, waar een stel jongeren met hun fietsen de volle breedte nodig hebben om te kletsen. Bellen en toeteren helpt niet, dus geef ik een luide brul. Die wordt net op tijd gehoord, zodat ze hun fietsen wegtrekken. Zij zullen vast niet hebben geweten dat ik als het nodig was geweest wel gestopt had.
    Als ik de Binnenpolderweg opdraai, komt daar net van de andere kant de auto aan die me net bij het stoplicht voorbij ging. De inzittenden vinden het ook wel grappig.
    Dan spring ik uit mijn fiets, rijd hem naar binnen en ren de trap op om mijn fietskleren uit en gewone kleren aan en binnen een paar minuten weer op weg, met Diede, naar haar vioolles, waar ik onder het genot van haar oefenen met Albert Huisman, haar vioolleraar, het verslag van vandaag weet te typen.

    Zaterdag 18 maart 2006: vast!

    we leggen thuis de laatste hand aan de zolderkamer waar Jesse straks komt te slapen. Maar er is iets te weinig verf. Geen nood, maar een fijne reden om even in de Quest te springen (elke reden is een fijne reden, toch?)
    Ik rijd vlot langs de binnenstad van Gouda, over de weg en niet over het fietspad natuurlijk. Bij een stoplicht halverwege moet ik even wachten, maar als het licht op groen springt, trek ik weer vlot op, bijna direct schakelend naar een hogere versnelling. Helaas doe ik dat net verkeerd om, zodat de ketting zowel voor als achter op het grootste blad ligt. Dat is net te veel voor de ketting, nu eerder deze week twee schakels door kettingbreuk verloren zijn gegaan. Gevolg is dat de boel vast zit. Muurvast. En ik heb maar een klein beetje vaart en kan nergens heen. Gelukkig hebben de automobilisten achter me geduld, tot ik me 100 meter verder van de weg af kan rollen.
    De boel zit echt helemaal vast, gewoon door de spanning van de ketting. Het lukt eerst niet om voor of achter de ketting op een ander blad te brengen. Dan breng ik de voorderailleur op de stand voor het kleinste blad, met de hand geholpen en oefen gewoon maximaal kracht uit op de trappers om de ketting weer van het grote voorblad af te krijgen. Als dat eenmaal gebeurt is, is er weer speling in de ketting en kan er weer gereden en geschakeld worden.
    Het is dus duidelijk dat er zo snel mogelijk weer een stukje ketting tussen moet, want dit kan ook tot gevaarlijke situaties leiden!

    Maandag 20 maart 2006

    Ik heb mijn handen zo vol gehad op zaterdag en zondag - onder andere het verhuizen van Jesse naar zolder en meteen dan Hidde naar Jesse's oude kamer - dat het verlengen van de ketting er nog niet van is gekomen. Ik moest vandaag dan ook heel goed opletten. 1 keer ging het bijna weer mis, maar net op tijd voelde ik dat het verkeerd ging en kon ik meteen terugschakelen om vastlopen te voorkomen. Helaas 's avonds nog steeds veel dringende zaken die het verlengen van de ketting in de weg hebben gestaan.

    Dinsdag 21 maart 2006: traaaaag

    's Morgens weer wind mee. De wind staat al tijden in de NO-hoek. Dat maakt het weer koud en betekent 's morgens, als de wind minder hard is, wind mee en 's middags, als hij is aangetrokken, wind tegen.
    Dat is niet het ergste. Maar die ketting die iets te strak staat helpt het rendement ook al niet en ik heb dan ook het gevoel dat ik niet vooruit te branden ben 's morgens. 's Middags is het nauwelijks beter. Pas als ik thuis ben en mijn bandenspanning controleer komt de aap uit de mouw: in beide banden samen zit zoveel lucht als er eigenlijk in elk van de banden zou moeten zitten. Ik streef naar 7 bar, maar er zit 3 bar in de ene en 4 bar in de andere. Strak oppompen en morgen weer wat vlotter fietsen dan maar.
    Gelukkig heb ik vanavond wel tijd om de ketting te vervangen. Maar dan blijkt dat ik alle oude kettingen weggegooid heb toen we uit Engeland verhuisd zijn! Ik heb nog puur geluk dat ik een pignon-afnemer met een eind oude ketting tegen kom, zodat ik daar drie schakels vanaf haal. Dat is wel van een breder kettingtype dan de 9-speed ketting die in de Quest hoort, maar dat is dan maar zo. Het erin plaatsen gaat in ieder geval goed.

    Woensdag 22 maart 2006

    In de eerste paar honderd meter 'voel' ik het dikkere stukje in mijn ketting ronddraaien, maar daarna draait de ketting weer geheel soepel. Dat fietst een heel stuk prettiger.
    's Middags zie ik bij de Schiekade een brommer de brug richting de Van Vlissingenweg opdraaien. Hoe kan dat nu? Die weg is toch wegens herbestrating en andere werkzaamheden langdurig afgesloten?
    Die afsluiting is de reden dat ik tegenwoordig 's morgens twee extra verkeerslichten voor lief neem en 's middags bijna een km omfiets. Als nu blijkt dat je er wel door kunt, is dat wellicht een reden om er, al is het alleen in de middag, weer langs te gaan.

    Donderdag 23 maart 2006: zandbak

    Vandaag maar weer eens de hartslagmeter omgedaan. Ik was al succesvol met het verhogen van de kadans met ongeveer 5 rpm ten opzichte van het gemiddelde, maar nu wil ik ook even bewust mijn intensiteit laaghouden. Dat blijkt nog aardig goed samen te gaan ook deze ochtend, die met matige vorst begint.
    In Rotterdam NW duik ik dus weer eens onder de weg door, langs de Schiekade, naar de Van Vlissingenstraat. Ik stuur de brug over, zie wat stratenmakers raar kijken en daarna lijkt het alsnog helemaal afgesloten te zijn. Ik begin dus maar om te draaien en probeer wat verdere informatie van de stratenmakers los te krijgen over hoe lang het nog gaat duren. Maar die wijst me erop dat ik er toch echt langs kan, over de rijplaten. Dus nogmaals keer ik me om en via de rijplaten wurm ik me langs de werkzaamheden. Dat wurmen is vrij letterlijk. Veel zand, hobbels en glibberen. Ik moet er niet aan denken hoe het er hier uitziet als het geregend heeft. Ja, je kunt er door, maar nee, voorlopig fiets ik 's middags nog gewoon om.

    Vrijdag 24 maart 2006

    Er zit een omslag in het weer aan te komen. Het eerste teken is al dat de temperatuur vannacht niet meer onder nul is geweest, voor het eerst in een lange tijd. De wind is voor de verandering al 's ochtends aan het blazen, nog steeds uit de oostelijke hoek, maar daar zal spoedig verandering in komen. De rest van de week is het goed gegaan, dus vandaag heb ik nog wat over om lekker door te rijden. Helaas wil om de een of andere reden mijn hartslagmeter niet "aanslaan", dwz, mijn horloge krijgt het signaal van de hartslagband niet te pakken. Nou ja, dan maar niet.
    Het eerste stuk gaat al meteen lekker en ik ben in een wip de Uniqema voorbij. Dan ga ik de dijk op, om de auto's die rechtdoor over de Rotterdamseweg gaan, in de file aan te zien sluiten. Ik denk even dat ik ze allemaal voor zal zijn tegen de tijd dat ik bij de sluis kom, maar ik heb buiten de waard gerekend: juist als ik eraan kom, is er een worst-vrachtauto die achteruit moet rijden. Daar heeft hij de volle breedte van de weg voor nodig en er zit dus niets anders op dan er in kruipsnelheid achteraan te hobbelen.
    Omdat ik mijn banden voor vertrek nog weer eens goed op druk (7 bar) heb gebracht, loopt het erg soepeltjes allemaal. Bij de rotonde net buiten Gouda kan ik soepel rondrijden en ik blijf net boven de 30 rijden bij deze slinger. Dan gaat het fietspad wat naar beneden en kan ik de fiets naar 50 km/h jagen. Dat houd ik even vol, maar dan is de rotonde Moordrecht/Waddinxveen er al. En ik had net bedacht dat ik maar weer eens de alternatieve route, de 'drie sporen route' ga volgen. Dus laat ik me even wat uitrijden om de extra bocht goed te kunnen nemen. Het fietspad aan de andere kant heeft eigenlijk veel mooier, vooral veel sneller wegdek dan waar ik gewoonlijk rijd. Wat jammer dat er twee oversteken nodig zijn om er gebruik van te maken.
    Het gaat vlot over het eerste spoor heen en wanneer ik onder de A20 door fiets, zie ik voor me een trein vanuit Gouda richting Zoetermeer rijden. Die rijdt op het spoor net naast die welke ik zometeen over moet. Maar juist als ik bij de overgang kom, beginnen de lichten te knipperen. Ik fiets dus maar snel door en zie de trein even later pas langskomen.
    Het is wel weer eens leuk om deze route te nemen, behalve dan dat even later er een bord dwars op de weg staat. Het geeft aan dat de weg is afgesloten. De keuze is nu om een flink stuk om te rijden, of eigenwijs te gokken dat een fiets, zelfs een Quest, er toch wel langs past.
    Als ik even later bij de werkzaamheden kom, zie ik dat ik met wat zorgvuldig manouevreren er wel voorbij kom. Niet goed voor je gemiddelde zoiets, maar een stuk beter dan om moeten rijden.
    Met harde banden en gunstige wind, rijd ik zo aan het eind van de week nog de snelste ochtendtijd in een maand.

    's Middags is ondertussen een band buien langsgetrokken. Vanuit de lucht is het wel weer droog, maar op de weg is het nat. De temperatuur is ook een stuk hoger dan het in tijden is geweest, helaas wel met veel vochtiger lucht.
    In het kader van goede metingen gebeuren ten minste in duplo, ga ik toch maar via de rijplaten langs de Schiekade. Maar als ik ter plekke ben rijden de rijplaten beroerd, maar daar had ik al op gerekend. Vervelender is, dat de doorgaande rijplaat weggehaald is en er dus eigenlijk geen doorgang is. Alleen als ik uitstap en mijn fiets door een grote bak zand sleep, kan ik er voorbij. Maar ik kan er niet mee zitten, want het voelt allemaal wel goed en ik sluit vlot weer een volle fietsweek af.

    Zaterdag 25 maart 2006: Velomobiel in de klas

    Vandaag mogen we voor filmster spelen. Een tijdje geleden ben ik door Kitty van Ham benaderd of ik met mijn Quest mee wilde doen in een serie opnames, waarvan toetsmateriaal voor de middelbare school, Natuurkunde/Scheikunde gemaakt wordt. Na wat heen en weer gemail is een plan gemaakt en een datum afgesproken: vandaag dus.
    Clara is alleen op stap en dus vergezellen de kinderen mij. Dan mogen ze meteen ook meedoen.
    Met z'n allen fietsen we naar de afgesproken plek, de Nieuwe Broekweg, langs de Gouwe. Het is een mooie stoet: Hidde op zijn gewone fiets, Diede op de Wielewaal en Jesse op de Hurricane. En ik erachteraan met de Quest natuurlijk.
    De filmploeg staat klaar. We beginnen met kennismaken, een kopje koffie of bekertje appelsap en een taartje. Dan wordt het plan doorgesproken. Er is een mooi parallelweggetje vrijwel zonder verkeer (lijkt het). Daar staan de pilonnetjes al klaar, netjes steeds op 5 meter afstand. Vanaf de dijk kan dan gefilmd worden.
    De kinderen vinden het maar wat leuk en fietsen ook ijverig mee heen en weer, netjes de instructies opvolgend: zo hard mogelijk en dan vanaf het eerste pilonnetje de benen stilhouden en uitrijden. Zo leveren ook zij hun bijdrage.
    Met de Quest wordt het lastig om vertragingen bij het uitrijden te merken. Bij het begin aankomend met 30 km/h, is het 50 meter verder nauwelijks langzamer. Het wegdek loopt erg licht, de banden zijn goed op spanning en de zijwind laat de Quest ook nog eens zeilen. Zelfs met een wapperende plaid gaat het nog niet veel langzamer. Pas als de voorbanden op 3 bar gebracht zijn, is er meetbare vertraging.
    Ook de filmers hebben een fietser meegenomen die ijverig heen en weer fietst. Het mooist komt het tot uitdrukking als we gelijk opfietsen tot het begin van het meettraject, met 30 km/h en dan uitrijden. Dan rolt de Quest zo weg.
    Heel wat keren gaan we zo heen en weer en flink wat filmmateriaal wordt geschoten. Daar zullen ze nog een tijd werk aan hebben om alles uit te werken, maar dan kunnen ook onze ligfietsen de klassen in!
    Aan het eind van de ochtend nemen we afscheid van elkaar. We hebben veel plezier samen gehad, het was echt leuk.

    Op de terugweg komen we bij een heel grote skatebaan. Daar wil vooral Diede, die helemaal in de ban is van skaten, even kijken.
    Als we het bijbehorende fietspad oprijden, staat daar een jongen van een jaar of twaalf zijn ogen uit zijn hoofd te kijken. Hij vindt de Quest echt super cool gaaf! Hij vraagt met grote verwondering in zijn stem of ik wel weet hoe mooi die eigenlijk is. Bescheiden antwoord ik: Ja, fantastisch mooi!
    Later in de middag doe ik boodschappen. Als ik naderhand de recordhoeveelheid van 50 kg spullen in mijn Quest aan het stoppen ben, vraagt een wat oudere man wat daar nou zo leuk aan is. Behalve dan die aerodynamica en dat het zo hard gaat en zo.
    Ik antwoord met een wedervraag: Wat is er niet leuk aan?
    Daar geeft hij geen direct antwoord op, maar hij verteld dat hij instructeur is bij een chauffeursopleiding, waar ze regelmatig ligfietsen bespreken en dat je die zo gemakkelijk over het hoofd ziet, vooral als ze rechts van een vrachtwagen zijn. Dat is voor mij dan weer aanleiding om te vertellen dat dat juist een reden is waarom ik de "op-de-rijbaan" regel zo graag gebruik. Die kende hij nog niet, maar zal hij zeker opzoeken. Als ik dan bovendien vertel dat je het beste kan fietsen met het idee dat iedereen gek is en niemand kijkt en dat je je niet moet verlaten op passieve veiligheid, blijken we toch wel erg dicht op 1 lijn te zitten. Als hij die boodschap ook zo aan zijn cursisten doorgeeft en aangeeft dat mensen op ligfietsen zich meestal (niet altijd helaas) erg bewust zijn van hun omgeving in het verkeer en dat bovendien die velomobielen ook nog eens echt op de weg mogen... Dan zou er al weer een hoop gewonnen zijn.

    Zondag 26 maart 2006: Landelijke ligfietsdag

    Deze dag fiets ik zelf niet eens aan het fietsen geweest, maar diverse collega's blijken er op de landelijke radio, via het ANP nieuws wel van te horen! Zo te merken gaat het dus steeds beter met onze PR.

    Maandag 27 maart 2006: Lente in de lucht

    Het weer is wel compleet omgeslagen. Was het de laatste tijd steeds maar koud, vanaf zaterdag is het opeens warm te noemen. Meestal gaat zo'n omslag gepaard met een hoop neerslag, zo ook nu. Maar het geluk is deze keer dat het meeste water 's nachts valt. Dus als ik 's ochtends vertrek, vanwege de zomertijd voor het gevoel erg vroeg, kan ik in best lekker weer naar mijn werk gaan.
    De wind zit weer in de vertrouwde ZW hoek, maar is nog niet al te hard aangetrokken. Bovendien is de barometer flink gezakt en dat merk je ook. Op die manier zet ik een relatief vlotte tijd neer.
    's Middags loopt een schoonmaakklus wat uit en aan de late kant ga ik richting kleedkamer. Daar blijkt de deur op slot te zitten. Als ik dan even later de sleutel gehaald heb en terugkom, krijg ik nog steeds de deur niet open. Opnieuw kan ik naar de bewaking terug. Nu komt de bewaker zelf mee, voor de zekerheid van een loper voorzien. Maar ook hij krijgt de deur niet van het slot, er steekt van binnen een sleutel in. Achter de kleedkamers zijn tennisbanen en de tennissers hebben -volstrekt tegen de regels- de deur op deze manier afgesloten. Gelukkig kunnen we met de loper wel achterom naar binnen, zodat ik me kan omkleden. Maar het heeft al met al nog wel weer een kwartier extra gekost.
    Dan is de pech voor vandaag wel op. Er zijn ook wat goede dingen te melden. Zo is de noodstroomvoorziening, waar (minstens) anderhalf jaar aan gewerkt is, nu in gebruik genomen. Dat betekent dat het noodaggregaat, dat het pad van fietsenhok naar de straat aanzienlijk versmalt, nu weggehaald gaat worden. De hekken eromheen zijn al weg en dat betekent een stuk makkelijker manouvreren. Als het ding zelf ook weg is, kan ik direct van de weg zo het pad op rijden,zonder twee keer steken. En dat scheelt.
    In volle vaart ga ik nu richting huis. De ZW wind is aardig aangetrokken en met hoge snelheid ga ik door Vlaardingen heen. Voorbij het Beatrixpark aarzel ik even: de keitjes en omrijden, of de twee stoplichten en mogelijke verkeersopstoppingen? Ik kies voor het eerste. Met de wind in de rug raast het makkelijk over de keitjes en even later ben ik al bij het vliegveld. Als ik daar optrek, kan ik maar blijven versnellen, tot ik tegen de vijftig over de hobbels gaat. Harder is niet te doen vanwege de vele oneffenheden in het wegdek.
    Van de wind heb ik op dit moment vooral voordeel, maar als ik eenmaal Rodenrijs door ben en de wind ook van opzij ga krijgen, is het andere koek. De wind wordt rap harder en er zitten echt harde windstoten in. De wind opzij geeft een mooie "zeil" duw, maar ook dusdanig harde rukken dat ik niet echt boven de 40 wil rijden en constant mijn stuur en remmen scherp vasthoud.
    Met een gemiddelde van ruim 36 kom ik bij de Rotte aan. Dat is me dit jaar nog niet eerder gebeurt. Vlot oversteken en dan over de Rottedijk weer een stukje terug. Daar waar de wind dwars staat, moet er heel scherp opgelet worden en het tempo ligt daardoor ook lager. Maar als ik even later de draai de polder in kan maken is het 3 km lang vol over de 50.
    Dan weer de dijk op en de wind dwars opzij. Heftig wordt er op de zijkant van de fiets gebeukt en 1 keer heb ik zelfs het gevoel dat een wiel een beetje omhoog komt. Voor de zekerheid ga ik erg scheef in de fiets zitten, met het gewicht zoveel mogelijk aan loefzijde, waar de wind vandaan komt. Dat blijkt afdoende te zijn.
    Eenmaal parallel aan de A20 kan er weer hard doorgereden worden. Alleen vlak voor Gouda, als de wind weer van opzij komt, moet ik steeds wat remmen, want met hoge snelheid een windklap opvangen gaat vast een keer mis. En dat wil ik niet.
    Thuis heb ik 37.3 als gemiddelde op de teller. Als het niet het hoogste gemiddelde terug ooit is, dan tenminste een top-5. De snelste tijd is het niet, al is het net onder de 1:10. Maar dat komt door de kleine km omrijden in Schiedam.
    Nu maar hopen dat het ergste er morgenochtend af is.

    Dinsdag 28 maart 2006

    's Morgens iets rustiger aan dan gisteren, want de wind is nog steeds best hard en nu weer tegen. Maar het gaat lekker, de lucht is helder en droog, de luchtdruk is laag en dan is wind tegen toch beter te doen.
    Als ik door Vlaardingen kom, blijkt een kruispunt compleet opgebroken te zijn om opnieuw te worden bestraat. Dat was eigenlijk wel hard nodig, maar nu betekent het uitstappen en de Quest over de stoep er langs leiden.
    Bij het werk is het oprijden van het straatje een stuk makkelijker, nu de hekken weg zijn rondom het noodaggregaat. Als het ding zelf straks ook nog weg is...
    's Middags is het opnieuw zonnig. De wind is iets minder hard dan gisteren en dat is eigenlijk heel fijn, dan hoef je met de wind dwars niet met aangeknepen rem te rijden.
    Meteen in het begin is dus dat opgebroken kruispunt. Maar soms zijn ze erg snel met dit soort dingen en er staat ook van de andere kant geen aanwijzing dat je er niet door kunt. Fout, ik moet opnieuw uitstappen en de Quest over de stoep slepen. Dat helpt je gemiddelde natuurlijk niet.
    Het fietsen gaat verder heerlijk, de kap is er voor de tweede dag af en het is puur genieten. Het tempo is hoog door de combinatie van lekker weer, goede zin en juiste wind. Langzaam maar zeker kruipt het gemiddelde omhoog, om in Gouda nog maar vlak onder dat van gisteren te zitten, ondanks de mindere wind en de vertraging door het opgebroken kruispunt. Uiteindelijk heb ik maar zes seconden meer nodig!

    Woensdag 29 maart 2006: beugel plaatsen stap 1

    Het geluk houdt een keertje op. De regen viel tot nu toe steeds 's nachts en als ik moest rijden was het helder. Niet vandaag. De weg is nat en de bewolking maakt het een stuk donkerder dan eerder deze week. Toch gaat het fietsen lekker op het gemakkie.
    's Middags vertrek ik extra vroeg, want ik moet naar de orthodontist, die vlak onder de Kralingse Plas gevestigd is. De route er heen ken ik grotendeels wel, alleen waar langs de plas ik precies af moet buigen heb ik nog niet helemaal in mijn systeem zitten. Met als gevolg dat ik de plas al helemaal voorbij ben voor ik door heb dat het dus toch al een stuk te ver is. Via wat achterafpaadjes kom ik op de 's Gravenweg om daarlangs weer terug te rijden naar de Oudedijk. Ca 4 km omgereden, maar ik had gelukkig ruim de tijd genomen.
    Binnen gekomen kan ik me even omkleden en dan meteen in de behandelstoel plaatsnemen. Er worden aan alle kanten elastieken tussen de kiezen geplaatst, om wat ruimte te creeren. Linksboven twee, linksonder twee en zo verder. In vijf minuten zijn we klaar. Dan kan ik nog even in de wachtkamer plaatsnemen tot kaakchirurg Van der Wal me even kan bekijken. Als dat ook is gebeurt kan ik me terug omkleden en naar huis gaan.
    Ik heb de route goed in mijn hoofd geprent en via de Ringvaartweg en de Bermweg wil ik richting Nieuwerkerk. Helaas, het tunneltje onder de doorgaande weg (verlengde van de N210) is grondig opgebroken. Zelfs uitstappen en te voet er langs is geen optie. Met wat gezoek kom ik dan weer op de 's Gravenweg uit, met z'n vreselijke verkeersdrempels en slechte wegdek. Een stukje verder kan ik linksaf weer naar de Bermweg toe. Maar deze doorgang is met dwarse hekjes afgesloten voor Questen. Alleen uitstappen en tillend manouvrerend kan ik er langs. Dat schiet natuurlijk ook niet op.
    Daarna weer doorfietsen en dat gaat lekker tot in Nieuwerkerk. Daar wil ik zo snel mogelijk de IJsseldijk op, maar ik laat me verleiden de fietsbordjes richting Gouda/Moordrecht te volgen en kom via een andere, naar mijn idee onhandiger route bij de dijk. Volgende week even anders proberen.
    De dijk volg ik tot Moordrecht via het fietspad onder de dijk. Een wielrenner maakt optimaal gebruik van de rugwind en gaat met hoge snelheid voor me uit. Ik moet me zelfs inspannen om hem in te halen. Maar even voor Moordrecht is het toch einde verhaal voor zijn voorsprong.
    Binnen Moordrecht ben ik eigenwijs en volg niet meteen de doorgaande weg, maar denk dat ik beter dicht bij het water kan blijven. Gevolg is dat ik via allemaal woonerfjes even later alsnog weer op die weg ben. Even later een oud klinkerstraatje door het oude hart van het stadje en aan de andere kant kom je dan op de dijk uit.
    Vlak voordat de "doorgaande" weg op de dijk aansluit, staat op een bizarre plaats een bord verboden voor fietsers. Op de plek waar het bord staat kun je helemaal geen andere kant op, dus je kan kiezen tussen omkeren en maar zien hoe je verder komt, of 25 meter een verbod negeren.
    Op de dijk zelf is het heerlijk doorkarren. De weg slingert mild, maar is lekker breed. Op het hele stuk tot Gouda komt er niet een auto achterop.
    Uiteindelijk heb ik thuis even veel kilometers op de teller als bij een gewone rit. Inclusief de 4 km omrijden dus. Misschien moet ik heel voorzichtig toch eens kijken of ik hier een echte route van kan maken. Want het stuk Rotterdam tussen Kleinpolderplein en Kralingse plas is niet het beroerdste stuk. En als dat tunneltje klopt en ik Moordrecht een beetje beter ken en, en, en....
    Vooruit, ik heb nog drie woensdagen op rij om het verder uit te werken.

    Donderdag 30 maart 2006

    's Middags ga ik bijtijds weg, want ik heb met Danielle afgesproken om samen een stukje te fietsen. Het is na een regenachtige ochtend weer een heel stuk opgeknapt en buitengewoon aangenaam fietsen. Dat gaat dan ook soepel en snel.
    Op de mailinglijst kwam een bericht langs dat er waarschijnlijk maandag in de buurt van Ilpendam, richting Purmerend, een Quest te water is geraakt door de harde wind. Dit bericht is nog niet bevestigd, maar onderstreept hoe alert je moet zijn met vlagerige wind.
    Dit zit ik me bij Bergschenhoek juist te realiseren, als ik .... een blauwe Quest aan zie komen! Bastiaan is zeker weer op weg van Utrecht naar Delft. We groeten elkaar en zoeven weer verder. Vijf minuten later ben ik bij de Pekhuisbrug, waar Danielle al staat te wachten. Ze heeft Bastiaan net gemist, niet gezien in ieder geval.
    We fietsen samen richting Gouda. Ik in de Quest en Danielle roetsend. Laatst had ze het erover dat ze weer meer in training moet, maar dat is dan al goed gelukt, want het tempo ligt niet lager dan als ik alleen zou hebben gefietst. Vooral op de Middelweg gaat het hard, met ruim boven de 50 en op het eind een sprint naar 60 km/h. Een auto met caravan houd ik op afstand door lekker midden op de weg te fietsen, een metertje of 10 achter Danielle.
    Zo fietsen we gezellig en vlot naar Gouda, waar ook de avond gezellig is.

    Vrijdag 31 maart 2006: record maand!

    Gisteravond had ik het er nog over met Danielle, dat ik te weinig langzaam fiets. En dat terwijl rustig fietsen minstens zo belangrijk is in een goede training als hard fietsen. Maar ja, als je ook nog beperkt in je tijd bent, maar toch vaste afstanden moet afleggen, dan is het wel eens lastig om langzaam te fietsen. Zelfs als je weet dat je dan later harder kunt fietsen als je langzaam fietst (snap je het nog?)
    Vanmorgen weet ik me dus erg in te houden en fiets ik heel langzaam, met een lage hartslag tenminste. Rustig richting Rotte en erover heen bij de Pekhuisbrug. Dan verder richting Bergsche Bos, dat doe ik eigenlijk altijd als ik langzamer wil rijden. Om de een of andere reden gaat dat juist over dat stuk makkelijker. Zal wel door alle bochten en kronkels komen.
    Vandaag komt er nog een extra hulp om langzaam te gaan: vanwege werkzaamheden staat er een trekker met een wagen erachter midden op het fietspad. Ernaast staan ook nog auto's en de boel is effectief geblokkeerd. Ik heb nog geen zin om eruit te springen en mijn Quest langs de versperring door de modder te slepen. Maar daar komt een werkman even poolshoogte nemen. Nadat ik hem er vriendelijk op wijs dat het wel heel efficient versperd is hier, vraagt hij nog even of ik er niet tussendoor kan. Ik wijs naar de eerste auto naast de trekker. Daar pas ik misschien nog wel net tussendoor, maar die andere staat er te dicht achter.
    Tja, maar die trekker met wagen zet hij ook niet zomaar aan de kant. Is de andere kant geen optie?
    Ondertussen heb ik me wat achteruit geflinstoned, zodat ik aan de andere kant langs zou kunnen sturen. Ik antwoord dat ik betwijfel of ik er wel door kom, vanwege mogelijk slippend achterwiel. Maar dat is geen probleem, hij zal me wel duwen. Hij vraagt zelfs nog even netjes of de achterkant wel geschikt is om tegenaan te duwen. En zo komen we nog best soepeltjes langs de versperring. Met een beetje vriendelijkheid en begrip kom je een eind.
    's Middags moet ik weer op tijd voor de vioolles van Diede thuis zijn. En ondanks alle goede voornemens, is het toch weer op het nippertje dat ik weg ben. Tot overmaat van ramp staat er een heuse file voor de spoorovergang al in Vlaardingen. En dat zonder dat de spoorbomen dicht zijn. De eerste vertraging dus al, nu is hard doorfietsen nog noodzakelijker.
    Dat gaat gelukkig een heel eind goed, tot ik bij het stoplicht voor Zestienhoven sta. Daar staat een brommertje dat voor me uit het fietspad opgaat, maar niet echt hard door wil rijden. Bij de 40 blijft hij hangen, zonder naar bellen of toeteren te luisteren. Pas als ik een luide brul geeft, kijkt hij om en gaat iets opzij zodat ik er langs ga.
    Even verder staat een stel figuren het fietspad - pardon, het autoservicepad - half te blokkeren bij het verwisselen van een lekke band. Ze staan breeduit in de weg en hebben nergens oog voor. Ik ben niet van plan om al te veel vaart te verliezen en maak langdurig gebruik van bel en toeter, met de vingers aan de rem voor het geval ze me toch niet op tijd in de gaten hebben. Vlak voordat remmen noodzakelijk wordt, hebben ze me toch nog gezien en stappen ze uit de weg, waardoor ik langs kan zoeven. Ze zullen wel niet veel fraais gedacht hebben, maar dan hadden ze maar niet zo de boel moeten blokkeren.
    Hierna kan ik pas echt gas geven en met ruim 50 dender ik over dit fietspad, dat eigenlijk veel te slecht is voor dergelijke snelheden.
    Bij de rotonde verderop kan ik vlot doorrijden. Het verbaast me ieder keer weer: je komt van een onlogische kant, er staan 1 meter hoge betonnen blokken het zicht te blokkeren, je hebt geen voorrang en toch wordt er in meer dan de helft van de gevallen duidelijk voor me gestopt om me er door te laten. Heerlijk, dat er zoveel vriendelijke mensen in auto's zijn. Ik bedank dan ook altijd met een vriendelijk handgebaar.
    Even later bij Rodenrijs kan ik vlot van het fietspad de weg op en onder het spoor door crossen. Even verder moet ik een keertje inhouden vanwege een auto die niet doorrijdt, maar a la, dat mag de pret niet drukken.
    Over de relatief lange en rechte stukken door naar Bergschenhoek, waar de rotondes vrij liggen te wachten op me. Maar net daar voorbij kom ik achter een lesauto te zitten, die nog niet zo goed fietsers durft te passeren en mij daardoor ook dwingt om langzamer te rijden. Maar eenmaal daar voorbij kan ik weer doorgaan. Maar net het laatste stukje voor de Rotte komt alweer de volgende vertraging. Een vrouw met paard aan de teugel en meisje ernaast, gebruikt het fietspad in plaats van het even daarnaast liggende ruiterpad. Ik laat de snelheid al zakken naar zo'n 25, klaar om verder te remmen. Ze leidt het paard wel richting ruiterpad, maar voor ik ook maar in de buurt ben, begint het paard te stijgeren en rukt zich los om 30 meter terug te rennen. De vrouw heeft zich wel wat bezeerd, maar doet daar verder niets mee. Ik kom rechtop en praat tegen het paard, dat alert kijkend toch wat terug komt lopen. De vrouw heeft moeite om het dier weer aan de teugel te krijgen, maar als ze dat voor elkaar heeft, kan ik weer verder. Ik hoop dat ze hiervan geleerd heeft, al heb ik met haar te doen.
    Al met al hebben al die kleine akkefietjes nog best wat tijd gekost en het zal er om spannen of ik op tijd thuis ben. Ik doe in ieder geval mijn best. De hele Middelweg rijd ik weer boven de 50. En met de max van 60 van gister in gedachten, probeer ik het nu op het eind nog wat verder. En met succes, op de rechte weg (ok, met rugwind) trek ik hem door naar 64 km/h. Dat valt niet vol te houden, domweg omdat de weg op is.
    Ook de rest van de weg kan ik nog hard doorfietsen, maar als ik thuis kom, is het om Clara en Diede net uit de garage te zien komen. Voor mij dus geen vioolspel vandaag.
    's Avonds ga ik nog boodschappen doen. Met een kar met 40 kg boodschappen kom ik weer bij mijn fiets, waar een groepje pubers al uitgebreid rond hangt. Ze vragen me de oren van het hoofd, maar geloven niet dat al die boodschappen erin gaan. Maar ze blijven net zo lang tot het toch gelukt is.
    Ze vinden het kennelijk toch wel erg interessant. Eentje vraagt zelfs of hij even mag proefrijden. Deze keer maar niet.
    Een ander jochie stelt voor een sprint over 100 meter te doen. Daar wint hij het wel op, dus ik nodig hem uit voor 50 km. Dat wil hij weer niet. Dus stap ik maar in om weg te rijden. Als lolletje willen ze nog even mijn achterkant vasthouden voor ik wegrijd, maar dat valt ze nog tegen.
    Deze maand 1857 km, met afstand een nieuw record!
    Totaalstand ondertussen 19126 km. Op naar de 20.000

    April 2006

    Zondag 2 april: andere veerpoot

    Eindelijk even tijd gevonden om ook de linker voorpoot van stugge veren te voorzien. Nu ik weet hoe het gaat, is het eigenlijk een klusje van niets. Ik neem meteen de remmen even mee, die al weer aardig aan het vervuilen waren. Morgen weer een retourtje Wageningen. En ja, ik heb vooraf gecontroleerd of ik alles weer goed heb vastgezet.

    Maandag 3 april: toch maar niet

    's Nachts wordt ik wakker van de bulderende wind. Een storm raast over het huis. Ik bedenk me, liggend in bed, dat het met dit weer onverantwoord is om per Quest naar Wageningen te gaan. Afgelopen week is Maurice Parree met z'n lichtblauwe Quest bij Ilpendam te water geraakt. En als ik dan met dit soort weer vele kilometers hoog op de Lekdijk moet fietsen... Nee, dat lijkt me niet verstandig. Met een zucht besluit ik dat ik toch maar gemotoriseerd naar Wageningen zal zijn. Meteen zet ik de wekker een uurtje later en slaap weer in.
    Na het opstaan blijkt dat de heftige wind veel sneller dan ik had kunnen verwachten weer is afgezwakt. Achteraf gezien had ik dus wel kunnen gaan fietsen. Maar nu is het te laat, ik zou mijn afspraak missen. Jammer, maar het is niet anders.

    Dinsdag 4 april

    Vanmorgen dan toch met twee stugge veren op pad. Het is net niet helemaal de stabilisatorstang, maar het scheelt verdraait weinig. Iedereen die denkt toch wel pittig te gaan rijden met de Quest, kan ik aanraden om ten minste stugge veren te overwegen.
    Als ik net de fietsenstalling ben binnen gereden, vraagt iemand of ik een bepaalde collega al gesproken heeft. Nee dus en ik ben verrast dat deze brommerrijder (die ik niet eens ken) me aanspreekt over een collega die ik ook zelden spreek! Maar later op de dag, als ik bij haar langs ga, blijkt het wel degelijk met mijn Koe-est te maken te hebben. Ze vind mijn fiets zo leuk, dat ze een prachtig boek over allerhande soorten vee voor me heeft. Een leuk en erg onverwacht cadeau!
    Overdag lees ik dat Bastiaan een paar minuten nadat ik hem vorige week zag (zie 30 maart) de rotondes van Bergschenhoek rond ging en prompt door de politie is aangehouden. De agenten wilden hem niet geloven dat hij daar toch echt mag fietsen en schreven een bekeuring uit. Daar zal Bastiaan ongetwijfeld met succes bezwaar tegen maken. En mocht het niet makkelijk lukken, dan roep ik bij deze de mede QVM-rijders op om Bastiaan op alle mogelijkheden te steunen!
    Wel vraag ik me af of deze starre houding van de plaatselijke Hermandad nog beinvloed is door het feit dat nog geen 2 minuten voor Bastiaan daar reed, ik diezelfde rotondes ook over de weg heb genomen. Wie het weet, mag het zeggen.
    Op mijn kilometerteller zag ik trouwens dat mijn banden weer zacht zijn. 4 resp 5 bar zat er nog maar in. Die heb ik in de middagpauze dus maar even opgepompt, zodat ik 's middags weer vlot kan doorrijden.
    De wind is tamelijk NW geworden, wat niet onverdeeld gunstig is. Toch fietst het behoorlijk door, tot het laatste stuk van de parallelweg langs de A20. Daar zijn een stel sluip-automobilisten zo "slim" om me nog in te halen, tamelijk kort voor de aansluiting met de provinciale weg. En natuurlijk staan ze dan met z'n allen de doorgang naar het fietspad te blokkeren. Ik rijd brutaal het hele rijtje maar weer voorbij en dwing voor mezelf een doortocht richting fietspad af, geholpen door een grote vrachtwagen die de boel blokkeert omdat de draai voor hem lastig te maken is. Als ik daardoor nog net voor de spoorbomen dichtgaan de rails kan oversteken, is mijn 'wraak' toch heerlijk zoet!

    Wordt Vervolgd

    Woensdag 5 april: orthodontist en een huis vol Quest

    Vandaag de tweede ronde bij de orthodontist. Daarom verlaat ik kort na de lunch het werk, om op mijn gemak naar Kralingen te fietsen.
    Vlak bij de Bergweg sta ik bij een verkeerslicht te wachten, loopt er een vrouw langs die even stopt. De volgende conversatie volgt:

    Vrouw:Leuk, zo'n autootje
    Ik, vrolijk: Het is een fiets!
    Dit doet de woordenvloed even stoppen en er is een korte stilte. Dan gaat de conversatie verder.
    Vrouw:Levensgevaarlijk ding!
    Ik (nog steeds vrolijk):Nou, het is al tijden geleden dat er iemand door zo'n fiets is aangereden.
    Dit blijkt wel een heel ingewikkelde mededeling te zijn, want de stilte is zo mogelijk nog langer dan de volgende. Maar gelukkig, de conversatie wordt nog voortgezet:
    Vrouw: Levensgevaarlijk!
    Dan vervolgt ze hoofdschuddend haar weg. Dat kan ik ook doen, want juist dan springt het licht op groen.
    Ik heb nog wat nauwkeuriger op de kaart gekeken, om minder om te hoeven rijden dan vorige week. Eenmaal naast de plas ga ik dus rechtsaf de wijk in. Dan een keer links en rechts en ik kom op de Oudedijk, waaraan de orthodontist is gevestigd. Maar moet ik nu rechts of links?
    Ik vermoed dat ik nog een klein stukje verder moet, naar links dus. Maar verderop zie ik allemaal gebouwen die niet passen rondom het huis van de tandarts. Ik keer dus om en ga toch de andere kant op. Een paar honderd meter verder ben ik aan het eind van de Oudendijk. Ik had dus achteraf gelijk gehad met links af gaan en had gewoon iets langer door moeten fietsen.
    Bij het wegzetten van mijn fiets hoor ik van alle kanten "cool" en "vet" en meer van dergelijke kreten, voornamelijk uit tienermonden van licht gekleurde herkomst.
    Deze tandarts houdt zich keurig aan de afspraaktijden, dus binnen een paar minuten mag ik door naar de behandelkamer. Als ik daar al enige tijd lig en ondertussen iemand de elastieken uit mijn mond heeft gehaald (auw!) komt er iemand anders binnen die met groet met "Ik zag je fiets al staan, maar had jou nog niet gezien!". Wel leuk dat hier iedereen een oogje in het zeil houdt.
    Ondertussen doet Steven erg zijn best om een viertal stalen ringen (met haakjes etc) passend voor de kiezen te maken en ze later met "cement" in mijn mond vast te zetten. Al met al zijn we een ruim half uur verder als ik weer weg mag. Nog even snel het plaatje aanpassen, want dat past nu natuurlijk niet meer goed. En dan kan ik weer op weg.
    Geleerd van de vorige keer, ga ik eerst weer naar de Kralingse plas en volg de Kralingse weg tot deze overgaat in de Bermweg. Dat gaat een stuk beter dan vorige week, al zitten in het stuk Kralingse weg ook nog de nodige verkeersdrempels. Volgende week ga ik eens kijken of ik eerst de IJssel oversteek en dan via de N210, door de Alblasserwaard naar huis. Volgens de kaart maar een paar km om, maar wel een totaal andere route. Voor de broodnodige variatie wel zo aardig. Bij de gewone route zijn de varianten eigenlijk nogal beperkt, dus dat zou wel mooi zijn als het een beetje gaat.
    Ik fiets verder op mijn gemak naar huis, waar ik help met eten koken voor een flink gezelschap. Vanavond bestuursvergadering van de NVHPV ook wel bekend als de ligfietsvereniging. Het betekent 's avonds drie Questen in de garage en nog eentje op de oprit. Wel grappig!
    Oh ja, ondertussen heeft de zorgverzekering EINDELIJK (na ongeveer een half jaar touwtrekken) de deels onvergoede declaraties van tandartskosten als gevolg van mijn ongeluk toch nog vergoed. Het zou tijd worden.

    Donderdag 6 april

    Ontbijten met drie Questpiloten tegelijk. Marcel van Eijk en Jan Limburg zijn blijven slapen.
    Na een goed ontbijt worden drie questen naar buiten gerold. Dan vertrekken we. De eerste 100 meter gaan we met elkaar gelijk op, dan zijn we op de Goejanverwelledijk, waar ik rechtsaf ga en de anderen linksaf. Jan naar Amsterdam en Marcel naar Wageningen.
    Ik doe de hele morgen lekker rustig, maar kom toch nog netjes op tijd op mijn werk.
    Omdat morgen Jesse jarig is, heb ik dan vrij. Vandaag dus al de laatste fietsdag van de week. En met een mooi briesje vanuit het westen maar eens volle bak gaan rijden.
    Door Rotterdam Noord-west is het nog steeds een kilometer klinkers omrijden, maar daarna gaat het als een zonnetje. De benen voelen erg goed en de conditie is top, wat blijkt uit het rap terugvallen van de hartslag wanneer er even pas op de plaats gemaakt moet worden (verkeerslicht, rotonde, etc). Met een bijzonder hoog gemiddelde kom ik de Rotte overzetten. Daarna kost het eeeeven moeite om weer op gang te komen, maar de hele Middelweg gaat het boven de 50. Op het eind nog even doorgezet, maar de 64 van vorige week red ik net niet, als ik op 62 zit ben ik al zo dicht bij het eind van de weg, dat doorzetten geen zin heeft.
    Daarna weer volle vaart verder. Het gemiddelde kruipt verder en verder omhoog. Bij het naderen van Gouda is het bijna 38, maar dat wordt net niet gehaald. De extra bochten en smalle stukjes fietspad laten het gemiddelde nog iets zakken, maar het komt met 37.6 duidelijk boven het gemiddelde van 27 maart en is daarmee een van de snelste ritten (in gemiddelde per uur) ooit.

    Woensdag 12 april 2006: beugel en Krimpenerwaard

    Vandaag de derde beugelbehandeling in drie weken: het plaatsen van de beugel op het ondergebit. De afspraak hiervoor is om 1 uur precies, dus om 12 uur verlaat ik mijn werkplek. Vanwege het opgebroken pad is het nog steeds zinnig om eerst mijn fiets te pakken en dan daarmee richting kleedkamer te gaan. Het blijkt dubbel nuttig te zijn, want daar zit de deur dus op slot. In plaats van heen en weer lopen, kan ik dus heen en weer fietsen, dat scheelt een paar minuten. Toch kost ook dit weer extra tijd. En met het nodige oponthoud op het eerste stuk van mijn route (o.a. de onvermijdelijke dichte spoorwegovergang) moet ik het tweede stuk nog aardig doorkarren om niet te laat op de afspraak te komen.
    Voor vandaag heb ik de afslag vanaf de Kralingse plas goed in de GPS gezet en dus kom ik zonder mankeren toch meteen goed - en op tijd! - aan.
    Binnen mag ik na het omkleden meteen omhoog. Volgens het eerste plan zou vandaag de bovenbeugel geplaatst worden, maar we zijn niet vies van een bijstelling van plannen als de tandarts dat zo ziet, dus wordt het de onderbeugel. Het betekent een uur lang rustig achterover in de luie tandartsstoel. Vanwege het uitharden van de beugellijm met UV licht en het spoelen/sproeien dat kan spetteren tussendoor, moet ik steeds mijn ogen dichthouden. Als ik ze vervolgens wat langer dichthoud, doezel ik bijna in slaap. Heerlijk rustig zo!
    Na een stevig uur zit alles op z'n plek. Het voelt wel weer raar aan, zo'n verse voorraad ijzer in mijn mond. Ik zal er wel aan wennen.
    Vervolgens kan ik naar huis fietsen. Omdat ik toch al in de zuid-oost hoek van Rotterdam zit, is het wel de moeite waard om bij Krimpen de IJssel over te steken en door de Krimpenerwaard naar huis te fietsen. Eens kijken hoeveel kilometer dat precies is en hoe snel (of langzaam) dat fietst langs die kant. In de voorbereiding heb ik de hele route in de GPS getikt en ik fiets dan ook vlotjes door het laatste stuk Rotterdam.
    Hoewel, vlotjes....
    Er zitten juist in dit stuk nog wel wat bochten, verkeerslichten en andere obstakels, die doorfietsen niet soepel maken. Voor volgende week moet ik maar een iets andere variant bedenken, want voor ik door Capelle bij de brug over de IJssel ben, heb ik al heel wat vertraging opgelopen. Eenmaal de IJssel over is de route op zich simpel: N210 volgen tot ik afsla en dan via Stolwijk naar huis. Vanaf die afslag heb ik het eerder al met Jesse verkend, dus dat moet wel goed gaan. Het eerste stukje langs de N210 gaat nog helemaal niet vlot. Er is geen fietspad, de fietsers "mogen" over de gewone straatjes, met flink wat klinkers, nog wat bochtjes en matig overzicht. Pas een kilometer verder kan ik het doorgaande fietspad opdraaien. Vanaf dat moment gaat het stukken lekkerder. Het fietspad is overwegend van goede, snelle kwaliteit en ik kom maar 1 verkeerslicht en wat onbetekenende zijstraten tegen. Over het algemeen goed doorkarren dus.
    Dan is er de afslag naar Berkenwoude. Met Jesse volgde ik hier het fietspad, nu de weg zelf. En hoewel het me op het eind een oversteek scheelt, is het asfalt op de weg aanzienlijk ruwer dan op het fietspad. Dat moet ik dus nog even verder checken.
    Voorbij Berkenwoude buig ik rechtsaf richting Stolwijk. Een lange, rechte, smalle weg, met best veel boerderijen en andere bebouwing relatief dicht aan de weg. Toch fietst het vlot door en zeker met het windje schuin in de rug ligt de snelheid aangenaam hoog.
    Kennelijk toch niet hoog genoeg voor een ongeduldige automobilist, die een beetje aandringt om er langs te kunnen. Er komen echter regelmatig tegenliggers, waardoor dit eigenlijk uitgesloten is. Bij elke tegenligger komt de auto weer een ruim stuk achter me te liggen, maar daarna wordt dit gat snel weer dichtgereden.
    Als we dan Stolwijk naderen vind ik dat hij de laatste paar honderd meter ook nog maar even moet wachten en ga ik wat meer op het midden van de weg rijden. Dan is er een slinger in de weg en sluit deze aan op de rotonde die de kruising met de N207 maakt. De automobilist had natuurlijk verwacht dat ik hier over het fietspad zou gaan, zodat hij "eindelijk" mij voorbij zou gaan. Als hij me dan de weg zelf ziet nemen, meent hij mij met getoeter te moeten corrigeren. Nou, dat kennen we wel en daar trekken we ons niets van aan.
    Vanaf Stolwijk heb ik twee keuzes: binnendoor over Haastrecht, of langs de N207 en dan aansluiten op de "gewone" route voor de laatste paar kilometer. Ik kies voor het tweede.
    Dat had ik dus beter niet kunnen doen. Al in Stolwijk kom ik achter een grote trekker met gierwagen te rijden. Deze moet voor elke tegenligger stilstaan en dat schiet dus niet op. Als hij echt doorrijdt is het nog net iets te langzaam, maar vooral al dat stoppen tussendoor is hinderlijk. Er voorbij gaan blijkt echter niet echt mogelijk en ik zit mijn tijd dus uit tot de trekker afslaat. Dan kan ik eindelijk verder doorrijden naar huis.
    Thuis blijkt dat deze route in zijn totaal zo'n 5 km langer is dan mijn gewone route. Daar kunnen misschien nog twee of drie af door ook deze route te optimaliseren en dan scheelt het niet zoveel. Het stuk Rotterdam fietst in principe iets minder door, maar de Krimpenerwaard weer meer. Afijn, het is denk ik wel een leuke route om te onthouden om zo 1, 2 keer per maand als alternatief te rijden, in het kader van "verandering van spijs doet eten".

    Goede Vrijdag 14 april 2006

    Veel mensen hebben vrij op Goede Vrijdag, niet deze jongen. Wel vertrek ik 's morgens vrij laat, omdat bij het bijstellen van de wekkers (Clara en de kinderen hebben wel vrij) ik me vergist heb. Ik sta dus drie kwartier te laat op en ben dan ook ruim later dan gewoonlijk op weg. Toch merk je het in het verkeer wel, dat velen niet onderweg zijn. Dat maakt het fietsen heel wat aangenamer.
    Het is al weer een tijd geleden dat ik de drie-sporenroute heb genomen en vandaag is een uitgelezen gelegenheid om daar weer eens gebruik van te maken. Heerlijk vrij en vlot zoef ik door de velden naar mijn werk.
    Daar heb ik een dag die vooral door weigerende computerprogramma's wordt gekenmerkt, zodat ik aan het eind van de werkdag het idee heb dat ik voor nop naar Vlaardingen gekomen ben. In combinatie met een lage bezetting wel een goed plan om maar vroeg weer richting huis te gaan. Niet te vroeg, want Clara is met de kinderen de hele dag naar Purmerend.
    Ik zet er stevig de sokken in en nader met rasse schreden Gouda. Daar wil ik over de Rotterdamseweg zoeven. Met zo weinig verkeer zal het daar wel niet vastzitten.
    Met veel vaart nader ik het kruispunt met de lichten op groen. Maar dan verschieten ze van kleur naar oranje en even later donker oranje. Ik maak de domme keuze om toch maar door te willen rijden. Maar de auto's trekken al op vanuit de zijstraat en ik moet dus toch even verstandig zijn en hard in mijn remmen knijpen. Jammer van de vaart en even een goede tik op mijn eigen vingers. Dit is niet hoe je moet fietsen Kees!
    Vanuit stilstand ga ik beschaamd maar het fietspad op en ga het laatste stuk iets rustiger doorfietsend naar huis, waar ik vijf minuten voor de rest van het gezin aankom.

    Paaszondag 16 april 2006

    Vandaag is mijn broer op visite. En alle vorige keren was het weer te slecht om hem met Kwessie te laten rijden, maar nu is het weer wel goed.
    Eerst maken we met z'n allen een ritje om naar de ooievaars op het buitenstation van Haastrecht te kijken. Nog niet alle nesten zijn bezet, maar een paar toch wel al. We fietsen allemaal op open fietsen en omdat Jesse even geen zin heeft om te liggen, mag ik zelf weer eens op de hurricane. Juist voor zo'n rit vind ik dat heerlijk.
    Weer terug thuis drinken we een kop thee en dan gaan we nog eens op pad: Jesse op de hurry, Sander in de Quest en ik ga op de racefiets. Na de gebruikelijke instructies op de Goejanverwelledijk, waarbij Sander eerst grote moeite heeft om zijn schoenen vastgeklikt te krijgen (hij gebruikt mijn oude fietsschoentjes) kunnen we op pad. Het moet een gecombineerde proefrit en training voor Jesse worden.
    We rijden over de dijk langs Haastrecht naar Hekendorp. Sander heeft al snel in de gaten hoe het allemaal werkt en alleen het leunen van zijn hoofd gaat niet helemaal goed. Hij is net iets korter dan ik en komt met z'n hoofd tegen de rand van het instapgat.
    Bij het binnenkomen van Hekendorp staat zo'n elektronisch waarschuwingsbord om mensen er op attent te maken dat je hier maar 30 mag. Ik zie het maar kort van tevoren en moet even sprinten om het bord op te laten lichten: U rijdt te hard. Jesse komt net iets te kort, maar Sander krijgt het bord ook aan. Eigenlijk niet zo spannend met 30, maar ja, dat is maar zo.
    In Hekendorp moet er een haarspeldbocht genomen om de polder in te gaan. Vanaf de racefiets houd ik alles goed in de gaten. Het gaat allemaal prima. Door de polder, onder het spoor door en dan terugbuigen richting de Reeuwijkse plassen. Hier komt de wind, die behoorlijk is, recht van voren. Maar de weg is heel overzichtelijk, redelijk breed en van goed wegdek voorzien. Ik zeg Sander dus dat hij even flink vaart moet maken.
    Ik ben natuurlijk aan mijn stand verplicht om hem bij te houden, ook al zit hij in de Quest en lig ik op het triatlonstuur. Hij trapt behoorlijk door en krijgt hem tegen de wind in al boven de 40. Even kan ik hem nog bijhouden, maar dan wordt het te veel en moet ik hem laten gaan. Dan houdt hij ook op met trappen, maar dankzij de prachtige stroomlijn rijdt hij nog heel lang van me weg.
    De arme Jesse is een aardig stukje achterop geraakt, dus we wachten even aan de kant van de weg, voor we het laatste stukje weer terug naar huis fietsen.
    De grijns van oor tot oor zegt genoeg, er is er weer iemand bij die de smaak van het Quest rijden te pakken heeft!

    Dinsdag 18 april 2006

    Van het weekend heb ik mijn trapas weer een halve centimeter dichterbij gezet. Ik heb de laatste weken gevoelige knieen en hoop het zo te verhelpen.
    Bovendien heb ik al gisteravond mijn banden weer op druk gebracht, zodat ik 's morgens vlot weg kan. Dacht ik.
    Als ik de Quest naar buiten rol, heb ik al het idee dat ie stroef gaat, maar het muntje valt niet meteen. Dat komt pas als ik instap en de afrit af ga. Het oppompen is de linker voorband teveel geworden en die staat plat. Dus weer even terug de garage in en de band vervangen en iets later nogmaals op weg.
    Het weer is lekker, het waait vrijwel niet. Ideaal weer om rustig en toch vlot naar mijn werk te fietsen. Het gaat ook lekker vlot, ook door het drukke stukje van Gouda. Bijna alle verkeerslichten staan goed en ik kan de vaart erin houden. Tot bij de Uniqema, daar kom ik al de staart van de file tegen! Gelukkig is er voor mij de mogelijkheid om naar het fietspad aan de linkerkant uit te wijken.
    Even later ben ik bij de Julianasluis en ik zie vanaf Moordrecht een fanatieke racefietser komen, die mijn kant op gaat. De man heeft er pittig tempo in zitten en ik kan eindelijk weer eens Rissen. Ik wil pas voorbij de "Karwei"rotonde hem inhalen, want anders moet hij achter mij inhouden bij die rotonde. Echter, tot mijn verbazing neemt hij deze rotonde met dezelfde snelheid als ik! Kennelijk heeft de rotonde minder QUest- specifieke vertraging dan ik altijd dacht. Of zou ik zelf op mijn hurricane of mijn racefiets harder erlangs gaan? Dat moet ik maar eens uitproberen.
    Nu de man met dezelfde vaart als ik om de rotonde gaat, is het inhalen een eitje. Met wat hard aanzetten de dijk af, ga ik hem met groot verschil voorbij. Er is ook helemaal geen kunst aan.
    De rest van de route valt ook vlot door te rijden en ik ben weer eens binnen de 1h 20" op het werk.

    Tussen de middag ga ik, net als vorige week, ruim 8 km hardlopen. Maar ik hoop nu minder lang het lopen in mijn spieren te voelen!
    Een bespreking aan het eind van de middag loopt wat uit, dus is het weer hard doorfietsen geblazen. Omdat ik toch al laat ben, lijkt me dat meteen naar de Matlingeweg wel vlot zal gaan. Maar daar aangekomen staat het helemaal vast. Het kost nog aardig wat moeite om tussen de auto's door op het fietspad te komen. Pas helemaal op het eind blijkt de oorzaak: een aanrijding tussen een vrachtauto en een personenewagen resulteert in een afgesloten rijbaan. Op het fietspad heb ik er gelukkig geen last van.
    Als ik van het viaduct af naar beneden ga, springt juist het verkeerslicht op groen. Dat is mooi, want dan kan ik in volle vaart het fietspad op. Zonder al te veel moeite blijf ik dicht tegen de 50 rijden langs het vliegveld en ook daar voorbij.
    Met rap oplopende gemiddelde snelheid ga ik rond Bergschenhoek. Daar zie ik dat de Hoeksekade is afgesloten. Dat blijkt nu even mee te vallen, maar er wordt aan de weg gewerkt. De ergste ruwheden zijn weggeschaafd en morgen zal er wel opnieuw geasfalteerd worden. Maar door het Bergsche Bos gaan morgenochtend.
    Niet veel later ben ik de Rotte overgestoken en raas ik over de Middelweg en vlot door naar de A20. Nog steeds loopt het gemiddelde verder op.
    Over de sluis kan ik deze keer wel netjes met het groene licht de Rotterdamse weg op en hard doorrijden. Alles bij elkaar de eerste fietsdag onder de twee en half uur sinds september en de achtste totaaltijd ooit!

    Woensdag 19 april 2006: laatste beugel

    Na het harde fietsen van gisteren en een ritje naar Wageningen voor morgen in het vizier is het motto vanmorgen "erg rustig fietsen". Dat wordt nog verder gestimuleerd door een zeer slechte nachtrust. Te veel dingen te regelen om mijn hoofd goed leeg te krijgen voor het slapen.
    Het rustige fietsen gaat erg goed, op hartslag gerekend dan. Het tempo is niettemin heel behoorlijk.
    Eerst wil ik de driesporenroute nemen, maar er is nogal wat verkeer rondom de rotonde waar ik dan moet oversteken, dus ik zie er maar vanaf.
    Bij de Hoeksekade bij Bergschenhoek blijkt dat de werklieden vroeg zijn begonnen. Als ik er aankom, is er al een laag vers asfalt aangelegd. Ik had al bedacht dat ik door het bos ga, maar om daar te komen zonder over het hete asfalt te gaan valt nog niet mee. Gelukkig hebben de werkmannen begrip en het walsje gaat wat aan de kant zodat ik er langs kan.
    Als ik net het bos in ga, houd ik 1 oog op de weg en 1 oog op mijn kilometer teller. En precies als ik over een hobbel ga, springt de teller over naar 20.000 km! Een mooie mijlpaal.

    's Middags mag ik weer naar dr Sutedja, voor de laatste fase van het beugelplaatsen: de bovenbeugel. Ik heb een afspraak om kwart over twee, maar in mijn hoofd zit twee uur. Als ik dan ook pas kwart over een vertrek, sta ik toch wel een beetje onder druk om op te schieten.
    Bij de 's Gravelandseweg komt er een brommerrijder naast me staan.
    Elektrisch?
    Nee, benenmotor!
    Nou, je gaat wel hard dan!

    Tja, daar kan ik het wel mee eens zijn :-)
    Verderop is de brug over de Schie open, met een hele rij auto's er voor. De meesten kan ik via de fietsstrook zo voorbij steken, maar die verdwijnt vlak voor de brug zelf. Er is nog een piepsmal strookje over en heeeel voorzichtig laat ik mijn fiets er langs rollen. Het lukt precies en dan steek ik mijn neus onder de slagboom door, om braaf te wachten tot die naar boven gaat. Dan kan ik wegstuiven en alle auto's verdwijnen uit mijn spiegeltje.
    Wat verderop als ik net het Kleinpolderplein ben rondgegaan en het fietspad langs de Gordelweg opdraai, zie ik daar een werkmannenautootje staan, effectief de boel blokkerend. Ik knijp al in mijn remmen en begin achteruit te Flinstonen, als de mannen mij zien en heftig wenken dat ik maar moet komen. Ze stappen zo snel mogelijk in om met hun auto weg te rijden. Dan blijkt dat ze met zeer goede werken bezig geweest zijn: dit stuk fietspad was wel allerbelabberdst, maar deze mannen hebben nu de ergste hobbels weggehaald. Het is nog verre van perfect, maar ruim voldoende verbeterd om goedkeurend mijn duim omhoog te steken.
    Dit stukje Gordelweg mag je niet het linker fietspad nemen, in tegenstelling tot verderop. Voorheen had ik daar maling aan, maar vandaag ga ik maar braaf de weg op. Die is in eerste instantie leeg, maar net nadat ik erop gekomen ben, komt er een stroom auto's achteraf. Dat is onhandig, want na het viaduct wil ik weer het fietspad op. Met wat gemanouvreer lukt het wel, maar de volgende keer ga ik toch dit stukje maar aan de linkerkant blijven.
    Op de rest van de Gordelweg rijdt het prima door. De meeste lichten staan op groen als ik aankom en bij de andere hoef ik maar heel even te wachten voor ik door kan.
    Als ik er bijna ben en langs de Kralingse plas rijd op het twee-richtingen voorrangsfietspad, komt er een oud mannetje op zijn fiets de weg oversteken. Er staan voor hem heel duidelijk haaietanden, maar goed uitkijken doet hij niet. Ik heb al het nodige afgeremd als hij eindelijk ziet dat er kennelijk iemand aankomt. Hij trapt op z'n rem en valt van verbazing bijna omver. Ik kan er dus nog duidelijk langs. In mijn spiegel zie ik dat hij me nog lange tijd nastaart. Ik hoop dat hij zich realiseert dat hij toch echt beter uit had moeten kijken.
    Een paar minuten voor twee kom ik bij de tandarts. Als ik me meld hoor ik dat de afspraak om kwart over twee is. Ik heb dus meteen even tijd om een stukje weblog te schrijven. Het valt me wel op dat de wachtkamer erg vol zit. Het blijkt dat er zowel een paar behandelaars niet zijn (ziek?) als dat er een stevige stroomstoring is geweest. Voor de eerste keer bij deze tandarts een forse vertraging dus. Zou wel een half uur of langer kunnen worden.

    Als ik dan toch in de stoel zit, gaat het ook niet allemaal vanzelf. Eerst worden op mijn tanden brackets gezet. Tot zover geen probleem. Maar dan de voortanden. Het plaatje kan niet meer in als de tanden moeten gaan verschuiven, dus de tanden worden daar los van gehaald. Ze moeten dan ook een bracket krijgen en aan de beugel hangen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij het vastmaken van een en ander, laat eerst de bracket van de ene tand los en later die van de andere. Elke keer opnieuw plakken is al gauw 5 tot 10 minuten. Als ze beide opnieuw geplakt zijn, wordt het geheel aan de voortand met kroon vastgezet. Maar ja, dan breekt daar weer van de bracket los en na plakken nogmaals. Uiteindelijk is het ruim na vijfen voor we klaar zijn en ik naar huis kan gaan.
    Ik ga opnieuw door de Krimpenerwaard fietsen. Maar het stukje naar de brug bij Krimpen wil ik wel anders doen en daarom heb ik een nieuw stukje route in de GPS gezet. Eerst langs de Kralingse Plas, dan een stukje Ringvaartweg, doorsteken naar de 's Gravenweg en dan onder het station door en verder naar de brug.
    De route blijk ik perfect in de GPS te hebben, maar hij is het niet. Het begint al met de doorsteek naar de 's Gravenweg. Daar hebben ze heerlijk hekjes neergezet. Ik kan er alleen langs wanneer ik eerst uitstap.
    Dan naar het station toe gaat nog wel, eronderdoor is geen punt, maar dan is er een mager weggetje dat toch in de voorrang is gestopt. Hoezo kortzichtig?
    In het volgende buurtje moet ik - volgens de kaart - een soort z-bocht maken. Maar bij het uitkomen aan de andere kant blijkt dat ik gewoon rechtdoor had kunnen gaan.
    Vervolgens neem ik de rotonde en blijf het fietspad, waar ik al op zit, volgen. Dat is niet handig, zo merk ik al snel. Het is (on)behoorlijk smal en als er dus iemand blijkt te fietsen, is het al snel te smal om er voorbij te komen. Ik dreutel een heel eindje er achteraan voor ik er voorbij kom. Als ik nog eens deze route neem, wordt het hier gewone weg!
    Maar dan ben ik bij de brug en van hieraf is het eenvoudig.
    Even later langs de N210 is het perfect doorfietsen, met bijna constant 50 op de teller. Dat mag ook wel, want anders wordt het helemaal zo laat.
    Het stuk naar Stolwijk is een kopie van vorige week. Maar voorbij Stolwijk ga ik nu wel via Haastrecht. Dat gaat prima en is ongeveer een kilometer korter. Zo is het nog maar 3 kilometer omrijden. Dus als dat stuk door Rotterdam nog wat beter kan worden gestroomlijnd, dan wordt het misschien nog eens wat.

    Donderdag 21 April: wageningen in recordtijd

    Het is heerlijk rustig weer als ik even voor zeven uur van huis wegrijdt voor weer een retourtje Wageningen. Er is bijna geen wind en het beetje dat er is, komt uit zuidelijke richtingen. De Quest rijdt voorbeeldig, of is mijn conditie aan het verbeteren? Hoe dan ook, ik schiet vlot op, terwijl ik toch mijn hartslag laag houd. Binnen het uur ben ik al bij de Beatrixsluis, als ik het eerste - kleine - oponthoud krijg: de ketting is van het bovenste kettingspanwieltje afgelopen en ratelt over het montageboutje. Dan kun je geen kracht zetten want door gebrek aan spanning springt dan de ketting over. Dat is ook wel weer een teken dat de ketting zowiezo wel aardig richting einde levensduur gaat.
    Even stil staan en mijn vingers zwart maken en de ketting ligt weer op z'n plaats. Daarna kan ik weer vlot doorrijden, door Tull en 't Waal, doorgaand om het Fort te omzeilen en dan weer de dijk op. Onder het spoor door en op naar Wijk bij Duurstede en Amerongen. Dan over de berg en hup weer naar beneden. Nog even klimmen de Wageningse berg op en met 33 gemiddeld (bij HR 136!) besluit ik mijn ochtendrit.
    Ik heb vanmorgen mijn 1 liter flexiflask gevuld met mijn home-made sportdrank en die is precies leeg bij aankomst. Speciaal voor de terugweg heb ik een flesje met wat siroop meegenomen, want water hebben ze ook in Wageningen genoeg.

    De besprekingen van vandaag zijn boeiend en zeer nuttig, maar ze duren wel een stuk langer dan ik had gepland. Daardoor is het al zo goed als vijf uur voor ik weg ben. Dat alleen is al een reden om stevig door te trappen, een lange intensieve duurtraining er van maken is een tweede. Ik zet mijn zinnen op een hartslag van rond de 150 constant en minder dan twee en een half uur rijtijd. Dat komt neer op een gemiddelde van 34 precies.
    Wageningen uit gaat al vlotjes en op weg naar Achterberg zie ik vanuit een andere weg een rode Alleweder rijden. Niet zo heel veel later zit ik op dezelfde weg en kan ik hem achterna. Ik heb echter wel een beetje haast en ik houd de vaart er nog goed in. We groeten elkaar wel als ik langs zoef, maar tijd voor een gesprekje is er niet. De volgende ochtend krijg ik een mailtje van Gerrit Polder of ik dat was, die langs zoefde. Ja dus.
    Een stukje verder moet ik de provinciale weg over, bij het enige stoplicht op mijn hele route (!!). Ik stop naast een doorgewinterde fietsster, die me geringschattend aankijkt en dan vraagt of dat een fiets moet voorstellen. Ik moet nog even opmerken dat ik ondanks de redelijke temperatuur met de klep erop rijdt, voor het extra beetje stroomlijn. Als ik bevestigend antwoord, geeft ze te kennen dat een echte fietser open rijdt, echt in de vrije lucht. Ik geef haar groot gelijk. Als ik alleen voor mijn plezier fiets, dan pak ik ook liever een van mijn open fietsen.
    Aan de overkant staat nog een ligfietser, wel open. Dan gaat het licht op groen en kan ik weer verder. Het is een aardig klimmetje, met een stukje bos niet onaardig. Heel bewust houd ik mijn tempo beperkt en ga zelfs even minder dan 10 km/h, om er maar voor te zorgen dat ik hard door kan fietsen tot ik thuis ben en niet alleen tot Nieuwegein of Schoonhoven.
    Ik ga met een flink vaartje door Elst, netjes de weg volgend en het fietspad rechts laten liggen. Een stukje voor me rijdt een brommer. Bij het verlaten van Elst ligt er een prachtig fietspad dat ik neem. De brommer blijft op de weg doorrijden. Maar ik weet dat een paar honderd meter verder een bordje "brommers het fietspad op" is. Ik houd hem dus goed in de gaten, want de kans is groot dat we tegelijk op dat punt aankomen. En jawel, op hetzelfde moment zijn we daar. De brommerrijder kijkt echter goed uit en stopt ook bijna, terwijl ik nadrukkelijk ook bel. Je wilt niet met 40+ km/h iemand torpederen. Het gaat dus echter perfect en ik ben hem ruim voor. Richting Amerongen gaat het steeds wat meer omhoog en op het eind verlies ik net genoeg vaart om de brommer voorbij te laten komen. Dan hup het stadje door en naar de Lekdijk, waar het gemiddelde al rond de 35 ligt. Als ik dat vasthoud, heb ik ten minste een hoogste gemiddelde op deze rit neergelegd.
    Het gaat lekker en met de hartslag rond de 150 ga ik rond de 40 km/h. Ik neem zo nu en dan een slok. Dat is wel lastig, want je moet eigenlijk op het tuitje van het slangetje bijten om het te openen. Dat gaat nu natuurlijk niet met mijn los bungelende voortanden. Ik moet de slang dus in de hoek van mijn mond proppen en er dan op bijten om te kunnen drinken.
    Aan de andere kant, de flexizak drinkt wel weer heel gemakkelijk en zo raak ik niet al te snel gedehydrateerd.
    Als ik Nieuwegein nader, denk ik er even over om deze keer weer wel de dijk te blijven volgen. Maar ik bedenk me net op tijd dat ik dan dus wel weer de rare kronkel rondom het fort moet maken. Die is erg onhandig, dus ik buig toch maar weer af en ga geheel door TUll en 't Waal. Als ik het plaatsje met ca 43 km op de teller weer uitdender, blijft een dikke mercedes op ruime afstand volgend. Kennelijk vind ie het wel aardig om te zien hoe dit zo verder gaat. Nou, dat gaat prima. De bocht naar rechts om de dijk omhoog te gaan neem ik met maximale snelheid en met even flink aanzetten blijft de gang erin zitten tot ik helemaal boven ben.
    Nieuwegein door is ondertussen geen enkel probleem meer, zolang ik maar probeer om aan de andere kant bij de Lekdijk uit te komen. Een volgende keer moet ik toch maar weer eens via Polsbroek en IJsselstein gaan, dat scheelt op de kaart zo'n 4 km en dan moet je zo'n route toch ook kunnen nemen, niet dan?
    Als ik Nieuwegein uit en de Lekdijk weer op ben, komt er vanachter een grote trekker ook de dijk op scheuren. Hij komt aanrijden met een vaart van ruim boven de 40. Ik heb er al twee uur opzitten en dat voel je, maar hij nadert op een manier die lijkt te zeggen: "zorg maar dat je aan de kant bent".
    Ik wil hem niet eens in de verleiding laten komen om me in te halen, dus doe er zelf ook nog een schepje bovenop en creeer zo weer wat meer afstand. Gelukkig slaat ie na een paar km af en kan ik weer iets rustiger doen, zodat ik het ook het laatste half uur volhoudt. Mijn gemiddelde staat ondertussen op 36.0 en dat met lichte wind tegen is niet gek!
    Bij Jaarsveld de dijk weer af, langs de N210 zoevend naar Schoonhoven. Maar de stukjes daarna, tot Vlist, zijn wel mooi maar niet echt snel. Langs het riviertje Vlist naar Haastrecht en dan ben ik weer thuis. Net geen 36 gemiddeld, maar wat een fijne rit!

    Vrijdag 22 april 2006

    Na de rit van gisteren reden om extra rustig aan te fietsen. Tot mijn grote verwondering (en blijdschap) gaat dat toch mooi samen met een heel behoorlijk tempo. Bij Bergschenhoek ligt er een prachtige nieuwe asfaltlaag en als ik bij mijn werk aankom zie ik dat de bestrating weer helemaal in orde is. Zo makkelijk ben ik nog nooit met Kwessie in de fietsenstalling gekomen.
    's Middags verreken ik me even met hoe laat ik weg moet om op tijd met Diede naar vioolles te gaan. Er zit niets anders op dan toch maar weer volle bak te rijden. Ondanks de drukke week gaat dat nog precies goed. Ik heb nog 1 minuut over om mij om te kleden en hoog op een "gewone" fiets met Diede weer te vertrekken.

    Maandag 24 april 2006

    Morgen en overmorgen ben ik in Engeland. Het fietsen is deze week dus in kleine porties verdeeld, wat weer ruimte geeft om eens stevig aan de haal te gaan.
    Na het warmrijden in de eerste vijf kilometer, ga ik vanaf je Julianasluis hard doorrijden. Dat is een stuk van drie kilometer, de spoorwegovergang bij Moordrecht en dan opnieuw drie km doorrijden in volle vaart. Een soort intensieve intervaltraining dus. Het stuk vanaf Nieuwerkerk tot dat ik de Rottepolder inrijd is dan om te herstellen en dan weer drie km hard doorrijden. Het gaat heerlijk zo en met een flinke vaart schiet ik de Rottedijk op, die ik gebruik om weer te herstellen. Zo gaat het intervallend door tot ik in Rodenrijs ben. Daar voeg ik me tussen de auto's met de bedoeling om nog een laatste harde interval te doen langs het vliegveld.
    Helaas. Net bij het onderdoorgaan van het spoor, besluit de auto voor me om even stil te gaan staan om een auto vanuit een zijstraat er tussen te laten. Een erg sociale actie, dus ik kan er niet boos om zijn. Onhandig is het voor mij, omdat je het tunneltje uit omhoog moet en ik niet in de allerlichtste versnelling sta. Dat blijkt als ik weer wil optrekken: iets teveel kracht op de ketting en PANG daar gaat mijn ketting. Nu sta ik dus stil op een hoogst onhandige plek. Gelukkig staat ook het andere verkeer zo goed als stil, dus kan ik uitstappen en de fiets naar de overkant brengen, waar hij op z'n kant gaat. Even vrees ik dat ik mijn kettingpons niet bij me heb. Ik heb hem al zolang niet nodig gehad, wellicht is ie een keer in de garage blijven liggen. Maar het valt mee, hij zit in m'n gereedschapstasje.
    Omdat de ketting onder volle spanning is gebroken, is ie ook uit de kettingbuis geschoten. Toch kost het niet al te veel tijd om de boel weer te repareren. Binnen tien minuten ben ik weer onderweg, maar even later blijft de ketting hangen. Ik stuur mijn fiets nogmaals de berm in, maar kan niets ontdekken. Stroefheid van de vervangen schakel, waarschijnlijk.
    Wel jammer is dat ik nu het tempo en ritme van de interval training kwijt ben. Nou ja, ik heb er wel een paar stevige opzitten.
    's Middag ben ik vroeg op weg terug, omdat ik nog dezelfde avond ga vliegen. Dat betekent relatief rustig op de weg en ruimte om hard door te fietsen. Dit is meteen een test voor hoe snel ik kan herstellen. Nou, heel behoorlijk kennelijk, want ik ben heel vlot thuis, zodat voor de tweede keer binnen een week, ik mijn dag-rittijd onder de twee uur dertig houdt!

    Dinsdag 25 april 2006: Engeland

    Gisteravond naar Luton gevlogen en vandaar met een huurauto naar Bedford gereden. Het linksrijden zit nog goed in mijn systeem en een stuur aan de rechterkant is natuurlijk helemaal geen probleem, dat heeft de auto thuis ook.
    Het is echter nogal laat geworden voor ik uiteindelijk kon gaan slapen, dus het even zwemmen voor het ontbijt - echt Engels ontbijt met worstjes, spek en eieren. Heerlijk! - sla ik over. Nog even langs de supermarkt en op naar mijn oude werkplek. Een melancholisch gevoel komt over me. Het is alsof ik thuis kom!
    Na een erg plezierige ochtend, het is met mijn vroegere collega's alsof ik geen dag ben weggeweest, ga ik tussen de middag hardlopen op het vertrouwde Colworth parcours. We doen de 5 mijl (8 km) over een pittig, heuvelachtig parcours. En ondanks dat ik pas weer een paar weken aan mijn hardlopen werk, gaat het toch in ongeveer 40 minuten. Meer zit er voor mij op dit moment niet in, maar het is niet eens zo gek ver weg van de 35 minuten die ik - in wedstrijd - over dit parcours als persoonlijk record heb staan.

    Donderdag 27 april 2006

    Een lekker dagje rijden. 's Morgens vlot doorgereden, weer door het Bergsche bos en 's middags maar weer bovenlangs Rotterdam Noord-west. Ik ben voor de verandering eens niet net te laat weg en dan is helemaal via de Matlingeweg een drama. Nu rijd ik dus iets om, maar het valt me bij het opdraaien van de Polderweg op, dat het bord dat de Van Vlissingenstraat is afgesloten weg is. Zou dan eindelijk....
    Tja en hoe gaat dat, tegen de tijd dat ik langs het bruggetje naar de Van Vlissingenstraat rijd, vergeet ik even opzij te kijken of de hekken weg zijn. Morgenochtend dus eens echt proberen.

    Vrijdag 28 april 2006: rit 200

    Vandaag is mijn 200ste 'gewone' woonwerkrit naar Vlaardingen, een stel op de hurricane, maar de meesten in de Quest.
    Het is nevelig en vochtig als ik thuis wegrijd, maar dat trekt gedurende de rit langzaamaan bij. Tegen de tijd dat ik langs het vliegveld rijd is het al weer tamelijk helder. Ook helder genoeg in mijn hoofd om me te herinneren dat ik de Van Vlissingenstraat weer mag proberen. 's Ochtends heb ik doorrijden als goed alternatief leren waarderen, maar voor de terugweg is dat vaak een ramp. Dus nu meteen even kijken en.... jawel! Ik kan er gewoon weer door. Alle straatwerk is gedaan, al ligt er nog wel het nodige zand her en der. Voor retourritten scheelt dat dagelijks weer een stukkie.

    Zondag 30 april 2006

    Omdat Koninginnedag dit jaar al op 29 april wordt gevierd, heb ik alle tijd om wat onderhoud aan mijn Quest te plegen. De fiets heeft wel weinig onderhoud nodig als je het vergelijkt met mijn andere fietsen, maar als je veel kilometers maakt, dan moet je toch wel wat doen zo nu en dan.
    Vandaag zijn de tandwielen en de ketting aan de beurt. Ze hebben er ruim 20.000 km opgezeten en in voorbereiding op Cycle Vision op Zandvoort binnenkort, is het goed ze te vervangen. De tandwielen zijn vlot te verwijderen en ook de ketting is er zo af. Dat is een goede gelegenheid om alles even goed schoon te maken. Het is opvallend hoe weinig troep er in de kettingbuizen zit. Paar keer doekje er doorheen en klaar.
    Ik sop meteen ook de hele binnenboel uit, dat is na een wintertje veel zweten wel eens goed. Dan worden de tandwielen gemonteerd en ook de ketting komt op maat weer op z'n plek. Zo, dat kan er voorlopig weer even tegen.

    Aan het eind van de maand blijken er weer 1461 km bijgekomen te zijn, wat het totaal op 20.587 brengt.

    Mei 2006

    Dinsdag 2 mei 2006

    Gisteren niet gefietst, want Hidde was jarig en dat hebben we gevierd. Vandaag dus voor het eerst met de nieuwe ketting erop aan het fietsen. En dat heb ik geweten! De voortandwielen zijn kennelijk ook flink versleten, want met name op het 42 tands middenblad slaat de ketting al snel over. Even goed opletten dat ik op het kleinste voorblad optrek en direct overschakel naar het grote blad.

    Donderdag 4 mei 2006

    Na nog een dag met overslaand voorblad gereden te hebben, zijn gelukkig vandaag al de nieuwe tandwielen binnen gekomen. De service van velomobiel.nl is werkelijk fantastisch.
    Omdat het deze week vakantie is, zijn Diede en Hidde uit logeren. Clara heeft ze gisteren weggebracht. 's Morgens heb ik tijd om de voorbladen te vervangen, dat is vrij snel gebeurd. Daarna gaan we met Jesse naar de Rottemeren om een zeilboot te huren. Het is voor het eerst in twintig jaar dat ik weer ga zeilen. Het idee kwam eigenlijk van een collega, met wie ik gisteren besprak wat voor leuks ik op een vrije dag zou kunnen doen. Heel toevallig komt hij met vrouw en kind vrijwel op hetzelfde moment bij de verhuurder aan. Ze zeilen dus iets eerder weg dan wij.
    Het duurt even voor we de boot hebben opgetuigd, maar dan kunnen we een flink aantal uurtjes genieten van prachtig weer met een lekker briesje. Genoeg om lekker te zeilen en niet te veel om iemand die al een flinke tijd niet heeft gezeild in problemen te brengen. Vrijwel tegelijk met mijn collega meren we ook weer aan om naar huis te gaan.
    's Avonds is er redactievergadering van Ligfiets& in Rotterdam. Na het eten stap ik in om naar Danielle te fietsen, bij wie deze vergadering is. En of het aan de nieuwe voorbladen ligt, of aan het 's avonds rijden, of de wind? Ik weet het niet, maar het is alsof ik over de weg vlieg! Het is tot de Rotte mijn dagelijkse route, maar dan op de Rottedijk linksaf richting Rotterdam Centrum. Tegen de tijd dat ik bij de Irenebrug ben en de Molenlaan op wil, staat mijn gemiddelde op een ongelooflijke 39.0. En dan heb ik niet eens het idee dat ik voluit gefietst heb.
    Door een reeks opbrekingen en andere hindernissen is mijn gemiddelde gezakt naar 36.5 als ik aankom, maar dat is nog altijd vreselijk hoog.
    Het is net na middernacht als ik weer instap om naar huis te fietsen. Al die opbrekingen vond ik maar niets, dus terug maar weer de hele Rotte gevolgd. Ook nu gaat het hard en thuisgekomen staat er een heel mooi eindgemiddelde van 36.5 over de hele retour op de teller. Met een voldaan gevoel ga ik naar bed.

    Zondag 7 mei 2006

    Na nog een paar lekkere vrije dagen ben ik een uurtje bezig om wat aan geluidsisolatie te doen. Ik heb van het laminaat dat ik op zolder heb gelegd nog een flink stuk onderlegger liggen. Dat is in principe geluiddempend. Ik haal de kettingkasten uit de Quest en beplak ze van binnen met dat spul. Dat zou in ieder geval de klankkastwerking ervan moeten beperken. Ook maak ik van wat dunne latjes (uit een houten luxaflex) een raamwerkje zodat het stuk frame onder de zitting ook van een lap kan worden voorzien. Aan het eind van de middag moet ik natuurlijk wel even uitproberen of het allemaal wat uitmaakt. Wellicht ga ik dan ook op andere plaatsen wat plakken om de klankkastwerking van de Quest verder te doven.
    Voor deze testrit kies ik een rondje Oudewater. Meteen van huis uit de dijk op, langs Haastrecht richting Hekendorp. Het voelt vlot allemaal en ik krijg het ineens in mijn kop om naar een gemiddelde van minimaal 40 te streven! Dat betekent dat je de meeste tijd nog een stuk harder moet fietsen, om de vertragingen van begin en rare bochten te compenseren.
    Met een flinke gang kom ik Hekendorp binnen. Geen verrassing dat ik het snelheidsbord op laat lichten. Iets ingehouden ga ik door de bebouwde kom, om even verder weer vol gas te geven. En al ruim voor Oudewater heb ik mijn streven althans tijdelijk gehaald. Bij het binnenkomen van het stadje is het gemiddelde ruim 41.
    Dan buig ik links af, richting de spoorlijn. Er zit hier wat wenden en keren en een rijtje rotondes, zodat ik aan de andere kant van Oudewater weer onder de 40 zit. Maar van daaruit kan ik weer vol doorrijden en als ik thuis ben heb ik ruim 21 km afgelegd, met 40.5 als gemiddelde!

    Maandag 8 mei 2006: en nog een record

    Ik heb een heel volle fietsweek voor de boeg, met woensdag een rit naar Wageningen en een NVHPV bestuursvergadering. Eigenlijk alle reden om rustig aan te fietsen. Ik heb mijn banden even goed opgepompt. Opvallend is dat ik mijn hoge gemiddelde gisteren heb weten te bereiken met een harde rechtervoorband en een tamelijk zachte (3.5 bar) linker voorband. Hoe dan ook, 's morgens vertrek ik op zich rustig, maar de snelheid is opnieuw hoog. Het weer is ook heerlijk en er staat wat oostelijke wind wat ook al meehelpt. In een tamelijk korte tijd ben ik op mijn werk, waar blijkt dat ik toch iets intensiever gereden heb dan de bedoeling, echter zonder te overdrijven.
    's Middags lijkt het erop dat de wind een halve slag gedraaid is. Dat zou mooi zijn: twee maal wind mee op 1 dag. En met een vlotte ochtendrit, zou er misschien wel iets moois uit kunnen komen vandaag. Toch ben ik me goed bewust dat ik nog veel moet fietsen deze week en dat over twee weken Cycle Vision op het programma staat. Vlot maar niet overdreven is dus het devies.
    Als ik de sleutel van de kleedkamer nog moet inleveren, zie ik iemand in racekleren het gebouw uitkomen. Ik heb geen idee welke route hij neemt, maar dat merk ik later wel. Als ik eenmaal langs de Matlingeweg rijd, zie ik hem een eind voor me uit fietsen. Het duurt dan niet lang voor ik hem inhaal. Even later moet ik bijna stilstaan omdat automobilisten het nog steeds erg moeilijk vinden om niet op het fietspad te gaan wachten als ze de weg niet opkunnen. Dit geeft hem de gelegenheid om dichtbij te komen. En met het klimmetje naar het Doen-viaduct is er een kansje om aan te klampen, of niet? Kennelijk probeert hij het wel, want een tijdlang blijft hij op vaste afstand achter me fietsen. Maar nog voor ik helemaal boven ben haakt hij af. Weer naar beneden gaand schiet de snelheid omhoog. Dat wordt flink remmen bij het stoplicht. Gelukkig gaat het meteen na het drukken op groen en kan ik weer verder. Bij het andere stoplicht moet ik wel iets langer wachten en opnieuw weet de collega in de buurt te komen. Maar als ik dan langs het vliegveld vaart kan maken is het snel afgelopen en verdwijnt hij definitief uit zicht.
    Voort gaat het, richting Rodenrijs en Berkel. Ik gok op rechtdoor inplaats van achterlangs, maar moet dat bekopen met stil gaan staan achter een auto die moet wachten tot hij linksaf kan. Niets aan te doen en gewoon opnieuw optrekken. Daarna kan ik wel doorrijden en opnieuw valt het me op hoe hoog de kruissnelheid ligt. Ver in de veertig zonder helemaal in het rood te gaan. Zou de wind dan opnieuw zo gunstig zijn?
    Hoe dan ook, met een fraai maar niet uitzonderlijk tussen-gemiddelde kom ik bij de Pekhuisbrug aan. Daar zijn de hekken weggehaald en vervangen door tijdelijk gaas. Er is al aangekondigd dat woensdag t/m vrijdag de brug gesloten zal zijn en dan zal ik dus een andere route moeten nemen. Vandaag echter nog niet en ik vervolg mijn weg over de Rottedijk.
    Als ik de Middelweg opga lijkt mijn tijd een goede te worden, als ik tenminste ook het komende half uur het tempo hoog kan houden. Door de polder lukt dat in ieder geval, de snelheid blijft rond de 50 schommelen. Dan rechts, links, rechts en onder de A20 door. Het gemiddelde ligt al op 37 als ik de parallelweg opga. Ook daar blijft het tempo hoog, tot bij Gouda. Vlak voor de sluis is mijn gemiddelde gestegen tot 38.
    Ik zie dat de rechterbrug van de sluis open is, maar in tegenstelling tot vanmorgen ga ik niet al meteen de weg op. Daar zijn net iets teveel auto's op het verkeerde moment. Wat verder is er wel ruimte en dat maakt het makkelijk om richting Rotterdamseweg door te gaan. Niet de weg zelf, maar het fietspad, bij Stolwijkersluis de brug over en meteen weer de weg op om de rotonde binnendoor te kunnen nemen. Nog even een laatste stukje hard doorrijden en ik heb mijn beste tijd met een halve minuut verbeterd tot 1:07:28. De dagtijd is net niet een record (op een na), maar het daggemiddelde wel, omdat ik iets meer kilometers heb gemaakt dan op die bewuste dag.
    Al met al een heerlijk begin van de fietsweek.

    Woensdag 10 mei 2006

    Gisteren maar lekker rustig aan gefietst, want vandaag mag ik weer naar Wageningen en aansluitend in Ede bestuursvergadering van de NVHPV. Omdat ik dus tot laat in Wageningen zal zijn op het lab daar, ga ik 's morgens pas tegen acht uur weg. Ik ga richting Nieuwegein opnieuw de originele route proberen, dus over Polsbroek, Benschop en IJsselstein. Het stuk door IJsselstein heb ik in de GPS geprogrammeerd om niet weer tijden lang rond te dwalen zoals bij mijn eerste retourtje Wageningen.
    Het eerste stuk gaat lekker. In Haastrecht hebben ze een flink stuk weg opneuw geasfalteerd en dat rijdt super. Ook voor de rest rijdt het lekker, het weer is ideaal en de vorm is goed. Cycle Vision, Here I come!
    Voorbij Vlist het gelijknamige riviertje oversteken en dan alsmaar rechtdoor. Een voordeel van deze route is duidelijk, echt lang en recht, met alleen halverwege 1 verkeerslicht, waar ik maar heel even stil sta.
    Verderop, als ik de echte kern van Benschop alweer voorbij ben, wordt de weg verboden voor fietsers en wordt ik de parallelweg opgestuurd. Een klein stukje verderop echter, is de boel daar opgebroken en moet/mag je toch weer de gewone weg op. Maar dan ben ik al bijna in IJsselstein.
    Daar volg ik de aanwijzingen van de GPS op. Links, rechts, nog eens rechts en weer links. Ondertussen moet ik wel ook op het verkeer letten en daardoor mis ik de subtiele afslag naar links, naar het jaagpad langs het water. Even later zie ik aan de GPS dat ik mijn route verlaten heb en ik duik een woonwijk in om hem weer op te pikken. Dat gaat wel, maar daarvoor moet ik wel tussen hekjes door slalommen. Uitstappen en aan de hand meenemen dus. Wel heel jammer, want met niet al te veel inspanning stond mijn gemiddelde al ruim boven de 35 en dat duikelt nu natuurlijk naar beneden.
    Als ik eenmaal op het jaagpad zit, verlies ik mijn route niet nogmaals. Maar het is ook geen ideaal Quest pad, want om de paar honderd meter zijn er dubbele golven in het wegdek, waardoor snelheden boven de 20 onmogelijk worden.
    De route klopt verder als een bus, al moet ik dus voor dat stukje Jaagpad een alternatief zien te vinden. Het is heel grappig hoe je per GPS opeens dwars door woonwijken fietst, routes die je zonder zo'n apparaat niet snel zou hebben verkozen. Stukjes klinkers en nog wat bochtjes en 1 keer bijna toch verkeerd en dan zit ik opeens vlak voor de Beatrixsluizen terug nop de bekende route.
    Vanaf hier is het dus weer lekker doorfietsen zoals elke keer. Ook over de heuvel bij Rhenen gaat best soepel. En aan de andere kant laat ik me gewoon naar beneden rollen, tot ik mijn remmen inknijp voor het verkeerslicht. Het is even wachten voor ik weer door kan. Aan de overkant zet ik er een beetje de sokken in, om de slomigheid te verdrijven. Bij Achterberg maakt mijn weg een bocht naar rechts, terwijl er een weg van links aansluit, in de bocht. Mijn weg heeft hier volgens de haaientanden voorrang. Maar een antieke auto die van links komt denkt daar anders over en duikt voor me over de weg. Er zit niets anders op dan er maar rustig achter te blijven. Gelukkig maakt hij snel genoeg vaart.
    Dat is de laatste hindernis van vanmorgen en nog op een acceptabele tijd kom ik aan bij de Universiteit.
    In de middag programmeer ik de GPS voor de avondrit (of wordt het een nachtrit?) als ik vanuit Ede, bij Rein Boersma vandaan, langs Veenendaal door het bos naar Amerongen wil rijden. Als ik dat gedaan heb, is het tijd om naar mijn fiets te gaan en naar Ede te fietsen. Een klein stukje en dus niet de moeite van het omkleden waard.
    Als ik bij Rein het erf op fiets, zie ik de SP-Quest op de oprit staan. De Socialistische Partij heeft hem voorlopig niet nodig voor campagnes en dus zorgt Ymte er voor dat er toch mee gereden wordt. De andere bestuursleden moeten nog komen.
    We hebben een lange avond voor de boeg.

    Donderdag 11 mei 2006: in de Maneschijn

    De vergadering heeft tot half twaalf geduurd en daarna zitten we nog even na met elkaar. Tegen de tijd dat de anderen er vandoor gaan raken Rein en ik nog stevig aan de babbel. Het is dan ook na enen dat ik eindelijk ook in mijn fiets stap om naar huis te gaan.
    De eerste ca 20 km zal ik compleet op de GPS moeten vertrouwen. In Ede gaat het eerste stukje goed,ee maar als ik volgens de planning een paadje vlak langs de A12 moet volgen, rijd ik er in eerste instantie straal voorbij. Dat valt op als de weg waarop ik rijd naar rechts wegbuigt, terwijl ik echt meer naar links zou moeten gaan. Stoppen en terugrijden dus, goed kijkend of ik het missende pad zie. Ik zie wel twee 'karrespoor' achtige paadjes, maar dat zou het toch niet zijn? Ik fiets door en ga om een Cinema achtig gebouw heen, door een grind parkeerplaats, maar ook daar is niet 'het' pad te vinden. Dan zal het toch een van die karrepaadjes zijn. Het eerste ga ik op, tamelijk steil een dijklichaam op. Eenmaal bovenop blijkt het niet erg vlak zijn, voornamelijk met gras begroeid en dus ook erg hobbelig. Snel fietsen is hier uitgesloten, het is eerder uitkijken dat je niet in een diepe kuil vast komt te zitten! Maar ik sleur me verder, mijn vingers gekruisd dat ik een echte weg naar mijn route zal tegenkomen en niet dit stuk ook weer terug moet gaan. Het stuk is een dikke kilometer maar dan sluit het toch bij een fatsoenlijk pad aan, dat meteen via een brug de A12 kruist. Maar van daaraf gaat het weer een stuk beter. Lange rechte stukken richting Veenendaal.
    Het valt me op dat om goed mijn licht te zien, ik iets omhoog moet komen uit mijn fiets. Omdat ik nog een heel stuk moet, stop ik de fiets even en steek mijn hand door het voetengat om de lamp iets verder te richten. Daarna kan ik weer verder.
    In tegenstelling tot Ede, is Veenendaal geen enkel probleem voor mijn GPS. En omdat het uitgestorven is op straat, fietst het dus lekker door tot ik aan de andere kant het pad door het bos naar Amerongen moet vinden. Dan gaat het natuurlijk weer even mis. Ik volg het fietspad even en zie dat ik de verkeerde kant opga volgens de GPS. Stoppen en keren maar weer en inderdaad, bij de afslag was nog een tweede afslag naar rechts en die had ik moeten nemen.
    Nu fiets ik dus in het donkere bos, waar slechts het licht van mijn lampje te zien is. Lekker fietsen, dat wel, maar nu lijkt het alweer of ik verkeerd aan het rijden ben. Ik herinner me wel dat ik niet elke bocht in de GPS heb gezet, maar nu wijk ik wel erg af. Voor de zekerheid stop ik en rijd ik een stukje terug. Maar een andere afslag zie ik niet, dus zat ik toch goed. Opnieuw keren maar weer.
    De weg door het bos is heel leuk, vooral als een egeltje voor me over de weg scharrelt. Konijnen en katten zie ik ook bij de vleet en voor de rest het bos en de glinstering van mijn koplamp om mij gezelschap te houden.
    Een stukje verder gaat de weg over in een bospad. Gelukkig ligt er nog een geasfalteerd fietspaadje naast, al is het nauwelijks breder dan Kwessie. Het spreekt vanzelf dat je hier liever geen tegenliggers tegen komt. Voor de zekerheid houd ik de snelheid maar binnen de perken.
    Het is een heel aparte ervaring om zo over een smal paadje in het midden van de nacht door het bos te slingeren. Fantastisch.
    Dan kom ik het bos weer uit en zit op de provinciale weg tussen Elst en Amerongen. Even volgen en dan dwars door Amerongen naar de Lekdijk. Door het zoeken en rijden op onbekend terrein ben ik een hoop tijd verloren en het is dan ook niet verbazingwekkend dat mijn gemiddelde slechts een magere 27.5 km/h is.
    Maar dan: de Lekdijk!
    Met mijn lampen goed, de dijk uitgestorven en een mooi maanlicht op de weg is het echt fantastisch fietsen. Er is vrijwel geen wind, de temperatuur is heerlijk en mijn benen zijn warmgedraaid en door het relatief langzame fietsen nog niet vermoeid. Alle ingredienten om even stevig te keer te gaan.
    Inderdaad ligt binnen de kortste keren de temperatuur ver in de veertig, zo nu en dan dicht bij de vijftig. En dat - zo blijkt achteraf - zonder dat ik op volle inspanning rijd! De hele weg voor mij alleen nergens kom ik een auto tegen. Niet van voren en niet van achteren.
    Terwijl ik zo over de dijk ga, klimt mijn gemiddelde gestaag omhoog. Van een magere sub-30 al snel boven de 30 en het blijft maar verder stijgen. Dat komt ook omdat ik elke bocht maximaal aansnijdt. Door de uitstekende omstandigheden is heel goed te zien dat dat steeds kan.
    Puur genieten is het zo, in het midden van de nacht. De lichtbundel priemend door het duister, de banden zoevend over het asfalt en de rivier aan de linkerkant slingerend als een zilveren lint in het maanlicht. En er lijkt maar geen einde aan te komen. De hoge snelheid wordt kort onderbroken bij Wijk bij Duurstede, maar even later kan het weer vol doorgaan. Zelfs het Houtense wegdek kan de pret niet drukken: de snelheid blijft ruim boven de 40.
    Afdalen om onder het spoor door te gaan en even later weer omhoog schietend met nog een hoop vaart over. Dat gaat nog even door, tot ik afsla om het laatste stukje tot Nieuwegein door Tull en 't Waal ga. Met weer mooi wegdek is de snelheid meteen weer hoog. En dat voor half drie 's nachts!
    Als ik even later omhoog rijd naar de Beatrixsluis, kom ik de eerste auto in meer dan een uur tegen. Een grote vrachtwagen komt net van de andere kant en draait de weg naar beneden in. De chauffeur zal ook wel even gedacht hebben dat hij aan het dromen is als hij mij in zijn koplampen ziet.
    Even later de sluis over en via het perfecte asfalt van het fietspad naar beneden om even de zestig km/h aan te tippen. Bij het naderen van het verkeerslicht, dat tot mijn stomme verbazing aan staat, kijk ik of ik meteen kan doorrijden. Het licht staat op rood, hoewel het voor de hoofdrijbaan groen is.
    Uit de linker zijstraat komt de tweede auto in uren. Deze komt aanrijden met de kennelijke bedoeling vlot door rood te rijden, maar wanneer ik word gezien - ik rem om op het groene licht te wachten - gaan ze vol op de rem om ook te stoppen. Het blijkt een politieauto te zijn. Met een vrolijke grijns kijk ik ze aan en druk op het knopje. Mijn licht is het eerste groen en ik kan doorrijden. Helaas kan ik dan niet juist nu het komende stuk aan de verkeerde kant van de weg gaan rijden, wat mooi asfalt opgeleverd zou hebben. In plaats daarvan draai ik netjes naar links en ga via de klinkers de rest van Nieuwegein door. Niet via de route van vanmorgen, maar weer lekker over de dijk.
    Hoewel de dijk net zo uitgestorven is, is het lastiger het hoge tempo vast te houden. De bochten zijn gewoon net even scherper dan op het andere stuk. Maar niettemin is het ook hier genieten.
    Dan ben ik alweer bij Jaarsveld en ga ik de dijk af. Het laatste stuk langs Schoonhoven en Vlist is weer anders, maar de nacht blijft onverminderd mooi. Richting Haastrecht kruipt de snelheid weer omhoog, naar 45. Bij het binnenkomen van dit stadje kom ik op splinternieuw asfalt terecht. Fantastisch wegdek. Het is zelfs wat schrikken dat de snelheid zo omhoog schiet naar 50!. Ik geniet er nog even van, dan is er de rotonde en het wenden en keren tot ik thuis ben.
    Een ongeevenaard nachtje fietsen, waarbij mijn gemiddelde uitkomt op bijna 36, ondanks alle vertragingen over de eerste 25 kilometer.

    Vlak voor ik om vier uur mijn bed in rol, zorg ik er even goed voor dat de wekker uit staat. Een beetje uitslapen mag wel. Toch wordt ik al kort na zeven uur wakker. Opstaan en zorgen dat ik weer op weg kan, maar dan natuurlijk wel errug rustig aan. Tot bij de Rotte de gebruikelijke route, maar ze hebben de Pekhuisbrug voor een paar dagen afgesloten. Ik sla dus links af en volg de Rotte tot de Gordelweg. Vandaar volg ik de route door de stad. Het is zo net even korter en de vertraging van het stadsrijden valt nog wel mee. Misschien moet ik dit maar vaker als ik een rustig aan ritje wil doen.
    Op de terugweg ongeveer dezelfde route, al wil ik bij de Bergweg onder de A20 door om dan via het Prinsenpad de andere Rotte-oever volgen tot de Irenebrug. Het onder de A20 doorgaan lukt prima, maar op elk punt waar ik naar de Rotte wil, blijkt het doorfietsen onmogelijk door een aaneenschakeling van opbrekingen. Na een paar pogingen geef ik het op en pak de brug die me toch weer op de oostelijke Rotte-oever brengt. Ik zie nog wel een zijstraat die misschien nog perspectief biedt voor nog iets afsnijden. Dat ga ik binnenkort ook maar eens proberen.
    Bij de Middelweg ga ik ook iets nieuws proberen. Ze zijn daar met de Zevenhuizerplas en de nieuwe wijk Nesselande van alles aan het doen en wie weet dat het fietspad dat je vanaf de Rotte opkomt, een leuke variatie oplevert.
    De 'gok' pakt zeer goed uit. Niet alleen is het wegdek van hoge kwaliteit, het ligt ook nog eens heel leuk. Weliswaar niet zo snel als de Middelweg, die een lange, rechte racebaan is, maar wel aangenaam fietsen, ondanks een stel haakse bochtjes. Het snijdt ook een stukje af, dus hoeft niet eens langzamer te zijn, ondanks de bochten.
    Dan is de pret op en kom ik weer op de gewone route uit. Deze variaties zullen nog wel wat opleveren later. Nu is het in ieder geval een besparing van drie kilometer gebleken, waardoor het ondanks het rustig rijden een redelijk vlotte tijd oplevert.
    Morgen niet fietsen, want ik moet vanaf het werk in een keer door naar Apeldoorn, voor een etentje. Dat wordt dus een dagje treinen.

    Maandag 15 mei 2006: temporiseren

    Het is de week voor Cycle Vision, dus rustig aan. Dat betekent wel met harde banden fietsen, want anders is het alsnog hard werken. Rechtsvoor is de band nog uitstekend op druk, achter hoeft eigenlijk nooit lucht bij - die BA zit er al 11 duizend km op zonder 1 lek! - maar links voor moet er flink wat bij gepompt. Als ik het nippeltje eraf draai, hoor ik zacht lucht uit het ventiel komen. Het lekt duidelijk. Dan maar weer loshalen, even schoonblazen en kijken of het kogeltje vrij heen en weer kan. Dan opnieuw oppompen en dan blijft het stil. Tijd om te gaan rijden.
    Bij de bochten naar rechts, als de druk op het linkerwiel komt te staan, rommelt de Quest een beetje. Ik prent mezelf goed in dat ik vanavond de twee gebroken spaken (of zouden het er al meer zijn?) moet vervangen.
    Nabij Nesselande neem ik weer het wat recreatievere fietspad. Op papier zou dat ook iets korter moeten zijn, maar als ik later op mijn werk ben, zie ik dat de ochtendafstand eerder iets te lang is! De oorzaak blijkt echter platvloerser te zijn: het ventiel was toch niet zo erg goed. Nou ja, dat verhelpen we in de lunchpauze wel.
    In de lunch pak ik het ventiel van de reserveband en wissel ik dat met het ventiel in het voorwiel. Om er dan achter te komen dat ik wel mijn pomp bij me heb, maar het nippeltje niet. Gelukkig is er een persluchtleiding waarmee er tenminste 4 bar ingeblazen kan worden. Niet echt hard, maar net genoeg om thuis te komen. Een rondje langs de geparkeerde fietsen brengt me langs een Zefal pompje, waarmee ik de band alsnog goed op druk breng. Als ik echter eind van de middag weer bij mijn fiets kom, staat de band helemaal plat. Zou het dan toch niet het ventiel geweest zijn?
    Dan maar de hele band vervangen. De perslucht is er nog wel, de fiets met de zefal niet, dus met een halfharde band op weg.
    Boink, boink, boink, ai dat voelt niet goed, zo merk ik al na een paar honderd meter. Even stoppen en jawel, aan de binnenkant van het wiel ligt de band niet goed in de velg. Als daar wat mee gebeurt onderweg, ben ik in de aap gelogeerd en kan ik met een platte band naar huis fietsen. Dus maar even omgekeerd om de band er opnieuw op te leggen en dan weer op te blazen met de perslucht. Daarna kan ik alsnog naar huis.
    Met CV in gedachten houd ik me behoorlijk in. Maar het weer en de vorm zijn uitstekend, waardoor ik toch lekker vlot thuis ben, wat fietsen betreft, want dat bandengedoe heeft wel heel wat tijd gekost.
    's Avonds Kwessie buiten op straat gelegd, eerst de banden hard opgepompt en de ware omloop even opgemeten (148.5 cm). Dan het voorwiel eruit en de spaken vervangen. Gelukkig is het bij de twee gebroken spaken gebleven.
    Als dat is gebeurd, ga ik de voorbanden verwisselen. Speciaal voor Cycle Vision heb ik twee Continental Grand Prix bandjes besteld. Een echt racebandje dat me op de hurricane goed is bevallen. Ik wil er vier dagen mee rijden, zodat ze net ingereden zijn en eventuele ongerechtigheden de kans hebben gehad zich te openbaren voor ik aan het racen ben. Bij het omleggen vul ik de buitenband royaal met talkpoeder en ook de nieuwe binnenbandjes wrijf ik flink met talkpoeder in. Alle kleine beetjes helpen, niet waar?
    Na het omleggen en oppompen tot 8.5 bar ook deze banden opgemeten en effectief komt het op 146.5 cm uit. De Enduro 2 van Cateye is echter alleen op hele centimeters in te stellen. Eerst maar eens op 147 en dan morgen kijken hoe dat uitpakt.

    Dinsdag 16 mei 2006

    Voor het eerst sinds tijden staat er weer flink wind. En wel recht tegen. Zo is het moeilijker om te beoordelen of de GP's ook echt in snelheid schelen. Het voelt in ieder geval goed, want ook bij matige inspanning rijd ik in het open veld met de stevige wind recht tegen 33 km/h. Vanmiddag op de terugweg eens kijken wat het betekent met wind in de rug, want dan is de rolweerstand relatief van veel grotere invloed dan met wind tegen.

    Als het dan meer dan tijd is om naar huis te gaan, is de wind vrijwel gaan liggen. Ik hink nu op twee gedachten: hard doorfietsen om te kijken hoe snel de bandjes zijn, of rustig aan, want van het weekend moet er geraced worden. Deze ambivalentie blijft de hele rit door en uiteindelijk heb ik wel tamelijk hard, maar niet voluit gereden. Nou ja, het is nog maar dinsdag.
    Op de morgenrit heb ik gemerkt dat 147 als instelling voor de fietscomputer net een tikkeltje enthousiast is. Dus overdag zet ik de teller op 146. Dat zal dan net wat mager zijn, maar het verschil is hooguit een paar honderd meter op een hele rit. Door de magere instelling blijft het terug-gemiddelde nog net onder de 37 km/h. Maar het is wel duidelijk dat de banden snel zijn. Ook scheelt het aanzienlijk in de draaicirkel. Misschien moet ik maar eens goed uittesten hoe lang deze banden voor meegaan, dan stap ik wellicht over.

    Woensdag 17 mei 2006

    Vanaf vandaag moet er echt rustig gereden worden. De beste methode - voor mij dan - is om al mijn tellertjes op "klok" te zetten en puur op gevoel te rijden. Dat lukt, want bij aankomst in Vlaardingen heb ik met afstand de laagst geregistreerde gemiddelde hartslag. En toch nog net boven de 30 gemiddeld. Keerzijde van de medaille is wel dat ik in zware verzetten heb getrapt. Mijn gemiddelde RPM ligt 10 a 15 lager dan als ik er goed op let.
    Onderweg nog twee bijzondere situaties. Eerst kom ik uit het Bergsche bos en zie ik een meisje met een paard aan de hand voor me lopen. Het paard loopt wat schrikkerig, dus ik ga maar even stil staan tot ze afslaat. Helaas gaat ze dan linksaf het fietspad op dat ik ook had willen gaan. Dat schiet niet op en dus neem ik vandaag hier maar eens de gewone weg.
    Een eindje verder sta ik stil aan het eind van het vliegveld. Op de straat dwars op de N209 wordt de belijning vernieuwd. De spullen daarvoor zitten in een grote vrachtwagen die gewoon midden op de weg staat en bovendien het fietspad blokkeert. Ik moet eerst even wachten tot het rode licht weer groen is en heb dus tijd te bedenken hoe ik er langs kan komen. Misschien is er een klein gaatje tussen de truck en de hoge betonblokken die de fietsdoorsteek markeren. Als ik voorzichtig aanstuur, moet ik met mijn linkerwiel op het schuine gedeelte van de betonblokken. De fiets kantelt een beetje naar rechts, maar er blijft nog net anderhalve centimeter over. Niet veel, maar toch genoeg.

    Donderdag 18 mei 2006: beugelreparatie

    Een van de slotjes van mijn beugel is los gaan zitten en vandaag mag ik om kwart over acht bij de tandarts langs om het weer vast te laten zetten. Het fietsdevies is nog steeds: rustig aan en dus kies ik voor de route langs de IJssel. Over het fietspad wel te verstaan. En eigenlijk valt het best wel mee hoe het doorfietst.
    Door Capelle volg ik de Bermweg en ik hoop nu toch eindelijk het juiste doorsteekje te kunnen maken. Maar als ik dat doe, blijkt dat deze weg daar echt doodloopt! Maar via een stukkie gras oversteken en dan kom je alsnog aan de overkant. Niet ideaal, maar ach dat zijn zoveel plekjes.
    Een half uurtje bij de tandarts en dan fiets ik langs de Kralingse plas verder naar mijn werk. Het is daar prachtig wegdek en ondanks het 'rustig aan' ligt de snelheid hoog. Een enthousiaste fietster komt me wuivend tegemoet. Het is Danielle vd Waard op een bukker op weg naar een klant. Van het weekend zal ik haar nog wel meer zien.
    Verderop aan de andere kant van de A20 is de brug open. Ik stel me vooraan bij de slagboom op en als aan de overkant de boom omhoog gaat, ga ik er onderdoor. Een mooie voorsprong op de rest van het verkeer, ruim voldoende om als eerste bij het stoplicht te zijn.
    Deze route is zo'n 3 km korter dan de standaardroute, maar heeft toch weer iets meer wachttijd. Maar misschien geen slechte keuze als je echt rustig aan wilt doen.

    Vrijdag 19 mei 2006: nat!

    Het is nat en stormachtig als ik vertrek naar mijn weg. De wind is behoorlijk vlagerig, verraderlijk zelfs. Ik neem opnieuw de route langs de IJssel, nu vooral omdat deze een stuk beschutter is.
    Bij Capelle probeer ik een alternatief voor het doodlopende stukje Bermweg, maar ook dat is geen verbetering. Misschien moet ik maar gewoon accepteren dat je daar even op een rare manier moet oversteken.
    Bij het Kleinpolderplein volg ik nu eens de officiele bordjes richting Schiedam. Het betekent een heel stel extra oversteken en moeilijke bochten en bovendien heel wat meer klinkers. Geen fijn alternatief dus. Het kost precies genoeg tijd om de brug opnieuw voor mijn neus open te laten gaan. Maar ach, het was rustig aan doen deze week, is het niet?

    Zaterdag 20 mei 2006: Cycle Vision 3-uursrace

    De hele week ben ik 's avonds al bezig om stukje bij beetje alle fietsen raceklaar te maken. De Quest voor mij, de hurricane voor Jesse die de 1-uur gaat rijden en de Wielewaal voor Diede die aan de kinderrace gaat meed